Wie IJsland en muziek googelt of denkt, komt ongetwijfeld bij Björk en Sigur Rós uit, maar de meest westelijk gelegen natie van Europa exporteert nog (meer) aparte noten van onder de poolcirkel. Dat weet men ook bij de Botanique en de line-up van drie bands uit het land van Reykjavik lokte op 25 februari dan ook een volle Rotonde, met zelfs zo’n dertig IJslanders present. Voorwaar een zootje ongeregeld. Zowel op als voor het podium.
Mugison stond als headliner aangekondigd, maar fungeerde uiteindelijk (en wegens onduidelijke redenen) als uitzonderlijk beleg tussen de sandwich van Helgi Hrafn Jonsson en Belfast FM. Geen hapklare brok, zo zou blijken.
Helgi Hrafn Jonsson opende dus en de eerlijkheid verplicht ons te zeggen dat we de jonge singer-songwriter, die ook trombone speelt bij Sigur Rós, pas helemaal op het eind van zijn gig bezig zagen. Dat klonk bepaald vrolijk en grappig, al blijkt hij verder een zwak te hebben voor ontroerende popballades.
Maar het was Örn Elías Guðmundsson ofte Mugison die ons – net als de meesten wellicht - naar de Botanique gelokt had. Niet met een band deze keer, maar back to his roots: standing musician. And dito comedian, want zijn hilarische vertelsels tussen zijn nummers boeiden ons haast zo strak als zijn nummers. En dat statement doet zijn nummers beslist geen oneer aan.
Of de organisatoren de IJslandse bard in geruit kostuum met pet als top of the bill opgeofferd hadden omdat hij al een stuk boven zijn noordelijke wodka was, kan best, maar zijn (half?) roes werkte inspirerend, ja zelfs bezwerend. De versmelting van Dylan, Waits en Kravitz smeerde een negental nummers uit over het publiek dat zich er met graagte in wentelde.
De man van de elpees ‘Lonely Mountain’, ‘Little Trip’, ‘Mugimama Is This Monkey Music?’ en ‘Mugiboogie’ houdt van verrassingen: voor zichzelf en voor het publiek. En eigenlijk is hij er zelf één. Na een openende bluessong die meteen aan het schuurgedeelte van de stem van Lenny Kravitz deed denken, beloofde hij nog één melancholisch nummer te spelen en dan ‘fun stuff’ te brengen. Zijn gitaar en zijn zelf ineengestoken sampling machine hielpen hem de belofte nakomen.
De fantastische – in alle betekenissen van het woord – verhalen die de excentriekeling ertussen de zaal in lalde, omzwachtelden zijn concert met een ruigheid die in de diepste noten van zijn muziek ook knettert. Maar tegelijk injecteert hij zijn songs met een intense sensitiviteit die zijn gelijke amper kent. Het was zwaar genieten.
Met “Jesus is a good name to moan” liet hij het publiek mee kreunen, niet in het minste de IJslandse jonge schonen aan zijn rechterzijde, wat hem nog een extra diepe kerm ontlokte. Maar het vrouwelijk schoon kon – zo liet hij doorschemeren - niet op tegen zijn eigenste vrouwtje dat de chaoot in hem helpt recht houden in deze zwaar georkestreerde wereld en aan wie hij het daaropvolgende nummer opdroeg. Ook Elvis kreeg nog een song aangeboden en uiteindelijk speelde hij – mede op vraag vanuit het publiek – “Murr Murr”.
Als bisnummer bracht hij nog een brullend onding waarvan wellicht niemand ook wist of het wel een nummer is en waarvan hij zelf zei dat hij zelden de kans krijgt het te spelen. Aangezien zijn merchandising uitverkocht was, raadde hij nog iedereen aan om te downloaden wat hij ooit gemaakt had. En om de volgende keer vrienden mee te brengen zodat hij in een grotere zaal kon spelen en zo echt geld kon verdienen. En weg was hij, met twee flesjes bier en een leeg glas whisky dat hij in zijn hooliganisch enthousiasme had omgeschopt.
Op het eind van het jaar vraagt onze hoofdredacteur telkens een top-tien van beste concerten op te stellen. Het zou ons verwonderen dat deze gig uit de eerste drie gebonjourd wordt. Een performer pur sang, een muzikant die je niet kan duiden, maar die je diep raakt. Alleen is het verbazend dat niemand deze energetische weirdo op ontdekkingstocht in music land kent. Of is het net daardoor? Te weinig aanpassingsvermogen? Hoeft ook niet.
De overgang van de ruwe troubadour naar de discotheekbeats van FM Belfast kwam hard aan. Te hard voor ons. Synthesizers uit de jaren tachtig met dito beats en schreeuwende stemmen zijn niet ons ding, al was meteen duidelijk dat het jonge IJslandse publiek zijn herkenningsmomenten vierde met hoog opwaaiende armen en hoofden. Vijf jongens met fijn strikje en een even gekke jongedame – met amper 300.000 inwoners moeten er wel nare inteeltgevolgen zijn - pumpten de jam up. Thanks, but no thanks. Al vond Mugison het blijkbaar wel best te pruimen, want hij kwam nog even mee heulen.
Organisatie: Botanique, Brussel
Werchter Boutique 2026 – 27 juni 2026 - Werchter Boutique 2026 stelt volledige line-up voor Emmy d'Arc, James Arthur en Mika vervolledigen de affiche van het dagfestival De affiche van dagfestival Werchter Boutique, dat op zaterdag 27 juni plaatsvindt in het…
Het Depot Leuven - concertinfo 2026
Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation)…

Cactus Club, Brugge - concerts
Cactus Club, Brugge - concerts 2026 02-04 The Hickey Underworld, Bed rugs 05-04 Breaking waves: Knives, The Rats 09-04 Tom Smith @Sint-Jakobskerk 11-04 Tortoise (ism Kaap) 12-04 The Tool Experience (FKA The Perfect Tool), Carneia (Org: Devil in a box) 13-04…
Democrazy Gent - events
Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…
Nederlands
Français 
