logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
The Wolf Banes ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 05 december 2013 01:00

Last Patrol

Al meer dan 20 jaar maakt Monster Magnet struise spierballenrock. ‘Last Patrol’ is hun tiende album en de heren zijn het duidelijk nog niet verleerd. Met de titelsong hebben ze trouwens een flink uit de kluiten gewassen klassieker in elkaar geworsteld, het is een forse lap stonerrock die het beste van Monster Magnet in zich draagt. Ook “End of Time” is zo een stevig hongerig monster van boven de 7 minuten waarin de gitaren hartig uit de bochten scheuren.
Monster Magnet hun vuige rock klinkt nog altijd niet drugsvrij, er komen nogal wat psychedelische LSD trips de kop opsteken (“Three Kingfishers”) en de splijtende riffs vliegen als vanouds in het rond. Bovendien is opperhoofd Davy Wyndorf hier bijzonder goed op dreef, hij zingt beter dan ooit, of het nu hard en luid dan wel ingetogen moet gaan. “The Duke of Supernature” is zo een pareltje waarin akoestische gitaren samen met Wyndorf’s vocals de song naar hogere sferen brengen. Wyndorf spuwt het er elders dan weer gortig uit op de “Strobe light beatdown”, een song die Iggy and The Stooges vergeten zijn te schrijven.
Er zit geen sleet op de Monster Magnet formule, deze ‘Last Patrol’ behoort wat ons betreft tot hun betere werk. Qua sound misschien weinig nieuws onder de zon, maar de fans hebben hier een vette kluif aan.

vrijdag 06 december 2013 02:00

Deap Vally - Vurige rockchicks

Deap Vally, twee hartige rockchicks uit Los Angeles, hebben met ‘Sistrionix’ eerder dit jaar een uiterst levendig en bruisend rockplaatje gemaakt. Een album uit het goede hout gesneden, afkomstig uit een woest bos waar ook vroege Black Keys, Band Of Skulls, Blood Red Shoes, The Kills en White Stripes hun hakbijlen hebben gescherpt.
De clubtent van Pukkelpop was al overtuigd van de live sensatie die dit flamboyante duo is, nu mocht ook de prachtige Rotonde van de Botanique er aan geloven.

Het mocht dan al bar koud zijn vanavond, in De Rotonde was er hoegenaamd geen chauffage nodig om het kot op te warmen. Beide dames zorgden met hun prikkelende outfit al voor een oververhitting van de zaal nog voor er één noot was gespeeld. Hun kleurige hotpants en korte topjes brachten ons meteen in de juiste stemming. De meiden waren zelf ook enorm in hun schik met deze aangename concertzaal en gooiden zich met volle overgave in een stomend uurtje onversneden rauwe rock. De roodharige en fijn gedecolleteerde Julie Edwards sloeg tamelijk indrukwekkend op haar drumvellen en de al even bevallige Lindsey Troy (zang en gitaar) imponeerde sterk als vurige frontdame. Haar riffs waren ruwe interpretaties uit het grote Zeppelin en Sabbath boek, haar zompige gitaar wentelde zich bij momenten in een stoner badje en met haar ruige potente stem voorzag ze al die spetterende songs van een flink stel rockballen. Meer moest dat niet zijn.
Hoogtepunten, zegt u. Ze hadden er een pak in de aanbieding : De vuile motherfucker met Sabbath allures “Drought”, een ferme brok stonerrock in een poel van modder gedrenkt. De moordende blues “Six feet under”, slepend, zompig en sexy. De vlijmscherpe rocker “Lies”, dirty as hell. De stevige opdonder “Walk of Shame”, White Stripes achterna. De gloeiende uppercut “End of the world”, gortig en catchy tegelijkertijd. De finale kopstoot “Baby I Call hell”, klassieker in wording met een verpletterende riff.

