logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...
Concertreviews

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Campbell & Lanegan vermomd als Schotse nachtegaal en Amerikaanse brombeer

Geschreven door

Mooie liedjes horen niet lang te duren, maar ook op deze regel zijn gelukkig een aantal uitzonderingen. Neem nu het geval van Isobel Campbell & Mark Lanegan, het onwaarschijnlijke muzikale koppel dat in 2006 met ‘Ballad Of The Broken Seas’ een parel van een album op wereld zette. Omdat zowel Campbell als Lanegan er bovendien ook een niet onaardige solocarrière op nahouden leek het er echter sterk op dat deze samenwerking de muziekgeschiedenis zou ingaan als een éénmalig wapenfeit. We kregen gelukkig ongelijk, want nu vier jaar verder zijn we inmiddels toe aan het derde album van het Schots-Amerikaanse duo. Het indringende ‘Hawk’ blijkt met voorsprong hun meest veelzijdige album totnogtoe, waarop naast de gekende country noir en pastorale folk ingrediënten ook een flinke portie rhythmn & blues wordt geserveerd. Volgens Campbell zou ‘Hawk’ wel eens de laatste duoplaat met Lanegan kunnen zijn, dus vooraleer het echt over en uit is voor hun mooie liedjes repte ondergetekende zich naar de uitverkochte Gentse Vooruit om het laatste luik van de ‘Hawk’ tour mee te pikken.

 Ruim na half elf slopen Campbell en Lanegan vergezeld van vier muzikanten het podium op en werd het breekbare “We Die And See Beauty Reign” ingezet. Een eenzame folkgitaar en een spaarzame dubbele bas begeleidden de akelig perfecte synchroonzang van het duo die het publiek aanvankelijk monddood maakte. Naarmate het optreden vorderde kwam daar echter verandering in. Een kakafonie aan geroezemoes, rinkelende iPhones en krakende drankbekertjes gooiden tijdens de verstilde momenten meer dan eens roet in het eten, en even stelden we ons zelfs de vraag of de Gentse rocktempel vanavond niet beter was ingeruild voor één of andere schouwburg. Gelukkig staken hier en daar ook wat meer uitbundige nummers in de set die het achtergrondlawaai konden overstemmen, al blijft uitbundigheid in het geval van de statische brombeer Lanegan uiteraard een heel relatief gegeven. Zo kleurde een ongepolijst bluesgitaartje het nieuwe “You Won’t Let Me Down Again”, of weerklonk een fraaie slidegitaar in de broeierige folkversie van Townes Van Zandt’s “Snake Song”.

Op enkele covers na zijn alle nummers van het duo ontsproten in de fantasiewereld van de immer lieflijke Campbell. Maar echt tot leven komen doen ze pas op het podium, temidden het spanningsveld tussen de frèle Schotse schone met de engelachtige stem en de rijzige apatische Amerikaan met de schorre bariton. Tot vervelends toe krijgt het duo hierdoor vergelijkingen met The Beauty and The Beast naar het hoofd geslingerd, maar van enige toenadering tussen de twee fysische uitersten is alvast weinig te merken. Beiden gunden elkaar amper een blik, en van enig contact met het publiek is al helemaal geen sprake.

En dat is eigenlijk maar goed ook, want Campbell & Lanegan brengen het soort muziek waar iedere stilte een betekenis heeft en elk woord er één teveel kan zijn. Wat dat laatste betreft viel Lanegan heel even uit zijn rol toen hij een bijna onverstaanbaar “Thank you” gromde na heel fraaie versies van “Ballad Of The Broken Seas” en “The Circus Is Leaving Town”, beiden geplukt uit het duo’s debuutalbum.

Wanneer hij vervolgens de coulissen indook voor een nicotine, whiskey of andere shot, en Campbell er plots alleen voor stond, werd de sfeer meteen wat minder dreigend. Tijdens “To Hell And Back” en “Saturday’s Gone” refereert haar fluweelzachte stem heel sterk naar Hope Sandoval, maar net voor we zowaar dreigden te verdrinken in Campbell’s zeemzoeterig universum kwam Lanegan haar opnieuw vergezellen voor een broeierig “Back Burner” en het vroege kerstliedje “Time Of The Season”.

