logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Kreator - 25/03...
Concertreviews

Chris Isaak

Chris Isaak of hoe de AB een avondje Las Vegas werd …

Geschreven door

Het heeft meer dan 7 jaar geduurd vooraleer er een nieuwe cd van Chris Isaak in de winkelrekken lag maar met de nieuwe ‘Mr Lucky’ is deze 54-jarige rocker uit Californië er weer helemaal terug.
“Niet dat ik ooit ben weg geweest,” zei Chris Isaak onlangs tijdens een interview met De Rode Loper maar ik was gewoon bezig met mijn televisieshow. “Ik weet dat ik een gelukkige vent ben want ik besef maar al te goed dat er veel mensen zijn die dagelijks een job moeten uitoefenen die ze haten. Ik doe het nog steeds graag, er zijn artiesten die verzekeringen afsluiten voor het geval ze niet komen opdagen. Als je mij niet ziet op een concert betekent het gewoon dat ik dood ben”.
En dat dit niet zomaar loze woorden zijn, werd gisteren ruimschoots bewezen. Toen deze legendarische rocker op het podium verscheen in een rood glimmerpak werd meteen bij opener “I’m lonely with a broken heart” de duckwalk ingezet en dat werd meteen het sein dat dit een avondje onvergetelijke rock’n’ roll zou worden.
Dat het ook niet het soort concert ging worden waarbij het publiek met tegenzin een nieuwe cd moest aanhoren werd meteen duidelijk bij het tweede nummer “Dancin’” waarbij bewezen werd wat we al lang wisten, dit is een artiest die van zijn publiek houdt. De rimpels zijn er zonder twijfel bijgekomen maar de energie is gelukkig gebleven, net als die zalige jodelstem die ons (en dat zou ook later nog eens blijken) herinneringen deed oproepen aan die andere legende, Roy Orbinson.
“Thanks a lot for coming to see live music, we really appreciate it. Tonight it’s going to be like Woodstock” en zo begon Chris meteen aan zijn croonerversie van “Love me tender” van Elvis. Het werd een zeer speciale versie waar men in de AB nog lang zal over naspreken want
plots wandelde Chris, weliswaar begeleid door twee bodyguards, van het podium en baande zich een weg doorheen de AB. Deze miniuitstap deed niet alleen de volledige zaal aan, maar ook het balkon en de tribune. Het gebeurt niet elke dag dat je op 30 cm van je aangezicht Chris Isaak Elvis ziet vertolken en op zo’n avond kan je maar één slogan bedenken: ‘Viva Las Vegas!
Op het moment dat iedereen bekomen was van deze ongewone verrassing begon Chris aan zijn eigen triomf, “Wicked Game”,  en meteen had menig concertganger weer de videoclip met de mooie Helena Christensen voor ogen en met weemoed dacht je terug aan de dagen toen het nog 1986 was. Eighties voor een paar ogenblikken want daarna waande je je in de fifties doordat dit fijn rock’n rollconcertje ook nog eens voorzien werd van een gospelmoment (wat trouwens prachtig uitgevoerd werd door zijn trouwe band met wie hij nu ondertussen ruim 25 jaar op de planken staat).
“Take my heart” werd het popcorngedeelte en ook de latere (maar zeker niet minderwaardige) kleine radiohitjes zoals “One Day” of “San Francisco Days” gingen niet onopgemerkt aan het publiek voorbij. Deze rocker schrikt er geenszins voor om alle clichés uit de oude rock’n’ rollkast te halen, zeker niet als hij tijdens de bis in een zilveren glitterkostuum verschijnt die zelfs door onze eigen Voice Of Europe zou geweigerd worden, maar geen mens die hier erg in heeft want een artiest die zich anderhalf uur volop voor zijn publiek gegeven heeft,  vergeef je nu eenmaal alles!
Als toegift volgden “Blue Hotel” en de ode aan zijn grote voorbeeld, Roy Orbinson : een prachtige, getrouwe versie van de oerklassieker “Pretty Woman” die misschien niks vernieuwend bracht, maar het kwam wel recht uit het hart.