De dirty lady’s kregen De Rotonde met sprekend gemak in hun binnenzak. Rock’n’roll is geen mannenwereld meer.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Jjuujjuu -
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4385
Deap Vally - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4386
Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 21 november 2013 02:00

Big TV

Het nieuwe recept van White Lies : ruimtereiziger op de cover, aanzwellende strijkers, pompeuze synths, Night of The Proms, hoogdravende zang, Pet Shop Boys, plastieken eighties gitaartjes, Susan Boyle, weidse gebaren, kerstlichtjes in de aanslag, meezingbare A-Ha refreintjes,…
Nochtans vonden wij hun debuut ‘To lose my life’ uit 2009 een vrij treffelijke plaat, maar dit hier is om eczema van te krijgen. Mogen ze er mee de ruimte in vliegen om nooit meer terug te komen.
White Lies heeft met deze drol twee keer de AB uitverkocht, op 29 en 30/11. Het wordt het weekend van de wansmaak. Er is toch nog troostend nieuws voor de sukkelaars die geen kaartje konden bemachtigen : The Backstreet Boys komen naar het Sportpaleis.

donderdag 28 november 2013 02:00

Anna Calvi - Een warme gloed

 Anna Calvi is een boeiende Britse madam die zichzelf op de wereldkaart zette met een indrukwekkende debuutplaat en zo de aandacht kreeg van ondermeer Nick Cave die haar prompt meenam op tournee als support act voor zijn duiveluitdrijvende alter ego Grinderman. Een gedroomde leerschool als je ’t ons vraagt.
De nieuwe PJ Harvey, riep iedereen van de daken. Maar wij vonden dat er al wat sleet zat op de oude, zeker na het pathetische ‘Let England Shake’, en we schatten Calvi al meteen een stuk hoger in dan de zwijmelende muze PJ Harvey.
De voortreffelijke nieuwe plaat ‘One breath’, een waardige doch geen overtreffende opvolger van dat heerlijke debuut, was voor ons een meer dan geldige reden om de getalenteerde jonge vrouw te gaan aanschouwen bij onze Zuiderburen.

Le Grand Mix was volledig volgelopen voor deze verrukkelijke dame en haar gevolg. Het zeer respectvolle publiek sloot met graagte Calvi in de armen, er hing een warme gloed in de lucht vanavond. Calvi slaagde er bij momenten in om met haar emotioneel geladen songs de zaal muisstil te krijgen, ondermeer op “Sing to me” die ons wat aan de beginnende Goldfrapp deed denken, en zeker op “Fire” die ze helemaal in haar eentje de hemel inzong. De cover neigde trouwens meer naar Jeff Buckley dan naar diens oorspronkelijke auteur Bruce Springsteen (of dacht u misschien dat die song van The Pointer Sisters was?).
Een bescheiden Calvi was naar ons gedacht toch een ietsje te beleefd. Er mocht gerust wat meer venijn in de songs, het zou geen ramp zijn geweest mocht ze nog wat langer in Grinderman’s hol hebben rondgehangen. Haar puike band speelde immers heel innemend en met voldoende respect voor de gevoelige songs, doch ook een beetje te keurig.
De zeldzame heftige uitspattingen “Carry me over” en “Love won’t be leaving”, waarin de muze haar gitaar duchtig liet scheuren, waren dan ook meteen de hoogtepunten. Ook de opgejaagde gospel “Jezebel” denderde dankzij een donkere dreiging. Wij hadden graag nog net iets meer van dat gezien. Daarom was het ook des te jammer dat ze “Love of my life”, de meest felle en gruizige song van de nieuwe plaat, in de kast liet.
Maar verder was het wel genieten van de innemende pracht, het subtiele gitaarspel en de vaak wondermooie songs van deze talentrijke deerne.

Calvi heeft liters potentieel in zich. De stem, de songs en het gitaartalent heeft ze al. Nu nog een stevige vampierenbeet in haar frêle nek en we zijn er. Misschien is dat al zo bij haar doortocht in de AB op 24/03/2014.

Neem gerust een kijkje naar de pics
I Have A Tribe - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4347
Anna Calvi - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4346

Org: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Festival + ism Grand Mix, Tourcoing)

woensdag 27 november 2013 02:00

Queens of the stone age – Verbluffend

Wie er op voorhand durfde aan twijfelen of Queens Of  The Stone Age een zaal van het kaliber Sportpaleis zouden aankunnen, werd al na één seconde abrupt het zwijgen opgelegd.
The Queens namen een verschroeiende start met een snoeihard “You think I ain’t worth a dollar, but i feel like a Millionaire” dat al meteen overging in het geweldige prijsbeest “No One knows”. Na amper twee songs wist een dol Sportpaleis al dat hier geschiedenis zou worden geschreven en “The lost art of keeping a secret “ en “My God is the sun” deden daarop het boeltje nog wat meer ontploffen. De band reeg de klassiekers aan elkaar, en die werden loeihard en zonder omzien door de zaal gejaagd.

