logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Epica - 18/01/2...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

vrijdag 08 maart 2013 01:00

Villagers - Finesse en bezieling

Villagers is zo een typische indie band die met lof overladen wordt door critici en recensenten, maar die daarom de weg naar het grote publiek (nog) niet gevonden heeft. Ook Frankrijk loopt voorlopig nog niet zo warm voor de subtiele, dromerige en gelaagde muziek van de Ierse singer/songwriter Conor J. O’Brien en zijn band. Le Grand Mix was niet volgelopen, maar aan het enthousiasme te horen waren praktisch alle aanwezigen wel trouwe fans die met het werk van Villagers goed vertrouwd zijn.

Vanavond kwam O’Brien met zijn Villagers de nieuwe boreling ‘Awayland’ voorstellen, een plaatje die wat moeite vergt.’t Is te zeggen, het duurde ook bij ons een tijdje vooraleer we doorhadden dat we hier met een pareltje op onze schoot zaten. Of om het met een lelijk woord te zeggen, een groeiplaat. Een album met knappe folkpop verpakt in een klein dozijn subtiele en originele mini meesterwerkjes.
O’Brien, voorzien van een fluwelen stem, bracht de nieuwe songs met de nodige zorg en finesse en liet ze op het podium rijkelijk open bloeien. Het was genieten van ongeslepen diamantjes als “Earthly Pleasures” en “Nothing Arrived”. Soms lieten Villagers de songs al eens openbarsten in een brandende finale, dat maakte van het heerlijke “The Bell” en het oplaaiende “The Waves” twee hoogtepuntjes. Maar het kon ook veel soberder, de naakte akoestische song “My Lighthouse”, waarin O ‘Brien zich even kwetsbaar als wonderlijk opstelde, bleek een stukje goud te zijn die Le Grand Mix letterlijk het zwijgen oplegde. Werkelijk muis- en muisstil was het, de ganse zaal hield heel de song lang de adem in (nog een geluk dat het een kort nummer was, anders moesten hier een paar concertgangers gereanimeerd worden).
We mochten ook niet vergeten dat Villagers enkele jaren geleden met ‘Becoming a Jackall’ ook al een uitmuntend schijfje uit hun mouw hadden geschud. In subtiele melancholie verweven songs als “Becoming a Jackall”, “Ship of Promises” en “That Day” kwamen hier mee de show stelen.

Zo wist Villagers, met amper twee albums onder de arm, een verbluffende sterke setlist te spelen zonder ook maar één seconde aan bloedarmoede te lijden. Mooi is dat.
Wij waren vooral onder de indruk van de prachtige songs van Conor J. O’Brien en de bezieling waarmee Villagers deze vertolkten. Knap concertje zowaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/villagers-06-03-2013/

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

 

dinsdag 05 maart 2013 01:00

Jake Bugg - Een revelatie

Als singer songwriter kent Jake Bugg wel zijn voorbeelden, Bob Dylan, Donovan, Johnny Cash, Robert Johnson. Maar ook Arctic Monkeys en Oasis, en dat is nu net wat hem populair maakt bij een jong volkje die altijd naar hippe dingen op zoek is. De Brusselse Botanique is dan ook al maanden uitverkocht.

Een snotneus die om zichzelf in te leiden een stokoude bluessong van Robert Johnson door de boxen laat schallen en daarop dan zelf inspringt met het uiterst breekbare “Fire”, dat is er één die ons respect verdient. Jake Bugg is voorzien van een knappe stem die wel eens naar Liam Gallagher neigt, maar dan niet zo zeurderig. Bovendien speelt hij een aardig stukje gitaar en wordt hij in de rug gesteund door een sober maar uiterste efficiënt duo op bas en drums.
Wat hem echter zo bijzonder maakt zijn de vaak briljante songs die hij met talent en vakmanschap heeft gesmeed. En die songs krijgen wat ze nodig hebben, een prachtige naakte akoestische behandeling (“Someone told me”, “Country Song”, “Broken”), een dromerige en sobere omlijsting (“Simple as This” en een hemels “Slide”) of een rake en spitse rock’n’roll touch (“Kentucky”, “Trouble town” en het nieuwe en spetterende “Slumville Sunrise”).
De echte prijsbeestjes spaart hij wijselijk op tot aan het einde van de set. Als climax kan hij zo uitpakken met de schitterende songs -en halve hitjes voor Stu Bru adepten- “Two Fingers”, “Taste It” en natuurlijk “Lightning Bolt”.
Na nog een laatste aangrijpend akoestische momentje, het bloedmooie “Broken”, trakteert Jake Bugg ons met een uitsmijter van formaat, één van zijn favoriete songs “Folsom Prison Blues” van de almachtige Johnny Cash. Bugg speelt de song met branie en overtuiging, alsof ie hem zelf geschreven heeft. Het is het perfecte einde van een dik uur kwaliteitsvolle songsmederij waarmee een jonge snaak zichzelf voorgoed op de wereldkaart heeft gezet.