Onder luid applaus werd Chris Isaak teruggeroepen en met opgeheven hoofd liet hij de zaal verstaan dat hij niet alleen zijn hard verpand heeft aan zijn muziek, maar ook aan dat van zijn publiek….

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Deftones

Zelfverzekerde Deftones serveren withete alt.metal

Geschreven door

Beste muziekliefhebber, welke verschrikkelijke trauma’s heeft U mogelijks over gehouden aan de term ‘nu-metal’? De kans is groot dat het ego van Limp Bizkit frontman Fred Durst, de ontspoorde doedelzak van Korn opperhoofd Jonathan Davis of de hapklare raprock van Linkin Park in dit verband een belletje doen rinkelen. Ook de uit Sacramento, CA afkomstige Deftones leken heel even op weg om de zoveelste nu-metal act in rij te worden, maar sinds het verschijnen van hun mijlpaal en voorlopige magnum opus ‘White Pony’ in 2000 denken we daar heel anders over. Frontman Chino Moreno liet zich op dit album naar eigen zeggen inspireren door de zangstijl van PJ Harvey en evolueerde hierdoor van indrukwekkende brulboei tot meester in hard-zacht nuances. Deftones verheffen lawaai tot kunst, en draperen hun gitaarmuren bij gelegenheid met etherische soundscapes.
Moreno & co zijn nooit echt vrolijke jongens geweest, en daar kwam zeker geen verandering in toen twee jaar terug bassist Chi Cheng na een autocrash in een maandenlange coma belandde. Het album dat op dat moment bijna een feit was, met als werktitel ‘Eros’, werd prompt verbannen naar de kluizen. Deftones werkten met voormalig Quicksand bassist Sergio Vega hun tourverplichtingen af, wat hen vorige zomer o.a. op Pukkelpop bracht, en doken met Vega vervolgens de studio in voor de opnames van het vorige maand verschenen ‘Diamond Eyes’. Met dit nieuw werkstuk keren Deftones overtuigend terug van nooit echt weggeweest, en lijkt de groep nog steeds heel erg populair getuige de druk bezochte ruilkassa die de AB vlak voor de aftrap van dit uitverkochte optreden opende.

Het publiek kon zich geen betere opener wensen dan “Diamond Eyes”, titelnummer en tevens nieuwe single uit de jongste Deftones worp. Een aanzwellende synth intro van Frank Delgado, een kurkdroge riff van Stephen Carpenter, het akelig strakke ritme van tandem Sergio Vega en Abe Cunningham, en de melancholische zang links en rechts onderbroken door een manische oerschreeuw van Moreno: de nummers op het jongste album mogen dan al wat minder experimenteel dan vroeger klinken, aan het beproefde recept lijkt de groep weinig te hebben gesleuteld. De groep liet van meet af aan een heel ontspannen doch gretige indruk, en zoals steeds moest Moreno maar weinig moeite doen om alle aandacht naar zich toe te trekken. De ooit zo imposante frontman heeft intussen de nodige kilootjes verloren, en leek hierdoor -in alle betekenissen van het woord- scherper dan ooit te staan. Tussen zijn monitors staat gewoontegetrouw een voetbankje verscholen opgesteld van waarop Moreno het legioen Deftones aanhangers begroet, observeert en ophitst. Alsof dat laatste nog nodig was wanneer reeds vroeg in de set met “Feiticeira”, “Knife Party” en “Elite” drie klassiekers op rij uit het meesterlijke ‘White Pony’ gloeiend heet werden opgediend. De songs kregen bovendien nog wat extra dimensie door sobere spooky visuals.
Na een vlammende start namen Moreno & co wat gas terug met het epische “You’ve Seen The Butcher” en vooral met “Sextape”, een luchtig doch bloedmooi popnummer waar ook Faith No More vroeger meer dan eens mee weggekomen is. Wat er ons meteen ook deed aan herinneren dat, net als Mike Patton, ook Chino Moreno over een indrukwekkend breed stembereik beschikt dat zowel fluisterend, croonend als schreeuwend onder je vel kruipt. Geen wonder dus dat Moreno’s strot nu en dan wel een slokje kruidenthee kon gebruiken, zeker als je er vervolgens ook nog een heerlijk oudje als “Minerva” moet uitpersen. Zelfverzekerd en zichtbaar genietend van de publieksrespons wisselde de groep dergelijke oudjes af met het nieuwe werk waarvan wij vooral het heerlijk dreigende “Prince” en een alweer opvallend melodieus “Beauty School” onthouden.
De finale werd ingezet met een trits nummers uit het doorbraakalbum ‘Around The Fur’ (1997); voor zover dat nog niet gebeurt was veerden nu ook de oudere fans recht op de tonen van “Be Quiet And Drive (Far Away)”, “Around The Fur” en het onvermijdelijke “My Own Summer (Shove It)”. De kers op de taart kwam er met alweer twee prijsbeesten uit ‘White Pony’. Ook zonder het gigantische strot van Tool’s James Maynard Keenan blijft “Passenger” moeiteloos overeind, en met “Change (In The House Of Flies)” hebben ook de Deftones na twee decennia zwoegen hun eigen “Stairway To Heaven” te pakken.