Queens Of The Stone Age waren zelf nogal verrast dat ze zo een immense zaal konden inpalmen, Homme stak zijn respect voor het publiek niet onder stoelen of banken en sloofde zich extra uit. Hoe heviger hij er een lap op gaf, hoe uitzinniger de fans werden. Het dak moest en zou er af gaan. “Little Sister”, “Sick Sick Sick” en “Go with the flow” ramden als een stel op hol geslagen bizons op het publiek in.
Tussen al die snerende rocksongs grepen The Queens geregeld naar de variatie van de nieuwe plaat met de hete funk van “If I had a tail” en de sexy grooves van “Smooth Sailing”. Het experimentele “Kalopsia” en het wondermooie “I Appear Missing”, dat prachtig uitdeinde met Homme’s zweverige gitaar, zetten de subtiliteit van die nieuwe plaat nog wat duidelijker in de verf.
Nog meer adembenemende verpozing kwam er met het fraaie “…Like clockwork”, dat zelfs even naar Pink Floyd neigde, en een werkelijk schitterend “The Vampyre of Time and Memory” dat met Homme achter de piano een fenomenale bisronde inzette. Een briesend “Feel good hit of the summer” en een hels “A song for the Dead”, dat ook zonder Mark Lanegan een heuse orkaankracht verspreidde, maaiden als finale krachtstoten genadeloos het hele Sportpaleis omver. Dit was heftig.

Het gevreesde akoestiekspook van het Sportpaleis had geen vat op QOTSA, dit was de legendarische doortocht van een verwoestende rock’n’roll tornado.
Grote band, groots concert.

Support act Band Of Skulls hadden we eerder al in betere omstandigheden (lees kleinere zalen) meegemaakt. Het Sportpaleis is vooralsnog een beetje te groot voor dit trio, maar een viertal puike nieuwe songs en de spetterende bluesy gitaar van Russell Marsden doen ons alweer uitkijken naar het nieuwe album.

Organisatie: Live Nation

 

zondag 24 november 2013 02:00

Vista Chino - Onsterfelijke stonerrock

Om Vista Chino een beetje te situeren is een kleine geschiedenisles op zijn plaats.
In den beginne was er Kyuss, zeg maar gerust de uitvinders van de stonerrock onder impuls van producer Chris Goss, de stoner-godfather. De band had amper vier platen gemaakt (waaronder twee regelrechte klassiekers ‘Blues for the red sun’ en ‘Welcome to Sky Vally’) toen ene Josh Homme het nodig achtte om de stekker er uit te trekken en Queens Of The Stone Age op te richten. Zanger John Garcia bleef trouw aan het originele stonergeluid en maakte met de bands Unida en Hermano een stel potige stonerrock platen die echter nooit veel potten hebben gebroken. Idem dito voor drummer Brant Bjork die een aantal degelijke soloplaten uitbracht maar deze aan de straatstenen niet kwijt geraakte.
Garcia en Bjork vonden circa 2010 dat al die legendarische Kyuss songs het niet verdienden om stof te vergaren en het duo trok met de Belgische gitarist Bruno Fevery de wereld rond om dat stomende geluid te laten herleven onder de naam Kyuss Lives!. In België werden ondermeer de AB en de Lokerse Feesten platgespeeld door dat intact gebleven overweldigende bulldozergeluid, die naar onze bescheiden mening tot op heden nog niet geëvenaard werd, ook niet door QOTSA. Want, QOTSA mag dan op vandaag een succesvolle mega groep zijn, Kyuss zal altijd geboekstaafd blijven als zeer invloedrijke en legendarische pioniers, een cultgroep die verantwoordelijk is voor een bronstig genre.
Josh Homme kwam stokken in de wielen steken, de miljonair vond dat zijn ex collega’s het recht niet hadden om de naam Kyuss te gebruiken en hij dreigde met een proces. Waarop Garcia en co hun naam veranderden in Vista Chino en prompt een plaat opnamen (‘Peace’) met kersverse songs die niet moeten blozen tussen het onsterfelijke Kyuss materiaal. En hop, ermee op tournee natuurlijk.