Tegen het eind van de set ging het tempo toch één keer de hoogte in met de heerlijke barblues “Get Behind Me”, en begon Lanegan warempel enige neiging tot ritmisch bewegen te vertonen.

Tijdens de enige encore ronde ging het duo met “Revolver”, “(Do You Wanna) Come Walk With Me” en het van Hank Williams geleende “Ramblin’ Man” nog eens uitgebreid grasduinen in hun debuut. Tot grote vreugde van het publiek diepte het duo tenslotte ook Lanegan’s eigen “Wedding Dress” uit diens opus magnum ‘Bubblegum’ op.

 Een ongeslepen ruwe diamant als toetje na anderhalf uur schone liedjes: een mooie climax heet zoiets, en wie weet een memorabel slotakkoord, als de joint venture tussen Campbell en Lanegan binnenkort daadwerkelijk zou eindigen. Of misschien moeten we het gewoon houden op een open einde, want het grimmige sprookje over de Schotse nachtegaal en de Amerikaanse brombeer is veel te mooi om nu al uitverteld te raken.

 Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

And So I Watch You From Afar

And so I watch you from Afar – Unstoppable!

Geschreven door

Ze kregen al een pak goede recensies op hun full cd en gaven op Pukkelpop een snelvaartoptreden om U tegen te zeggen. Tja, ze mogen die gasten met hun instrumentale post/mathrock gerust eens vragen een soundtrack te spelen, genre ‘Unstoppable’ ( Denzel Washington/ Chris Pine – Tony Scott movie!). Redenen zijn te zoeken dat ze te werk gaan net als in de film …een ‘wall of sound’ die fors en krachtig, donker en dreigend, zwaar en loom kan zijn, kan exploderen, maar door de variatie evenzeer houdt van een intense sfeervolle, broeierige spanning en repetitieve ritmes. Muzikale krachtpatserij, lieflijke zalving en explosieve tics gaan hand in hand en ze zijn zelfs niet vies van wat speelse humor.

Ze hielden ons meer dan een uur in een muzikale wurggreep door hun samenhangend spelplezier en de strakke, rauwe en brede variaties. De snedig, scherpe gitaarloops, de dreunende bastunes en de opzwepende, bezwerende drums zorgden daarvoor. Schitterend gewoon!
De groep balanceert ergens tussen een 65daysofstatic, Drums are for parades, Explosions in the sky en Mogwai, maar ook van de hardere staalwerkers als Mastodon.
Voorafgaand aan de onlangs verschenen fullcd greep de band naar hun EP: “Say S for Salamander” en “ Say D for Django” waren meteen twee intense knallers van stevige, gebalde postrock. Als wilde beesten sprongen ze wild om zich heen om de sound nog meer elan te geven. De single “Straight to the sun” behield ten dele het helse tempo, klonk wat toegankelijker en liet gematigde stukken doorsijpelen.
Ze zetten de broeierige intensiteit met explosieve speldenprikken verder met tracks van de titelloze full cd met o.m. “Theseriots …” en “A little bit of solidarity”; “Start a band” en een uitgesponnen “Voiceless” legden eerst de klemtoon op de finesse en subtiliteit van hun instrumenten om dan in een sneeuwbaleffect opbouwend en forser en te klinken. Postrock ‘pur sang’ heet zoiets. “Eat the city, eat it …” had ook eerst deze voortkabbelende opbouw, maar nestelde zich als een virus, groter, krachtiger en steviger om tot slot overspoeld te worden door wahwah pedaaleffects en zwierende gitaren.
Ze konden alvast rekenen op een puike respons van het talrijk opgekomen publiek, die van die pure kracht hield, niet beheerst door elektronicariedels van een 65daysofstatic en Mogwai.
Ze speelden een bis die nazinderde, alle registers en versterkers werden alvast opengezet … “If it ain’t broke” en “Set guitars to kill” ondergingen diverse tempowisselingen, verrassende wendingen en waren hard, fel en verbeten.

Analyse van de avond – meer dan overduidelijk eigent het Nood-Ierse And so I watch you from Afar zich een plaatsje toe binnen het postrockgenre en klinken spannend en overweldigend. Kortom, dit is een band om rekening mee te houden!

