Sjock 2026 – 50 jaar - Liefde voor authentieke rock-'n-roll
Sjock 2026
Festivalterrein
Gierle
2026-07-10 t-m 2026-07-12
Erik Vandamme
Vijftig jaar Sjock Festival. Alleen al daarvoor gaat het volume iets hoger. Terwijl zoveel festivals zich door hypes en trends laten meeslepen, bleef Sjock koppig zichzelf: welig vertier, een Zijne Heiligheid voor rock-'n-roll, punk, rockabilly en alles wat naar benzine, leer en bier ruikt. Geen franjes, geen modegrillen, maar vijftig jaar pure passie.
En precies daarom verdient Sjock een oorverdovend applaus. Sjock staat of valt bovendien niet met één grote headliner. Integendeel. Natuurlijk was het uitkijken naar Joan Jett & The Blackhearts en is Chris Isaak een publiekstrekker van formaat, maar de ware kracht van Sjock schuilt in de breedte van de affiche. Met namen als The Toy Dolls, L7, Cock Sparrer, Jon Spencer, The Kids, The Paranoiacs, Street Dogs en Dwarves – om er slechts enkele te noemen – bewijst het festival dat het veel meer is dan een verzameling grote namen.
Hier draait het om ontdekkingen, sterke livebands en vooral om de liefde voor authentieke rock-'n-roll.
dag 1 - vrijdag 10 juli 2026
We trappen de eerste festivaldag af aan de Bang Bang Stage met The Queers (★★★★), die de Sjock formule moeiteloos bevestigen. De Amerikaanse punkrockband, opgericht in 1981, speelt op Sjock alsof ze gisteren pas begonnen zijn. Van routine is geen sprake: ze staan met de speelsheid en het enthousiasme van jonge wolven op het podium, binnen een energieke punkvibe. Met songs als “I Can't Stop Farting” en “Monster Zero” doen The Queers misschien niets wereldschokkends of vernieuwends, maar hun aanstekelijke aanpak overtuigt en lokt al vroeg op de dag een indrukwekkende toeloop.
Een opvallende vaststelling: Rockabilly lijkt even naar de achtergrond verdwenen op Sjock, al zal later blijken dat de programmatie op vrijdag een uitzondering is. Want tijdens die eerste festival dag werd het leuk gelinkt aan country invloeden.
Zo staat op de Titty Twister Stage – vroeger hét rockabillypodium bij uitstek – Ellis Bullard (★★★★). De band uit Austin, Texas, deelde eerder het podium met namen als Randy Rogers, Reckless Kelly en Cody Johnson, en dat hoor je. De tent is al goed gevuld en gaat gretig mee in de aanstekelijke countryklanken die het gezelschap brengt. Opvallend is hoe Ellis Bullard de klassieke countrycomfortzone verlaat en geregeld de pure rock-'n-roll opzoekt. Net die avontuurlijke aanpak maakt deze band zo interessant.
Op de Main Stage is het de beurt aan Mariachi El Bronx (★★★★½). Dezelfde muzikanten zouden een dag later nog terugkeren als The Bronx, maar vandaag krijgen we een totaal ander verhaal. De band vermengt westerse punkrock met traditionele Mexicaanse mariachi. Akoestische gitaren, violen, trompetten en een uitbundige samenzang, zorgen voor een stevig, opzwepend dansfeest met een hoek af. Gehuld in traditionele zwarte kostuums zwepen de bandleden het publiek op. De vioolpartijen zorgen bovendien voor een folky inslag, die perfect aansluit bij de zinderende temperaturen op de festivalweide.
Ook Emily Nenni (★★★★) blijft trouw aan de countrytraditie. De Amerikaanse zangeres houdt het klassieke honky-tonkgeluid springlevend met een krachtige stem en een innemende podiumprésence. Soms intiem, dan weer uitbundig en dansbaar, weet ze de tent tot ver achteraan in beweging te krijgen. Nenni geeft de klassieke countrysound een eigentijdse twist en krijgt het publiek moeiteloos mee.
