logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Happy Mondays
Kim Deal - De R...
Festivalreviews

Leffingeleuren 2007: vrijdag 14 september

Geschreven door

De afsluiter van de festivalzomer, Leffingeleuren, in het pittoresque Leffinge, was aan z’n 31ste editie toe en had een gevarieerde affiche klaar van artiesten van eigen bodem en internationale bands.
De locatie nodigt uit om een kijkje te nemen. Het festival is letterlijk rond de kerktoren gelegen, met langs de ene kant zaal De Zwerver, langs de andere kant het festivalterrein, dat naast de concerttent,  mooi was opgedeeld met eet- en drankstandjes. En net vòòr De Zwerver kon je terecht in de spiegeltent voor de ‘1 Minute Awards’ en enkele muzikale films van The Police, Talking Heads en Neil Young & Crazy Horse.
Het weer zat mee en er waren ruim 15000 bezoekers over de drie dagen, wat de organisatie uiterst tevreden stemde.

Een overzicht

’t Hof Van Commerce (Concerttent)
opende het festival, wat meteen een schot in de roos was. Een volle concerttent! De twee MC’s & One DJ waren toe aan hun laatste optreden en behaagden het publiek met hun Westvloamse raps, hihphop, scratches en sounds. “Slaet ip min gat”, “Kom mor ip”, “Zonder totentrekkerie” en “Niemand grodder”, ze werden allemaal luidkeels meegezongen. Special guest was Gabriel Rios; z’n Zuiderse raps werden smaakvol ontvangen. Al vroeg in de avond was er sprake van een hoogtepunt, getekend: ’t Hof!

Het Amerikaanse Rooney (De Zwerver) werd aangekondigd als één van de beloftevolle bands. Hun melodieuze gitaarpopsongs met een hitpotentie en stadionallures kon maar matig boeien, maar wist menige meisjesharten te bekoren!

Het Nieuw-Zeelandse The Datsuns (Concerttent) zijn close friends van de organisatie geworden. In het voorjaar stonden ze nog geprogrammeerd in de zaal  om hun cd ‘Smoke & Mirrors’ voor te stellen. Ze stonden garant voor snedige en vettige retro rock’n’roll. Ze refereerden met hun ‘1, 2, 3, 4’ aanzet en Dolfs hoge stem vooral aan Led Zeppelin. “MF from Hell”, “Generator”, “Feeling allright” en “who are stomping your foot for?” wisselden ze af met enkele, fijne subtiele rocksongs en een tweetal covers, waaronder eentje van The Misfits.

Baloji (De Zwerver) maakte in een vorig leven deel uit van de vroegere Starflam hiphopcrew; hij stelde z’n eerste soloplaat voor, geruggensteund door een heuse band surplus backing vocalisten. Hij speelde een fijne mix van pop, soul, jazz, funk en mellowhiphop. Baloji kwam beter tot z’n recht in De Zwerver, dan in een grote concerttent, zoals op FihP. “Coup de gaz”, een kort bluesy tussendoortje van Depeche Mode’s “Personal Jesus”, “Entre les lignes” en de titelsong “Hotel Impala” bevestigden een groots artiest. (volgende afspraak: Bota midden november!)

Een uitgelaten menigte genoot van de cathy kauwgomballen ‘60’s gitaarpoprock van Razorlight (Concerttent).  Johnny Borrell zat qua stem op dezelfde golflengte als Dolf van The Datsuns. Ze speelden een boeiende, afwisselende en afgewerkte set. “In the morning” opende. Het was een strakke eerste deel, waaronder “Hold on” en “Golden touch”, vervolgens klonken ze iets subtieler met “Back to the start” en “Vice”. “Can’t stop this feeling” had een broeierige opbouw en was de aanzet van een schitterende finale: “America”, “Who needs love”, een “Stumble & fall” op z’n Gloria’s van Patti Smith en “Falling into pieces”.

Discobar Galaxie en Dub Pistols mochten de nacht besluiten. Discobar Galaxie mixten hun platenkast voor een volle concerttent en Dub Pistols (De Zwerver) mixten rock, dubreggae, hiphop, funk, bigbeats en Britpop, ergens tussen Asian Dub Fondation, Stereo MC’s, Happy Mondays en Fatboy Slim. Spijtig genoeg was er maar een matige belangstelling meer!

En in de afstand tussen de concerttent, de kerk en De Zwerver kon je in de spiegeltent de selectie van ‘1 Minute Awards’ zien. Een absolute aanrader.

Organisatie: Leffingeleuren, Leffinge

Face Your Underground Fest III 2007: Nostalgie met Demon, Tankard en Sabaton

Geschreven door

Doorgaans is 1 September voor heel wat jongeren niet echt een dag om naar uit te kijken. Dit jaar was dit net iets anders. De organisatie van het ‘Face Your Underground Fest’  had er namelijk alles aan gedaan om jong en oud een onvergetelijke avond te bezorgen. Naast enkele Belgische en Nederlandse bands die de dag mochten openen, viel er die avond heel wat speciaals te gebeuren. Zo namen de heren van Demon afscheid van het Belgische publiek met hun ‘farewell tour’ . Terwijl de mannen van Tankard er hun 25 jarig bestaan kwamen vieren samen met de release van ‘Best Case Scenario: 25 Years In Beer’. Maar dit is zelfs nog niet alles. Sabaton kwam er ook om hun eerste DVD op te nemen, die ergens in december beschikbaar zal zijn. Veelbelovend dus.

Met hoge verwachtingen zakte ik op 1 september af naar Hof ter Lo om er de laatste vier bands te aanschouwen. Dragonland was de eerste band die ik zag en wist mij al onmiddellijk te overtuigen. Ik had al veel lovende woorden over deze band gehoord, maar kende de muziek niet. Hun symfonische power metal, beviel mij wel. De mannen combineren hardere riffs met prachtige melodische stukken ondersteund door een typische power-metal zanger die het in zijn stijl heel goed doet. Toch was de klank tijdens het optreden niet altijd even goed en konden ze mijn verlangen naar wat mij later op de avond te wachten stond niet onderdrukken. Een meer dan mooie opener, die jammer genoeg door de genialiteit later op de avond in het niets zou verdwijnen.

Het eerste hoogtepunt die dag kwam er van het Britse Demon. Na een dikke 20 jaar actief te zijn in de metalscene, besloot deze ‘New Wave Of British Heavy Metal Band’ om nog een allerlaatste tour te doen. Ongeveer 25 jaar geleden leverden deze heren drie schitterende albums af waarvan vooral de debuut-CD ‘Night Of The Demon’ mij en heel wat andere metalheads al heel wat plezier heeft bezorgd. Mijn verwachtingen waren dan ook bijzonder hoog. Toch bleken mijn verwachtingen nog niet half zo hoog te liggen als de prestatie die werd geleverd. De band opende met “Night Of The Demon” en zette zo meteen de basis voor een uur ouderwets metalplezier, waarbij het op dat moment aanwezige publiek stilaan meegetrokken werd en uiteindelijk het grootste deel van het volk het moeilijk had om stil te blijven staan. Heel wat jongeren waren verbaasd door de genialiteit van Demon, terwijl heel wat ouderen nostalgisch meegenoten. Op die manier konden jong en oud meegenieten van schitterende nummers die voornamelijk uit de eerste drie cd’s kwamen, met als hoogtepunten “One Helluva Night”, “Into The Nightmare” en het prachtige “Don’t Break The Circle”, dat uit volle borst werd meegezongen. De band zelf had er duidelijk ook zin in. De 60-jarige Dave Hill (Zanger) entertainde het publiek als een jonge Metalgod. De spelvreugde straalde ervan af en met zijn theatrale bewegingen bracht hij deze vreugde meermaals over op het publiek. Jammer dat deze band niet meer zal touren, maar naar verluidt zullen ze wel hier en daar nog optreden zonder een echte tour op poten te zetten. Laat ons hopen dat België in deze feestvreugde zal mogen meedelen.