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

Beoordeling

Marnie Stern

Marnie Stern – rauwe, jachtige rock

Geschreven door

De Amerikaanse blonde Marnie Stern geeft een portie stevige, jachtige, dynamische en bruisende rock. Ze valt op door vingervlug tikkend gitaargejengel en haar schelle stem, die over de songs heen waait. Een origineel, rauw, aanstekelijk gitaargeluid, aangevuld door een verbeten dreunende bas en een opzwepende, droge drum. Huppelende en frisse ritmes, die onstuimig, fel en intens klonken.

Een enthousiast trio, die graag grapte en een leuke gesprekspartner was. Op één van de vorige edities van Dour is ze ons ontglipt, maar vanavond smolten we voor die dwarse ruwe en tedere gitaarrock. Songs als “ Nothing left”, “For ash”, “Cinco de Mayo”, “Transformer” en “Shea stadium” volgden snel op elkaar en waren heerlijk. Ze geselde & martelde haar gitaarsnaren ,deelde speldenprikken uit en zorgde voor ferme explosies tussenin. Hier hoorden we invloeden van ‘90s iconen Pixies, Throwing Muses, het oude Polly Harvey, de Kim Deal projecten The Breeders / The Amps en de dames van Sleater-Kinney.

De Witloof Bar had een killrockende lady in huis, die ons een 45 tal minuten in haar klauwen hield met haar ophitsend materiaal.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Emily Jane White

Intens spannende, broeierige, sentimentele set van Emily Jane White

Geschreven door

Een sing/songschrijfster ‘pur sang’, die haar persoonlijke ervaringen vol overgave in de songs steekt, is de Californische Emily Jane White. Ze is toe aan de derde cd, ‘Ode to Sentinence’, die eerstdaags komt te verschijnen en het debuut ‘Dark Undercoat’ (‘07) en de prachtige doorbraak ‘Victorian America’, opvolgt.

Haar semi-akoestische kamerpop vormde in de pittoreske Rotonde het ideale decor en was rustgevend, na de energieke liveset die we net hadden verteerd van Marnie Stern even verderop in de Witloof Bar.
Ze put voor haar meeslepend, bezwerend materiaal uit de americana/folk – bluestraditie en breit er een gotische kleur aan. Invloedrijk waren Chan Marshall (Cat Power), Nico (VU), Cowboy Junkies (Margo Timmins), Nick Drake en Leonard Cohen. Ze plaatst zich moeiteloos naast Lonely Drifter Karen en Iron & Wine.
De weemoedige, droefgeestige songs nemen ons op sleeptouw zonder etherisch te klinken, gedragen door haar zachte, lichthese, lage stem. Sober, elegant en emotievol. Op de huidige tour wordt ze aangevuld met een celliste (Jen Grady) en Henry Nagle die behoedzaam de elektrische gitaar raakte. Emily Jane wisselde akoestische gitaar met piano af. Ze hield van haar publiek die aandachtig was en meegezogen werd in haar hartverwarmende sound.
Ze bracht een gevarieerde set en speelde vooral materiaal van de twee recente platen, zonder enkele dromerige parels van het debuut te vergeten. We raakten snel vertrouwd met het intens spannende, intieme geluid door oudje “Wild tigers I have know”, “A short range out” en “Frozen heart”. “Oh Katerine”, “The cliff” en “The waltz reqium” kondigden het nieuwe werk aan. Vocaal werd ze ondersteund door de andere twee en de instrumentatie vulde elkaar mooi aan.
Intussen had ze een gezonde dosis nervositeit overwonnen. Het stemmen van de instrumenten nam de vaart wat uit het optreden; een grapje tussenin kon wel wat soelaas bieden, maar Ok, we genoten van de sfeervolle, ingetogen sound die af en toe door de aanzwellende opbouw forser en broeierig klonk; terecht, want anders verviel ze in altijd - iets - meer - van – hetzelfde. “I lay to rest California” en “Hole in the middle” waren charmant middenin de set . Songs als het gevoelige, pakkende “Liza”, “Stairs” en “Victorian American” hadden een spaarzame begeleiding en lieten een donker tintje doorschemeren.

De uiterst genietbare, knusse set en het warme onthaal zorgden nog voor een uitgebreide bis, eerst solo ingezet en dan ingehouden met “Clipped wings” en het oudje “Dagger”, die de slotsom maakten van een overtuigend concert van een talentrijke sing/songschrijfster! Volgende week in Brugge, Cactus@MaZ!

