logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

garbage_olt_riv...
The Cure
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Maquina - Dansen in de rockkroeg, pogoën in de dansclub

We starten met een valse noot. Bothlane is een Belgische elektroprutser die een irritante mix verspreidt van botsauto-techno, chaotische drums en een enerverend geluid dat doet denken aan een hopeloos kapotte dieselmotor. Bothlane wil zijn publiek in een dansmodus brengen maar mist volledig zijn doel, de meesten geraken eerder in een nakende hartstilstand-modus. Als bij wonder vallen hier geen slachtoffers.

Is MAQUINA een rockband die de dansvloer doet ontploffen of is het een dance-act die rockt als de beesten?
Beiden, verdomme, neem dat van ons aan, want dit Portugese trio is gewoon geweldig, ultra aanstekelijk en bijzonder prikkelend. Een soort uiterst opwindende body-electronic muziek met immer stuwende gitaren.
Die kerels weten in geen tijd van Le Grand Mix een kolkende dansclub te maken, dit met hun unieke en bewogen mix van stomende industrial-techno, ontspoorde kraut-rock en immer bruisende rave-rock. En wat het allemaal nog indrukwekkender maakt, ze verschuilen zich niet achter allerlei elektronische panelen maar halen hun explosieve sound gewoon uit de klassieke bas-gitaar-drums opstelling.
Met daarbovenop uiteraard een shitload aan effectenpedalen, dat kan ook niet anders. Mitrailleur-riffs meten zich met pompende beats en overstuurde vocals, het resultaat is uiterst energiek en immer opzwepend. Geen mens die kan blijven stil staan bij pulserende tracks als “Pressure/Pleasure”, “Body Control” en “kontakte”, stuk voor stuk songs die zichzelf steevast naar een kokende climax stuwen en zo Le Grand Mix gedurig in vuur en vlam zetten.

Een explosief feestje. Dit is van het meest opwindende dat we dit jaar mochten meemaken.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 08 oktober 2026 08:55

Chrome

Na een paar akoestische en experimentele omzwervingen heeft Ty Segall terug een straight forward fuzz-rock plaat gemaakt, zoals alleen hij dat kan. Eindelijk, want zo hebben wij onze Ty nog altijd het liefst. Hij is immers op zijn best wanneer hij een portie vunzige en nonchalante psych-rock afvuurt, zoals hij het ook gewoon is met zijn geweldig nevenprojectje Fuzz waar hij de drumvellen geselt.
 ‘Chrome’ is wat dat betreft een album waar de fans van het eerste uur duimen en vingers mogen bij aflikken. C’hrome’ leunt dan ook dichter aan tegen platen als ‘Twins’, ‘Emotional Muggler’ en ‘Manipulator’.
Vrij korte songs ook, maar bij Ty Segall weten we allemaal dat deze op het podium een ander leven gaan leiden en zichzelf naar andere oorden begeven waar de gitaren uit meerdere bochten tegelijk mogen vliegen.
We kunnen er ons iets bij voorstellen dat de wilde brok fuzz “Running to Nowhere”, de ruispunker “Everyting You’ve Been”, de scheurende punk-uppercut “Separation” en de onstuimige hardrocker “Chrome” als wervelwinden door een concertzaal zinderen.
Met 9 puntige songs is dit vooral een kort album, maar wel Ty Segall ten voeten uit.

LIVE 2026 Ty Segall - Fuzz, feedback maar ook finesse

zaterdag 10 oktober 2026 23:20

Monolord + Dopelord - Night of the Lords

Monolord + Dopelord - Night of the Lords

De Casino mocht zich schrap zetten voor een avond slopende doom-metal met twee bands die voluit gingen voor een massief geluid dat zich manifesteerde als een ondoordringbare middeleeuwse burcht.
Twee acts die hun invloeden duidelijk gehaald hebben bij Electric Wizard. En bijgevolg dus ook bij Black Sabbath, want in dit genre leiden alle wegen uiteindelijk altijd naar Sabbath.

Het Poolse Dopelord is een band die de cliché’s van het genre niet schuwde. De satans, de witches en de doodskoppen vlogen ons om de oren, maar dat deerde niet, want Dopelord donderde als een pletwals genadeloos door hun met loodzware riffs en snedige solo’s dichtgemetselde set. Aanvankelijk deden ze dat met log en zwaar sloopwerk (“Children of The Grave”, “The Witching Hour Bell”), maar iets verder in de set mocht het iets sneller, met zowaar een paar zijstapjes richting hardcore (“Reptile Sun”). Een zeer stevige en potige set, dat mocht gezegd, maar het ontbrak wel een beetje aan nuance en diepgang.