Omdat de Main Stage en de Bang Bang Stage elkaar geregeld overlappen, moeten er keuzes worden gemaakt. Alsof dat nog niet moeilijk genoeg is, wordt ook de wedstrijd België-Spanje op een groot scherm uitgezonden, waar eveneens heel wat festivalgangers verzamelen. Wij kwamen echter vooral voor de muziek.
The Lords of Altamont (★★★★½) – alleen al die bandnaam – serveren een broeierige cocktail van psychedelische rock en garagerock, overgoten van een mysterieus sausje. Nummers als “Death on the Highway” en “Rusty Guns” slaan meteen aan. Frontman Jake Cavaliere doet qua uitstraling wat aan Joey Ramone denken, terwijl muzikaal vooral de seventies-hardrock doorschemert. Toch klinkt de band nergens gedateerd. Integendeel, door een flinke dosis experiment aan hun sound toe te voegen, blijven ze verrassend fris en eigentijds. Een van de absolute toppers van de dag.
Dat geldt misschien nog meer voor Vandoliers (★★★★★). In hun biografie staat te lezen dat ze country, folk en bluegrass combineren met een punkattitude. Geen woord daarvan is overdreven. De Texanen zorgen voor het absolute hoogtepunt van de vrijdag – zelfs los van de sterke afsluiter Chris Isaak. Met songs als “Troublemaker”, “Endless Summer” en “Every Saturday Night” volgen de adrenalinekicks elkaar in sneltempo op. De combinatie van pure rock-'n-roll, folk en country doet de tent letterlijk daveren. Tijdens de afsluitende cover van “I'm Gonna Be (500 Miles)” van The Proclaimers verandert de hele tent in één uitgelaten dansvloer. Klasse.
Dat betekent allerminst dat Chris Isaak (★★★★½) in de schaduw blijft staan. De Amerikaan laveert tussen crooner en rockster, alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Na “Beautiful Homes” en “Somebody’s Crying” volgt de klassieker “Wicked Game” al verrassend vroeg in de set. Vervolgens haalt Isaak nog enkele iconische covers boven, waaronder Roy Orbisons “Oh, Pretty Woman” en Elvis Presleys “Can't Help Falling in Love”, waarmee hij menig verliefd koppel nog dichter tegen elkaar aan doet kruipen.
Toch draait het allerminst om de covers alleen. Ook eigen werk als “Baby Did a Bad Bad Thing” en “Black Flowers” maakt diepe indruk. Chris Isaak is een ras entertainer die schakelt tussen ontroeren en uitbundig rocken. Bovendien gunt hij zijn uitstekende begeleidingsband alle ruimte om te schitteren, wat hem alleen maar sympathieker maakt.
Van routine of een obligate greatest hits-show is geen sprake. Isaak neemt zijn publiek mee op een muzikale trip die laveert tussen romantisch slowen in het gras en stevig headbangen. Het onderstreept nog eens met een wervelende finale waarin “The Way Things Really Are” de ultieme afsluiter vormt van een bijzonder geslaagde eerste festivaldag.
dag 2 - zaterdag 11 juli 2026
Rockers en punkers, verenigt u!, leek de leuze op de tweede festivaldag van Sjock.
Straight Arrows (★★★★) heeft zijn naam allerminst gestolen. Als een nietsontziende pijl schiet dit prettig gestoorde gezelschap alles aan flarden. De Australische vaandeldragers van de psychedelische garagepunk razen compromisloos door met een rauwe, fuzzed-out sound die niemand onberoerd laat. Een vlammende start van de dag op de Main Stage.
