logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_02
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 17 oktober 2013 03:00

Snapshot

The Strypes, een kwartet Engelse snotneuzen, worden de laatste maanden nogal sterk gehyped, ondermeer via lieve woordjes van Arctic Monkeys, Dave Grohl, Roger Daltrey, Noel Gallagher en Paul Weller. In hun modieuze retro pakjes zien ze er een beetje uit als een alternatieve boysband. Er is duidelijk vanuit marketingkringen aan een look gewerkt, imagebuilding stond in het businessplan.
Maar gelukkig hebben de kereltjes zich op muzikaal valk niet laten doen, want ondanks hun piepjonge leeftijd grijpen ze terug naar de rechttoe-rechtaan rock’n’roll van Chuck Berry, The Yardbirds en Dr Feelgood, muziek die ze vermoedelijk hebben ontvreemd uit hun grootouders’ platencollectie.
Nummers van Bo Diddley (“I can tell”) en Willie Dixon (“You can’t judge a book by the cover”) mogen dan al een miljoen keer gecoverd zijn, The Strypes weten ze zo overtuigend en energiek te brengen dat wij helemaal weg van zijn van dit groepje. Ook de Nick Lowe klassieker “Heart of the City” krijgt hier een gehaaide adrenaline injectie. Maar laat ons niet vergeten dat The Strypes vooral schitteren met eigen composities waarop ze de Britse blues en pub rock meenemen richting vinnige hedendaagse rock à la Arctic Monkeys, Fratellis en Black Keys.
De kwieke openers “Mystery Man” en “Blue Collar Jane” steken het vuur aan de lont met sprankelende Dr Feelgood gitaartjes en een pittig gekruide mondharmonica. “Angel Eyes” is een smeuïge blues, “Perfect Storm” en “Hometown girls” zijn retestrakke rockertjes en “What a shame” is gewiekste britpop met peper in het gat.
Deze felle jongelui trekken momenteel de wereld rond als support act van Arctic Monkeys, een tournee die hen op 09/11 naar Vorst Nationaal brengt. Wij zouden ze eerlijk gezegd het liefst ergens in een klein zaaltje zien van jetje geven, zo een bruin kot waar het bier aan de vloer plakt en de rock’n’roll uit de muren spat.

donderdag 17 oktober 2013 03:00

Soma

Black Sabbath heeft de funderingen gelegd, bands als Sleep, Om, Ufomammut, Electric Wizard en deze Windhand hebben er een kolos op gebouwd. Noem het drone- of sludgemetal, wij houden het op mammoetmetal. Die van Windhand hebben hun gitaren nog een tandje lager gestemd dan Kyuss en brengen tergend traag een spoor van vernieling aan. ‘Soma’ is een sloophamer in slowmotion, een bulldozer die langzaam maar meedogenloos alles wat hij op zijn pad tegenkomt aan gruizelementen maalt. Bijtende lappen zwavelzuur als “Orchard” en “Woodbine” bedienen zich van snijdende gitaren en loodzware riffs met daarover ijle vocals gedropt. De sound is donker, heeft iets ritueels en blijft hard aan de ribben kleven.
In het midden worden voor “Evergreen” de logge motoren even stilgelegd en komt er als welgekomen rustpunt een mijmerende akoestische song tevoorschijn. Daarna gaat het sloopwerk ongehinderd verder met het vermorzelende “Cassock” en het oneindige “Boleskine”, een slepend monster van een half uur met gitaren die scheuren en daveren om uiteindelijk in de dichte mist en de gure wind een lijzige dood te sterven.
Een dreun van een plaat.

De temperamentvolle Britse meidengroep Savages mag gerust dé sensatie van het jaar genoemd worden. Hun debuut ‘Silence Yourself’ is nog steeds in de running voor de titel plaat van het jaar (deze van debuut van het jaar is quasi zo goed als binnen) en hun live sets behoren tot de categorie legendarisch. Eerder dit jaar waren wij danig overweldigd door hun wervelend optreden op Les Nuits Botanique dat wij er nu alleszins terug moesten bij zijn.