Die nuance en diepgang waren er wel bij het Zweedse Monolord, een band die al even moordlustig en vermorzelend uit de hoek kwam, maar tussen al dat beukwerk door ook wel een gevoelige snaar wist te raken. En dat kan voor een groot stuk toegeschreven worden aan een stel puike songs uit hun nieuwe album ‘Neverending’. Zo ontpopte “Oozing Wound” zich tot een hoogtepunt van de avond, een briljante kippenvelsong die zowel zalfde als hevig open barste, met schitterend gitaarwerk van frontman Thomas Jäger in een hoofdrol. En “Inside a Collider” was ook zo een nieuwe sensitieve sleper die ze helemaal tot het einde hadden opgespaard om ons met een dromerig gevoel huiswaarts te sturen, het soort song waar ook een band als Pallbearer een patent op heeft. Ook het wat oudere “Larvae” (uit ‘No Comfort’) drong op die manier tot diep in de ziel door, een innemende ballad met een verslavende impact.
Maar laat ons niet vergeten dat Monolord daar tussenin ook meermaals hun meedogenloze sloophamer bovenhaalde. Onder meer in het instrumentale riffmonster “Audhumbla” werd er vernietigend uitgehaald met een portie zwaargebouwde en verschroeiende doom-metal. En natuurlijk mocht hun paradepaardje (nou ja, paardje, zeg maar stevige knol) “Empress Rising” hier niet ontbreken. Een allesverslindende lange moordsong, bloeddorstig, beukend en avontuurlijk.
Het momentum werd verdergezet met nog twee van die almachtige klassiekers, “The Last Leaf” en “Rust”, twee van die kanjers waarin geweld en gevoel het van elkaar overnamen middels slagvaardige riffs en spitsvondige solo’s.  

Monolord liet vanavond met een serieuze impact hun verpletterende bulldozer over de Casino walsen, maar ondertussen hebben ze hier en daar ook wat bloemetjes uitgegooid. Fijnbesnaarde doom-metal, noemen wij dat dan.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
Monolord
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10330-monolord-09-10-2026?Itemid=0
Dopelord
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10329-dopelord-09-10-2026?Itemid=0

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

zaterdag 03 oktober 2026 10:01

Little Barrie - Groovy en prikkelend

Little Barrie - Groovy en prikkelend

Met de vier bevallige dames van The Surfrajettes, gehesen in sixties minirokjes en witte laarsjes, werden we zomaar meer dan 60 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Hun instrumentale surfmuziek greep ongegeneerd terug naar de tonen van The Surfaris, The Ventures, Duane Eddy en Dick Dale. Het oogde en klonk even fris als retro. Hier hebben we best wel van genoten.

