logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Editors
L7
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Heretofore EP

Met de overdaad aan folk-rock groepjes kan je tegenwoordig een weg plaveien van hier tot in Vladivostok, dus wordt het voor vele bandjes al wat moeilijker om zich in dat genre van de middelmaat te onderscheiden. Megafaun probeert het op dit mini cd’tje (zes tracks maar) door een wat experimentele toets te geven aan hun liedjes, wat aardig lukt in “Eagle”, een eerder luie song met relaxe jazz tintjes.
Met “Comprovisation for Connor Pass”, een extreem lang mokkel van 12 minuten, slaat de experimenteerdrift pas echt op hol, jazz gaat met kamermuziek op stap, Zappa komt even goeiedag zeggen bij Lift To Experience, The Dirty Three duikt het bed in met A Silver Mt. Zion.
Op de overige songs horen we een overwegend rustige en folky sound, beetje Neil Young, beetje Byrds. Allemaal vrij aardig doch niet wereldschokkend.
Middelmaat is dus niet echt overstegen, maar toch een onderhoudend plaatje.

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Gunshot Lullaby

Voor bluesrock van dertien in een dozijn, moet je bij P-A-U-L zijn. Flauwe woordspeling voor flauw plaatje.
‘Gunshot Lullaby’ van deze bluesrocker (volledige naam Paul Lamb) loopt over van de clichés en macho gitaren. Naar boeiende songs is het echter vergeefs zoeken.
Hier is een publiek voor, een artiest als Joe Bonamassa bijvoorbeeld verkoopt ook massa’s platen en trekt volle zalen. Dus als u houdt van dit soort voorspelbare rock en zich echt geroepen voelt mag u hier van ons best naar luisteren, u zal zelfs niet ontgoocheld zijn want dit werkt niet eens op de zenuwen. Probleem is dat het gewoon aan ons passeert zonder dat we enige zweem van opwinding voelen (of toch misschien een klein beetje, want net op het moment dat we het plaatje willen klasseren op een plaatsje waar we het nooit meer zullen bovenhalen, stoten we op een vrij funky en aangename slotsong “Behind the Brothel”, zowaar een lichtpuntje maar veel te laat om een buis te vermijden.

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Clearing Air

De sterkte van de in Nederland gevestigde Ier John Carrie zit duidelijk in zijn knappe stem die wel eens in de buurt van The Veils en Starsailor rond hangt. Op “Heal the scrapes” zou je zo zweren Eddie Vedder te horen, deze heerlijke song lijkt te zijn weggelopen uit de ‘Into The Wild’ soundtrack. De muziek van Carrie en zijn begeleidingsband Moor Green leunt verder aan tegen I Am Kloot, Tom Mc Rae en Damien Rice. Zalvende folk dus, met een indie randje, die bij momenten wonderlijk mooi klinkt.
Heel knappe dingen staan er op dit album, zoals opener “Clearing air” en “Leaving now” of het lekkere up tempo nummer “Past the point’.
Het is overwegend akoestische en dromerige muziek die rustig en op een aangenaam drafje voorbij peddelt. Het moet niet altijd zwaar op de maag liggen.

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Stu

En wij die dachten dat Italianen zo rock’n’roll waren als palingen op laag water. Kijk eens, er wordt hier een zompig rockend plaatje binnengegooid uit Palermo, een stadje die we niet meteen associëren met een bruisende rock scene, eerder met een paar louche maffia figuren in dure boss kostuums die elkaar voortdurend de kop afschieten.
Waines is een basloos trio en houdt het liever strak en niet al te veel opgekuist. Een vette blues ondertoon en vooral een onstuimige slide gitaar houden het spannend en fel. Dezelfde opwinding van Blackbox Revelation wordt veroorzaakt. Ook vuile Stones, White Stripes en Band Of Skulls gluren mee van achter het hoekje. Maar deze gretige Italianen hebben niet zomaar afgekeken van hun buitenlandse voorbeelden. Ze hebben wel degelijk een eigen rauwe sound gecreëerd en een album met poten en oren gemaakt, met genoeg spitse songs en de nodige variatie om ons bij de les te houden.
Heel leuke en smerige bewerking trouwens van Soulwax hun “NY Excuse”.