Een revelatie ? Zeer zeker!

Pics homepag – dank aan Bart Vander Sanden (http://www.shootthestage.com of http://www.indiestyle.be )

Organisatie: Botanique, Brussel

 

donderdag 21 februari 2013 01:00

3

De derde plaat reeds van het hobbyclubje van Alan Sparhawk, frontman van Low. De man houdt er van om eens uit een gans ander vaatje te tappen, dat houdt hem kwik. Een beetje tegengif voor de depri sound van Low is immers altijd welkom. Te veel kommer en kwel is niet goed voor een mens.
Zo stampte Sparhawk enkele jaren geleden ook al The Black Eyed Snakes uit de grond, een in vettige motorolie gedrenkt hobbyclubje die bedreven was in het spelen van de meest gortige blues en een vunzige sound creëerde die mijlenver lag van de gekwelde slowcore van Low.
Ook nu blijft Alan Sparhawk ver buiten het vaarwater van Low. Met Retribution Gospel Choir begeeft hij zich in het woelige water waar ook Neil Young met Crazy Horse in vertoeft. De gitaren zijn de baas en ze scheuren, gieren en zweven dat het een lust is. Sparhawk en zijn kompanen laten zich gaan in twee lange brokken van boven de twintig minuten en het zijn er twee om in te kaderen. Vooral “Seven” is een parel, een ongeslepen diamant van 22 minuten, met als extra guest de al even wonderlijke als bescheiden Wilco gitarist Nels Cline die de song met zijn hemels klinkende en uitwaaierende solo’s naar eenzame hoogtes stuwt.
Straffe plaat, een zijstapje die ons beter ligt dan de soms te donkere onweerswolken van Low.
Binnenkort weten we trouwens wat Sparhawk onlangs ook met deze band heeft zitten uitvreten, want er zit een nieuwe Low plaat ‘The Invisible Way’ aan te komen, de release is voorzien in maart.
De kans dat hij met RGC op zwier gaat is dus klein. Jammer.

zaterdag 02 maart 2013 01:00

Sigur Ros - Buitenaards en wonderlijk

Toen we Sigur Ros in 2008 aan het werk zagen in Vorst, verlieten we de zaal met gemengde gevoelens. De band had de strijkers achterwege gelaten en dat ging een beetje ten koste van de subtiliteit, bovendien ondervonden ze toen ook aan den lijve de gevreesde en hinderende galm van de bunker Vorst Nationaal. Wij bleven die dag een beetje op onze honger zitten en troostten onszelf met de gedachte dat we er een volgende keer wel in betere omstandigheden zouden van genieten.


