logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
dEUS - 19/03/20...
Concertreviews

Grails

The Quest of the Holy Grails – Grails – een boeiende queeste

Geschreven door

De ongeïnspireerde start die Creature with the Atom Brain nam beloofde weinig goeds. Terwijl hun concerten in het verleden opgefleurd werden door het show-element dat ze middels hun opvallende outfits teweegbrachten, was er in Leuven geen afleiding voor de nogal flets gebrachte muziek te bespeuren. Al te vaak hoorden we clichématige seventies-rock die de spirit miste die we in het verleden wel al konden ontwaren tijdens hun live-sets. Slechts in de twee laatste songs hoorden we een lekkere groove maar toen was het kalf eigenlijk al lang verdronken. Het laatste nummer dat veelbelovend begon werd trouwens iets te lang gerekt om de spanningsboog strak te kunnen houden.

Na een verkwikkende pauze was het de beurt aan Grails, een groep die indruk maakte met hun eerste twee full-cd’s (‘The Burder of Hope’ en ‘Red Light’) die een mooie mengeling brachten van postrock en americana. De voorbije jaren wordt hun muziek gelardeerd met meer exotische, psychedelische en jazzy invloeden. Hun gevarieerde werk maakt het moeilijk om een voorbeeld te geven van een typische Grails-song, maar wij Belgen (althans tot nader order) verwijzen geïnteresseerden graag door naar “Belgian Wake-up Drill” zoals terug te vinden op de op plaat en CD gebundelde EP’s Black Tar Prophecies Vol's 1,2,&3’. Niet dat we ook maar enige clue hebben of we dat lied als een eerbetoon mogen beschouwen, maar bon, het is de dag van vandaag altijd troostrijk om te weten dat buitenlanders Belgen ooit nog voldoende de moeite waard beschouwden om in hun songtitels te vermelden.

De eerste minuten van hetgeen Grails woensdagavond bracht, deden erg denken aan Pink Floyd terwijl we ook af en toe wat Dire Straits hoorden doorklinken. Vanaf men echter gelijkenissen met deze of gene groep denkt te herkennen, gooien de vijf Amerikanen het over een andere boeg. Deze groep slaat graag vele zijpaden in, het muzikaal nieuwsgierige publiek wordt dus permanent op zijn wenken bediend want in tegenstelling tot vele andere postrock-bands is Grails allesbehalve vastgeroest in één strak afgebakend genre. Een gevarieerd doch subtiel opgebouwd nummer klonk alsof The Besnard Lakes neergestreken waren in de Labozaal van het Stuk. Ook Arcade Fire flitste even door ons hoofd toen men plots een intro door de boksen joeg die klonk als het pijporgel dat op ‘Neon Bible’ te horen valt. De te korte set (zo’n 40 minuten) werd besloten met een drumsolo waarbij de stevig aangeslagen cimbalen zowaar de basgitaar beroerden. Pure freejazz die beklemtoonde dat Grails niet vies is van een portie improvisatie.

Tot onze opluchting werden we getrakteerd op een bisronde maar ook die was niet van lange duur. Nadat er op piano en akoestische gitaar een soort interlude ingelast werd, gaf de volledige groep er nog een laatste keer een stevige lap op. Meteen een mooie afsluiter van een simpelweg degelijk optreden. Deze erg interessante groep zal nooit stadions doen vollopen maar in een kleine zaal verdienen ze zeker hun plaats. In uw platencollectie ook trouwens.

Organisatie: Stuk, Leuven

Beoordeling

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation – Landfill - fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics en live foto’s …
Landfill: De support van The Black Box Revelation speelde bijna een thuismatch, gezien het feit dat ze uit de streek zijn, Grimbergen. Ze deden wat denken aan Mintzkov en Team William. Vrolijke en energieke songs, die een sterke toekomst van de band inluiden. Ze stonden niet stil en gaven zich voor de volle honderd procent, wat loonde. We vinden de band terug in de Afrekening met “Antidote”, die in een krachtige versie werd gespeeld.

The Black Box Revelation
Twee keer Depot … twee keer Uitverkocht! De BBR heeft onlangs z’n tweede cd uit, ‘Silver Threats’. Het was dus logisch dat er vooral geput werd uit deze cd, zonder nummers te vergeten van hun debuut.
Het optreden zelf vond ik niet zo spectaculair; het duo speelde eerder op automatische piloot, vooral wat betreft de nummers van de tweede cd.
Op songs als “Gravity Blues”, “Set your head on fire” en “I think I like you” van de eerste cd, barstte het geweld los …In deze nummers was er plaats voor wat improvisatie die het publiek kon bekoren en die het automatisme wat afzwakte! Al bij al viel het nog duidelijk mee en ik denk dat er veel met een tevreden gevoel naar huis gingen.