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Edwyn Collins

Edwyn Collins – Comeback buiten alle verwachting

Geschreven door

De naam van de Schotse muzikant en producer Edwyn Collins zal wellicht voor altijd verbonden blijven aan zijn ene wereldhit “A Girl Like You” uit 1994. Sindsdien heeft hij nog enkele soloalbums uitgebracht maar hij slaagde er niet in enig vervolg aan dat succes te breien. Aldus stond Collins zelf niet meer zo nadrukkelijk in de schijnwerpers en waren zijn nummers evenmin in de hitlijsten terug te vinden. Niet dat Collins dit nadrukkelijk opzocht maar enkele cruciale gezondheidsfactoren werkten een verdere muzikale opmars zeker niet in de hand.
In 2005 werd Collins namelijk - met een verschil van amper enkele dagen - het slachtoffer van een dubbele hersenbloeding. Hij overleefde een riskante operatie maar kreeg ook nog eens af te rekenen met de ziekenhuisbacterie zodat een nieuwe operatie zich opdrong. Het verdict na deze zware aanslag op zijn lichaam was keihard: het vermogen om te praten, lachen of staan was compleet weg. Een intensieve revalidatie drong zich op. Maar door een enorme wilskracht en doorzettingsvermogen in combinatie met de niet aflatende, liefdevolle steun van zijn vrouw/manager Grace Maxwell werd - gezien de omstandigheden - een grote progressie geboekt. In die mate zelfs dat hij in 2007 het album ‘Home Again’ uitbracht met songs weliswaar opgenomen voor zijn ziekte, maar nadien afgewerkt en gemixt. Collins vond zelfs nog de energie er een tournee aan te verbinden.
En dit jaar konden we zelfs getuige zijn van een nieuw huzarenstukje. Enigszins onverwacht bracht de inmiddels 51-jarige Collins enkele maanden terug het album ‘Losing Sleep’ met louter nieuwe songs uit. Door een verlamming aan de rechterkant behoort gitaarspelen voor Collins niet meer tot de mogelijkheden maar op zijn intussen zevende studioplaat was er aan hulp geen gebrek.

Collins heeft namelijk een niet onbelangrijk verleden als frontman van de eind jaren ’70 opgerichte post-punk formatie Orange Juice. Deze indiegroep avant la lettre kende slechts een korte levensduur en er werd met het fantastische ‘Rip It Up’ (1983) maar één enkel hitje gescoord, maar door het na verloop van tijd toevoegen van diverse muziekgenres als soul, funk en dub oefenden ze ook na hun bestaan heel wat invloed uit op andere artiesten. Het eerste werk van The Smiths is nauw verwant met het oeuvre van Orange Juice en ook jongere formaties als Belle And Sebastian, Franz Ferdinand en The Drums halen de groep meermaals als belangrijke inspiratiebron aan.
Het is dan ook treffend en mooi om te zien dat heel wat van die intussen bevriende artiesten niet te beroerd waren om wat span- en vriendendiensten te leveren op de nieuwe plaat van Collins. Het rijtje is niet min: The Drums, Ryan Jarman (The Cribs), Johnny Marr (ex-The Smiths), Romeo Stodart (Magic Numbers), Alex Kapranos en Nick McCarthy (Franz Ferdinand) en Roddy Frame (Aztec Camera). Allen hebben hun medewerking verleend.

