logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Suede 12-03-26

Mauro Pawlowski

The Germans en Mauro blazen met geweld de laatste adem van zaal Racing uit

Geschreven door

Na twintig jaar memorabele fuiven (Xmas parties met Fucking DeWaeles en de ‘Mambo Kurt’) en optredens  (Admiral Freebee,  Millionaire, Thou, Flip Kowlier) geeft vzw De Wanhoop er de brui aan. Dat kon stilletjes, maar de oudgedienden van de Racing verkozen om met een luide knal de pijp aan Maarten te geven, en dat met een dubbele bill met The Germans en Mauro en zijn Grooms. De tickets waren voor dit afscheid in de vorm van doodsprentjes, en ook vóór de optredens kregen we een lijkrede die De Wanhoop ten grave droeg.

The Germans, afkomstig uit Dikkelvenne-City, zowat kinderen aan huis, zouden vanavond geen compromissen sluiten: het moest luid en dissonant. Denk aan The Hickey Underworld, maar dan zonder de poppy-elementen, of Creature with the Atom Brain. De zang viel bij momenten wat dunnetjes uit, maar als The Germans hun donkere groove te pakken hadden, had het zeker iets, vooral dan in de lang uitgesponnen nummers. Studio Brussel kunnen deze mannen vergeten, maar daar zal ze het ook niet om te doen zijn. Op een volwaardige opvolger voor hun debuut ‘Elf Shot Lame Witch’ is het wellicht nog even wachten, maar op basis van het optreden in de Racing vanavond, lijkt het of dit viertal voor hun sound in dezelfde richting wil doorgaan.We waren bedankt voor te komen, dixit de zanger, en Mauro vond dit ook, want hij jamde gezellig mee in het laatste nummer.

Mauro had zijn vriendenkring samengeroepen (Pascal Deweze,  om nog eens zijn Grooms-project van stal te halen, en zo voelde het optreden vanavond ook aan, een gemoedelijke repetitie, waar deze vroege veertigers het spelplezier vooropstelden, zonder zich veel om de opbouw van de set te bekommeren: zo kregen we de donkere, industriele nummers van ‘Black Europa’ kris kras gemixt met nieuwer werk dat een meer traditionele rocksound voorstelde. Mauro wisselde bindteksten die nergens heen gingen af met een demonische podiumact tijdens “Corruption” of “Doing something right”. Op het einde van de set stoeide hij nog even met de band door de riff van “The Architect” in te zetten, en kregen we ook nog een van de toegangelijkere Evil Superstar nummers “B.A.B.Y.”.
Consistent was dit optreden niet, maar interessant was het wel. Het volgende project voor Pawlowski wordt de nieuwe dEUS-plaat en de bijbehorende tournee, afspraak in de Botanique daarvoor.

Of dit het laatste is wat we van de Racing als concertzaal gezien hebben, weten we niet, als een nieuwe generatie enthousiastelingen Gavere en omstreken onveilig wil maken met fuiven en concerten, dan zien ze ons daar zeker terug.
Tot dan zullen we ons Tonneke of Valeir in een van de cafeetjes rond of op de markt moeten nemen …

Organisatie: VZW de Wanhoop, Gavere

Intergalactic Lovers

Intergalactic Lovers – warme, meeslepende, emotievolle trip

Geschreven door

In het najaar van '09 kwam uit het niets Intergalactic Lovers neergedaald. Het Aalsterse combo maakte snel naam met winst op belangrijke wedstrijden: 'De Beloften' en 'Oost-Vlaams Rockconcours' en pakte tussendoor ook nog de oppergaai op de 'Popallure Rockrally' mee.
Ze werden begin '10 niet geselecteerd voor Humo's Rockrally maar een paar maanden later werd single “Fade away” wel opgenomen in de playlists van StuBru en Radio 1.Met de voorprogramma's van Buffalo Tom en The Scabs werden ze al snel tot één van de revelaties uit de vaderlandse scène gebombardeerd. Naast een pak optredens werd ook de studio opgezocht om hun debuut ’Greeting & Solutions’ op te nemen, dat op 25 maart jl verscheen.