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

Popa Chubby

The Blues - Scott H. Biram, Roland-Steven De Bruyn-Tony Gyselinck, Poppa Chubby

Geschreven door

Niet alleen in Diksmuide hebben ze wat te vieren, in Leffinge staat gans de maand mei in het teken van ‘10 jaar zaal de Zwerver’. Een bijzonder mooie reeks optredens werd geopend met een avond die men simpelweg ‘The Blues’ gedoopt had, hoewel geen enkele van de drie artiesten zich strikt aan die term hield.

Het was vooral opener Scott H. Biram (Austin, Texas) die me naar Leffinge had gelokt. Dit authentieke fenomeen omschrijft zichzelf als een ‘dirty old one man band’. Voor hij eraan begon liet hij zijn gitaar eens flink piepen en fluiten, nam dan plaats op een stoeltje en ramde zich door een Son House nummer. De toon was meteen gezet en ik besefte dat ik, worstelend met een slechts half verteerde kater, in de perfecte stemming was voor dit soort garageblues. Dat terwijl Scott afwisselend van zijn biertje en een bekertje met iets hartigers nipte. Huilend en grommend, zijn gitaar molesterend en stompend met een elektrisch versterkte linkervoet ploegde hij zich door zijn set terwijl hij tussen de songs door met een moddervet accent voortdurend geestige opmerkingen maakte. Zo excuseerde hij zich voor het feit dat hij exact dezelfde nummers speelde als eerder die dag op het Roots & Rosesfestival in Lessines. Een erg rammelende versie van "I can't be satisfied" van Muddy Waters liet hij mooi uitmonden in "Shake 'em on down" van Mississippi Fred McDowell. Naast de blues kwamen ook country en hillbilly ruim aan bod en wist hij ons zelfs te ontroeren met songs als "Still drunk, still crazy, still blue". Intussen waren de bluespuristen achteraan aan het zeuren dat de man niet eens gitaar kon spelen. Dat zal wel zo zijn, Scott kreeg op het einde zijn gitaar zelfs niet meer gestemd, maar qua punkspirit kon dit tellen en straalt hij een soort bezetenheid uit die bij de zogenaamde echte bluesmuzikanten ver te zoeken is. En misschien is hij wel echt bezeten want toen hij enkele jaren geleden bij een zwaar verkeersongeval zowat alles brak wat maar kon breken stond hij na twee maanden teug op het podium, weliswaar in een rolstoel en met het infuus nog in de arm. Later op de avond zag ik hem in de zaal rondstruinen, nog steeds twee bekertjes drank voor zich houdend.

Roland had zich omringd door twee topmuzikanten : Steven De Bruyn (El Fish, The Rhythm Kings) op mondharmonica en gitaar en Tony Gyselinck (BRT Jazzorkest, Toots Tielemans, Jo Lemaire,...) op drums en elektronica. Ze openden met een lange, bezwerende instrumental die erg oriëntaals klonk. Nadien trok men toch meer de blueskaart en liet Roland zijn gitaar geregeld flink scheuren. Vooral Gyselinck blonk uit als een bijzonder inventief drummer, hoewel niet steeds duidelijk was waar al die vreemde klanken vandaan kwamen. Ook Roland was op tijd en stond druk in de weer met effectpedalen : zo klonk zijn gitaar op een gegeven moment als het orgel van Jon Lord. Het samenspel tussen De Bruyn en Roland zorgde nu en dan voor flink wat gensters. Alleen naar het einde toe verwaterde de set. "Tiny" van Steven De Bruyn was ronduit flauw en in het laatste nummer "King Kong", dat boordevol elektronica zat, haalde de vernieuwingsdrang het van de kwaliteit. Toch was het jaren geleden dat ik Roland nog zo geïnspireerd heb bezig gezien.