‘Daft Punk, maar dan de rockversie’, noteerden we. Misschien wat overdreven, maar Bob Log III (★★★★) stond moederziel alleen op het podium, gehuld in een opvallende motorhelm die onvermijdelijk aan Daft Punk deed denken. Muzikaal gebeurt er ondertussen van alles. Als multi-instrumentalist bewandelt hij de meest uiteenlopende muzikale paadjes, terwijl hij zijn optreden doorspekt met een flinke dosis absurde humor en theater. Bob Log III tilt rock-'n-roll zowel visueel als muzikaal naar een compleet andere dimensie en bewijst ermee een van de meest eigenzinnige figuren van de hedendaagse rockscene te zijn.
The Datsuns (★★★★) zijn voor ons geen onbekenden meer en hebben ondertussen een indrukwekkend parcours afgelegd. Ze brengen rock-'n-roll zoals die moet zijn: zonder franjes, recht door betonnen muren heen. Snedige gitaarriffs, smerige tot furieuze drums en een zanger die zijn stembanden tot het uiterste drijft, zorgen al vroeg op de dag voor de eerste echte moshpit.
The Datsuns blijven een van de meest onderschatte rockbands. Op Sjock bewijzen ze nog maar eens hoe energiek en authentiek ze zijn binnen het hedendaagse rocklandschap. Eerlijke, oprechte rockers waar we alleen maar respect voor kunnen hebben.
Het sprankelende Braziliaans-Deense duo The Courettes (★★★★), bestaande uit Flavia Couri (gitaar en zang) en Martin Couri (drums), draait intussen al enkele jaren mee in de Europese neogaragescene. De weg van de underground naar een goedgevulde festivaltent lijkt lang, maar daar trekken ze zich niets van aan. Alsof ze al decennialang samen op een podium staan, laten ze zonder verpinken het beest los. Met een onweerstaanbare mix van pure punk en rauwe rock-'n-roll slaan ze een brug tussen verschillende muzikale werelden. De ene energiebom volgt de andere op, waardoor het dak van de Titty Twister Stage er haast letterlijk af vliegt. Over een deugddoende uppercut gesproken...
Op de eerste festival dag genoten we al van Mariachi El Bronx, op dag twee keerde dezelfde bende terug als The Bronx (★★★★). En dat leverde een totaal ander, maar minstens even indrukwekkend schouwspel op. Geen Mexicaanse straatmuziek deze keer, wel een portie rauwe punkrock. Ruw waar het ruw moet zijn, onstuimig waar het kan en vooral alles op hun pad genadeloos platwalsend. Precies zoals we het graag hebben. The Bronx joeg de temperatuur naar het kookpunt en deelde een muzikale oplawaai uit die nazinderde.
Jon Spencer (★★★★) leerden we eind jaren negentig kennen met The Jon Spencer Blues Explosion, een band die het begrip 'blues' volledig hertekende. Ook solo bewijst de veelzijdige Amerikaan nog altijd van alle markten thuis te zijn. Op de Titty Twister Stage profileert hij zich als een ras performer. Messcherpe riffs, een stem met bakken karakter en een band die als een geoliede machine draait, zorgen voor een onweerstaanbaar rockfeest. Jon Spencer laveert tussen toegankelijk en eigenzinnig, zonder aan geloofwaardigheid in te boeten. Op een speelse, doordachte manier wint hij het publiek helemaal voor zich.
SONS (★★★★) volgen we al sinds hun doorbraak in De Nieuwe Lichting van Studio Brussel in 2018. De Wase wolven hebben sindsdien een indrukwekkend parcours afgelegd en bewijzen ook op Sjock waarom ze tot de sterkste livebands van België behoren. Live klinkt SONS als een niet te stoppen pletwals. Robin Borghgraef is niet alleen een begenadigd zanger, maar ook een entertainer pur sang die het publiek in beweging krijgt. Crowdsurfers en moshpits volgen elkaar in snel tempo op, net zoals we dat eerder op Rock Werchter zagen. Opvallend: daarvoor hebben ze hun grootste publieksfavorieten, zoals “Ricochet”, niet eens nodig. Ook het recentere werk klinkt even krachtig en doorleefd. SONS deelt opnieuw een stevige mokerslag uit.