Met wat we hier in de Zénith vandaag meegemaakt hebben zijn we niet alleen tevreden, we zijn zelfs in de zevende hemel, of zeg maar in een ander melkwegstelsel. Dit was gewoon adembenemend, hier hebben we nooit genoeg superlatieven voor.
Er was deze keer van storende elementen hoegenaamd geen sprake. Alles zat perfect, Sigur Ros had heerlijke strijkers en koperblazers meegebracht en de klank was van superieure kwaliteit.
Maar het was vooral de groep zelf die met een briljante prestatie dit concert tot buitenaardse proporties verhief. Jonsi’s ijle stem reikte tot ver boven de ozonlaag, de groep speelde elke wonderlijke noot op het perfecte moment, toetsen en blazers klonken hemels. Er hing magie in de lucht die door de verbluffende en dromerige visuele projecties nog  versterkt werd en leidde tot een wonderlijk totaalspektakel.
De band speelde de eerste drie songs van achter een wazig gordijn wat resulteerde in een prachtig 3D schimmenspel. In combinatie met de sfeer die elke Sigur Ros song oproept was dit van een onaardse schoonheid. Drie nummers ver nog maar en het kippenvel was al te koop per lopende meter.
Amper één song uit die breekbare en weinig toegankelijke maar o zo mooie laatste plaat ‘Valtari’ haalde de setlist. Voor de rest had Sigur Ros voor ons een mooi uitgekiende bloemlezing klaargestoomd uit hun ganse repertoire. Veel oud werk dus die hier op magistrale wijze werd vertolkt. De songtitels gaan we u besparen, ons toetsenbord kan trouwens al die rare ijslandse lettertjes niet aan.
Wij willen gewoon kwijt dat wij emotioneel overdonderd werden door de finesse, de hemelse pracht, de klasse en de warmte die van elke song uitging.
Heel interessant en boeiend aan deze avond was dat Sigur Ros uitpakte met een drietal nieuwe songs die niet alleen veelbelovend klonken, maar die ook nog eens getuigden van een band die niet gekozen heeft voor stilstand. Sigur Ros kwam met nieuwe elektronische dingen voor de dag die wel eens naar de experimenteerdrift van Radiohead neigden en die ons vol van ongeduld deden verlangen naar alweer een nieuwe plaat (die er trouwens nog dit jaar zou komen).

Het publiek stond, gepakt door zoveel pracht en melancholie, twee uur aan een stuk werkelijk aan de grond genageld en bedankte Sigur Ros, zeker na de uitbarstende finale in de bisnummers, met een minutenlange staande ovatie waar Jonsi en zijn groep even niet goed van waren.
Vanavond waanden wij ons echt op een andere planeet. Ware het niet dat we overtuigd atheïst zijn, we spraken van een goddelijke ervaring.
Waanzinnig sterk.
Setlist
Yfirborð
/ Í Gær / Ný Batterí / Vaka / Sæglópur / Brennisteinn
Olsen Olsen / E-bow / Varúð / Hoppípolla / Með Blóðnasir / Glósóli / Kveikur
-------------
Svefn-g-englar / Hrafntinna / Popplagið (nieuw)

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sigur-ros-28-02-2013/

… en van hun set in Vorst Nat Brussel op 26 februari 2013
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sigur-ros-26-02-2013/

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

 

donderdag 28 februari 2013 01:00

WovenHand - Hard, rauw en snedig

Niet de eerste keer dat we Dave Eugene Edwards met WovenHand aan het werk zagen, wel de wildste. De band toert dezer dagen als trio de wereld rond ter promotie van het felle en alweer steengoede ‘The Laughing Stalk”.

De kaart van de stevige en rauwe rock die de groep trekt op dat album vertaalde zich live naar een verdomd striemende brok intense rock zonder enige vorm van franjes. Gezien er deze keer geen toetsen of banjo’s te bekennen waren, werd het potige karakter van de plaat met een pak extra vet op het podium gesjanst, wat meteen ook een klein minpuntje naar boven bracht. De nadruk lag zonder weerga op een stevige geluidsmuur met als gevolg dat de subtiliteit vanavond een beetje zoek was geraakt. Dat was nu net de bedoeling van de driftige heren die daarmee dus glansrijk slaagden in hun opzet, namelijk een pot onverbloemde broeiende rock neerzetten. De bezwering en de intensiteit die WovenHand steevast op concerten tentoonspreidt was immers wel aanwezig en dat zorgde ervoor dat we alweer van een snedig, weliswaar vrij kort (amper een uur), concertje konden spreken.

Ook hebben wij een pluim voor het Russische Motorama die een sterke set in de eighties gedrenkte postpunk bracht. De zanger zijn stem bleek een perfecte kopie van Stuart Staples (Tindersticks) maar de sound was iets minder donker. Wij hoorden frisse gitaren die refereerden naar Interpol en Clap Your Hands Say Yeah en we zagen een enthousiast en ambitieus bandje met een pak potentieel in de genen. Laat die Russen maar komen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/wovenhand-26-02-2013/

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

 

dinsdag 26 februari 2013 01:00

Calexico - Sfeervolle klasse

Wat in 1997 begonnen is als een bescheiden nevenproject van Giant Sand leden Joey Burns en John Convertino is uitgegroeid tot een schitterende band die al lang de underground overstegen is (in tegenstelling tot Howe Gelb’s Giant Sand) en de ene klasrijke plaat na de andere heeft uitgebracht.