Na een zowel voor groep als publiek uitputtende set kwamen de Californiërs nog één keer de neus aan het venster steken met twee nummers die vooral de fans van het eerste uur moesten plezieren. “Root” is een korte en felle crossover eruptie daterend uit de tijd dat Deftones nog druk op zoek waren naar een eigen muzikale identiteit, en pronkt op het debuut ‘Adrenaline’ uit ’95. Uit datzelfde debuut werd “7 Words” als slotakkoord en als broederlijke steunbetuiging aan de inmiddels langzaam revaliderende bassist Cheng geserveerd.
“Was dit dan een perfect optreden?” hoor ik U dan denken. Wel, we moeten hard ons best doen om daar iets tegen in te brengen. Geen nummers uit het ferm onderschatte vorige album ‘Saturday Night Wrist’, en dus ook geen “Hole In The Earth” of “Cherry Waves”? Teveel pauzes tussen de nummers? Nee, onbelangrijke zaken laten we liever aan de politiek over. We zijn al dik tevreden dat Deftones met verve hun derde decennium als alt.metal pioniers lijken in te gaan.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Marina & The Diamonds

Marina & The Diamonds: frisse speelsheid van een popdiva-in-wording

Geschreven door

De 24 jarige half Welshe, half Griekse Marina Diamandis schiet de hoogte in met het debuut ‘The family jewels’, frisse, zwierige hitparade en balladpop, voorzien van een stevige scheut elektronica, bombast, galm en kitsch en die een mate van theatraliteit en dramatiek uitstralen. Een meerwaarde is alvast de uitbundigheid, de levenslust en zelfverzekerde houding van de mooi ogende jonge Diamandis, die over een expressieve stem beschikt. Ze voelt zich duidelijk goed in haar vel. Ze entertaint haar fans door haar performance en choreografie. Mooi is het allemaal, de act, de attributen en de kledingwissel met een gepaste dosis zelfrelativering.
De singles “Hollywood” en “Mowgli’s Road” kregen al heel wat airplay en zorgden ervoor dat ze binnen de ganse rits vrouwelijke opkomende artiesten Ellie Goulding, Little Boots, La Roux, Florence Welsch en Kesha al haar plaatsje innam. Trouwens, ze eindigde nog tweede in de race naar de BBC’s sounds of 2010. Tja, ze kijkt op naar artiesten als Gwen Stefani, Britney Spears, Kate Perry en de gadgets van Lilly Allen en Lady Gaga. Op een speels enthousiaste wijze verwerkt ze er invloeden van. Maar ook de intimiteit van een Regina Spektor en Heather Nova, de wave van Toni Halliday van het oude Curve, Catherine Ringer van Les Rita Mitsouko en Natasha Khan van Bat For Lashes. En tot slot kunnen we niet omheen Amanda Palmer (Dresden Dolls) en Kate Bush in de gimmick, de gig en de muziek.