Op naar het volgende hoogtepunt dan maar. Tankard bewees dat het na 25 jaar nog altijd zijn publiek een echt Oldschool Beerthrash optreden kan voorschotelen met een enorm hoog feestgehalte. Daar zorgde zanger Gerre op geniale wijze voor met zijn bindteksten, bewegingen, gortige streken, … je kan het zo gek niet bedenken of Gerre zou het doen. Dit mocht ook een jongen ondervinden die het podium beklom, na meermaals tegen zijn “vette pens” gedrukt te worden, draaide Gerre hem vrolijk een tong en duwde hem terug in het publiek. Toch wou Gerre bewijzen dat ze niet zomaar een “Beermetal-band” zijn, maar ook serieuze nummers hebben. Namelijk een nummer over doodgaan. Vervolgens werd het nummer “Die With A Beer In Your Hand” ingezet. Verder werd een mengeling van oude en nieuwe nummers gebracht met als hoogtepunten “Rectifier”, “Chemical Invasion”, “Zombie Attack” en de schitterende vrolijke afsluiter “Empty Tankard” waarop veelvuldig gedanst, geheadbanged en gemosht werd. Na afloop van het optreden sprong Gerre in het publiek om zijn fans te begroeten of ermee te dansen, om zich vervolgens zo snel mogelijk naar de toog te begeven. De klank was niet altijd even zuiver, maar paste perfect binnen het oldschool gebeuren. De schitterende combinatie van bier, metal en humor zorgden voor een uur feestvreugde om u tegen te zeggen.

En zelfs dan was de avond nog niet voorbij. Het was ondertussen al middernacht geworden, maar daar hebben metalheads geen last van. De zaal was voor een 3/4e gevuld toen de heren van Sabaton aftrapten met “Panzer Battalion”. Al meteen werd duidelijk dat men kosten nog moeite had gespaard om deze avond te doen slagen. Met een mooi opgebouwd podium, een prachtige lichtshow en een goede klank kon het al niet meer stuk gaan. Ook deze keer waren de mannen van Sabaton in een uitstekende vorm en konden ze het publiek in geen tijd op hun hand krijgen. Nadat ik eerder dit jaar al verbaasd stond hoe ze iedereen in de ‘Biebob’ meekregen, was ik nu nog verbaasder toen ik zag dat het volledige publiek uit de bol ging op hun nummers. Alle aanwezigen bangden en zongen vrolijk mee, ramden hun vuisten door de lucht en sprongen wanneer het hen gevraagd werd. Zelfs de oudere garde die aanwezig was in de zaal deed aardig mee! De setlist bestond uit een mix van nummers uit hun drie albums. Het absolute hoogtepunt voor mij was het nummer “Attero Dominatus”. Hoewel ik van de band krachtige muziek gewend ben, is het de eerste keer dat ik zo’n krachtige versie van dit nummer hoor. Ook de rest van de set moest eigenlijk niet onderdoen. Zo kende elk nummer wel zijn eigen hoogtepunt door flitsende gitaarsolo’s (“Into The Fire”, “Purple Heart”), melodische genialiteit (“Wolfpack” en “Rise Of Evil”), rakende lyrics (“Purple Heart”), krachtige sing-along nummers (“Primo Victoria”, “In The Name Of God”, “Masters Of The World”), killer-riffs (“Back In Control”, “Hellrider”), …
Kortom alles om een schitterende prestatie neer te poten was aanwezig. De groepsleden waren duidelijk tevreden met de reactie van het publiek en droegen “A Light In The Black” op aan het aanwezige publiek. Dit wordt ongetwijfeld een DVD die we ons blind kunnen aanschaffen en er nog jarenlang nostalgisch van zullen genieten.

Na de show konden de fans ook nog terecht bij de band voor een handtekeningensessie en een praatje met de leden. Dit was trouwens de hele dag mogelijk met alle groepen die er speelden. De leden van deze bands kwamen namelijk vaak in het publiek en kenmerkten zich stuk voor stuk door hun sympathie en bescheidenheid. Ook de sfeer in de zaal was de hele avond schitterend. De organisatie van dit feest mag trots zijn op wat ze gepresteerd hebben! Ze zorgden waarschijnlijk voor het grootste deel van het publiek voor het optreden van het jaar! Op naar de volgende editie zou ik zeggen!

Organisatie: CC Luchtbal/Hof ter Lo, Borgerhout

 

FeestinhetPark 2007: zondag 26 augustus

Geschreven door

0vertuigende acts van headliners Kowlier en Mercury Rev.

An Pierlé & White Velvet (Grand Mix) ondernam een intense clubtournee en was op elk festival te zien vorig jaar. Ze speelden een hartverwarmende, sfeervolle en dromerige set, met songs als “How does it feel”, “Jupiter” en “Snakesong”. De band liet zelfs een tweetal nieuwe songs horen: een strakke “Not the end” en een poppy “Anytime you leave”. “C’est comme ça” (van Les Rita Mitsouko) en “Paris s’eveille/I feel love” (traditionele afsluiter) waren de muzikale coversmaakmakers.

Calvin Harris (Bar Bizar) dompelde het publiek onder een ‘80’s popelektronica geluid. De band had er duidelijk zin in en hun vrolijke dansbare pop als “The girls” en “Acceptable in the ‘80’s” gingen erin als zoete koek.

T.O.K. (Grand Mix) een reggae dancehall gezelschap uit Jamaica, waren een soort Spearhead on speed en zorgden voor een partysfeertje met hun spervuur aan raps, pompende beats en popreggaedeuntjes.

Ladytron (Bar Bizar) bood monotone ‘80’s electropop. Het statische karakter van het gezelschap en de weinige variatie in hun koele elektronica, deed de interesse afnemen tijdens de set.

De tent was intussen volgelopen voor Kowlier (Grand Mix), de troubadour van de avond. Z’n sfeervolle en meezingbare moderne kleinkunstpop werd smaakvol ontvangen, want het publiek zong luidkeels “In de fik”, “Ne welgemeende…”, “Bjistje in min uoft” en “Min moaten” mee. Hij stelde ook enkele nieuwe songs voor van de pas verschenen cd ‘Een man van 31’: “Donderdagnacht”, “Idderkji ipniew” en “Niemand”. Sterke songs van de nieuwe veelbelovende plaat. “De grotste lul van ’t stadt” besloot pittig en stevig de overtuigende set van de sympathieke Kowlier.

Het enthousiaste Canadese duo Chromeo (Bar Bizar) liet fraaie deuntjes disco, funk, hiphop horen in hun groovy synthipop. Een fris, aanstekelijk geluid, met “Tenderoni”, “Waiting for U” en “Needy girl” als toppers.

Mercury Rev (Grand Mix)
klonk als een bedreven Hawkwind/Spacemen 3/Spiritualised met een galm van fuzz in hun psychedelicapop. Gitarist Grashopper had z’n versterker op tien geplaatst, en  zanger Donahue was de orkestleider van de muzikale droomwereld van Mercury Rev. “In a funny way” en “You’re my queen” openden krachtig. Het was pas halverwege de set, “Tonite it shows”, dat de band gas terugnam en sfeervoller klonk. Ze stelden een pak nieuwe songs voor, wat ons nieuwsgierig maakt naar de nieuwe cd in 2008. “Opus 40”, “Dark is rising” en de toegift “Holes” waren de enige herkenbare songs, badend in een golf van fuzz en distortion. De sprookjesachtige sound van op plaat ontbonden ze op FihP duivels. Wat een pletwals!

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

FeestinhetPark 2007: zaterdag 25 augustus

Geschreven door

De bezoekers van FeestinhetPark konden opnieuw genieten van een gevarieerde affiche op deze tweede dag te Oudenaarde, van punkrockers Buzzcocks, naar de ‘80’s Madchesterscene van The Happy Mondays tot bands van eigen bodem: Buscemi, Foxylane en Admiral Freebee als voornaamste kleppers. En deze laatsten haalden het.

Na de groovy, aanstekelijke set van Soapstarter (Bar Bizar) en de vaardige en intense gitaarpop van het beloftevolle Rye Jehu (Grand Mix), derde plaats op Humo’s Rock Rally vorig jaar, kon Buscemi, met live band, de lont ontsteken in de Bar Bizar. Swartenbroeckx bezorgde met één van z’n bevallige guestvocalistes het publiek een multiculturele, swingende mix van latingroove, lounge, jazz en Balkanbeats, aangevuld met blazersectie, drums en bas. De dynamiek hielden ze erin met “Hollywood swing king”, “Seaside”, “Crystal frontier”, “Sahih Balkan” en “Viaje feliz”. Een spannende finale!