Afgelopen maandagavond stond Collins op de planken van de AB Club ter promotie van ‘Losing Sleep’ én van ‘Coals From Newcastle’, een prachtige overzichtsbox van Orange Juice met op 6 cd’s en één dvd alles wat de groep ooit heeft uitgebracht, inclusief b-kantjes en radiosessies.
Vanzelfsprekend waren voormelde artiesten niet op het appèl maar Collins had toch een mooie begeleidingsband om zich heen verzameld: Tom Edwards (gitaar), Andy Hackett (ex-The Rockingbirds, gitaar), Carwyn Ellis (frontman van de psychfolkgroep Colorama, basgitaar), Boz Boorer (o.m. medeauteur van diverse nummers van Morrissey, keyboards en saxofoon,) en niet in het minst ook Paul Cook (ex-Sex Pistols, drums).
Ze omringden Collins op het podium niet alleen lichamelijk maar ook muzikaal op een gepaste en aanvullende manier.
Rechterarm verkrampt, wandelde Collins zelf het podium op en af met behulp van een wandelstok en nam nagenoeg het volledige concert plaats op een versterker, tekstenboek naast hem en een flesje water binnen handbereik.
Spreken bleek nog steeds erg moeilijk en langzaam te gaan. Dit kwam tot uiting bij het aankondigen van de nummers. Ook vergat hij af en toe heel even zijn teksten (bij “Consolation Prize”) en sommige rustige passages (zoals “Home Again” of “One Track Mind”) waren iets te hoog gegrepen omdat de spaarzame instrumentatie nog meer de aantasting van zijn stem blootlegde.
Maar voor het overige bleek mede door de passende instrumentatie dat zijn stem nog steeds even broos als energiek kan klinken, zij het dat het Collins de nodige moeite kostte.
Hoogtepunten waren “What’s My Role?” (waarin duidelijk de strakke invloed van The Cribs doorklonk), “Humble” (ondanks de problemen met de effectenpedalen bij Edwards), “Rip It Up” (voorzien van een mooi wahwahgitaartje en andere aanvullende effecten), het bluesrockgetinte “Do It Again” (met Edwards in de rol van Kaprano) en bovenal “Don’t Shilly Shally” (een eenzaam singeltje uit 1987). Vanzelfsprekend ontbrak ook het onvermijdelijke “A Girl Like You” (door Collins overigens rechtstaand vertolkt) niet.
Bij de toegiften verschenen aanvankelijk enkel Collins en Ellis (vergezeld van een akoestische gitaar) op het podium om sober en intiem onder meer “Searching For The Tuth” te vertolken. Collins voorzag dit nummer van extra inkleuring via mondharmonica. Uiteindelijk werd in voltallige bezetting afgesloten met een snedig “Blue Boy”. Daarbij getuigde Collins nog steeds over een grote dosis humor te beschikken want toen Hackett vooraf wat aan het worstelen was met (het stemmen van) zijn gitaar en dito pedalen, moest Collins er om lachen en voegde er zelfrelativerend aan toe dat dit blijkbaar de manier is hoe met een classic binnen het Orange Juice repertorium wordt omgesprongen.

Anderhalf uur zijn we getuige geweest van een muzikant die heeft leren leven met zijn beperkingen. Het concert betrof geen zielige vertoning noch een bikkelharde confrontatie met menselijk leed. Eerder straalde het positivisme en blijdschap uit en had het iets weg van een hartverwarmende vertoning binnen familiale sfeer. Getuige ook het feit dat achter de schermen de nauwlettende entourage – met Grace Maxwell op kop – bekommerd maar vooral trots en ontroerd toekeek naar het verloop en de manier waarop de aanwezigen enthousiast de nummers onthaalden.
Wat het publiek voorgeschoteld kreeg, was geen weergaloos concert maar wel een goede vertoning. Met een mix van nagelnieuwe nummers en een terugblik op het verleden was er voor elk wat wils. En niet te vergeten: we waren niet de enigen die stilletjes hoopten maar eigenlijk niet meer verwachtten om Collins ooit nog op een dusdanig waardige manier de schatkist van Orange Juice live te zien (en vooral horen) openen. De fans trakteerden op een groot applaus en respect.

En dit vormt zeker geen eindpunt. Collins heeft een nieuw platenlabel, ‘The Artisans’ (tevens een nummer van Orange Juice), opgericht en neemt daarbij ook productioneel enkele jongere groepen onder de arm. Een voorbeeld daarvan zijn de van origine Duits maar in Londen residerende The Kinbeats. Zij mochten trouwens in de AB Club het voorprogramma van Collins doen. Met hun samenzang en zeemzoete muziek brachten de drie broers Arthur, Patrick en Paul samen met hun neefje Bart een niet onaardige set maar nummers als “Luh Luh Love” (heel goed geluisterd naar de outro van “Hey Jude” van The Beatles), “You’re My Religion” (volgend jaar de eerste single), of “Sail Away” (zomers en refererend aan de indiepop van het gewezen groepje Dodgy) klonken zo vederlicht dat ze voorbij waaiden zonder de kans te krijgen om in het gehoor te blijven liggen. Enkel “We Don’t Wanna Wake Up” vertoonde wat eigenheid en was voorzien van weerhaakjes door de snedige gitaren.