In De Mast, Torhout herleefde die geweldige stonerrock sound van weleer en bleek dat de nieuwe songs absoluut hun plaatsje verdienden tussen al die onvergankelijke klassiekers.
De overtuigende strot van Garcia is intact gebleven, Brant Bjork mepte als een bezetene op zijn vellen en gitarist Fevery bleek nog maar eens een meer dan waardige vervanger te zijn voor Josh Homme. Wij blijven ons luidop afvragen wie het ooit in zijn hoofd heeft gehaald om Fevery in het dance-groepje Arsenal te laten spelen, dit is zo iets als Lionel Messi opstellen bij Cercle Brugge.
Dit klonk 100 % als de allerbeste Kyuss. Voor de nostalgiezoeker was het zweten en genieten van dat brute geweld van ondermeer “Gardenia”, “Thumb”, “Green Machine” en “Freedom Run”. Het publiek, duidelijk overwegend bestaande uit Kyuss fans van het eerste uur, ging volop uit de bol bij die machtige oerrockers, maar had toch ook een hartig onthaal in petto voor krachtige nieuwe songs als “Dargona Dragona”, “Sweet Remain” en “Planets 1 &2”.
Vista Chino bulderde als een denderende stoomtrein en hield gans de tijd een strak tempo en een broeiende atmosfeer aan. Het was een bruisend en roodgloeiend concert van een legendarische band met een onverslijtbare en krachtdadige sound.

Vanavond deed er ons trouwens aan herinneren dat Kyuss albums als ‘Blue For The Red Sun’ en ‘Welcome to Sky Vally’ bij ons altijd hoger zullen aangeschreven blijven dan het beste werk van QOTSA, inclusief ‘Rated R’ en ‘Songs for the Deaf’.
Eigenlijk is het ongehoord dat hier amper een duizendtal mensen aanwezig waren terwijl Queens of The Stone Age nog maar eens het Sportpaleis hebben uitverkocht.

Ook de Canadezen van Monster Truck brachten een volumineuze montersound teweeg met een zanger die met de vingers in de neus de hoogste noten haalde. Dit was klassieke hardrock met één been in de seventies, maar helaas met het andere been in emmer clichés. Maar het was allemaal best naar de zin van de aanwezigen en eigenlijk kwam deze band er nog zo benard niet uit.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Cowboys & Aliens - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4361

Monster Truck - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4363
Vista Chino - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4362


Pics van hun set op Speedfest 2013 (NL) Klokgebouw, Eindhoven
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4323

Organisatie: Vzw Strike , Torhout (ism Rocklive)

 

donderdag 14 november 2013 02:00

I See Seaweed

Omdat om onbegrijpelijke redenen de nieuwe van The Drones in Europa straal genegeerd werd zijn wij nu pas van het bestaan van deze ruwe parel op de hoogte. Schande.
Enig opzoekwerk leert ons dat de plaat al in maart werd gereleased, maar geen spoor ervan bij NME, Pitchfork, Uncut, Oor, Mojo of waar dan ook. Hoe kan zo iets ?
De Australische pers en ook het Amerikaanse toonaangevende Rolling Stone waren blijkbaar wel tijdig bij de pinken, ginder botsen we op alleen maar op lovende recensies. En terecht, godverdomme.

Het was al van 2008 geleden dat de Australiërs met ‘Havilah’ hun laatste wapenfeit leverden. Tussendoor is de kwetsbare frontman Gareth Liddiard nog wat dieper in zijn eigen ziel gaan graven op de akoestische soloplaat ‘Strange Tourist’, een weinig hapklare brok therapie voor getormenteerde zielen.
Vijf jaar zaten we dus al op ‘I See Seaweed’ te wachten, maar deze duistere en geestdriftige hap ongetemde melancholie is verdomme het wachten waard.
‘I See Seewead’ is een typische knarsende en bijtende Drones plaat geworden die even diep kerft en kruisigt en als de ongeslepen diamantjes ‘Wait long by the river and the bodies of your enemies will float by’ en ‘Gala Mill’. De groep huist terug binnen die karakteristieke en ongrijpbare Australische woestijnsound van The Birthday Party, The Scientists, Beasts of Bourbon, Crime and the City Solution en Nick Cave & The Bad Seeds. De plaat snijdt zo diep dat het bloed hardnekkig dagenlang aan de vingers blijft kleven.
Liddiard legt al meteen zijn getekende ziel bloot in de desolate en beklijvende titelsong. De geest van Nick Cave waart rond in het aangrijpende “How to see trough fog” en het emotionele “They’ll kill you” en wordt er overmand door korzelige Crazy Horse gitaren. “A moat you can stand in“ is een ziedende brok razernij waarin Liddiard briest als een opgejaagde hyena en “The Grey Leader” is een ballad die door Pearl Jam kon zijn gemaakt na een aanranding door een stel uitgehongerde alligators. Even beangstigend als indrukwekkend is “Laika”, een homp nakend onheil die zich naar een orkestrale apocalyps toe werkt. De sensitieve en sinistere afsluiter “Wy write a letter that you’ll never sent” is eigenlijk een wondermooie kerstsong, maar dan eentje om af te spelen in Satan’s optrekje, nabij de gezellige warmte van het vagevuur.
Gruwelijk mooie plaat.