De nieuwste van Calexico heet ‘Algiers’ en die klinkt vertrouwd in de oren, wat gewoon wil zeggen dat de band trouw gebleven is aan hun gekende sound en zo alweer een fantastisch album heeft gemaakt.
Dit vertaalt zich ook op het podium, Calexico staat meer dan ooit voor klasse, warmte en sfeer, gebracht door een bende ervaren en fantastische muzikanten. De heren brengen prachtige verstilde songs die ons emotioneel pakken, afgewisseld met feestelijke zuiderse muziek waarin de blazers en lekker rollende keyboards het mooie weer maken. Het valt ons op hoe zeer de klasbakken op elkaar zijn ingespeeld zonder hierbij hun enthousiasme en spontaniteit te verliezen. Joey Burns, wiens stem hemels klinkt, neemt zijn makkers op sleeptouw om samen voor een onvergetelijk concert te zorgen waarin de hoogtepunten te talrijk zijn om op te noemen. Het is feest bij “Minas de Cobre”, “The Chrystal Frontier” en vooral bij “Guero Canelo” die hier in een schitterende lange superenthousiaste versie wordt vertolkt. Maar het is evenzeer genieten van de verstilde pracht van o.a. “Furtune Teller” en “Vanishing Mind.
Calexico pakt ook weer uit met een paar rake covers, zo is de song van Love “Alone Again Or” hen echt op het lijf geschreven, alsof Arthur Lee in 1967 al wist dat Calexico enkele decennia later de perfecte band zou zijn om zijn song te vertolken.
Calexico schittert vanavond op alle gebied en wordt daarvoor uitbundig bedankt door het Franse publiek dat helemaal overstag gaat als de band fijntjes nog een stukje Manu Chao in hun muziek verwerkt, altijd een goede zet. Ze zouden die Franse feestneus eigenlijk eens moeten bellen, uit zo een samenwerking zou zeker iets boeiend kunnen voortkomen.

Feest, klasse en uitmuntende muziek, daarvoor staat de band al jaren garant, zaal Aeronef krijgt er vanavond weer een knap staaltje van. Een vijfsterren optreden. Check Couleur Café Brussel en Cactusfestival in Brugge deze zomer maar!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/calexico-24-02-2013/

Organisatie: Aéronef, Lille

 

donderdag 14 februari 2013 01:00

Fidlar

Blik op oneindig, verstand op nul, gaspedaal volledig ingedrukt en vooruit met de geit. Dat is zowat de ingesteldheid bij de in your face punkrock van Fidlar. Het refrein van de openingssong spreekt boekdelen : ‘I drink cheap beer, so what, fuck you !’
FIDLAR staat trouwens voor “Fuck it, dog, life’s a risk”. U hoeft dus geen uitzonderlijk intellect te hebben om te kunnen volgen. Maar dat moest ook niet bij The Ramones, en hoe geniaal waren die niet ? Waarmee we al onmiddellijk een eerste referentie hebben, denk verder nog aan Circle Jerks, The Germs, Howler en vroege Replacements, en u weet zo een beetje hoe Fidlar klinkt.
Niet echt origineel, zegt u ? Ok, so be it, maar wel duizend keer efficiënter dan de banale prefab punk van groepjes als Blink 182 en Sum 41. Fidlar is stukken opwindender en vooral vuiler, zoals in de vettige garagerockers “Stoke and broke” en “Wait for the man” die ons doen denken aan The Nomads in hun smerigste dagen. “Max Can’t surf” en “Blackout Stout” halen op hun beurt de frisheid van pakweg The Vaccines naar boven en de rotvaart die Fidlar bereikt in kopstoten “White on White”, “Wake Bake Skate” en “5 to 9” nodigt uit tot wilde pogo feestjes en circle pits.
Het is simpele garagepunk, niet meer of niet minder, maar het werkt bijzonder aanstekelijk en dat is wat telt.
Voor zij die een heus punkfeestje willen bouwen en eens goed tegen elkaar willen aanbotsen, Fidlar komt naar de Antwerpse Trix op maandag 4 maart.

