logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Stereolab
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 05 juni 2008 03:00

Crosses

Zornik neigde de voorbije jaren te verzanden in meligheid, wat aan eigenheid inboette en hen deed opslorpen binnen de Muse bombast.
’Crosses’ is een van energie barstende nieuwe plaat, die een frisse indruk nalaat door enkele aanstekelijke, snedige, rauwe poprocknummers als “Black hope shot down”, “The backseat”, “Sad she said” en “No”. Ze zijn ondertussen een kwartet, wat een voller geluid biedt en het geheel ten goede komt. “Go” is zelfs nog straffer door z’n strakke aanpak. Ademruimte krijgen we op de trage pianoslepers ‘Straight to the bone’ en ‘There she goes’, die mooi in elkaar overgaan. En Zornik hoeft zelfs z’n catchy rock niet te schuwen, “Lost & Found” is zo’n typische classical. De ‘80’s elektronica klinkt niet té nadrukkelijk.
Puik plaatje van Buyse en de zijnen en … nét op tijd om muzikaal te variëren.

donderdag 29 mei 2008 03:00

Cognac & Coffee

Dead Souls is na de gedeelde liefde voor Joy Division op zoek gegaan naar een eigen gezicht binnen de wavepop. Hun ‘Cognac & Coffee’ toont een band in volle ontwikkeling. Het kwartet refereert in de negen songs  aan Interpol, Editors en Joy Division luister maar naar “Zen for bird”, “Six feet under”, “Smash your guitar” en “Peter Chriss”; ze hebben een broeierige opbouw, een diepe bas, snedig gitaarspel en een bezwerende percussie onder een zweverige zang.
De tevredenheid is groot als we de indie van Yo La Tengo horen; “Boxoffice waiters” en de titelsong beklijven door het repeterende ritme. Afsluitende song “Jesus” is het meest ingetogen nummer; de licht orkestrale inbreng en de drums bepalen de sfeer en sombere stemming.
Live zijn ze een energieke, gedreven band.
Dead Souls heeft een moedig debuut uitgebracht.

woensdag 04 juni 2008 03:00

Rage Rules!

In de volle grunge van Pearl Jam en Nirvana en in de voetsporen van de crossover van Faith No More, Living Colour en Urban Dance Squad ontstond Rage Against The Machine.
Het kwartet uit L.A. bracht drie platen en een covercd uit, met een politiek establishment van linkse ideeën. Een in te lijsten titelloos debuut, een matige tweede plaat (‘Evil Empire’), een retestrakke ‘The battle of Los Angeles’ en tenslotte de eigenwijze aanpak van andermans nummers op ‘Renegades’. Hun sound: een heftig, magisch uniek noisegitaarspel, diepe, zware bastunes en een opzwepende percussie, bepaald door een spervuur aan verbeten raps. Guilty partners waren Zack de la Rocha, Tom Morello, T.tim.K en Brad Wilk.
Ze leverden enkele pure lijfliederen af en waren één van de opwindendste bands van de jaren ’90. Toen Rage het voor bekeken hield, kon de band (zonder Zack) onder Audioslave (met Chris Cornell van Soundgarden) de oude vlam slechts ten dele aanwakkeren.
Op het Coachella festival in de VS was er vorig jaar de nakende reünie. We lazen dat ze live nog niks aan dynamiek hadden ingeboet. Een pletwals! En lovende kritiek was er ook gisteren op Pinkpop.