donderdag 14 november 2013 02:00

How to stop your brain in an accident

Eerder dit jaar had Future of The Left, het eigenzinnige combo dat destijds uit de restanten van het al even dwarse en ongeëvenaarde MC Lusky is opgetrokken, al een aardige teaser uitgestuurd met de pittige EP ‘Love songs for our husbands’.
Nu is daar het nieuwe compromisloze album en dat is nog een stuk straffer, een welgemikt schot in de roos.
Een geïnspireerde en zeer snedige Andrew Falkous staat de ganse tijd op scherp en levert een set gepeperde en roodgloeiende songs af met agressieve gitaren die door de muren harken en loodzware bassen die voor een heftige dreun op uw bakkes zorgen. Zet daarbovenop de frontale vocals van Falkous, een tomeloze punk attitude, een set accurate songs en flarden spitse humor, en je hebt een bom van een plaat die zijn gelijke niet kent.
De sublieme en kurkdroge openingstrack “Bread, chees, bow and arrow” doet ons aan het weergaloze Shellac denken, de song gaat tot op het bot en is de inzet van een even intens als fenomenaal album dat uitblinkt in originaliteit en spitsvondigheid.
Future of The Left lijkt uit dertien hoeken tegelijkertijd te komen, het is punk met weerhaken (“Donny of the decks”), hardcore zonder oogkleppen (“The real meaning of Christmas”, “Things to say to friendly policemen”), indie met een hoek af (“How to spot a record company”, “She gets past around at parties”) of pop met ongekende eindbestemming (“French Lessons”, “Why aren’t I going to hell”).
Formidabele tegendraadse muziek zoals ook Fugazi, At The Drive In, Therapy?, Art Brut, Wire, Pissed Jeans, Big Black en The Jesus Lizard plegen te maken op hun beste momenten.
Een plaat die nog explosiever is dan een legertje zelfmoordterroristen die zich verzameld hebben aan de voet van een op uitbarsten staande vulkaan.

The National lijkt vandaag één van de weinige grote bands in wording die de kleinere zalen noodgedwongen achter zich moeten laten maar toch de eigenheid en de intensiteit van hun muziek weten te behouden. Bands als Kings Of Leon en Editors zijn op dat gebied al veel te ver over de schreef gegaan en zelfs Arctic Monkeys flirtten vorige week in Vorst met enkele onrustwekkende sporen van bombast. Om maar te zeggen, iedereen moet groeien, maar de één verdrinkt al wat sneller in hoogmoed dan de ander.
The National brengt als geen ander de intimiteit van een warme kamer naar de grote zalen. Op de grotere festivalpodia zorgde de band eerder dit jaar met adembenemende sets voor een hartige en intieme sfeer, en dat voor een grote menigte, je moet het maar doen.

