logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
Jon Spencer
Festivalreviews

Kulturama 2010: SMART met Mauro, Ruben Block, Frank Vander Linden, Jan Hautekiet e.a.

Geschreven door

Kulturama 2010 – SMART - Veel te mooi om niet te vergeten

Frank Vander Linden gaf het publiek in het eerste nummer een heel erg duidelijk advies: “Trouw nooit”. De toon was meteen gezet voor een avondje vol liederen die vooral de minder mooie kanten van de liefde in het licht zetten. De verheerlijking van de onvolprezen smartlappen bleek donderdagavond het ideale tegengif voor hetgeen we in deze Valentijnstijden te pas en te onpas te slikken krijgen. Anton Walgraeve en Mathias Sercu brachten het eerste van de vele duetten die ons in het goed gevulde Depot gepresenteerd zouden worden. De Hollandse Marika Jager mocht even de rol van Willeke Alberti spelen alvorens Walgraeve zijn stadsgenoten trakteerde op “Zondagmiddag Liliane” van de betreurde Louis Neefs. Stijn verkocht gewoontegetrouw veel show tijdens “Rozen voor Sandra”, een lied dat ondertussen al veertig jaar geleden onsterfelijk gemaakt werd door Jimmy Frey. Nadien mocht gitarist Ruben Block een eerste keer imponeren terwijl Bob Benny (of toch diens foto) goedkeurend over diens schouder toekeek. Het vrouwelijke gedeelte van het publiek werd helemaal gek toen plots die andere brok charisma, zijnde Mauro, het podium betrad. “Zo mooi, zo blond en zo alleen” klonk nog nooit zo cool. Marika Jager liet Frank Vander Linden daarna schitteren als “Dokter Bernhard” van Bonnie St. Claire.

U merkt het, beste lezer, afwisseling was troef bij hetgeen deze gelegenheidsband - die voorts nog bestond uit Jan Hautekiet, Mario Goossens, Tom Pintens en Monsieur Paul (ooit nog bassist van The Boxcars) – ten berde bracht. Om deze stelling kracht bij te zetten toverde Stijn wat spooky geluiden uit zijn speeltjes terwijl hij het uiterst obscure “De geschiedenis herhaalt zich” van een zekere Cowboy Gerard declameerde. Gelukkig bleef dit experimenteel intermezzo beperkt tot één nummer en deed Mathias Sercu ons nostalgisch verlangen naar de tijd dat Benny Neyman zelf nog “Ik weet niet hoe” kon zingen. Tom Pintens bleek een spiekbriefje nodig te hebben tijdens “Droomland”, een Johny Jordaan-klassieker die hij aan de bevallige zijde van Marika Jager bracht. Met het oeuvre van John Terra blijkt Pintens meer vertrouwd want “De dag dat het zonlicht niet meer scheen” bleek een koud kunstje. Met een lekkere pint in de ene en een dankzij de gezondheidspolitie tot antiquiteit verworden object als een aansteker in de andere vochten we vervolgens tegen de tranen tijdens het door een uiterst ingetogen Ruben Block gebrachte “Ik mis je zo”. Zelfs de tegenwoordig erg olijke Koningin Fabiola zou donderdagavond meer ontroerd geweest zijn door de versie die Block bracht dan door hetgeen ze tijdens de begrafenis van haar Boudewijn moest aanhoren. Kilo’s kippenvel materialiseerden zich in Het Depot. Bekomen deden we tijdens “Ben” van kindsterretje Silvy Melodie(nu gekend als ‘die van Sylver’), een cover van een cover dus want het nummer werd uiteraard de onsterfelijkheid in gezongen door wijlen ’s werelds allergrootste kindervriend.
Antow Walgraeve herinnerde ons er met “Mijn lijf doet zeer” aan hoeveel Ann Christy geleden heeft. Ook Johnny White stapelde al aardig wat miserie op, Mauro toonde met “Verloren hart, verloren droom” aan dat de liefhebbers van de betere smartlap daar blij om mogen zijn (sorry, Johnny). Een nieuw hoogtepunt diende zich aan toen Mauro zich liet vergezellen door steracteur/-artiest Sercu tijdens “Veel te mooi”, een nummer dat vanneygens massaal meegebruld werd door een almaar enthousiaster wordend publiek. Nadat Stijn een exotisch getinte versie van “Ik voel me zo verdomd alleen” bracht, liet Frank Vander Linden het feestje voortduren middels “Cherie” van Ertveldes meest bekende exportproduct. Ook het door Stijn en Marika Jager gezongen “Het zal je kind maar wezen” swingde als de pest. Toen de veelzijdige Ruben Block de legendarische La Esterella incarneerde bleek dat het orgelpunt van de avond te vormen. In plaats van “Veel te mooi” brulden we “Veel te kort” maar het mocht niet baten.

Het SMART-project was ter gelegenheid van de opening van het M-museum bedoeld als éénmalig. We prijzen ons gelukkig dat de geschiedenis zich herhaalde aangezien deze gelegenheidsgroep in het kader van Kulturama een tweede keer wilde schitteren. Ik weet niet hoe men na zo’n veel te mooi concert droomland kan bereiken, na een quasi slapeloze nacht deed vrijdagochtend mijn lijf zeer maar treuren deden we niet want gedeelde smart is halve smart….en het weekend lag gelukkig voor de deur.

Organisatie: Kulturama ism Depot, Leuven

China Express 2009 – Sounds from the underground

Geschreven door

China Express 2009 – Sounds from the underground
2009-12-02 tem 04

China is met het hele Europalia-gebeuren nog meer dan anders hot en ook de Vooruit wou zijn duit in het zakje doen door ons nieuwe muzikale aspecten van de onbekende Aziatische reus te leren kennen met China Express.

Het programma was verdeeld over drie nachten met telkens aandacht voor weer een ander aspect van de laten we zeggen Chinese muziekwereld in de brede betekenis van het woord. Volgens het van Brian Eno afkomstige citaat dat gretig gebezigd werd om het hele gebeuren te promoten is de sfeer in Beijing anno 2009 even opwindend als in New York in 1979 en dat is toch wel een straffe uitspraak, als je nog maar een beetje thuis bent in de New Yorkse underground uit die jaren, die toch grootheden als Keith Haring, Talking Heads, Blondie en natuurlijk ook Madonna en ook nog eens een volledige blauwdruk voor wat house moest worden, heeft voortgebracht.