Barrie Cadogan kwam met zijn eigen band Little Barrie zo een slordige 20 jaar geleden een eerste keer zijn neus aan het venster steken met het fijne debuut ‘We Are Little Barrie’. Destijds zagen wij dit bijzonder frisse bandje een geweldig concertje geven op Pukkelpop, toen dit nog een cruciaal festival was voor de liefhebbers van de betere alternatieve muziek en nog geen toevluchtsoord voor vergankelijke popsterretjes en over het paard getilde tieneridolen.
Barrie Cadogan is in al die jaren een drukbezette gitarist gebleken, hij is de studio ingedoken en meermaals de hort op geweest met onder andere Liam Gallagher, Paul Weller, Johnny Marr en Primal Scream. En die gasten wisten natuurlijk welk vlees ze in de kuip hadden. Cadogan is immers een briljant gitarist, maar wel eentje die zijn instrument steeds in functie van het geheel stelt en zich nooit laat verleiden tot pocherig soleerwerk.
Vorig jaar zagen wij Little Barrie nog een prachtconcertje geven op het Tough Enough festival in de Brussels Botanique, toen met Malcolm Catto achter de drumvellen, de drijvende kracht achter het psychedelische jazz combo The Heliocentrics.
Catto voegde met zijn jazzy aanpak een bruisende groovy sound toe aan het geluid van Little Barrie, zoals die ook schitterde op ‘Quartermass Seven’ en ‘Electric War’, de twee albums die ze samen opnamen. Maar Catto zijn passage was maar tijdelijk en vandaag stond Little Barrie hier alweer met hun nieuwe, overigens ook weer schitterende, drummer Tony Coote op het podium, met wie ze ook al de studio waren ingedoken voor de kersverse plaat ‘Gravity Freeze’.
Een beetje jammer misschien dat Little Barrie geen enkele song speelde uit die twee avontuurlijke platen die ze met Malcolm Catto hebben ingeblikt, maar de jazzy en groovy invloeden die hij heeft toegebracht aan de sound zijn wel gebleven, zowel in de nonchalante en prikkelende songs van ‘Gravity Freeze’ als in de lekker rollende los-uit-de-pols live sound. Dit zorgde voor een bruisend botje britpop, jazz, blues, soul en funk.
Het album ‘Gravity Freeze’ passeerde haast integraal de revue, maar daartussen greep Little Barrie ook terug naar pareltjes uit het verleden, met het wondermooie “Why Don’t You Do It” op kop en de zinderende rockertjes “Eyes Were Young”, “I.5.C.A.” en het bluesy “Nothin’ Will Eliminate” dieper in de set. Cadogan pakte geregeld uit met zijn sierlijk gitaarvernuft, maar deed dat steeds met korte en tintelende solo’s, van overdrijven was er nooit sprake.
In een uitgesponnen “Loggin Hurt”, een hoogtepunt uit die puike nieuwe plaat, was het dan eindelijk tijd om zich eens voluit te laten gaan. Cadogan maakte er een briljante jam van in een bruisende poel van funk, jazz en blues en met de gitaar in een glansrol. Maar guitar-hero allures waren hier niet aan de orde.  

Een bijzonder sterk concertje van een stel sprankelende muzikanten die hun ego hadden thuisgelaten, al ze er al één hebben. Niet zo evident bij Britse bandjes.

Organisatie: Aéronef, Lille

donderdag 17 september 2026 09:01

Blues Now

De blues, die zal er altijd zijn, maar hoe kan je die anno 2026 nog fris, opwindend en relevant doen klinken zonder de authenticiteit te verliezen?
Ettelijke acts en bands hebben in al die jaren het pad van de blues bewandeld, maar ze zijn zo talrijk dat ze constant over mekaars voeten struikelden en er maar weinigen rechtop bleven. Geen genre waarin er meer gejat, gekopieerd of geplagieerd werd dan de blues. Vandaag nog origineel uit de hoek komen in het genre is een haast onmogelijke opdracht geworden.
Bluesiconen als Robert Johnson, John Lee Hooker, Sonny Boy Williamson, Howlin’ Wolf en Hound Dog Taylor zouden zich, mochten ze niet al lang naar de eeuwige katoenvelden zijn verdwenen, op vandaag gerust de vraag mogen stellen, waar of wanneer is het precies misgegaan? Want helaas is de blues ergens onderweg afgedwaald naar de zogenaamde bluesrock, een sub-genre die door een hoop aanstellerige gitaarneukers geclaimd werd als een platform voor hun spierballengerol. Er loopt niet zomaar één Bonamassa rond op deze wereld, er zijn er duizenden, en die hebben wat ons betreft weinig of niets met de blues te maken, ze gebruiken die alleen maar als excuus om zoveel mogelijk hun grote trukendoos te kunnen bovenhalen.
Nog een geluk dat er dan toch nog bandjes zijn als GA-20, die hier met een authentiek, eerlijk, pretentieloos en okselfris blues-album komen aanzetten, daarin bijgestaan door de iconische harmonicaspeler Charlie Musselwhite. De link met Musselwhite komt ook niet zomaar uit de lucht gevallen. Matthew Stubbs was, voor hij zijn eigen GA-20 oprichtte, jaren actief als gitarist in Musselwhite’s begeleidingsband, dus de heren kennen elkaars spel door en door.
Op ‘Blues Now’ hebben ze elkaar teruggevonden en streven ze ernaar terug te keren naar de primaire sound van Charlie Musselwite’s debuutalbum ‘Stand Back’ (1968) waaruit ze ook 2 songs terug opvissen (“Strange Land” en “Christo Redemptor”).

