logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Guns N Roses
Ora Cogan
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 17 november 2016 01:00

Physical Violence Is The Least Of My Priorities

Terwijl de meeste Belgische groepjes hardnekkig proberen de nieuwe Oscar & The Wolf te zijn in de hoop een beetje airplay te krijgen tussen al die andere rotzooi op Stru Bru, zijn er gelukkig nog anderen die wars van alle gangbare trends koppig hun eigen zin doen. Pieter-Paul Devos bestuurt zo zelfs twee van die eigenzinnige bands, het geweldige Raketkanon en het furieuze Kapitan Korsakov. Die eerste heeft hij even op stal gezet om met de tweede richting USA te trekken naar de studio van niemand minder dan Steve Albini.
Een naam als Albini staat natuurlijk altijd mooi te blinken op de hoes, maar er moet toch ook wat degelijk gerief in de bagage zitten wil men zo een producer op een treffelijke manier zijn ding laten doen. De Antwerpse egotripper Daan is destijds met zijn groepje Dead Man Ray voor het album ‘Cago’ ook naar ginder getrokken, maar zelfs wonderdokter Albini kon met de schamele prooi niks aanvangen. Geen songs, geen album, zo simpel is het, José Mourinho zal met SK Lierse ook geen Champions League spelen.
Nu goed, met Kapitan Korsakov loopt het nog zo geen vaart, dit is immers het soort band waar Albini wel weg mee weet. Toch valt het ons op dat ze zich deze keer wat hebben ingehouden, iets wat we de twee vorige platen indachtig niet meteen verwacht hadden.
Kapitan Korsakov kiest duidelijk voor veelzijdigheid en daardoor is de samenhang op dit album soms wat zoek. Opener “Caramelle” is een degelijke gitaarrocker, maar niet echt het soort song die we op deze noise goeroe’s zouden kleven. Een pianoballad als “Hearts To Hard” is al helemaal niet hetgeen waar wij bij een wildeman als Pieter-Paul Devos zitten op te wachten, de song is even overbodig als een kubus in een ballenbad. Ook “Midnight Gardens” is heel poppy voor hun doen, iets voorbij halfweg gaat de song dan toch in overdrive en komt een ruige gitaar de boel een beetje overhoop schudden maar het is te laat, misschien toch maar best die rockballads overlaten aan The Scorpions. Een ander buitenbeentje “Suicide Limp” flirt met de eighties en is zijn gitaartje gaan halen bij The Sound, maar deze komt dan wel aangenaam binnen.
Kapitan Korsakov is volgens echter nog altijd op zijn best wanneer het echt vuil mag klinken, en dat is zo op het weerbarstige “Rabid Ghawazi Shuffle” en het bloedende “Strobo Stripper”, meteen ook de twee absolute uitschieters. Ook de opgejaagde punkrocknoise van “Pussy Scars” kan ons wel bekoren. “Spitting Over The Edge” is een andere voltreffer, de riff komt uit het grote Pixies boek en de song heeft een geweldige drive in huis. De Albini stempel horen we dan weer  duidelijk in “Very Friendly Fire”, dat ding had zo op ‘In Utero’ gekund.
‘Physical Violence Is The Least Of My Priorities’ is een Korsakov plaat die een beetje te veel richtingen uitgaat, en niet altijd de juiste. Toch helt de balans over naar de goeie kant.

Eén man, één gitaar. De formule is poepsimpel, doch het is maar weinigen gegeven om op die manier een volle zaal een avond lang te kunnen animeren. De immer sympathieke Ier Luka Bloom is één van die zeldzame artiesten die dat kan, getuige een volle Roma die twee uur lang aan zijn lippen hing. Jonge gezichten hebben we hier niet gezien, Luka Bloom is niet het soort hippe vogel die met alle mogelijke middelen naar nieuwe fans hunkert, het ganse mediacircus kan hem gestolen worden. Hij zet gewoon telkenmale zijn allerbeste beentje voor om zijn trouwe aanhang te begeesteren. En altijd weer slaagt hij daar in met verve.

