logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 19 november 2015 02:00

Don’t Deliver Us

Pop/Rock
Don’t Deliver Us
Satan’s Satyrs
Bad omen Records
2015-11-19
Sam De Rijcke

Het langharig tuig Satan’s Satyrs is een nog vrije jonge band uit Virginia USA die een soort metal maakt die teruggaat naar de tijd van toen metal nog niet bestond, vandaar dat men het ook wel eens proto-metal durft te noemen. Hallo, bent u daar nog? Laat het ons zo zeggen, stel u voor dat The Sonics en The Stooges zich met hard-rock zouden ingelaten hebben in plaats van met vuile garagerock, of dat Black Sabbath in New York geboren was en CBGB’s als uitvalsbasis had. Of zoek het misschien in de richting van zompige oer-hardrockbands als Blue Cheer en Pentagram (deze laatste ouwe rotten zijn trouwens ook weer uit de grond gekropen met het voortreffelijke nieuwe album ‘Curious Volume’).
Satan’s Satyrs’ eerste plaat ‘Wild Beyond Belief’ klonk nog alsof die was opgenomen in een galmende rioolput waar Electric Wizard en Bad Brains een robbertje aan het vechten waren. Met opvolger ‘Die Screaming’ werd wat ruis uit het buizenstelsel gehaald maar bleef het gure karakter onaangetast.
‘Don’t Deliver Us’ is daar nu zowat het logische vervolg op. Satan’s Satyrs hebben ergens in een niet al te koosjere buurt hun eigen biotoop gevonden en hebben het daar gelukkig niet al te veel opgekuist. Het album klinkt wederom lekker smerig en de gitaren kraken en scheuren alsof er een zak koffiegruis en een paar asbakken zijn in geledigd.
‘Don’t Deliver Us’ bestaat uit 9 rauwe brokken garage-metal die met een vunzige nonchalance en een luizige punk attitude de metal-wetten vakkundig doorprikken. Er zit flink wat echo en distortion op de gitaren in ronkende songs als “Two Hands”, “Germanium Bombs” en “Creepy Teens”, de solo’s hebben de pest aan overdubs en mogen lekker uitwaaien op freaky songs als het instrumentale “Spooky Nuisance” en de geweldige afsluiter “Round The Bend”.
Dit is het soort hard-rock waar wij nog het liefst van al in rond cruisen, rauw, ongeschoren en met een flinke scheut LSD tussen de trommelvliezen. ‘Don’t Deliver Us’ is een heerlijk vunzig plaatje uit de onderwereld van de hard-rock en metal, daar waar de ratten de baas zijn.
Normaliter hadden wij dit gortige trio samen met Kadavar, The Shrine en Horisont moeten meemaken in het Franse Tourcoing (Le Grand Mix) op 15/11, maar dankzij een stel losgeslagen IS terroristen werd ook dit concert afgelast.
Voor de fans, een herkansing van deze affiche komt er ook in België, meer bepaald op 17/12 in de VK te … en dit is geen grap… Molenbeek.

donderdag 19 november 2015 02:00

Psychic Warfare

Clutch is een stevige Amerikaanse rockband die nu al zo een 20 jaar bezig is met het produceren van forse en compromisloze hard-rock, sommigen durven het ook wel eens alternatieve metal te noemen. Na 10 potige albums heeft de groep over heel de wereld gestaag een fanatieke aanhang veroverd, maar een million-seller is Clutch nooit geworden. Uitverkochte sportarena’s zijn vooralsnog niet aan hen besteed en gezien de band min of meer trouw blijft aan de eigen kordate sound en verder lak heeft aan allerlei vormen commercial input of promo (en gelijk hebben ze) zal dat er ook niet direct van komen.
Clutch heeft echter wel een dijk van een live-reputatie (helaas zelf nog nooit meegemaakt, maar we hebben het uit zeer betrouwbare bron) en staat garant voor droge en massieve riff-rock die recht op de man af gaat en live nogal eens zwaar uit zijn voegen durft te barsten.
Het elfde album ‘Psychic Warfare’ is wederom een sterk staaltje van hun solide hard-rocksound en mag gerust tot hun betere werk gerekend worden, het is een meer dan waardige opvolger van het al even gespierde ‘Earth Rocker’ uit 2013.
Er wordt overwegend stevig en fervent gas gegeven met de driftige hard-rockers “X-Ray Visions” en “Noble Savage” op kop. Een potente brok ZZ Top wordt opgevoerd in het zompige “A Quick Death In Texas” vooraleer een fijne ballad als “Our Lady Of Electric Light” met een knappe gevoelige solo wat emotie in het huis komt brengen. Zware jongens mogen ook al eens een moment van weemoed hebben. Ook afsluiter “Son Of Virginia”, met een uiterst knappe intro die lijkt te zijn weggelopen uit ‘True Detective’, ontpopt zich als een fijnbesnaarde ballad waarin terloops ook even het zwaar geschut wordt bovengehaald.
Als u een zwak heeft voor robuuste bands als Helmet, Corrosion Of Conformity, Prong en High On Fire, dan zal u hier ook een vette kluif aan hebben.
Clutch tourt in november en december door Europa, maar helaas is België niet in het schema opgenomen. Balen is dat.