donderdag 14 oktober 2010 02:00

Burning your house down

In wezen verschilt deze ‘Burning your house down’ niet veel van zijn voorganger ‘The Jim Jones Revue’ uit 2008, waarmee we bedoelen dat de extreem hoge graad van intensiteit en energie gelukkig gebleven is. Wilde en smerige rock’n’roll dus, met een op hol geslagen piano, verwoestende gitaaruithalen en ontspoorde vocals, alsof Little Richard bij MC 5 aan het uitfreaken gaat.
The Jim Jones Revue serveren een kolkende pot driftige en hoogst ontvlambare rock’n’roll verpakt in elf genadeloze lappen van songs die keer voor keer uit hun voegen barsten.
Echte rock’n’roll moet zo heet mogelijk geserveerd worden, The Jim Jones Revue doet dat.
Ober, meer van dat !
Op 31/10 in de 4 AD te Diksmuide bijvoorbeeld.

donderdag 14 oktober 2010 02:00

Phosphene dreams

Dat The Black Angels niet vies zijn van een flinke portie retro, is een understatement van jewelste, maar zo sixties als op “Sunday afternoon” en “Telephone” hebben ze nog nooit geklonken, het zijn songs met een vette knipoog naar Beatles en Kinks. Ook The Doors zijn alom aanwezig in “Yellow Elevator 2” en de geest van The Velvet Underground hangt over zowat de hele plaat.
Een en ander doet ons vaststellen dat dit de meest gevarieerde Black Angels plaat tot op heden is, wat maar goed is ook, want de band dreigde na voorganger ‘Directions to see a ghost’ nogal in dezelfde poel te blijven rondzwemmen. Versta ons niet verkeerd, dat was wel een stomend plaatje, want in die poel zat er nog genoeg gevaarlijk ongedierte om het boeltje spannend te houden, maar toch kwam het spook van de eenzijdigheid een beetje te dicht bij de wal staan.
The Black Angels hebben het begrepen en leggen op ‘Phosphene dreams’ wat meer verscheidenheid voor de dag zonder daarbij hun typische dreigende en onheilspellende sound kwijt te spelen. Het zijn nog steeds een bende rare neo-hippies (de psychedelica vloeit weer aardig in het rond) die al eens iets van Joy Division durven op te zetten onmiddellijk na een Black Sabbath plaat.
Ze schuiven ons een bijtend zuurtje voor de neus met “River of blood”, een gemene motherfucker van een song die alles aan flarden scheurt. Ook machtige uitbarstingen als “Bad vibrations”, “The Sniper” en “Entrance song” dragen een constant sluipend gevaar in zich en zijn dan ook beestig goed. De bezwerende stem van Alex Maas dompelt het goedje nog wat meer de donkere mist in, zodat de atmosfeer op dit album alweer duister, hypnotisch en kosmisch is.
Iets minder donker misschien dan debuutplaat ‘Passover’ en een stuk afwisselender dan ‘Directions to see a ghost’, doch vooral terug een onmisbare schakel in het nog jonge Black Angels repertoire.

dinsdag 19 oktober 2010 02:00

De oerkracht van Grinderman

Ook al kan Nick Cave met zijn wonderlijke Bad Seeds venijnig uit de hoek komen, met Grinderman heeft hij voor nog een extra uitlaatklep gezorgd om zijn diepste demonen op de wereld los te gooien. Zijn metgezellen (en tevens Bad Seeds) Jim Sclavonous (drums), Martin P. Casey (bass) en Warren Ellis (al de rest) volgen hem daarin blindelings en zijn net zo bedrijvig als hun baas als het op intens musiceren aankomt. Vooral Warren Ellis is een extreem geval. Hij ziet eruit als een ongewassen holbewoner, beweegt zich voort alsof er constant een paar kwaadgezinde ratten in zijn broek zitten en hij geselt zijn instrumenten met de bezetenheid van een bloeddorstige hyena die zonet een wild konijn aan flarden heeft gebeten. Kortom, Ellis is geniaal.