"Vijftig jaar Sjock, vijftig jaar The Kids!" schreeuwde Ludo Mariman bij de start van de set. Meteen was de toon gezet voor een punkfeest alsof het opnieuw 1976 was. The Kids (★★★★★) voelden zich als een vis in het water op Sjock. Vanaf de eerste tune hadden ze het publiek helemaal mee en straalde het spelplezier van het podium af. Zelfs Ludo bleek spraakzamer dan gewoonlijk. Misschien niet meer zo beweeglijk als vroeger – wij eerlijk gezegd ook niet meer – maar nog altijd even rebels en vastberaden. Met klassiekers als “Bloody Belgium”, “No Monarchy”, “Dead Industry”, “For the Fret” en “Freedom Liberty Democracy” bewees de band dat die songs, vijftig jaar later, nog niets aan relevantie hebben ingeboet. De tent ontplofte van voor tot achter. “There Will Be No Next Time” zorgde voor een nieuw hoogtepunt, terwijl “If the Kids Are United” werd meegebruld. Het publiek kreeg zelfs nog een bisronde met “Fascist Cops” en “Do You Love the Nazis”, waarna de cirkel helemaal rond was. Punk leeft nog altijd, en The Kids bewezen op Sjock waarom zij nog steeds tot de absolute vaandeldragers van het genre behoren. We zagen The Kids ondertussen al negentien keer aan het werk. Je zou denken dat er dan nog weinig verrassingen mogelijk zijn. Toch wist deze passage op Sjock ons opnieuw te overdonderen. Zonder twijfel een van de hoogtepunten van het festivalweekend.
Bekomen van de mokerslag die The Kids hadden uitgedeeld, kregen we nauwelijks de tijd. Osees (★★★★) stonden al klaar op de Main Stage. Meteen springen de twee drummers, Ryan Moutinho en Dan Rincon, in het oog. Ze meppen hun drumstellen genadeloos af alsof elke slag de laatste moet zijn. Toch draait Osees allerminst alleen om dat indrukwekkende ritme duo. Ook frontman John Dwyer eist voortdurend de aandacht op, terwijl de terugkeer van Brigid Dawson – voor het eerst sinds 2013 opnieuw deel van de band – het geheel extra kleur geeft. Haar bijdrage blijft beperkt tot achtergrondzang en percussie, maar maakt het plaatje wel compleet.
Osees profileert zich als een feilloos geoliede machine die het publiek inpakt. De ruim tien minuten durende finale, waarin zang en instrumentaal vuurwerk elkaar in snel tempo afwisselen, zet daar nog eens een dikke streep onder.
Met Southern Culture on the Skids (★★★★) werd even teruggegrepen naar de country-invloeden. Een welgekomen adempauze tussen al het punk- en rockgeweld, al bleef ook hier stilstaan onmogelijk. De sfeer kreeg gewoon een andere kleur. Op de aanstekelijke mix van country, rock-'n-roll en zuiderse schwung werd uitbundig gedanst. Een heerlijke set die perfect op haar plaats viel.
Levende legendes Cock Sparrer (★★★★★) zijn intussen al bijna 55 jaar bezig. Dat was ook op de festivalweide duidelijk merkbaar. Waar veel bezoekers overdag nog verkoeling zochten in de schaduw, stroomde het terrein voor Cock Sparrer plots helemaal vol. Binnen de oi!-punk zijn ze ware pioniers, en dat bewezen ze op Sjock nog maar eens. Met volle overtuiging en een flinke dosis vuur het publiek meesleuren in een stomende punkshow. Moshpits volgden elkaar in sneltempo op en elk refrein werd luidkeels meegezongen. Cock Sparrer brengt oi!-punk nog altijd recht uit het buikgevoel en walst met een indrukwekkende vanzelfsprekendheid over alles heen. Een onvergetelijk punkfeest.