Het donderdagprogramma bracht een aantal muzikanten van de vele minderheden in China, meer bepaald volksmuziek uit het zuiden van China. Het programma was samengesteld door Gong Linna en was op zich interessant al was het maar door de vele kleurrijke kostuums. Het Chinese gevoel voor toon en melodie verschilt in ieder geval hemelsbreed van wat we in het Westen bekend zijn, en het is dan ook moeilijk om over dat programma zoiets als een gefundeerd oordeel te vellen, maar je bleef sowieso ergens met het gevoel zitten volksmuziek van slechts minderheden te hebben aanschouwd en niet bepaald wat leeft binnen de  beloofde ‘Chinese underground’. Wu Fei bracht daarna veel interessantere muziek die traditionele instrumenten op een originele manier gebruikt om een heel persoonlijk stijl te brengen. De tijd die haar was toebedeeld was eigenlijk te kort, iets wat misschien onvermijdelijk is en sommige van de aanwezige artiesten, zoals met name Wu Fei en Xiao He tekort deed. Het blijft een eerste kennismaking.  Ik ben dan nog een beetje sfeer gaan opsnuiven en de karaoke kort gaan aanhoren in het café beneden, maar veel toptalent viel er nu ook weer niet te bespeuren.

Vrijdag bracht als eerste Xiao He, die blijkbaar een soort enfant terrible van het Chinese artiestenmilieu is en misschien vanwege de taalbarrière een soort prettig gestoorde waanzin bracht, die moeilijk te catalogeren was. In ieder geval was het leukste moment toen hij plots in de gangen rond het podium begon te rennen en een geschreeuw ten beste gaf en daarmee wel zo ongeveer het hele publiek op zijn hand kreeg. Zijn vondsten zijn leuk, maar het blijft moeilijk om in te schatten in welke mate hij zich aan het Westerse publiek aanpast en wat hij zonder een taalbarrière zou brengen.
Het thema van vrijdag was eigenlijk ‘Encounters’, ontmoetingen dus tussen West en Oost. Heleen Van Haegenborgh en Ann Eysermans brachten een improvisatie-oefening met hun respectieve instrumenten. Eerlijk gezegd niet echt mijn cup of tea, maar het kon er mee door. Interessanter was de samenwerking tussen Lander Ghyselinck, percussionist en Li Tie Qiao, volgens de presentator de enige freejazz-muzikant in China. Zaten ze even zonder. Ze hadden ook niet de gelegenheid gehad om veel te oefenen, dus werd het het genre getrouw een improvisatie tussen twee knappe muzikanten. Van de samenwerking tussen Shenggi en Yan Yun heb ik door het late uur slechts het begin meegepikt. Het ging richting heel atmosferische astronautenmuziek, welke sfeer Yan Yun aan zijn jeugd in het kleine wereldje van het Chinese ruimtevaartprogramma, als zoon van de ontwerper van het Chinese astronautenpakje te danken heeft.

Dag drie bracht op papier misschien wel het meest interessante programma omdat de DJ’s die geprogrammeerd stonden niet de steun van de Chinese overheid leken te hebben. Subversief denk je dan, hoewel dat in de elektronica waar teksten zelden verwijzen naar politieke boodschappen misschien vaker nog in de richting van escapisme gaat. We hoorden veel verschillende stijlen, van de redelijk geschifte breakcore van iLoop, in de traditie van een geluidsterrorist als Alec Empire, tot de minimal techno van B6. Het is allemaal niet slecht gebracht en met veel overgave en enthousiasme (zeker het shirtloze moment van iLoop was leuk) maar waarin het dan afwijkt van Europese elektronica is mij niet duidelijker geworden. Dankzij de informatica kan gelijk welke whizz-kid tegenwoordig op zijn slaapkamertje in het beste geval verbazingwekkende dingen maken; dat hoor je tegenwoordig ook dat er een nieuwe generatie artiesten opstaan uit minder verwachte hoek, van Moskou tot Dubai over Buenos Aires; de netwerken doen daar veel aan, maar het bleef toch wat raar om tegen het einde van de avond Paul Kalkbrenner te horen. Absoluut niks op tegen, maar de originaliteitsfactor is niet overdreven groot.

Organisatie: Vooruit, Gent


Toutpartout 15 Years: uitgelezen selectie van artiesten en bands – dag 2 -

Geschreven door

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. Op deze tweede avond konden we er terecht voor Phosphorescent, The Black Heart Procession, Dosh, Githead, Lightning Dust en Deer Tick. Een tweede succesvolle avond die de vijftien kaarsen op de taart in één adem uitbliezen van Toutpartout!

Deer Tick (Rotonde), een jong kwartet uit Providence, Rhode Island, intrigeerde in z’n vijfendertig minuten speelduur. Ze putten uit de ‘80’s countryrock van Green On Red, gaven er een rock’n’roll lick op en sloegen richting freakfolk in. De songs klonken intens rauw, broeierig en bedreven. De meerstemmige zang gaf kleur. Twee platen heeft het gezelschap totnutoe uit en het lijkt me naderhand interessant de cd’s te beluisteren, want met songs als “Smith hill”, “Hope is big”, “Easy” en “Straight up storm” overtuigden ze heel sterk! Tja, Toutpartout trekt niet voor niks leuke ontdekkende bandjes aan.

Lightning Dust (Orangerie) is een zijproject van de succesvolle Canadese stoner/psyche/americana band Black Mountain. Het is nu niet eens de bandleider Stephen McBean ( project: Pinkmountaintops), maar zangeres Amber Webber en drummer Joshua Wells die er achter zitten. Ze worden nog aangevuld met een ander vrouw – man duo en brengen overwegend lichtvoetige, breekbare en soms uptempo retrorockende indiepop. De piano/toets en de innemende, nasale en licht neurotische vrouwelijke zang (ergens tussen Janis Joplin en Hope Sandoval) zijn de rode loper. Hier komen geen pedaaleffects of psyche vocals aan te pas. Het gaat van de sfeervolle “Take me back” en “Antonio Jane”, naar het elektronisch neigende “I knew” en de orkestratie van “Dreamer” tot het epische opbouwende “Take it home”. Tot slot een regelrechte rockende prairie/countryfiller, “Wind me up”, toonde aan dat dit gezelschap, naast de gierende geweldpleging van Black Mountain, zich onderscheidde met slepende (rauwe) en rijkelijk gelaagde (emotioneel subtiel) songs op de plaat ‘Infinite Light’.