Punkrockers van het eerste vonden de Donkvijvers om het Britse Buzzcocks (Grand Mix) aan het werk te zien. Samen met Wire, The Jam, XTC, Gang Of Four waren The Buzzcocks in de periode ’76 – 78 de vaandeldragers van de huidige postpunk, momenteel populair bij de jongeren met bands als Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs, Futureheads en Arctic Monkeys. Ze konden de fans van het eerste uur en de nieuwsgierige jongeren behagen met hun ‘1-2-3-4’ melodieus fel verbeten punkrock. “Boredom”, “I don’t mind” en “Autonomy” gaven meteen het tempo aan. Ook al viel de geluidsversterking op een bepaald moment uit, nog wisten deze dolle vijftigers dit speels en vakkundig op te vangen. “What do I get”, “Ever fallen in love” en “Orgasm addict” waren oorstrelend. Buzzcocks slaagden en verve en verbleekten vele jonge postpunkbandjes. Respect!

Foxylane (Bar Bizar) was al één van de verrassingen op Popallure 2007 in de Brielpoort; het gaat het vijftal voor de wind. Zij zijn na Soulwax Nite Versions en Goose de ‘upcoming’ band met een hitech/switch van punkfunk, technotrance, new beat en chemical beats. Hun elektronisch vernuft en de opzwepende beats hitsten het publiek op en zorgden voor een dampend feestje. In het oog te houden, dit bandje!

Admiral Freebee (Grand Mix) bleek de headliner te zijn tav The Happy Mondays. Een afgeladen volle tent om de band rond Tom Van Laere aan het werk te zien. Ze traden op in dezelfde bezetting als te Folkdranouter (o.a. Bjorn Erikson, een op Murph lijkende drummer en Nina Babet als backing vocaliste). Dit was een setje Admiral For..Ever… een afwisselende ‘straight to the bone’ rock’n’roll set, waaronder  “Lucky one”, “Einstein brain”, “Get out of town” en “Oh darkness”, de stevige pure rockers, die sterk werden onthaald. Het leek erop dat Dinosaur Jr de voorbije week even langs was geweest bij den Admiraal thuis. Ze namen gas terug met sfeervolle songs als “Recipe for disaster”, “Ever present” en “A perfect town”. Een absoluut hoogtepunt, wat waarlijk niet kon worden gezegd van The Happy Mondays (Grand Mix), die samen met The Stone Roses eind jaren ’80 een hype veroorzaakten met hun mix van psychedelische gitaarpop, dub en clubdance. De nieuwe plaat ‘Uncle Dysfunktional’ was live letterlijk te nemen en zal niet de verhoopte come-back  betekenen. Voor de veertigers was het nog eens een ideale kans om deze bepalende band van de Manchesterscene aan het werk te zien. Ze konden maar matig boeien en werden als snel door het jongere publiek links gelaten. Shaun Ryder moest om de twee nummers neerzitten en mans neuzelende zang werd opgevangen door een souldame. Ook de danspassen van Bez waren passé. Het is duidelijk dat de band geen levende legende zal worden en dat zij met ‘90’s bands als The Lemonheads en Pixies’ dame Kim Deal de tol betalen van een levensstijl van drank en druggebruik. Toch vielen een paar interessante songs op te merken: “Kinky afro, “Hallelujah”, “Step on” en ze maakten een  link naar “Black Grape”, de band na The Happy Mondays, die ook maar een kort leven kende.

Geen nood voor wie de nacht nog kort was want in de Bar Bizar met de Pendulum DJ set en in de Charlatan tent dreunden de beats …

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

FeestinhetPark 2007: vrijdag 24 augustus

Geschreven door

FeestinhetPark heeft meer dan 20000 bezoekers gehad op hun twaalfde editie aan de Donkvijvers. De formule van muzikale variëteit en het sfeerrijke decor (een flashy autoscooter en een Marokkaanse theetent, naast de talrijke eetstandjes en de paar dranktenten) werden sterk ontvangen. En ze hadden dit jaar de weergoden mee, waardoor het terrein er heel goed bijlag.
Een groots succes, een tevreden organisatie…en handen in eigen boezem, want de bands van eigen bodem haalden het duidelijk qua belangstelling en overtuigingskracht. ‘Iets om rekening mee te houden’ in de programmering…

dag 1: vrijdag 24 augustus: partysfeer aan de Donkvijvers

Baloji (Grand Mix) was één van de vroegere rappers van de hiphopcrew Starflam. De langverwachte soloplaat ‘Hotel Impala’ is uit en hij was al een paar maal te horen op festivals als Boomtownlive om in avant-première de cd voor te stellen. De voorbije jaren was hij te zien als gastvocalist en scoorde zelfs een aardig hitje “Personne ne bouge” met Arsenal.
Bajoli heeft een heuse band achter zich surplus backing vocalistes. Hij speelde een groovy, aanstekelijke mix van hiphop, pop, jazz, soul en funk.. “Coupe de gaz” en “La mere” waren de aanzet om het festival geopend te verklaren. De boomlange zanger probeerde het publiek bij z’n songs te betrekken.

Mintzkov (Bar Bizar) is net als The Van Jets één van de bands die dit jaar praktisch op elk festival te zien zijn. De band liet nog steeds een frisse indruk na en speelde een boeiende afwisselende set, waarin of wel de gitaren ofwel de toetsen op het voorplan kwamen. Puik werk met enkele opmerkelijke songs als “One equals a lot”, “Return & smile” en “Ruby red”.

Daan (Grand Mix), fijn uitgedost met zonnebril, is samen met Mommens/Pynoo van Vive La Fête een festivalbeest. Z’n elektrokitschpop werd ferm gesmaakt, resultaat een nokvolle tent en een uitzinnig publiek. Daan bouwde z’n set zorgvuldig op: “The player” en “Victory” bouwden een finalereeks op van “Sweet designer drugs”, “Promis u” en “Housewife” als verplichte bis.

Chicks On Speed (bar Bizar) waren de meeste weirdo dames die FihP kon programmeren. De drie dames dompelden het publiek onder in hun geschifte ‘80’s electro/freefolk, nodigden een tiental jongeren uit om een wedstrijdje ‘Animal Farm’ geluiden na te bootsen en hadden hun garderobe mee, om na een paar nummers van kledij te wisselen. Op de koop toe zongen ze vals. Een wansmakelijke chaos die z’n charme had en deed terugdenken aan Fuzzbox (We’re gonna use it) van de jaren ’80 Futuramafestival te Deinze. De zwart/wit projecties van dansende naakte vrouwen op het strand namen we er maar al te graag bij op hun synthipop.

Het Amerikaanse bonte gezelschap !!! (Grand Mix) moet live telkens wat op dreef komen. Hun stomende punkfunk was aanstekelijk en werkte in op de dansspieren door songs als “Heart of hearts” , “Must be the moon” en “Pardon my freedom”. Een glansrol was weggelegd voor de soulzangeres, die de gehospitaliseerde tweede zanger verving.

Shameboy maakte er een party van in de Bar Bizar. Het duo Luk Cox en DJ Bobby Ewing wisten met hun trancegerichte techno en pulserende beats het publiek warm te maken om uit hun dak te gaan. “Strobot” en “Rechoque”  waren de verplichte musts.

Coldcut (Grand Mix), onder het Britse duo Jonathan Moore en Matt Black, ontwikkelden midden de jaren ’90 een eigen unieke stijl die omgedoopt werd tot ‘laptopmusic’ (audiovisualsratchvideomusic), knip- en plakwerk van hiphop, ‘80’s dance, funk, triphop, breakbeats, drum’n’bass, poprock en beats. Hun muzikale ideeënrijkdom zetten ze deze maal om in een ietwat ordinaire samplereeks van een ‘Was het nu 80/90 fuif’, vocaal ondersteund door MC Juice Aleen. De projecties van ‘80’s videoclips waren synchroon aan de sound. De liveset en projecties tijdens de clubtournee, toen ze met zes bezig waren op hun laptop en draaitafels, was boeiender en meer oogstrelend.

Dr Lektroluv, Discobar Galaxie en de DJ’s in de Charlatan mochten met hun dance de eerste nacht van FihP besluiten.

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

Pukkelpop 2007: zaterdag 18 augustus

In de Club onderscheidde het Amerikaanse drietal Home Video zich als frisse indie elektronica, ergens tussen The Notwist en Kings Of Convenience, onder een hemelse zang. Live staken ze meer groove, dynamiek en noise in hun sound, wat aanstekelijk werkte op de dansspieren. Een aangename kennismaking.

Sparta (Mainstage), gegroeid uit At The Drive-In, nam een paar jaar geleden de keuze toegankelijke emocore te spelen. Ze hebben een nieuwe cd uit ‘Threes’. Met de muzikale geest van Quiksand speelden ze stevig, gebalde gitaar pop, onder diverse tempowisselingen en een helder emotievolle zang van Jim Ward. De afsluitende songs “Taking back control” en “Air” mochten er duidelijk zijn.