The Raveonettes (★★★) bleken vervolgens een beetje de vreemde eend in de bijt. Nochtans kunnen we hun donkere, dromerige en bij momenten ronduit bevreemdende sound best smaken. De witte lichtflitsen waren echter zo fel dat je de bandleden nauwelijks zag staan. Noise, melancholie en een muur van geluid zorgden voor een intense ervaring, maar we misten net dat tikkeltje extra om helemaal over de streep getrokken te worden. Hun compromisloze aanpak kwam eerder al prachtig tot haar recht in een club als Trix, maar op een open punk- en rockfestival als Sjock verloor die magie toch wat van haar kracht. Soms is de setting minstens even belangrijk als de muziek zelf.
Afsluiten deden we met een feest waarbij werkelijk alle remmen losgingen. The Toy Dolls (★★★★★) verschenen strak in het pak en met vlinderdas op het podium, vastbesloten om het publiek anderhalf uur lang alle zorgen te doen vergeten. Dat lukte moeiteloos. Nog voor de set goed en wel op gang was gekomen, liep een bandlid al met ontbloot bovenlijf rond en werd tijdens “The Lambrusco Kid” een gigantische champagnefles ontkurkt, waarna confetti de tent in werd geschoten. De hilariteit was compleet. The Toy Dolls spelen niet alleen hun songs, ze spelen voortdurend met hun publiek. Met de cover “Nellie the Elephant”, de klassieker waarmee ze wereldberoemd werden, volgde de ultieme apotheose. Heel even deed het spektakel denken aan een show van Green Day, al zijn The Toy Dolls intussen zelf levende legendes die al sinds de jaren zeventig bewijzen hoe tijdloos hun aanstekelijke mix van humor, punk en ska klinkt. Een uitzinnig slotfeest dat deze tweede festivaldag onmogelijk beter had kunnen afsluiten.
dag 3 - zondag 12 juli 2026
Een opvallende vaststelling op deze derde festival dag: waar er op vrijdag en zaterdag al vroeg heel wat volk voor de podia stond, bleef het nu aanvankelijk opvallend rustig. Naarmate de avond dichterbij kwam, stroomde de festivalweide steeds voller met een publiek dat toch net iets anders oogde dan de voorbije twee dagen. Het had ongetwijfeld ook te maken met afsluiter Joan Jett & The Blackhearts, de absolute publiekstrekker van de dag.
Wij begonnen al vroeg in de namiddag bij Provocador (★★★★). De energieke punk- en hardrockband uit Gierle speelde letterlijk een thuismatch en maakte daar optimaal gebruik van. Ooit ontstaan vanuit de lokale Chiro en intussen een debuutplaat uit met o.m. “I Lost My Cerebellum” en “Fuckmachine”, ging het vijftal compromisloos tekeer. De band smeet zich vanaf de eerste noot. Precies dat engagement maakte indruk. Hun aanstekelijke portie punk/rock-'n-roll bleef nog lang nazinderen.
Een bende jonge wolven met stevig potentieel.
Arrested Denial (★★★★) is een streetpunk-/ska-punkband uit Hamburg die sinds 2009 melodieuze streetpunk combineert met invloeden uit oi!, ska en klassieke punkrock. Hun uitgesproken antifascistische boodschap gaat hand in hand met energieke liveshows, en precies dat, kregen we ook voorgeschoteld in een goedgevulde Titty Twister Stage. Geen overbodige franjes of ingewikkelde capriolen, maar pure, rechttoe-rechtaan punkrock in voldoende energie om al vroeg op de namiddag beweging in de tent te krijgen. Missie meer dan geslaagd.