Na een uitverkochte Handelsbeurs en AB de laatste weken was de opkomst goed maar niet overweldigend in de Magdalenazaal te Brugge. Onder aanvoering van zangeres Lara Chedraoui werd het gehele debuutalbum voorgesteld en bleek de playlist doordacht opgesteld.
In het eerste deel van de set zaten de minder bekend tracks zoals “Shewolf”, “Like a fool” en “Howl”, die de perfecte opwarmers bleken voor een warme, meeslepende en emotievolle trip.
Dat 'het geluid' van Lara de band 'draagt' is al langer een publiek geheim en ook hier kon ze ons weer raken met haar zoete, dromerige naturelle stem en bijwijlen krachtige vocale uithalen in o.m. “Drive”. De andere groepsleden bleken een goed geolied collectief die door hun strakke spel haar kwaliteiten volledig tot hun recht lieten komen. Ook de podiumprésence is door de talrijke livesets gegroeid en laat een nu veel mee relaxte, volwassenere band zien. Eindpunt van het eerste deel werd “Delay” de single die het na Hotshot tot 3 weken aan de kop van de Afrekening schopte en waarbij het publiek als backings fungeerde.
In de bisronde zaten juweeltjes “Soul for hire” en “Fade away” die het visitekaartje zijn van hun avontuurlijke rocksound en waarmee ze bewezen dat we nog heel veel van deze mensen zullen horen!

Als support fungeerde Puggy, de 'Brusselse' band die onlangs 3x de AB uitverkocht! Drommen tieners hadden postgevat vooraan nog vóór het trio z'n eerste noot speelde.
Puggy valt bezwaarlijk Belgisch te noemen – want opgetrokken uit een Brit, Fransoos en een Zweed – maar de populariteit van deze kerels is in Wallonië en Frankrijk enorm en ook hier werd op de eerste rijen hoofdzakelijk Frans gesproken.
Met de nadruk op het recente album 'Something You Might Like' openden ze complexloos en bleek de sound een mix van poppy, melodieuze Britpop met invloeden van o.a. Muse, Eels en Arcade Fire.
Ook intiemer werk waar de piano centraal stond werd niet geschuwd en gedragen door de ruime schare fans bleek deze band al het goede dat reeds over hen verscheen waar te maken.
Het ultieme hoogtepunt was “Teaser”, een vrolijk poppy uptemponummer dat uitmondde in een slagwerkfestijn van de heren. De nodige diversiteit was een verfrissende factor in deze sterke performance van Puggy die binnenkort ook Mainsquare Fest. een plaatsje kregen.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Two Cow Garage

Two Cow Garage – noeste werkmansrock

Geschreven door

Het bijzonder divers programma werd afgetrapt door het Gentse Naked With You met lokale held Jess Niville aan de drums. Dit kwartet maakt het zichzelf niet gemakkelijk: met een verleden in de garagerock die ze niet willen afzweren zoeken ze toch aansluiting bij de nieuwe lichting indiepoppers. Soms werkte die combinatie van wat hardere gitaren met de poppy zang van Pauline Verminnen (dochter van...) wel degelijk. Een paar keer was het te duidelijk waar men de mosterd vandaan haalde, met name bij Gossip. Maar men kan natuurlijk veel slechtere voorbeelden kiezen. Andere nummers gingen dan weer stuurloos de mist in en had ik liever een halfdronken punker gehoord bij de gruizige gitaren van Pascal Poissonier en Pieter Verbiest dan, de als een volleerde R&B zangeres de toonladders op -en aflopende Verminnen. Het is en blijft een goeie zangeres (over dat broekpak zullen we maar niet uitwijden) maar misschien zou ze eens naar Lisa Kekoula (The Bellrays), die perfect haar soul met harde gitaren weet te combineren, moeten luisteren.

De 4AD wordt blijkbaar een populaire plek om een try-out te doen. Dit keer was het muzikale duizendpoot Mauro die Diksmuide op de kaart vond om de nummers van de komende plaat ‘Classics’ eens bij een levend publiek te testen. Mauro wordt alom gewaardeerd, zelfs net iets teveel door de aanwezige vrouwelijke fans die zowaar, toen hij gewoon eens kuchte, hun bewonderende kreetjes niet konden onderdrukken. Na tal van muzikale experimenten wou hij zich dit keer profileren als een singer-songwriter. Zichzelf bijzonder spaarzaam begeleidend op gitaar bracht hij tekstueel niet onaardige liedjes maar van een man als hij verwacht je toch net ietsje meer.
Het is natuurlijk zijn volste recht om te kiezen voor de naakte songs, toch had ik hem graag wat meer op zijn gitaar bezig gehoord. Nu zat zelfs een aanzet tot een solo er niet in. En toen hij Hall & Oates als zijn voornaamste inspiratiebron naar voren schoof kon ik een lichte walging niet onderdrukken. De aalgladde muziek van dit duo acht ik mee verantwoordelijk voor zowat alles wat misliep in de populaire muziek. Toch was lang niet alles slecht en mocht er al eens gelachen worden, zoals met de Benny Zen (Peter Houben)- cover "...and I can scratch my balls".