vrijdag 04 december 2015 02:00

Crobot - Stevige retro hard-rock

Crobot - Stevige retro hard-rock
Scorpion Child en Crobot
Kreun
Kortrijk
2015-12-02
Sam De Rijcke

Het lekker ouderwetse hard-rock collectief Scorpion Child (volop seventies, zowel qua looks als qua sound) uit Austin Texas trekt nog altijd de wereld rond met als enige bagage die voortreffelijke titelloze debuutplaat. In hun live set is toch al behoorlijk wat nieuw werk gesijpeld en dat klinkt veelbelovend. Ze blijven zweren bij een klassieke hard-rock sound met wortels bij het onvermijdelijke Led Zeppelin en bij bands als Grand Funk Railroad, Deep Purple en Wolfmother.
Aryn Jonathan Black is een fel entertainende frontman met het vocale bereik van de jonge Robert Plant, hij legt de nodige ziel en animo in zijn act en vormt daarmee het speerpunt van deze classic hard-rockband. Andere sterkhouder is gitarist Christopher Jay Cowart die met een stel splijtende riffs  en beknopte solo’s er een enorme drive in houdt. Met nieuwkomer Aaron John Vincent , die bij momenten heel stevig uithaalt op de keyboards, is de sound wat uitvergroot en klinkt het geheel organischer. Een uur lang bijt Scorpion Child zich vast in een stijl die dan wel als retro mag omschreven worden, maar die gretig, fel en fris van het podium komt gewaaid. Het is een band die de soul van de hard-rock bands uit de jaren zeventig op een energieke manier terug tot leven wekt en daarbij de langdradige jams uit die tijd achterwege laat. En anno 2015 klinkt dit verdomd aardig.

‘Something Superantural’ uit 2014 is tot op heden het enige album van Crobot. De plaat heeft een vrij robuuste klassieke hard-rock sound die wel eens neigt naar Clutch en The Sword, maar die niet echt overloopt in variatie. Daar wringt ook live het schoentje. Op het podium staat het viertal krachtig te spelen, maar de songs verschillen maar weinig van elkaar. De hoge vocale uithalen van Brandon Yeagley overheersen wel, maar zijn zanglijnen lijken in iedere song wel dezelfde. Voor zijn podiumact heeft hij echter duidelijk het grote Steven Tyler handboek geraadpleegd en het moet gezegd dat hij de boel beduidend onder stoom weet te houden.
Wat ons ook is opgevallen, is dat Chris Bishop een verdomd sterke gitarist is die de mosterd voor een groot stuk is gaan halen bij Tom Morello van Rage Against The Machine, waarschijnlijk veel meer dan hij zelf zou willen geloven. Met dat hoge stemmetje van Yeagley er bovenop komt dan ook Audioslave ons voor de geest.
Je kan Crobot hoegenaamd geen gebrek aan drijfkracht en energie verwijten, maar er mag wel iets meer variatie in hun sound en songs gepompt worden.

Bij Scorpion Child snakten we naar nog een toegift, bij Crobot vonden we dat het genoeg was geweest. Dan weet je wel welke band hier het sterkst voor de dag kwam.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/scorpion-child-02-12-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/crobot-02-12-2015/

Organisatie: Alcatraz Music (ism Kreun, Kortrijk)

De blues heb je in verschillende maten en gewichten. Zo kan die uit de design winkel komen (check de nieuwe van Gary Clark Jr en stel vast dat er meer rock’n’roll zit in een pot vernis), maar ook uit een vunzige rioolput. Bij Left Lane Cruiser komt de blues rechtstreeks uit de riool, alwaar die gespeeld wordt door een stel schofterige ratten die de tijd van hun leven hebben.