De rock-'n-rollliefhebbers kwamen vervolgens ruimschoots aan hun trekken met The Schizophonics (★★★★½) uit Detroit. Het trio, bestaande uit zanger/gitarist Pat Beers, drummer Lety Beers en bassiste Sarah Linton, ging als een losgeslagen roedel wolven tekeer. Vooral Pat Beers ontpopte zich tot een waar podiumbeest. Hij dook in elke uithoek van het podium op en eindigde zelfs tussen het publiek. Zijn spierwitte hemd was tegen het einde van de set volledig doorweekt van het zweet, het beste bewijs dat hier geen druppel energie werd gespaard. De band joeg de temperatuur op de Bang Bang Stage nog een paar graden hoger, alsof die snikhete zondagnamiddag op zich nog niet warm genoeg was.
Tijd voor wat rauwe kost. Nine Pound Hammer (★★★★) klonk als rauwe biefstuk én dus niet voor een gevoelige maag; voer voor liefhebbers van ongepolijste rock-'n-roll. Precies dat soort compromisloze muziek past perfect binnen het DNA van Sjock Festival.
De cowpunkers uit Kentucky draaien al sinds de jaren tachtig mee en doen nog altijd koppig hun eigen ding. Geen franjes, gewoon rechttoe-rechtaan rock-'n-roll en in een wat een attitude.
In de ondertussen goed volgelopen Titty Twister Stage sloeg die aanpak meteen aan. Hun muziek voelde als een onwrikbare muur waar je keer op keer met volle overtuiging tegenaan knalt. Hard, ruw en compromisloos. Wat een zalige gewaarwording.
Naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van het Sjock Festival werd speciaal de Sjock's Rendez-Vous Band (★★★★★) samengesteld. Een gelegenheidsformatie met klinkende namen als Kevin Maenen (Shalalees, Sore Losers), Alessio Di Turi (Wixcakes, Sore Losers), Steven Gillis (50ft Combo, Thee Andrews Surfers, Straight Shooter), Cedric Maes (Shalalees, Sore Losers, El Guapo Stuntteam) en Peter Van Elderen (Peter Pan Speedrock, TankZilla). Geen kleine jongens dus.
Vanaf de eerste noot greep dit illustere gezelschap het publiek bij de lurven. Voor het eerst die dag stond er een opvallend grote massa voor het podium om deze eenmalige verjaardag sessie mee te beleven. De verwachtingen waren hoog, maar werden moeiteloos ingelost. De band bracht een energieke set waarin rock-'n-roll, spelplezier en puur vakmanschap hand in hand gingen. Het voelde niet aan als een vrijblijvend gelegenheidsproject, maar als een hechte band die al jaren samen op het podium stond.
Meer nog: dit smaakte naar meer. Stiekem hopen we dat dit geen eenmalig verhaal blijft.
Street Dogs (★★★★★) uit Boston werd in 2002 opgericht door Mike McColgan, de voormalige frontman van Dropkick Murphys. Na een afscheid in 2020 keerde de band in 2024 opnieuw terug, tot grote vreugde van de trouwe fans. Wij leerden Street Dogs kennen op Groezrock in 2005. Sindsdien is de liefde nooit meer weggegaan. De vraag was dan ook of de Amerikanen, ruim twintig jaar later, nog altijd even relevant zouden klinken. Het antwoord is een overtuigende, volmondig ‘ja’.
Nog steeds brengen Street Dogs die karakteristieke spierballenpunk, met een flinke portie humor; messcherpe songs en een sound die staat als een huis.
Een band die na al die jaren met evenveel goesting speelt, als een roedel hongerige wolven. Wat een dynamiek en intensiteit. Precies zoals het hoort.
Street Dogs bewezen op Sjock dat hun comeback in 2024 allesbehalve een nostalgische reünie is. Ze klinken nog altijd even gedreven én relevant. We love it!
‘Kiezen is altijd een beetje verliezen’ luidt het spreekwoord. Op een festival als Sjock hoeft dat gelukkig niet altijd zo te zijn. Voor de volgende twee bands besloten we onze tijd netjes te verdelen.
