Na de helse avonturen van drugs, rechtszaken en vriendinnetjes en de muzikaliteit van Libertines en Babyshambles vond Pete Doherty het tijd om eens een soloplaat uit te brengen. ‘Grace/Wastelands’ is die genaamd. Hij heeft het nog steeds graag over de utopische plek die Engeland in zijn beleven zou moeten zijn. Maar de man van melodieus grillige, rammelende, puntige maar ook hoe-komt-het-uit punkrock, heeft een uiterst sfeervol, gevoelig plaatje uit, dat hij samen maakte met leden van Babyshambles en Blur gitarist (en eveneens solo artiest Graham Coxon. Voor de gelegenheid is er een extra ‘r’ achter zijn voornaam.
’Grace/Wastelands’ is een gevarieerd album binnen die intimiteit, gaande van sober gehouden songs op akoestische gitaar, soms ondersteund door een strijker (viool) of een blazer en mans innemende onvaste stem, waaronder “1939 returning”, “Salomé” en “I am the rain”. Hij combineert het met lichte groovy bluesy en jazzy uitstapjes, zonder aan emotionaliteit in te boeten, luister maar eens naar opener “Arcady”, “Sweet by & by” en “Palace of bone”. De sound kan iets voller klinken door een soft gehouden percussie, een lichte orkestratie, toetsen en/of een pianotoets: “Last of the English roses”, “A little death around the eyes” en “New love grows on trees”. En hij overtuigt toch met popsongs als “Sheepskin tearaway” en “Broken love song”.
Er zijn talloze pareltjes terug te vinden op dit solo album; een uiterst evenwichtig album, waarbij hij niet uit de bocht gaat van de nonchalance die er live kan zijn. De songs krijgen een handige gestroomlijnde draai. ‘Grace/Wastelands’ is een recept van mans talentvol musiceren en vakmanschap, die de punk in hart en nieren draagt …