Het is wonderbaarlijk dat zo een jonge band zo een live performance kan neerzetten, alsof ze hier al jaren mee bezig zijn. De overtuiging en de passie druipen er af. Alles heeft te maken met de krachtige verschijning Jehnny Beth (echte naam Camille Berthomier), een vurige madam met pit, présence en een fameus vocaal bereik. Zij is de stem en hét gezicht van de band, maar de ruggengraat is al even belangrijk. Gemma Thompson beheerst met de nodige cool haar gitaar en haalt er de meest snedige akkoorden en echo’s uit, de eighties toets die de songs in zich hebben is dan ook voornamelijk haar verdienste. Met de frontale aanpak van drumster Fay Milton en de diepe bassen van Ayse Hassan krijgt de post punk van Savages een volledig eigen en zeer intens karakter.
De band vlamt er in met drie van hun sterkste tracks “I am here”, “City’s full” en “Shut up”, drie gloeiende songs die de Grand Mix bij het nekvel nemen om voor de rest van de avond niet meer te lossen. Met de slepende en zinderende postpunk van “Strife” en het wondermooie en innemende “Waiting for a sign” komt er een pakkende dreiging boven de Grand Mix hangen, de gepassioneerde inleving van de sensationele Jehnny Beth laat diepe sporen na.
De band komt nadien zowaar nog een stuk feller tevoorschijn met de ziedende punk van “She Will”, “No Face” en “Hit me”, drie striemende songs die ultragemeen, briesend en messcherp richting zaal worden afgeschoten. Als apotheose heeft Savages nog het brandende “Husbands” in petto, waar de hartstochtelijke Beth er een tijdje de spanning inhoudt om de song in een bijtende explosie te laten eindigen. Een doordringend “Fuckers” (niet op de plaat, wel al voorgoed in onze kop gegrift) zet er met een ware noise eruptie een kanjer van een punt achter.
“Don’t let the fuckers get you down”, sneert Jehnny Beth. Dit pittig meidencombo is door niemand te stoppen.

Wij zijn nu nog meer overtuigd, dit is met voorsprong de revelatie van het jaar.

By the way, support act van dienst was net als in de Botanique de Franse elektro-rocker Johnny Hostile. De man denkt nog steeds dat hij de reïncarnatie van Alan Vega is. En dat terwijl de echte nog leeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4250
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

 

zondag 20 oktober 2013 03:00

Baroness - Massieve heavy rock met gevoel

Het zware combo Baroness grossiert al enkele jaren in een metalvariant die niet zo hersendood is als vele van zijn genreverwanten. Het is een soort alternatieve heavy rock die ook wordt aangeleverd door bands als Kylesa, Torche en Mastodon, metal voorzien van spieren, ballen én brains. Baroness fans lusten bijvoorbeeld ook wel pap van een portie heftige postrock. Je vindt hen heus niet alleen op Graspop, ook op de Pukkelpop weide lopen er ettelijke honderdtallen rond.

Op de laatste plaat, het ambitieuze dubbelalbum ‘Yellow and Green’, laat de band beduidend veel rustige en melodieuze partijen indringen in hun massieve metal. Ook live is het af en toe ook nog smullen van die heerlijke rustige passages maar de akoestische gitaren van ‘Yellow and green’ hebben ze toch bewust op de tourbus laten liggen, vanavond ligt de nadruk op power. En die is er volop, hoewel niet ten koste van de finesse. Baroness weet de variatie van hun laatste plaat perfect neer zetten op het podium. In de aanzet van de songs schuilt er vaak een fijngevoelige melodie die dan prompt overgaat in een imponerende brok graniet waarin een niet te versmaden gitaartandem voor vonken zorgt. Songs als “March of The Sea”, “Board up the House”, “Green Theme” en “The Line Between” zijn daar een krachtig staaltje van. De heerlijke fijnbesnaarde ballads “Eula” (een song waar ze bij Metalica een moord voor zouden begaan) en “Cocanium” zorgen op hun beurt voor de mooie rustpunten van de avond.
Als het echt hard moet gaan dan grijpt Baroness terug naar hun meest gemene plaat, de verscheurende motherfucker ‘Blue Record’, met heethoofdige kleppers als “Jake Leg”, “Swollen and Halo”, “The Sweetest Curse” en vooral met het enorme “A Horse called Golgotha”. Ze verspreiden op hun meest roerige momenten een daadkrachtige en hondsbrutale sound die bulkt van de energie.