Eerst trokken we naar de Bang Bang Stage voor Angry Zeta (★★★★). Ondanks hun naam klonk de zevenkoppige band uit Buenos Aires allesbehalve boos. Ooit begonnen als een traditionele bluegrass-, country- en hillbillyband, groeiden ze uit tot een vaste waarde binnen de Argentijnse punkscene. Die brde invloeden vloeien vandaag moeiteloos samen in een aanstekelijke cocktail van folk, punk en ska. Het resultaat was een uitbundig dansfeest met een heerlijk Zuid-Amerikaans sausje. Opzwepend, eigenzinnig en vooral ontzettend plezant.
Daarna ging het richting Main Stage, waar Cosmic Psychos (★★★★) voor een totaal andere aanpak kozen. Geen feestelijke folkpunk, maar rauwe, ongepolijste rock-'n-roll met de nodige spierballen. De Australiërs speelden een impulsieve, energieke en compromisloze set waarin vuige riffs en een loodzware groove de boventoon voerden. Minder speels dan Angry Zeta, maar minstens even doeltreffend. Twee totaal verschillende bands, twee keer raak.
Terug naar de Titty Twister Stage, waar Zeke (★★★★½) het gaspedaal meteen tot op de bodem indrukte. De punkrockers uit Seattle klinken al sinds 1992 alsof Motörhead een extra versnelling heeft gevonden. De jaren lijken geen enkele vat op hen te hebben. Ook nu staat Zeke nog altijd als een blok graniet op het podium.
Handelsmerk: korte, messcherpe songs die als een botte bijl blijven inhakken op je lijf. Geen overbodige franjes, geen seconde tijdverlies, alleen pure snelheid, vuige, vurige riffs en een niet aflatende drive. Lemmy had hier ongetwijfeld goedkeurend staan knikken. Wij alleszins ook, samen met een Titty Twister Stage die compleet uit zijn dak ging.
Hoe later de avond vorderde, hoe voller de festivalweide liep. The Paranoiacs (★★★★★) kwamen aan bod, een absolute publiekslieveling op het programma. De band werd midden jaren tachtig opgericht en groeide uit tot een vaste waarde binnen de Belgische garage- en punkrockscene. Niet voor niets werden ze jarenlang ‘de Vlaamse Ramones’ genoemd.
Ter gelegenheid van vijftig jaar Sjock Festival maakten deze Belgische garagerockiconen een uitzonderlijke comeback. Geen uitgebreide reünietour of nieuw album, maar slechts een handvol exclusieve optredens. Sjock mocht daarbij uiteraard niet ontbreken.
Vanaf de eerste noot voelde je dat dit veel meer was dan een nostalgische terugblik. The Paranoiacs speelden alsof ze nooit waren weggeweest. Ze moesten eigenlijk nauwelijks moeite doen om het publiek helemaal in te pakken, Het gaspedaal werd ingedrukt. Het tempo ging nog een paar versnellingen hoger, de energie spatte van het podium en de festivalweide ging gewillig mee in een wervelend garagepunkfeest.
‘Boze dwergen bestaan dus wel degelijk’, noteerden we. The Dwarves (★★★★) draaien al mee sinds het midden van de jaren tachtig en groeiden uit van een compromisloze hardcorepunkband tot een van de meest controversiële namen binnen de Amerikaanse punkscene. Hun choquerende imago en de vele personeelswissels doorheen de jaren deden nooit afbreuk aan waar het uiteindelijk om draait: snoeiharde, razendsnelle punkrock. Op Sjock bewezen ze dat nog maar eens.
The Dwarves ramden zich in ijltempo door een meedogenloze oldschoolpunkset die je niet probeert te analyseren, maar gewoon moet ondergaan. Chaotisch, opwindend en zonder één moment gas terug te nemen. We werden murw geslagen, zoals het hoort bij hen!