Albert Hammond Jr (Marquee) maakt deel uit van het Amerikaanse The Strokes die al een paar jaar de retrorock doen herleven. De vorige cd ‘First impressions on earth’ had niet de verhoopte respons wat gitarist Hammond Jr ietwat ruimte gaf een soloplaat op te nemen,… in het verlengde van de doorleefde sound van The Strokes. Een herkenbare sound van de ‘krullenbol’ gitarist. Hammond Jr solo was goed, maar had weinig muzikale identiteit.

Het uit Toronto, Canada, afkomstige mathrock-kwintet The End was één van de smaakmakers op de Skatestage op zaterdag.  Bij ons zijn ze voor velen nog een grote onbekende, maar dat kan niet lang meer duren.  Hun combinatie van metal, mathrock en hardcore klonk zeer krachtig en overtuigend.
Het begin dit jaar uitgebrachte 'Elementary' (op Relapse Records) bracht het beste van bands als The Dillinger Escape Plan, Converge, Tool, The Mars Volta en Neurosis samen op 1 album.  Uit die plaat werden “Dangerous”, “Animals”, “Dear martyr”, “The never ever aftermath”, “Throwing stones” en “My abyss” gebracht.  Van de eerste twee albums (‘Transfer trachea’ en ‘Within dividea’) werd niets gespeeld, maar dat vonden de aanwezige fans niet erg. Zanger Aaron Wolff was een goede frontman die moeiteloos overschakelde van een schreeuw- naar een meer melodieuze zangstem.  Bij een 2-tal songs bespeelde hij niet onverdienstelijk een drumtom. Met enkele sferische, ambient-achtige keyboardpartijen, zorgde hij voor een rustpunt.  Het samenspel van de band was hecht en zeer strak.  Kortom, een band om in te gaten te houden!

Soapstarter (Wablief) uit het Gentse, met ex leden van Vive La Fête, Soulwax en dEUS, kunnen een mooie toekomst tegemoet gaan. De groep brengt een zuiders, zomers zwoele midnightsummerdreammusic, met een vleugje funk, country, folk en hiphop. Een diversiteit aan stijlen die refereert aan Manu Chao, Lalalover en Prince. Hun debuut ‘Naked wheelz’ mag je alvast in het oog houden, want deze prikkelende pop heeft me duidelijk nieuwsgierig gemaakt. Een schitterende finale speelden ze met “Bad news”, “Crack” “Nugateen” en “UV lights”.

Het Duitse duo Booka Shade (Dance hall) slaagde er ondertussen in de tent op z’n kop te zetten door hun trancegerichte dance, bleeps en opzwepende percussie; het zette iedereen aan tot dansen en handgeklap. Eén van de hoogtepunten was toen het duo met hun neo trance geluid “Oh Superman” van Laurie Anderson sampelde. Het duo refereerde ook aan Underworld.

Het Britse hippop collectief The Streets (Main stage) van Mike Skinner, spelen de laatste jaren evenwichtige sets. Skinner had op Pukkelpop nog iets goed te maken na het débâcle van 2005. Het ging al vorig jaar de goede kant op te Werchter en tijdens de clubtournee. Een geheel van pop, hiphop, r&b (dub)reggae, 2step en orkestraties onder Skinners (neuzelende) spervuur aan raps en de soulfulle stem van de tweede zanger, waren uiterst genietbaar en konden het publiek ophitsen. Skinner liep heen en weer op het podium, ging in op elke prikkel van de eerste rijen, en reeg dit aaneen aan de gespeelde songs. Hij slaagde er zelfs in het publiek op de knieën te krijgen. Het ging er allemaal in als zoetenkoek. “Let’s push the thing forward” linkten ze aan “Outta space” van Prodigy, er waren de 2 step songs “It’s supposed to be easy en “Fit but you know it” en de gospels “Never went to church” en “Weak become heroes”. Ze zorgden voor een fijne afwisselende en opwindende - soms rommelig aandoend - set.

In een goedgevulde Wablief speelde het Antwerpse indierock/noisegezelschap White Circle Crime Club (genoemd naar een New Yorkse misdaadgroep uit begin vorige eeuw) een intense set.  De muziek werd gekenmerkt door hortende gitaren, bizarre breaks, 'vuil' klinkende keyboardstukken, lange instrumentale passages en een samenzang.  Voornaamste referenties zijn Sonic Youth, At the Drive-In, Unwound en het al lang vergeten The Jezus Lizard en Drive Like Jehu.  WCCClub heeft al 3 platen op hun conto staan, waarvan het eind vorig jaar in eigen beheer uitgebrachte 'A present perfect' de sterkste indruk naliet. Vernieuwend of grensverleggend was het niet, en bij momenten was het zoeken naar echte songstructuren, maar al bij al was dit een degelijk optreden.

De Bromheads Jacket (Club) klinken rauw, snel en ze zijn communicatiever dan hun Sheffieldse stadsgenoten Arctic Monkeys. Hun debuut ‘Dits from the commuter belt’ klonk als een sneltrein; live hielden ze hetzelfde tempo aan, met een vleugje fuzz op z’n Mudhoneys. Een stevige, potige set, waarbij zanger/gitarist Tim Hampton op het eind nog gedragen werd door het publiek. Beloftevol groepje.

De Deen Anders Trentemöller (Dance hall) besloot onlangs zich toe te leggen op het live aspect. De remixer/techneut was te zien met een bassist/gitarist en drummer. Aanvankelijk hoorden we een rustige set, als het vroegere Royksopp en Biosphere, waar de klemtoon kwam op trance en subtiele soundscapes: donker, dreigend  en koel. De projecties op het achterplan met zwart/wit ’30’s cabaret gaven elan aan deze bevreemdende elektronica. Gaandeweg klonk Tentemöller forser en krachtiger,en liet hij de beats op het voorplan treden. Een hoogtepunt naar de single “Moan” (evenwel zonder Ane Trolle).

Het Noorse 120 Days werd verplaatst in loop van de namiddag naar de Wablief. We ontbraken niet op de afspraak om dit beloftevolle kwartet aan te werk te zien met hun intrigerende mix van pop, ‘80”s wave, dance, psychedelica, galm, fuzz, en noise ondersteund van stroboscoopeffects . Een filmisch dreigende brij, gekenmerkt door een schitterende opbouw en eindigend in huiveringwekkende distortion en dance in een gepaste groove. De songs werden lang uitgesponnen en ze gingen naar een climax met “Come out, Come down”. Een ontspoorde sound van een band die zich meteen meette met My Bloody Valentine en Archive.

De Newyorkse zusjes Casady van CocoRosie (Marquee) zorgden ervoor dat ze ons deden meestappen in hun wondere sprookjes- en droomwereld. Hun freefolk/elektronicableeps werden verwezenlijkt door piano, akoestische gitaar, harp, allerhande geluidjes en de twee aparte stemmen van de zusjes (operastem en kreunende zegrap), het beatboxen van Tez en verder piano, akoestische gitaar en harp. Een origineel en avontuurlijk geluid dat overeind blijft. En dan spraken we nog niet over de kledij van de zusjes die tot onze verbeelding spraken.
Een wonderlijke klankenwereld op “Houses”, “Animals” , “Promise” en “Werewolf”. “Rainbowwarrior” en “Japan” hadden de sterkste groove en mijmerden naar ‘Wizard of Oz’ of de Familie Trapp. “K Hole”, “Beautiful boyz” en “By your side” werden gedragen door de tegengestelde stemmen van de zusjes.  Een knusse magische droomwereld, die opnieuw kon rekenen op een sterke respons.

Het Limburgse Krakow (Wablief ) waren een aangename verpozing. Slowcore  in de beste traditie van At Close of Every Day, het oude Low en Sophia. Een sfeervolle, traag opbouwende set onder de warme, hemelse stem van een hoogzwangere Niné Cipoletti, aangevuld met haar mannelijke collega.  Een tweetal americana songs  deden denken aan Bonnie Prince Billy en Cowboy Junkies. Fijne muziek van een gevoelige band.

The Sounds (Club) is een Zweedse beloftevolle band met zangeres Maja Ivarsson. Het vijftal speelt melodieus bedreven, potige rock’n’roll met ophitsende toetsenpartijen, binnen de huidige nu-rave, bepaald door de schreeuwende vocals van de knappe blonde zangeres, die wel de nieuwe Debbie Harry lijkt. In een sneltempo volgden de songs elkaar op en kon de band rekenen op een uitgelaten menigte. “7 days a week”, “Night after night”, “Painted by numbers”, “Rock’n’roll” en de single “Tony the beat” waren alvast veelbelovend.