Gezien de Roma bovendien zijn geliefkoosde zaal in België is, deed Luka Bloom nog eens extra zijn best om er een onvergetelijke avond van te maken. Hij stak niet onder stoelen of banken dat hij weken had uitgekeken naar deze speciale avond, “I’m So excited about this evening that I even bought my own ticket” grapte Bloom als welgemikte openingsquote, de zaal at al uit zijn handen nog voor hij één noot had aangeslagen. Zijn typische humor fungeerde trouwens gans de avond als ideale bindmiddel voor de excellente songs. Luka Bloom manifesteerde zich wederom als een geboren storyteller, en dat dus niet alleen in de songs. En die songs waren talrijk in aantal en bloedmooi in uitvoering. Het publiek werd uitgebreid op zijn wenken bediend, quasi alles wat men wou horen passeerde de revue.
Bloom speelde al die prachtige liedjes met gevoel, passie en liters bezieling, alsof het de eerste keer was dat hij ze bracht, ook al waren enkelen onder hen al meer dan 25 jaar oud. Sommigen waren dan weer nog piepjong, Luka Bloom had namelijk een kersvers album ‘Frugalisto’ onder de arm, eentje die alweer een handvol pareltjes herbergt. Kleine liedjes die groot zijn in al hun eenvoud zoals “Frugalisto”, “January Blues”, “Warrior” en  vooral “Isabelle” dat hij vorig jaar speciaal geschreven had toen Vlaanderen hem uitnodigde om te komen spelen ter nagedachtenis van de slachtoffers van WOI. Die nieuwe pareltjes mochten mee schitteren tussen al die klassiekers uit Bloom’s omvangrijke repertoire en vertoefden daar in groots gezelschap.
Luka Bloom wisselde meezingmomenten af met echte kippenvelmomenten. De fans haalden hun beste zangkwaliteiten boven in “Fertile Rock”, “Sunny Sailor Boy”, “Rainbow Day” en “Don’t Be Afraid Of The Light That Shines Within You”, muisstil was het dan weer tijdens bloedmooie juweeltjes  als “Exploring The Blue”, “Make You Feel My Love”, “City Of Chicago”, “True Blue”, “The Man Is Alive” en het ultieme toemaatje op verzoek van een smekende toeschouwer “Black Is The Colour”.  

Via maar liefst 29 tracks wandelde Luka Bloom samen met ons doorheen zijn volledige carrière. Een setlist om in te lijsten, songs om verliefd op te worden, een gitaar om te strelen, een songwriter om te knuffelen.


Organisatie: De Roma, Antwerpen

donderdag 24 november 2016 02:00

Hardwired… To Self Destruct

Mocht u de laatste weken op Mars gewoond hebben of nu pas uit een diepe coma ontwaken, dan hebben wij nieuws voor u : Metallica heeft een nieuwe plaat uit. Omdat het zo lang geduurd heeft hebben ze er maar meteen een dubbelaar van gemaakt. Maar was dat wel een goed idee? Bij momenten is dit immers zeer straffe kost, elders hebben wij het dan weer moeilijk om een geeuw te onderdrukken.