Dit is een bijzonder gretige band in bloedvorm, met een robuuste klank die ook de gevoelige snaar kan raken zonder daarbij in een walm van gezwollen sentiment te vervallen.
Baroness imponeert van eerste tot laatste minuut en laat de Grand Mix uit hun handen eten.
Een dijk van een optreden.

Ook van support act Royal Thunder kunnen we genieten. Hard rock met een flinke scheut grunge (er hangt wel wat Soundgarden in de lucht) en een zangeres/bassiste die een felle en soulvolle strot opentrekt. Potig !

Neem gerust een kijkje naar de pics
Royal Thunder - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4233
Baroness - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4232
Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

donderdag 10 oktober 2013 03:00

Weird Sister

De groepsnaam is een verbastering van (of een sneer naar) Joanna Newsom, de vrouwelijke bard die kamermuziek maakt voor zich interessant wanende mensen die met de pijp in de mond onderuit gezakt in hun relax zetel de intellectueel willen uithangen.
De Welsche band tapt echter uit een gans ander vaatje, eentje gevuld met shoegaze en noise-pop. Overhaaste en uiterst driftige shoegaze gitaartjes gaan een duel aan met de bitterzoete maar vaak giftige vocals van Alanna McArdle in ophitsende songs als “Anti Parrent Cowboy Killers”, “Sugarcrush” en “Graveyard”. Soms zijn er al wat raakpunten met heel vroege Placebo (ten tijde van hun debuutplaat) en Sonic Youth. De tintelende en jachtige gitaartjes in combinatie met de vaak opgejaagde vocals en dito melodieën doen ook wel eens aan Los Campesinos denken (in het lekker rollende “Secret Surprise”).
Het is allemaal fris, sprankelend en vrij punky. Joanna Gruesome bevindt zich hiermee in de vruchtbare poel waarin ook verwante bandjes als The History of Apple Pie en The Pains of Being Pure at Heart rondzwemmen. Natuurlijk hebben we dit wel al eens eerder gehoord, maar een nieuw bandje die het genre met dergelijke geestdrift in leven houdt, nemen we er graag bij.

donderdag 10 oktober 2013 03:00

Disconnect

Nu het tot voor kort verloren gewaande genre helemaal terug is, springen een hoop beloftevolle groepen op de krautrock kar, denk aan Wooden Shjips, The Soft Moon, Suuns, Disappears, Traams,…. Zo begint de invloedssfeer van cultgroepen als Can en Neu alsmaar groter te worden. Ook TV Ghost mag zich voor een stuk schatplichtig achten aan deze pioniers. De groep heeft hun krautrock wel in een eighties- en postpunk bad ondergedompeld, met een knipoog naar Echo & The Bunnymen. Er zit nogal wat echo op de gitaren en die komen ook al eens binnen langs de garagerockpoort. In combinatie met vuile en zwevende keyboards neigt dit soms naar The Horrors (“Placid Deep”) en ook wel een naar een ruwere versie van Interpol (“Cloud Blue Moments”).
TV Ghost heeft zich op dit bijzonder boeiend album alvast een eigen geluid toegeëigend die drie kwartier lang een bedwelmend effect uitstraalt.

donderdag 10 oktober 2013 03:00

Girls Like Us

In het kielzog van het fantastische Savages lijkt de weg wel vrijgemaakt voor post punk meidengroepen. Vanuit Manchester komt PINS overgewaaid en die hebben met ‘Girls Like Us’ een verdomd stevig debuut gemaakt. De titelsong is al meteen een schot in de roos, een onweerstaanbare riff, een diep dreigende bas en een aanstekelijk refrein maken er een hell of a song van. Met de naar bubblegum pop neigende surfgitaartjes van “Waiting for the end” neigen de vier heftige meiden naar de collega’s van Bleached, maar verder in het album komen steeds weer die duivelse Savages opdoemen.
Er moet dus nog wat meer naar een eigen smoel gezocht worden maar dat komt wel goed. Op de tweede plaats staan na Savages is dezer dagen trouwens geen blamage.