Amper vier dagen geleden stond LLF al van jetje te geven in de Magasin 4 in het geteisterde Brussel. Onze man lapte zijn West-Vlaamse laars aan elke vorm van terreurdreiging en trok resoluut richting hoofdstad om daarna nogal enthousiast terug te komen. We kunnen hem in zijn lovend verslagje alleen maar volgen. Het feit dat hij in de 4AD al terug op de eerste rij stond zegt ook al genoeg. In Diksmuide is de kust natuurlijk ook wat veiliger, ’t is geleden van WO I dat ze daar nog eens een knal gehoord hebben. Hoewel, dat was dan buiten Left Lane Cruiser gerekend, want hier spatte knetterend vuur uit.

Freddy J IV, de drijvende kracht achter dit zootje ongeregeld, kondigde het zelf aan, “We’ve got some dirty blues for ya”. We hadden het geweten, de blues werd ons ongewassen en ‘dirty as hell’ in het gezicht geslingerd.
Left Lane Cruiser haalde de mosterd bij Hound Dog Taylor en Muddy Waters en voegde daar nog een guitige klodder vet aan toe. De twee bluesgrootheden werden hier allebei rauw gecoverd met de distortion knop diep in het rood. Ook de Leadbelly klassieker “Black Betty” werd in zijn strakste en meest gemene vorm opgevoerd, maar het was vooral een andere cover die op zijn zachtst gezegd nogal verrassend was. Left Lane Cruiser rotzooide met het eighties vehikel “Money For Nothing” van Dire Straits en maakte er de meest smerige modderblues van. We hebben het nooit gehoord in die song maar zoals LLC die hier door de bluesgehaktmolen draaide was dolle pret, iemand moet als de bliksem een demo hiervan naar Mark Knopfler sturen zodat die slapende dinosaurus eens goed wordt wakker geschud.
Freddy J IV ging heftig en met volle overgave tekeer, wat kon die kerel een aardig potje slide gitaar spelen. Zelden hebben wij iemand aan het werk gezien die de blues zo gortig en energiek aan de man wist te brengen, hij zweette dan ook als een rund. Freddy injecteerde de blues met een shot napalm (‘I’m smoking napalm with the bamboo skin’, luidde het in een geweldig “Tangled Up In Bush”), het bruiste en zinderde langs alle kanten. £
Hij had al flink het laken naar zich toe getrokken tot hij even de hoofdrol overliet aan Joe Bent, die met zijn skateboard-gitaar de show kwam stelen. Geen idee of hij het ding zelf had gebouwd of daarvoor specialist Seasick Steve had ingehuurd, maar er kwam een verdomd vettige klank uit dat primitieve gevaarte. Hiermee introduceerde LLC eigenhandig de Skate Board Blues, een begrip waar ze voor ons part een patent mogen op krijgen. Joe Bent was misschien niet voorzien van die rauwe stem van Freddy J IV, maar de Alex Agnew lookalike wist dankzij die rudimentaire snarenplank en een paar snedige songs de temperatuur op kookpunt te houden.
 
Anderhalf uur penetreerde dit bonte trio ons met de meest gore en hondse blues, en zo lusten wij die nog het liefst van al.


Organisatie: 4AD, Diksmuide

donderdag 12 november 2015 02:00

Hatch

Een verdomd vinnig plaatje van een nieuwe band die is verrezen uit de assen van het enkele jaren geleden ter ziele gegane Hitch. Grand Blue Heron komt hier op hun debuutplaat al meteen met een straffe sound en dito songs aanzetten. Laat u niet misleiden door de bijgeleverde info, want die is op zijn minst gezegd nogal misleidend, de referenties waarover men het heeft (The Jesus Lizard, Barkmarket, Earth, Neil Young) horen wij er alvast niet in, met Motorpsycho kunnen we dan wel leven (check die ferme laatste song genaamd … euh “Last Song”).
We zouden het eerder willen hebben over een sound die voor een stuk meedraait op de huidige post-punk revival en daar een vleugje kraut-rock en een flinke scheut ongewassen nineties-rock aan toevoegt (beetje grunge, snuifje Sonic Youth en veel ballen).
We onthouden vooral dat Grand Blue Heron hier met een eigen smoel uitkomt op dit sterke debuut.

