logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...
Concertreviews

Japandroids

Japandroids: (h)eerlijke no-nonsens catchy trashy rock

Geschreven door

Vancouver, Canada, staat dezer dagen in de belangstelling door de Olympishe Winterspelen. Het duo, Brian King (gitaar) en David Prowse (drums), zijn geworteld in die stad en overstelpten ons de vorige maanden met een woeste bak onvervalste garagerock, rauw rammelende lofi noiserock, terend op de ‘90’s noisepop en posthardcore. Niet verwonderlijk dat Fugazi, At the drive-in, Jesus Lizard, Husker Du en Mudhoney een belangrijke invloedssfeer zijn, ze opkijken naar bands als Sebadoh, Lightning Bolt, McClusky en Liars, en dat zij samen met Crystal Antlers, Wavves en No Age een nieuwe wind blazen.
Ze ondernemen een heuse clubtour om hun overtuigende plaat ‘Post-nothing’ elan te geven.

Ze serveerden een flinke scheut energieke, frisse, dynamische, opzwepende en frisse songs uit hun cd en de twee eerder verschenen EP’s ‘All lies’ en ‘Lullaby death James’. Broeierig, snedig materiaal bepaald door heftige, droge drums, een ziedende, scheurende, ronkende gitaar en snelle, verbeten soms vettige riffs, allemaal binnen een toegankelijke, aanstekelijke melodielijn en een goed op elkaar afgestemde zang. King martelde zijn gitaar, krijste en gromde, kon de gaspedaal fors indrukken, sprong op de drumkit en jutte het publiek op… En ook de drummer moest niet onderdoen qua dynamiek en enthousiasme, wat terecht referenties opriep aan The White Stripes, Death from above 1979, The Kills, Shellac en ons Black Box Revelation en Madensuyu.
Het lukt het duo allemaal in een soepele, elegante stijl. “No alliance for the queen” opende sterk en na een lange intro zetten ze “The boys are leaving town” in. Meteen was de toon gezet van een puike act van het duo, die de songs lieten exploderen door diverse tempowisselingen en krachtige erupties; de aan Helmet gelinkte “Darkness on the edge of gastown”, “Heart sweats” en “Wet hair” waren pareltjes hierin. Ze betrapten elkaar op schoonheidsfoutjes, maar dit drukte de pret niet. In hun speels enthousiasme hielden ze er een fijne finale op na met “Crazy/forever”, “Sovereignty”, de van Big Black genomen “Racer x” en Young hearts spark fire”; ze porden aan het refrein mee te brullen … Het spelplezier droop er van af dus …

Japandroids bood (h)eerlijke no-nonsense, catchy trashy rock, die ze zelf doodleuk omschrijven als “Post-nothing”. Overtuigende set van een band die we zeker nog mogen terug verwachten …