Afsluiter was Poppa Chubby, echte naam Ted Horowitz, 50 jaar geleden geboren in de Bronx, New York en zelfverklaard Jimi Hendrix fan. Deze enorme vleeshomp kon me eerst nog matig bekoren met zijn ferm geoliede bluesrock maar toen hij bij het derde nummer al voor "Hey Joe" koos begon ik ferme twijfels te krijgen. Daarna ging hij zitten (terwijl ik dacht dat de overtollige kilo's hem parten speelden vertelde hij doodleuk dat hij een hardwerkende mens was) en serveerde ons enkele ellenlang uitgesponnen trage bluesnummers waarin hij al zijn kunnen demonstreerde.
Tja, deze man kan spelen maar geef mij toch maar Scott H. Biram. En het ging van kwaad naar erger: ook de zo gevreesde drumsolo werd van onder het stof gehaald terwijl ook Poppa zelf een trommel bewerkte. Toch volgde nog een lichtpunt toen AJ Pappas, die ik de hele tijd al goed bezig vond, op de voorgrond mocht treden en kon bewijzen wat voor een geweldige bassist hij is. Er werd afgesloten met "Ace of spades" van Motörhead, dat zelfs Poppa Chubby niet stuk kreeg. Toch moest hij er nog een totaal overbodig slot, waar zelfs een streepje "Kashmir" (Led Zeppelin) in zat verweven, aan breien. Opgelucht dat het over was en ook het publiek vroeg geen bissen meer.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Beoordeling

Dick Dale

Dick Dale - Krasse knar staat nog bijzonder scherp

Geschreven door

Dit concert vond plaats in het kader van ‘5 jaar Kleine Dijk 57’, zeg maar 5 jaar nieuwe 4AD. En die 5 jaar hebben ons intussen al zoveel mooie momenten bezorgd dat dit wel eens gevierd mocht worden. Met Dick Dale, koning van de surfgitaar, wist de 4AD meteen een klepper van formaat te strikken. Samen met The Del-Tones maakte Dale in '61 de allereerste surfsingle "Let's go trippin'" en ontwikkelde in de eerste helft van de sixties een geheel eigen stijl die later veel gitaristen zoals Jimi Hendrix en Eddie Van Halen zou inspireren. In '65 kreeg de man kanker en trok zich noodgedwongen terug uit de muziek. Hij overwon zijn ziekte maar het zou toch tot in '93 duren eer hij zijn comeback maakt met de machtige plaat ‘Tribal thunder’ (op Hightone), waarop zijn surf een serieuze powerinjectie heeft gekregen. Toch wordt Dick Dale pas echt bekend bij het grote publiek wanneer Quentin Tarantino in '94 zijn "Miserlou" oppikt voor de soundtrack van de kaskraker ‘Pulp Fiction’. Later trekt Dick Dale weer geregeld de baan op tot hij vorig jaar zijn tour moest cancellen wegens ziekte.

Eerlijk gezegd waren mijn verwachtingen niet bijster groot. Het laatste concert dat ik van hem zag was slaapverwekkend en werd bovendien helemaal de nek omgewrongen door oeverloos gepreek tussen de nummers. En zou zijn recente ziekte niet te veel sporen hebben nagelaten? Twijfels genoeg dus maar toen Dick minzaam het podium opwandelde verdwenen die meteen. Op zijn 73ste zag hij er scherper uit dan ooit en wapperden zijn manen dankzij enkele strategisch opgestelde ventilatoren als vanouds. Dit werd één lang gitaarfestijn. Eigen nummers, buiten het obligate "Miserlou" en "Let's go trippin'" speelde hij haast niet. En al die covers, de ene al meer bij het haar gegrepen dan de andere, brak hij meestal na een paar minuten af om iets anders te beginnen.
Maar wat maakte het ook uit : of het nu "Rawhide", "Smoke on the water", "Peter Gunn", "House of the rising sun", "Ring of fire", "Louie Louie", "Summertime blues", "What'd I say" of "Fever" was, telkens was er die gitaar die onze oren met honing vulde.
Met open mond zagen we hem de snaren strelen of soms als een piano bespelen. Alles vloeide er zo natuurlijk en vanzelfsprekend uit, terwijl we nooit het gevoel hadden naar een demonstratie te kijken. De muziek primeert weer (wat zijn we daar blij om!), slechts een paar keer gaf hij uitgebreid commentaar (o.a. waarom hij geen setlist gebruikt). Zingen kan de man nog steeds niet maar gelukkig beperkte hij dit tot een minimum. Zijn uitstapjes op mondharmonica en trompet mochten daarentegen wel gehoord worden. Het showelement werd geenszins geschuwd, zo bewerkte hij met een paar drumsticks de basgitaar die de bassist hem voorhield.

