logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_21
Deadletter-2026...

Elliott

The Thrill Of…

Geschreven door

Wie voor de job van recensent kiest, ontdekt vaak veel moois maar jammer genoeg komen er soms ook releases op je afwaaien waarvan je hoopt dat je ze nooit zou gehoord hebben en jammer genoeg behoort Elliot tot deze laatste categorie.
Niet dat er kosten of moeite gespaard zijn voor dit debuut want deze cd werd zowaar in Belgrado opgenomen. En toch, ook al is Elliot niet gauw tevreden met zichzelf kun je moeilijk beweren dat hij een muzikaal genie is want je hoort zijn muzikale voorbeelden zo doorheen zijn nummers.
‘The thrill of...’ mag dan wel aangekondigd worden als een zomerse electropopalbum toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het vooral een amateuristische plaat geworden is.
Deze muzikant uit het Nederlandse Almere blijkt vooral geinspireerd te zijn door Michael Jackson en andere legendes uit de 70's en het is misschien daar waar het schoentje knelt.
Deze cd klinkt teveel als een hommagecd aan een geluid dat anno 2011 hopeloos gedateerd klinkt en als je daar nog eens een zwakke zang, kleuter-Engels en wankele composities aan toe voegt kunnen we niet meer dan besluiten dat dit een cd geworden is die op alle fronten gebuisd is. Absoluut te mijden dus.

Tripoli

Some hearts skip a beat

Geschreven door

Gelet op de actualiteit lijkt het misschien op gebrek aan goede smaak om je groep Tripoli te gaan noemen, maar deze Vlamingen zijn wel al bezig sinds 2003 toen alles daar nog vredig (nou ja) verliep. Net zoals in Libië is er op die paar jaar tijd het één en ander binnenin de groep gebeurd, zo verliet de eerste zangeres Femke De Beleyr de groep om te worden vervangen door Melissa Hanssen.
Te oordelen naar deze nieuwe EP, zou dat wel eens een ideale keuze kunnen geweest zijn, want ook al weten de jongens hoe ze een stevig indierocknummer in elkaar moeten knutselen, blijkt Melissa's stem toch het uithangsbord van deze Tripoli te zijn.
Op deze EP krijg je vijf nummers voorgeschoteld waarin het duidelijk wordt dat dit het soort mensen zijn die dwepen met de jaren '90 indiegeluiden en waarbij we groepen als Veruca Salt, Juliana Hatfield, Salad en zelfs Eden in het vizier hebben.
En met zo'n schoon gezelschap zul je ons niet gauw horen klagen. Een indiegroep die je beter uitcheckt als die bij je in de buurt komen.

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Toen Sophia Knapp in een lang en licht doorschijnend roze gewaad het podium betrad dachten we dat we het foutste van die avond wel achter de rug hadden. Maar dat was buiten haar muziek gerekend. Bedeesd begon de jongedame op de snaren te tokkelen, enkel begeleid door een voorgeprogrammeerde muziekdoos waaruit een mengeling van overstuurde en holle eighties synthesizer geluiden weerklonken die zelfs aan Vangelis refereerden.
We houden het op ‘Eighties folk, een genre dat wat ons betreft niet echt verder moet geëxploreerd worden.  Met een mengeling van compassie en lichte afschuw kon het publiek voor het eerst kennis maken met de live (?) uitvoering haar onlangs verschenen ‘Nothing To Lose’ debuutplaat. Dat de jongedame naar het einde toe toch nog wat bijval oogstte was vooral te danken aan haar niet onaardige stem, die ergens aan Nina Persson van The Cardigans deed denken.
We raden Sophia echter aan om haar muziekdoosje dringend in te ruilen voor een begeleidingsband met ballen, wil ze voor de rest van haar muzikale carrière niet als een fout curiosum geboekstaafd staan.

Een stormachtig onthaal viel dan weer te beurt aan Bill Callahan, de eigenzinnige Amerikaan die al meer dan 20 jaar aan een panoramische muzikale weg timmert, lange tijd onder het ‘Smog’ pseudoniem, maar sinds enkele jaren ook in eigen naam. Voor de gelegenheid uitgedost in een kraakwit kostuum en begeleid door twee, weliswaar uitmuntende, muzikanten (elektrische gitaar en drums) solliciteerde Bill Callahan met zijn vrolijk deprimerende songs anderhalf uur lang uitdrukkelijk naar de titel ‘beste optreden Les Nuits Botanique 2011(?)’.
Vast staat dat de aanwezigen die avond getuige waren van een nagenoeg perfect concert dat nog lang zal blijven nazinderen. Zo bleef de emotionele intensiteit op nummers als “Riding For The Feeling” en “Too Many Birds “ niet boven de hoofden van het publiek cirkelen, nee, ze vloog rechtstreeks naar de keel om ze vervolgens onverbiddelijk toe te knijpen. Een luid applaus na ieder nummer was de enige manier om weer even op adem te komen, voor heel even maar. “Baby’s Breath” van het nieuwe album ‘Apocalypse’ zinderde van de levenswijsheid op banjo en ‘The land of opportunity’, of wat er nog van overblijft, werd ongenadig op de korrel genomen tijdens “America”. Om vervolgens te bedaren met “Jim Cain”, nog zo een ingetogen meesterwerkje waarvan pakweg Stuart A. Staples van The Tindersticks wou dat hij het zelf eerder geschreven had.
Wat was er dan zo uitzonderlijk aan dit concert? Omdat Bill Callahan met zijn diepe baritonstem als onverbiddelijke scheidsrechter live demonstreerde dat eenvoudig en complex of luchtig en ernst niet noodzakelijk muzikale tegenpolen hoeven te zijn, maar in tegendeel, dat het ingrediënten zijn die gecombineerd een optreden ver boven zichzelf kunnen doen uitstijgen.  