Setlist Edwyn Collins
Loosing Sleep, Dying Day, What Presence, Make Me Feel Again, Wheels Of Love,, Consolation Prize, What Is My Role?, It Dawns On Me, Home Again, Humble, Falling And Laughing, Rip It Up, Do It Again, Don’t Shilly Shally, A Girl Like Yoo
Bis: Searching For The Truth, One Track Mind, In Your Eyes, Blue Boy

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Simply Red

Simply Red: een stijlvol en waardig ‘Farewell’ afscheid

Geschreven door

Simply Red zet er nu definitief een punt achter … Vorig jaar werd het al eens aangekondigd met twee afscheidsconcerten, maar de succesvolle tour breidde er nog een jaartje aan. Mick Hucknall gaat zich ten volle concentreren op een solocarrière. Met een ‘Farewell’ tournee die hen de wereld rond brengt, wuift men de fans uit in stijl. Mick Hucknall moet zowat de bekendste roodharige zanger ter wereld zijn. Alom geprezen voor zijn unieke stemkwaliteit, had hij grote successen onder de naam Simply Red. Met goed gekozen bewerkingen van relatief onbekende nummers als “Money’s Too Tight (To mention)” (oorspronkelijk van The Valentine Brothers) en “If You Don’t Know Me By Now” (van Harold Melvin & The Blue Notes) manifesteerde hij zich binnen de kortste keren als een blijver. Het album ’Stars’ (91) was een schot in de roos. Het was gedurende zowat 2 jaar het best verkopende album in Groot Brittannië. Een prestatie die kan tellen.

De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen voor dit unieke laatste afscheidsconcert. Als opwarmertje kregen we op de videowalls de gebeurtenissen van de laatste 25 jaar in clipvorm met daarbij horende Simply Red nummers. Er is heel wat gebeurd in die tijd van nieuwsfeiten en muzikale topics, maar de stem van de zanger klonk van bij het eerste nummer nog even indringend, helder en emotievol. De lantaarns met het rode licht op het podium gaven het juiste late-evening gevoel en brachten ons in de sfeer van een nachtclub. Andere showattributen heeft deze groep niet nodig.
Een uitstekende stem en dito band waren voldoende voor een heerlijke mengeling van pop, soul, jazz en reggae. Na een rustig begin kwam de hitmachine op gang. “For your babies”, “Holding back the years” en “Stars” waren de aanzet om het publiek voor de rest van het optreden recht te laten staan. Onverstoorbaar en steevast met zonnebril op zong Mick de ene hit na de andere, “It’s Only Love”, “Sunrise” en“The Right Thing”; het was duidelijk, hiervoor was het publiek gekomen. De band pakte het publiek moeiteloos in.

De onvermijdelijke bisnummers kwamen er vlugger aan dan gedacht. “
Money’s to Tight (To Mention )”, “Something got me Started” en met “If You Don’t Know Me By Know” besloten in schoonheid de ‘Farewell’ tour. Mick bedankte zichtbaar ontroerd het enthousiaste publiek voor deze avond en de voorbije 25 jaar.

Setlist
1 You Mirror 2 Thrill me 3 So Not Over you 4 Night Nurse 5 Enough 6 Say You Love me 7 For Your Babies 8 Holding Back The Years 9 Stars 10 It’s Only love 11 Sunrise 12 Fake 13 Come To My Aid 14 The Right Thing 15 Ain’t That A lot of Love 16 Fairground
Bis 17 Money’s to Tight (To Mention) 18 Something Got Me Started 19 If You Don’t Know Me By Know