Tot slot nog een pluim voor de twee huurlingen op bas en drums, bescheiden maar o zo efficiënt. Hier werd nogmaals ( na The Sonics in de Handelsbeurs) bewezen dat er op rock-'n’-roll geen leeftijd hoeft te staan.

Vooraf zagen we het Gentse kwintet Speedball Jr. , die de zaal behoorlijk op temperatuur wisten te brengen. Bijzonder stevige surf, volledig instrumentaal, maar ook als de voet eens van het gaspedaal werd gehaald bleef de groep overeind. Slechts een paar keer dreigde mijn aandacht te verslappen maar toen verscheen een schaars geklede danseres en klonk de muziek opnieuw stukken beter, toeval of niet? Toen er ook nog een fotografe in hotpants op de boxen klauterde om er te dansen vond ik dat het geschikte moment om aan een bevallige schone die naast me stond te vragen het ook eens te proberen. Jammer genoeg ving ik bot, meteen de enige smet op een schitterende avond.

Wie het rock-'n-rollhart op de juiste plaats draagt kan ik nog volgend concert in de reeks ‘5 jaar Kleine Dijk 57’ aanbevelen : Black Diamond Heavies, die reeds tweemaal verpletterend uithaalden in deze club, op 14 mei !

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Efterklang

Efterklang: verbeten strijd om de onnozelste snor

Geschreven door

Volgens haar biografie werd HeatherWoods Broderick als kind vaak in slaap gezongen met de liedjes van haar ouders. Zo ouders, zo dochter, bleek al vlug, want tijdens het optreden hadden we het zelf ook een paar keer knap lastig om bij de leest te blijven. Met een elektrische gitaar en licht verteerbare, elektronische arrangementen op de achtergrond bracht de uit Maine afkomstige jongedame vijf contemplatieve folk nummers uit haar debuutalbum ‘From The Ground’, geïnspireerd door ‘de alledaagse dingen om ons heen’. Op openingsnummer “Cottonwood Bay” doorschemerde het verdriet voor een zeeman die waarschijnlijk nooit meer zal terugkeren. Kan gebeuren met zo een risicovolle job. Bovendien leek Heather nog te jong om te beseffen dat dit niet noodzakelijk aan een ongeluk te wijten is. 
“Wounded Bird” klonk dan weer als een ode aan het trieste lot van een vogeltje dat ooit tegen haar veranda gevlogen is. Te oordelen aan de treurige ondertoon van het nummer zal het vogeltje erna waarschijnlijk niet lang meer geleefd hebben.
Na amper twintig minuutjes, een cover van de zwarte Amerikaanse folk legende LeadBelly inbegrepen, sloop Heather het podium af. Niet lang erna zou ze ook nog de dwarsfluit en het achtergrondkoortje bij het hoofdact voor haar rekening nemen.

Verbazing en gegrinnik alom bij het publiek toen frontman Casper Clausen van Efterklang in opgerolde roze short en appelblauw zeegroen T-shirt goedgemutst het podium op wandelde. Om nog maar van zijn roze kousjes te zwijgen. Was Casper stiekem de zoveelste fan geworden van Das Pop zanger Bent Van Looy na zijn memorabele zegereeks in ‘De Slimste Mens’? Waren dit wel degelijk die bleekscheten uit Kopenhagen die tot ver buiten de landsgrenzen furore maken met hun veelgelaagde, multi-instrumentale muziek die soms nogal zwaar op de maag ligt?