Mission accomplished wat dat betreft, want ‘Blues Now’ brengt de blues terug naar de essentie met korte en spitse songs die gekruid zijn met een portie soul en geen enkel spoor bevatten van enige vorm van machogedrag. De blues gaat lekker aan het rollen op “I Can’t Hold Out”, op het instrumentale “Universal Rock” en op “Short Dressed Woman”. Het mooie “Blues Will Never Die” is een prachtige trage blues waarop Musselwhite met tonnen gevoel de vocals voor zijn rekening neemt en ondertussen een prachtig staaltje harmonica staat te spelen. Charlie Musselwhite is trouwens over het hele album bijzonder in zijn nopjes, hij klinkt alsof ie 50 jaar jonger is en beleeft hier de tijd van zijn leven.
“I’ll Change My Style” gaat nog verder terug in de tijd, het is onvervalste fifties soul, meer retro dan dat kan haast niet meer. Met een mijmerend “Cristo Redentor” doet het gezelschap de deur dicht, het is een afsluiter waarbij het heerlijk wegdromen is, met alweer zo een begeesterde harmonica solo van Musselwhite.

‘Blues Now’ is gewoon een lekker bluesplaatje, puur en ongedwongen. Een ware ode aan de blues en een welgemikte schop tegen de schenen van al die macho blues-rockers.

Blues Now
GA-20 & Charlie Musselwhite

The Boojums + Wine Lips - Dubbele Canadese adrenaline-injectie
The Boojums + Wine Lips -

Met twee flitsende Canadese gitaarbandjes trakteert N9 ons op een stuiterend en boeiend avondje no-nonsens rock.

The Boojums hebben nog maar één album uit dat er hier dan ook quasi helemaal wordt doorgejaagd. En dat titelloze debuut is een verdomd sterk plaatje dat in de live versie nog een pak gretiger klinkt.
Het trio vergast ons met een stel rammelende en vlijmscherpe punk-pop songs. Neem nu “Burnin Up”, een bruisende track die al eens aan Bruce Springsteen doet denken, maar dan met een gloeiende staaf dynamiet in zijn kont. Ook “Wings Of Fire” en “Garden of the Sons” tintelen en razen dat het geen naam heeft, maar hebben een onderhuidse pop-touch die hen bijzonder aanstekelijk maakt.
Het frisse “Meet Me in The Middle” neigt wat naar The Vaccines in hun beginperiode, en dat is hun meest opwindende. Frontman Willie Stratton’s vocals contrasteren fijntjes met zijn korte en snedige gitaaruithalen en de bevallige bassiste Sarah Johnston maakt het geheel nog boeiender door wat extra vocals te draperen over haar groovy bastonen.
Achter de schijnbare lo-fi rammelrock van dit gutsende trio schuilt een stel ijzersterke en potente songs, dat is wel duidelijk na een klein uurtje van dit soort puntige gitaarrock.
The Boojums is vast en zeker een bandje om in de gaten te houden.

Om de sound van het flitsende combo Wine Lips te omschrijven, moeten we het niet te ver zoeken. We komen algauw uit bij energieke en stomende bands als Osees en Frankie & The Witch Fingers.
Wine Lips serveert met name super opwindende psych-rock met een snerende punky-edge. Ze doen dit aan een rotvaart waarbij het meermaals naar adem happen is.
Het kersverse album ‘TV Dinner’ is nog maar net van de band gerold en daaruit wordt een flink pak songs in de rollercoaster gedraaid. Daarop hoegenaamd geen koerswijzigingen, vlammende nieuwe tracks als “Cut It” en “Semi Detached Furnished Home” vliegen op ramkoers tussen de al even wilde oudjes als “Stimulation”, “Eyes” en “Get Your Money”.
Frontman Cam Hillborn laat zich vocaal geregeld bijstaan door het hoge stemmetje van drumster Aurora Evans die zo een extra lontje aansteekt aan punkbommetjes als “Projector”, “Thirst Trap” en “Six Pack”.
Heel even mag het tempo een tandje lager, zoals in het fijne “Fingers” waarin een tintelend gitaartje evolueert naar een vunzige riff.
Nog zo een psych-rock feestje is het aan elkaar genaaide combo -en voor hun doen bijzonder lange- “Lemon Party/Suffer the Joy” waarin de stomende riffs, flukse tempowisselingen en hitsige gitaaruithalen lekker tegen elkaar opbotsen, een geweldige dubbelsong en een absoluut hoogtepunt in deze zinderende set.