Moge Bill Callahan zijn roes van uitmuntend songschrijverschap nog lang niet uitgewerkt zijn, en zeker niet alvorens een volgende Nuits Botanique.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Miles Kane – Villagers

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Miles Kane – Villagers

Om vinger aan de pols te houden wat het muzikaal hart van de Bota biedt, is het dus leuk meegenomen eens in elk zaaltje te vertoeven.
Op die manier ging vanavond onze tocht van de Rotonde (Colourmusic/Miles Kane)  naar de Grand Salon (Kiss the anus of a black cat) en eindigde het in de Chapiteau met het beloftevolle Villagers.

Eventjes perplex waren we van Colourmusic (Rotonde), een band uit Oklahoma, die  nogal loodzware alternatieve psychedelische prairie rock loslieten. De songs met een licht overwaaiende praatzang hadden vaart. De leden stoeiden met pedaaleffects, fuzz en noise en zorgden met de toevoeging van een dubbele percussie voor een opzwepend, hitsende sound. De repeterende, donkere basses en de logge ritmes waren de rode draad doorheen het krachtige geluid. We herkenden tunes van My Bloody Valentine en A storm of light. Treffende Gestructureerde Chaos …

De dreigende donkere ‘dark’ folk van vroeger bij het Belgische Kiss the anus of a black cat (Grand Salon) ervaarden we minder op de nieuwe songs. Het klinkt gemoedelijker, eenvoudiger, zonder z’n complexiteit te verliezen. Dramatiek en mystiek zijn gegeerde thema’s, het kwartet speelde in een repetitie opstelling en bracht sober ingehouden materiaal die door de repeterende ritmes crescendo konden gaan. Op die manier werden we meegezogen in hun bedwelmend, hypnotiserend, meeslepend semi-akoestisch materiaal, die vooral het recente ‘Hewers of wood and drawers of water’ voorop stelt.

Een glimp hoorden we nog van Lucy Lucy! (Chapiteau) , die onderdak vonden bij het 62TV Record Label. Het ensemble zweept met ‘dertien-in-een-dozijn’ Britpopmelodieën van onschuldige, strakke melodieuze rock; soms kwam de band er aardig mee weg met die broeierige pop, maar het geheel verbleekte, en wist niet ten volle te raken.

We keken uit naar Miles Kane die een nokvolle Rotonde op z’n knieën kreeg ... Inderdaad, hier was de Britpopliefhebber voor gekomen. Kane debuteerde onlangs solo met ‘The colour of the trap’, na het uiteenvallen van z’n bandje The Rascals, een fijne verzameling liedjes die de melodieuze Britrock van Oasis en The Beatles dierbaar zijn en zich door het snedig soms onheilspellend gitaarwerk onderscheiden. Ook hoorden we hier invloeden van The Last Shadow Prophets, z’n samenwerking met Arctic Monkey’s lid Alex Turner.
Er werd stevig gestart met gierende gitaren, “Better left invisible” en “Kingcrawler”, die meteen sterk onthaald werden. Dan klonk hij met z’n nieuwe band gematigder en konden zelfs de toetsen een meer prominente rol innemen naast het gitaarwerk, waaronder “My fantasy” en de luidkeels meegezongen “Rearrange”, de single van de doorbraak.
Verder hoorden we een gevarieerde set van broeierig en sfeervol werk, om tot slot stevig te eindigen met “Come closer”, “Hey bulldog” (cover) en “Inhaler”. Een donkere, ingetogen Jesus & Mary Chain van de broers Reid sijpelde door in de titelsong van z’n solo debuut.
Miles Kane plezierde de Britpopharten ongetwijfeld …

Het beloftevolle Villagers besloot in de Chapiteau, het project van de Ierse sing/songwriter Conor J. O’Brien, die eerder al een succesvolle passage kende in de Bota. Hij debuteerde vorig jaar met ‘Becoming a Jackal’, en is in één adem op te noemen met het werk van Bright Eyes en Bon Iver. Hij put trouwens  uit de traditie van de Brits/Ierse folkmuziek en de onvolprezen Elliott Smith.
Hij ondersteunde z’n intieme, hartverwarmende songs met een full band en liet ruimte om enkele songs solo lofi sober en elegant te spelen. Hij kreeg meteen de tent muisstil met het pakkende “Cecelia”, die door summier gitaargetokkel en z’n indringende stem de aandacht trok. Naar het eind van de set deed hij hetzelfde met enkele ingehouden songs, solo of sober begeleid, en ondanks de ietwat schorre stem, palmde hij z’n publiek in met adembenemende songs als “To be counted among man”, “27 strangers” en “Pact (I’ll be your fever)” die een Bon Iver gestalte kregen.
Tussenin was het genieten van de sfeervolle sing/songwriting, indiefolk/americana ‘kamer’ pop van O’Brien en de zijnen, “Ritual”, “The bell” en “Greatful song” waren al een interessante rits nieuwe songs en intrigeerden naast het debuut van “Set the tigers free”, “Home” en de titelsong. Het avontuurlijke, grillige “Ship of promises” besloot na bijna anderhalf uur de boeiende set.
In de bis hoorden we spannend semi-akoestische droompop, “Newfound land”, “Memoir” en “Sunlit stage”, die onderstrepen dat deze artiest met z’n band een beloftevolle toekomst tegemoet gaat …

Organisatie: Botanique Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Miles Kane

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Villagers - Miles Kane

Om vinger aan de pols te houden wat het muzikaal hart van de Bota biedt, is het dus leuk meegenomen eens in elk zaaltje te vertoeven.
Op die manier ging vanavond onze tocht van de Rotonde (Colourmusic/Miles Kane)  naar de Grand Salon (Kiss the anus of a black cat) en eindigde het in de Chapiteau met het beloftevolle Villagers.

Eventjes perplex waren we van Colourmusic (Rotonde), een band uit Oklahoma, die  nogal loodzware alternatieve psychedelische prairie rock loslieten. De songs met een licht overwaaiende praatzang hadden vaart. De leden stoeiden met pedaaleffects, fuzz en noise en zorgden met de toevoeging van een dubbele percussie voor een opzwepend, hitsende sound. De repeterende, donkere basses en de logge ritmes waren de rode draad doorheen het krachtige geluid. We herkenden tunes van My Bloody Valentine en A storm of light. Treffende Gestructureerde Chaos …

De dreigende donkere ‘dark’ folk van vroeger bij het Belgische Kiss the anus of a black cat (Grand Salon) ervaarden we minder op de nieuwe songs. Het klinkt gemoedelijker, eenvoudiger, zonder z’n complexiteit te verliezen. Dramatiek en mystiek zijn gegeerde thema’s, het kwartet speelde in een repetitie opstelling en bracht sober ingehouden materiaal die door de repeterende ritmes crescendo konden gaan. Op die manier werden we meegezogen in hun bedwelmend, hypnotiserend, meeslepend semi-akoestisch materiaal, die vooral het recente ‘Hewers of wood and drawers of water’ voorop stelt.

Een glimp hoorden we nog van Lucy Lucy! (Chapiteau) , die onderdak vonden bij het 62TV Record Label. Het ensemble zweept met ‘dertien-in-een-dozijn’ Britpopmelodieën van onschuldige, strakke melodieuze rock; soms kwam de band er aardig mee weg met die broeierige pop, maar het geheel verbleekte, en wist niet ten volle te raken.

We keken uit naar Miles Kane die een nokvolle Rotonde op z’n knieën kreeg ... Inderdaad, hier was de Britpopliefhebber voor gekomen. Kane debuteerde onlangs solo met ‘The colour of the trap’, na het uiteenvallen van z’n bandje The Rascals, een fijne verzameling liedjes die de melodieuze Britrock van Oasis en The Beatles dierbaar zijn en zich door het snedig soms onheilspellend gitaarwerk onderscheiden. Ook hoorden we hier invloeden van The Last Shadow Prophets, z’n samenwerking met Arctic Monkey’s lid Alex Turner.
Er werd stevig gestart met gierende gitaren, “Better left invisible” en “Kingcrawler”, die meteen sterk onthaald werden. Dan klonk hij met z’n nieuwe band gematigder en konden zelfs de toetsen een meer prominente rol innemen naast het gitaarwerk, waaronder “My fantasy” en de luidkeels meegezongen “Rearrange”, de single van de doorbraak.
Verder hoorden we een gevarieerde set van broeierig en sfeervol werk, om tot slot stevig te eindigen met “Come closer”, “Hey bulldog” (cover) en “Inhaler”. Een donkere, ingetogen Jesus & Mary Chain van de broers Reid sijpelde door in de titelsong van z’n solo debuut.
Miles Kane plezierde de Britpopharten ongetwijfeld …

Het beloftevolle Villagers besloot in de Chapiteau, het project van de Ierse sing/songwriter Conor J. O’Brien, die eerder al een succesvolle passage kende in de Bota. Hij debuteerde vorig jaar met ‘Becoming a Jackal’, en is in één adem op te noemen met het werk van Bright Eyes en Bon Iver. Hij put trouwens  uit de traditie van de Brits/Ierse folkmuziek en de onvolprezen Elliott Smith.
Hij ondersteunde z’n intieme, hartverwarmende songs met een full band en liet ruimte om enkele songs solo lofi sober en elegant te spelen. Hij kreeg meteen de tent muisstil met het pakkende “Cecelia”, die door summier gitaargetokkel en z’n indringende stem de aandacht trok. Naar het eind van de set deed hij hetzelfde met enkele ingehouden songs, solo of sober begeleid, en ondanks de ietwat schorre stem, palmde hij z’n publiek in met adembenemende songs als “To be counted among man”, “27 strangers” en “Pact (I’ll be your fever)” die een Bon Iver gestalte kregen.
Tussenin was het genieten van de sfeervolle sing/songwriting, indiefolk/americana ‘kamer’ pop van O’Brien en de zijnen, “Ritual”, “The bell” en “Greatful song” waren al een interessante rits nieuwe songs en intrigeerden naast het debuut van “Set the tigers free”, “Home” en de titelsong. Het avontuurlijke, grillige “Ship of promises” besloot na bijna anderhalf uur de boeiende set.
In de bis hoorden we spannend semi-akoestische droompop, “Newfound land”, “Memoir” en “Sunlit stage”, die onderstrepen dat deze artiest met z’n band een beloftevolle toekomst tegemoet gaat …

Organisatie: Botanique Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Kokopellifestival 20111 - 13, 14 en 15 mei 2011 in Gullegem - De grote wereld in het kleine dorp

Geschreven door

Kokopellifestival 20111 - 13, 14 en 15 mei 2011 in Gullegem - De grote wereld in het kleine dorp

Kokopelli ‘Open Minded Music festival’ kende een geslaagde vijfde editie.
Zijn kleinheid staat nog synoniem voor gezelligheid. Een Gullegemse ‘dorpsheid’ ook die gek genoeg de hele wereld open trekt. Qua muziek, maar ook naar andere kunsten toe. Een kleine rondleiding doorheen het weekend van 13, 14 en 15 mei.

Vrijdag 13 mei 2011
Terwijl de mensen van Toverspel letterlijk de vijfde editie van het Kokopellifestival nog in vuur (en vlam) aan het zetten waren, sijpelden de eerste festivalgangers bij mondjesmaat binnen. Veel jong en ook wat alternatief volk, maar allerminst een overrompeling. 

Kokopelli – met als logo en naam een symbool van een vruchtbaarheidsgodheid – programmeerde op  die eerste avond vijf namen, waarvan drie dj-sets. De eerste ‘act’ was een thuismatch voor Chaka Chaka Sound uit Gullegem (bij Kortrijk) zelve. Reggaevibes als opwarmer dus van een kleurrijk weekend waar niet alleen muziek geboden wordt.  Kokopelli staat – zoals ze het zelf omschrijven - voor een uitgebreid muzikaal aanbod, diverse workshops, gerechten uit de wereldkeuken, stand-up comedy, straattheater en kinderanimatie. Met een ‘hart van hout’, want het festival zorgt ook voor een hectare nieuwe bomen in Bolivia.

De drie uur durende set van reggaende mannen van Chaka Chaka Sound  - C-Zion, 2Massive, I-Rey, Botcha en Dunda B – liet de thuisfans genieten. Het voorlopige hoogtepunt in hun carrière was de dubbele set op Reggae Geel 2009 en het volgende wordt de clash tegen Silverbullet eind dit jaar.

Los Callejeros was de eerste band die de (nog maar) half volgelopen schuur  mocht entertainen en het zootje ongeregeld ontpopte zich meteen tot de beste gig van de avond. Een bonte bende Vlaamse wereldmuzikanten, aangevuld met een Mexicaan, stak het vuur écht aan de lont en er werd al stevig gedanst en gezongen op een hete mengeling van reggae, ska en latino-vibes. In 2009 lanceerden ze hun debuutalbum ‘El Camino es el Destino’ en een jaar later doopten ze hun tweede ‘Presente!’ waarmee ze nog meer de klanken van over de hele wereld omarmden.

Ook de (weinige) rustigere partijen  vielen in Gullegem erg in de smaak en deden zelfs even denken aan Afro Celt Sound System. De bandleden illustreerden ook perfect wat muzikale ‘multitasking’ inhoudt. Dat er in het geweld een snaar sneuvelde, betekende allerminst een hapering in het feestje. Ook visueel was het een aardige aanblik van enthousiaste muziekmakers die zelfs met koeienkaakbeenderen en lepels de sfeer erin  hielden. Vlaams, Spaans en Frans: de aardbol op een podium dus, een ode aan de tweede naam van Kokopelli.

Daarna was het de beurt aan Government 4000, een project van DJ Vladimir Popovic uit Servië die vooral het jonge volkje in beweging hield met ‘hardere wereldmuziek ofte folktechno’. De oudere bezoeker trok liever even langs de wereldkeuken of trakteerde zichzelf op een heerlijke Sint-Bernardus van Watou in – jawel – een glas !

Bitty McLean was met zijn Homegrown Band de tweede en laatste band van de avond en er werd vol verwachting naar uitgekeken. De intussen volle Pajtaba-schuur keek toe en werd verrast door een honingzoete reggae waar – los van de technische probleempjes - iets aan mankeerde. Waren het de lyrics die niet bij de muziek pasten? Of de afgeborstelde looks van Bitty die niet strookten met het imago van de rasta-reggae? In elk geval, hij ging (ons) gauw vervelen, ondanks zijn schitterende stem en de hit “It keeps raining (tears from my eyes)”. Muzikaal ok, maar er klopte iets niet. We omschrijven het maar ‘het ontbreken van een ziel’.

S
ugar Charlie – jarenlang de vaste huis-dj van Open Tropen en achtmaal op Reggae Geel - mocht de eerste avond afsluiten met een zwoele mix van salsa, balkan, reggae en funk.

Zaterdag 14 mei 2011
Zaterdag is traditioneel dé dag op Kokopelli met naast muziek ook The Tingling Square waar naast workshops ook een volledig alternatief programma in de tent op poten gezet werd. En opnieuw was er ook een kinderanimatieoptocht die van uit de rondliggende straten het festivalterrein op danste, dit keer begeleid door sambapercussieband Coco Ralado.

Waza Roots was de eerste echte groep van de dag en die kwam op de affiche als winnaar van de vi.be contest. Reggae is de basis waarop de Gents- Ghanese broers Acharle T en Jimmy Ghetto hun muziek ontplooien en dat sloeg zaterdag ook meteen aan. Lekker vettig en multicultureel.


Het festivalpubliek dikte snel aan en haalde de dag de kaap van de duizend (kinderen niet meegerekend), na zo’n 700 op vrijdag en 800 een dag later. ‘Veel willen we niet meer groeien, want uiteindelijk willen we vooral op deze stek blijven’, aldus Jelle Stragier.

Na het lachuurtje met Guga (Baùl), die David Galle in extremis kwam vervangen, was het de beurt aan S.W.A.N. Musica, omschreven als een Belgisch-Congolese sensatie uit de Brusselse Matonguéwijk en een nieuw project van David Bovée van Think of One, de kleurrijke en openwereldse groep uit Antwerpen. De sfeer zat er meteen in en er werd – zoals haast het hele weekend – duchtig gedanst.

Ochestre International Du Vetex speelde een thuismatch in Gullegem. De ‘Kortrijkse’ multicultiband telt immers met Dries Degrande, Annelies ‘Bolle’ Remaut en Jan Cuvelier drie Gullegemnaars in zijn rangen. De eerste twee zetelen bovendien ook in de  Kokopelli-organisatie. De Vetex feestte de pajtabaschuur (zoals gewoonlijk) plat. Ooit begonnen als een fanfare van buurtmuzikanten, maar intussen uitgegroeid tot een muzikaal ensemble dat telkens  een massa op de bühne brengt. Van de buurtfeesten en festivals in Zuid-West-Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk  trok de groep intussen steeds verder het buitenland in en ze smeerden de Balkanmosterd dik over hun zwierige muziek. Altijd een aanrader voor een feestje.

Even uitblazen bij Radio Desperado en de Kalima Bellydancers lukte ook al niet echt want ook daar hing een rode draad van Balkanbeats, gekoppeld aan een aantal Oosterse en Latijnse klanken. Lekker dus.

Maar de topper moest Roy Paci  & Aretuska worden, al voelde de Siciliaan zich niet zo frisjes wegens maagklachten. Maar daar was op het podium niets van te merken. Hij blies de pajtaba haast omver en nodigde halverwege Thomas Morzevski van de Vetex uit voor een guest performance. De door ska gedragen muziek combineerde Paci naadloos met hiphop en reggae. Een topper die top was !

Zondag 15 mei 2011
Net als de voorbije twee dagen kreeg Kokopelli geen druppel regen op het hoofd en het middenplein zat en lag ook op zondag aardig vol. Zeker tijdens de demonstratie van de twee ‘Russische’ acrobaten.

Daarvoor had Soulrock Avenue de schuur al geopend. Amper een dertig kijk- en luisterlustigen toen ze eraan begonnen om 14u30, maar de  funky sounds lokten gestaag volk naar binnen. De zeskoppige West-Vlaamse formatie (met één Gentenaar) is pas een jaar bezig, maar nu is al duidelijk dat hen een mooie toekomst te wachten staat. Allemaal eigen seventies-nummers à la Michael Jackson en James Brown – aan wie ze ook een ode brachten – in een funk-soul-rap-sausje.  Zanger Jeffrey Bearelle dacht even dat het al avond was, maar voor zijn sublieme stem maakte dat alvast geen verschil.


Henk Ryckaert – met gitaar – kreeg erna een uurlang de tent vol en aan het lachen waarna de traditioneel geklede woestijnmannen en –vrouwen (zang en dwarsfluit) van Kel Assouf een leuke mengeling brachten van Maliblues met reggae en latin.

Che Suddaka was de fesivalsluiter van dienst. Op grootse maar vooral wilde wijze met de ska-punk-mestizo, een heel goeie kopie van Manu Chao met een al even zotte livereputatie en verwijzingen naar de problematiek van de mensen zonder papieren (leuk gebracht op een eigenwijze versie van Stings “I am an alien”). De Spanjaarden zetten een groot uitroepteken achter een alweer geslaagd Kokopelli.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Kokopellifestival, Gullegem

Raphael

Raphael – verrassend & eigenzinnig!

Geschreven door

Voor wie zondagmiddag langs de Anspachlaan paradeerde zal getuigen van het vrouwelijk schoon dat post had gevat voor de deuren van de AB. Die avond stond Raphael immers op de planken, een 35-jarige Parijse muzikant met uitzonderlijke Argentijnse – Russische – Marokkaanse looks  en een acterende vriendin, een gewillig slachtoffer dus van de Franse boulevardpers. Voor wie enkel kwam om te windowshoppen op licht verteerbare popmuziek kwam echter bedrogen uit: zelden een Franse solo-artiest gezien die zo verrassend en eigenzinnig uit de hoek komt!

Raphael zet meteen de toon met zwarte zonnebril op “Terminal 2B” uit zijn laatste album ‘Pacific 231’, een broeierig nummer rijk gearrangeerd met piano en strijkers. “A la prochaine station” gaat dan weer de echte rock-‘n-roll tour op met harde gitaren  en een opzwepend melodie. Tussendoor klapt Raphael met de handen en danst hij bezwerend. “Chanson pour Patrick Dewaere” (een mythisch Franstalig acteur) begint dan weer goed maar wordt dan een beetje ontsierd door de tussenkomst van een whitesnake-achtige gitarist die zijn solo op de knieën ten berde brengt. Deze gitarist, is trouwens voortdurend prominent aanwezig, maar geeft – vooral dan tijdens de ballads – iets te veel van zichzelf en zijn gitaareffecten.
Raphael zelf is ook een begenadigd muzikant, hij speelt zonder moeite akoestische gitaar op “Caravane”, mondharmonica op “Ne partons pas fâchés” en piano op “C’est bon aujourd’hui”. “Ce doit être l’amour” wordt live echte noise, met wisselende traag-snelle intervallen. “Odysée de l’espace” wentelt in een 60-sfeertje door het gebruik van een stemvervormer.
Raphael maakt ook geregeld gebruik van de theremin, een toestel dat bespeeld wordt door de handen tussen twee antennes te bewegen en een space-achtig effect in de muziek brengt.
Eindigen doet Raphael met een cover van David Bowie’s “Modern Love” en zijn grootste succes tot nog toe, “Sur la Route”, oorspronkelijk in duo met een andere Franse zanger, Jean-Louis Aubert.

De soms wat eentonige ballads niet meegerekend, was dit een erg boeiend en onderhoudend concert. Raphael is nog in België te zien op de Francofolies van Spa op 23 juli.

Setlist
Terminal 2B, Bar de l’hôtel, Prochaine station,
Ne partons pas fâchés, Je sais que la terre est plate, Je hais les dimanches, Chanson pour Patrick Dewaere, Caravane, Ce doit être l’amour, Odyssée de l’espèce, Quand c’est toi qui conduit, Versailles, C’est bon aujourd’hui, l’Espace Shengen, Dharma blues, O compagnons, La petite misère, Locomotive ?, Et dans 150 ans ?, Modern Love (David Bowie), Sur la route (uitgebracht in duo met J. L. Aubert), Osez Josephine (Alain Bashung)

Organisatie: Live Nation

Luka Bloom

Luka Bloom - A man with no plan. Great plan !

Geschreven door

Geen seconde heb je – ook achteraf niet - het gevoel dat wat Luka Bloom op zijn huiskamerpodium (met theekop, lampekap en bloempot) vertelt, wel eens zou kunnen gelogen zijn. Dat Belgen de beste zangers zijn. Dat hij van Gent houdt. Dat hij het een fantastische avond vindt. Wel, ook wij liegen niet: het slotconcert van Mister Bloom in zijn ‘Belgian home town’ Gent was (alweer) van een pure en magistrale makelij.

Na stops in onder andere Dendermonde, Leffinge, Lier en Bonheiden en Beveren sloeg Luka Bloom (ofte Bary Moore, broer van Christy die op 5 oktober in de Antwepse Roma  speelt) het laatste akkoord van zijn tournee door België aan in de Gentse Handelsbeurs. Die Belgische zalen liet hij door de Nederlandse Eefje De Ridder opwarmen.  De schijnbaar  bedeesde zangeres-gitariste  – twee jaar terug winnaar van de Grote Prijs Van Nederland in de categorie singer-songwriter – onderhield met haar mannelijke sidekick op keyboards en met bugel een heel aandachtig en rijp publiek.
Net genoeg om te laten smaken, meer hoefde ook niet. Haar tweede album ‘Kloek’ ligt in Nederland al in de winkels, België volgt pas in september. “We hadden de tijd van ons leven met Luka Bloom”, gaf ze nog mee.

Dat is bijna een open deur intrappen, want Luka Bloom gééft je gewoon een leven. Eentje van soms wat dromerige liefdessongs, maar live meestal gelardeerd met een leuke staaf humor. Over liefde, het leven. Het alledaagse, maar ook het mooie leven. Het is bovendien algemeen geweten dat Bloom live nog zoveel echter en levendiger is dan op plaat. Wat eens te meer bewezen werd.

“Goeie avond. Gezellig hé. Lekker warm”. Een woordje in de taal de inboorlingen die naar je kijken en luisteren doet altijd wonderen voor een artiest.  Zeker als het dan nog eens haast perfect uitgesproken wordt. En dat is niet echt verwonderlijk voor Bloom, want naast een talenknobbel heeft de Ier ook een zwak voor Vlaanderen. “Ik speelde in 1989 hier in de zaal met de trappen, de Vooruit mijn eerste Belgische concert”, vertelt hij. “Toen wist ik al dat ik hier nog vaker moest en zou terugkeren”.
En hij koos de Arteveldestad nu als  uitvalsbasis voor zijn Belgische rondrit. “Ik hou van deze stad en van zijn fietsen”, waar hij halverwege de gig “Acoustisc Motorbike” aan opdroeg. Hij had er duidelijk zin in. “Dit is het laatste optreden van mijn tour die eind januari begon en hierna ga ik terug naar huis. Dit is mijn plan voor vanavond: ik heb geen plan. Geen vooraf wiskundig doordachte setlist. Ik speel gewoon wat in mij opkomt en wat me op dat moment ook het best geschikt lijkt”.
Hij liet het concert ook opnemen en amuseerde zich zelf meesterlijk. Enkel tijdens zijn tweede song  - o ironie net tijdens “I’m not at war with anyone” – maakte hij zich serieus boos op de man die net als tijdens Eefje De Ridder – nogal luidruchtig en onhebbelijk storend de bierglazen verzamelde. “Would someone tell the guy with the glasses to leave and not come back till after the show”. Applaus ! En terecht !
Wie de naam Luka Bloom uitspreekt, impliceert daarmee  automatisch: begeesterend, Iers, live,singer-songwriter en bovenmaats gitarist. Een man-to-man-experience als het ware zoals hij als een troubadour vooraan staat en je het gevoel geeft dat hij in je eigenste huiskamer voor jou – rauw en/of vertederend - aan het spelen is. Die idee wordt telkens doorbroken wanneer je – om de zoveel songs – voor, naast, achter en in jezelf hoort meezingen. Zacht, niet uitgespuwd, als een neveldamp die de moderne bard helpt dragen.  Heel intens bijvoorbeeld op “Sunny Sailor Boy”.
En hoewel ‘Dreams In America’, zijn jongste, nog niet lang in de rekken lag, diepte hij inderdaad uit zijn rijk gevulde carrière, intussen al twintig jaar na zijn doorbreekplaat ‘Riverside’. Van ‘Dreams in America’ maakte hij trouwens een soort jubileum met zijn eigenste favorieten, aangedikt met wat nieuwe nummers.

Na maar liefst 21 intense nummers stapte hij af en keerde wat later terug met een droge “I just remember some songs I forgot to sing”. Bij “Fertile Rock” stapte hij weer even weg. De hele zaal nam opnieuw van hem over en na enkele minuten zacht gezang kwam hij terug en breide het nummer gewoon verder tot een warm deken. “It feels like singing amongst friends”. “Wel, See you soon (again), My Friend”!

Setlist: 1. Don’t be afraid of the light that shines within you, 2. I’m not at war with anyone, 3. Here and now, 4. Tribe, 5. Innocence, 6. See you soon, 7. To make you feel my love (cover van Bob Dylan), 8. City of Chicago, 9. No matter where you go, there you are, 10. Primavera, 11. I’m a bogman, 12. As I waved goodbye, 13. The First time I ever saw your face, 14. You, 15. The acoustic motorbike, 16. Exploring the blue, 17.Gone to Pablo, 18.  Ciara, 19. Love is a monsoon, 20. Sunny Sailor Boy, 21. I’m on your side, 22. Perfect Groove, 23. You couldn’t have come at a better Time, 24. Holy Ground, 25. The Fertile Rock, 26. I need Love, 27. Be well my Love

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Pere Ubu

Pere Ubu -perform The Annotated Modern Dance - Miskend meesterwerk klinkt na 33 jaar beter dan ooit

Geschreven door

Pere Ubu is een vrij legendarische groep uit Cleveland, Ohio die haar naam vond in het absurdistische toneelstuk 'Ubu Roy' van de Franse Schrijver Alfred Jarry. Dit wisselende gezelschap rond David Thomas heeft een indrukwekkende reeks platen gemaakt die, enkele miskleunen niet te na gesproken, mag gehoord worden.
Tegenwoordig zit Pere Ubu creatief wat op een dood spoor. "Dan maar de baan op met werk uit betere tijden", moet Thomas gedacht hebben. Nooit wisten we vooraf zo goed wat we konden verwachten.
‘The annotated Modern Dance’: alle tracks van die plaat, voorzien van commentaar, in exact dezelfde volgorde en toch was dit zoveel meer dan een geschiedenisles of een nostalgische trip. 'The Modern dance', die uitkwam in volle punkperiode, is een taaie plaat waarop garagerock en avant-garde elkaar de hand reiken en die een gelijkaardige sfeer uitademt als 'Trout mask replica' van Captain Beefheart, een ander weerbarstig meesterwerk dat 10 jaar eerder het levenslicht zag.
Na het concert kan ik niet anders dan concluderen dat deze muziek na 33 jaar nog steeds blijft intrigeren en op geen enkel moment gedateerd overkomt.

Het was toch even schrikken toen David Thomas, ooit de Oliver Hardy van de rock genoemd, op het podium verscheen. Hij was op zijn minst twintig, misschien wel dertig kilogram vermagerd. En met dat overtollige gewicht was blijkbaar ook zijn norse humeur verdwenen. Ooit omschreef ik hem na een optreden als een arrogant varken, dit keer was hij de minzaamheid zelve. Echt een onvoorstelbare metamorfose. Eerst werden er een vijftal nummers, die nog dateerden van voor 'The Modern Dance', gespeeld, waarvan opener “30 seconds over Tokyo” nog steeds een moker van een song bleek en meteen de toon zette voor wat nog volgde.
Vanaf “Nonalignment pact” hoorden we dan de hele plaat. Dat klinkt misschien wat vervelend maar door de nooit ophoudende zinderende intensiteit op het podium, maakte enige voorspelbaarheid geen kans. David Thomas had zich omringd door vier uitstekende muzikanten, een originele bezetting moet je bij Pere Ubu niet zoeken want het was er altijd een komen en gaan van groepsleden. Opvallendst waren Robert Wheeler op minimale elektronica en theremin en de goed meezingende drummer Steve Mehlman, wat trouwens niets afdoet van de verdiensten van bassiste Michele Temple en gitarist Keith Moliné.
Maar absolute spil blijft uiteraard David Thomas zelf wiens specifieke, hoge stem nog steeds onaangetast bleek. Fysiek had hij het wat lastig en hij moest regelmatig even gaan zitten, wat hem niet belette om bijzonder spitse en humoristische commentaren bij zijn songs te leveren. Wat een tegenstelling met vroeger toen hij regelmatig alles en iedereen de huid vol schold. Kwam dat misschien door zijn zakflacon waar hij geregeld een slokje van nam tussen de pintjes door?
Toen we al bijna uitgeteld tegen de vlakte lagen, volgde nog een bisronde met 4 prijsnummers uit hun tweede lp ‘Dub Housing’.

Bijzonder straf concert van een fenomenaal artiest en voor mijn part mag David Thomas gerust nog een andere plaat uit zijn indrukwekkende oeuvre integraal komen uitvoeren. ‘Variations on a theme’ bijvoorbeeld dat hij opnam met The Pedestrians en Richard Thompson.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Les Nuits Botanique 2011 - Laurent Garnier Live Booth Sessions - Garnier predikt het evangelie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Laurent Garnier Live Booth Sessions - Garnier predikt het evangelie

Volgens sommigen is Laurent Garnier ‘God’. Ze hebben waarschijnlijk gelijk. Zijne Heiligheid was voor de derde keer in een paar maand tijd naar België afgezakt met nog maar eens zijn ‘Live Booth Session’-concept en deze keer mocht ik uiteraard niet ontbreken.
Het concept was me op voorhand niet helemaal duidelijk maar dat zou wel snel gebeuren ... Het algemene idee van zo’n live is dat je wat aanklooit met effecten en dingen die door je plaat heen gemixt worden. In de praktijk is het verschil met een traditionelere DJ-set niet even eenvoudig, maar goed dat was toch het idee.

Losse zomersfeer op de terrassen buiten de Botanique, waar je allerlei multiculti hapjes kon nuttigen en pintjes, in vorstelijke hoeveelheden, terwijl uit de Chapiteau-tent al de eerste beats nogal hol doorklonken. Voor subtielere geluidskwaliteit moest je toch wel binnen zijn. Geslaagde - door elegante wolken omcirkeld - zonsondergang ook. Barbecuesfeertje kortom, en een publiek dat niet echt nog veel te maken had met de ‘days of yore’ toen techno een subcultuur was en in voldoende mate gevaarlijk leek. Maar dat kon in een duistere tent allemaal achterwege blijven, zoals Alice het ooit ook allemaal anders zag, wat dan ook gebeurde.
Garnier is ondertussen na ruim twintig jaar een van de peetvaders van de techno en ik had ergens een beetje een geschiedenisles verwacht met een bredere selectie qua genres en behoorlijk wat classics, maar daar had Garnier duidelijk geen zin in.
Een Brussels publiek is, afgaande op zijn interventies als MC, altijd wel in voor rechtdoor gemixte straight-up techno en dat kregen we dan ook. Gelukkig heeft hij zijn ondertussen gehavende oor voor kwaliteit nog lang niet verloren en de selectie was dan ook uitstekend en ging na een anderhalf uurtje richting propulsieve trance-inducerende beats. Zweven om zo te zeggen. Bepaalde momenten van wat je niet anders dan ‘total mayhem’ kan noemen. Door de mangel gehaalde Garnier-kippenvelmomenten als “Crispy Bacon” of “Man with the Red Face”.
Een publiek dat er zonder meer voor ging in een festivaltent die slechts door duisternis iets kon toevoegen aan wat er al in je hoof omging. Techno was voor een huidige generatie van dertigers religie, doet bijzondere dingen met een ontvankelijk zenuwstelsel dat nog veel andere kanten, in enkel maar de verbeelding, uitgaat, en die voldoende bloedspiegels aan psychofarmaca of een natuurlijke aanleg kunnen faciliteren. Het gaat over het bereiken van die andere kant, de mystieke ervaring zoals U wellicht weet, en daar zijn we een aantal keer dicht bij geweest; maar dat zal wel altijd het privilege van de aanwezigen blijven.

Ik heb al gehoord over Garnier-sets waar hij toch gedurfder en breder draaide, maar gezien de kwaliteit van wat hij vanavond bracht, hoor je mij absoluut niet klagen. Sinds een aantal, misschien later als ‘de Berliner Zeit’ te catalogeren jaren, is techno weer helemaal terug en het is verfrissend dat een veertiger daar nog zonder meer in meegaat. Geen transcendente momenten maar meer dan genoeg om met een brede grijns een wat frisse mei-nacht in te duiken.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)


Pagina 769 van 966