Na de te cleane vertoning van Mauro stormden drie ongewassen, ongeschoren en vol getatoeëerde kerels het podium op. Na een 12 uur durende autorit en pas om 20u gearriveerd bleek het enthousiasme van dit drietal uit Columbus, Ohio geenszins getemperd.
Ooit waren de mannen van Two Cow Garage beste maatjes met Brent Best, die hun platen producete maar ook en vooral zanger was van Slobberbone, een groep die ooit de americana een nieuw gezicht wou geven via een punkinjectie en zo toch minstens twee steengoede platen op de wereld losliet (check vooral ‘Crow pot pie’ uit '96). Intussen is Slobberbone reeds lang een roemloze dood gestorven en heeft Two Cow Garage het rechte pad van de cowpunk verlaten en net als The Gaslight Anthem en co. gekozen voor noeste werkmansrock met Bruce Springsteen als lichtend voorbeeld.
Een te betreuren koerswijziging maar live viel het gelukkig nog mee en klonk de sound niet zo overspannen en dicht geplamuurd als op hun laatste plaat ‘Sweet saint me’. Zijn schorre stem compleet aan flarden schreeuwend, ploegde gitarist Micah Schnabel zich door een set waar de eerlijkheid en het spelplezier van af dropen. Regelmatig botste Schnabel, het gezicht verborgen onder een veel te grote bril, en zijn maatje Shane Sweeney (bas) tegen elkaar op als een stel dartele honden. Veel vernieuwing of subtiliteit moest je hier niet zoeken, toch werkte dit soort ongecompliceerde ruige rock erg aanstekelijk en hadden ze ons nog liggen tijdens het bisnummer door niet Bruce Springsteen te coveren maar een vlammende versie van Neil Young's "Ohio" uit de mouw te schudden.

Organisatie: 4AD Diksmuide

Arsenal

Een fris en enthousiast zomers opzwepende cocktail van Arsenal

Geschreven door

Moet Arsenal nog worden voorgesteld? De band van de tandem Hendrik Willemyns – John Roan zijn terug, en herdefiniëren hun warme, zomers, sfeervolle, aanstekelijke multi - culturele sound geluid en brêve, iets scherper, venijniger, dwingender en onheilspellender. Live zijn ze het zonnetje in huis en staan in voor lekkere koele en zwoele cocktails, caipirinha, enz … ‘Summertime music’ dus van een opwindende band, die ons anderhalf uur deed afdwalen van de realiteit. Vijf uitverkochte concerten, wie doet het hen na …

Moeiteloos graait de band in de bak van exotische, dromerige, dansbare pop, een mengelmoes van zwoele, opzwepende beats, Braziliaanse klanken en variërende zangpartijen, de combinatie Roan – Gysel is er hier eentje om van te snoepen. Snoepgoed inderdaad, grootse songs als “Melvin”, “Estupendo”  en  “Loungee”, zaten al vroeg in de set en zorgden voor Faithless taferelen in de AB van heupwiegende, dansende en hand klappende  mensen, die de refreinen meezongen … dampend … vonken en vuur ...
Het nieuwe album ‘Lokemo’ kwam in de spotlights en twee gastzangers mochten het Arsenal avontuur en feestje elan en kleur geven. Johnny Whitney, de hyperkineut van The Blood Brothers deelde vocaal z’n ervaring uit de hardcore/punkscène op “High Venus” en de titelsong “Lokemo”, die een meer rockkleedje toegestopt kregen. Mélanie Pain (van het Franse coverende Nouvelle Vague)  nam het ingetogen dromerige “Fear of heights” voor haar rekening, een aangename verfrissing binnen het opzwepende Arsenal aanbod.
We genoten van de broeierige “Pacific”, “The coming” en “One day at the time”. Tussenin zaten nog enkele ophitsende knallers als “Saudade”, “Lotuk” en “Personne ne bouge”, die rock en dance dicht bijeen brachten.