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Novastar

Novastar – Joost Zweegers - 'Le Tour Bangor' Solo en Intiem

Geschreven door

De muziek van Joost Zweegers en Novastar intrigeert, slaat aan en doet menig vrouwenhartje sneller slaan. Sinds het ontstaan in ‘96 neemt de singer/songwriter steeds de tijd om aan een plaat te werken. Het debuut verscheen pas in ’99, ‘Another loney soul’ in 2004 en ‘Almost bangor’ in 2008. De weemoedige pop en de hartenpijn staan centraal, gedragen door z’n lichthese melancholische, maar kristalheldere stem. Het is puur oprechte, emotievolle sing/songwriterpop, die sfeervol, dromerig, lieflijk en innemend klinkt. Telkens valt er iets moois te ontdekken in de toegankelijke melodieuze songstructuren, die vertrouwd en spannend aanvoelen.
Live zagen we al dat hij graag met z’n band exploreert en de songs een breder concept geeft, waardoor ze krachtiger en gedreven kunnen klinken. Hij plaatst een rockend Novastar moeiteloos naast de hartverwarmende artiest. Hij ontpopte zich als een voortreffelijk songwriter en ontplooide zich als een groots performer wat succesvolle clubtours opleverde dito zomerfestivals. Na de ‘sold outs’ in de Lotto Arena en Folkdranouter bereidde hij zich voor op de solo-theaterperformances, die het ganse voorjaar in beslag nemen.
Ook de ‘Solo en Intiem ‘Le Tour Bangor’ kunnen bijna telkens rekenen op een ticketje ‘Uitverkocht’. Hij laat geen kans onbenut om z’n eigen nummers opnieuw uit te vinden en ze live als nieuw aan te voelen en te interpreteren. De inzet van de solotournee is de intimiteit van de man, zijn gitaar, zijn vleugelpiano, zijn mondharmonica … en zijn liedjes. De uitgebreide arrangementen worden dus terzijde gelaten en we zagen dé man, vijf akoestische gitaren en een vleugelpiano, in de voetsporen van grootmeester Neil Young, die het hem al overtuigend eens voordeed …

De songs werden van enige franjes ontdaan en kregen een ingetogen outfit door de sobere, spaarzame begeleiding. De intense spannende opbouw gaf een forsere en fellere stoot. Hij deelde de set op in 2x 45 minuten van 8 songs. We hoorden een afwisselende set van z’n repertoire, maar hij stelde natuurlijk wel het materiaal van de laatst verschenen cd voorop. Wat onwennig, zoekend en nerveus opende hij met de nieuwe sfeervolle poprockers op gitaar, “Bangor” en “Tunnelvision”; door een soort traporgel, naast de effectpedalen kregen ze dat extraatje sfeer-schepping. Altijd fijn om te zien zijn de talrijke houdingen van z’n gitaar en de worstelingen die hij met z’n microstatief maakt.
’Hartbrekers’ volgden … de onbereikbare liefde van “Millersan” en de spannende, breekbare pop van “Never back down” en “Where did we go wrong”. Een ingehouden en spaarzaam gehouden “When the lights go down …”, kreeg zeggingskracht door de spotlight, Neil Young’s “Sugar mountain” klonk adembenemend mooi en dromerig en ” The medicine jar” kreeg een grillige, grauwe trek mee. Hij eindige met een opwindende versie van “Mars needs woman”, waarbij hij zich op z’n gitaar, mondharmonica en effectpedalen uitleefde … een multi-instrumentalist die de elegante schoonheid van z’n songs vasthield …
Na een korte pauze hoorden we een ontstellend verhaal van het zielverzachtend genot en kracht van whisky en stilnocts … “Making waves” en “All day long” werden elektrisch gespeeld; hij stapte dan opnieuw over naar de oorstrelende ingetogen pianopop van “Sundance” en “Just because”; een gevoelige “Waiting so long” (een ‘Music For Live’ song) en “10/11 miles” volgden. “The golden slumbers” was een niet evidente Beatles cover uit hun befaamde ‘Abbey road’ (’69). “The best is yet to come” op piano besloot overtuigend de set. De song kreeg nog wat finesse en rauwheid door de daaraan gekoppelde outtro.
Het warme onthaal leverde nog twee sprankelende nummers op, een ingetogen “Lost & blown away” (voor de dames) en “Caramia”, op verzoek, klonk aangrijpend en werd lang uitgesponnen; het onderstreepte het vocale talent van een sterke songwriter, een enorm goede muzikant en een puike, sympathieke performer.

Joost Zweegers – Novastar ’Le Tour Bangor’ – Solo en Intiem serveerde heerlijke akoestische pareltjes, gaf songs een broeierige spanning mee en viel het meest op met het gekende en oude materiaal!

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge ism Greenhousetalent

Beoordeling

Local Natives

Local Natives brengen de Californische zon naar Le Grand Mix.