Colin Newman houdt af en toen eens een Wire-reünie, maar legt zich de laatste jaren vooral toe aan z’n Githead (Rotonde) project dat hij een kleine vijf jaar geleden oprichtte, samen met gitarist Robin Rimbaud, bassiste en vrouwlief Malka Spigel en drummer Max Franken, die al allemaal sporen hebben verdiend bij andere bands waaronder Minimal Compact.
Ze zijn terug op tournee om de recente derde plaat ‘Landing’ voor te stellen. En hier horen we een Githead op z’n best. Ook live werd hun arty pop gekenmerkt door een repetitief intrigerende opbouw en stomende, hitsende ritmes. We zagen een gretig spelende band, die graag een tandje bijzette. Het bevestigde de stelling alvast van vier rasmuzikanten: de tandem Rimbaud – Newman, beiden uiterst geconcentreerd op hun gitaarspel, het diepe basspel van Spigel, en Franken die de maat aangaf en vaart pompte in de songs.We werden meteen opgezogen in de verslavende werking van hun songs. Er was op die manier weinig ruimte voor hun sfeervol dromerige indie van vroeger platenwerk. De aanstekelijke, coherente instrumentale sleper “Faster” vormde het uitgangsbord voor “Drop”, “Live in your head”, “All set up” en de songs die Spigel zong, “Take off” en “Lightswimmer”. “Over the limit” refereerde het nauwst aan de gloriedagen van Wire en met een verbluffende versie van “Raining down” (ruim acht minuten) vatten ze hun hypnotiserende, bezwerende groove, rauwe intensiteit en ruwheid in een puike melodie samen. Het jonge gitaargeweld kan lessen trekken uit de verzengende livegig van Githead.

We waren duidelijk onder de indruk van deze Githead veterans, waardoor we de eclectische sound van Martin Dosh (Witloof Bar) misten …

Van een andere toonaard was The Black Heart Procession, uit San Diego (Orangerie) onder de tandem Paul Jenkins en Tobias Nathaniel. Na ruim drie jaar is het weinig vrolijke gezelschap toe aan hun zesde plaat ‘6’. Het kwintet is gegroeid uit 3 Mile Pilot ‘( in 2010 wordt de langverwachte reünieplaat verwacht!), die de basis was van het ‘Duyster’- geluid van intens pakkende, doorleefde tristesse over dood, verderf, hel, verdoemenis, zelfmoord en drugs. De songs worden bepaald door een monotoon declamerende voordracht in een ware Cave-iaanse stijl, een dreunende gevoelige pianotune, sfeervolle vioolpartijen en een zingende zaag. Ook hier grijpen binnen die sombere stemming de songs bij het nekvel en hebben ze een verslavende werking. Ondanks de zware littekens die de songs uitstralen, klinkt het geheel op de laatste plaat en live wat aantrekkelijker, breder, intenser en krachtiger. Muzikaal zijn zij duidelijk naar Cave & The Bad Seeds en Twilight Singers opgeschoven.
Ze openden met het intieme “All kind of summer” uit hun debuut, minimaal gehouden door een vervlogen piano- en vioolpartij, een zingende zaag en Jenkins’ klaaglijke zang, die even getormenteerd klinkt als Pere Ubu’s David Thomas. Met de ganse band hoorden we een bezwerend forser geluid op het ouder materiaal, “All my steps”, “Release my head”, “Square heart” en “Tropics of love”, die perfect naast de huidige slepende donkere trips staan van The Black Heart Procession als “Wasteland”, “Drugs”, “Heaven & a hell” en “Suicide”, die de subtiliteit en klankkleur niet het oog verloren. De groep kon rekenen op een ruime belangstelling en was z’n fans door de jaren erg dankbaar. We kregen nog twee songs als bis, de donkere intimiteit vs een breder rockende aanpak, waarbij “The church is red” in een rootsamericana kleedje werd gestopt!

De laatste keer dat we Matthew Houck in een full band presentatie Phosphorescent aan het werk zagen, hoorden we een rootsrockende band die de klankkleur van de ingetogen etherische platen stevig injecteerde. Houck besloot solo de tweedaagse Toutpartout happening en keerde terug naar de bron van z’n songs in een pakkend easy listening americana van ontroering, weemoed en melancholie. De dromerige ballads klonken af en toe wat krachtiger, bepaald door z’n begeesterende, bezwerende gitaarspel en z’n hemels klaaglijke zang, wat hem in de lijn bracht van Iron & Wine, Will Oldham en Jason Lyte. Hij smukte z’n ingetogen materiaal op door z’n leuke bindteksten en door de backing vocals van de Deer Tick en Lightning Dust crew (o.a. op “Los Angeles”); heerlijke trips hoorden we van “Joe Tex, these taming blues” en “Cocaine lights”, alsof hij op twee gitaren tokkelde, en een minimaal gehouden “Endless”. Uit de hymne ‘To Willie’ pikte hij o.a. “It’s not supposed to be that way”, “Reasons to quiet” (written by Merle Haggard), “Permanently lonely” en Hank Cochrans “Can I sleep in your arms”. Deze afsluiter bracht de gepaste gemoedsrust na de twee avonden …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

Autumn Falls 2010 – Olafur Arnalds - Nive Nielsen & The Deer Children - Menomena - Peter Broderick

Geschreven door

Autumn Falls 2010 – Olafur Arnalds - Nive Nielsen & The Deer Children - Menomena - Peter Broderick
Op de slotdag van de eerste editie van het driedaagse Brusselse indoor festival Autumn Falls was het afzakken geblazen naar de verschillende zalen die de Botanique rijk is. Hoewel de bands die daar die avond geprogrammeerd stonden stuk voor stuk (nog) niet echt een breed publiek aanspreken was de avond toch ruim op voorhand uitverkocht. Het bleek een meesterzet van de organisatoren om op de laatste dag de vrieskou te proberen verdrijven met intieme en minimalistische muziek die associaties oproept aan knetterende haardvuren en stomende warmwaterbronnen.