De flamboyante frontman rechtvaardigde zijn excentrieke klederdracht door de zomerse temperaturen. Toch was hier duidelijk meer aan de hand. Wie zich de moeite getroost had om hun nieuw album ‘Magic Chairs’ vooraf te beluisteren, kon al licht vermoeden dat het er deze keer toch iets luchtiger en popgevoeliger zou aan toegaan dan gewoonlijk. Schipperde het vorige album ‘Parades’ (2007) nog tussen de orkestrale bombast van Arcade Fire en de epische grandeur van Sigur Rós, dan flirten de nummers op de nieuwe plaat ongegeneerd met de boegbeelden van de ‘New Romantics’ van begin jaren ’80, zoals Ultravox, Duran Duran en vooral Roxy Music.
“Alike” liet de muzikale intriges met uitzondering van wat ritmisch geroffel grotendeels achterwege en blonk uit in eenvoudige schoonheid.Ook in “I Was Playing Drums” bleef de heldere zanglijn live stevig overeind en was de bewondering voor Brian Ferry moeilijk onder stoelen of banken te steken.
Doorheen de set vochten frontman Clausen en bassist Rasmus Stolberg (ook in korte broek) niet alleen een verbeten strijd om de meeste aandacht op het podium. Beiden lagen ze ook aardig in balans als het neerkomt op de vraag “wie draagt de onnozelste snor van het gezelschap?”
Intrigerend trouwens hoe de abnormaal lange nek van laatstgenoemde voortdurend ritmisch en heen en weer bewoog en soms zelfs dreigde boven de hoofden van het publiek uit te groeien als betrof het een scène uit The Abyss.
De nieuwe single “Modern Drift” klonk als Grizzly Bear op zijn sterkst en was bijgevolg een logisch hoogtepunt in de set.
£Gelukkig was Efterklang niet te beroerd om ook ouder werk van stal te halen. Tijdens “Step Aside” uit het veelgeprezen debuutalbum “Tripper” knisperde en zoemde de elektronica als vanouds. En op “Caravan” en “Mirador” mochten de theatrale samenzang en epische dramatiek nog eens volop hun vrije loop gaan.

Na bisnummer “Mirror Mirror” volgde een welgemeende buiging voor het matig opgekomen publiek. Misschien deden de leden van Efterklang live op het podium net iets té veel hun best om hun bombastische en artistieke stempel van zich af te schudden. Maar laat dat maar een miniem puntje van kritiek zijn. Met de Scandinavische zwaarmoedigheid hebben we het echt wel gehad nu de zomer voor de deur staat.

Efterklang is live ook nog te zien op zaterdag 15 mei 2010 in het Koninklijk Circus te Brussel in het kader van Les NuitsBotanique, samen met CocoRosie.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

Lightspeed Champion

Lightspeed Champion mist focus

Geschreven door

In 2008 bracht Devonté Hynes met ‘Falling on the Lavender Bridge’ zijn debuut uit onder de naam Lightspeed Champion. Terwijl hij in het verleden elektropunk en metalfunk op de mensheid losliet als gitarist van de band met de onvergetelijke naam Test Icicles, vindt men op dit solo-werk grotendeels naar country en neofolk neigende indiepop die soms nogal theatraal aandoet. In de Botanique werd er vooral geput uit opvolger ‘Life is Sweet! Nice te meet you’, een meer gevarieerde plaat waarop de 24-jarige artiest een vrolijker toon aanslaat. Terwijl het nog afwachten is of zijn eerste twee platen al dan niet in de plooien van de tijd zullen verdwijnen, kunnen we na woensdagavond met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat we vrezen dat zijn laatste passage in ons land dit wel zal doen. Niet dat we getuige waren van een slecht optreden, de hoogtepunten waren echter te schaars opdat het zich in ons geheugen vast zou griffen.

We zijn niet vies van een tempowisseling hier en daar, maar bij het beluisteren van Lightspeed Champion wordt er soms zo vaak van de hak op de tak gesprongen dat men weinig vaste opbouw in het geheel kan herkennen. Het valt dus nogal moeilijk om te beweren dat zijn muziek er staat als een huis. Als toeschouwer was het woensdag vaak zoeken naar aanknopingspunten in dat amorfe geheel. Het is niet zo dat we ijveren voor het feit dat een concert een simpele opeenvolging van duidelijk te onderscheiden liedjes moet zijn, wel is het zo dat we geen vlakke brij gepresenteerd willen krijgen wanneer artiesten zo ambitieus zijn om persé te bewijzen dat ze vlot meerdere stijlen en ritmes kunnen combineren. We hebben ons tijdens de vrij korte set dus niet echt verveeld maar evenmin is onze bek tijdens dat uurtje ook maar één keer opengevallen.
Laat ons echter niet al te streng zijn want Lightspeed Champion is ontegensprekelijk meer dan gemiddeld getalenteerd en we hoorden dus wel degelijk mooie dingen. Opener “Marlene” toonde bijvoorbeeld aan dat hij vurig van start kan gaan. Terwijl de uit zijn debuut geplukte songs (“Midnight Surprise”, “Galaxy of the Lost” en "Tell me what it’s worth”) soms ietwat routineus gebracht werden, merkten we meer gedrevenheid tijdens de zeven nummers uit ‘Life is Sweet! Nice te meet you’. Ook de begeleidingsband kon zich meer profileren tijdens dat nieuwere werk, vooral in “Faculty of Fears” trad de gitarist af en toe op de voorgrond met een snerpende solo.
Ook “Madame Van Damme” is het vermelden waard, deze muzikaal (maar allesbehalve tekstueel!) naar The Magic Numbers neigende single werd in de Rotonde massaal begeleid door ritmisch handgeklap. Vermits Lightspeed Champion geen blijf weet met zijn productiviteit, liet hij met “Straight” en “Heavy Purple” twee nummers horen die niet op praat prijken maar gratis ter beschikking gesteld worden aan de downloadende massa.
Afsluiter “Sweetheart” (waarvan de intro enorm appelleert aan Daans “Icon”) bleef gespaard van de vele tempowissels die we de ganse avond al te verteren kregen en schitterde aldus door eenvoud.
Ook de bisronde verliep voorspoedig met het solo gebrachte “There’s nothing Underwater” en een stevige versie van de Beatles-cover “It won’t be long”. Dit laatste nummer vindt men terug op een LP uit de brave beginperiode van de Fab Four (‘With the Beatles’) maar werd door Lightspeed Champion gebracht met de overrompelende kracht die zij pas enkele jaren later in de vorm van het ongemeen sterke “Helter Skelter” op hun witte album lieten persen.