Geschreven door

Local Natives was in 2009 één van de revelaties op het showcase festival South by Southwest in Austin, Texas. Het is ons opgevallen hoeveel bands die daar staan, een aantal maanden later ook doorbreken in Europa. De editie van maart 2009 had ook onder meer The Big Pink en Ebony Bones geprogrammeerd. We kijken dus al uit naar de nieuwe bands die op South by Southwest zullen staan in maart 2010, en vermoedelijk zullen een aantal van die bands in de herfst van 2010 ook de Grand Mix passeren.
Local Natives: een vijftal uit Los Angeles, die met ‘Gorilla Manor’ een debuut uitbrachten met frisse, springerige nummers waarin close harmony gecombineerd wordt met Afrikaans klinkende gitaarrifjes en dynamische tempowisselingen, dit alles met een flinke scheut jaren ‘70 countryfolk. Qua ritmiek doen Local Natives wel wat aan Vampire Weekend en Talking Heads denken, maar dan zonder de punkelementen.

Zo rond tienen betraden Taylor Rice, Kelcey Ayer, Ryan Hahn,Andy Hamm en Matt Frazier het podium. Alhoewel ze misschien wel een van de hippe bands van het moment zijn, zagen ze er niet echt cool uit: zo droeg de bassist een dwaas petje ruwweg geïnspireerd op Urbanus en leek het of de andere leden de jaren zeventig kledingrekken van de kringloopwinkel geplunderd hadden: een van de zangers moest wel de jongere broer van de cowboy van The Village People zijn. Geen flauwvallende meisjes dus zoals bij MGMT … Local Natives zou ons dus met hun muziek moeten overtuigen.
En dat deden ze, er werd fel aangevangen, met dubbele percussie die voor een spervuur van tempowisselingen zorgde. Leuk om te zien hoe een van de mannen gelijktijdig de piano en de zijkant van zijn drumkit bespeelde. Het bespelen van de rand of de zijkant van de drum was een vaak weerkerend trucje om een tempoversnelling in te zetten. De vijf van Local Natives wisselden vaak van instrumenten, en ook de zangpartijen werden netjes verdeeld. Qua aanpak delen ze dus een beejte de filosofie van het Australische Architecture in Helsinki.
Redelijk vroeg in de set kregen we een mooie cover van “Warning Sign’ van Talking Heads. Vervolgens werd wat gas terug genomen, met meer folkrock geïnspireerde nummers waarin de close harmony sterk op de voorgrond kwam. We waanden ons op slag op een zomers Californisch strand. Natuurlijk mocht de prachtige single “Aeroplanes” niet ontbreken, en na een klein uurtje, werden we naar huis gestuurd met een afwisselende bisronde.

Local Natives, een tip voor de meerwaardezoeker, een klein juweeltje dat we deze zomer zeker wel eens op een festival willen terugzien.

Het voorprogramma werd gebracht door Clues, een band uit Montreal, Canada, met onder meer leden van Arcade Fire en Unicorns. Ze brachten vorig jaar hun debuut uit op het legendarische Constellation label, dat midden de jaren negentig toonaangevend was met bands zoal Godspeed You Black Emperor! en Do make say think. Dit Constellation label probeert zowat zijn tweede adem te vinden, en Clues is één van de bands die het nieuwe geluid van de Montrealse rockscene moet neerzetten, We hoorden een donkere, intense en metalige sound, hier en daar wat Pink Floyd invloeden, maar Clues kon ons toch niet echt overtuigen: ze hebben dan wel een heel eigen geluid, maar de pakkende songs ontbreken. Qua contrast met de vrolijke, springerige songs van Local Natives die zou volgen, kon dit optreden echter tellen. Vreemd dus om deze twee bands met elkaar te zien optrekken, omdat ze toch niet veel raakpunten hebben. Misschien dat Constellation eens een label-night moet organiseren, zodat we Clues in de juiste omgeving aan het werk kunnen zien, want nu waren ze toch een beetje miscast.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