Peter Broderick
Het was drummen om nog binnen te geraken in de Rotonde, maar wie daar toch in slaagde zal het optreden van Peter Broderick niet vlug vergeten. De intimistische folksongs die deze 23-jarige Amerikaanse singer songwriter moeiteloos uit zijn pols leek te schudden deden het publiek verschillende keren naar adem happen.
Toen Peter Broderick tot twee maal toe de zaal inwandelde om zonder instrument en zonder micro te zingen (eigenlijk eerder een soort huilen) leek de betovering zelfs compleet. Duidelijk was dat deze jongeman zijn job van ambachtelijke songsmid ernstig nam. Het amateuristische geklungel met instrumenten op het podium tussen de nummers door werd hem bij deze ruimschoots vergeven.
Dankzij enkele gesmaakte duetten met zijn vriendin en de looping gewijze versmelting van piano, viool en gitaar bleef het optreden tot de laatste noot boeien. Wie Nick Drake en Sufjan Stevens best te pruimen vindt mag de ontroerende Peter Broderick niet langer links laten liggen.

Menomena
Het indie rockgeluid van het Amerikaanse viertal Menomena was die avond ongetwijfeld de vreemde eend in de bijt tussen de countryfolk en intimistische pianomuziek die uit alle zalen naar buiten sijpelde. Een gedurfde maar ook een geslaagde keuze, want het was wat ons betreft een aangename eerste kennismaking met deze eigenzinnige heren die erin slaagden om hun nummers experimenteel maar toch popgevoelig en toegankelijk te houden.
Op platen ‘Friend and Foe’ en het dit jaar verschenen ‘Mines’ is afwisseling het ordewoord, en zo was het niet verbazend dat ook die avond zowel echo’s van Amerikaanse bluesrock (Kings Of Leon), Britpop (Blur) of pure eighties pop (Cock Robin) doorschemerden. Menomena bleek naast de langharige zanger bovendien over meer dan één uitstekende stem te beschikken en maakte daar tijdens de set ook dankbaar gebruik van. Fans van Kings Of Leon die in hun huidige gepolijste stadion rock de weerhaakjes van weleer missen weten bij deze waar naartoe.

Nive Nielsen & The Deer Children
Doet deze groep bij u een belletje rinkelen? Bij ons ook niet. Omdat we het programmaboekje op voorhand niet zo goed bekeken hadden was onze verbazing dan ook niet klein toen er plots een breed glimlachend eskimo meisje op het podium verscheen. Het was ons trouwens niet duidelijk waarom Nive Nielsen maar bleef lachen het ganse optreden door. Was het omdat ze in een goed gevulde Rotonde mocht spelen na Peter Broderick, voor wie ze wel een boontje leek te hebben? Of was het te wijten een over de generaties heen geërfd biologisch afweermiddel tegen de pooltemperaturen? Leek ons niet echt nodig, want de rijk gearrangeerde countryfolk die ze met haar overtuigende achtkoppige live band bracht leek wel uitgevonden om maandenlange winters binnenshuis te trotseren.
Zelf bespeelde Nive een ukelele en de talrijke blazers kleurden mooi samen met haar fragiele stemgeluid, dat vaag aan Kirsten Hersch van Throwing Muses deed denken. Dat we hier niet direct enkele songtitels meegeven vergeeft u ons wellicht, want de debuutplaat ‘Nive Sings’ is tot nader order alleen in thuisland Groenland verkrijgbaar.

Olafur Arnalds
Zelden een treuriger concert gezien dan Olafur Arnalds op Autumn Falls. Van de spaarzame projecties van opvliegende duiven, sneeuwvlokken en eenzame vuurtorens werd je al niet echt vrolijk, maar de muziek klonk zo mogelijk nog meer deprimerend.
De erg minimalistische, klassieke composities, waarin piano, strijkers en een vleugje avant garde elektronica elkaar uitdaagden, deden de titel van het nieuwe album ‘…And they have escaped the weight of darkness’ alle eer aan.
Net als landgenoot Johann Johannsson bestaat de missie van deze sympathieke piepjonge Ijslander erin om niet klassiek geschoolden ook wat klassieke invloeden bij te brengen. Een opdracht waarin hij die avond trouwens ruimschoots slaagde, getuige de muisstille Orangerie doorheen de ganse set. Als je het ons vraagt toch geen geringe prestatie voor een rechtstaand publiek (dat op het eerste zicht overwegend niet klassiek geschoold leek) in een rocktempel laat op de avond. “Thank you for being the most quiet audience ever” was zijn welgemeend dankwoord tot twee maal toe.

Organisatie: Botanique ism ToutPartout)

Toutpartout 15 Years: uitgelezen selectie van artiesten en bands – dag 1 -

Geschreven door

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. In dat concept moet je natuurlijk keuzes maken om hen aan het werk te zien.
Op dag 1 had men South San Gabriel (feat. Will Johnson), Shit & Shine, Hank & Lily, Tony Dekker, Krakow, Scout Niblett, Joe Gideon & The Shark en Micah P.Hinson geprogrammeerd. Toutpartout kon deze eerste dag rekenen op een sterke belangstelling. Door ziekte van Jason Molina (Songs: Ohia/ Magnolia Electric Co) kwam de ganse crew van Will Johnson, South San Gabriel langs en werden Cave Singers (ook ziekte van één van de leden) vervangen door het Belgisch beloftevolle Krakow.

De Amerikaanse songwriter Micah P. Hinson (Rotonde) gaf de aftrap. Hij benaderde de donkere kantjes van de americana scene. Hij heeft dan ook veel te vertellen want hij heeft al een getormenteerd leven achter de rug. Muzikaal brengt hij z’n ervaringen in bezwerende luistersongs op akoestische gitaar gedragen door z’n bedwelmende, emotievolle vocals, wat hem nauw verwant maakt met Dylan en Drake en de songwriters van Wilco en Lambchop. In die vijfenveertig minuten fascineerde hij met enkele bloedstollende songs, die een spaarzame begeleiding meekregen. Maar hij kon ook krachtiger klinken zowel op z’n gitaar als met z’n stem. Hij stipte even het werk van z’n eerder drie verschenen cd’s aan, maar legde vooral de klemtoon op de recente cd ‘All dressed up & smelling of strangers’, die uit een handvol overtuigende covers van z’n muzikale helden bestond, waaronder “Are you lonesome tonite” (Elvis Presley) - opener van de set-, verder “Not forever now” (van Centro-matic, die andere band van Will Johnson), “Slow & steady” –van de eerder onbekende Pedro the lion -, en tot slot “This old guitar” van John Denver, de song die z’n vader en hem na jaren ruziemaken opnieuw samenbracht. We hoorden nog enkele parels, een innemende “Digging a grave” en een hymne aan één z’n allerbeste vrienden, een zekere Michael Gilmore die hij in 2007 verloor. Hinson houdt van de zaal, hij had hier al een paar keer gespeeld en droeg z’n publiek een warm hart toe, wat wederzijds was. Al meteen een schot in de roos voor de Toutpartout crew.

