logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Stereolab

Mintzkov

360°

Geschreven door
Mintzkov heeft wel iets met letters en woorden. Het debuut van een kleine drie

jaar terug was `M for means and L for love'. Nu wordt de L en Luna weggelaten in de groepsnaam. De Antwerpse band is simpelweg Mintzkov nu: direct, krachtig en eenvoudiger, wat ook in de muziek te horen is. Een eenduidiger aanpak, waarbij de band, onder zanger/gitarist Philip Bosschaerts en zangeres /bassiste Lies Lorquet, knappe gitaarpoprocksongs brengt, waarin af en toe vleugje psychedelica wordt verwerkt door toetsen.

De groep leunt qua sound en zang nauw aan dEUS/Tom Barman, maar vormt geen inbreuk. Mintzkov, die in 2000 Humo's Rock Rally won, neemt telkens rustig de tijd om hun songs uit te werken, wat opnieuw een pak goede songs oplevert: een boeiende sound, een knap ritme en de mooie, nasale zang van Philip, geruggensteund door de zang van Lies.

?Life after fire?, en de single ?One equals a lot? geven de toon aan van de cd. De titelsong is de meest stevige. Sfeervol klinken ze op ?Miles ahead? en ?Sugar rush?. ?Let's talk things over? en ?The state we're in? intrigeren door de repetitieve opbouw. ?Hitman, afsluitende track van de cd? vloeit moeiteloos over in een xtra track en besluit eervol en overtuigend de tweede cd.

Absynthe Minded

There Is Nothing

Geschreven door
Absynthe Minded gunde zichzelf wat meer tijd voor deze derde cd, gezien de voorgangers `Acquired Taste' en `New Day' elkaar snel opvolgden. Het vijftal, onder zanger/componist Bert Ostyn én ooit `onverdiend' tweede in de HRR, verbaasde met een frisse originele sound van (grillige) pop, jazz, psychedelica, swing en Oost-Europese muziek, bepaald door een breed instrumentarium, en gedragen door de warme, melancholische stem van Ostyn.

Absynthe Minded klinkt op `There Is Nothing' compact en éénduidiger. Ze trekken de kaart van de poprock, spannend, broeierig, dynamisch en intiem, ingetogen; ze klinken een ietsje minder gewaagd en gedurfd, doch ze verloochenen hun muzikale variëteit en ideeënrijkdom niet; het is een logische stap, die er mag wezen!

?Plane song?, ?Ask me anything? en ?I wanna forget? hebben de meeste hitpotentie. ?Stuck in reverse? is lang uitgesponnen en is fijn, subtiel uitgewerkt; een hoogtepunt.

Avontuur en swing is er op ?Nowhere to go?, ?A great height? (wat een meezingbaar gehalte!) en op de titelsong; ?Let's be radical? is de meest originele song. ?It's all around you?, Your backdoor? en ?Attitude gratitude? zijn intiem, pakkend en bepaald door akoestische gitaar en Ostyns stem.

`There Is Nothing' bevat opnieuw knap werk van een vijftal, die al driemaal niet ontgoochelt. Ze krijgen terecht het etiket gekleefd van `mag beloond worden'?een grootse band `nog-steeds-in-wording'?!

The Who

Endless wire

Geschreven door
The Who, of wat er nog van overschiet (de legendarische Keith Moon al een paar decennia dood, John Entwistle al een paar jaar), heeft zich nog eens tot een reünie laten verleiden. Die reünies zijn zowaar een trend geworden, we worden overladen met oude gloriën die, al dan niet voor zwaar geld, terug in mekaars armen vallen en samen de hort op gaan, zie ook The Police, The Stooges, Roxy Music, The Doors en noem maar op.

De heren Townshend en Daltrey hebben ondermeer vorig jaar op Werchter bewezen dat ze het nog kunnen, hun live set bruiste als vanouds. The Who is dan ook een live band, ze zijn verantwoordelijk voor de legendarische `Live at Leeds', samen met MC 5 hun `Kick out the Jams' zowat de meest legendarische live plaat ooit. Een andere mijlpaal in hun lange loopbaan is `Who's next', hun beste studio album, intussen ook al meer dan dertig jaar oud.

Live nog altijd spetteren is één ding, maar in 2007 nog een relevante nieuwe plaat maken, dat is al veel moeilijker, zie ook The Stooges. En ook bij The Who sputtert de motor, in de studio dan toch. We weten nu ook wel dat we niet moeten gaan zweven en dat een nieuwe `Who's next' een utopie is, maar het had gerust toch iets meer mogen zijn.

`Endless Wire' is een vergeefse poging om de draad van weleer terug op te pikken en faalt op de meeste vlakken. Het rockt veel te weinig, ontploft nergens en maar heel af en toe komt de vonk van de goede dagen aan de deur piepen.

We kunnen ons trouwens niet van de indruk ontdoen dat dit eigenlijk een verdoken soloplaat van Pete Townshend is waarop Roger Daltrey mag meezingen omdat ie mooi braaf is geweest. Pete Townshend heeft namelijk alle songs geschreven, heeft overal de lijnen uitgezet, neemt in een aantal nummers ook de lead vocals voor zijn rekening en is dan ook nog eens producer. Bovendien heeft hij het weer niet kunnen laten om er zijn stokpaardje de mini-opera bij te lappen. Die Pete toch.

De rock opera heet hier `Wire & glass' en bestaat uit 10 korte songs waaronder een paar totaal overbodige. De 9 ?normale? nummers die er aan voorafgaan zijn eveneens van wisselende kwaliteit. We ontdekken nergens een onvergetelijke song of een klassieker die de tand des tijds zal doorstaan, wel een paar verdienstelijke pogingen als opener ?Fragments? die de intro van ?Baba O Riley? heeft meegekregen, het mooie akoestische ?A man in a purple dress? en de robuuste rocksongs ?It's not enough? en ?Mirror door? die zowaar de geest van betere tijden terug oproepen. Het zijn net die songs, waarin The Who nog echt als een groep klinkt, die overtuigen. De rest zijn Townshend's vehikels, de een al wat draaglijker dan de ander, waarop hij wel aardig gitaar staat te spelen, maar waar de vlam toch te weinig uit komt.

Het is hier ook nog eens pijnlijk duidelijk waarom Daltrey destijds de zanger mocht zijn en niet Townshend, die met zijn vocale prestatie de bal al eens mis slaat.

U begrijpt het, we blijven voor een groot deel op onze honger zitten en het is wachten op nog eens een echte Who plaat en niet een veredeld solo project van Pete Townshend. En eerlijk gezegd, we twijfelen er aan of dat er ooit nog wel zal van komen.

Toch willen wij er op aandringen dat u The Who vooral live moet gaan bekijken, en wel een beetje rap, want het zal niet zo lang meer duren tot de heren elkaar voorgoed beu zijn.

Brightblack Morning Light

Brightblack Morning Light

Geschreven door
Dit is een ietwat vreemde trance plaat met ingehouden, hypnotiserende psychedelica. The Doors op een laag toerental, Mazzy Star onder de LSD, The Pink Mountaintops zonder venijn.

De songs slepen zich soms tergend traag voort en dringen zo langzaam een mens zijn aderen binnen om zich uiteindelijk in diens hersenpan vast te bijten. De sound is repetitief en bezwerend, het klinkt soms als vreemde sixties, soms als lome jazz, maar is altijd even innemend. Sluipende gitaren, een `60's orgel, een verdwaalde dwarsfluit, piano of blazers op de achtergrond, allen houden ze zich in en zorgen voor een aparte meeslepende sound. Ook de vocals zijn de hele plaat door ingetogen, mijmerend en koel. Er wordt meer gefluisterd dan gezongen.

Dit is toch wel een indrukwekkend album van deze nieuwe band, hoegenaamd niet om op te dansen, wel om bij weg te ?deemsteren?. Heeft er iemand een jointje bij ?

The Hold Steady

Boys and Girls In America

Geschreven door
?Damn You, Hold Steady! How can any band be this good? vroeg recensent Rob Sheffield van het blad Rolling Stone zich af over de vorige cd `Separation Sunday'. The Hold Steady wekt met deze opvolger interesse op in Europa. Het vijftal uit Brooklyn speelt potig, dynamische rocksongs, ergens tussen Soul Asylum, Kings of Leon en Randy Newman. Zijzelf spreken alvast een enorme voorliefde uit voor Bruce Springsteen en Thin Lizzy. Broeierig, bedreven songs, die af en toe sfeervoller en ingetogen zijn. Er is een vleugje psychedelica door piano en toetsen.

De elf songs zijn allen sterk en mooi gearrangeerd: ?Sluck between stations? zet alvast de muzikale toonaard van frisse retrorock, ?First night? heeft een spannende opbouw en ?Citrus? is een sfeervol aangenaam rustpunt.

The Hold Steady heeft een gevarieerde rockplaat uit en onderstreept alvast Sheffields woorden over deze band!

Milburn

Well well well

Geschreven door
Milburn heeft pech, brute pech. En wel hierom : Arctic Monkeys waren eerst. Milburn zit in hetzelfde straatje, het zijn eveneens piepjonge gozers uit Sheffield die aanstekelijke en springerige korte rocksongs maken. Maar, ja, zoals gezegd, Arctic Monkeys waren hen voor en zijn door de Britse pers als the next hot thing binnengehaald. Milburn komt enkele maanden later af met een gelijkaardige sound en een zanger wiens stem akelig dicht ligt bij die van de zanger van Arctic Monkeys. Met andere woorden, het ligt er een beetje te vingerdik op en het groepje zal dus door de wereld genadeloos gedegradeerd worden tot imitators van The Arctic Monkeys. En zeker nu deze laatste binnenkort al met nieuw werk uitkomen zal men Milburn gewoon links laten liggen.

Nochtans is deze cd best te pruimen, het is op en top frisse Britse poprock en verdient echt wel uw aandacht. Al mag het voor ons part wel nog een beetje heviger.

Als Milburn in de toekomst zichzelf een eigen smoel kan toekennen dan zit hier potentieel in. Afwachten maar.

Jet

Shine on

Geschreven door
Met hun debuut `Get born' werden deze Aussie rockers in 2003 alom bejubeld door de Britse pers. Waar hebben we dat nog gehoord ? Maar de Britten hadden voor één keer gelijk, de plaat rockte geweldig. Zo kwam de lat hoog te liggen, te hoog, zeg maar.

`Shine on' is in dat opzicht een zware tegenvaller. Géén idee wat Jet bezield heeft, maar om god weet welke reden willen zij op Oasis lijken, en dit resulteert in stroperige zaagballads als ?Shine on? en ?Bring it on back?, of in de halve rocker ?Come on come on? die ook al ten onder gaat in broertjes Gallagher-achtig geneuzel.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel, want bij momenten wordt er evenveel met scherp geschoten als op `Get born', ondermeer op de sterke opener ?Put your money where your mouth is? en vooral op de splijtende vlam ?Rip it up?, een welgemeende kopstoot van een song, eentje zoals we er ook enkele vinden op die veelbelovende Fratellis cd . Ook ?Stand up? en ?Skin and bones? die richting Black Crowes gaan dragen onze goedkeuring weg. Maar daarmee is het vet al van de soep, de rest is lauwe pap. Jet heeft hier ook een totaal misplaatste Beatles fixatie die zich uit in werkelijk tenenkrullende ondingen als ?Shiny magazine? en ?Eleanor?, het al even Beatlesque ?All you have to do? kan er nog net mee door.

Een ontgoochelende tweede album dus van een band die wel degelijk kan rocken als ze er zin in hebben. Als ze hun platen van Oasis en The Beatles door het raam kieperen en vervangen door de voltallige AC/DC catalogus (Bon Scott periode wel te verstaan) dan kan het nog goed komen.

Grinderman

Grinderman

Geschreven door
Cave wordt vijftig?en we hebben het alvast geweten; hij klinkt als een `stomende dolle' twintiger, wat doet refereren aan The Birthday Party. Rauwe, smerige en zompige rock'roll blues, afgewisseld met enkele bloedmooie linken naar The Bad Seeds. Grinderman doet ons terug jong voelen. Het is het indrukwekkend zijproject van Cave met drie van z'n `Bad Seeds' leden. Ellis speelt, tokkelt en knarst op viool, er is de diep, repeterende bas van Martyn Casey en er is het strakke drumspel van Jim Sclavunas; de sound gaat van ingehouden, spannend bedreven, opzwepende tot felle uitbarstingen!

Cave leerde gitaarspelen, drukte de pedaal stevig in en bood zelfs een noisy partijtje op songs als ?Get it on?, ?No pussy blues? (mensen, in te lijsten dit nummer!), ?Honey bee (let's fly to Mars)? en ?Love bomb?.

Grinderman klinkt broeierig, fijnzinnig en subtiel op songs als ?Depth charge ethel?, ? I don't need you to set me free? en ?When my love comes down?, wat de sound van `the usual Bad Seeds stuff? benadert. ?Go tell the women? is het enige echte rustpunt om op adem te komen.

Hij grijpt naar de begindagen van `The Bad Seeds' remember `From Her to Eternity', `The firstborn is dead' en het recente `Abattoir blues/The lyre of Orpheus'.

Grinderman werkt aanstekelijk, is beklijvend en pint zich vast aan je nekvel! Onderga en voel Grinderman, want dit is een wereldplaat van formaat!

Blackfield II

Blackfield

Geschreven door
Porcupine Tree's frontman Steve Wilson heeft met zijn hobbyclubje Blackfield misschien wel de plaat van het jaar uitgebracht. Samen met de Israëlische stermuzikant Aviv Geffen maakte hij `Blackfield II' of de opvolger voor het uitstekende `Blackfield' uit 2004.

Terwijl Wilson met Porcupine Tree steeds meer metal-invloeden in hun sound verwerkt, is dit album een oerdegelijke popplaat geworden. Een plaat die zowel popliefhebbers als progressieve rockfans zal aanspreken. Wie ?Lazurus? uit Porcupine Tree's `Deadwing' liefhad moet deze plaat zeker gaan beluisteren want de songs op `Blackfield II' liggen in diezelfde lijn. Geen ingewikkelde, lang uitgesponnen progressieve rocksongs maar wel 10 uitmuntende korte emotievolle poprock liedjes. Opener ?Once? klinkt al vanaf de eerste tonen zeer vertrouwd maar wordt via verrassend stevig gitaarwerk (à la Placebo) toch nog een echte rocksong. Het is één van de weinig momenten dat de elektrische gitaren uitbundig tekeer gaan. In ?1000 People? is hun liefde voor Pink Floyd heel duidelijk hoorbaar. Wat een kanjer van een song! ?Miss You? is de enige song waarin Aviv Geffen de leadvocalen voor zijn rekening mag nemen. Gelukkig maar, want hoewel hij zeker geen slechte zanger is, is het toch aangenamer luisteren naar Wilson's stem. Het is moeilijk om nog meer hoogtepunten op deze plaat aan te duiden omwille van het feit dat op dit album geen enkele zwakke song staat. Het dromerige ?This Killer? is waanzinnig sterk, terwijl ?Epidemic? een zeer aanstekelijk dreigend pianothema heeft. Na een goede 42 minuten loopt met ?End Of The World? de plaat op zijn einde. De productie deed Steve Wilson opnieuw zelf en ook op dit vlak behoort hij tot de allergrootsten. Een subliem, sensibel en modern klinkend meesterwerk. Een absolute aanrader voor elke poprock liefhebber!

Een album dat je steeds opnieuw en opnieuw wil beluisteren.

The Stooges

The weirdness

Geschreven door
Iggy Pop is samen met de broertjes Ron en Scott Asheton als The Stooges verantwoordelijk voor twee van de meest essentiële en invloedrijke platen uit de rockgeschiedenis, zijnde hun debuut `The Stooges' uit 1969 en opvolger `Funhouse' uit 1970. Meer dan 30 jaar later hebben de heren elkaar teruggevonden wat resulteerde in een reeks weergaloze concerten die niets aan energie en intensiteit hebben ingeboet in vergelijking met vroeger. Integendeel, The Stooges kregen nu wel de erkenning die ze verdienen en konden met deze réunie wel rekenen op een massale opkomst van de fans, wat vroeger wel eens anders geweest is. Want vergeet niet, de twee albums die zij uitbrachten flopten destijds omdat ze hun tijd te ver vooruit waren en toen zo wereldvreemd klonken dat geen kat ze kocht. Het is pas jaren later dat deze twee rockmonumenten zijn uitgegroeid tot eeuwige klassiekers.