De hoge verwachtingen werden meteen ingelost, want op de eerste noot van “Testify” was het hek al van de dam, gevolgd door “Bulls on parade”; de security had de handen vol om niet enkel jonge gasten, maar ook door het dolle heen dertig- en veertigers op te vangen.
De keuze kwam vooral op het gebalde, opzwepende materiaal van hun debuut en ‘The battle of Los Angeles’.
De power was te horen op “Bombtrack”, “Bullet in the head”, “Know your”, enemy, “Guerilla radio” en “Sleep now in the fire” (wat een tempowisselingen). Een meer slepend ritme hadden “People of the sun”, “Vietnam” en het afsluitende “War within a breath”, om het publiek wat op adem te laten komen. Dat ze ook mainstream konden klinken, hoorden we op “Working on a clampdown” van The Clash (dertig jaar oud!). Morello pijnigde z’n gitaar op “Ashes in the fall”, het hoogtepunt van z’n avontuurlijke gitaarkunstjes.
Rage was zowel energiek, strak, beukend als traag en meeslepend om dan ‘full force’ het gaspedaal in te drukken. Het zweet stroomde het enthousiaste kwartet af! Zack en Morello stonden geen enkel moment stil. De virtuositeit van de band verbaasde in de bis met de in elkaar overgaande “Township rebellion” en “Freedom”: de gitaargeluidjes, de stiltes, de explosies en de door merg en been gaande schreeuwvocals van Zack, waren gewoonweg schitterend! Tenslotte besloten ze en verve met de fuifklassieker “Killing in the name of”: springen, dansen, meebrullen en gebalde vuisten in de lucht. Het was puffen in die dampende kolk van het Sportpaleis! Zelden gezien dat iedereen zo uit z’n dak ging. Drijfnatte lichamen ondergingen de mokerslagen van het kwartet.

Het Sportpaleis daverde; hier is geschiedenis geschreven en werd het ambiancerecord van Faithless, al tien jaar terug, met gemak verpulverd. Ze zorgden, geschift en genadeloos, voor een groots feestje. Wat een memorabele return en reünie van het kwartet. Rage rules… Verbluffend optreden!

De politiek sociaal bewogen Serj Tankian doet het momenteel al een tijdje zonder z’n System of A Down. Een vijfenveertig minuten speelde Tankian een broeierige, spannende set. Als support werd hij met z’n band warm onthaald. Hij wist in de sound als vocaal voldoende variatie te brengen in het gestroomlijnd materiaal. Het waren vooral “Empty walls”, “The sky is over” en het avontuurlijke “Praise the lord”, boordevol onverwachtse wendingen, die zich onderscheiden. Deze Amerikaanse Armeniër maakte alvast een goede beurt en het is uitkijken naar z’n set op Pukkelpop.

Poeët/predikant Saul Williams bracht al interessant materiaal uit met de heren van de Roni Size feat Reprazent clan. Een Maxi Jazz in overdrive op het podium, militante, bedwelmende beats, elektronicagefreak, drum’n’bass en dub onder z’n fel verbeten raps zochten de juiste groove om te kunnen boeien. De declamerende voordrachten bleven achterwege. Saul Williams ging de mist in, ook al klonk hij toegankelijker. Het ontbrak net aan kwalitatief sterk materiaal.

Organisatie: Live Nation

De talentvolle dertigjarige singer/songschrijfster Leslie Feist uit Canada wordt beloond voor haar intense werk, want de sympathieke jonge dame heeft met haar mooie breekbare, sprookjesachtige pop van ‘Let it die’ en ‘The reminder’ gevoelige zieltjes veroverd. Haar lichthese, zalvende fluisterzang geeft zeggingskracht. Ze nestelt zich vocaal ergens tussen Joan As Police Woman, Cat Power en Emmylou Harris.

In de ruim anderhalf uur durende set stapte ze moeiteloos over van intieme solomomenten naar broeierige poprock; de elektronica, soundscapes, dubbele percussie, piano en blazers zorgden voor een breder geluid.
Aan publieksparticipatie en dynamiek was er geen nood; Feist zette haar fans aan tot handclapping en het neuriën van sommige nummers. Feist maakte talrijke slingerbewegingen qua sfeertjes bepalen: beelden oproepen en ruimte laten voor verbeelding en van weemoed naar een meer uitgelaten stemming. Tenslotte zagen we op een groot scherm iemand bezig met schaduwmime en zandafbeeldingen maken.
Intieme huiskamer ‘candlelight’ muziek speelde ze solo op “Honey, honey”, “Intuition” en “Lonely lonely”, bepaald door haar hemelse stem en akoestische gitaar. De ingetogen, dromerige “When I was a young girl”, “Mushaboom”, “Limit to your love” en “Inside + out” hadden een spaarzame begeleiding. “The park” en “Brandy Alexander” brachten een zomerse stemming van ‘vogeltjes, de bloemetjes en de bijtjes. Feist hield van uitdagingen zoals op de gospelachtige clapping song “Sealion”, die niet zou misstaan in de zondagsmis! En tenslotte klonk Feist met haar band uitgelaten op de fijne instant klassiekers “My moon my man”, “Feel it all” en “1, 2, 3, 4” . Een glansrol was weggelegd voor de broertjes Baird.
Ze opende en eindigde solo achter een wit doek, met een spot op haar gericht “Help” en “Let it die” waren de huiveringwekkende, bloedstollende in countryblues gedrenkte songs.