Alles was geniaal trouwens vanavond in de AB. De vernietigende passage van Grinderman zullen we nooit vergeten. Het concert staat voor ons geboekstaafd als ronduit fantastisch, rauw, brutaal en meedogenloos.
De band speelde zowat bijna alles uit hun 2 albums, twee rauwe lappen verscheurende rock met prachtsongs die schuilen onder de verschroeiende sound.
Nick Cave schitterde als een briljante entertainer, hij bracht zijn songs met stijl, tonnen bezieling en de nodige portie humor. Voor zowat de helft van de songs had hij zelfs een gitaar om zijn nek hangen. Hij is hoegenaamd geen Hendrix maar de duivelse tonen die hij uit dat ding haalde, pasten perfect binnen de psychotische oerkrachtsound van Grinderman. Hij had ook een keyboard op het podium staan, maar dit was niet de avond van de subtiele pianotoetsen, eerder van een onzachte en brutale aanpak van een toetsenbord dat net niet aan diggelen werd geslagen.

Wij hadden het al door van bij de eerste stuiptrekkingen van de allesverslindende opener “Mickey Mouse and the goodbye man”, dit zou een memorabel concert worden. Hard en genadeloos klonk het in “Get it on”, “Worm tamer”, “Heathen child” en vooral “Evil” waarbij halve zot Ellis op de grond ging liggen om er het refrein “Evil ! Evil! Evil!” met doodsverachting uit te schreeuwen. Alle remmen werden losgegooid (voorzover er al een rem op zat vanavond) in gloeiend hete versies van “Love bomb”, “Honey bee” en een verpulverend “No Pussy blues”.
De rauwe sound van Grinderman was een welgekomen bron voor het wilde experiment en buitenzinnige karakter van songs als “When my baby comes”, “Bellringer blues”, “Go tell the women” (“The first song I wrote on guitar”, dixit Cave, beetje stuntelig maar meesterlijk) en “Man in the moon” (nochtans zeer rustig op plaat, maar hier met een extra scheurende en sublieme gitaar-outtro van Ellis). De diepe bas van Martin Casey was de broeiende aanloop voor afsluiter en totale apotheose “Grinderman”, een moordlustig en sluimerend beest van een song die uitgroeide tot een laatste machtige agressor van onze trommelvliezen.

Grinderman was even gewelddadig als fenomenaal. Lang geleden dat we nog eens zo ondersteboven waren van een concert. Dit gaat nog lang blijven nazinderen.

Een aangenaam voorprogramma ook met Anna Calvi, een talentrijke dame met een aparte en fijne, soms bluesy gitaarstijl en met een puike begeleidingsband die nogal percussie gericht was. Gevolg, een vreemd en interessant eigen geluid, duister en begeesterend. De madam heeft met “Jezebel” een eerste knappe single op zak. Het deed een beetje denken aan Siouxsie in betere tijden (nog voor er schimmel op stond) en ook wel aan PJ Harvey of zelfs de eerste plaat van Goldfrapp. Iets om in het oog te houden.

Organisatie: Live Nation

zaterdag 25 september 2010 02:00

U2 - Groot, groter, grootst

Een hoogst indrukwekkende mega show, een oogverblindend totaalspektakel. OK, goed, maar hoe zit het met de muziek ?