Dankzij dit mooi slotakkoord verlieten we de Botanique dus uiteindelijk wel met een vrij goed gevoel (en het cathy “It won’t be long’ dat nog very long in ons hoofd bleef ronddolen).
Desalniettemin denken we dat Lightspeed Champion meer in zijn mars heeft dan hij woensdagavond liet horen, hopelijk slaagt hij er ooit in om dit vermoeden op plaat en op podium te bevestigen. We blijven bereid om hem nog minstens één nieuwe kans te bieden.

Eerder op de avond maakten Kurran and the Wolfnotes een wat makke indruk. Mildheid is geboden aangezien hun lead-gitarist verstek moest laten gaan, maar toch zijn we er vrij zeker van dat dit vijftal weinig sporen zal nalaten in de muziekgeschiedenis. Na het downtempo “Pouding Down” besloten ze hun set met hun eerste (en tot op heden enige) single getiteld “What a bitch”. Ondanks de vervaarlijk klinkende titel is dit een erg poppy nummer dat woensdagavond voor het eerst (maar niet voor het laatst, zie zupra) aan The Magic Numbers deed denken. We hebben niks tegen dergelijke muziek maar verkiezen wel dat het plaatje past. Dit laatste is niet echt het geval als er zomerse popmuziek gebracht wordt terwijl de zanger op zijn ontblote voorarmen pronkt met ontelbare tatoeages.
Wat ze live brachten kon ons niet motiveren om voor 5 euro hun 5 songs tellende debuut-EP aan te schaffen.
Wat ons het meest bijblijft van dit voorprogramma is het feit dat we tussen het publiek een lookalike van Lightspeed Champion meenden te ontwaren. Nadat we dezelfde opvallende verschijning vervolgens op het terras van de Botanique tegen het lijf liepen, bleek het zowaar om de man zelf te gaan. Met zijn nerd-bril en onbeholpen houding lijkt hij gigantisch op Steve Urkle, net als die über-nerd weet Lightspeed Champion in het dagelijks leven blijkbaar geen blijf met zijn lijf. Op dat moment schreven we dat nog toe aan de stress voorafgaand aan zijn show, na afloop van die show denken we te moeten concluderen dat de jongeman nog veel werk heeft om zijn energie te leren kanaliseren. Zonder focus zal Lightspeed Champion immers nog vaak uit de bocht blijven vliegen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Editors