Een goed uur lang kregen we deze zaken voorgeschoteld van Marina & The Diamonds en flitsten de invloeden ons door het hoofd. Ze goochelde maar al te graag met haar stem en ondanks het feit dat het er misschien soms over was, hielden we van de frisheid, de groovende, huppelende ritmes en haar uitstraling. In de eerste songs “Girls”, “17”, “The outsider”, “I am not a robot” en “Oh no” was het duidelijk dat zij zich ontpopte als een grootse popdiva-in-wording en dat ze er stond als artieste. De synths en toetsen gaven kleur en dynamiek. De singer/songwritster in haar kwam naar boven in het ingetogen “Numb” dat ze solo speelde op piano en “Obsessions”, die een spannende opbouw had. Op “Shampain” hoorden we zwaar aangezette partijen en een disco tune, die net als de single “Hollywood” en “Guilty” de nokvolle Rotonde aanzette tot de eerste danspassen. Ook het nieuwe “Rootless” bleek een veelbelovend nummer.
In de bis keken we eerst op naar de lingerie die in haar kleedje was verwerkt en kregen we een stevige “Mowgli’s road”, die de diverse stijlen van haar sound overtuigend samenvatte …

Ondanks de stijgende populariteit waande ze zich in haar living room. De toekomst wenkt van een grootse artieste, die performance, entertainment en gig evenwichtig verdeelde …als een volleerde actrice en zangeres ging ze te werk, zoals op een reclamespot … je bent jong, spontaan en joviaal … je wilt wat … én je kan wat … Die kans nam ze … en wij namen de kans met beide handen om haar nog te zien in de kleine pittoreske Rotonde …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Band of Skulls

Band Of Skulls: rock’n’roll pur sang

Geschreven door

Trouwe Botaniquebezoekers weten het ondertussen reeds langer dan vandaag … een verstandig muziekfan is beter op tijd want meestal zijn de voorprogramma’s nieuwe ontdekkingen die wel eens groot zouden konden worden.
Gisteren konden we reeds het Ierse Sisters Lovers bewonderen bij Kate Nash maar vandaag koos de Botanique voor nieuw Belgisch (nu ja, half Italiaans) talent met de groep Romano Nervoso.
Meteen bleek dat de groep zijn naam niet gestolen heeft want vanaf de eerste momenten gedroeg zanger
Giacomo Panarisi zich als een Mike Patton in zijn jonge dagen. Al snel bleek het podium voor deze mens te klein en razend enthousiast liep hij doorheen de Rotonde op zoek naar vrouwelijk schoon, en vooral op zoek naar waar deze groep recht op heeft : een beetje erkenning.
Toegegeven, Waalse topbands zijn op je één hand te delen maar deze groep maakte een soort van aanstekelijke stonerock die verrijkt was met invloeden als de vroegere ZZ Top of Wolfmother, maar vooral door een waslijst van groepen die de jaren ’70 onveilig maakten (en dan grabbelen we terug in onze platenbakken om ergens uit te komen bij Thin Lizzy).
Giacomo is zonder twijfel één van de meest aangename podiumbeesten die ik gezien heb, zonder ooit zijn waardigheid te verliezen en natuurlijk kon deze grapjas het niet laten om naar de huidige Belgische politiek te verwijzen en in twee talen sprak onze vriend zijn wens uit dat België vooral België mocht blijven.  Om dit te staven kwam onze lolbroek op het einde van het optreden plots opdraven met een gemeentebord van La Louvière … neen, we zien niet alle dagen zo’n act maar dit waren geen amateurs, dit was Waalse klasserock die je een kans moet geven….

Klasserock was wel het minste wat je van de nieuwe belofte Band Of Skulls kan zeggen. Russell, Emma en Matt mogen dan wel Brits zijn tot op het bot, toch klinkt hun debuut ‘Baby Darling Doll Face Honey’ zeer Amerikaans en meteen denk je aan fantastische releases op Touch & Go Records, of zoiets als Subpop in de begindagen. Blijkbaar heeft ook het Belgische publiek dit begrepen want de Rotonde zat goed gevuld ook al was het niet zo lang geleden dat dit trio hun showcase gaf in de Witloofbar, en zanger Russell Marsden kon het dan ook niet laten om hier een grapje over te maken, “Last time we were here, we played in the basement”. Als er zoiets als een Botanique-hiërarchie bestaat, dan spelen deze Engelsen de volgende keer in de Orangerie want dit was één van de fijnste concerten die ik de laatste tijd mocht aanschouwen.