She Keeps Bees

She Keeps Bees - Jimi Hendrix in vrouwenlichaam

Geschreven door

Het jonge Brooklynse duo She Keeps Bees kwam live moeilijk op gang die avond in de Rotonde van de Botanique. Voor een deel kwam dit door het feit dat ze uitsluitend zeer korte nummers (nooit meer dan 3 minuten) in huis bleken te hebben. Songs die na anderhalve minuut tot volle uitbarsting kwamen, werden vaak kort nadien al abrupt afgebroken. Een andere reden was dat frontzangeres Jessica Larrabee tussen de nummers door dikwijls haar toevlucht zocht tot clichématige gespreksonderwerpen als “pommes frites”, “tunnels” en “mooie gebouwen”. Nu zijn er wel meer Amerikanen die uitblinken in oppervlakkige babbelzucht. Maar bij She Keeps Bees kregen we toch de indruk dat er behoorlijk wat tijd moest gerekt worden tussen de korte nummers door. Tot overmaat van ramp moest de arme Jessica nog eens 5 minuten met haar vingers staan draaien toen drummer Andy LaPlant een kapotte gitaarsnaar moest repareren.

Enkel vergezeld van gitaar en drums leek het duo dus aanvankelijk een beetje geïntimideerd door de matige respons van het nuchtere Botanique publiek dat eerst wel eens wil horen wat een groep muzikaal in zijn mars heeft vooraleer applaussalvo’s los te laten. Kan je voor oppervlakkig Amerikaans entertainment niet even goed in de zetel blijven liggen en kijken naar pakweg ‘Sex and The City’?
Maar naarmate de set vorderde bleek dat de vuile, rauwe bluesrock van She Keeps Bees best genietbaar was, waarbij Jessica zowel qua stem als présence niet eens moest onderdoen voor de jonge Patti Smith, gelukkig zonder de feministische hippie bullshit van laatstgenoemde. Chan Marschall, alias Cat Power, was een andere referentie die ons tijdens intense nummers als “Gimmie” en “Release” door het hoofd flitste, maar dan met minder jeugdtrauma’s.
Naarmate de reactie van publiek enthousiaster werd groeide het zelfvertrouwen van She Keeps Bees zichtbaar en tijdens “Ribbons” durfde Jessica Larrabee het zelfs aan om enkel met handengeklap de zaal in vervoering te brengen. Ook van haar onthulling dat ze er al enkele dagen ongewassen bijliep nam het publiek in deze tijden van hygiënische profileringdrang goedkeurend akte.
Tijdens het beste nummer “Cold Eye”, dat helemaal achteraan zat in de set, kregen we zelfs heel even de indruk dat Jimi Hendrix in een vrouwelijk lichaam getransformeerd was. Maar waar Jimi er niet voor zou terugschrikken om naar het einde toe nog een luide portie feedback en distortion uit zijn snaren te toveren, werd ook dit nummer helaas veel te vroeg abrupt afgebroken.

Met wat minder entertainment en wat meer uitgesponnen songs kan She Keeps Bees misschien ooit in de voetsporen treden van The White Stripes.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Xavier Rudd

Zomers enthousiasme in deze koude winterdagen

Geschreven door

Xavier Rudd heeft blijkbaar de wat donkere en mysterieuze inslag van zijn vorige plaat ‘Dark shades of blue’ (schitterende plaat trouwens) achter zich gelaten. Zijn volgende ‘Koonyum Sun’ (binnenkort in release) zal zo te horen een stuk vrolijker klinken, want in de AB was het vooral de happy factor die de hoogte in ging. Kon misschien ook geen kwaad in deze gure winterperiode, en dan nog op een dag waarop een twintigtal mensen het leven lieten bij de treinramp in Halle. Xavier Rudd droeg trouwens een song op aan de overledenen en hun nabestaanden, waarvoor alle aanwezigen hem dankbaar waren.