De vooruitgestuurde tracks waren alvast hoopgevend, zowel “Hardwired”, “Atlas Rise” en “Moth Into The Flame” zijn opperste beste Metallica, snel, hard, strak en frontaal op uw bakkes.
“Now That We’re Dead” had dan weer niet misstaan op ‘The Black Album’ terwijl het gelaagde “Halo On Fire”, een geslaagd proefstuk van over de acht minuten, meer de melodieuze toer van ‘Load’ opgaat. Het is enige song die voorzichtig in de buurt van een ballad durft te komen.
Bij een hoop andere tracks hebben we dan weer moeite om onze aandacht vast te houden omdat die te veel op elkaar lijken en weinig pogingen ondernemen om er bovenuit te steken. Dingen als “Confusion”, “ManUNkind”, “Here Comes Revenge” en “Am I Savage?” barsten wel van de typische stoere Metallica-riffs die wijdbeens en met de vuisten in de lucht ten tonele gebracht worden, maar ze blijven niet echt aan de ribben kleven. Het is allemaal zeer degelijk beukwerk maar geen Metallica Grand Cru. Ook “Murder One”, een ode aan Lemmy, had wat ons betreft een stuk smeriger gemogen. Het is een mooi gebaar van Metallica dat ze hun grote voorbeelden eren, maar Lemmy verdient veel meer dan deze matige track, de videoclip is trouwens beter dan de song (moet u heus even checken, wij vermoeden trouwens dat de animators van Gorillaz hier achter zitten). Wij kunnen er ook niet aan doen, het is verdomme hun eigen schuld dat we hier nu zo zitten te kankeren, ze moesten de lat met hun eerste vijf platen maar zo hoog niet gelegd hebben.
Maar goed, Metallica maakt met een fenomenale afsluiter in één klap alles goed. De uppercut “Spit Out The Bone” is intenser, woester, sneller en harder dan alles wat hier aan voorafgaat, het is een knaller die teruggrijpt naar de woeste trashjaren van ‘Kill ‘Em All’, ‘Ride The Lightning’ en ‘Master Of Puppets’. Als ze deze splinterbom binnenkort live gaan opvoeren, dan schudden we gegarandeerd onze kop eraf.
Metallica zou Metallica niet zijn mochten ze voor de fans geen extraatje hebben voorzien. De extended version van deze plaat (zo heet dat dan, ‘t is een verkoopstruuk als een ander) is voorzien van een derde interessant schijfje, verdomd de moeite waard. Neem nu de furieuze bonustrack “Lords Of Summer” die stukken sterker voor de dag komt dan de middelmatige tracks op de reguliere cd. Ook best opmerkelijk is de negen minutenlange medley “Ronnie Rising Medley”, een knap eerbetoon aan dé metalzanger Ronnie James Dio. Een stem als die van Dio naar de kroon steken is niet bepaald een makkie, maar James Hetfield komt er aardig mee weg, en dat terwijl Kirk Hammett de beste Blackmore in zich naar boven haalt in een fenomenaal stukje “Kill The King”. Ze kennen hun klassiekers.
Nog meer goed nieuws, de tien live tracks (‘Live At Rasputin Music’) zijn ronduit verbluffend. Het is heus niet zomaar voer voor alleen de diehard fans, want dit zijn live opnames waarop Metallica in bloedvorm verkeert, en dit voor een wel heel select kransje gelukzakken. Metallica raast hier met een ongeziene verbetenheid en met de wilde furie van in hun beginjaren doorheen een stel klassiekers van het eerste uur als “Hit The Lights”, “The Four Horsemen”, “Jump In The Fire”, “Metal Militia”, “Ride The Lightning” en “Creeping Death”.  Ronduit geweldig.
Als afsluiter krijgen we nog een waanzinnige live-versie van “Hardwired”, zowaar nog twee versnellingen hoger dan de studio versie waarmee dit omvangrijk werkstuk is begonnen.

‘Hardwired… To Self Destruct’, het is een hele brok om door te bijten, maar het is bij momenten serieus de moeite.  Onze raad : koop alleszins de extended version. Geen halve werken.

donderdag 27 oktober 2016 03:00

Sand

Bert Dockx is een begenadigd songschrijver, een schitterende muzikant en vooral een uitmuntende gitarist, eentje die de fijngevoeligheid verkiest boven de decibels. Van de grootstadsblues van zijn geweldige band Flying Horseman kunnen wij maar niet genoeg krijgen maar deze keer kanaliseert hij zijn klasse via zijn andere geesteskind Dans Dans.
Met dit geheel instrumentale album trekt Dockx de onontgonnen natuur in en bewandelt hij diverse paadjes zonder echter de weg te verliezen. ‘Sand’ is een avontuurlijke trip waarin zijn gitaar hem via allerlei sierlijke beekjes naar een nog ongekende eindbestemming voert. Er stralen liters finesse, klasse en gevoel uit Dockx zijn gitaarspel, het is weids, fijnzinnig, filmisch en vooral jazzy, maar nergens pretentieus. Hij zit er ook niet om verlegen om af en toe een surfgitaartje boven te halen of eens heftig door te rocken. Wij durven hem met dit fantastische plaatje op één rij zetten met Chris Forsyth, Robert Fripp, Nels Cline en ja, zelfs Marc Ribot. Waarmee de goede verstaanders onder ons ook wel zullen weten dat dit een hele eer is maar natuurlijk geen garantie op commercieel succes, hoewel we het hem zouden gunnen.
Mooie plaat om ons de komende wintermaanden aan op te warmen.