donderdag 14 februari 2013 01:00

II

Jonge groepjes die zich laten bedwelmen door de psychedelica en de acid gekte van de sixties zijn weer alomtegenwoordig, denk aan Tame Impala, Thee Oh Sees, Foxygen, Allah-Las, Ariel Pink’s Haunted Graffiti, Jacco Gardner en ook deze Unknown Mortal Orchestra. De band begeeft zich op het open minded pas tussen The Mothers Of Invention, Syd Barrett, Love, The Byrds, The Beatles, Jimi Hendrix, 13 th Floor Elevators en Funkadelic.
Op hun tweede plaat staan sprankelende songs die lijken te zijn gemaakt in de meest geestesverruimende periode van de sixties. Veelzijdigheid, gekte en geschift vernuft liggen aan de grond van verfrissende groovy songs met heerlijke tempowisselingen en muzikale verassingen. Zappateske gitaartjes mengen zich met spacy Flaming Lips geluidjes en ondergedompelde T-Rex riffs. Dit is zonder meer een plaatje die het moet hebben van zijn zweverige sound, maar die ook pareltjes van songs herbergt. Zo kan het prachtige “Monki” doorgaan als iets van Sparklehorse, maar dan met een ietwat minder gekwelde geest aan het roer. Waarmee we willen zeggen, mocht de betreurde Mark Linkous het leven iets rooskleuriger hebben ingezien, dan had hij die song ook wel uit zijn mouw kunnen schudden.
Verder staat hier geen enkele stinker op, integendeel, de songs ademen allemaal een andere fleurige bloemengeur uit zonder daarom dat fletse flower power gevoel van de hippies op te roepen.

donderdag 21 februari 2013 01:00

Bloc Party - Back on track




Met The Joy Fomidable als support act hadden wij voor één keer een goede reden om op tijd te komen, ook al wisten we dat ze in een grote zaal als de Lotto Arena, onder het rumoer van ongeïnteresseerde Bloc Party fans, nooit die glansprestatie van een tweetal weken geleden in de Botanique zouden evenaren (check even de review http://www.musiczine.net/nl/review-concerts/the-joy-formidable/the-joy-formidable-meteen-raak/ ). De band liet het publiek met een zevental rake songs kennismaken met hun driftige gitaarrock en eindigde als gewoonlijk met de spetterende gitaareruptie in “Whirring”, tot op vandaag nog steeds hun beste song en steevast de afsluitende climax op hun concerten. Laat ons hopen dat ze vanavond een hoop nieuwe fans hebben gewonnen, wij waren al eerder overtuigd.

Even zag het er naar uit dat het met Bloc Party gedaan zou zijn, maar de band drukte alle geruchten omtrent een nakende split de kop in door na een stilte van vier jaar op de proppen te komen met een sterke vierde plaat, simpelweg ‘Four’ genoemd. Een nieuwe tournee moest alle twijfels weg nemen en meteen konden we dan ook Kele Okereke zijn half mislukte solo uitstapje vergeven.

En kijk, hier stond terug een hechte groep op het podium. De Bloc Party trein bleek terug op de rails gezet, al durfde de motor af en toe nog wel eens tegenpruttelen. Bloc Party was bij momenten bijzonder sterk op dreef maar wisselde de gedreven momenten af met een paar minder geïnspireerde passages, wat ervoor zorgde dat de ze de spanning en intensiteit niet het ganse optreden konden aanhouden.
Het kwam een beetje moeilijk op gang met “So he begins to lie” en “Hunting for Witches”, op zich wel aardige songs, maar nu bleken ze niet echt het beoogde effect te creëren. “Like Eating Glass” leek het vuur aan de lont te steken maar dan kwam het zwakke broertje “Real Talk” terug roet in het eten gooien. Pas daarna kwam de band, en ook de zaal, echt op temperatuur met “Waiting for the 7.18” en een uiterst energiek “Song for Clay”, één van onze favorieten van de avond. Dan ging het crescendo met het splijtende “Banquet” waarbij de Lotto Arena voor een eerste keer ontplofte. Bloc Party wist hierna de hitte aan te houden met het potige en bijtende “Coliseum”, één van de strafste tracks uit de nieuwe plaat. “One More Chance”, een Bloc Party klassieker met ware dance allures, miste zijn effect niet en mocht vanavond gelden als een absolute voltreffer, de band plakte er een wervelend “Octopus” achteraan en met een puntig en sprankelend “Team A” verdween het viertal een eerste keer van het podium.
Bloc Party bedankte het publiek met twee bisrondes, maar daar sloegen ze de bal een beetje mis. “Ares” en “This Modern Love” waren nog wel knap en vooral het opzwepende “Flux” was een splinterbom die de Lotto Arena nog eens binnenste buiten keerde, maar in afwachting van de onvermijdelijke klepper “Helicopter” haalden de flauwe songs “Montreal” en “Truth” het vuur weg die toen in de lucht hing, en in het heetst van de finale was dit toch een domper, alsof Cavendish in volle spurt naast zijn pedalen schiet.