“Tonight it’s our club, here” dweepte Roan de massa op en hij gooide er met Willemyns, Gysel en de ganse crew krachtige en pompende versies van “Switch” en “Mr Doorman” tegenaan. “Glitter & Gold” van het recente ‘Lokemo’, kreeg door Whitney opnieuw een rockende groove.
Uitzinnig werd Arsenal onthaald en ze werden op handen gedragen. Ze speelden nog een reprise van “Melvin” en “Lotuk,  die nog frisser en enthousiaster klonken …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Playout! Music)

Arsenal

Arsenal - Tropische storm raast door Brussel

Geschreven door

Ze zijn zeldzaam, maar ze bestaan: concerten waar de performers zowaar nog gelukkiger zijn/lijken dan hun al extatische fans. Blij dat we er nog een keer zo eentje mochten bijwonen: de opener van de reeks van vijf AB-concerten van Arsenal van het duo Hendrik Willemyns - John Roan. ‘Wreed de max !’ (sic).

Een grappig-fijne Mélanie Pain (Nouvelle Vague, maar nu solo) had de broeierige meute al aan het zingen gekregen als voorgift op Arsenal. En ze zou later in de set nog terugkeren voor een meer dan geslaagde stand-in. Maar toen de hoofdact – tegen een skyline verwijzend naar hun heel recente album ‘Lokemo’, maar ook vermeld in “Mr Doorman”  van hun eerste cd  – het podium opzwierde, was het meteen duidelijk: dit zou een zwoel feestje worden.

“Nog vóór de nieuwe single en nog vóór de nieuwe plaat hebben jullie de kaarten al gekocht. Respect (met de vette Gentse R) man!”, bulderde frontman John Roan en onmiddellijk gooide het zestal de beuk erin met “Melvin”, hun al immens gedraaide voorproever van de nieuwe cd. Stemvast ook -wat in vorige concerten van Arsenal niet altijd het geval was - en bulkend van bijna arrogante energie – wat hij wél altijd is – leidde Roan het lichtrijke concert stevig en gedreven.

Zijn sidekick Leonie Gysel ontpopte zich evenzeer tot een entertainer pur sang, ook al omdat er een prettig hoekje af is bij de zwarte zangeres die constant en humorvol oogcontact zocht met individuen in het publiek. Nochtans prutste ze – zeker in het begin – nogal naarstig aan haar transmitter en leek het geluid haar niet optimaal te staan. Niet dat daar iets van te horen was, al haalde ze – bij wijze van verontschuldiging – meermaals haar schouders op terwijl een ze een pruillipje trok of haar tong uitstak. Dat ze bij het nieuwe “Satellites” moest spieken naar de tekst die op de grond gekleefd was, stoorde niemand. Of was haast niemand opgevallen. Leonie is een show in de show, een ongepland struikelmoment over een luidspreker op “Loungee” incluis. Een dirigent met haar linkerhand ook, waarmee de visbewegingen het publiek lieten meevaren.
Klinkt Arsenal op plaat eerder gepolijst en gemaakt, live zijn ze een superfeestband ! Ze duwden hun oude, zwoelere nummers gemeten in het lijstje nieuwe ‘Lokemo’-ritmes. Of is het omgekeerd? De mix was in elk geval perfect. En vooral de goesting droop er af.
Minder geslaagd – en naar onze mening (en die van vele anderen ook)  geen meerwaarde - was het opvoeren van Johnny Whitney (The Blood Brothers) die net als Mélanie Pain gastperformers zijn op hun  nieuwe album. Het opgefokte Duracelkonijn mocht front ’man’ spelen op “High Venus” en “Lokemo” en leidde de aandacht van het feestje volledig af.
Nadat de originele Arsenalbezetters “Saudade” en “Pacific” (met een heel sterke bassline) weer voor hun rekening namen en de sfeer er weer helemaal in brachten, mocht Mélanie Pain de enige slow van de avond “Fear of Heights”, heel gevoelig inzingen. Dàt was een meerwaarde.
Met een knappe gitaarintro roldebolde het verder met “The Coming” waar Roan zelf ook weer naar de snaren greep, net als op “Loungee” eerder. En de AB danste lekker door tot ze “One day at a time” als hun laatste nummer aankondigden. “Ach, ge kent dat, dan applaudisseren jullie en dan komen we terug”, glimlachte Roan.
En zo geschiedde. “Switch” schalde door de zaal en op een sublieme manier lieten ze het publiek met handgeklap tegen een zwart-wit lichtspel “Mr Doorman” op gang trekken. Het laatste bisnummer (“Glitter and Gold”) gaven ze jammer genoeg weer weg aan de overspannen springveer Whitney.