Het broer-zus duo Joe Gideon & The Shark (Orangerie) schuimde de festivalzomer af; ze brachten een broeierige spanning in hun rauw rockend materiaal. Zij, ‘Viva Seifert’, ‘the Shark’, deed dat op haar drumstel en haalde tussendoor een klanktapijt uit haar keys en xylo, hij ‘Joe Seifert’, ‘de Gideon’, switchte van gitaar en bas, creëerde een spaarzaam zompig geluid en dompelde de songs onder in een grauw galmende zegzang. Hun americana/garageblues had raakvlakken met de vertelkunst van Cave, Waits en Reed tot zelfs een Marianne Faithfull. Ze trokken de aandacht door een persiflage op de ‘80’s iconen Eurythmics. De rauwe intensiteit van de songs had bijna steeds een rustige, voortkabbelende aanzet, zoals op “Miss Kathy Ray”, “Anything you love that much will see you” en de titelsong van hun cd; de ‘Harum Scarum’ nummers vormden hierdoor een filmische soundtrack. Op het eind vervoegde een derde persoon de drums, wat het geheel hitsender maakte.

De Engelse singer/songschrijfster Scout (Emma Louise) Niblett (Rotonde), leek wel een weekendje vrijaf te hebben gekregen in de kostschool. Ze stond daar op het podium met haar blauw kostuumpje met witte knopen, rode kousen en opvallende schoentjes, bijna de voeten tegen elkaar. Een bedeesd meisje, een stil watertje op elektrische gitaar, zo leek het…, maar dan had je buiten de waard gerekend dat deze dame van 35 jaar al een handvol platen uitheeft binnen de indiefolk/americana, en we fronsten even de wenkbrauwen toen ze de gitaar inplugde en begon te zingen . Ze beet sterk van zich af met haar spannend dreigende sound, dissonante riffs en lieflijk getokkel, gedragen door haar indringende, hese soms hoog uithalende stem. Moeiteloos stapte ze over van een ingetogen naar een strakkere, fellere lijn. Ze intrigeerde en bezorgde ons kippenvel door de intrinsieke schoonheid van hartverscheurende ervaringen, eenzaamheid en fatalisme die in de songs schuilde. Polly Harvey meets Liz Phair/Cat Power meets de jongere generatie Soap & Skin en Jolie Holland. In de venijnige set werd op het eind de pedaaleffects stevig ingedrukt; binnen haar muzikale zwerftocht was er één keer een ‘dust in the wind’ moment, toen ze een song op de drums mepte.

De Canadese songwriter Tony Dekker (Orangerie) bood met één van z’n Great Lake Swimmers leden, Erik Arnesen, een mooi overzicht van hun oeuvre. Dekker plukte uit elke cd wel iets en slaagde erin ons hart te veroveren met z’n weemoedige, sfeervolle, melodieuze breekbare americana, geënt op het intieme akoestische gitaarspel, -getokkel en de mandoline, en gedragen door z’n licht klaaglijke zang. In het melancholische recept droomden we zomaar weg, mijmerden we, zagen bij valavond de kust voor ogen en hoorden vanuit een hut het geluid van het klotsende water. Ondanks de meer luchtige aanpak op het recente ‘Lost channels’ bracht Dekker de verstilde pracht van z’n songs. Er waren pakkende versies van “Still”, “Concrete heart” en “Stealing tomorrow” uit de laatste plaat en verder klonken “Moving pictures, silent films” en “Let’s trade skins” groots. Het stemde Dekker gelukkig dat het oude materiaal terug makkelijker verkrijgbaar was, om op die manier mans kwetsbare muziek te leren kennen …

We werden uit onze droomwereld getrokken toen Shit & Shine (Rotonde) aan hun set begon. Ze speelden een loeiharde, bezwerende drone/noisetrip van ontspoorde, vervormde en overstuurde synths en opzwepende drums. Twee drumstellen stonden er deze keer opgesteld. Vorig jaar was het nog anders toen een zestal drummers in de set betrokken raakten. Het draaide ‘em rond noise en ritmiek; doel was het publiek in een soort trance te brengen met die repetitief, voortdeinende sounds. De elektronica en drums stuwden de sound naar een hoger niveau. Ze maakten het ons alvast iets draaglijker door er wat show aan te koppelen. Buiten de drummer waren 2 bandleden verkleed in een soort bunnypak en kwam een derde uit een NYC politiereeks. Het hoorde er allemaal bij om hun loodzware sound te ondergaan. Het was geen hapklare brok wat het vaste duo Clouse en McKayhan ons voorschotelde. Van deze livesensatie waren de meningen verdeeld …

Intussen moesten we de optredens van Krakow en de Hank & Lily show missen, die we eerder al aan het werk zagen; Krakow overtuigde met hun bloedmooie sound van countryrock/slowcore en de theatergig van Hank & Lily, bood een weirde sound van country/garagerockabilly, wat hen een beetje in de voetsporen bracht van Bob Log III.

Tot slot kwam South San Gabriel (Orangerie) opdagen, het tweelingbroertje van Centro-matic (vaste bandleden voor beide bands, naast spil Will Johnson). Door de afwezigheid van Jason Molina konden we dus optimaal gaan voor het sfeervol, intimistisch, weemoedig materiaal van rustige broer South San Gabriel. Muzikaal refereren ze aan de dromerige americana van Crosby, Still, Nash & Young en worden ze in één adem opgenoemd met The Jayhawks, Sparklehorse, Wilco, Lambchop, Bonnie ‘Prince’ Billy en Ryan Adams. We hoorden gevoelige steelpedal, subtiele piano- en orgelpartijen, een voorzichtige percussie en Johnsons breekbare gitaarspel, dito -slides, gedragen door z’n warme, intieme stem. Een muzikale bloemlezing waarbij de groep nogal sterk teruggreep naar hun doorbraak in 2003, ‘Welcome, Convalescene’ met songs als “Smelling medicinal”, “Everglades” en “Saint- Augustine”. Bloedmooie songs die door hun ingetogen karakter gemoedsrust uitstraalden. We hoorden recenter werk met “Feel too young to die” en uit de laatste plaat ‘Dual hawks’ speelden ze “Emma Jane” en “Alabama crusade”. Hoogtepunt vormde een broeierige slow motion version van Lionel Ritchie’s “All night long”. Inderdaad, hun muziek luidde de nacht in. Een overtuigende en terechte afsluiter van een eerste avond Toutpartout. Ook hier uitte Johnson z’n appreciatie voor het warme onthaal en de 15 jaar Toutpartout …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

Oost-Vlaams Rockconcours 2009: Intergalactic Lovers wint!