Editors: uitgebalanceerd, afgewerkt … en onderkoeld

Geschreven door

’An end has a start’, de tweede plaat van het Britse kwartet Editors uit Birmingham, plaatste hen naast geestesgenoten Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs, Bloc Party, Kings Of Léon en The Killers, de pijlers van de rockscène van de laatste vijf jaar. We zagen hen met de jaren groot, groter, grotesk worden. Na de twee succesvolle albums, kwam dan vorig jaar de derde, ‘In this light and on this evening’, die de band een andere richting deed uitgaan: koele (electro) synths wisselden met de waverockende sound van vroeger af. Een donkerder geluid, in navolging van Joy Division, die door de repeterende ritmes sfeervol, intens broeierig en breekbaar klonk en af en toe eens kon exploderen. De single “Papillon” steekt er met kop en schouders bovenuit, een nummer dat op live optredens al op de steigers stond en iedereen deed recht veren door z’n dansbare beats. En natuurlijk telt hierbij de warme, melancholische maar tegelijkertijd helder overtuigende, krachtige stem en podiumact van zanger/ componist en multi-instrumentalist Tom Smith.
De band is intussen het clubcircuit ontgroeid en werd eerder een stadionact om op grote podia en festivalweides te staan. De Hallen Van Schaarbeek en Vorst Nationaal waren in een mum van tijd uitverkocht. Momenteel concerteert Editors in de Lotto Arena. Maar de GrandMix crew hebben Editors nog eens kunnen strikken en overtuigen ‘back to basics’ te gaan  in een klein zaaltje …, zoals in de Bota of in de Vooruit.

Ondanks de uiterst gebalanceerde, perfecte sound, de afwisselende set en de sterke vocals van Smith, was het me na de set duidelijk dat Editors niet écht meer stilstaat bij een kleinere zaal. Het schoentje wrong bij Smith als persoon, want hoe betrokken, communicatief vaardig en een podiumbeest hij wel was tijdens de voorbije tour, hoe verdiept was hij nu in de huidige Editors sound en tekstvellen. Hij hield het bij de obligate “merci beaucoups” en liet een coole indruk na. Nochtans de blik die hij z’n fans af en toe gunde, straalde zo’n kracht uit, dat het concert in zo’n zaaltje van 800 man uit z’n voegen kon barsten, terwijl het nu eerder routineus de klus afwerken was. Ik hoop alvast dat Editors die valkuil op tijd kunnen ontwijken om op dezelfde begeesterende, energieke wijze als vroeger interactief te zijn.
Maar na het punt van kritiek, slaagde Editors er wel nog steeds in een sprankelende, gevarieerde en emotievolle liveset te spelen; het is een sterk op elkaar ingespeelde en geoliede band die de frisse Britwaverockers afwisselt met de ‘coldwave’synthloops van het huidig sfeervolle, broeierige materiaal.
De setlist tijdens de huidige tour houden ze aan; Smith en de zijnen openden met de moedige, donker spannende titelsong van de huidige cd, op piano en toetsen ingeleid en aangevuld met aanzwellende drumslagen, wat Cave-iaans aanvoelde. De sfeervolle synthpopsong “You don’t know love” zat iets verderop in de set en werd voorafgegaan door de broeierige waverockers “Lights” en “An end has a start”. Ze vuurden de songs in een sneltempo af en het typeerde de afwisselende aanpak van Editors, waarbij ze putten uit de drie cd’s.
Naast Smith verdienen de 3 andere leden evenveel aandacht: er waren de intrigerende, meeslepende, scherpe en gierende gitaarlijnen van Chris Urbanowicz, de diepe strakke basstunes van Russell Leetch (hij was nu diegene die het dichtst bij het publiek stond!) en de bezwerende, opzwepende drums van Ed Lay.
Na het krachtige “Bones” en het electro slepende “A life as a ghost” groef Editors diep in de Joy Division ‘Closer’ catalogus met de repeterende, dreunende beats van de laatste single “Eat raw meat = blood drool” en de weemoedige, dromerige opbouwende “The big exit” en “Last day” door het electrogehalte en synthloops. De broeierige “Blood”, “Escape the nest” en “Bullets” verdeelden ze er netjes in. Ondanks de beperkte interactie ging Editors naar een hoogtepunt met de stroomstoten en het meezinggehalte van “The racing rats”, “Smokers outside the hospital doors” en het strakke “Munich”.
In de intiem gespeelde solo op piano “No sound but the wind” voelden we letterlijk de wind om de oren. “Bricks & Mortar” explodeerde halfweg en leidde het pompende, dansbaar dreunende “Papillon” in, die de ganse GrandMix deed ontploffen. De danskraker bij uitstek! Nu pas leek het erop dat Smith een feestje wou bouwen, hij hotste heen en weer en hitste het publiek op; een stevige versie van het opzwepend oudje “Fingers in the factories” besloot na anderhalf uur de set.
Spijtig genoeg lieten ze één van de sterkste songs van ‘In this light and on this evening’, “Like treasure” aan zich voorbij gaan … het is de ideale overgangsong tussen het ouder werk en de nieuwe Editors stijl. Maar OK, de band heeft nu meer dan ooit een eigen gezicht en bood voldoende variatie aan, maar lijkt door de electrogehalte nu zelf wat onderkoeld …