Onze verwachtingen voor de nieuwe plaat waren dus enorm hoog gespannen, zeker nadat we ze live aan het werk zagen, en we konden het geweten hebben, deze verwachtingen inlossen was gewoon onmogelijk, en zo is het ook.

Nochtans hebben ze Steve Albini binnengehaald als producer, hij die ervoor gekend is om rock'n' roll rauw en onbezonnen te laten klinken. In zekere zin is dat ook zo, The Stooges spelen hier rauw en gedreven, alles is zonder veel poespas op band gegooid, de gitaren klinken ranzig, de drums roffelen aardig rechtdoor. Het is gewoon met de songs zelf dat er iets schort, deze zijn wel rechttoe rechtaan, maar ze vallen te licht uit, klinken te simpel en bij momenten zelfs stompzinnig. Nergens is er een nummer te bespeuren die ook maar in de buurt komt van klassiekers als ?I wanna be your dog?, ?No fun?, ?Loose?, ?Down on the street?, ?Tv eye? of ?Dirt?. Met een beetje goede wil halen we er toch een paar halve krakers uit die de plaat toch nog enigszins de moeite maken (let wel, we zijn The Stooges hier vooral met zichzelf aan het vergelijken, dus deze `The weirdness' is nog altijd veel beter dan hetgeen vele kandidaat imitators op vandaag voortbrengen) : ?Trollin? is een aangename vunzige binnenkomer, ?ATM?, ?Fried? en vooral ?My idea of fun? rocken een flink stuk door en ?Mexican guy? is niet bepaald een slechte song. De overige songs, met als dieptepunt de titelsong waar Iggy zo aan het zwalpen gaat dat het niet meer om aan te horen is, missen ballen en passie en zijn de naam The Stooges onwaardig.

Iggy mist gewoon de inspiratie en de feeling om nog echt goeie en gevaarlijke songs te schrijven. Aan zijn band ligt het niet, want zij produceren nog steeds een energieke sound. Had Iggy wat betere songs geschreven, dan hadden The Stooges er ongetwijfeld dynamiet van gemaakt, want ze hebben er hoorbaar zin en staan hier steeds met een onbegrensde verbetenheid te spelen. Daarom is dit des te jammer.

Deze verzameling songs haalt slechts het niveau van Iggy's soloplaten als `Beat em up' en `Naughty little doggie' die, ook al hebben ze hun momenten, niet bepaald als zijn beste wapenfeiten kunnen worden beschouwd. We kunnen gerust stellen dat Iggy's laatste solo plaat `Skull ring' een heel pak beter en feller is dan deze `The weirdness'.

Laat Iggy misschien nog eens raad gaan vragen aan zijn ouwe gabbers van The New York Dolls, want zij zijn er wel in geslaagd om dertig jaar na hun heetste periode met hun nieuw album een geslaagde come back te maken; Iggy was er trouwens bij want op één song mocht hij zelf meedoen (?Gimme love and turn out the light? heet de song en hij is beter dan zowat alles wat hier op deze nieuwe Stooges staat, we kunnen u trouwens de volledige plaat van The New York Dolls streng aanbevelen, `One day it will please us to remember even this' heet het ding).

Moeten we The Stooges dan nu definitief begraven ? Misschien wel, maar niet vooraleer we ze nog een laatste keer op het podium zullen gezien hebben, want het is pas live dat deze band ten volle ontploft, en dat zal er niet om veranderen omdat ze nu een ietwat mindere plaat hebben gemaakt.

Als Stooges fan valt het ons zwaar om dit verdict te vellen, maar we moeten hard zijn, en vooral eerlijk.

Het is mooi geweest, maar niets blijft voor eeuwig duren.

Pagina 959 van 966