We hoorden een enthousiaste gemotiveerde Feist die het publiek in allerlei stemmingen en sfeertjes bracht.

Organisatie: Agauchedelalune ism Aéronef, Lille

Scott McCloud, de (ex)spil van het New Yorkse Girls Against Boys, heeft een nieuw muzikaal project op poten: Paramount Styles. Hij behoudt op de soloplaat ‘Failure American Style‘ z’n handelsmerk van een donker, intens broeierig sound; met z’n ingehouden zacht krakende, kreunende, hese vocals dompelt hij de songs gevat onder in dit sfeertje.
Samen met twee vaste leden (bassist/toetsenist en drummer) en twee Belgen (gitarist en cellist) onderneemt hij een kleine clubtournee. Trouwens, het was al vijf jaar geleden dat McCloud met Girls Against Boys te zien was. Hoogst interessant dus om kennis te maken met z’n Paramount Styles.

Het publiek hoorde een sfeervol snedige set; de songs kregen meer ademruimte door een samenspel van akoestische gitaar, cello en toetsen. Een gemoedelijk en kaler unplugged Girls Against Boys. McCloud zat op z’n flightcase, dicht bij z’n publiek, en maakte af en toe een cynische opmerking. Het sobere “Drunx” opende. “All eyes”, “Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you” hadden een steviger popgehalte. McCloud wisselde ze af met ingetogener werk:  “Race ya till tomorrow”, “Crazy years”, “Starry nights”, “Paradise happens” en “More than alive”, die de set besloot.
Het warme onthaal bood z’n vernieuwende aanpak een hart onder de riem. In de bis gaf hij nog één nummer prijs …geluid en tekst à l’improviste …een artiest, mans songschrijven en een band, op dezelfde golflengte.
Paramount Styles speelde verslavend, beklijvend songmateriaal. Scott McCloud heeft een volgende stap gezet in z’n oeuvre.
.
Het Belgische Dead Souls kroop twee jaar terug in de huid van Joy Division’s Ian Curtis. Deze live coverband , die vaste support was van Monza, deed de voorliefde van het icoon van de new wave in Vlaanderen heropleven.
Hun debuut ‘Cognac & coffee’ heeft een eigen geluid binnen de waverock, die we voldoende kennen onder Editors en Interpol. Een energieke live band, die gretig gedurende zo’n vijfenveertig het nieuwe materiaal voorstelde: “Peter Chriss”, “Trying in crying”, “Boxoffice waiters”, “Smash your guitar” en de titelsong klonken overtuigend. Band met een mooie toekomst!

Organisatie: Cactus Club Brugge

donderdag 22 mei 2008 03:00

Walk it off

Het Amerikaanse Tapes ’n Tapes uit Minneapolis debuteerde twee jaar terug met ‘The loon’. Ze werden binnen het hokje van de postpunk geplaatst met hun frisse, springerige sound; door de intrigerende elektronicapartijen kwam wat meer psychedelica om de hoek kijken. En terecht kwam ook de referentie aan Pavement.
De tweede plaat is breder van opzet. Producer was Dave Fridmann (Mercury Rev, Flaming Lips, Low, Mogwai). Het geheel klinkt aanstekelijk en broeierig en is minder direct en rauw. ‘Walk it off’ is een weerbarstig afwisselend plaatje geworden, die niet inboet aan de speelse, dwarrelende sounds van het kwartet; er zijn de sfeervol dromerige “Time of songs” en “Conquest”, de poppy songs “Le ruse” en “Say back something”, de rammelende strakke “Headshock” en “Blunt”, het funky gekruide “Hang them all”, het grillige “Demon apple” en tenslotte besluiten ze en verve met de intens opbouwende “Lines” en “The dirty dirty”.