Het uit Leeds afkomstige IlIketraIns is mee op toer met Editors. ‘Dark music for happy people’ is hun motto. De donkere melancholie en dramatiek in de voetsporen van hun ‘Elegies to lessons learnt’, van traag, slepende aanzwellende melodieën van wavepostrock, overspoeld door feedbackgeraas, werden afgewisseld met levendiger, directer en krachtige waverock, wat ons nieuwsgierig maakt naar de nieuwe cd, die momenteel wordt voorafgegaan door de EP ‘Sea of regrets’. Met een knipoog naar de opbouw van Joy Divisions “Atmosphere”.
En het was al vroeg in de avond leuk vertoeven in de GrandMix met de sfeervolle, catchy melodieuze indierock van het eerder onbekende Airship.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

These New Puritans

These New Puritans: van lo-fi punkers tot volleerde art-rockers

Geschreven door

Toegegeven, het heeft een tijdje geduurd vooraleer ik ‘Hidden’, de tweede cd van These New Puritans, kon smaken. Niet alleen huiverde ik bij het horen van de term ‘art rock’ maar het was ook zo dat ik volledig verknocht bleek aan hun debuut ‘Beat Pyramid’ die door Jan en alleman terecht vergeleken werd met The Fall. Toen op een dag zanger Jack Barnett verkondigde dat het zijn bedoeling zou zijn om dancemuziek met Steve Reich te vermengen, hield iedereen zijn hart vast. Het resultaat ‘Hidden’ werd inderdaad met argusogen bekeken.  Voor de één was het opgeblazen kitsch, anderen zagen er dan weer de nieuwe Britse hype van 2010 in. Wat er ook moge van zijn, het heeft de groep zeker geen windeieren gelegd.
Zo mochten ze een maand of twee geleden op toer met die andere Britse hype, The XX. Het was trouwens ook doordat ze anderhalf maand geleden met The XX in de AB stonden dat hun optreden in de Botanique verplaatst werd naar een latere datum. Maar op dinsdag 27 april was er geen The XX om hun te ondersteunen en moesten These New Puritans (zonder voorprogramma) zelf maar eens bewijzen wat ze waard waren. Publieke belangstelling was er zeker want de Rotonde was volledig uitverkocht.

Het optreden begon net als de plaat en zo bracht  een Wagneriaanse intro het viertal op het podium. Vanaf het moment dat drummer George Barnett (de tweelingsbroer van Jack) met harde slagen het epische “We want war” inzette, werd ook meteen duidelijk dat het drumgeluid een zeer voorname rol zou spelen in dit groepsgeluid. Van gitaar is er weinig sprake bij dit groepje, Sophie Sleigh-Johnson bewerkt de keyboards en wanneer Thomas Hein de MC niet uithangt, versterkt hij George met een tweede drum waarrond allerlei metalen kettingen hingen om het reeds militaristisch slagwerk nog een beetje extra gebalder te maken.
Je kan het niet echt  rappen noemen maar toch is er een MC-geluid aanwezig in These New Puritans en dat is niet eens zo verwonderlijk als je weet dat Jack,  RZA van Wu-Tang Clan als zijn grootste inspiratiebron aangeeft.
Bijna alle tracks uit ‘Hidden’ werden bovengehaald en langzaam aan vond Jack ook zijn draai bij het Belgische publiek dat geïnteresseerd toekeek en ook enthousiaster werd naarmate het optreden vorderde. Het enige wat je je echter afvraagt is of ‘Hidden’ nu de definitieve keuze geworden is van These New Puritans of dat ze toch bij hun derde cd weer een andere weg zullen opgaan.
Als het afhangt van de twee nieuwe onuitgebrachte nummers die werden gespeeld, zou je eerder denken van wel want eventjes bleek de invloed van Bloc Party bleek niet zo ver weg te zijn. Niet dat het een slechte keuze is, want het is vooral op momenten dat These New Puritans zich profileren als een gitaarband zonder elektronica dat hun talent nog meer naar boven komt.

Het optreden van gisteren leerde ons dat These New Puritans blijvers zijn. Van de lo-fi punk uit de begindagen is geen sprake meer, maar het heeft wel plaats gemaakt voor een uniek geluid. Groepen zoals These New Puritans zijn er te weinig. Het leven is voor durvers.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 325 van 386