Geschreven door

Ieder oneven jaartal zo rond december ligt het episch centrum van het Oost-Vlaamse muziektalent in de Vooruit te Gent waar een finale doorgaat die de 'beste' Oost-Vlaams bands/artiesten verzameld van het moment onder de noemer Oost-Vlaams Rockconcours.
In de finale geraak je door voorrondes te doorstaan georganiseerd in voornamelijk jeugdhuizen, maar liefst 130 inschrijvingen kreeg de organisatie te verwerken waaruit oorspronkelijk 8 voorrondes met 6 bands geselecteerd werden om dan zo naar 4 halve finales te gaan waaruit dus de 8 finalisten gedistilleerd werden.
Het is een cliché maar als je tot de finale doorstootte dan was je eigenlijk al een beetje een winnaar want dan wordt je opgenomen in het 100% Puur project, dit biedt organisatoren de komende 2 jaar de kans om de helft van de gage van een artiest/band uit de finale terug te krijgen ( tot een bep. limiet), dit geldt voor alle finalisten uit alle provincies, een zeer mooi initiatief waarin jonge bands zich wel kunnen vinden.

De finale dan... die stond bol van diversiteit en genres met Maya's Moving Castle, Catatonics, Vegas!, Amatorski, The Curvy Cuties Fanclub, As You Like It, Look & Trees, Intergalactic Lovers en een surprise act.
Door allerlei beslommeringen konden we pas inpikken tijdens de set van As You Like It, de opkomst viel in eerste instantie wel wat tegen, een iets meer dan de helft gevulde zaal in tegenstelling met de vorige editie die stampvol zat. As You Like It liet er geen gras over groeien, met een melodieuze rocky sound probeerden ze iedereen van hun kunnen te overtuigen, een stagediver werd gespot en het publiek lustte er wel pap van.
Vervolgens betrad het bonte allegaartje van Look & Trees de bühne.
Met een sound die deed denken aan Wilco pakte het op z'n eigen manier de zaal in, er was veel cohesie en speelvreugde te vinden in de sound en de band stond er alsof ze al 10 jaar spelen, een leuk en gevarieerd optreden.
Als laatste mocht Intergalactic Lovers hun ding doen, na hun winst deze zomer op de Beloften waren ze volgens velen de topfavoriet voor deze wedstrijd. Met een naturelle flair begon de band aan z'n set, "Gimme", "Soul for hire" en "Fade away" zijn schitterende poprockdeuntjes die bovendien nog sterker kunnen worden mits een goede productie, de band is immers nog maar 6 maanden samen. De lovers waren solide en zetten een sterke set neer zonder veel verrassingen maar wel met een oerdegelijk 'resultaat'.
Na het optreden viel er nog een surprise act uit de lucht... Niemand minder dan Steven H de meest besproken act uit het concours en afvaller in de halve finale mocht nogmaals bewijzen dat hij zeker z'n plaats in de finale had, dat bewees hij door achtereenvolgens "Saai in den backstage" en " 't Zit tegen" het publiek in te blazen, op " 't zit tegen" werd hij nog versterkt door 6 dansers wat het plaatje echt af maakte, jammer dat deze topentertainer over het hoofd werd gezien!

Even later werd Look & Trees derde, bezette Vegas! de tweede plaats en werden Intergalactic Lovers oververdiend tot winnaars gekroond.

Organisatie: Team OVRC

The Golden Years (2009) maakten hun naam weer waar

Geschreven door

Op zaterdag 28 november maakten 12500 toeschouwers in het Sportpaleis in Antwerpen de 21e editie van The Golden Years mee, één van de oudste manifestaties die hier doorgaan. Volgens de geijkte formule, met de VIP’s aan tafeltjes op het middenplein, werd alles weer gepresenteerd door Carl Huybrechts, die dit keer een aantal groepen mocht aankondigen die het einde van de sixties en de seventies mee kleur gaven. Hij praatte alles vlot aan elkaar en kreeg de zaal telkens aan het juichen toen hij de belangrijkste gebeurtenissen van die jaren overliep, vooral toen hij vijf keer een overwinning van Eddy Merckx in de Tour de France mocht aanhalen.

Daardoor doet het evenement onvermijdelijk aan de Proms denken: zelfde mega-evenement, zelfde locatie, zelfde presentatie. Alleen zonder orkest of koor op het podium. En waar op de Proms de groepen dikwijls verdrinken in de dikke violensaus, kennen de Golden Years een andere probleem: popgroepen van veertig jaar geleden zijn nooit wat ze toen waren: meer en meer muzikanten vallen uit om diverse redenen: ouderdom, ziekte of gewoon omdat ze overleden zijn.
Daardoor zijn de groepen die op het podium staan bijlange niet meer in oorspronkelijke samenstelling. Je kan daar op verschillende manieren tegen aan kijken: ofwel beschouw je dit als een doodzonde, en dan blijf je ver weg ervan, ofwel sluit je compromissen. En dan kan je proberen de groepen op het podium zo objectief mogelijk te beoordelen. Van veel van de groepen uit die tijd zijn alleen één of een paar leden echt gekend bij het grote publiek. Meestal gaat het om een zanger of een gitarist. Het beste is natuurlijk als die er bij zijn, maar voor mij telt dat de klankkleur van de groep niet verandert door de inbreng van de vervangers. Niemand zit op een eigenzinnige persoonlijke interpretatie te wachten van één of ander hitje uit die tijd. Een zanger vervang je door iemand met een even goede, of betere, stem, maar met dezelfde stemkleur, een gitarist moet klinken als zijn voorbeeld.