Organisatie: N9, Eeklo

donderdag 20 augustus 2026 21:44

Reality Awaits

Hoe meer albums The Strokes releasen, hoe meer wij ervan overtuigd zijn dat het legendarische ‘Is This It’, dat inmiddels al 25 jaar oud is, een éénmalige toevalstreffer was. The Strokes hebben nooit nog de intensiteit en urgentie van die mijlpaal kunnen benaderen. Opvolger ‘Room On Fire’ had nog zijn momenten, maar leek toch ook al eerder een lauw doorslagje van zijn fenomenale voorganger. Nadien kon ‘First Impressions of Earth’ er nog net mee door, maar op ‘Angles’ en ‘Comedown Machine’ was het bloedarmoede troef.
Van ‘The New Abnormal’ (2020) werd dan algemeen beweerd dat het eindelijk het onverhoopte geslaagde comebackalbum was. Nooit begrepen waarom, want wat ons betreft was dit ook maar een futloos popplaatje.
‘Reality Awaits’ is van hetzelfde laken een pak. Slappe songs, kabbelende sound, flauwe kermisorgeltjes, verwaarloosbare popdeuntjes, ongewenst vervormde vocals en fletse gitaartjes. Nergens is een verassende wending, een snedige riff of een greintje energie te bespeuren, laat staan een goeie song.
‘Reality Awaits’ is prullenbakwaardig, wat we ondertussen eigenlijk kunnen beweren over het merendeel van hun platen.

Elvis Costello & The Imposters - En of die veelzijdige ouwe rot het nog kan!
Elvis Costello & The Imposters – Radio soul! The early songs of Elvis Costello

Een introtune die herinneringen opriep, “Ghostrider” van Suicide knalde door de boxen. Elvis Costello was het dus niet vergeten, dat tumultueuze en legendarische concert in de AB in 1978 met die iconische band van Martin Rev en Alan Vega in zijn voorprogramma. Een groep die zijn tijd ver vooruit was, maar die op zijn zachtst gezegd niet echt gesmaakt werd door het geërgerde publiek, waardoor Costello zelf ook kwaad werd op zijn fans en zijn eigen set terugschroefde tot een half uurtje. Gevolg, een rel van jewelste, en een concert dat voor eeuwig geboekstaafd staat als een stukje AB geschiedenis. Het was ook nog in volle punkperiode, moet je weten, de toenmalige opschudding paste dus perfect in de tijdsgeest.

Maar liefst 48 jaar later stond er een goedgeluimde, spraakzame en alerte Elvis Costello op datzelfde podium. Hij had met The Imposters én Charlie Sexton, die heel wat diensturen bij Bob Dylan op de teller heeft staan, een stel ervaren rotten meegebracht. Nog beter nieuws, met deze tournee greep Costello terug naar de beginperiode van zijn rijkgevulde carrière, laat ons zeggen zowat de eerste 10 jaar. Dit kon dus niet misgaan.
Costello toonde zich van zijn meest veelzijdige kant, we kregen zowel de frisse rocker, de soulzanger, de jazzcrooner als de intieme singer/songwriter. En telkens was het er pal op, dankzij een 72-jarige rasperformer wiens immer herkenbare stem ook nog steeds uitmuntend en ongeschonden klonk.

Na een gemoedelijke inloopronde met “Radio Sweetheart” en “Watch Your Step” werd Costello zijn elektrische gitaar aangereikt en was “Mystery Dance” een korte stroomstoot die zijn doel niet miste, het greep ongegeneerd terug naar de prille punkjaren. Daarna kregen we meteen een topper met een onverwachte insteek. Middels wat creatief plak-en knipwerk had Costello van “Watching The Detectives” een verrassende doch geslaagde medley gemaakt met “Help Me” van Sonny Boy Williamson. Vanuit die gekende reggae riff werd plots overgeschakeld naar een brok authentieke blues, inclusief een fijne harmonica solo van the man himself. Dat hadden we Costello nog nooit zien doen, zich compleet overgeven aan de blues, en dan nog midden in één van zijn grootste hits, maar hij kwam er fantastisch mee weg.
Een terugkerend fenomeen vanavond, Elvis Costello die er werk van maakte om zijn eigen songs binnenstebuiten te keren en die een frisse nieuwe weg te doen inslaan zonder ze daarbij de nek om te wringen, dit is Bob Dylan niet.
Van achter zijn piano croonde hij zo “Every Day I Write a Book” naar eenzame jazzy hoogtes. En een fris klinkend “Clubland” kreeg zowaar een samba sausje over zich heen. Ook “Honey Are You Straight or Are You Blind” kreeg een intieme 18 karaatsversie mee die niet vies was van een streepje blues.
Het sierde Costello dat hij niet zomaar voor een greatest hits show ging, hij greep regelmatig naar minder bekende tracks die uiteindelijk verborgen parels bleken te zijn. Zo werd “Lovers Walk” een weerspannige, venijnige en tegendraadse rocksong waarin Costello en Sexton duelleerden op zijn Velvet Undergrounds. Ook “Poor Napeleon” kreeg een stel ruwe en ongepolijste gitaren over zich heen.
De gevoelige snaar werd ook meermaals geraakt. Met “Who Will Be the Next Fool to Be” kwam de jazz-crooner in Costello naar boven en “Indoor Fire Works” flirtte met de grens van de country meligheid maar bleef net aan de juiste kant ervan. “Alison” was natuurlijk de tearjerker die voor het nodige kippenvel zorgde en de hartjes van de aanwezige oudjes sneller deed slaan, de defibrillators mochten collectief aan het werk.
Tijd voor een versnelling, “I Don’t Wanna Go To Chelsea” en “Pump It Up” werden in hun meest energieke vorm aan elkaar genaaid en gingen naadloos over in het absolute hoogtepunt van de show, de pure en ongeslepen diamant “I Want You”. Hierin was Costello’s stem in bloedvorm en daarbovenop toverde hij een stel rauwe gitaarsolo’s uit zijn hoed, en hij had die niet eens op. Zo soleerde hij die prachtsong naar ongekende hoogtes. Je moet het maar durven, Charlie Sexton in je groep opnemen om dan zelf doodleuk uit te pakken met de meest briljante gitaarpartijen van de show.
Na een gedreven en snedig “What’s so Funny ‘Bout Peace, Love and Understanding” werd de band getrakteerd op een uitzinnig applaus, maar Costello wou het momentum nog even verderzetten. Toen zijn band nog volop het applaus dankbaar in ontvangst nam zette hij alweer “Oliver’s Army” in waarop de anderen zich moesten reppen om hun baasje bij te benen. “Oliver’s Army” was zo de ultieme eindsprint van een rit die onderweg eigenlijk al lang gewonnen was.

Een geweldig concert. We hadden inderdaad, zoals een paar morrende fans, kunnen klagen over de krakers die hij niet gespeeld had. Maar dit is Elvis Costello, een songschrijver die kan terugvallen op een duizelingwekkend repertoire. Hij had ook 60 songs kunnen spelen in plaats de 23 stuks die hij er nu met klasse, gevoel en toewijding gedurende twee volle uren doorjoeg, maar dan waren we nu nog niet thuis.

Organisatie: Live Nation

Nebula - Stoner-rock protagonisten zijn nog niets van hun pluimen verloren
Nebula , Johnny Nasty Boots

De Mexicaan Johnny Nasty Boots, die zich al een tijdje in LA heeft gevestigd, profileerde zich als een explosieve rockgitarist met een uitmuntende ritmesectie achter zich, een powertrio zoals je die dezer dagen niet zoveel meer tegenkomt. Johnny Nasty Boots deed wel eens aan de jonge Leslie West van Mountain deed denken, zowel qua uiterlijk als qua speelstijl.
De man schitterde meermaals met splijtende en bij momenten freaky solo’s. Het trio maakte ruimte vrij voor psychedelische jams en daarin bleek meermaals dat hier een bijzonder sterke drummer aan het werk was. Het lange “Whiskey and Reeferblues” groeide uit tot een hoogtepunt, met een geestdriftig uit zijn voegen barstend middenstuk, een monsterlijke bluesriff en een stel striemende solo’s.
Johnny Nasty Boots, hou die naam alvast in de gaten, iets wat wij ook zeker gaan doen.