donderdag 12 november 2015 02:00

Black Record

Rocket From The Tombs is een legendarische proto-punk band die begin jaren zeventig de buurt onveilig maakte samen met verwante zielen als The Stooges, Death en The New York Dolls, allemaal bands die al punk speelden lang voor de term was uitgevonden. Nog voor de groep ook maar één stap in de studio kon zetten waren ze alweer ontbonden en ging de ene helft door als de eeuwig dwarse cultband Pere Ubu (met weirdo David Thomas als iconische frontman) en de andere helft als de rechttoe rechtaan punkgroep The Dead Boys.
Pas jaren nadien (in 2001) verschenen wat ruwe opnames, demo’s en live takes voor het eerst op CD op het unieke document ‘The Day The Earth Met Rocket From The Tombs’.
Ter gelegenheid van een eerste reünie in 2003 (met quasi alle bandleden behalve de overleden Peter Laughner) mochten die rauwe songs en demo’s dan uiteindelijk toch enige studio lucht inademen dankzij Television’s gitarist Richard Lloyd op ‘Rocket Redux’. In 2011 kwam Rocket From The Tombs, terug met Lloyd op gitaar, dan voor het eerste opzetten met een stel nieuwe songs op ‘Barfly’, een best wel interessante plaat maar niet echt een terugkeer naar de frontale rudimentaire sound van weleer.
Anno 2015 is er nu terug nieuw werk met ‘Black Record’, en deze keer is het wel even direct, ruig en straight to the edge als in de prille seventies. Twee oudjes worden hier terug opgevist, een splijtende versie van de oerpunksong “Sonic Reducer”, een ultragemene uppercut die ook steevast deel uitmaakte van de setlist van The Dead Boys, en een al even furieuze herneming van “Read It And Wheep”.
Naast een snedige cover van de Sonics-klassieker “Strychnine” bestaat de rest uit splinternieuwe hondsdolle songs, en deze komen er even ongezouten en wild uit als hun oudere broertjes. “Spooky” leunt nog het dichtst aan bij de avant-garde punk van Pere Ubu, maar voor de rest is het heerlijke primitieve punkrock zoals die vandaag nog nauwelijks gemaakt wordt.
RFTT is kwistig met de vuilste rock’n’roll riffs op “Welcome To The New Dark Ages”, “Nugefinger”, “Hawk Full Of Soul” en “Coopy”, songs die zo smerig klinken dat ze zelfs The Stooges met de staart tussen de benen naar huis sturen.
David Thomas, die voor de gelegenheid zijn oude naam Crocus Behemoth terug heeft aangenomen, gooit er zijn spitse krankzinnige vocals overheen en het resultaat is verbluffend. Geen idee hoe hij het doet, de niet echt kerngezonde man heeft er nog maar net een reünietournee- en album opzitten met  Pere Ubu (yep, wij waren er bij in de N9 te Eeklo), en hij staat hier nu al geniaal van jetje te geven met deze RFTT. De ouwe man is gewoon de rockgeschiedenis aan het herschrijven, en hoe!
Dit legendarische collectief is te bewonderen in de 4AD , Diksmuide op 15/12. U moest al vertrokken zijn.

donderdag 12 november 2015 02:00

Gone By The Dawn

Een plaatje die ver terug gaat in de tijd, naar de doowop van de fifties en de girl bands uit de prille sixties, of naar de rock’n’roll en rockabilly van toen die nog in de kinderschoenen stonden.
Net als verwante retro-zielen Kitty, Daisy & Lewis, Pokey Lafarge, JD Mc Pherson en Nick Waterhouse wekken Shannon & The Clams oude muziek op een tintelende manier terug tot leven. Alles baadt in een frisse retro sfeer, de surfgitaartjes van “The Bog” incluis, tot Shannon & The Clams er plots een prompte punkrocker “Knock ‘em Down” tegenaan gooien. Het typeert alleen maar de veelzijdigheid van dit dartele Californische trio. ‘Gone By The Dawn’ is dan ook een verrukkelijk funplaatje in een olijk fifties pakje, wat in frontdame Shannon Shaw’s geval wel een pakje met een maatje meer is.