Maar verder wou Rudd vanavond duidelijk de opgewekte toer op en hij had daarvoor met zijn Zuidafrikaanse ritmesectie (de twee ervaren supermuzikanten Tio Molontoa op bass en Andile Nqubezelo op drums en percussie) de ideale band meegebracht. Zij hielden voortdurend de drive erin via opzwepende ritmes en gezwind tromgeroffel. Xavier Rudd liep over van de goesting en toonde een ‘joie de vivr’e die we ook van Manu Chao kennen, hij zette geregeld een indianendansje in waarbij hij de fans op het podium riep om gezellig met hem mee te swingen op de ophitsende jungleritmes.
Wij onthouden toch vooral zijn instrumentale klassestaaltjes op de slide gitaar, niet zelden in combinatie met de aboriginal geluiden die hij uit zijn didgeridoo toverde. Elders haalde hij dan weer een mondharmonica naar boven die hij op de snelle funky ritmes van zijn elektrische gitaar liet meedrijven. Een gedreven multi-instrumentalist dus, en ook wel een goeie zanger, laten we dat niet vergeten.

Zoals gezegd, vanavond lag de klemtoon geheel op fun en optimisme, wat zeer in de smaak viel bij het dolenthousiaste publiek. De nummers werden soms wel wat te lang uitgesponnen, maar niemand die daarover mekkerde, want de spelvreugde maakte alles goed.
De enige vorm van kritiek die wij dan ook willen uiten is dat we ergens toch wel een intiem moment misten, want van zijn platen weten we dat Xavier Rudd hele mooie breekbare liedjes kan schrijven die in de AB schitterden door hun afwezigheid. Maar verder hoort u ons niet morren, de wereld is al triestig genoeg in deze barre winterdagen.

Een zomerse festivalweide lijkt me bijgevolg de aangewezen plaats om dit staaltje nog eens over te doen. Hallo, Schuer.

Organisatie: Live Nation + AB, Brussel

Beoordeling

Front 242

Een hard, fel en meedogenloos Front 242

Geschreven door

Front 242: electronic body music pioniers, opgericht in ’81, uit Brussel, waren één van Belgisch (Brussel) invloedrijke en baanbrekende bands in de dance. Zij haalden de mosterd bij de electro van Kraftwerk, de synthwave van Suicide, de avantgarde van Einstürzende Neubauten en de punkfunk van Cabaret Voltaire en waren samen met Nitzer Ebb, DAF, The KLF, Front Line Assembly, SPK en Lords Of Acid de vaandeldragers van de ‘90’s en huidige dance/electro/techno/industrial scene.
Front 242 had naam en faam door z’n energieke en opzwepende live acts. De heren waren toen gekleed in uniforme commando-gevechtskleding. Platen als ‘Geography’ (’82), ‘No Comment’ (’85) en ‘Official version’ (’87) zijn in het geheugen gegrift door de dwingende, monotone en pompende beats van synthesizers, (elektronische) percussie en de felle zegzang. Ze evolueerden naar een breder, kleurrijker en meer geraffineerd klankenspectrum. ‘Tyranny for you’ (’91) en ‘I Up Evil/Off’ (’93) waren doorspekt met pop en trancegerichte beats.
De band bestaande uit Jean-Luc De Meyer (vocals), Richard 23 (vocals, keyboards), Patrick Codenys (keyboards/programming/mixing), Tim Kroken (live drums) en Daniel B aan de mengtafel, gaven de jaren ’80 ‘smile new beat’ een bepalende push. En de wave/electrorevival zorgde ervoor dat naast dertigers en veertigers, jongeren de muziek leerden kennen. De motivatie van het touren scherpte terug aan met hun 25 jarig bestaan in 2006, toen ze letterlijk op handen werden gedragen op hun twee uitverkochte jubileumconcerten in de AB.