Duitse rockbands kunnen ons doorgaans aan onze reet roesten, maar voor de zwaar bebaarde retro hardrock van Kadavar halen wij met plezier onze ouwe Ford Mustang uit de garage. U moet weten dat wij vanavond zelfs Black Mountain, die geprogrammeerd stonden in De Kreun, links hebben laten liggen, en dat wil verdomme wat zeggen.

Kadavar keert onbeschaamd terug naar de tijd van Led Zeppelin, Hawkwind en Black Sabbath, en ze doen het met zodanig veel allure, energie en power dat wij er duizelig van worden. Daar waar hun muzikale voorvaders in de jaren zeventig wel eens hun songs tot buitengewone proporties zouden hebben uitgerokken, houdt Kadavar het betrekkelijk bondig. Solo’s hoeven geen kwartier te duren, songs moeten niet persé naar Woodstock vertrekken om pas binnen een half uur zo stoned als een garnaal terug te keren. Bij Kadavar blijft de vlam constant in de pan omdat ze de songs steeds binnen een aanvaardbare tijdslimiet en een strak tempo houden. Het is hard maar nergens richtingloos, het is spacy maar het trekt niet eindeloos de ruimte in, het is psychedelisch maar draagt geen roze bril. Dit is back to the seventies, maar dan the seventies waar de drugs een ophitsend effect hebben in plaats van een rustgevend. Meer speed dan weed, meer uppers dan downers, meer MC5 dan Pink Floyd, meer Alice Cooper dan Syd Barrett.
Kadavar raast namelijk door met een ongeziene gedrevenheid, het beukt en zindert als een stoomtrein waar de kolen nooit snel genoeg op het vuur kunnen worden gegooid. Baarden en lange haardossen zwaaien lustig in het wild rond, gitaarsolo’s gieren door de atmosfeer, wah-wah pedalen hebben de tijd van hun leven. Centraal in de sound van Kadavar staan uiteraard de splijtende riffs en solo’s van frontman Christoph Lindemann, maar wij zijn evenzeer onder de indruk van de bijzonder fel tekeer gaande drummer Christop Bartelt, het Duitse equivalent van Animal.
De setlist is een mooie greep uit de drie ijzersterke studioplaten platen die ze tot nu toe bij mekaar hebben gerockt, met de nieuwe ‘Berlin’ als laatste wapenfeit. Hoogtepunten opnoemen is de andere songs oneer aan doen, alles is immers even krachtig, verbeten en doortastend. Wat we u echter niet willen onthouden is  de verrassende cover die ze er als knallende finale uit rammen, een snoeiharde versie van onze ultieme Beatles favoriet “Helter Skelter”, nog nooit hebben we die song zo briesend weten tekeergaan.

In anderhalf uur wekken drie Duitse holbewoners de neanderthaler-rock terug tot leven, en dat is een uiterst opwindende ervaring.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Al sinds hun comeback in 2010 zijn wij verknocht aan de onheilspellende muziek van Swans. De vier platen de ze sindsdien gemaakt hebben koesteren wij als waren het onze eigen bastaardkinderen. We zorgen er netjes voor dat die schijfjes geen streepje zonlicht krijgen, want dat kunnen die dingen geenszins verdragen. De laatste in de rij, het recente almachtige album ‘The Glowing Man’, is alweer bovenaards imposant en zuigt ons met zijn onweerstaanbare oerkracht richting le Grand Mix in Tourcoing.