donderdag 12 november 2015 02:00

Exhausting Fire

Kylesa had met hun vorige twee platen de deuren al wat wijder opengezet, op deze ‘Exhausting Fire’ gaan ze nog een stuk verder. Kylesa is van nature een metal band, maar wel eentje die niet zo nodig  binnen het keurslijf van het genre hoeft te blijven. De groep flirt met psychedelica, post rock, alternatieve rock en sludge en laat daarin veel ruimte voor fijngevoelige passages. Dikwijls gebeurt dit alles dan nog binnen één song. De metalfreaks hoeven zich geen zorgen te maken, want het positieve is dat Kylesa de horizonten nogmaals verbreedt zonder daarbij het eigen verleden te verloochenen. Op ‘Exhausting Fire’ is er geenszins aan kracht ingeboet, integendeel, de riffs loeien keihard uit de boxen en de sound is bij momenten bijzonder heavy, alleen zijn de tempowisselingen nog geraffineerder en de songs nog avontuurlijker. De gitaren spuwen geregeld loodzware riffs maar geraken bijvoorbeeld  op “Growing Roots” ook al eens in Sonic Youth-land verzeild, en op “Out Of My Mind” murwt de metal zich doorheen de shoegaze molen.
De songs blijven stuk voor stuk boeien door de brute power afgewisseld met harmonische soundscapes, daarbovenop winnen ze aan spankracht door de onder elkaar verdeelde vocals van frontvrouw Laura Pleasants en haar kompaan Philip Cope. Beiden hebben trouwens de grunts en grafstemmen achterwege  gelaten en staan hier vrij helder te zingen, wat niet wil zeggen dat de agressie en verbetenheid daarom uit de songs zouden verdwenen zijn.
Ook leuk is die ene cover, de Black Sabbath hit “Paranoid”, voor de seventies metaliconen was dit eigenlijk een atypische song vanwege het versnelde tempo.
Kylesa heeft gewoon het tempo teruggeschroefd en de heavyness behouden om de Sabbath song meer op euh… Black Sabbath te doen gelijken.
Enfin, luister er zelf eens naar, je zal het wel begrijpen.

Festival Les Inrocks 2015 – Dag van de Gitaar  
Festival Les Inrocks 2015
Grand Mix
Tourcoing
2015-11-12
Sam De Rijcke


Voor de eerste van de twee avonden had Festival Les Inrocks duidelijk voor de gitaren gekozen, meer bepaald voor noise, shoegaze, frisse gitaarrock en geflipte hallucinogene rock’n’roll. Het zou een bont en memorabel avondje worden.


Dat wij van Bo Ningen geen easy listening moesten verwachten, hadden wij ook al in het motje. Maar dat die extatische Japanners pokkenluid en met striemende gitaren gedurende een half uurtje de zaal mitrailleurgewijs zouden bewerken, deed ons toch even naar adem happen, ...en naar oordopjes. Wat een herrie. Op de laatste plaat ‘III’ valt er nog wat subtiliteit tussen de teringzooi te herkennen, maar live was dat al minder voor de hand liggend. Hun bonte mengeling van grunge, kraut-rock en psychedelica werd hier vooral door de genadeloze noise-molen gedraaid, als u naar een vleugje melodie op zoek was dan was u er aan voor de moeite. Nu snappen wij weer waarom de Japanners destijds berucht waren omwille van hun kamikaze piloten.

Onze oprechte excuses aan het Britse Wolf Alice. Wij zijn eerder dit jaar te hard geweest voor hun debuutplaatje ‘My Love Is Cool’. Wij hadden toen niet door dat Ellie Rowsell prachtig kon zingen (en door alleen maar de plaat te beluisteren konden we ook niet zien dat het zo’n schoon kind is).
Rowsell wist de nachtegalenstem van Elizabeth Frazer te koppelen aan de verbetenheid van PJ Harvey. Soms klonk die stem misschien nog wat te schuchter, maar dat maakte het dan weer sympathiek. Ook zeer bevorderend voor de strakke set van vanavond was de tijdslimiet waardoor de band wijselijk de zwakke tracks van die debuutplaat uit de setlist moest weren. Er werd resoluut gekozen voor het materiaal waar de snerpende gitaren vrijgeleide kregen, en die gingen een stuk heftiger tekeer dan op het album. We konden opgelucht ademhalen, de Cranberries-neigingen van de plaat waren nergens te bespeuren, Wolf Alice ging eerder de shoegaze toer op of neigde soms naar Blood Red Shoes en zelfs naar vroege Smashing Pumpkins (van de tijd toen Billy Corgan nog alles op een rijtje had).
Prompte rocksongs met snijdende gitaren als “You’re A Germ”, “Lisbon”, “Swallowtail” en “Giant Peach”, dat zijn de stenen waar Wolf Alice verder moet op bouwen, en dat hadden ze vanavond zelf goed begrepen.