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Little Annie & Baby Dee

Little Annie and Baby Dee - Cabaret met een lach en een traan

Geschreven door

Dat het leven niet altijd een rechtvaardig gegeven is, weten we al langer dan vandaag maar deze levensfilosofie etaleert zich bij de ene mens al wat beter dan bij de andere. Neem nu, Baby Dee bijvoorbeeld, die te gast was in de Gentse Charlatan.
Deze 57-jarige transseksueel mag tot haar vriendenkring mensen als Antony Hegarty, Dave Tibet of Marc Almond rekenen maar ondanks de vele superlatieven die de pers reeds jaren naar haar hoofd kegelt, ziet het er naar uit dat zij nooit tot dat groepje gelukkigen zal behoren die voor overvolle zalen haar levenslied mag verkondigen.
Was Baby Dee een viertal jaar geleden nog te gast bij Current 93 in het Antwerpse Luchtbaltheater of kon zij twee jaar geleden nog een AB-club doen vollopen dan moet zij anno 2010 genoegen nemen met een Charlatan die al gauw voor de helft leeg bleek te zijn. Misschien waren het wel de gevaarlijke wegen die verhinderden dat het een massatoeloop werd, maar aan Baby Dee zelf, zal het niet gelegen hebben ook al spraken haar eerste woorden als de legendarische boekdelen.
Zeg zelf, een introductie als “Hi I’m Dee and I’m an alcoholic” zegt meer dan genoeg.
Baby Dee is een transseksueel die alle glam uit haar leven gemist heeft, zowel letterlijk als figuurlijk want eigenlijk kan je deze travestiet nog het best vergelijken met een gezellige oma maar wel één die weet wat de precieze betekenis is van de heilige drievuldigheid: sex, drugs en rock ’n roll.
Deze multi-artiest die als geen ander de harp kan bespelen en daardoor in bepaalde kringen beroemd werd, verkoos voor deze avond echter het gezelschap van een eenzame piano waarbij een prentkaartje van een koe en een interactief publiek haar enige metgezellen in dit cynische tranendal waren.
Ook al werkten haar ervaringen uit haar New Yorkse nachtleven soms op de lachspieren, bezat het ook een hoge dosis tragiek waarbij je niet wist of je het nu moest uitschateren of de zakdoek moest gaan bovenhalen.
Ook al lijkt deze dame een geboren atheïst, kunnen we er toch niet omheen om te denken dat indien God ooit een mens zou geschapen hebben die het midden houdt tussen Marlene Dietrich en Tom Waits haar naam wel eens Baby Dee zou kunnen zijn.
Na een tiental cabaretachtige nummertjes kondigde Baby Dee die andere vreemde creatuur, Little Annie aan.

Little Annie is allesbehalve een nieuweling in de muziekscène want deze extravagante dame stond reeds drie decennia terug onder de naam van Annie Anxiety aan de wieg van wat ooit Crass was. Later ging ze met de noise-indus pioniers Coil in zee om zo nog later aan de zijde van Marc Almond in uitverkochte zalen te staan. Een carrière die gepaard ging met overdadig drankgebruik laat ook zijn sporen na en dat merkte je ook tijdens dit dronkemansonderonsje dat weliswaar grootse kippenvelmomenten kende.
Zoals het cliché het zegt, hadden de afwezigen terug ongelijk want meteen bracht je Annie’s doorrookte stem onder in de categorie van Marianne Faithfull, Edith Piaf en Nico en als je dit nog eens in een cabaretachtige sfeer weet om te kleden, heb je al gauw iets magisch.
Naast eigen nummers mochten we ook genieten van eigenzinnige maar bloedstollende versies van Tina Turner’s “Private Dancer” of Jacques Brel’s “Ne me quitte pas”.

Little Annie en Baby Dee slaagden er gisteren in om de kille Charlatan om te transformeren in een bruisende New Yorkse nachtclub waar het meer dan aangenaam vertoeven was. We konden twee uitzonderlijke talenten gadeslaan die ontheven zijn van veel aards geluk maar wiens soelaas de whiskyfles geworden is en daar een prachtige soundtrack voor hebben neergepend.