Wij hebben de unieke belevenis van een Swans concert al eens eerder meegemaakt. Wetende wat ons te wachten staat halen we dus op voorhand onze kop leeg, zetten we onze geest ruim open en pluggen we de oordoppen krachtig tegen onze trommelvliezen.
Swans lappen immers alle wetten van de conventionele muziek aan hun laars, ze tasten de grenzen van de toegankelijkheid af en gaan er vervolgens ver over. Ook voor de decibelmeter hebben ze weinig of geen respect, ze spelen verschroeiend luid, snijden dwars door de betonnen muren van le Grand Mix en verpulveren alles wat ze op hun weg tegenkomen.
De muziek van Swans is iets wat je moet ondergaan, je moet het beleven en voelen tot in de toppen van je kleinste tenen. Bij Swans gaat het er niet om hun publiek te entertainen, wel om het hard te beroeren en te pijnigen, om het murw te slaan met apocalyptische rock, verzengende noise en ontspoorde mokerslagen van songs die van geen ophouden weten. Fans van Kings Of Leon krijgen bij een concert van dit kaliber gegarandeerd een beroerte, Foo Fighters aanhangers zetten het na een halve song al op een lopen en Coldplay adepten overleven dit gewoon niet.
Swans, dat is Pink Floyd die onverbiddelijk naar de voorste loopgraven van WOI wordt gestuurd om daar ondraaglijke doodsangsten te doorstaan terwijl alle landmijnen tegelijkertijd voor hun neus ontploffen. Het is Sonic Youth die, aangelengd met de meest verschrikkelijke explosieven, als een Syrische vaatbom op Aleppo wordt gedropt. Swans klinken als een waanzinnige versie van Crazy Horse die een dodelijke mengeling van cyanide en gifgas hebben opgesnoven, of als The Birthday Party die door een kudde op hol geslagen bizons worden opgejaagd.
Opperhoofd Michael Gira neemt ruimschoots de tijd om zijn muzikanten geregeld naar ongekende oorden te dirigeren, hij laat het boeltje vaak languit ontsporen om het dan geleidelijk aan terug op de rails te krijgen, maar niet voordat dat hij die rails eerst eigenhandig van plaats heeft verwisseld. Songstructuren worden vaak ondersteboven en binnenstebuiten gekeerd, songs lijken eindeloos naar een climax toe te werken tot ze plotsklaps bruusk met een sloophamer worden opengereten. En dan start de opbouw telkens helemaal opnieuw nadat Gira middels een resem sjamanistische gebaren zijn gevolg op een nieuw spoor heeft gezet. Elke track leidt een leven op zich, Swans weten zelf nog niet bij de aanvang waar de song naartoe gaat, laat staan het publiek, maar de avontuurlijke trip is er één om volledig in op te gaan.
De Swans-pletwals houdt zo twee en een half uur aan, hard en meedogenloos, amper vijf songs in een tijdsspanne waarin The Ramones er 75 zouden doorgejaagd hebben.

Dit Swans concert is wederom een unieke ervaring die zijn gelijke niet kent. Michael Gira is de ongekroonde koning van de underground, moge hij dat nog lang blijven en tegen alle windrichtingen in zijn eigen buitengewone zin doen.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 13 oktober 2016 03:00

Guidance

Geen wezenlijke stijlbreuken te bespeuren op ‘Guidance’, Russian Circles bouwen verder op de vertrouwde aanpak waarin volledig instrumentale postrock al eens in metal uitmondt. De band bevindt zich nog steeds in een drukbezet postrock-meets-metal-woelwater waarin onder meer ook Pelican, Red Sparowes, SleepMakesWaves en This Will Destroy You ronddrijven.
‘Guidance’ is het zoveelste levende bewijs dat er bij Russian Circles alvast geen sleet zit op de formule. Integendeel, de band lijkt steeds beter te worden en men pakt hier uit met ijzersterke songs waarbij verstilde melodieën en woeste gitaren vlotjes in elkaar overgaan.
De fraaie introsong “Asa” is nog stilte voor de storm maar in het machtige “Vorel” worden de metalen gitaren een eerste keer bovengehaald, dit is stevige sfeerschepping aan de hand van gelaagde klanken en heavy uitbarstingen, Russian Circles ten voeten uit. “Mota” is ook weer zo een juweeltje waarin de gitaren aanvankelijk glorieus door de atmosfeer zweven om vervolgens in alle uithoeken open te barsten. Zo gaan Russian Circles krachtig door, van zacht naar hard en weer terug, en houden ze het overal boeiend en bruisend. Ze hebben het voor hun doen kort gehouden, 7 songs in 40 minuten, geen zwak moment te bespeuren. Dit is post-rock in al zijn glorie.