Het geluid van deze mensen is quasi perfect te noemen. Emma’s bass trilt zo hard dat je daadwerkelijk de Rotonde voelt trillen terwijl Russell over een ongelooflijk breed gamma van pedalen beschikt en die ook daadwerkelijk gebruikt. Trouwens zelden gezien maar bij bijna elk nummer kreeg Russel een andere gitaar toegediend wat Band Of Skulls deed aanvoelen als een groep die over oceanen van gitaargeluiden beschikt.
Soms is het psychedelisch, soms denk je aan Kings Of Leon, soms denk je aan Galaxie 500, soms aan de onderschatte Nikki Sudden, even zelfs aan Neil Young maar binnen een paar jaar zal je vooral aan Band Of Skulls denken want deze groep heeft alles in zich om zeer groots te worden.
Rock ’n’roll pur sang, maar zeker niet met het verstand op nul. Prachtconcert en meer moet je daar niet aan toevoegen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Jamie Cullum

Jamie Cullum - Jazzy Jamie goes pop

Geschreven door

Jamie Cullum slaagde er misschien niet in Vorst Nationaal helemaal te vullen, maar zij die erbij waren in de ‘Club’ begin juni 2010 stroomden neuriënd buiten, vol- en aangestoken door de energieboost van de Engelse pianist-singer die steeds meer het jazzpad links laat liggen en zich tot een poppy entertainer ontwikkeld heeft.
The Pursuit’ (November 2009) heet – na ‘Twentysomething’ en ‘Catching Tales’ het meest experimentele van zijn drie full albums te zijn. In elk geval is het de plaat waar hij het langst over deed, zo’n kleine vier jaar toch. Zijn concerten blijven echter even experimenteel als gedegen en gedreven. Jazz, ja zeker, maar zo veel meer. Zo veel lekkers ook. En niet enkel voor de vrouwelijke fans onder ons.

Klokslag 21u – na de matige opwarmer van Lauren Pritchard – sneed de virtuoos een volle twee uur durende musiccake aan met zijn hit “I’m all over it”: stevig meteen maar het catchy refrein had weinig tijd om te blijven hangen, want er waren nog zo veel andere indrukken op komst. ”Just One Of Those Things” bijvoorbeeld, de opener van zijn laatste cd, volgde gedwee. Beetje speciaal qua zang, maar met een leuke jazzy groove en met een sax-moment om dan al u tegen te zeggen. Dat was één van de weinige momenten dat zijn band uit de schaduw mocht treden, want het was overduidelijk de Jamie Cullum show met de witte spot vooral op hem gericht. Even waren er wat probleempjes met het geluid, maar die werden snel – zij het niet onopvallend - recht gezet en aan Cullum zelf viel niets te merken.
Van romantisch over jazz naar uptempo terug nog offtempo, hij wist zich te ontpoppen tot een nog veelzijdiger muzikant in het bijzonder, artiest in het algemeen. En hij pikt en vervormt, maar met een duidelijke meerwaarde. “Don't Stop The Music” van Rihanna kreeg een experimenteel kleedje en het stond mooi. Echt en eerlijk, verrassend sexy incluis. “Twenty Something” liet hij door de contrabas sterk eindigen. De zaal ging even alleen door na de laatste haal en Mister Jamie pikte er gewiekst op in. “Photograph”  zette dan weer even zachtjes de drummer op de voorgrond en Cullum ging zichzelf samplend verder terwijl hij – zijn gekend en publiekopwindend trucje – zijn piano op een klopronde trakteerde. “These are the days” zorgde opnieuw voor lekkere ambi in Vorst en even zette hij bij “We run things” het feestje zelfs zonder micro voort. Bij ,Het eerste dat je ons ooit hoorde spelen’ ging de zaal weer zachtjes meewiegen: “What a difference a day makes”, een schitterend duel-duet met de sax trouwens! Zijn contrabas mocht dan weer intens “I get a kick out of you”  inzetten vooraleer hij Gene Kelly arm in arm liet dansen met Rihanna, natuurlijk al ‘zingend in de rain’ onder haar ‘umbrella’.
Had El Jamie het ooit gelezen van de schaal van Richter die Vorst op zijn kaart zette toen Faithless er passeerde? In elk geval was zijn “Let’s make this building shake” een vingerwijzing die insloeg. Met de nodige “ooo-ooo”-momenten lukte het wel. En dan was het plots 23 uur en zij waren af. Het publiek zong verder en de band keerde snel terug voor nog twee bissertjes. Eerst het enthousiaste “Wind cries merry” en daarna kuste Cullum helemaal alleen met het ingetogen “Grand Torino”, de titeltrack van de gelijknamige film van Clint Eastwood, zijn fans genacht.