LCD Soundsytem, het New Yorkse dancepunk-kwintet onder leiding van James Murphy, zette de Marquee op zijn kop.  De combinatie van dance, punk, funk, electro,disco en rock werkte aanstekelijk; zelfs tot ver buiten de tent werd er gefeest. Van het gelijknamige debuut uit '05 kwamen het onweerstaanbare “Daft Punk is playing at my house”, het heerlijke “Tribulations” en “Yeah”, in een superlange en opzwepende versie aan bod; stilstaan was niet aan de orde.  Van het begin dit jaar verschenen 'Sound of silver' werden “Time to get away”, het politiek getinte “North American scum”, het groovy en dreunende “Get innocuous”, en het poppy en rustige “New York, I love you” gebracht.
De band was goed op elkaar ingespeeld: drummer Pat Mahoney was zeer strak, en ook gitarist Al Doyle (tevens lid van Hot Chip), keyboardspeelster/vocaliste Nancy Whang en bassist Phil Skarich zorgden voor een vette live sound.
LCD Soundsystem zette een uiterst dansbaar, energiek en knap optreden neer op Pukkelpop.
See you next year!

Eindelijk, na bijna 20 jaar, heeft Chokri Nine Inch Nails (Main stage) op Pukkelpop gekregen!  Voor velen was dit één van de absolute headliners (getuige de 'ontelbare' NIN-t-shirts op de wei).  Frontman/zanger Trent Reznor en zijn invloedrijke industrial-rock band NIN waren naast Ministry, Skinny Puppy (Canada) en KMFDM (Duitsland) één van de belangrijkste en gezichtsbepalende bands van het genre.
Van de debuutplaat 'Pretty hate machine' kwamen het onvermijdelijke “Head like a hole” en “Sin” aan bod.  Doorbraakalbum ‘The downward spiral' werd vertegenwoordigd met het allesverwoestende “March of the pigs”, het mooi opgebouwde “Eraser” en het breekbare, sobere en door Johnny Cash gecoverde “Hurt”, (wat een wereldnummer).  Ook “Burn” (van de 'Natural Born Killers soundtrack'), “Gave up” (van de 'Broken' EP), “The hand that feeds” en het dansbare “Only” (beiden van 'With teeth' ('05)) kwamen aan bod.
Van 'Year zero', het laatste album dat handelt over het mogelijke einde van de wereld,  passeerden “Hyperpower”, “The beginning of the end”, de single “Survivalism” en het noisy-electronische “The great destroyer'” de revue.
Trent werd live bijgestaan door Twiggy Ramirez (ex-Marilyn Manson en A Perfect Circle), gitarist Aaron North (ex-Icarus Line), keyboardspeler Alessandro Cortini en drummer Josh Freese, zeker één van de sterkste line-ups ooit.  NIN verkeerde in bloedvorm en zette een krachtig en explosieve show neer, waarbij het geluid zuiver was.  Ook de lichtshow en het decor waren een lust voor het oog.
Spijtig dat de band maar 70 minuten speeltijd toegewezen kreeg, dus geen “Closer”, “Starfuckers inc.”, “Terrible lie”, “Something I can never have” of “Suck”.  Maar geen nood, het was zeker één van de indrukwekkendste optredens van de drie dagen Pukkelpop!

Sonic Youth (Marquee). Twintig jaar geleden bracht Sonic Youth op vinyl de dubbelaar ‘Daydream Nation’ uit, een baanbrekend album van ‘alternative’ rock, noise, distortion, fuzz en experiment. Het zorgde ervoor dat Sonic Youth, die al een paar jaar bezig waren, gerespecteerd werden voor wat ze deden met hun gitaren, diepe bas en de bezwerende, opzwepende percussie.
Het was de uitgelezen kans om de gierende gitaren, galm en noise aan geluidsversterkers te zien, zoals twintig jaar terug op Futurama.
En net als Dinosaur Jr, verbleekte Sonic Youth vele jonge bandjes met hun rock’n’roll interpretatie.
Ze speelden de plaat integraal. Ik fronste meteen de wenkbrauwen op “Teenage riot” en “Silver rocket” door de strijkstokken op de snaren en de schurende gitaargevechten van Thurston Moore en Lee Renaldo. Een overwaaiende gitaarsound!
Kim, al de vijftig voorbij, nam het voortouw op “The sprawl” en “Cross the breeze” en Lee op “Eric’s trip”. Hun trip ging verder met o.a. “Total trash”, “Hey Joni”, “Rain king” en “Kissability”. “Candle” was mooi om aan te zien door de gitaarsound tegen de versterker te horen.
Bewonderend hoe Sonic Youth dit Magnus Opus speelde, net vóór hun overstap naar een major label. Afsluiter was de trilogie “The wonder”/ Hyperstation/Eliminator”.  Wat een belevenis.
Als bis trakteerden ze ons op “Reena” en “Pink steam” van hun recentste plaat. Mark Ibold van het vroegere Pavement vervoegde het viertal, net als op de optredens in de Hallen Van Schaarbeek, december ll.
Sonic Youth schreef geschiedenis.

Tool (Mainstage) liet wat op zich wachten …tot Sonic Youth had gedaan. Respect!
Voor wie hen afgelopen november zag, was dit praktisch dezelfde set en visuals (vier schermen achter de bandleden). Respect wat Tool presteerde om perfect de donkere, spannende sound onder diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen te spelen. Muziek en visuals van de waanachtige onderwereld van Tool. Maynard James Keenan stond zoals gewoonlijk midden achteraan en gaf met z’n vocale zegzang en voordracht zeggingskracht aan de songs.
Als één concept stelden ze de songs voor, waarvan de klemtoon kwam op het recente ‘10000 days’, naast ouder bekender werk “Stinkfist”, “Schism”, “Lateralus” en “Aenima”. Tool stond garant voor een adembenemende sound en show. Unieke band!

Het vuurwerk mocht het intens driedaags festival besluiten. Moe, voldaan en verzadigd van zo’n pak bands konden we huiswaarts keren!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2007: vrijdag 17 augustus

Geschreven door

Devotchka (Club) ligt muzikaal in de lijn van Arcade Fire en Dresden Dolls. Een tof instrumentarium van akoestische gitaar, accordeon, viool en bastuba zorgden voor een Oost-Europees aandoend geluid. Hun cabaresque poprock intrigeerde.

The Van Jets (Mainstage) is één van de meest geboekte Belgische bands op de festivals. Vorig jaar was de eer weggelegd voor An Pierlé & White Velvet. 2007 is dus het jaar van de winnaar van Humo’s Rock Rally 2004. Hun retrogitaarrock’n’roll werd smaakvol onthaald. Een uitgekiende afwisselende set, met een paar stevige rockers en sfeervolle songs door toetsen. David Bowie’s “Fashion” pakten ze uiterst origineel aan. Puik werk van het viertal onder de broers Verschaeve.

Reverend & The Makers (Dance hall) is een Brits gezelschap dat we in de gaten mogen houden met hun groovende en aanstekelijke popelektronica. Ergens te situren tussen de Britpop van Blur, Oasis en de psychedelica bleeps van Primal Scream. Er was ruime belangstelling om deze nieuwe danspopsensatie aan het werk te zien. “Heavyweight champion of the world”, “Miss Brown”, “Bandits”, “Open your window” en “He said he loved me” maken ons nieuwsgierig naar het debuut dat in september zal verschijnen.

The Rifles (Marquee) zijn een jong bandje uit Londen, die met “Peace & quiet” een aardig rock’n’roll hitje scoorden. Muzikaal uitgangspunt van de band: melodieus sprankelende en energieke korte rocksongs. Live miste het kwartet pit en dynamiek, wat een lauwe set opleverde. De soundcheck tussen de nummers verslapte de vaart en de aandacht. Net zoals The Kooks op Werchter zal het eventjes wachten zijn op een definitieve doorbraak. De band speelde dit voorjaar sterker in de Petrolclub.

Het Britse Fujiya & Miyagi (Chateau), wat een groepsnaam, was één van de ontdekkingen van de dag. Ze verrasten met hun indie elektronica tussen The Notwist, Kraftwerk, Blonde Redhead en Spiritualised. De songs waren repetitief opbouwend; beats en een vleugje experiment werden niet geschuwd. Avontuurlijke band.