Maar ze kwamen terug, zoals gepland, met “Melvin” voor een laatste streep adrenaline. Laatste streep? Het publiek had er nog massa’s over en – zo bleek – ook de band had er nog zwaar zin in, al was het vooral Gysel die Roan on stage hield. “Dees is er fucking over”, glunderde hij en ze waren weg voor nog een rondje “Lotuk”.

Wat een inzet van het reeksje concerten in de Ancienne Belgique. En van de zomerfestivals, want ze sluiten straks Rock Werchter af op vrijdag 1 juli na Kings of Leon. Een gewaagde zet van de Schuur? Denk het niet. Als de zomer mee wil dan, wordt dit een waardige tropische muziekstorm.

Setlist
1. Integral 2. Melvin 3. Satellites 4. Estupendo 5. Loungee 6. High Venus 7. Lokemo 8. Saudade 9. Pacific 10.Fear of Heights 11.The Coming 12. Lotuk 13. Personne ne bouge 14. One day at a time
Bis 1: 15. Switch 16. Mr Doorman 17. Glitter and Gold
Bis 2: 18. Melvin
Bis 3: 19. Lotuk

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Playout! Music)


Hannah Peel

Hannah Peel - Ierse toverfee daalt neer in Gent

Geschreven door

The next big thing heeft niet alleen oren naar het fris gitaargeweld want gisteren werd niemand minder dan Hannah Peel in de Gentse Charlatan verwelkomd. Voorlopig is deze Ierse roodharige hier nog een nobele onbekende maar over de Noordzee halen de journalisten het grote woordenboek boven om haar debuutcd ‘Broken wave’ te bejubelen en al bij al lijkt het erop dat deze jongedame het zelf nog niet kan geloven dat ze haar folkpop voor een zaal mag brengen.

Hannah stond een dagje eerder op het podium van de Botanique als voorprogramma van Lisa Germano en meteen werd dit gisteren haar tweede optreden buiten de UK.
Om dat de eenvoudige pracht die haar debuut zo groots maakte niet steeds simpel op een podium uit te voeren valt, zocht zij steun bij Laura Groves.
Naast de feeërieke verschijning worden alle aandachtspunten naar de stem van deze Ierse sirene gelegd waarbij je zonder meer moet denken aan het mystieke klankspel van Kate Bush.
Net als Kate lijkt het erop of deze Hannah Peel zich wil verschuilen in een fantasiewereldje en blijkbaar lustte het Gents publiek er pap van.
Staat de Charlatan nu niet meteen bekend als de meest stille zaal uit het Gentse, kon je gisteren zoals men zegt de muisjes horen rondlopen.
Hannah’s muziek valt het best te omschrijven als minimale folkpop waar naast een prachtige stem er eerder zuinig omgesprongen wordt met de muzikale begeleiding. Soms is dat een elektrische piano, soms een synthesizer uit de eighties maar het meest beklijvende is wel als Hannah haar muziekdoos bovenhaalt en waarbij ze net als de Fransen van Nouvelle Vague haar eigen interpretaties geeft van 80’s klassiekers als “Blue Monday”, “Tainted love” of “Sugar hiccup” van Cocteau Twins.
Naast de drie covers was er ook plaats voor eigen werk waarbij we vooral “The Almond tree” en het wondermooie “Song for the sea” onthielden.
Wie folk zegt, zegt ook traditionals en dat kregen we met “Calin das cruite Na mBo” voorgeschoteld en u mag er gif op innemen dat Musiczine goed begrepen heeft dat dit Iers is voor een meisje die haar koe melkt.

Minpunt van de avond was misschien dat Hannah het, net als op de cd, na tien nummers voor bekeken hield maar voor de rest hebben die journalisten weer eens gelijk want mits wat maturiteit is Hannah inderdaad the next big thing!

Organisatie: Democrazy, Gent

Noah & The Whale

Noah And The Whale – Gezwind en met oog voor verandering de nacht in

Geschreven door

Met het zopas uitgebrachte ‘The Last Night On Earth’ heeft de Londense formatie Noah And The Whale een derde koerswijziging in evenveel albums doorgevoerd. Waar de debuutplaat ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ uit 2008 (met het aanstekelijke, zomers getinte « 5 Years Time » als exponent) gekenmerkt werd door een mix van pop, rock en een stevige dosis folk, stond opvolger ‘The First Days Of Spring’ (2009) bol van cinematografisch uitgedrukt gemis, verdriet en dramatiek. De aanvankelijke optimistische, lichtvoetige teksten en voortgebrachte klankkleur via onder meer akoestische gitaar, ukelele en handgeklap hadden daarbij plaats gemaakt voor een spaarzame elektrische gitaar, een weemoedig klinkend piano, strijkers en een zangkoor met daartussen de donkere vocalen van zanger/gitarist en tekstschrijver Charlie Fink.
De ommezwaai kwam er niet zozeer omwille van enig gebrek aan succes (het debuut was meteen goed voor een top 10 notering in eigen land) maar situeerde zich eerder op het gevoelsmatige. Want op dat vlak heeft Charlie Fink het de voorbije periode niet onder de markt gehad.
Toen zijn broer, steun en toeverlaat Doug uit Noah And The Whale stapte om zich toe te leggen op een professionele loopbaan als arts maar vooral ingevolge het feit dat  voorafgaand hieraan groepslid Laura Marling niet alleen voor een solocarrière opteerde maar daarbij ook een punt zette achter haar jarenlange relatie met Fink, bleef deze met een gebroken hart achter en kon hij dit enkel verwerken door alles van zich af te schrijven. Het muzikale werkstuk dat hieruit voortvloeide, was weliswaar prachtig (uw recensent van dienst plaatste dit trouwens bovenaan het lijstje van beste albums uit 2009) maar als we de groep vorig jaar in Frankrijk zagen concerteren, konden we ons niet van de indruk ontdoen dat ondanks de goede optredens, Fink zich afstandelijk opstelde en een zekere tristesse bleef uitstralen.

Maar kijk, amper een jaar verder blijkt op de nieuwe plaat optimisme de hoofdtoon te voeren.  Dit wordt geëtaleerd in een uitgebreidere instrumentatie via o.m. het toevoegen van synthesizers en wat gospel (Jen Turner van Here We Go Magic en de Water Sisters die indertijd te horen waren op Michael Jackson’s « Wanna Be Startin’ Somethin’ » verzorgen onder meer de vocalen). Mede daardoor wordt ook een ander, meer gepolijst en radiovriendelijk geluid gecreëerd dat in de pers en bij de fans op gemengde gevoelens onthaald werd. Hoe dan ook, van het star vasthouden aan één enkele succesformule kan men Noah And The Whale niet beschuldigen en bovendien kan men niet om de knappe melodieën en het tekstschrijverschap van Fink heen.
Voor het eerst besloot Fink vanuit de derde persoon te schrijven en is ‘The Last Night On Earth’ minder autobiografisch te noemen. Het thema van de plaat is de onbegrensde mogelijkheid die de nacht biedt, alsook de opwinding en vrijheid om te veranderen en aldus een nieuwe persoon te worden.
Tekstueel worden daarbij « Bone Machine » van Tom Waits en « Berlin » en « New Sensations » van Lou Reed als invloeden naar voor gebracht en qua productie haalt Fink geregeld in interviews platen als ‘Before And After Science’ en ‘Another Green World’ van Brian Eno, ‘Calling Out Of Context’ van Arthur Russell en ‘Dirty Mind’ van Prince aan.
Dé referentie vormt evenwel het gedicht ‘The Laughing Heart’ van Charles Bukowski en de zin “Your life is your life, know it while you have it” in het bijzonder. Er wordt aangeraden te leven alsof het de laatste nacht op aarde is.

Vanaf de aanvang van hun concert afgelopen dinsdag in een uitverkochte AB Club, stond Noah And The Whale inderdaad te musiceren alsof het hun ultieme vertoning zou worden. Gezwind, vol overgave en bijzonder uitgelaten werden de nummers hoe divers ook van aard, gepresenteerd.
De sfeer op als voor het podium zat er meteen goed in met heel wat lachende gezichten. Dit werd tijdens het optreden onder meer onderstreept tijdens een opzwepende uitvoering van « Love Of An Orchestra » via samenzang, viool (bespeeld door Tom Hobden), piano (via Fred Abott) en gerichte drumslagen (van de 21-jarige nieuweling Michael Petulla) dat enthousiast door het publiek werd onthaald en het nummer via ritmisch handgeklap begeleidde.
De meeste groepsleden waren getooid in strakke pakken met dito das en leken hiermee het frivole en nieuwe nog extra in de verf te willen plaatsen. Dit werd nog aangewakkerd door de klankkleur van de recentste plaat live niet te behouden maar eerder te opteren voor een meer algemeen rockgetint geluid met daarbij enkele keyboards die niet zozeer prioritair maar wel complementair aangewend werden.
Waar bijvoorbeeld « Tonight’s The Kind Of Life », dat de volgende single zal worden, op de nieuwe plaat nog associaties oproept met Bob Seger of Tom Petty, leek de in de AB Club uitgevoerde versie meer te refereren aan Bruce Springsteen of op kleinere doch niet minder beminde schaal aan Steve Wynn.
Door de aanpak klonk de groep overwegend eerder Amerikaans dan Brits. Zonder haar eigenheid te verliezen, kon het swingende en melodieuze « Waiting For My Chance » van de hand van Wilco geweest zijn, « Rocks And Daggers » begon net als op de debuutplaat folky mede door de vioolpartij van Hobden maar mondde na enkele tempowisselingen uit in southern en countryrock die niet zou misstaan bij Drive-By Truckers (evenals het bijzonder snedige « Shape Of My Heart ») en « My Door Is Always Open » was dan mede door de slide van Fred Abott, een secuur bespeelde basgitaar door  Matt ‘Urby Whale’ Owens en vooral de samenzang, in het fraaie straatje van The Low Anthem terug te vinden.
In het verlengde van laatstgenoemde nummer was er ook ruimte voor enkele fraaie rustige passages tijdens de zoals – een overigens spraakzame – Fink liet weten “Romantic section of the show”. Zo werd de akoestische gitaar bovengehaald en de lichten gedoofd bij het breekbare « I Have Nothing » en bij het prachtige « Wild Thing » werd met behulp van een vleugje elektronica, een Chris Isaak aandoend gitaarrifje en spanning brengende viool de warme voorzomerse bries die buiten heerste, muzikaal de zaal ingeblazen.
De reguliere set werd afgesloten met het indrukwekkende « The First Days Of Spring » dat via een paukenintro, viool en een aanvankelijk spaarzame doch crescendo gaande gitaar de zwaarmoedige sfeer van het gelijknamige album perfect naar voor bracht. Mede door een uitgesponnen outro leek zowaar postrock zich onderhuids de groep te willen nestelen.

Drie toegiften volgden nog. Vooreerst kwam er ons met het broze en ingetogen « Old Joy » een nieuw hoogtepunt ter ore om vervolgens plaats te maken voor de huidige single « L.I.F.E.G.O.E.S.O.N » -  perfect op maat gemaakt voor het komende festivalseizoen -  en het onvermijdelijke « 5 Years Time » dat ietwat te overhaast en enkele kleine slordigheden bevattende na 1u20’ een einde maakte een bijzonder aangenaam concert waarbij Noah And The Whale veel hechter en op alle vlakken pakkender uit de verf kwam dan bij hun passage vorig jaar.

In het voorprogramma stond niet de in eerste instantie aangekondigde Hannah Peel (die naar de Botanique verhuisde) maar wel het jonge Britse groepje Exlovers. In onze contreien nog vrij onbekend maar via hun combinatie van shoegaze en dreampop zijn muzikale gelijkenissen met pakweg Teenage Fanclub, Lush of The Pains Of Being Pure At Heart nooit ver weg. Mede door de samenzang tussen Peter Scott (zanger/gitarist) en Laurel Sills (zangeres/ keyboards) klonken nummers als « Silhouette », « Unlovable » en « Clouds » lieflijk terwijl de huidige single « Blowing Kisses » gekenmerkt werd door het snelle drumgeroffel van Brooke Rogers. Vernieuwend noch wereldschokkend maar een niet onaardige opener.