Wie er nog mocht aan twijfelen: Jamie Cullum is niet langer dat jazzpianist-artiestje. Hij is een gefortuneerd entertainer die voor iedereen muziek wil maken. Noem het poppy, wij noemen het sterk.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Megadeth

Megadeth, RIP 1990 – 2010, … doet zijn naam alle eer aan

Geschreven door

Persoonlijk had ik Megadeth al veel eerder willen en moeten zien, maar op één of andere duistere reden was me dit nog niet gegund. Ik keek er dan ook naar uit de Amerikaanse thrash metal band rond Dave Mustaine op 8 juni in de Brusselse AB te aanschouwen.
Megadeth mag gerust gezien worden als één van de pioniers van de thrash metal. De band werd omstreeks 1983 opgericht in Los Angeles door gitarist en zanger Dave Mustaine, die het Metallica nest had moeten verlaten.
Binnen zijn eigen band kreeg hij de kans om zijn uniek stemgeluid en virtuoos gitaarwerk ten volle te brengen en dat zijn net de twee zaken zijn, die karakteristiek zijn voor het Megadeth oeuvre. De band kende door de jaren heen heel wat veranderingen in de line-up, maar behaalde desondanks ook heel wat successen met ondermeer ‘Rust in Peace’ (1990) en ‘Countdown to Extinction’ (1992). In 2002 was Dave Mustaine verplicht de nodige rust te nemen na ernstige zenuwbeschadiging in zijn linkerarm. Maar Megadeth en Mustaine herrezen in 2004 met ‘The System Has Failed’, gevolgd door ‘United Abominations’ in 2007. Het recentste wapenfeit van Megadeth stamt uit 2009 en werd ‘Endgame’ gedoopt. Deze tournee was echter aangekondigd als ‘Rust in Peace 1990 – 2010’, dus ik verwachtte weinig nieuw materiaal.

Vooraleer Megadeth, met bezetting Dave Mustaine, Chris Broderick David Ellefson en Shawn Drover, het podium betrad werd de AB opgewarmd door Halestorm. Een Amerikaanse rockband die al een hele tijd actief is en momenteel aan populariteit wint. Dat kan te maken hebben met de knappe verschijning van zangeres- gitariste Lzzy en mogelijk ook met het drumwerk van showman Arejay, die niet verlegen is een drumsolo met megasticks te verzorgen. De band speelt strakke maar niet zo opmerkelijke rock.