In Vorst deden ze het nog eens met verve over. Dat is, de reputatie van die galmende betonbunker in acht genomen, toch een opmerkelijke prestatie voor een band die eerder sombere en integere songs smeedt in plaats van meezingbare rock anthems.
The National nam Vorst in een wurggreep met voornamelijk een hoop pareltjes uit hun laatste twee platen ‘High Violet’ en ‘Trouble will find me’, die omzeggens allebei even schitterend zijn. De passionele frontman Matt Berninger legde als gewoonlijk met behulp van een paar flessen wijn zijn volledige ziel in de songs. In diens stem herkenden we de begeestering van Nick Cave, de devotie van Ian Curtis en de vervoering van Stuart Staples. De broertjes Aaron en Bryce Dessner zorgden de ganse avond voor een onblusbaar knetterend gitaarvuur en een paar blazers stuwden de temperatuur naar eenzame hoogtes.
Live bleek nog maar eens hoe knap al die songs waren, wij konden omwille van de aanhoudende opeenvolging van hoogstandjes hier dan ook geen hoogtepunten van eventuele dieptepunten (die er sowieso niet waren) onderscheiden. Bloedmooie en innemende songs als “I need my girl”, “This is the last time”, “Sorrow” en ”Pink Rabbits” pakten met glans Vorst Nationaal in en deden al onze haartjes rechtstaan. “Bloodbuzz Ohio”, “Anyone’s Ghost”, “Afraid Of Everyone” en “Graceless” bereikten een ongekende intensiteit. Met “Abel” liet The National zich van hun meest loeiende kant bewonderen, Berninger sneerde en brieste alsof hij in een volbloed punkband was verzeild geraakt.
Naarmate de set vorderde werd de sfeer uitbundiger, de zaal heter en Berninger nog gekker. De bevlogen zanger kwam steeds gretiger uit zijn pijp. Dat hij in al zijn ijverigheid tijdens het extatische ‘Mr November’ er flink naast zong, vergeven we hem. Het was al verwonderlijk dat hij vanuit die enthousiaste menigte (de zot was ondertussen al in de tribunes geklommen) überhaupt nog zijn micro kon vasthouden. Berninger had tegen dan toch al lang Vorst Nationaal voor zich gewonnen, een beetje onstuimig vertier was hier nu wel op zijn plaats.

Dit was nu al bijna twee uur lang een memorabele en gepassioneerde avond die met een ultieme trap op het gaspedaal nog een keer explodeerde in het orgelpunt “Terrible Love.
Het akoestische “Vanderlyle Crybaby Geeks” bracht tot slot nog wat extra kippenvel teweeg, het was een innig mooi einde van een bijzonder sterk en uiterst bezield prachtconcert.

Organisatie: Live Nation

Een mens houdt het niet voor mogelijk, maar Kadavar komt uit Duitsland, een land dat even rock’n’roll is als een stuk schuimrubber. Er zijn gelukkig uitzonderingen die de regel bevestigen.

Het even baardige als opwindende trio Kadavar heeft al twee platen uit waarmee ze zichzelf terug in de tijd gekatapulteerd hebben naar een wereld van bronstige neanderthaler rock met gierende solo’s, loeiende drums en stampende riffs. Had je enkele duizenden jaren geleden een stelletje gespierde holbewoners een gitaar in hun harige poten geduwd, dan hadden ze er gegarandeerd een potige sound als die van Kadavar mee gesmeed.
Black Sabbath en Pentagram zijn de hoofdingrediënten die live op een hoogst energieke wijze worden herbereid tot een gloeiende hardrock stoofpot die tegelijkertijd zeer retro als verduiveld energiek is.
Er gaat splijtend vuurwerk van uit en de lange haren en dito baarden wapperen terdege in het rond. Stomende riffs, striemende solo’s en robuuste drums zorgen voor een woelige brandhaard van knetterende oerrock. Een uitbundig Kadavar houdt het strak en opwindend en kiest voor efficiënte elektriciteit in plaats van ellenlange uitweidingen. Bloedstollende tracks als “Doomsday Machine” (wat een riff!) en “Come back to life” zetten het kot in vuur en vlam en in de het spacy psychedelische “Purple Sage” wordt er Hawkwind-gewijs heerlijk uit de bol gegaan.
Kadavar bedient zich meer dan een uur lang van een kloek en heftig geluid die ze hoegenaamd niet zelf uitgevonden hebben maar waar ze wel een paar ferme kloten aan toegevoegd hebben. Belegen seventies rock is dit in geen geval, wel forse en snedige hardrock die aan een serieuze heropleving bezig is met bands als Graveyard, Radio Moscow en Rival Sons. En dat kunnen wij alleen maar toejuichen, onze luchtgitaren draaien weer overuren.

De viking metal van de Zweedse support act Year Of The Goat is niet veel soeps, beetje Iron Maiden, beetje Mercyful Fate en heel veel cliché’s. Met maar liefst drie gitaren fabriceren ze nog geen derde van het voltage dat door Kadavar wordt voortgebracht.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4313
Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

 

Pagina 55 van 111