Met die gedachte in het hoofd zagen wij ‘The Escorts’ als eersten een drietal nummers van ‘T.Rex’ coveren. Goede muzikanten, perfect als opwarmers. ‘Christie’ had niet meer dat enkele hits bij ons, maar kreeg toch een warm applaus: ze klonken dan ook heel goed, vooral door de erg herkenbare stem van Jeff Christie, die er nog steeds bij was. Met ‘The New Seekers’ kregen we dan een meer vocale gerichte groep op het podium. En ondanks hun verdienstelijke prestatie konden zij toch niet verbergen dat de stemmen (vooral van de dames) hun beste tijd gehad hebben. Ze kregen toch veel bijval van een welwillend publiek.
‘Sailor’ moest het in de seventies vooral hebben van hun kostuumpjes en hun act, en dat was nu niet anders. Toch hebben ze een drietal stevige hits op hun palmares, die nog steeds heel goed te pruimen zijn.
Voor ‘Middle Of The Road’ is vooral de unieke stem van zangeres Sally Carr belangrijk. Ze was er bij en ze klonk, na een opwarmingsperiode, best goed!
Het eerste hoogtepunt van de avond kwam er met ‘Slade’. Zanger Noddy Holder is er niet meer bij, maar zijn vervanger zingt minstens even goed. En gitarist Dave Hill kan, ondanks zijn gekke bekkentrekkerij en fratsen, een behoorlijk stukje spelen! Op sommige momenten klonken ze bijna als ‘AC/DC’. ‘Alvin Stardust’ had een aantal hits, maar hij bewees dat hij vooral een echte rocker is, die nog steeds goed bij stem is. Zijn versies van “I Love Rock’n’Roll”, “2,4,6,8 Motorway” en “Johnny B. Goode” mochten er best wezen.
‘The Rubettes feat. Alan Williams’ zijn nog steeds erg flamboyant. Een aantal hits rolden er vlot uit, en ze waagden zich zelfs aan goede a capellaversies van “After The Goldrush” en “Barbara Ann”. Het tweede hoogtepunt kwam er met de slotact. ‘10CC’ trad op met Graham Gouldman, geen spoor van Godley of Creme. Maar de zanger, die de hoge stemmetjes (zoals op “Donna”) bracht, was ronduit schitterend. En ook “I’m Not In Love” klonk echt goed, evenals hun andere hits, met als uitschieter “Dreadlock Holiday”.

Het obligate slotnummer “Rockin’ All Over The World”, met de meeste artiesten op het podium, was eigenlijk overbodig, maar deze ruim drie uur muziekavond mocht er best wel wezen.
Laat editie 22 maar komen…

Organisatie: Sportpaleis – The Golden Years - Antwerpen

Crossing Border Festival 2009

Geschreven door

Crossing Border Festival 2009: bijzonder geslaagde eerste editie van het Crossing Border Festival met Patrick Watson en Monsters of Folk als uitschieters

Het Nederlandse Crossing Border Festival in Den Haag bestaat al sinds 1993 en brengt een mix van literatuur, muziek, en alles wat daar rond hangt zoals kortfilms en interviews met muziekjournalisten of fotografen. Crossing Border besliste om dit jaar ook in België dit festival te organiseren, en zo kwam het dat we naar een uitverkochte eerste editie van Crossing Border Antwerpen konden gaan in de Arenbergschouwburg.
De organisatie was er in geslaagd een fantastische affiche samen te stellen, die muzikaal zeker ver boven de programmatie van De Nachten uitstak, dat andere Antwerpse muziek- en literatuurfestival. Het zou dus kiezen worden, een beetje zoals op Pukkelpop dus, en slenteren tussen de grote zaal (omgedoopt tot La Zona Rosa) en de drie kleinere zalen. We kozen er voor om optredens volledig uit te zitten, en niet om zoals op Pukkelpop 25 minuten van een optreden mee te pikken om dan nog 30 minuten van een ander concert te gaan bekijken. Je zal hier dus geen verslagen vinden van Wild Beasts, The Antlers, Steve Earle of Madensuyu …

Het Crossing Border festival werd voor ons geopend door Mumford & Sons, een viertal uit Londen, die hun debuutalbum, ‘Sigh no More’, pas in oktober uitbrachten. Ondertussen is deze Engelse folkrock groep rond Marcus Mumford, opgepikt door de media en is het heel snel gegaan: de single “Little lion man”, met de fantastische zinsnede “But it was not your fault but mine, and it was your heart on the line, I really fucked it up this time, didn’t I my dear” zit bijvoorbeeld in heavy rotation op zowel Radio Eén als Studio Brussel. Een pluim dus voor de organisatie dat ze deze band opgepikt hadden nog voor ze goed en wel bekend waren. Marcus Mumford leek van ver wel een beetje op Greg Dulli van Afghan Whigs of Twilight Singers: stevig gebouwd en een Romeinse, lichte haviksneus. Naast de typerende banjo die in “Little Lion man” gebruikt wordt, hadden Mumford en Sons een ruime set instrumenten: staande bas, drums, gitaren en piano. Ook opmerkelijk is dat de muzikanten dikwijls van instrumenten wisselden en natuurlijk ook de a-cappella zang, die misschien wel niet zo hoog ging als bij Fleet Foxes, maar hoedanook de nummers naar een hoger niveau stuwde. Na vijfendertig minuten zat het optreden er op, maar we hadden alvast een eerste hoogtepunt van Crossing Border meegemaakt.

Over naar de grote zaal dan, waar we nog een nummer of drie van The Low Anthem konden meepikken. Volgens velen is ‘Oh my God, Charlie Darwin’ één van de beste albums van 2009. We pikten nog net drie totaal verschillende nummers mee, een honky tonk blues a la Tom Waits en twee mooie akoestische nummers, met onder meer het spooky geluid van crotales (een soort mini-cymbaaltjes op een rij), die met een strijkstok bespeeld werden.