Omstreeks 21u was de zaal tot de nok gevuld met Megadethfans van alle leeftijden, die luidkeels juichten bij de eerste tonen van de intro – een eigen versie van de intro van Black Sabbath's “Black Sabbath” – en de band enthousiast onthaalden. Megadeth ging in één lijn verder met ondermeer recent werk “Dialectic Chaos” en “Headcrusher” van op ‘Endgame’ en klassiek werk “Wake up Dead” uit het schitterende ‘Peace Sells … But Who’s Buying’. Toen was al duidelijk dat dit niet het optreden zou worden waar ik op gehoopt had. De klank werd geheel overstemd door de bassdrum en de stem van Mustaine, … Hij had ze duidelijk thuis gelaten, of Dave had er gewoon geen zin in.
Met een kort “Here we go” werd “Rust in Peace” aangezet en werden de nummers “Holy Wars… The Punishment Due”, Hangar 18” tot “Rust in Peace… Polaris” zondermeer afgehandeld. De klank was toen al bijgeregeld en de band hield er een stevig tempo op na, wat door het publiek wel degelijk gesmaakt werd. Maar op het podium werd weinig van dat enthousiasme overgenomen. Het enige lichtpunt was het onnavolgbaar en strak gitaarwerk van Dave Mustaine, die de ene riff na de andere afvuurde. Dat kan hij nog steeds als de beste, maar zijn teksten wauwelen tijdens deze show jammer genoeg ook. Gelukkig werd hij geregeld overstemd door het publiek dat er wél zin in had.
Na integraal RIP gespeeld te hebben ging Megadeth verder met “A Tout Le Monde” en met de woorden “These are the last words I’ll ever speak” hoopte ik dat dit de realiteit zou worden. De show ging echter verder met “Trust” en “Sweating Bullets”. Vanaf hier leek Megadeth de drive terug gevonden te hebben, maar het was vooral het enthousiaste publiek dat – ondanks alles – deze show redde en de klassieker “Symphony of Destruction” en toegift “Peace Sells” luid meebrulde.

De show was voor mezelf al iets eerder afgelopen. In de foyer van de AB vond ik een fris pintje en gelijkgestemden die – replicerend op mijn Tshirt – de ‘20 Years Strong Tournee, River Runs Red Live in Europe’ van Life Of Agony veel beter vonden. Vesten werden ondertussen uit de garderobe gehaald, de uittocht was al begonnen. In de zaal waren er gelukkig wel enthousiastelingen voor de performance van Megadeth. Als fan kan ik alleen hopen om in de toekomst nog een goed optreden van hen mee te maken, maar van deze show kan ik enkel beklemtonen dat Megadeth zijn naam waar maakte, het optreden was megadoods.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Kate Nash

Kate Nash: ruwe bolster, maar blanke pit?!

Geschreven door

De besprekingen van de tweede cd ‘My best friend of you’ van Kate Nash, intussen 23 geworden, zeggen allemaal hetzelfde: het jong charismatisch, verlegen meisje in het fleurige jurkje is volwassen geworden en heeft haar vrolijke, zwierige, swingende, frisse en indringende ‘60’s girl ‘bubblegum’ pop (ergens tussen Melanie, Lily Allen en The Pipettes) een verrassende wending gegeven naar girl ‘power’ rock, doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar afschreeuwt, maar nét niet uitspat! Toegegeven, er staan zwakkere songs op de cd, die z’n weerslag live kunnen hebben; en na de liveset van vanavond zijn we terecht bezorgd en ongerust hoe de toekomst van deze lady er zal uitzien, want we zagen een zorgwekkende set.

Van het zonnetje in huis en jeugdige onbezonnenheid was er geen sprake meer. Muzikaal haspelde het kwintet nogal de nummers af, het feminisme werd torenhoog in het vaandel gehouden en onderhuids drong de gelatenheid en onverschilligheid door, die ze maar af en toe doorprikte met haar predikende stijl; van haar band slaagde de bassist erin drie/vierde van de set het publiek de rug toe te keren en de andere leden keken bijna niet op.
De onschuldige, leuke, fijne en groovy dansbare pop was duidelijk op het achterplan geraakt. Er werd maar matig geput uit het debuut ‘Made of bricks’ wat het jonge vrouwvolkje wel ontgoochelde; we hoorden het aanstekelijke en de inleidende ‘friday night feeling’ van “Mouthwash” in het begin, de betoverende “Merry happy” en “Foundations”, middenin de set en een straf snedige “Pumpkin soup” als enige bis. Basta, daarmee was het verleden afgesloten. Het hier & nu van de tweede cd ‘My best friend of you’, drie jaar na haar debuut, kwam centraal te staan.
Nash, de ogen fel zwart gemaskeerd, begon alvast poppy aan de set met een broeierige “Paris”, en de huppelende ritmes van de eerste single “Doo wah doo” en “Kiss that grrrl”. Vroeger hoorden we nog wat vervolgen ‘60’s Motown music, maar dat werd opzij gezet door een rauwere, punky sound, gedragen door haar schreeuwerige vocals, die refereerden aan Karen O (Yeah Yeah Yeahs) en Nina Hagen, “Take me to a higher place” en “Don’t want to share the guilt” waren de eerste songs in die richting. Ze had haar toetsen en piano ingeruild voor gitaarlicks. Het publiek liet de nieuwe songs wat aan zich voorbij gaan. Ze kreeg wel de volledige aandacht op het solo gespeelde akoestische, ingetogen “I hate seagulls”.
Vervolgens neigde Nash met haar band naar een wisselvallige The Breeders en gingen ze deels de mist in op “I’ve got a secret”. Net als op “Mansion song” en “Model behaviour”, die ondanks de onverwachtse wendingen en de experimentjes uiterst gewaagd waren, maar stuurloos en onbeholpen een vreemd allegaartje samenbrachten. “I just love you more” gaf meer soelaas, was overtuigender en bracht Iggy’s “I wanna be your dog” en “Tame” van de Pixies samen.