Maar laat ons de goede momenten onthouden, want die waren uiteindelijk veel talrijker dan de (halve) missers. Bloc Party staat er terug, en dat is het voornaamste.

Organisatie: Live Nation

maandag 18 februari 2013 01:00

Gary Clark Jr - Hendrix was in the house


Doorgaans kunnen beginnende artiesten die nog maar één album uit hebben amper een concertje van een uurtje volspelen. Bij deze Gary Clark Jr - een natuurtalent, zoveel is nu wel duidelijk - was dit wel even anders. Hij overrompelde ons met twee uren van de beste soul- en bluesrock om duimen en vingers bij af te likken. Wij smulden ervan, en nog geen klein beetje.

Op zijn, overigens veelbelovende, debuutplaat ‘Blak and Blu’ laveert Gary Clark Jr nog een beetje te veel tussen ronkende bluesrock en een meer opgekuiste r&b sound. Live had hij echter resoluut de kaart van de elektrische gitaar getrokken, en dat konden wij allen maar toejuichen. Hier werd zonder schroom en met veel gitaargeweld omgesprongen met de betere invloeden als Lenny Kravitz, Led Zeppelin, Buddy Guy en de onvermijdelijke Jimi Hendrix, wiens geest zowat de ganse avond inde AB Club rond dwarrelde. Huidskleur, het briljante gitaarspel en een paar treffende gelijkenissen zorgden er voor dat de vergelijkingen met de grootmeester nog wat meer in de verf werden gezet.
Op het podium waren er hoegenaamd geen blazers, geen keyboards en geen uitstapjes richting r& b of soulpop te bekennen, wel een all time rock’n’roll opstelling met zelfs nog een extra gitarist in de rangen, alsof het gitaarbranie van Clark nog niet genoeg was. Als we Gary Clark Jr voorzichtig een reïncarnatie van Jimi Hendrix durfden noemen, dan konden we bij de tweede gitarist gewagen van een Stevie Ray Vaughan volgeling. Misschien een beetje te overdreven referenties, maar het kon tellen om aan te tonen uit welk vaatje hier werd getapt.
Gary Clark Jr profileerde zich als een werkelijk fenomenale gitarist die zowel gevoel als finesse in zijn instrument legde en daarbovenop nog eens gezegend was met een krachtige soulstem, some guys have all the luck.
De klasse en de power gutsten er uit via stevige bluesmonsters met krachtige riffs en schitterend soleerwerk als “When my train pulls in”, “Bright Lights”, “Numb” en een werkelijk fenomenaal “Third stone from the sun/If you love me like you say” waarin Hendrix meer dan ooit aanwezig was.
Clark zijn soulbloed kwam prachtig naar boven in het pareltje “Please come home” waarin hij ware Prince allures naar boven haalde (dat hoge stemmetje haalde hij probleemloos) en als het even sneller moest gaan dan kwamen stevige rock’n’roll songs als “Travis County” en  “Don’t owe you a thang” de boel Chuck Berry-gewijs wat ophitsen.
In de bisronde schitterde Gary Clark Junior helemaal in zijn eentje met de bloedmooie naakte bluessongs “In the evening” en “Next door Neigbour Blues”, twee momentjes waarbij ons ganse lijf door kippenvel overmand werd.

We hebben vanavond in de AB een zeg maar legendarisch concert meegemaakt en een wonderlijk natuurtalent ontdekt.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 66 van 112