Organisatie: Democrazy, Gent 

Beoordeling

Triggerfinger

De rock’n’roll trigger van Triggerfinger

Geschreven door

Ons eigen Triggerfinger weet als geen ander zichzelf uit te vinden, in die zin van dat de vingers letterlijk aan de trekkers (snaren) en de stokken (drumsticks) hangen en kleven. De charismatische band wist in geen tijd de twee AB concerten uit te verkopen. Een verlengd weekendje zat er aan te komen. En terecht, drie concerten op rij, die de pas verschenen derde cd ‘All this dancin’around’ ondersteunen en elan geven. Opgenomen in LA , onder de hand genomen van Greg Gordon, (van o.m. Wolfmother en Slayer ) en naar de studio trekken waar Nirvana al kwam.
Ze blijven gewoon zichzelf, de drie heren in maatpak en das, zonder scrupules, instrumenten inpluggen en ‘let it ride’ … Scherpe rock’n’ roll, retestrak, power, snoeihard, zompig, rauw, ruw, maar met een zacht zalvend randje, dat een broeierige, slepende intensiteit heeft. Triggerfinger vormde in het voorjaar nog een eenheid met de Black Box Revelation en Iggy in de Zénith, Lille, wat een avondje ‘extremely raw power …’ was. En nu staat de band erop voor drie MIA nominaties …

De tijden van optredens rond de kerktoren is definitief voorbij (remember 2005!). Al van de tweede cd lonkte het clubcircuit en met de derde plaat kan het niet anders dan dat de grotere capaciteitszalen lonken … Ruben Block (gitaar/zang), Mario Goossens (drums) en Monsieur Paul van Bruynstegem zijn een goed geoliede machine, hebben een tomeloze inzet en brengen een energieke, dynamische, emotievolle set. Chique! In strak pak en das stonden ze en genoten ze volop van de uitzinnige menigte in een nokvolle AB!
Zinderende garage retrorock’n’roll met stoner/bluesslides, met staaltjes prachtig gitaarwerk dito - soli, krachtige drums en bezwerende bas. De Led Zepps, B Sabbats, ZZ Tops, Masters Of Reality, QOSA en Grinderman’s vlogen om de oren in de anderhalf uur durende gig. De jonge wolven van de Black Box treden in de voetsporen van de afgelikte schoenen van het trio.
Op een Red Devil tune (remember this band!) kregen we meteen enkele knallers van de nieuwe cd, “I’m coming for you” en de titelsong en single van de derde cd. Onder de indruk waren we van het intens beheerste gitaarspel van Block.
Zijn smachtende interacties en droge humor tussenin pasten in een concept van de films van Quentin Tarantino. Een sensuele prikkeling. Goossens leefde zich ook al van in het begin uit en gaf een stampende drumsolo op “Shorttime memory love”.
Uitermate gedoseerd en geconcentreerd ging het trio te werk en hielden met “Lil’ teaser” het tempo hoog, strak en bedreven. Een op Cave- Ellis’ duivelse begeestering spietsten ze tussen de oren met “My baby’s got a gun”, een slepende, spannende opbouw, mooi uitgesponnen, die ging van een sobere naar een explosieve instrumentatie, ondersteund door huiveringwekkende vocals en een zwevende galmzang. Prachtig, heerlijk! “Camaro” leunde het dichtst bij de psychedelica Led Zepp’s van hun tijd en het rusteloze “Hunt you down” kon de pistoolschoten afvuren naar een knallende en slopende “First taste”, “Is it” en “On my knees”. De rock’n’ rollende halfgoden pijnigden hun gitaar, bas en drums en de versterkers stonden onder forse druk. Mokerslagen dus. Gewoonweg schitterend.
In de bis bleef de broeierige spanning maar aanhouden. Een sfeervol, wazig ‘filmische noir’ landschap trokken ze op in “All night long” (Ray Charles cover btw!) en “It hasn’t gone away”, die kippenvelmomenten opleverden en solliciteerden voor de bruine kroeg. Door de drive en de licks vlamden “Let it ride” en “Cherry”. Traditiegetrouw sloten ze af met CCR’s “Commotion” … rijk, hitsig, vinnig, venijnig, intens doorleefd, pakkend en bruisend door de wisselwerkingen en de soli!

Triggerfinger gaf een stomend straf, aangenaam concert … een  ruwe bolster in een blanke pit … moet er hier écht nog (meer) zand zijn?!

Support Poltrock Piano Explosion, het eenmansproject van David Poltrock gidste ons op z’n piano een aaneenrijgen van pop en rockclassics waaronder Survivor, Black Sabbath, Deep Purple, Led Zeppelin, QOSA en Abba. Hard, zacht en halfzacht. Knap en leuk. Herkenningstunes voor muziekquizers onder ons …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pagina 311 van 386