Festival Les Inrocks 2015 – Dag van de Gitaar
Festival Les Inrocks 2015
Grand Mix
Tourcoing
2015-11-12
Sam De Rijcke
Voor de eerste van de twee avonden had Festival Les Inrocks duidelijk voor de gitaren gekozen, meer bepaald voor noise, shoegaze, frisse gitaarrock en geflipte hallucinogene rock’n’roll. Het zou een bont en memorabel avondje worden.
Dat wij van Bo Ningen geen easy listening moesten verwachten, hadden wij ook al in het motje. Maar dat die extatische Japanners pokkenluid en met striemende gitaren gedurende een half uurtje de zaal mitrailleurgewijs zouden bewerken, deed ons toch even naar adem happen, ...en naar oordopjes. Wat een herrie. Op de laatste plaat ‘III’ valt er nog wat subtiliteit tussen de teringzooi te herkennen, maar live was dat al minder voor de hand liggend. Hun bonte mengeling van grunge, kraut-rock en psychedelica werd hier vooral door de genadeloze noise-molen gedraaid, als u naar een vleugje melodie op zoek was dan was u er aan voor de moeite. Nu snappen wij weer waarom de Japanners destijds berucht waren omwille van hun kamikaze piloten.
Onze oprechte excuses aan het Britse Wolf Alice. Wij zijn eerder dit jaar te hard geweest voor hun debuutplaatje ‘My Love Is Cool’. Wij hadden toen niet door dat Ellie Rowsell prachtig kon zingen (en door alleen maar de plaat te beluisteren konden we ook niet zien dat het zo’n schoon kind is).
Rowsell wist de nachtegalenstem van Elizabeth Frazer te koppelen aan de verbetenheid van PJ Harvey. Soms klonk die stem misschien nog wat te schuchter, maar dat maakte het dan weer sympathiek. Ook zeer bevorderend voor de strakke set van vanavond was de tijdslimiet waardoor de band wijselijk de zwakke tracks van die debuutplaat uit de setlist moest weren. Er werd resoluut gekozen voor het materiaal waar de snerpende gitaren vrijgeleide kregen, en die gingen een stuk heftiger tekeer dan op het album. We konden opgelucht ademhalen, de Cranberries-neigingen van de plaat waren nergens te bespeuren, Wolf Alice ging eerder de shoegaze toer op of neigde soms naar Blood Red Shoes en zelfs naar vroege Smashing Pumpkins (van de tijd toen Billy Corgan nog alles op een rijtje had).
Prompte rocksongs met snijdende gitaren als “You’re A Germ”, “Lisbon”, “Swallowtail” en “Giant Peach”, dat zijn de stenen waar Wolf Alice verder moet op bouwen, en dat hadden ze vanavond zelf goed begrepen.
Ook in het geval van The Districts moeten we onze mond met zeep spoelen, een paar maanden geleden waren wij niet echt te spreken over ‘A Flourish and A Spoil’, het debuutalbum van deze Amerikaanse band. De plaat deed ons een beetje te veel denken aan Britpop-plagiaat gecombineerd met tweederangs My Morning Jacket. Vergeet wat we toen gezegd hebben, dit bandje heeft ons nu de rekening gepresenteerd, vol in ons gezicht. The Districts schoten met scherp en de songs waren in hun live versies verbluffend energiek en boeiend, en dit niet in het minst door de vocale prestaties van frontman Rob Grote die zich in een dynamisch veld manifesteerde ergens tussen Jim James (My Morning Jacket) en Yannis Philippakis (Foals).
Dit bleek een strakke indierockband die tot grootse dingen in staat is. Nummers als “4th & Roebling” en vooral het geweldige “Young Blood” behoorden tot de strafste songs die we vanavond te horen kregen. We hebben bij onze thuiskomst meteen ‘A Flourish And A Spoil’ terug van onder het stof gehaald om die plaat een verdiende tweede kans te gunnen.
De meest ophefmakende band was ongetwijfeld het Britse zootje ongeregeld The Fat White Family, een fucked up bende die zichzelf kennelijk al de nodige porties alcohol en vermoedelijk nog een hoop andere substanties had toegediend. Een groep met een knoert van een ‘je -m’en- fous’-attitude, ze deden zich voor alsof de hele wereld hun rug op kon, en dat was ook zo. Maar eenmaal die gasten ontploften in hun dynamische chaos van ophitsende songs, wisten we wat dit niet zomaar het zoveelste Britse groepje was maar wel de toekomst van de rock’n’roll. Wij hebben helaas nooit The Birthday Party live gezien, maar we kunnen ons voorstellen dat het zo iets intens moet geweest zijn, een geniale puinzooi met fel opgestoken middelvinger. Hier hing iets speciaals in de lucht, al duurde het helaas niet lang. Na een kwartier gaf één van de gitaristen er totaal misnoegd (en ook wel ladderzat) de brui aan, twee songs later verdween ook de rest achter de coulissen. Een uiterst woelig publiek bleef verbouwereerd en ontstemd achter, amper twintig minuten had deze denderende janboel geduurd, maar wel twintig van de meest waanzinnige minuten die wij de laatste jaren op een podium hebben meegemaakt. Legendarisch optreden, met een allure van “ge kunt allemaal vierkantig onze kl** kussen”. Rock’n’roll !
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing