logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Kreator - 25/03...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 10 juli 2008 03:00

Untrue

De Londenaar Burial creëert een speciale sound op z’n platen. ‘Untrue’ volgt het titelloze debuut op en ligt ergens in de lijn van Massive, Tricky en Goldie. Een smeltkroes van triphop, rave, hardcore, drum’n’bass en dub. Diepe basses, dreigende beats, ambiente soundscapes en een onderhuidse spanning, traag, slepend, donker en broeierig. Zoals Burial het zelf omschrijft, de ideale sound bij nachtelijke trips als je verslaafd bent aan drank, drugs en decibellen …een spookachtig geheel, wat we ook terugzien op de cd hoes. Dubstep is de algemene noemer van wat Burial voortbrengt. “Ghost hardware”, “Homeless”, “Dog shelter”, “Near dark”, “Archangel” en “Shell of light” zijn alvast de meest intrigerende songs van de plaat.

donderdag 10 juli 2008 03:00

Rock Werchter 2008: zondag 6 juli

John Butler Trio (Mainstage) mocht de laatste festivaldag aftrappen. Het trio imponeerde vorig jaar nog op Leffingeleuren. De sympathieke gitaarvirtuoos John Butler was al onder de indruk van de belangstelling op dit vroege uur. Met z’n plaknagels tokkelde hij op z’n gitaar en steelpedal het ene na het andere akkoord, - slide en -soli. Rootsrock/blues te situeren ergens tussen Jimi Hendrickx, G Love, Ben Harper en Jeff Healey; en een zang die kon gelinkt worden aan Garland Jeffreys; iedereen verbleekte toen hij ruim vijf minuten lang op een twaalfsnarige gitaar een soli ten beste gaf. Meesterlijke, begeesterende gitaarmuziek, ondersteund door contrabas en percussie (ook al met een solo ten beste!). De toetsen van een vierde man gaven nog wat kleur aan het geheel. Fijn concertje op dit middaguur.

Een ander tof bandje was het Amerikaanse Devotchka (Pyramid Marquee), die met een divers en uitgebreid instrumentarium een aanstekelijke, groovy en dromerige, donkere mix brachten van rock, zigeunerpop, Balkan, mariachi en country. Het bandje zinderde met hun rijke, boeiende sound!

Eren glimp zagen we van het Amerikaanse Panic At The Disco (Mainstage), die samen met bands als Fall Out Boy en My Chemical Romance de TMF/Jim TV ’s kunnen ontsieren met hun emoglamrock. Op het podium zagen we een ordinary band, die eenvoudig melodieuze, afgelijnde rock speelde, net iets te hoog gegrepen op het hoofdpodium. Hun songs beklijfden niet … te ordinary waarschijnlijk?!

Tim Vanhamel (Pyramid Marquee) heeft z’n Millionaire een goed jaartje opgeborgen om z’n droom een soloplaat uit te brengen te realiseren. We horen melancholische, melodieuze pop van een jonge Lou Reed lookalike (met grote zonnebril en leren jekker). Live hadden we een strakker en krachtiger geluid. Catchy gitaarrock , waarbij Vanhamel wordt begeleid door een voortreffelijke band. Vanhamel & Co stonden er na de intense vingeroefening in het clubcircuit. Ook vocaal kwam hij er goed uit. “Until I found you” en “Like a fire” konden rekenen op heel wat respons; op de andere nummers onderging het publiek eerder de rockaanpak.

Een klein half uurtje konden we Anouk (Mainstage) nog aan het werk zien. De dame is er bij elke nieuwe plaat bij te Werchter. Haar songs kregen met de backing vocalisten een voller geluid; na “Lost” kwam haar  zoontje Benjamin op “Modern world” eerder onwennig wat jammen op gitaar. De moeder - kind band sprak voor zich. Na enkele slowsongs kon de hitmachine worden aangezet.

Het Amerikaanse dance collectief Hercules & The Love Affair (Pyramid Marquee) dreunde er een uurtje op los met ‘80’s disco/electropop. Knoppenfreak Andy Butler werd geruggensteund door twee zangeressen, waaronder de ene (met Braziliaanse roots?) sensuele danspassen maakte en af en toe wat onvast zong; en de andere gaf de nummers een soulfulle inslag. Allemaal een beetje teveel van hetzelfde waarbij enkel de single “Blind”, “Raise me up” en de cover “Don’t fear the reaper” opvielen. En daar kon een blazerpartij en een verschoten Hercules pijl weinig verandering in brengen …

Het Britse kwartet The Kooks, onder zanger/gitarist Luke Pritchard, (Mainstage) toonde in het voorjaar al aan dat ze aan een nieuwe veroveringstocht zijn begonnen met de tweede cd ‘Konk’ die niet zonder slag of stoot tot stand kwam. De vorige keer op Werchter klonken ze loom en mak, deze namiddag speelden ze een uurtje hapklare, aanstekelijke gitaarrock’n’roll. Al meteen zat er vaart in de set met de huidige single “Always where I need to been” en hielden ze het boeiend met “Ooh la” en “Sway”. “She moves in her own way” was de aanzet van een zegetocht: “Do you wanna”, “So naïeve” en “Shine on”. Een innemende “On the seaside” solo overtuigde, wat het feestje verder zette met “See the sun”, “Stormy weather” en “Sofa song”. Toen Pritchard zich naar de voorste rijen begaf, werden de kleren haast van zijn lijf gescheurd. Z’n plat dialect namen we er op zo’n moment graag bij. Hoe
rock’n’roll en wereldfaam dicht bijeen kunen liggen.

In afwachting van Grinderman zagen we in de Pyramid Marquee een uitzinnige meute op Mark Ronson en zijn ensemble (blazers, strijkers en backing vocalisten). Deze producer doopte andermans songs in eigen versies. Dolle pret op het podium en in de tent! Schitterende versies waren er nog van “Valerie”, “Stop me/you just keep me hanging on” en een introotje van “Sweet child o’ mine”.

Cave werd vijftig. De man gaat al een paar jaar een tweede jeugd tegemoet met het epos ‘Abattoir Blues/The Lyre of Orpheus’ (’04) en de recente cd ‘Dig Lazarus !!! Dig’. En vorig jaar was er het Grinderman project (Pyramid Marquee).
Als een stomende, dolle twintiger wordt muziek van in z’n Birthday Party dagen gespeeld: rauwe, smerige en zompige rock’n’roll blues. Cave op gitaar en toetsen, geruggensteund door Ellis’ knarsende, tokkelende viool en mokerslagen op pauken, de diepe repeterende bas van Casey en het strakke drumspel van Sclavunas.
Ze speelden een magistrale set, een verschroeiende sound, bedreven, opzwepend, spannend en ingehouden, waarin het tot felle uitbarstingen kwam. Een Cave - Ellis in overdrive, die de pedaaleffecten stevig ingedrukt hielden op songs als “Depth charge ethel”, “Get it on”, “Grinderman”, “When my loves comes down” en “Honeybee”. Enkel “Man in the moon” en het nieuwe “Dream” klonken sfeervoller en leunden aan bij z’n Bad Seeds werk.
Grinderman pakte iedereen bij het nekvel, en trakteerde op een beklijvend “No pussy blues”. Tot wat vijftigers allemaal in staat zijn …

De Franse scene na Daft Punk en Cassius is verzekerd met het duo Gaspard Augé en Xavier de Rosnazy, met name Justice (Pyramid Marquee). Een uitgelaten jonge menigte onderging de discotunes, de vettige, schurende basses, de electro, funk, trance, ronkende noise , drum’n’bass, punkfunk en de stampende beats. Het duo ging totaal loos achter hun draaitafels en elektronica-apparatuur. In het midden stond een groot oplichtend wit kruis. Sommige fans hadden zelf hun kruisje gemaakt en baanden zich een weg dor de dansende menigte, met de hoop een glimp op te vangen van hun twee ‘Messias-sianen’. Een resem danskrakers passeerden de revue: “Phantom”, “D.A.N.C.E.” en “Tthhee Ppaarrttyy”, maar hun ‘Justice’-rock was compleet toen ze Simians versie “Never be alone” remixten en scandeerden. “We are your friend, we are never going to be alone again” en de woohwoohs werd luidkeels gescandeerd op de harde, bonkende beats. Een geflipte kerkdienst op zondagavond volgens het evangelie van Justice …

’Modern Guilt’ is de nieuwe cd van Beck, die de eerder onopvallende ‘Guero’ en ‘The information’ opvolgt. Beck Hansen (Mainstage) leek de reïncarnatie van Kurt Cobain wel, lang haar, grote opvallende flashy zonnebril, houthakkershemd en een rechttoe-rechtaan (grunge) rock aanpak. Opnieuw anders dan z’n ingetogen ‘Johnny Cash’s Man In Black’ en de poppenkastgig op Pukkelpop. In een klein anderhalf uur hoorden we meer dan twintig songs die snel op elkaar volgden. Beck boeide en bracht een indrukwekkend oeuvre: hij verdeelde z’n hits “Loser” (opener), “Nausea”, “No pollution”, “Timebomb”, “Devil’s haircut”, “Where’s it at” en “E-Pro” binnen z’n subhits en nieuw materiaal “Gamma ray”, “Soul of a man”, “Youthless”, “Walls” en “Chem. trails”. Retrorock, psychedelica, hiphop, soul, funk en singsongwriting. En intimiti kregen “I think I’m in love”, “Lost cause” en The Korgis’ one-hit wonder “Everybody’s got to learn sometimes”.

En tenslotte was er ons eigen dEUS (Mainstage), die hun nieuwe plaat ‘Vantage point’ simpelweg naar hun huisstudio hebben vernoemd. De band heeft sinds 2005 een ‘tabula rasa’ ondergaan en klinkt venijnig, messcherp, broeierig en poppy. Barman heeft een sterke sectie achter zich met Mauro als rechterhand, die op z’n beurt nummers grilligheid en intensiteit geeft.
Op Werchter zagen we een subtielere versie van hun korte clubtournee eind april – begin mei , waarbij de nieuwe nummers ruim aan bod kwamen: “Slow” opende, “Oh my God, “Is a robot”, “The vanishing of Maria Schneider” en “Favourite game” werden mooi afgewisseld met melige pop als “Smokers reflect”, “Nothing really ends” en “Instant street, dat schitterend uitdeinde. Hun instant klassiekers “Fell off the floor man”, “Theme from Turnpike”, “The architect” en “Sun ra” waren de rode draad van broeierige spanning binnen de anderhalf uur durende set. Een puike finalereeks kregen we met “Roses”, een kinderkoor op “Popular culture”, en de moeiteloze overgang van “Suds & soda” in “Bad timing”. Dansende kinderen en het knallende vuurwerk besloten. Moet er nog zand zijn …?

Organisatie: Live Nation

woensdag 09 juli 2008 03:00

Rock Werchter 2008: zaterdag 5 juli

Het jonge trio uit Athens, Georgia (btw hometown van R.E.M.!) The Whigs (Mainstage) openden. Het trio kwam langzaam op dreef met hun opbouwende, broeierige soms bedreven americana/Britpop. Inderdaad, het trio bundelde groepen als The Verve, Oasis en Stone Roses samen met The Band Of Horses en My Morning Jacket tot een boeiend geheel, waarvan de single “Violet furs” op herkenning kon rekenen.

Een bizar beloftevol bandje uit New Orleans zagen we met Galactic (Pyramid Marquee), die twee stijlen muziek lanceerden: er was de frisse, energieke, stuwende en groovende funkrock met soul, jazz en hiphop, onder een opzwepende rap (Boots Riley?) en sax die ‘90’s bands als Fun Lovin’ Criminals, Digable Planets, Beastie Boys en Living Colour samenbracht. “My favourite munity”, “Gunsmoke”, “5 million ways to kill” en “CEO” overtuigden.
In het tweede deel hoorden we ‘real old school’ hiphop (met Lyrics Born ?), wat minder boeide en al te veel gehoord was; oude trucjes haalde hij naar boven om het publiek te doen meezingen. Een half geslaagd Galactic dus.

In afwachting van MGMT konden we een klein half uur de set van het Amerikaanse kwartet uit Portland The Gossip (Mainstage) meepikken. Het gezelschap staat bekend voor hun opwindende clubconcerten, want hun  rauwe melodieuze rock’n’roll heeft een dance injectie, waarvan “Standing in the way of control” totnutoe de meeste waardering kreeg.
De uiterst sympathieke vlezige dame Beth Ditto huppelde met haar kilo’s op het podium en gaf de songs zeggingskracht door haar heldere stem. In de opener “Listen up” hoorden we Talking Heads “Psycho Killer” en in “Jealousy girls” flirtte ze met “Crazy” van Gnarls Barkley. De groep speelde sfeervolle en rauwe rock’n’roll, maar kwam on the mainstage niet écht op dreef …

Het New Yorkse Management ‘MGMT’ (Pyramid Marquee) haalt voor hun dromerige, psychedelische dancetrips Hawkwind, Pink Floyd, Polyphonic Spree, Flaming Lips en Black Mountain aan; Indiase sounds voegen ze eraan toe.
Geestesverruimende muziek en een op elkaar afgestemde zang en zegrap, die door de fleurige kledij van de heren nog wat kracht werd bijgezet. Hun poppsychedelica klonk kleurrijk en werkte in op de dansspieren; “Electric feel”, “Time to pretend “en “Kids” waren absolute toppers.

Band Of Horses (Pyramid Marquee)uit Seattle, onder multi-instrumentalist Ben Bridwell, brak definitief door naar een breder publiek met de tweede plaat ‘Cease to begin’. Doch de klemtoon viel live vooral op het debuut ‘Everything all the time’, aangevuld met enkele nieuwe warme, intens meeslepende, dromerige americanapop, onder die melancholische bedwelmende stem van Bridwell.
My Morning Jacket, Wilco en Arcade Fire zijn de band in het geheugen gegrift, maar ook ‘80’s Triffids, Green On Red en The Long Ryders zijn te horen.
De band kreeg een duwtje in de rug door de talrijke ‘woohwoohs’, wat de  paarden écht van stal bracht om een boeiend, gevarieerd en tof concert af te leveren: rockende versies van “Is there a ghost”, “Too soon” en “For free”, en sfeervol, broeierig materiaal als “The great salt laken”, “The weed party”, “The funeral” en “Detlef schremph”. De goed in het gehoor liggende songs werden smaakvol ontvangen, wat de band uiterst tevreden stemde.

Vorig jaar brak het Britse Editors (Mainstage) definitief door met het ijzersterke ‘An end has a start’; hun optredens op een goed jaar tijd (Pukkelpop en vier zaal optredens) kregen steeds goede recensies.Editors kon het niet beter lukken, want het 1000e optreden tijdens het rockfestival was op hun naam. En opnieuw speelden ze een krachtige set ‘80’s Britwave; een sprankelend, snedig gitaarspel, een strakke opzwepende drums en een diepe bas, onder de helder zang van Tom Smith, uitgegroeid tot een groots podiumbeest: “All sparks”, “Blood”, “Bullets”, “Munich”, “Fingers in the factories” en “Smokers outside the hospital doors”. Op geen moment boetten ze in aan dynamiek en speelplezier. ”Bones”, “Racing rats”, “Escape the nest” en “An end has a start” laten een bredere sound horen en met “Weight of the world” en het nieuwe, eerder flauwe “No sound in the wind” zorgden ze voor twee rustpunten binnen hun frisse set.

De jonge Britse Kate Nash (Pyramid Marquee) werd net 21jaar en is op een goed jaar tijd een grootse artieste geworden. Een nokvolle tent om een klein uurtje lang haar feelgood flower/bubblegumpop te ondergaan. Een set van leuke, luchtige en innemende songs, onder haar praktisch onnavolgbare miauw praatzang (met een knipoog naar Ani Difranco).
Het was niet steeds even boeiend wat ze bracht, maar ze werd op handen gedragen door een uitzinnig publiek, die haar koste wat kost een hug (knuffel) wou geven. “Pumpkin soup” en “Shit song” hadden vaart door haar bedreven pianospel; een eerder smaakloze “We get on” en “Birds” counterde de dynamiek. Haar tienerfrustraties zong ze van zich af met vrolijk swingende songs als “Mouthwash”, “Mariella” en “Skeleton song”. “Model Behaviour” behield z’n punkdoorslagje. Al bij de eerste toets van “Foundations” kon het gegil en gekir niet op. Om tenslotte met “Merry happy” lieftallig te eindigen.

Vrouwenpop boven in de Pyramid Marquee want na Kate Nash was het de beurt aan de Schotse KT Tunstall, die ook al kon rekenen op heel wat belangstelling van haar onschuldige, prettig in het gehoor liggende, sfeervolle gitaarpop, die iets mee had van Melissa Etheridge. Van de lichtvoetige en hitgevoelige “Hold on”, “Black horse & the cherry tree (solo ingezet!)”, “Another place to fall”, “Saving my face” en “Suddenly I see” was ze onder de indruk van de talloze woohwoohs en handclapping.
Zelfverzekerde dame die alvast een sterkere set neerpootte dan dit voorjaar in de AB.

Een gewaagde, doch geslaagde keuze maakte de organisatie voor de topacts Sigur Ros en Radiohead op het hoofdpodium. Het deed me terugdenken toen beide bands acht jaar terug te zien waren in een speciale tent op het festivalterrein.
Het IJslandse Sigur Ros (Mainstage) is in die tussentijd een grote, respectabele band geworden en heeft na drie uitgebalanceerde, elegante schoonheidsbombast, hun meest radiovriendelijke poppy plaat uit ‘Med sud I eyrum vid spilum endalaust’. Hun indringende, melancholische, soms niet te doorgronden (grensverleggende) sound, onder de onverstaanbare zang van Jon Por Birgisson, kreeg kleur in een decor van lichtballen, confetti en een fijn uitgedoste gekostumeerde band, blazersectie en het Amiina string kwartet. Het leek wel een Adam & The Ants bal en een Flaming Lips concert samen.
Het aparte, unieke van hun sprookjesachtige doch mysterieuze en carnavaleske sound kon rekenen op heel wat belangstellenden. Het gezelschap speelde aanzwellende partijen, orkestraties en geselde gitaarsnaren met strijkstok op oudjes als “Svegn-g-englar”, “Glosoli” en “Saeglopur”. Ze klonken directer op “Inni mer syngur” of haalden een vleugje experiment en zalvende beats aan van Einstürzende Neubauten. De huidige single “Gobbledigook” toonde een fanfare aan in een speelgoeddoosje.

Een pracht van een playlist werd samengesteld door Radiohead (Mainstage) die vernuftig materiaal bracht met elektronica, bleeps, neurotische beats, gitaareffectbejag en pop. Ze dompelden het geheel onder in onverwachtse wendingen, grillige tempowisselingen, experiment en subtiele melodieën. De groep grossierde in hun indrukwekkende oeuvre van ‘OK Computer’, ‘Kid A’, ‘Amnesiac’ en het recente (gratis te downloaden trouwens) ‘In rainbows’.
Meer dan anderhalf uur lang maakten we kennis met Yorke’s /Greenwoods muzikale ideeënrijkdom, gaande van “Weird fishes/Arpeggi”, “National anthem”, “Nude”, “How to disappear …”, “Reckoner”, “Idiotheque” en het fors rockende “Bodysnatchers”. Met de poppy songs “Lucky” en “Just” tuimelden we in Radioheads roemrijke verleden.
Ze hadden er duidelijk zin in en speelden maar liefst vijf songs in de bis, wat respect afdwong. Ook al was Yorke niet veel van zeg, telkens kon er een glimlach vanaf en kregen we af en toe eens een schuchtere ‘thank you very much’ te horen. “Paranoid android” en “Everything’s in it’s right place” besloten en verve Radioheads concert .

Organisatie: Live Nation

donderdag 03 juli 2008 03:00

Little Lucid Moments

Het Noorse Motorpsycho, onder het perfect op elkaar ingespeelde duo Saether/Magnus Ryan benadert op de huidige cd ‘Little Lucid Moments’ het live gevoel van de laatste paar jaar. De plaat volgt de onvolprezen dubbelaar ‘Black Hole/Blank Canvas’ op en bevat vier tracks die een uurtje psychedelische jamrock inhoudt.
Ze zijn in verschillende hoofdstukken verdeeld, zijn lang uitgesponnen en hebben een hard-zacht aanpak. Ze brengen voldoende variaties aan in de songs. Maw het is een aangenaam luisteren naar de soli van gitaren, bas en drums.
Motorpsycho grijpt terug naar hun beginperiode, onderstreept met deze plaat hun huidige aanpak en blijkt definitief vaarwel te zeggen aan de melodieuze pop van ‘Let them eat cake’ en ‘Phanerothyme’.

Exit clubconcerten in de Nijdrop! Een feestje kon worden ingezet met Dirk Swartenbroeckx en z’n Squadra Bossa Nova, om de intense clubconcerten en de examenstress door te spoelen in een afgeladen Nijdrop. Een groovende, dansbare mix van zwoele samba/bossanova (latino/Brazil) en Balkanbeats onder trancegerichte, pulserende en ophitsende beats, aangevuld met  dubreggae, ragga, jazz, hiphop, drum’n’bass en junglefever.
Huidige Maxx favorieten van StuBru liet hij moeiteloos overgaan in enkele eigen songs als “Seaside”, “Hollywood swing king” en “Sahib Balkan”. Af en toe laste hij een korte rustpauze in met lounge en zalvende beats.
Een twee uur durende dampende DJ set, onder luid gejoel en die aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. Buscemi nodigde alvast uit voor een hete festivalzomer…

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

donderdag 26 juni 2008 03:00

Elegante schoonheid van Elbow

De muziek van Elbow is er ééntje van ontdekkend beluisteren, want per luisterbeurt overtuigt hun weemoedige sound van fraai gearrangeerd en subtiel uitgewerkt materiaal; het geheel klinkt zowel sfeervol, grillig, somber als zwierig en poppy. Op hun eigen unieke manier gaan ze om met dromerige pop, gedragen door de hese, melancholische, warme stem van Guy Garvey. Ontroerende, stijlvolle en heerlijke prachtsongs leveren ze af, die passen in het rijtje van Coldplay en Radiohead.

In een uitverkochte Botanique dompelden ze ons ruim anderhalf uur lang onder in elegante schoonheid, waarbij de band , aangevuld met twee violistes, door het van-alle-leeftijden publiek werd geapprecieerd. Een enthousiast gemotiveerde band, die het nodige spelplezier beleefde en genoot van de sterke respons. Garvey kaderde vele songs in en sloeg spontaan een praatje met de eerste rijen.
”Starlings” opende indrukwekkend met trompetgeschal en orkestratie. Het was de aanzet van een afwisselende set van ingetogen,ingenomen nummers, door de violistes kleur gegeven, als “Bones of you”, “Great expectations”en “Mirrorball”, en van intense rocksongs als “Grounds for divorce”, “Mexican standoff” en de titelsong van de vorige cd.
De klemtoon kwam op de recente cd’s ‘The seldom seen kid’, vernoemd naar een bevriend songwriter, en het drie jaar oude ‘Leaders of the free world’.
De stap naar fijngevoeligheid zetten ze met het sprookjesachtige, deels klassiek geschoolde, “The loneliness of a tower crane bridge” en “The stops”. Elfenpop, waarbij Garvey vocaal een Jim James van My Morning Jacket sterk benaderde.
Vakkundig ging Elbow met hun sfeerrijke sound naar een hoogtepunt: een uitgesponnen, rijkelijk gearrangeerde “New born” en “One day like this”, door de koorzang een meezingmoment.
Elbow groef in het verleden met “Switching off”, bepaald door toetsen en Garveys emotievolle stem, een krachtig opgebouwde “Station approach” en een ingetogen afsluiter “Scattered black & whites”.

Elbow is een te koesteren band, waarbij de uitgekiende sound en de hard-zachte aanpak intrigeerde.

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 26 juni 2008 03:00

Gentlemen Of Verona

Meer en meer garage rock’n’roll bands stellen een zangeres voorop; bij Gentlemen Of Verona  horen we Debby Termonia, die vocaal leunt aan Polly Harvey en Beth Ditto van The Gossip. Een rauw, ruw, soms smerig geluid dat rockt en pit heeft door de heldere stem van Debby. Overwegend horen we opwindende, energieke songs: “Blackguard”, “High heels”, “Ugly Tina, “Blowsy face” en “Call me on my mobile”. Op een paar songs neemt het gezelschap wat vaart terug én houden ze het op een aanstekelijk, broeierig geluid: “Better & more”, “Rock gorilla”, “Bang bang” en afsluiter “Wanna have it” hebben een spannende opbouw,  vervelen niet en zijn een aangename afwisseling binnen het stevige materiaal. “If” is de meest sfeervolle song van dit overtuigend debuut, die zweert aan het rauwe The Kills en The Yeah Yeah Yeah en het oude onvolprezen L7 en Babes In Toyland verwerkt.

Info http://www.gentlemenofverona.com

donderdag 26 juni 2008 03:00

Delusions of Grandeur

Als we het woord Mindy horen of uitspreken, wordt al onvoorwaardelijk aan de Mega Mindy explosie gedacht. Foei! En als we General ergens zien staan, dan denken we aan Admiral Freebee, wat alvast een betere link is voor deze beloftevolle Antwerpse band.
De groep onder Johan Verckist heeft een brede muzikale smaak op deze door Pascal Deweze geproducete debuutplaat. Snedige, potige, doorleefde rock’n’roll, met bluesy/countryuitstapjes (luister maar naar “Max Harris”, “Frequently obscene” en “Abusive fire”) en dromerige indiepop, waarin zelfs een vleugje Absynthe Minded en Das Pop terug horen is, zoals op “Superfuck fried big bang, “Cruise control” en “Bad rumours”.
Kortom, General Mindy is een groep die van alle markten thuis is en op die manier een erg afwisselend plaatje uit heeft gebracht, waarvan de single “Prozac Candy” als uitgangsbord fungeert. Het geheel klinkt fris, luchtig, groovy, aanstekelijk en sfeervol!

Info op http://www.generalmindy.be

vrijdag 20 juni 2008 03:00

Jeugdsentiment met Duran Duran

Duran Duran, genoemd naar een karikatuur uit de science-fiction film ‘Barbarella’ (trouwens, af en toe zijn er nummers vernoemd naar de film!), waren beginjaren ’80 het toonbeeld van de ‘new romantic’, samen met Spandau Ballet, Pet Shop Boys, Frankie Goes To Hollywood, Bow Wow Wow en Dead or Alive, gegroeid uit de ‘80’s wave/electropop, disco en punk. We herinneren ons nog levendig die mooie, kitschy kleren, de flitsende kapsels, de lightshows en de flashy videoclips van "Girls On Films (’81)", “Union of the snake”, “The reflex” en “The wild boys”. De groep van Simon Le Bon, Nick Rhodes en John Taylor hadden gedurende zeven jaar een pak hits op hun lijstje. Onopvallend waren ze in de jaren ’90, maar in 2004 maakten ze een comeback  (zoals verschillende ‘80’s bands), met de plaat ‘Astranaut”, waaruit de kleurrijke single “Sunrise” kwam; de groep van bijna vijftigers beleefde een nieuwe jeugd en bracht hen opnieuw op tournee.