Blackstrobe (Dance hall) verbaasde vorig jaar met de instant clubhit “Italian fireflies”. Het duo is ondertussen een full band geworden en speelde voor een  talrijk opgekomen publiek een combinatie van rock, dance, trance  en electro. Een aanstekelijke, opzwepende set, wat de band plaatste naast een Simian Mobile Disco, Justice en Digitalism. Spil Arnaud Rebotini zag eruit als een jonge Lemmy van Motörhead. Blackstrobe slaagde erin als groep te boeien.

Een andere ontdekking was het Schotse The View (Marquee) onder Kyle Falconer en Kieren Webster. Het gezelschap speelde rauw rammelende, melodieuze gitaarrock in het verlengde van Babyshambles, doch mooier, verfijnder en evenwichtiger. De samenzang  gaf elan aan de uptempo gitaarsongs. “Comin’ down”, “Don’t tell me”, “Street lights” en “Same jeans” zijn maar een paar voorbeelden van hun getalenteerd songschrijverschap. En ze zijn niet vies om hun rock’n’roll sound 360 ° te draaien zoals op het intieme “Face for the radio”. De band kon rekenen op een sterke respons. Met stip genoteerd binnen onze ontdekkingstocht op Pukkelpop.

Badly Drawn Boy (Marquee) Damon Gough uit Manchester onderneemt een even uitgebreide tournee met de nieuwe cd ‘Born in the UK’ als ten tijde van het debuut ‘The hour of the bewilderbeast’. Hij grossierde in z’n oeuvre met sfeervolle, dromerige en fris sprankelende popsongs. Fijnzinnige pop onder Dough’s emotievolle weemoedige stem: “Everybody’s stalking”, “Born in the UK” (ingeleid door het Britse volkslied) en “Journeys from A to B”. Waarschijnlijk door het lange touren liet Gough een vermoeide indruk na, waardoor Badly Drawn Boy pas écht op dreef kwam halverwege de (ietwat te korte) set. Hoogtepunt was “Silent Sigh”, na enkele sfeervolle songs op piano “Further I slide” en “All possibilities”.

De Zweedse garagerockers The Hives (Mainstage) zijn vaste klant op Pukkelpop. Ze stonden garant voor veertig minuten energieke en springerige gitaarrock’n’roll onder de excentrieke zanger Howlin’ Pelle Almqvist.
‘The black & white album’ verschijnt binnenkort, waarvan we een paar song te horen kregen, maar het waren vooral de strakke en felle instant klassiekers “Walk idiot walk” en “Main offender” die entertainment ondersteepten.

Het Londense  garagetrio The Noisettes (Club) trad in de voetsporen van The Bellrays en The Yeah Yeah Yeahs, en speelden rauwe rock’n’roll blues. Een glansrol was weggelegd voor de zwarte zangeres, een hyperkinetische dame met een helder overtuigende verbeten soulstem, die op haar hoofd een soort Cleoapatra hoofddeksel droeg. Als een black panther bewoog ze op het podium op zoek naar haar prooi. “
Monte christo”, “Don’t give up”, “Break free”, “Mind the gap” en “Sister Rosetta” waren scherpe, venijnige songs, met een dans- en meezinggehalte. Wat een muzikale wervelwind!

Het was van De Nachten te Antwerpen geleden (zes jaar terug in de tijd!) dat Sophia (Marquee) van Robin Proper-Sheppard zich lieten omringen met een heus strijkerensemble en blazersectie, naast de gebruikelijke opstelling van een (contra) bassist (Malcolm Middleton (vroegere Arab Strap)), toetsenist en drummer. Er was wel achttien man op het podium.
De songs van Sophia werden in een intiem pakkend klassiek kleedje gestopt, waaraan we gewend moesten worden, want het duurde een paar songs vooraleer iedereen op elkaar was afgestemd. “Lost”, “Where are you now” en “Oh my love” werden sober gehouden in deze muzikale garderobe en spijtig genoeg kwamen de backing vocals van het Brusselse zangeresje Melanie niet door.  Pas vanaf “Desert song” kwam alles op z’n plooi, waarbij Proper-Sheppard er nog een lap kon aan geven met z’n pedaaleffects. “Bastards”, “The sea” en “Directionless” waren een prachtige finale.

Het Canadese gezelschap Arcade Fire (Mainstage) geraakte maar moeilijk op gang en had te maken met een slechte geluidsafstemming, en op de koop toe had de zanger Win Butler  stemproblemen. Songs als “Black mirror”, “Intervention” en “Keep the car running” gingen de mist in. Een rommelige set! Zelfs het contact met het publiek bleef uit.  Het was een gemiste kans voor het bonte gezelschap om definitief een breed publiek aan te spreken.
Enkel vocaliste/multi-instrumentaliste en Butlers partner Régine Chassagne kaapte de hoofdprijs weg.  Het was pas op het eind met “Neighborhood” en “Rebellion lies” dat Arcade Fire kon overtuigen, maar dan was het kalf al half verdronken. Spijtig. Hun memorabel optreden van twee jaar terug in het Koninklijk Circus, tijdens de Nuits Bota, waar ze speels, gezellig, ingetogen en wild waren, lijken ze niet meer te herhalen. Pluspunt: het mooie decor van het kerkorgel, de nachtlampen en het grote doek van de cd ‘Neon bible’.

Het Amerikaanse Dinosaur Jr (Marquee) is de laatste jaren te bewonderen in de originele line up van gitarist J. Mascis, bassist Lou Barlow en drummer Murph. Het trio is de gezegende leeftijd van de veertig voorbij, maar gold nog steeds als stichtend voorbeeld voor elk beginnend gitaargroepje. Ze lieten de ‘90’s grunge herleven. Het was genieten van  een stevige brok gitaargeweld van J.Mascis, het martelende basspel van Barlow en de strakke drums van Murph. J. Mascis liet z’n gitaar spreken en speelde de ene aardige solo na de andere, aangevuld met een overwaaiende sound van fuzz en noise aan de versterkers en op de pedaaleffecten.
Ze groeven in hun roemrijke verleden met nummers als “Out there”, “Feel the pain”, “The wagon” en “Sludge”. Nieuw werk van ‘Beyond’ werd niet vergeten met volgende songs “Almost ready”, “Back to your heart” en “Been there all the time”.

Smashing Pumkins (Mainstage), bepalende gitaarband in de ‘90’s,  zijn na een kleine tien terug bij elkaar met twee van de vier oorspronkelijke leden (zanger/gitarist Corgan en drummer Chamberlain). Ze brachten in het voorjaar een nieuwe plaat uit ‘Zeitgeist’ , die enkele stevige nummers bevat, maar ook een handvol niemandalletjes. In het begin trok het viertal de aandacht met “United States”, “Bleed the orchid” en oudjes “Cherub rock” en “Zero”. Maar dan verslapte de aandacht, doordat Corgan de vaart uit het optreden nam met enkele uitgesponnen nummers. Na “Bullet with butterfly wings” verloor hij zichzelf in oeverloos (vervelende) soli. Na “To Sheila” en “Tonight tonight” herstelde het viertal zich met een pittig gekruid laatste half uur van nieuwe songs: “Tarantula”, “Doomsday clock” en “Heavy metal machine”.
Smashing Pumpkins als headliner kon duidelijk beter en aangenamer…

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2007: donderdag 16 augustus

Pukkelpop biedt acht verschillende podia om je ‘alternatieve ei’ van muziekkeuze kwijt te geraken. Een driedaagse ‘airshow’ die eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek weet te brengen op die mooie locatie te Hasselt-Kiewit. Ons uithoudingsvermogen werd zwaar op de proef gesteld. Het festival werd een groots succes, want de organisatie kon rekenen op zo’n 135000 bezoekers en een pak bands die een puike prestatie leverden.

Muzikale wegwijzer over de drie dagen:
- op de eerste Pukkelpopdag slaagde Iggy er als rock’n’roll animal in om anderen het nakijken te geven. Voor jongere bands is en blijft het een uitdaging om Iggy’s rock’n’roll spirit in de aderen te hebben (en hij toont er veel op z’n gerimpelde lichaam!).
Gogol Bordello, Liars, Battles en Balkan Beat Box waren aangename ontdekkingen. Afsluiter Basement Jaxx gaf een soul getint dansfestijn.
- dag twee was een aangename ontdekkingstocht als aanloop van closing acts Arcade Fire, Dinosaur Jr en Smashing Pumpkins, waarvan Dinosaur Jr het duidelijk haalde.
- de afsluitende dag was gekenmerkt door puike acts van ‘upcoming‘ bands als Home Video, 120 Days, The Sounds en dance acts Booka Shade en Trentemöller. Nine Inch Nails, Sonic Youth en Tool bewezen tenslotte dat zij terecht op hun plaats stonden op de affiche!