Front 242 kan rekenen op een trouwe fanshare; de weken op voorhand uitverkochte Vooruit was er het harde bewijs van; ze hadden nog steeds een puike livereputatie en toonden aan dat ze een act zijn om rekening mee te houden, ondanks het feit dat ze zich wat ‘krampachtig’ vasthouden aan dezelfde playlist. We zagen een Front, die nog maar bitter weinig zo hard, fel en meedogenloos z’n publiek inblikte. Wat een (neverending) jeugdig enthousiasme, ondanks hun gezegende leeftijd! ‘Play it loud & hard’, dachten ze, want “98” en “Moldavia” klonken aanstekelijk, militant, pompend en gedreven en zorgden voor pogoënde taferelen vooraan. Het kon even geen kwaad zich een frisse tiener of jeugdige gast te voelen. “Together” en “Circling overhand” waren gematigder door de bezwerende, trancy ritmes en de krachtige, duistere beats. Op die manier stak het kwartet voldoende afwisseling en variatie in de set. Een stuwende “Religion” en een luidkeels meegezongen “Welcome to Paradise” volgden. Wat een broeierige, verbeten ritmes en hels tempo! De commandostijl wakkerden ze aan met “Funkhadafi” en de ‘warnings’ en ‘emergencies’ van “Commando” zelf. De spannende dreiging droop er van af!
Ze kwamen even op adem met slepend en lomer materiaal, maar draaiden letterlijk de beheersingknop om in een schitterende ‘closing final’. Moest er nog zand zijn na de mokerslagen van “No shuffle”, “Take one”, “In rhythmus bleiben” en de vette bezwerende “Quiet unusual” en “Tragedy for you”.
Ze speelden een perfecte, uitgebalanceerde set, injecteerden de arm- en dansspieren en deden het pogoën heropleven. De uitgelaten menigte schreeuwde om meer en werd op hun wenken bediend met enkele voortreffelijke salvo’s van “Headhunter” en het oude, steengoede “Kampfbereit”, die “Radio activity” van Kraftwerk in een repetitieve pianoloop integreerde. Ze besloten en verve de set met “Unidentified man”, live al lang opgeborgen, maar één van de smaakmakers op fuiven. Het maakte hun feestje compleet en de Vooruit daverde op z’n grondvesten. De oude electrowave liefhebbers genoten van de dolgedraaide vijftigers op het podium …

Ook A Split Second, een trio rond Mark Ickx, kreeg ruim de tijd om het oude materiaal van onder het stof te halen. Dat ze opnieuw te zien zijn is te zoeken in het verschijnen van de ‘Complete Discography’. Midden de jaren ‘80 slaagden ze erin de discotheken te veroveren met “Flesh” een song die snelle, onrustige en neurotische electrobeats vuurde en een monotoon lomer, trager en slepend ritme kreeg door het toerental van 45rpm naar 33rpm te veranderen, de kiem van de new beat rage. Samen met “Rigur mortis” zat het nummer middenin de set verstopt. We hoorden dreunende, zwaardere en opzwepende ritmes en beats, waarvan we Suicide, Die Krupps en Front in één adem konden opnoemen, en ze schuwden hierin de pure industrial niet.
A Split Second was een leuk weerzien en vormde de aanzet van een resem gigs buiten de discotheken van weleer …

Organisatie: Amusez-Vous

Beoordeling

The XX

The XX: door een minimum aan middelen een maximum aan intensiteit creëren

Geschreven door

The New Puritains slaagden er vandaag niet in de Eurotunnel te kruisen door het helse winterweer. De jonge indierockende band houdt van bezwerende elektronica, stoeit met ritmes en zorgt voor onverwachtse wendingen, zoals we het o.a. kennen van Animal Collective en Yeasayer. Hun optreden zou alvast mooi meegenomen zijn met de Londense hype The XX.
The New Puritains vormen alvast de voorhoede van een nieuwe rits beloftevolle bands in 2010 … In ons landje komen ze in de maand april en zullen waarschijnlijk dan niet meer opgehouden zijn … Intussen legden we hun puike plaat ‘Hidden’ nog eens op…