Ze liet haar fans verdwaasd achter met een concert van ups & downs. Een jonge leeuwin met klauwen is ze wél geworden en muzikaal klinkt het ontspannende, leuke karakter ruwer en grimmiger.

De support was Sisters Lovers uit Ierland, die een handvol potentiële pretentieloze, puike gitaarsongs speelden. Ze hielden van Camper Van Beethoven en lieten ergens een meer afgelijnde Pavement horen. De songs hadden een broeierige, dromerige opbouw. Spannend verhaal dus van een veelbelovend bandje.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Harlem

Harlem: dartele veulens vallen live wat licht uit …

Geschreven door

Aangekondigd in het Beurskaffee bleek het concert door te gaan in de Zolderzaal die we na een ellenlange reeks trappen bereikten. Unieke locatie waaraan een prachtig terras hoog boven Brussel is gekoppeld en die tijdens de zomermaanden gebruikt wordt om enkele muziekfilms te projecteren. Ook hier dezelfde ziekte als in zoveel grote steden: veel te lang wachten om het optreden te laten beginnen waarna men de groep voortijdig laat stoppen. Het overkwam hier ook het Israëlische Tv Buddhas, die ik onlangs nog zag schitteren in de 4AD. Hier waren ze een stuk minder maar dat had veel te maken met de akoestiek. Hun aan de seventies schatplichtige harde rock bleef te veel galmen onder de metalen dakplaten. Toch was het weer genieten van die spetterende gitaren, een aan Zen Guerrilla herinnerende brulboei en een ,ondanks haar wel erg rudimentaire spel, adembenemende drumster.

Harlem, afkomstig uit Tucson, Arizona maar inmiddels verkast naar Austin, Texas, had minder te klagen van de klank maar toch bleek dit een slag in het water. Nochtans heeft dit drietal twee behoorlijk goeie platen uit met de niet mis te verstane titels ‘Free drugs’ en ‘Hippies’. Op vinyl weet hun rammelpop, een soort Black Lips light, wel te beklijven maar live viel dit veel te licht uit. De bandleden sprongen als dartele veulens in het rond maar dat kon niet verhelpen dat de voortdurende samenzang wat klungelachtig overkwam. Bovendien was zanger/drummer/gitarist Michael Coomers (het kan ook Curtis O'Mara geweest zijn, beiden spelen gitaar en drums en zingen en wisselen regelmatig van plaats) serieus dronken. Sommigen kunnen dit euvel ombuigen in een voordeel (cfr Jack Oblivian), hier was het ronduit gênant. Na zowat de hele ‘Hippies’ lp erdoor te hebben gejaagd volgden op het einde nog de krakers van de eerste plaat "Psychedelic tits" en "Caroline" maar zelfs dat kon het schip niet meer behoeden van het kapseizen. Maar misschien ben ik gewoon een ouwe zeur want zowat de ganse zaal stond zich in het zweet te dansen en wordt Harlem straks nog een hele grote.

Organisatie: Beursschouwburg, Brussel

Beoordeling

Pagina 322 van 386