Alvast tot volgend jaar op de volgende muzikale ontdekkingstocht van Pukkelpop.

Seasick Steve (Marquee) kon Pukkelpop 2007 voor geopend verklarend. Hij speelde met drie ‘doorwinterde’ bluesgitaren en een houten doos als voetdrum ; doorleefde rock’n’roll blues, zoals enkel een Ted Hawkins of RL Burnside het hem voordeed. De bebaarde zestiger met pet en houthakkersoverall, was onder de indruk van de respons van een volle Marquee, aangezien hij maar gewoon is voor een klein zaaltje te spelen.

Silversun  Pickups (Mainstage ) is een opkomend Amerikaans groepje die zich de afgelopen weken nestelde in ons geheugen met de single “Lazy eyes” uit hun debuut ‘Carnavas’. Het viertal speelde gitaarpop met een rauw tintje en onderscheidde zich naar het eind voor enkele begeesterende soli van zanger/gitarist Brian Aubert. “Future Foe Scenario”, “Common reactor” en de single waren toffe nummers. De bassiste leek een herboren Kim Deal met haar basspel en backing vocals. Goed, maar niet verrassend.

Opener op de Skatestage was het Eindhovense Peter Pan Speedrock, een band die al 10 jaar garant staat voor een mengeling van no-nonsense rock 'n' roll, hardrock en punkrock. Voornaamste referenties zijn Motorhead, The Ramones, Zeke en The Datsuns.
Uit hun zes albums werden o.a.."Go, Satan, Go", “Gotta get some”, “Better off dead” en “Resurrection" gespeeld.   Het verbod tot crowdsurfen werd door enkelen aan hun laars gelapt.  Er werd ook een nieuw nummer gespeeld "Heatseeker" van hun album ‘Pursuit until capture’, dat begin september verschijnt.
Johnny Cash werd geëerd met "Ghostriders in the sky". Afgesloten werd er met "Schoppen aas", hun bewerking van "Ace of spades" van Motorhead met als gastzanger/mascotte Dikke Dennis. Peter Pan speelde een korte, maar krachtige set waar het speelplezier en enthousiasme van afdroop, en waar veel jonge bands nog wat van kunnen opsteken!!

Bonde Do Role (Dance hall)  overdonderden met een salvo aan dancebeats, kitsch, disco en oldschool hiphop (Run DMC en oude Beasties stijl). Een wulpse zangeres en twee MC’s  haalden een pak ‘80’s tunes als Europe, Salt’n’Peppa, 2 Live Crew en Daft Punk door de mallemolen. We werden getrakteerd op een resem sexuele uitspattingen vroeg op de middag . Bonde Do Role was bal populaire. Leuk.

Gogol Bordello (Mainstage) was vorig jaar al te zien in de Marquee, maar heb ik niet aan het werk gezien. Deze maal was ik paraat om het feest van zigeunermuziek, punk en Balkan te horen van het naar de VS uitgeweken bonte gezelschap onder Eugene Hütz. Een zwierige sound door gitaar, percussie, accordeon en viool, met een hyperkinetische zanger en twee dansende en zingende meisjes (waarvan één zelfs op krukken!).
Dit was een muzikale samenvatting van Les Negresses Vertes, de Sergent Garcia’s en Manu Chao’s. Ook niet te vergeten: de prachtige fel gekleurde kledij. Sommige songs zweepte Hütz nog op door trom en cymbalen en hij sloeg z’n micro aan de binnenrand van een emmer. Volgend jaar naar Folkdranouter?

In de Chateau werd de aftrap gegeven door Apse, een Amerikaanse 5-tal uit Newton, Connecticut, die in ons landje nog vrij onbekend is, maar toch al acht jaar aan de weg timmert.  Ze hebben reeds een 4-tal EP's en 1 full-length uit.  'Spirit' is een plaat die eind '06 door een klein Spaans label werd uitgebracht, en die elementen uit de post-rock, ambient en experimentele muziek bevat.  Thema's van de band zijn spiritualiteit, relaties, macht en controle. Invloeden van Apse zijn Sigur Ros (de grotendeels vervormde zangpartijen), Mogwai, Sonic Youth, Slint en Cocteau Twins (het etherische).  Er werd veel gewerkt met de 'stil-luid' combinatie,  repetitieve/opbouwende gitaarriffs en drumritmes.  Tamboerijnen en castagnetten zorgden voor een toegevoegde waarde tijdens het intense optreden dat fel gesmaakt werd door het aanwezige publiek.

The Cribs (Marquee)
onder de broertjes Jarman speelden enerzijds energiek, bedreven retrorock, anderzijds waren een paar songs subtieler en verfijnder. Het drietal speelde nu niet écht beklijvende rocksongs, maar hun vitaliteit maakte veel goed. “Men’s needs” en “Wrong way to be” waren de beste nummers. 

Liars (Chateau) was vorig jaar al te zien op Leffingeleuren. Toen al was ik onder de indruk van het New Yorkse trio met hun avontuurlijk geluid en experiment, die nauw leunde aan het oude Swans van Michael Gira. Een apocalyptische soundtrack door hun donkere filmische sound, met repetitief opzwepende drumritmes, vervormde gitaarloops en elektronica, ondersteund door een hemels zoemende praatzang. Postrock op z’n Liars! Af en toe klonken ze directer en strakker, geënt op emocore. Prettig gestoord, een duiveluitdrijving nabij...
 
The Pigeon Detectives (Club) is een jong Brits bandje uit de stal van Kaiser Chiefs; het zijn dezelfde ambiance makers en mannen die gaan voor energie en dynamiek. Springerige uptempo gitaarrock die Kaiser Chiefs, Hot Hot Heat en The Strokes herbergt, en een zanger die net als Ricky Wilson de drive heeft z’n publiek op te jutten. Fijn setje met enkele opvallende songs “I found out” en “I’m not sorry”.

Het Britse Editors (Mainstage), onder zanger/gitarist Tom Smith, stond vroeg op de affiche en speelde in een kleine 50 minuten een ‘best of’ van hun twee cd’s. Editors bewezen dat ze alle kwaliteiten hebben om groots te worden; hun donker bedreven waverock wisselden ze af met enkele subtiele songs (aangevuld met piano). “Bones” opende, gevolgd door “All sparks”, wat de aanzet was van een afwisselende set met o.a. “An end has a start”, “blood”, “Munich”, “Bullets”, “Weight of the world”, “Smokers outside the hospital doors” en “Fingers.  Puik werk met een stemvaste Smith in een hoofdrol.

Rye Jehu, een jong kwartet uit het Gentse die vorig jaar derde werd in Humo's Rock Rally, speelde een gevarieerde set in de Wablief.  De band schakelde moeiteloos over van melodieuze pop, tot surfrock, rock 'n' roll en psychedelica.  Nummers van hun titelloze EP “Three calls for alcohol”, “Girls with curls”, “Lampadare” en “White streets”, werden aangevuld met Deflower en Borat (een ode aan acteur/komiek Ali G aka Borat).   Zanger Wannes Eggermont had een warme stem, die bij momenten veel melodrama bevatte en veel indruk maakte. The Shadows, Calexico, Chris Isaak, Dick Dale en ons eigen Absynthe minded zijn enkele namen die me te binnen schieten tijdens het optreden, zeker niet van de minsten dus.  Kortom, een beloftevol Belgische bandje.

Just Jack (Club) is de volgende Britse hoop. Jack Allsopp is de spil en zorgde voor een klein uur vrolijke ambiance van groovy pop, rock, soul, disco, hiphop en een bezwerende beat, onder mans zalvende zang en vertelrap, aangevuld met een uitstekende zangeres.
Just Jack trad in de voetsporen van The Streets, maar is minder fel,  verbeten en neuzelend. Just Jack toverde een handvol sterke songs als “Writer’s block”, “Glory days”, “Disco friends” en “Starz in their eyes”, waardoor we dit bandje zeker in het oog moeten houden.