Maar niet getreurd, alles draaide vanavond rond die andere Britse band The XX. Het jonge Londense trio was nog tot vorig jaar een kwartet. Baria Qureshi (keyboards) kon de druk niet meer aan en liet band en populariteit voor wat het was. Het gemis hebben Romy Madley Croft (lichthese stem (Kim Gordon), zang/gitaar en Tracy Thorn EBTG –lookalike), Oliver Sin (zang/bas en Nitzer Ebb lookalike)  en Jamie Smith (knoppenman/producer en Lou Barlow lookalike) voldoende kunnen opvangen.
De groep kreeg niets anders dan lovende kritieken op hun debuut, die het houdt op broeierige, intense en intieme darkwave pop. Een soort ‘pop noir’, fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. En die duidt op een ‘less boven more’ princiep: een maximum aan intensiteit creëren door een minimum aan middelen, ontdaan van alle opsmuk door het minimalisme en de intrigerende, subtiele melodieën, die een ingehouden spanning hebben, bitter en koel maar boeiend, warm en zoet.
Het trio verwezenlijkt het door de beheersing en de schoonheid van het spooky gitaarspel, - getokkel en de eenzame reverb gitaarlijnen, die sterk refereren aan de BRMC/Chris Isaak’s verdwaalde, donkere bluesrock’n’roll, de aan Joy Division wave basses en de gestripte synths, toetsen en beats. De sound krijgt nog meer richting door de prachtduetten van Madley Croft en Sim, die op het podium om elkaar cirkelen, elkaars gedachten en blikken weten aan te vullen en zingen in een soort half brabbelende vertelzang en flarden tekst uitwisselen.
Het lijkt wel een soundtrack die het vroegere Young Marble Giants, Low en de Portishead/Tricky triphop bij elkaar brengt.

We waren sterk onder de indruk van hun intieme, sfeervolle broeierige aanpak die een betoverend melancholisch plaatje opleverde van subtiliteit en finessse. Ze overtuigden me nog meer als de muzikale hype van 2009/2010.
De songs zijn te interpreteren als één geluidstapijt en één luisterervaring en, die niet zomaar kunnen geswitcht worden, waardoor de volgorde live op één song na, helemaal gerespecteerd werd. Het emotievolle “Vcr” stak ergens middenin. De intro speelden ze achter een wit doek, meteen gevolgd door de eerste single “Crystalized”, die aangaf hoe minutieus elk geluidje z’n plaats vond binnen het geheel. Donkerder en dreigender waren “Islands” en “Fantasy”, opgetrokken door een glamrockend getokkel. De gedempte spotlights, de stroboscoops en het rookgordijn bepaalden mee de donkere sfeer en romantiek. “Shelter” startte sober en ging naar een crescendo krachtige, felle opbouw. Ook de daaropvolgende “Basic space” en “Nighttime” waren in dezelfde stijl en hadden een forse electrobeat. “Vcr” deed denken aan een oude IlIketraIns song en ( het nieuwe) “Do you mind” – Kyla-cover’ onderstreepte de unieke spannende dreiging. Tot slot ging het met “Infinity” naar een apotheose door de verrassende wendingen en het avontuurlijke karakter; de song werd mooi uitgesponnen, kreeg een krachtige outtro op cymbalen en tilde het door de “Blue Hotel/Wicked game” riff en refrein (van Chris Isaak (jawel!) naar een hoger niveau.
Tussen de nummers hoorden we bedankjes zachtjes onwennig prevelen. De weinige woorden stoorden niet binnen het XX-concept.
Door het warme onthaal en de sterke respons speelden ze een ingehouden “Stars” in de bis, maar net als in het tweede deel van de set kreeg het nummer een stevige eruptie! De coversongs “U got to love” en “Teardrops” werden in de koelkast opgeborgen.