Na deze twee klasse optredens, naar de Red Eye Fy zal dan, voor een korte fotoprojectie op beats van de Engelse rockfotograaf Kevin Cummins. Eigenlijk louter toevallig heeft Kevin Cummins een hele generatie van essentiële rockgroepen uit Manchester op de gevoelige plaat gelegd, van de late jaren zeventig tot de midden jaren negentig. We kregen dus mooie maar ook grimmige foto’s van onder meer The Buzzcocks, Joy Division, New Order, The Fall, The Smiths, The Stone Roses, Happy Mondays en Oasis en het wereldje rond de legendarische club ‘The Factory’ (zie ook de film ‘24 hour party people’). Cummins heeft eigenhandig mee de rockfotografie veranderd (een beetje zoals Anton Corbijn) en heeft ook een heel groot aandeel gehad in de iconografie van bands zoals Joy Division, door die groepen in ongewone poses af te beelden in het grauwe, door crisis geteisterde Manchester van de jaren tachtig. Tijdens het interview met de man kwamen we te weten dat die klassieke foto’s, eigenlijk niet bedoeld waren om langer mee te gaan dan de volgende editie van de New Musical Express, maar het is anders uitgedraaid. We maakten ons ook de bedenking, dat het grauwe, desolate Manchester van die tijd allang niet meer bestaat. Niettemin, een interessant interview en prachtige foto’s.

Patrick Watson zorgde voor het volgende hoogtepunt. De grote zaal was goed volgelopen, zodat we nog net een plaatsje vonden op het uiteinde van het balkon. Het grote voordeel daarvan was dat we bijna op het podium zaten, zodat we de man van heel dicht in actie konden zien. Deze dertigjarige Canadees, met de iconische pet en de zijden stem die soms aan Jeff Buckley doet denken, bracht in 2009 het album ‘Wooden Arms’ uit, nadat hij al eerder onder meer een belangrijk aandeel had in het album ‘Ma Fleur’ van Cinematic Orchestra. Veel nummers dus uit ‘Wooden Arms’, met onder meer uitschieters zoals “Big Bird in a small cage” en “Travelling salesman”. Intieme ballads werden afgewisseld met cabareteske nummers waar Tom Waits dus niet het alleenrecht op heeft. Zeker een hoogtepunt, wat ook bleek uit de staande ovatie van het publiek. Patrick sloot af met een a-capella “The man under the sea”, waarbij de micro op zij gezet werd en hij de zaal het refrein ‘the fish and the sea’ liet meezingen.

Na dit prachtige concert was het tijd om even te bekomen, een drankje, plus nog een stuk van de akoestische set James Yorkston meepikken, die niet echt kon overtuigen, ook al omdat de man zelf niet voor de volle honderd procent er voor ging.

The Bony King of Nowhere, de enige Belgische groep die we vanavond zouden zien, wist ons te overtuigen, door de warme klank, de stem van Bram Vanparys die wel wat van Nick Drake heeft, en de single “ Taxidream”. Toch wel een verrassend optreden, want de debuutplaat ‘Alas my love’, vonden we niks, vooral dan door het kale geluid op die plaat.

We wisten niet wat we moesten verwachten van Stephen Malkmus solo, net als Evan Dando vanThe Lemonheads, één van mijn jaren negentig indie-helden, maar net als Evan Dando, lid van de orde van de notoire valszingers. En ja, onze vrees leek bewaarheid te worden, de eerste drie nummers was het niet alleen de gitaar die vals klonk, ook de stem van Stephen Malkmus tuimelde ongegeneerd van de toonladders. Het was pas toen de man zijn bril afzette, en een pintje aangereikt kreeg, dat zijn stem en gitaarspel erop verbeterde. En toen kwam het toch nog goed, met een hele reeks briljante Pavement klassiekers zoals “Spit on a stranger”, “Trigger-cut/Wounded kite at :17”, “Heaven is a truck”, “We Dance” (“There is no castration fear”), waarbij rake observaties en complete onzinteksten elkaar afwisselden. Op het einde mochten de Pavement fans nog verzoeknummertjes aanvragen, zodat we nog getrakteerd werden op “Shady Lane” en “Range Life”. Hopelijk passeert de Pavement-reünie ook in België volgend jaar.

We zouden bijna vergeten dat er ook nog literatuur aan bod kwam op Crossing Border, maar door de overvolle muziekprogrammatie, hadden we eigenlijk weinig tijd om ook eens interessante schrijvers bezig te zien. De grote zaal zat overvol voor Monsters of Folk, maar eerst kregen we nog een korte opwarmer door Luuk Gruwez, die korte gedichten bracht waarin hij bommen op Kortrijk wou gooien (zijn geboortestad), reflecteerde over de dood van zijn vader, en het had over dikke mensen en moeders.

Monsters of Folk, begon om kwart na tien aan een marathonconcert van twee uur kwart (het was dus al goed maandagmorgen en werkweek toen het concert afgelopen was). Deze supergroep met Jim James van My Morning Jacket, Conor Oberst van Bright Eyes, M. Ward en Will Johnson van Centro-Matic/ South San Gabriel, had er zin in op de laatste avond van hun Europese tournee. De heren zaten net in het pak, en gingen stevig van start, het leek wel of we in Nashville op een concert van Billy Ray Cyrus beland waren, of in een country and western revue. Jim James leidde zijn boys in, en iedereen kreeg zijn kans om een stukje te zingen. Meest waren we gecharmeerd van de duetten tussen Jim James en M. Ward, want de combinatie van hoge falset met de groezelige stem van M. Ward werkte het best. Spijtig dat Will Johnson maar een nummer mocht zingen, want hij bracht het er schitterend vanaf. Conor Oberst moest het vooral van zijn teksten hebben, want zijn karakteristieke stem biedt weinig variatie. Het best was Monsters of Folk in de rustige folksongs, of in de mid-tempo harmonieën, zoals de triphopballade “Dear God”, waarin zowel Jim James, Conor Oberst als M. Ward een stuk van de zang voor hun rekening namen. De uptempo countryrockers kon ik minder smaken, omdat die songs gewoon minder sterk waren. Aangezien het concert meer dan twee uur duurde, kregen de individuele leden van Monsters of Folk ook de kans eigen solonummers te brengen. Een van de hoogtepunten uit eigen werk was beslist M. Ward’s “Chinese Translation” (What do you do with the pieces of a broken heart), waarna een warm applaus volgde.
Iets voor halfeen sloten Monsters of Folk de eerste editie van Crossing Border af met een razende slotsong waarin alle registers opengezet werden.

De eerste editie van Crossing Border was bijzonder geslaagd, dus volgende jaar mag het zeker opnieuw. Misschien moeten er dan wel een paar groepen minder geprogrammeerd worden, zodat er meer rustpunten zijn, en iedereen ook de literatuur en interview sessies kan meepikken.

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

Pagina 129 van 147