Gelukkig maar, met die muziek zat het goed. Ook met de sound trouwens, want daar vreesden we nog het meest voor met die vreselijke akoestiek van dat kille Koning Boudewijn stadion.
Let’s face it, het is eigenlijk al geleden van ‘Achtung Baby’ dat U2 nog eens een echt goede plaat gemaakt heeft, maar op elke plaat die na dat niet te overtreffen album kwam stonden telkens een paar volbloed krakers van songs. Het zijn natuurlijk deze songs die U2, professioneel als ze zijn, uitgekozen heeft om er steevast splijtende versies van te spelen tijdens hun imposante live show. Onverslijtbare en uiterst potente klassiekers als “Beautiful day”, “Elevation”, “Magnificent” en het geweldige “Vertigo” bijvoorbeeld, maar ook mindere dingen als “Walk on”, “In a little while”, “City of blinding lights” en “I’ll go crazy if I don’t go crazy tonight” stegen in de live versie moeiteloos boven zichzelf uit. Vooral die laatste song werd omgedoopt tot een meer dan geslaagde dance-achtige jungle trip.
Leuk om te horen dat U2 creatief weet om te springen met hun eigen songs en zo zichzelf blijft heruitvinden.
Ook “Miss Sarajevo” (waarin Bono met glans de partij van Pavarotti voor zich nam) en “Hold me, kiss me, thrill me” (één van onze favorieten van de avond), songs die eigenlijk nooit een reguliere U2 plaat hebben gehaald, werden gebracht alsof ze reeds jaren tot het beste van hun repertoire behoren.
Als absolute hoogtepunt zouden wij het oudje “Bad” willen aanstippen, en uiteraard waren ook “One” en “Where the streets have no name” kippenvelmomenten. Het zijn wereldsongs die nooit op een U2 gig mogen ontbreken, maar dat weet de band zelf ook wel.

Kortom, U2 bewees nog maar eens de ultieme stadiongroep te zijn. Ook al zijn hun platen van de laatste jaren al lang niet meer wereldschokkend, op een podium schitteren ze als geen ander en dat is wat hen aan de absolute top houdt. De enige band die volgens onze dezelfde energie kan opwekken in stadions van dit kaliber is Muse, voorlopig de enige kandidaat om U2 als stadionrockers op het hoogste schavotje te gaan belagen. We zijn benieuwd.

Organisatie: Live Nation

donderdag 07 oktober 2010 02:00

Le Noise

Neil Young maakt nieuwe plaat getiteld ‘Le Noise’ met Daniel Lanois achter de knoppen. Op papier klinkt het om duimen en vingers bij af te likken. Helaas, helaas.
Young heeft deze keer geen groep nodig, enkel zijn elektrische gitaar en voor een tweetal songs ook zijn akoestische. Op zich geen probleem, want iemand van dit kaliber zou ook in zijn eentje moeiteloos overeind moeten blijven. Niet dus.
Grootste euvel is dat er in zijn valies blijkbaar geen songs zaten, enkel een paar flarden of probeersels, en tonnen echo en distortion. En daar kan Lanois in het beste geval misschien wel wat sfeer mee scheppen, maar de man kan nu ook geen wonderen doen. Het resultaat valt, ondanks de verwoede pogingen van Lanois, dan ook te mager uit.
Neil Young zit maar wat aan te modderen met zijn gitaar, verschroeiende riffs haalt hij er niet uit, hoogstens hier en daar een paar vette akkoorden die neigen naar een Young in betere tijden.
Ook Neil’s stem slaat geregeld eens over. Nu zijn we qua vocale afwijkingen veel gewoon van de brave man, maar soms is het toch echt pijnlijk. De ekster die geregeld in onze achtertuin de wormen komt opvreten, kraait nog helderder dan Neil Young op “Angry world” of “Someone’s gonna rescue you”.
De ouwe rocker laat zich toch nog eens van zijn beste kant zien op het fraaie “Hitchhiker”, waarin de formule ‘man plus splijtende elektrische gitaar’ een zeldzame keer werkt, en op de twee akoestische tracks “Love and war” en “Peaceful valley boulevard”, dingen die wel als volwaardige Neil Young songs door het leven kunnen gaan.
De fans zullen hier wel tevreden mee zijn maar wij verwachten van zo een rockgrootheid veel meer.