donderdag 13 oktober 2016 03:00

Walls

Begonnen als beloftevol en driftig garagerockbandje (met zinderende plaatjes ‘Youth and Young Manhood’ en ‘A-ha Shake Heartbreak’) en uitgegroeid tot miljoenenverkopende pompeuze stadionrockers (alles vanaf ‘Only By The Night’), uit commercieel oogpunt from the bottom to the top, artistiek gezien from the top to the bottom. Dat is kort gezegd het reeds het afgelegde parcours van Kings Of Leon. Eén wereldhit “Sex On Fire” heeft hun carrière voorgoed in twee helften opgesplitst. Wij vonden hen zeer sterk spelen in de eerste helft en hebben na de rust de tribunes verlaten. Nooit spijt van gehad.
‘Walls’ is het logische en voorspelbare vervolg in het Kings Of Leon verhaal. Kassa moet rinkelen, stadions moeten gevuld worden, platenbazen mogen niet ontgoocheld zijn, niemand mag schrikken. Hier zal wel ergens weer een hitje uit gehaald worden, het klinkt immers allemaal zeer radiovriendelijk (lees ongevaarlijk). Bij StuBru mogen ze opgelucht ademhalen, wij zetten als tegengif nog eens de nieuwe Swans op.

donderdag 13 oktober 2016 03:00

22, A Million

Bon Iver, het alter ego van Justin Vernon, de folktroubadour die op ‘For Emma, Forever Ago’ nog zijn diepste emoties uitstortte via naakte en bloedmooie songs die hij in zijn dooie eentje had opgenomen ergens in een afgelegen hutje, heeft nu kennelijk de technologische snufjes van de studio ontdekt. Als een uitgelaten kleuter in een lunapark is hij aan alle mogelijke knopjes beginnen frunniken. In al zijn kinderlijk enthousiasme is hij echter vergeten is om er nog een stel deftige songs bij te schrijven, het subtiel songschrijverschap van weleer wordt verdrongen door overbodige elektronica-spielerei. Ook zijn stem wordt om de haverklap door de elektronische mangelmolen gedraaid waardoor de onverbloemde fragiliteit van voorheen ver te zoeken is. Jammer is dat, doch een hoop zelfverklaarde kenners prijzen ’22, A Milion’ de hemel in. Het is ons een raadsel waarom, want wij vinden dit ding niet meer dan een ongepaste manier van rotzooien met een paar halve ideeën.
Bon Iver gaat meer dan ooit de James Blake toer op, ook zo een artiest die wat zit aan te klooien met laptop-geluidjes en er dan algauw een song bij bedenkt. Wij menen te weten wat er achter die nieuwe aanpak schuilgaat, Vernon grabbelt gewoon te gretig in die elektronische trukendoos om te verdoezelen dat de songs deze keer niet sterk genoeg zijn. Om het er nog wat dikker op te leggen heeft hij de tracks op de koop toe onuitspreekbare titels meegegeven. Ook ons toetsenbord wordt er helemaal gek van, dus verwijzen we u voor die idiote songtitels graag naar het internet. Als u het echt niet kan laten kan u ook de cd kopen, maar kom dan achteraf niet zagen.
Is de term arty farty hier op zijn plaats ? Yep, it is.

dinsdag 25 oktober 2016 03:00

The Triffids - Prachtig eerbetoon

Een hoop veertigers en vijftigers waren naar de AB afgezakt om de glorie van de hemelse Triffids te mogen herbeleven, een uitmuntende doch zwaar onderschatte band die nooit de erkenning gekregen heeft die ze echt verdienden, ondanks de ettelijke superlatieven die door onder meer wijlen Marc Mijlemans bovengehaald werden. Mijlemans’ sierlijke en lovende recensie uit 1986 van ‘Born Sandy Devotional’ werd hier nog eens volledig terecht voorgedragen, een recensie die zowel het talent van de grote essayist Mijlemans etaleerde als dat dat van de eminente songschrijver David Mc Comb.