donderdag 22 mei 2008 03:00

Loney, noir

Het platenmateriaal van het Zweedse Loney, dear is er eentje om te koesteren;  de band rond het duo Emil Svanängen en Jens Lekman wordt ferm onderschat, want ze hebben de kunst om vakkundig en kwalitatief subtiele songs uit te schrijven: ontroerende, dromerige melancholische, tedere pop met een gevoelig breekbare ondertoon. Het is aangenaam genieten van hun tien songs die bepaald worden door een semi-akoestisch gitaarspel, sprankelende toetsen, lichte elektronica en zalvende, opzwepende percussie, gedragen door een prachtige, warme samenzang. “ I am John”, “No one can win”,”I will call you lover again” en “Carrying a stone” zijn wonderschoon.
De groep ligt in de lijn van Belle & Sebastian, Arcade Fire en refereert aan de ‘60’s pop van The Beach Boys.
Een goed bewaard muzikaal geheim.

donderdag 22 mei 2008 03:00

Konk

Het Britse The Kooks heeft na de debuutplaat ‘Inside In/Inside Out’ en de daaropvolgende tournee geen makkelijke periode gekend. Interne spanningen zorgden ervoor dat de groep op springen stond. Na het vertrek van hun bassist is de band rond songwriter Luke Pritchard terug op het goede spoor. Het kwartet behoudt de melodieuze broeierige rock’n’roll sound met aanstekelijke, pakkende refreinen. Af en toe klinken ze ietwat krachtiger door de snedige gitaarriffs van gitarist Hugh Harris. Het zijn fijne popsongs, die intens meeslepend of strak kunnen zijn en een spannende opbouw hebben.
Volgende nummers onderscheiden zich: “See the sun”, “Always where I need to be”, “Do you wanna”, “Love it all”, “Sway” en “Shine on”, en vangen de paar mindere op als “Down to the market”. Zelfverzekerde rock’n’roll bandje die zelfs op het eind drie intieme overtuigende akoestische songs er tegenaan gooit en vele tienerharten sneller doet slaan: “One last time”, “Tick of time” en “Walk away”.
Wereldfaam is binnen handbereik voor dit jong Brits bandje.

donderdag 22 mei 2008 03:00

Love is a schizofrenic hungry monster

Elvis Ghettoblaster is een band uit het Brusselse. De nieuwe cd is een uiterst gevarieerde plaat. Zij weten diverse stijlen te hanteren gaande van rauwe rock’n’roll (“Doll”, “Die ugly girls die”, “Linda Lee at a french party” en “Champaign & wine”), ‘80’s wave rock (“Stoner”, “Rockus porkus”), zonnige pop (“Dino”, “Marieke” en “Radio days”) tot melodieuze electropop als op “Backseat”. Om deze elementen samen te brengen putten ze kracht uit V.U., Pavement, Jon Spencer, Triggerfinger en Joy Division. Interessant plaatje!

Info op www.myspace.com/elvisghettoblaster

donderdag 22 mei 2008 03:00

Ballroom stories

Waldeck is afkomstig uit Wenen en is gecentraliseerd rond Klaus Waldeck en de zangeressen Joy Malcolm en Zeebee. Ze brengen een warme, zwoele, sfeervolle, doorleefde sound van pop, soul, jazz, r& b en mellow hiphop. Ze tuimelen soms regelrecht in de ‘50’s, waar de heren in maatpak, das en glimmende schoenen de kortgerokte dames uitnodigen op een danspas in een ballroom of donkere kroeg.
De groep heeft iets mee van ons eigen Mo & Grazz en past binnen het plaatje van de huidige heropleving van souljazzy freaks Adele, Duffy en Amy Winehouse. Het is genieten van de aanstekelijke, groovy, dansbare én lekker loungy nummers. “Memories” en “Get up …Carmen” schitteren, maar ook de sfeervolle “Make my day”, “Addicted” en Dietrichs  neigende “Bei mir bist du schön” bekoren. Stijlvol én met gevoel voor klasse!

Info: www.waldeck.at

Pagina 163 van 180