Beste Neil, een klasse producer als Daniel Lanois haal je niet binnen om de meubelen te redden maar om een meerwaarde te geven aan materiaal dat op zich al goed genoeg moet zijn, snappie? En waar zit Crazy Horse trouwens ?

zondag 10 oktober 2010 02:00

Fijne punk nostalgie met The Undertones

Het concert van The Undertones baadde volledig in de sfeer die zij creëerden op hun gelijknamige debuutplaat. Er werd dan ook uitvoerig geput uit deze beste plaat die ze ooit gemaakt hebben. Geheel volgens de ongeschreven regels van de punk van einde 70‘s speelden The Undertones hun uiterst korte songs lekker strak, puntig en uiteraard -laat ons zeggen in goeie Ramones traditie- supersnel en zonder adempauzes (alleen de one, two, three, four’s moesten we er ons zelf bij voorstellen, als we al tijd hadden).

Ze staken de lont aan met “Jimmy Jimmy” en het tempo zou maar één zeldzame keer naar beneden gaan met het fijne rustpuntje “Julie Ocean” ergens middenin de set. Voor het overige: rechtdoor !
Heerlijk om vast te stellen dat de songs de tand des tijd met glans hebben doorstaan en dat zanger Paul McLoone deze zo overtuigend kon brengen dat wij op geen enkel moment Feargal Sharkey mistten. Sterker nog, The Undertones hebben nog nooit zo krachtig geklonken. Die Mc Loone stond hier verduiveld goed te zingen, alsof hij al die krakers zelf had geschreven.
Een stomend publiek sloeg in het fijne achterzaaltje van de Aéronef veelvuldig aan het pogoën op venijnige punkstuiptrekkingen als “Male model” (een uiterst viriele kopstoot), “Here comes the summer” (knal erop), “Mars bars”, “Hypnotized”, “True confessions” en “Girls don’t like it”.
Hitgevoelige poppunksongs als “My perfect cousin”, “Its’s gonna happen” en natuurlijk het onsterfelijke en hier absoluut geweldige “Teenage kicks” werkten nog even aanstekelijk als in hun gloriedagen. Met puike nummers als “Thrill me”, “Here comes the rain” en “I’m recommanding me” greep de band ook nog eens iets uit ‘Get what you need’ (2003) en ‘Dig yourself deep’ (2007), de twee fijne post-Sharkey albums die u waarschijnlijk ontgaan zijn, maar ons niet. Toch maar even checken, als u wil.
Een fijne cover van “We’re gonna have a real good time together” van The Velvet Underground klonk fris en was aangenaam om horen, maar de Them cover “Gloria” als tweede bisronde was een beetje overbodig en ongepast, maar toen waren wij toch al lang verkocht.

Doordat The Undertones met hun songs nauwelijks de twee minuten grens doorbraken trakteerden zij ons bijgevolg op een slordige 25 tracks, waarvan de meeste dan nog als klassieker mogen beschouwd worden. Pittig en stomend concertje.

Wij hebben ook complimentjes voor Crusaders Of Love uit Lille (een thuismatch dus) die al evenzeer met beide benen in de punk anno ’77 stonden en een handvol lellen van punksongs in de zaal spuwden, inclusief een heerlijke cover van “Chatterbox”, de klassieker die oerpunker Johnny Thunders (qua punk-icoon schatten wij hem hoger in dan Sid Vicious) schreef voor zijn bandje The New York Dolls. Voor één keertje waren wij wel te spreken over de support act.

Organisatie: Aéronef, Lille

Pagina 89 van 113