Deze Triffids-reünie was eigenlijk één nostalgisch en fraai eerbetoon aan de in 1999 overleden David Mc Comb, stuurman, drijvende kracht, hart én motor van de band. Hij was de absolute ster van vanavond, zijn ziel zweefde de hele tijd door de AB, zijn geest dwarrelde rond in elke noot.
Wij voelden gewoon het gemis tot in onze onderbuik, dat grote gat dat er was gevallen in The Triffids en nooit meer zou kunnen worden opgevuld. Een gat die er eigenlijk al was in 1990 toen de band er mee ophield en Mc Comb voor zichzelf andere plannen had gesmeed. Met The Blackeyed Susans en een half mislukte solo uitstap kon hij echter nooit meer zo tot de verbeelding spreken als met de legendarische Triffids, vroeg of laat moest die reünie er toch wel eens van komen. Het mocht echter niet zijn, Mc Comb kampte met hart- en gezondheidsproblemen ten gevolge van langdurig alcohol- en drugmisbruik en stierf op 37 jarige leeftijd. Met hem werden ook The Triffids definitief begraven.
Naar aanleiding van de dertigste verjaardag van het meesterwerk ‘Born Sandy Devotional’ planden de overige groepsleden deze reünie om de plaat en diens betreurde inspirator in de bloemetjes te zetten. En hoewel quasi alle originele Triffids leden, aangevuld met een resem gastzangers, hier op het podium stonden, voelde dit toch een beetje aan als een tribute band omdat die ene onmisbare schakel ontbrak. Maar dan wel een hele goeie tribute band, eentje waar we ongeremd mochten van genieten.
Het was duidelijk te merken dat de groepsleden elkaar na al die jaren nog een beetje moesten terugvinden, er werden wel wat foutjes gemaakt en de zenuwen stonden merkelijk gespannen. De man die hen altijd in de goeie banen leidde was er immers niet meer, dus moesten ze het zelf zien te rooien. Een zaal van het kaliber AB waren ze bovendien ook al lang niet meer gewoon, met uitzondering dan misschien van bassist Martin P. Casey die met Nick Cave & The Bad Seeds wel wat meer gewend is. Het was net die kwetsbaarheid en onvolmaaktheid die de présence van deze Triffids zo sympathiek en pakkend maakte. En natuurlijk die onsterfelijke songs van Mc Comb.
De gastzangers brachten elk hun eigen interpretatie van de songs en probeerden niet meteen Mc Comb te imiteren. Ze moesten wel dikwijls onderdoen voor de schittering van het origineel, maar ze hadden tenminste zichzelf niet verlaagd tot risicoloze copycat. Een handvol songs uit dat fenomenale album ‘Born Sandy Devotional’ benaderden zelfs heel sterk de magie van The Triffids in hun beste dagen, een striemend “Chicken Killer”, een sluipend en dreigend “Lonely Stretch” (onze favoriet van de avond), een bijtend “Personal Things”, een adembenemend “Stolen Property” en uiteraard een meesterlijk  “Wide Open Road”. Natuurlijk moesten we herhaaldelijk dromen van hoe wonderlijk dit allemaal zou geklonken hebben mocht David Mc Comb hier zelf gestaan hebben, maar ook nu kwam het kippenvel op onze armen moeiteloos recht.
Na het ‘Born Sandy Devotional’ luik haalden de Triffids nog een hoop andere klassiekers uit de toverdoos. Mc Comb schreef immers destijds het ene pareltje na het andere, ze hadden de ruwe diamantjes dus maar voor het uitkiezen. Soms ging het venijnig hard en briesend (“Bright Lights, Big City”, “Hell Of A Summer”), elders dan weer heel intiem en ingetogen. Wij waren trouwens helemaal van onze melk van dat lieflijke en broze stemmetje van de schattige Jill Birt die “Raining Pleasure” tot een pareltje van het zuiverste water verhief. Ook “Trick Of The Light”, “Unmade Love” en “In The Pines” beroerden ons tot diep in de aderen, en dat niet alleen omwille van de nostalgie die ze opriepen, maar gewoon omdat het stuk voor stuk briljante songs zijn.
Als ultieme slot bleven nog drie Triffids op het podium voor een heel intieme, naakte en sublieme versie van die onevenaarbare klassieker “Bury Me Deep In Love”, en dat steeds met die prachtfoto van David Mc Comb op de achtergrond, alsof de patron himself hen loodste tot deze enig mooie uitvoering. Een traantje wegpinken was hier wel op zijn plaats.

The Triffids waren sympathiek, ontroerend, breekbaar en bij vlagen geniaal. De ware held is al meer dan 15 jaar niet meer onder de levenden, maar vanavond was hij alom aanwezig.
In remembrance of David McComb – The Triffids play ‘Born sandy devotional’ – tribute tot he 30 th anniversary of a classic

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 33 van 113