Ook in het geval van The Districts moeten we onze mond met zeep spoelen, een paar maanden geleden waren wij niet echt te spreken over ‘A Flourish and A Spoil’, het debuutalbum van deze Amerikaanse band. De plaat deed ons een beetje te veel denken aan Britpop-plagiaat gecombineerd met tweederangs My Morning Jacket. Vergeet wat we toen gezegd hebben, dit bandje heeft ons nu de rekening gepresenteerd, vol in ons gezicht. The Districts schoten met scherp en de songs waren in hun live versies verbluffend energiek en boeiend, en dit niet in het minst door de vocale prestaties van frontman Rob Grote die zich in een dynamisch veld manifesteerde ergens tussen Jim James (My Morning Jacket) en Yannis Philippakis (Foals).
Dit bleek een strakke indierockband die tot grootse dingen in staat is. Nummers als “4th & Roebling” en vooral het geweldige “Young Blood” behoorden tot de strafste songs die we vanavond te horen kregen. We hebben bij onze thuiskomst meteen ‘A Flourish And A Spoil’ terug van onder het stof gehaald om die plaat een verdiende tweede kans te gunnen.


De meest ophefmakende band was ongetwijfeld het Britse zootje ongeregeld The Fat White Family, een fucked up  bende die zichzelf kennelijk al de nodige porties alcohol en vermoedelijk nog een hoop andere substanties had toegediend. Een groep met een knoert van een ‘je -m’en- fous’-attitude, ze deden zich voor alsof de hele wereld hun rug op kon, en dat was ook zo. Maar eenmaal die gasten ontploften in hun dynamische chaos van ophitsende songs, wisten we wat dit niet zomaar het zoveelste Britse groepje was maar wel de toekomst van de rock’n’roll. Wij hebben helaas nooit The Birthday Party live gezien, maar we kunnen ons voorstellen dat het zo iets intens moet geweest zijn, een geniale puinzooi met fel opgestoken middelvinger. Hier hing iets speciaals in de lucht, al duurde het helaas niet lang. Na een kwartier gaf één van de gitaristen er totaal misnoegd (en ook wel ladderzat) de brui aan, twee songs later verdween ook de rest achter de coulissen. Een uiterst woelig publiek bleef verbouwereerd en ontstemd achter, amper twintig minuten had deze denderende janboel geduurd, maar wel twintig van de meest waanzinnige minuten die wij de laatste jaren op een podium hebben meegemaakt. Legendarisch optreden, met een allure van “ge kunt allemaal vierkantig onze kl** kussen”. Rock’n’roll !

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

woensdag 11 november 2015 02:00

Slaves - Britse punk lefgozers

Eén van de meest frisse debuutplaatjes die dit jaar tot bij onze oorschelpen zijn geraakt, is dat van het viriele Britse duo Slaves. ‘Are You Satisfied?’ heet dat dingetje en het bulkt van de vinnige catchy punkrocksongs met een oer-brits karakter.

Slaves had al eens halt gehouden op Pukkelpop maar deze passage is hun eerste echte cluboptreden op Belgische bodem, en het is er eentje met pit en branie geworden. Wat je op zijn minst kan zeggen van dit bandje is dat ze présence, veel lef en een zekere cool hebben. Vooral Isaac Holman, zanger en staande (!) drummer, weet zichzelf en zijn publiek fel op te zwepen, zijn driftige act werkt als een rode lap op een stier. De fikse gitaaruithalen van Laurie Vincent (de riffs van The Kills in een hogere versnelling) zorgen voor de nodige kastanjes in het vuur. Vincent vervangt al eens zijn gitaar voor een basgitaar maar wat daar uitkomt is niet direct een kopie van Royal Blood, het is vuiler, meer punk dan rock, meer Black Flag dan Queens of The Stone Age.
Uiteraard doet Slaves het hier met een flinke greep uit ‘Are You Satisfied’. Prompte agressieve kopstoten als “The Hunter” (waanzinnige riff), “Cheer Up London” en “Wow!!!7AM” (moordsong) ontpoppen zich als potige anthems die hun plaats opeisen in het grote boek van Britse pop-en rockclassics. Gloeiende en opvliegende punksongs “Soquets”, “She Wants Me Now” en “Hey” hitsen het zootje verder op en heel even wordt wat gas teruggenomen met het fijne akoestische intermezzo “Are You Satisfied”, waarvoor het duo zich in het publiek begeeft en zich er vanavond nog wat onsterfelijker op maakt.

Met een uurtje van dit driftig en vermakelijk punkgeweld heeft dit bandje ons met verve overtuigd. Met dat beestig debuutplaatje hadden we al zoiets als een pittig concertje verwacht, en we kwamen hier in geen geval bedrogen uit.

Organisatie: Trix , Antwerpen

Pagina 37 van 112