Setlist :
Give A Little Love, Blue Skies, Tonight’s The Kind Of Night, Give it All back, Love Of An Orchestra, Just Me Before We Met, Life Is Life, Jocasta, The Line, I Have Nothing, My Door Is Always Open, Wild Thing, Rocks And Daggers, Shape Of My Heart, Waiting For My Chance, The First Days Of Spring
Bis: Old joy, L.I.F.E.G.O.E.S.O.N., 5 Years Time

Organisatie: Ancienne Belgique, Brusse


British Sea Power

Valhalla dancehall

Geschreven door

British Sea Power - Buitenbeentje in de Britpop werden ze omschreven. Op de vijfde plaat wordt nogmaals de diversiteit onderstreept. Grilligheid, eigenzinnigheid en toegankelijkheid zijn de sleutelwoorden van dit boeiende gezelschap. Dwars, tegendraads, beklemmend, bedreven, groots en meeslepend zijn ze. Al op de eerste songs “Who’s in control”, “We are sound” en “Stunde null” weten ze me te veroveren, ze klinken nogal fel en krachtig met breed uitwaaierende gitaarrifs. Ook “Cleaning out the rooms”, dromerige shoegaze en het opbouwende, aanzwellende, lang uitgesponnen “Once more now” zijn behoorlijk spannend en behoren tot hun beste werk. Vervolgens draaien ze makkelijk de knop om op “Georgia Ray”, “Mongk II”, “Luna” en “Baby”, die eerder atmosferisch, indringend, sfeervol en licht hallucinant van aard zijn en die de variëteit en de klasse van de band benadrukken. En dan zitten er nog een pak songs tussen die daar tussenin bengelen en ervoor zorgen dat British Sea Power een straffe band is die niet binnen 1 hokje te plaatsen valt.

The Strokes

Angles

Geschreven door

The Strokes hebben een nieuwe plaat uit, maar of ze de fans van weleer en nieuwe fans zullen plezieren is een andere vraag … tien jaar na het debuut ‘Is this it, vijf jaar na de laatste cd ‘First impressions of Earth’ en na de solo uitstappen van o.m. Albert Hammond Jr en Julian Casablancas.
Het Amerikaanse vijftal imponeerde toen nog met gave, boeiende, frisse, levendige en pakkende retropoprocksongs. Ten dele horen we de intens broeierige catchy aanpak met “Machu Picchu”, “Under cover of darkness” en “Two kinds of happiness” die het retropoppend gitaargerinkel benadrukt. “Gratisfaction” en “Metabolism” die op het eind van de cd staan, behouden dezelfde rock intensiteit, maar ze raken en beklijven minder als voorheen.
Nu voegen ze 80’s synths aan toe zoals op “Games” en klinken ze dus op meerdere songs, “You’re so right” en “Taken for a fool” avontuurlijker. Verschillende ideeën zijn samengebracht, maar samenhangend klinkt het echter niet … synthpop en retrorock zijn nog niet voldoende ingebed samen …”Call me back” is dan de ‘sleper’ van de plaat.
Geen groot tromgeroffel dus bij de terugkeer van The Strokes. Goede plaat, maar niet meer dan dat. Het charmante van hun retrorock is duidelijk vervaagd.
Toch dit: de kunstzinnige hoes van de cd is van de vergeten Belgische schilder Guy Pouppez, die de late jaren ’70 en begin jaren ’80 samenbrengt. De inspiratie tot deze plaat …

Esben & The Witch

Violet Cries

Geschreven door

‘Violet Cries’ is een opmerkelijke debuutplaat van Esben & The Witch , een trio uit Brighton, gitaar/keys Thomas Fischer, gitaar/elektronicaloops Daniel Copeman en Rachael Davis op percussie, die over een etherische stem beschikt. Hierdoor past de band makkelijk binnen het concept van Bat For Lashes, Miranda sex garden en The Cranes, door de repeterende lijnen binnen de sombere, dreigende, etherische gothic pop, sierlijk ondersteund van trippop en postrock.
Terecht kan je ook van vroeger de invloeden aanhalen van Curve, Cocteau Twins, Siouxie Sioux, Evanescence (Amy Lee), de oude PJ Harvey en de Twin Peaks soundtrack (het ritme en de zanglijn van Julie Cruise).
Traag slepend, beklemmend songmateriaal door het dof apocalyptische drumgeroffel, prikkelende gitaarloops en onheilzwangere elektronica zorgen ervoor dat “Argyria”, “Marching song”, “Warpath” en “Eumenides” in het oog springen. ‘Suspense’ daar draait het ‘em om bij het trio en ze hebben hierdoor een fraai plaatje afgeleverd.

Pagina 773 van 966