Tegen de tijd dat L7 (★★★★½) het hoofdpodium beklom, stond de festivalweide bijna helemaal vol. De Amerikaanse rockband uit Los Angeles, die sinds het midden van de jaren tachtig een vaste waarde is binnen de alternatieve rock- en grungescene, liet er geen gras over groeien.
Met onder meer “Deathwish” werd de set meteen stevig op gang getrokken. Toch profileerde L7 zich allerminst als een band die uitsluitend op haar klassiekers teert. Integendeel. Elke song werd gespeeld met dezelfde overtuiging en hetzelfde buikgevoel als veertig jaar geleden. Dat enthousiasme sloeg moeiteloos over op het publiek, waar uitbundig werd mee geheadbangd, meegezongen, met vuisten in de lucht gezwaaid en de nodige luchtgitaren werden bovengehaald.
Klassiekers als “Fuel My Fire”, “Pretend We're Dead” en “Bad Things” volgden elkaar in snel tempo op en maakten van deze show een voorbeeld van hoe eenvoudige, compromisloze rock-'n-roll nog altijd goed, hard kan binnenkomen. Geen overbodige franjes, geen routine, maar nostalgie die raakte en overeind bleef Klasse, dames.
En toen was het tijd voor een brok folkpunk. Mike McColgan & The Bomb Squad (★★★★), de band rond voormalig Dropkick Murphys-frontman Mike McColgan, bracht een integrale ode aan ‘Do or Die’, het debuutalbum van zijn voormalige band. De vergelijking met Dropkick Murphys is vanzelfsprekend snel gemaakt. De doedelzak, de meezingbare refreinen en de aanstekelijke folkpunk liggen in dezelfde lijn. Toch beschikt McColgan met zijn Bomb Squad over voldoende eigen smoel om niet als een ordinaire coverband over te komen. Integendeel. Met zichtbaar spelplezier en het gaspedaal voortdurend tegen de vloer ontstond opnieuw een wervelend folkpunkfeest in een uitgelaten Titty Twister Stage. De songs van ‘Do or Die’ klonken nog even fris en overtuigend als destijds.
Na drie kwartier compromisloze rock van L7 lag de lat bijzonder hoog. Joan Jett & The Blackhearts (★★★★) koos niet voor dezelfde explosieve aanpak, maar voor een show die dreef op charisma, tijdloze songs en een band die al jarenlang perfect op elkaar is ingespeeld. “Victim of Circumstance” was een sterke opener, waarna “Do You Wanna Touch Me (Oh Yeah)” de eerste handen op elkaar kreeg. Met “You Drive Me Wild” dook ook meteen een eerste Runaways-klassieker op, wat voor een eerste hoogtepunt zorgde.
Naarmate de set vorderde, zaten er enkele rustigere momenten tussen, maar Joan Jett bleef onverstoorbaar haar koers varen.
De apotheose volgde vanzelf met “I Love Rock ’n Roll” en “Crimson and Clover”. Twee covers die inmiddels zo hard met Joan Jett verbonden zijn, dat je haast vergeet dat ze ooit door anderen werden geschreven. Ze brengt ze met zoveel overtuiging en liefde dat ze volledig haar eigen songs lijken.
Afsluiten deed ze krachtig met de eigen klassiekers “I Hate Myself for Loving You” en “Bad Reputation”. Geen spectaculaire finale, wel een waardige afsluiter van een festival waar rock-'n-roll drie dagen lang centraal stond.
Sjock Festival draait niet om de grootste naam op de affiche. Het draait om bands die spelen alsof ze headliner zijn, en een publiek dat elke band op die manier behandelt. Precies daarom blijft dit festival, vijftig jaar na zijn ontstaan, zo uniek.
Lang mogen ze dit gedoodverfd concept blijven koesteren. Want soms schuilt de grootste kracht net in trouw blijven aan jezelf.
Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9918-sjock-2026?Itemid=0
Organisatie: Sjock, Gierle