donderdag 10 oktober 2013 03:00

All hell breaks loose

Black Star Riders is Thin Lizzy zonder Phil Lynott die tracht te klinken als… Thin Lizzy met Phil Lynott. Nadat origineel Lizzy gitarist Scott Gorham en zijn gevolg al jaren de wereld rondtrekken onder de naam Thin Lizzy en al die tijdloze klassiekers live laten verder leven, hebben ze nu toch de keuze gemaakt om onder een nieuwe groepsnaam vers materiaal uit te brengen. Moedig, maar juist daarom is het des te jammer dat ze die stap niet doortrekken in de songs, want hier wordt hardnekkig geprobeerd om nog steeds Thin Lizzy te zijn, met een zanger Ricky Warwick die zijn geforceerde best doet om te klinken als Phil Lynott.
De songs zijn allemaal vakkundig gefabriceerd volgens het old school Lizzy hardrock recept en klinken best krachtig en vermakelijk, geregeld komt ook die wervelende gitaartandem voorbijrijden, maar niets op de plaat klinkt origineel of duidt op een gewaagde stap in het ongekende.
Naar verluidt was het uit respect voor de legendarische Phil Lynott dat de plaat niet onder de naam Thin Lizzy werd gemaakt, maar dan hadden ze beter uit datzelfde respect wat meer eigen smoel in dit album gestoken, wat Lynott volgens ons meer zou geapprecieerd hebben.
Op vandaag klinkt Black Star Riders als één van die zovele tribute bands, en dat is een beetje jammer voor een stel hard rock zwaargewichten die hun sporen verdiend hebben bij ondermeer Alice Cooper, Megadeth, Ted Nugent en Whitesnake.

donderdag 10 oktober 2013 03:00

Tally all the things that you broke EP

Parquet Courts, één van de meest verfrissende nieuwe gitaarbandjes van het westelijke halfrond, hebben na hun sterke debuut ‘Light Up Gold’ van eerder dit jaar nu ook nog een fijn aanhangsel geproduceerd in de vorm van een vijf tracks tellende EP. Altijd welkom.
Op deze EP treffen we terug die sympathieke spontane rommeligheid met neigingen naar Pixies, Modern Lovers, Pavement en Feelies.
Parquet Courts gaan op het elan van ‘Light Up gold’ door maar voegen er nog wat fantasietjes aan toe, zo is er op opener “You’ve got me wondering now” een lo-fi fluitje tussen de tintelende gitaren geslopen. De verrassing is echter de zeven minuten durende laatste song “He’s seeing paths” waarin een drumcomputer in combinatie met een stel potten en pannen voor een funky beat zorgt, met verderop een freaky feedback gitaartje die tussen allerhande bieps en bleeps de orde komt verstoren.
Leuk tussendoortje, fijn groepje.
Parquet Courts staat op 20/10 in de Gentse Charlatan en op 27/10 in de AB Club te Brussel.

donderdag 10 oktober 2013 03:00

Hoodoo

Nu JJ Cale het loodje heeft gelegd zal de ook al 70 jaar oude Tony Joe White het verder alleen moeten rooien in de velden van de laid back blues. Alhoewel, een herboren en bescheiden Mark Knopfler, die zijn ego even voor een tijdje aan de kant heeft gelegd, heeft op ‘Privateering’ zijn spelstijl ook in dezelfde richting laten vloeien. Trouwens, als Knopfler zijn grote voorbeelden ten volle wil erkennen, dan moest hij wel bij de uitvaart van JJ Cale op de eerste rij zitten, vlak naast TJ White bijvoorbeeld.
In zijn gekende swamp blues stijl en met die diepe bariton stem is TJ White ook op ‘Hoodoo’ uit de duizenden te herkennen. ‘Hoodoo’ is dan ook geen verrassing, wel meer van het klasrijke zelfde. Het mag al wat meer rocken dan op de verstilde voorganger “The Shine”, waarop TJ zich van zijn meest intieme kant liet horen, maar de gitaar gaat nu ook weer niet dwars door de muren scheuren, het is Tony Joe, niet Jack White, moet u weten.
‘Hoodoo’ is gewoon een oerdegelijk TJ White album gekenmerkt door die immer bruisende slide gitaar. Het is een plaat waarop een ervaren rot van op zijn barkruk in 9 knappe bluessongs zijn muzikale kunsten etaleert zonder in egotripperij te vervallen.
Een knappe aanvulling van een indrukwekkend repertoire.

Pagina 57 van 111