Het uit Brighton afkomstige zestal (met twee drummers)  The Go! Team stond voor de tweede maal op Pukkelpop in de Dance hall geprogrammeerd (na '05)  en bracht een eclectische en frisse mix van pop, indierock, old school hiphop, dance/electronica, funk en sampling.  Kortom, een band die niet in hokjes denkt en alle regels aan zijn laars lapt.
Er werd teruggegrepen uit het debuut 'Thunder, lightning, strike' uit '04 (genomineerd voor een Mercury Price Award in '05) via “Flashlight”, “The power is on”, “Panter dash”, “Bottle rocket” en “Junior kickstart”.  Het zijn korte, opgewekte en dansbare feelgood-nummers die de dance-hall flink uit zijn voegen deed barsten en waarbij het moeilijk was om stil bij te staan. Uit het nieuwe album 'Proof of youth', dat in september verschijnt, werden ook enkele tracks geplukt: “Grip like a vice”, “Doing it alright” en “Flashlight fight”.
Rapster/zangeres Ninja en de rest van de band brachten een energieke performance die bij het publiek ook zijn effect niet mistte en die zorgde voor een dansfestijn.

Arquettes (Wablief ) was een fijne ontdekking. Het viertal uit Gent met een bevallige bassiste speelde broeierige grungerock met sfeervolle toetsen.

Veel jonge kids/hiphodheads keken uit het naar het optreden van het fenomeen Dizzee Rascal (eche naam Dylan Mills) in de Dance hall.  De 22-jarige wonderjongen van de Engelse grime/garage/hiphop-scene lostte de verwachtingen grotendeels in.  Hij werd live bijgestaan door MC Scope en DJ Semtex, die ervoor zorgden dat de performance extra cachet kreeg.
Er werd afgetrapt met “Jus a rascal”, “I luv U”, “Fix up” en “Look sharp” (met aanstekelijke Billy Squier-sample) uit het alom bejubelde en bekroonde 'Boy in da corner' uit '03.
Het onlangs uitgebrachte 'Maths and English'  werd vertegenwoordigd middels “Bubbles” (over sneakers), het reggae-achtige “Temptation” (samenwerking met Arctic Monkeys), “Stand up tall” en de huidige single “Sirens” met gesamplede metalgitaren.   Ook het sombere en serieuze “Paranoid”, het drum'n' bass-achtige “Flex” en expliciete “Pussyole” werden in sneltempo afgevuurd.
Dizzee liet de huidige generatie rappers/MC's ver achter zich met zijn sterke, originele en onnavolgbare rhymes.  Kortom, een krachtige performance waarbij aangetoond werd dat er nog toekomst is in de rap-grime wereld.

The Blackbox Revelation (Wablief) is een jong tweetal uit Dilbeek, die een tweede plaats op Humo’s Rock Rally in 2006 behaalden. Ze waren de ideale warming up voor Iggy & The Stooges met hun rauw opzwepende en intense ‘70’s retrorock blues. Het waren jonge wolven, die sterk op elkaar waren ingespeeld en bewezen dat ze veel in hun mars hebben: een gitaar, een imposante drums en een overtuigende stem.  Eenvoudig en doeltreffend.

Iggy & The Stooges (Mainstage) Iggy vatte nog maar eens samen met z’n invloedrijke band The Stooges wat fxx rock’n’roll inhoudt; vunzig, zompig en fun hebben. De dolle zestiger is en blijft een podiumbeest en slaagde erin  jongere bands het nakijken te geven. Zijn rock’n’roll spirit zullen zij met de jaren nog in de aderen moeten hebben. Hij gaf er een lap op met een ‘best of’ van de drie cd’s die hij met de broers Ron en Scott Asheton opnam. Ze werden bijgestaan door Mike Watt, een begenadigd bassist.
Hij bewoog, kronkelde en sprong  met z’n gerimpelde lichaam, in een niet aflatende explosiviteit, op het podium. Midden de set konden een pak jongeren hun idool bewonderen op de stage zelf. “Loose” opende, snel gevolgd door “1969”, “I wanna be your dog”, “TV Eye”, “Real cool time”, “No fun”, “Funhouse” en “Skullring”, aangevuld met een tweetal nieuwe songs, die duidelijk minder inhoud en vuur hadden. Besluit van de set: Iggy rock’n’roll animal!

Battles (Club) is het muzikaal avontuur van John Stanier (ex Helmet drums), Ian Williams (ex Don Caballero gitarist), Dave Konopka (ex Lynx gitarist/bas) en Tyondai Braxton (vocals/gitaar/keyboards). Het Amerikaanse viertal sloeg ons met verstomming met hun grotendeels instrumentale mix van avantgarde, grillige pop, symfo, prog, jazz en ga zo maar voort, geschaard rond de drumkit van Stanier. Een weirdo klankkleur, af en toe ondersteund door de vervormde spacevocals van Tyondai. Een geluid, die zich gaandeweg meester maakte in je brein en inwerkte op de dansspieren. Ze werkten naar een hoogtepunt met “Tonto”, “Race: out”, “Tij” en “Atlas”. We waren onder de indruk van het drumspel en -stel van Stanier en met welk een begeestering hij te werk ging. Meesterlijk.
Battles is de verfijnde formule van The Mars Volta.

En van de ene verbazing vielen we in de andere. Het New Yorkse  Balkan Beat Box (Chateau) zette de kleine tent op z’n kop met hun dance van world, Balkan pop en dub. Het zestal kneedde een vervolg op de worldsound van Transglobal Underground, Asian Dub Foundation en Lionrock. Een feestje met de juiste groove in the heart!

Het was eventjes aanpassen om van zo’n helse sound over te stappen naar de slowcore van het uit Minnesota afkomstige drietal Low (Club), onder de spil Sparhawk- Parker. Rode draad van Low is het spelen van innemend en sfeervol materiaal door een spaarzame begeleiding van gitaar – bas – drums:  repetitief, traag opbouwend en een slepend ritme, doorspekt van distortion en fuzz.
Ze stelden een handvol nieuwe songs voor van de in het voorjaar verschenen plaat ‘Drums & Guns’ als “Belarus”, “Breaker”, “Dragonfly” en “Murderer”. Wat het drietal presteerde, was beklijvend en huiveringwekkend. Kippenvelmoment was de afsluiter “Do you know how to waltz this?”
in een gedempt donker lichtdecor en gitaarfuzz. “Dinosaur Act” lieten ze terzijde, ook al werd meermaals om dit nummer geroepen.

Het Braziliaanse Soulfly met ex-Sepultura frontman Max Cavalera mochten de Marquee op donderdag afsluiten.  Ze deden dit met keiharde, strakke thrash en nu-metal en de nodige Braziliaanse en Afrikaanse wereldmuziek invloeden.  Ze gaven een bloemlezing uit hun vijf albums, o.a.: “Inner Babylon”, “The prohpecy”, “Seek and strike”, “Bleed” en “Back to the primitive” passeerden de revue in sneltempo.
Het Sepultura-verleden kwam aan bod met enkele classics: “Refuse/resist”, “Roots bloody roots” en “Attitude”.  De geluidsmix was bij momenten nogal onevenwichtig, maar dat kon het aanwezige publiek niet deren.
Marc Rizzo (ex-Ill Nino) bracht een fel gesmaakt flamenco-latin intermezzo, waarbij hij acceleerde op de gitaar.  Bij het verplichte instrumentale drum/percussie nummer werd een jongen uit het publiek gevist die het beste van zich zelf mocht geven aan de zij van Max Cavalera.  Ook drummer Joe Nunez mocht zijn kunsten vertonen met een korte drumsolo, waarbij de tribalritmes centraal stonden. Afgesloten werd er met de Motorhead-hymne “Orgasmatron”, het supersnelle “Policia” en “Eye for an eye” uit het titelloze Soulfly-debuut van '97.

Basement Jaxx (Mainstage), het Britse dansconcept onder het talentrijke duo Buxton/Ratcliffe, weet als geen ander pop, soul, latin/Brazil en techno te combineren. Op het podium zagen we  twee goed uit de kluiten gewassen soulzangeressen, een Braziliaanse rapper en nog een zangeres. De twee stemvaste soulzangeressen dansten en sprongen en lieten het publiek genieten van hun groovende party. De verkleedpartijen gaven elan.
Toch liet Basement Jaxx de soul meer doorklinken dan bij hun vorig optreden te Werchter, zoals een gospel getinte “Romeo”, “Do your thing” en “Cish Cash”.“Red alert” en “Oh my gosh” en in de bis “Good luck” en “Bingo Bango” waren de feeststampers. En “where’s your head at?” van Buxton was de kers op de taart!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pagina 140 van 143