Vorig jaar verscheen in samenwerking met Timbaland en Justin Timberlake 'Red carpet massacre'. Het publiek van 35 plussers genoot een volle twee uur van hun tienerbandje. Jeugdsentiment dus. In maatpak kwam het kwintet het podium op , aangevuld met een saxofonist en een backing vocaliste. In een decor van een grootstad, wisselden ze oud met nieuw werk af; de oudjes konden rekenen op een sterke respons.
Al van bij de eerste tonen van de catchy electrop van recent materiaal “The valley”, “Night murder” en de titelsong van de nieuwe cd, veerde iedereen recht van hun stoeltje in het KC en beleefde er hun avondje wel: handgeklap, heen en weer gezwaai met de armen, heupwiegen en danspasjes zetten. De vonk sloeg pas écht over toen ze de oude hits “Hungry like the wolves” en “Planet earth” speelden, die een voller en breder geluid hadden door sax en een pompend, dansbaar beatje; de refreinen werden luidkeels meegezongen. Ingetogen klonken ze op het lauwe “Falling down”. Een sexy, warm en zwoel sfeertje haalden ze aan op “Come undone” en “Skin divers”. De temperatuur steeg als ze het gekende materiaal “The reflex”, “A view to a kill” en één van hun slowklassiekers bij uitstek “Save a prayer”, met Le Bon op akoestische gitaar, speelden.
De heren wisselden van deftig maatpak en lasten een half uurtje electropopwave in. We hoorden synths en drumbeats op “Last chance”, “All she wants” en het log monotone “Warm leatherette”, een one-hit wonder van The Normal. Ze sloten hun elektrobatterij af met het Chic getinte “Tempted”. ”Notorious” behield het aanstekelijke ritme van “Tempted” en was de aanzet tot een feestelijk slot: een lang uitgesponnen “Girls on film” was voorzien van trancy beats en korte soli, waarbij Le Bon elke groepslid voorstelde; ze linkten het aan The Temptations’ “Papa was a rolling stone”. De positive vibes van “The wild boys” en “Rio”, tussenin afgewisseld met hun tweede intiemste song “Ordinary world”, besloten definitief de avond.

Kortom elke ‘80’s freak had het naar z’n zin op Duran Duran. Het was tof en aangenaam om even je jeugdige onbezonnenheid voor ogen te halen.

Organisatie: Live Nation

donderdag 12 juni 2008 03:00

Coming Of Age (2)

In 2004 was Jonathan Vandenbroeck uit Leuven finalist in Humo’s Rock Rally. Hij startte toen als een éénmansproject. Hij heeft intussentijd twee cd’s uit: ‘The bigger picture’ (’06) en de huidige cd ‘Coming Of Age’.
Hij behoudt z’n singer/songwriterschap in enkele sobere songs (“Out of my hands”, “Herald of free enterprise” en de titelsong). Hij wordt ook bijgestaan door een fantastische groep muzikanten die een voller geluid laten horen: gitarist Ruben Block van Triggerfinger, toetsenist Joris Caluwaerts van Zita Swoon en bassist Jasper Hautekiet (Rhythm Junks). Radiovriendelijk materiaal met een sfeervol, dromerige sound, verwant aan Tom Helsen, Venus In Flames en Sioen. Z’n wondermooi zalvende stem, ondersteund door deze van Nina Babet, die we kennen van bij Admiral Freebee, geven warmte en zeggingskracht.
Ze zitten goed in elkaar ,zijn innemend, intimistisch of luchtig en hebben een sterke opbouw. “The ride”, “The priest” en “Dreams & renegades” kunnen de man en z’n band een fijne toekomst bezorgen. En nog steeds scoort “You don’t know” van de vorige plaat hoge ogen.

Pagina 162 van 180