Het succes van The XX is terecht te danken aan hun eenvoud, eerlijkheid en bescheidenheid; de songs zijn ontdaan van alle bombast, pathos en tierlantijntjes. Ze raken met hun cool, catchy, timide aanpak … en soms moet dat niet meer zijn om te kunnen overtuigen …

Neem gerust een kijkje naar de pics van de gig in de AB op 17.02

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

King Khan

The King Khan & BBQ Show: beter dan ooit!

Geschreven door

Support act Catacombo omschrijft zichzelf op hun MySpace als ‘Antwerp's only real garage band’. ‘Poor Antwerp’ zou ik daar meteen kunnen aan toevoegen maar ik geloof hen niet. Nochtans begon dit drietal schitterend met een catchy garagerocker, gebracht met een licht huilende stem, die zo uit de ‘Nuggets’-reeks geplukt had kunnen zijn. Een toevalstreffer of was ik toen nog te mild gestemd? Hetgeen wat volgde was alleszins van een veel minder allooi. De groep grasduinde in de immense catalogus van de sixties garagerock maar bleef telkens steken in wat amateuristisch geknoei. Misschien is dit te pruimen in een donker, rokerig café met twintig pinten in je kraag maar hier viel dit toch veel te licht uit. Zelf vonden ze het blijkbaar wel leuk ondanks de bijzonder lauwe reactie van het publiek.

King Khan (toen nog Blacksnake) en BBQ (aka Mark Sultan) maakten ooit deel uit van het legendarische bandje Spaceshits. Toen dat ter ziele ging volgden beiden hun eigen weg. Khan ging meer de soul en funktoer op met zijn zeer uitgebreide ‘Shrines’ terwijl BBQ de rock-'n-roll trouw bleef, eerst in het onvergetelijke ‘Les Sexareenos’, later als one-man-band. Ondanks die nog steeds lopende eigen projecten zijn ze nu ook al weer een hele tijd samen bezig in de King Khan & BBQ Show waarmee ze nu reeds aan hun vierde plaat toe zijn. ‘Invisible girl’ heet die en ze viel net buiten mijn top 10 vorig jaar.
King Khan en BBQ moesten eerst nog soundchecken en vuurden daarbij de ene na de andere oneliner af. Die soundcheck op zich had al veel meer amusementswaarde dan het optreden van Catacombo.
King Khan had zich ondanks de vele bijgekomen kilo's toch nog maar eens in een glitterjurkje gewurmd maar de obscene taferelen van vroeger bleven dit keer achterwege. En die misten we geenszins want muzikaal zijn de heren duidelijk nog een stuk gegroeid. Er werd geopend met een instrumental: twee gitaren en wat drums via de voeten van ‘sultan’ BBQ volstonden om onze nekharen meteen steil overeind te doen staan. Maar hun grootste troef blijft zonder twijfel die harmonieuze stemmenpracht. Beiden beschikken over een prachtige stem met een groot bereik waarvan ze optimaal gebruik maken. Vooral wanneer Khan de laagste regionen opzoekt en in pure doowopstijl BBQ van antwoord dient is het wegsmelten geblazen. Ze blijven het nog steeds in de fifties rock-'n-roll zoeken maar weten het wel een eigen draai te geven zodat dit zo veel meer is dan een nostalgische trip.
Tijdens de bissen verscheen BBQ in een hilarisch kostuum als (r)octopus ten tonele, wat hem niet verhinderde nog wat knappe songs te brengen. Na eerst nog een schuimbekkende punkrocker gebracht te hebben werd er afgesloten met de tearjerker "Why don't you lie".

Het was bijzonder mooi geweest. Achteraf maakte ik nog de bedenking dat al die rock rally deelnemers die massa's verschrikkelijk duur materiaal op het podium slepen, hadden moeten zien hoe de The King Khan & BBQ Show aan twee onnozele mini-versterkers genoeg had.


Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

Pagina 333 van 386