Nebula zijn survivors die hun neus al eind jaren negentig aan het stonervenster kwamen steken, hun legendarische debuutalbum ‘To The Center’ staat in onze platenkast nog steeds fier te pronken tussen ‘Welcome to Sky Valley”’ (Kyuss), ‘The Action Is Go’ (Fu Manchu) en ‘Dopes To Infinity’ (Monster Magnet). De band is het geesteskind van Eddie Glass die destijds uit Fu Manchu stapte om zijn eigen ding te doen. Na diverse personeelswisselingen is hij op vandaag nog de enige constante in Nebula.
Nebula overtuigde in het Wintercircus met in fuzz gedrenkte stoner-rock en psych-rock die voortdreef op Glass’ gruizige gitaarpartijen en een pompende ritmesectie.
Een sound die uiteraard gestoeld is op Sabbath- en Kyussfundamenten, maar die wel een eigen karakter heeft en ons bij momenten deed denken aan de wilde fuzz-rock van Ty Segall. Een zompige bluesy ondertoon vormde de fundering voor machtige slepers als “Aphrodite”, “Anything From You”, “To the Center” en “Wilted Flowers”. Snedige fuzzrock domineerde in de energieke stonerrockers “Giant”, “Highwired” en “Fall of Icarus”.
Nebula had nog een splijtende bisronde in huis met het wervelende “Let’s get Lost” en het kloeke space-rockmonster “Transmission From Mothership Earth”.

De band heeft ons een dik uur zonder oponthoud in een viriele stonermodus gewikkeld, het was zo voorbij, maar het was geweldig. Na al die jaren zijn ze nog geen greintje van hun slagkracht verloren en spelen ze nog steeds aan de top van een drukbezocht genre waarin men ondertussen bijna het bos tussen de bomen niet meer ziet.

Organisatie: Democrazy, Gent

Les Nuits Botanique 2026, OBSIDIAN DUST 2026 - Natte woestijnrock dondert over Brussel
Les Nuits Botanique
Botanique (alle zalen)
Brussel
2026-05-17
Sam De Rijcke

Veel ‘dust’ was er niet te bespeuren op dag 2 van Obsidian Dust, water des te meer. Zo kon het festival deze keer zijn naam niet letterlijk waarmaken, maar de ‘Fountain Stage’ dan weer wel, want het water zeikte bij momenten naar beneden. Maar goed, het weer had weinig invloed op de vaak sterke prestaties van de diverse bands, en ook het publiek worstelde er zich zonder veel problemen doorheen.

Als u net als ons dacht bij Fuzz Sagrado ‘dit lijkt verdacht veel op Samsara Blues Experiment’, dan was u volledig bij de les. Dit was met name de nieuwe band van Samsara bezieler Christian Peters, en de sound ligt volledig in het verlengde van zijn voormalige band. Want we kregen een klein uurtje psychedelische space-rock die zich manifesteerde als een lange LSD-trip verdeeld over een viertal uitgesponnen songs met benevelde keyboards en freaky gitaren. Deze keer met nogal wat kraut-rock uitweidingen en een stevige noise-eruptie aan het eind. Vooralsnog klinken de platen van Fuzz Sagrado lang nog niet zo goed als die van Samsara Blues Experiment, maar deze live set smaakte absoluut naar meer.

De slome, lauwe en tergend trage doom-metal van Acid King zorgde voor weinig animo, en met de regen die alsmaar heviger naar beneden kletterde zat de klad er algauw helemaal in. Toen de band dan nog eens kwam aanzetten met de meest idiote song van het ganse weekend werden wij overvallen door plaatsvervangende schaamte. Luidop tellen van 1 tot 39, u zal het waarschijnlijk ook ooit moeten doen hebben in de kleuterschool, hier was het -wij verzinnen dit niet- een volledige songtekst. Zelfs in een zorgtehuis vol met alzheimerpatiënten zou men zo een oefening nog te dwaas gevonden hebben om de dementerende oudjes bij de zaak te houden, bij Acid King was het een volwaardige song. Voor ons het moment om Acid King definitief de rug toe te keren.

Neptuniun Maximalism is niet bepaald een hapklare brok, dat zullen we geweten hebben. Als u thuis al eens iets van Sun O))), Earth, Swans of Gnod durft op te zetten dan was dit misschien wel iets voor u, anders was u hier maar beter weggebleven. De band speelde eigenlijk maar één track, en die vertrok vanuit een ellenlange drone-intro die via een berg noise uitmondde uit in een soort van apocalyptische climax. Op de beste momenten had het iets van Yob, maar elders ging het dan weer volledig de mist in. Ergens halverwege waande de frontman zich Michael Gira en braakte hij er allerhande indianengeluiden uit, en dat bleek geen goed idee, want bij de kerel kwam het toch een beetje potsierlijk over. De legendarische Michael Gira lijkt ons inderdaad tot op heden de enige die met dergelijke sjamanistische gebaren echt geloofwaardig overkomt.

Een goede reden om de gutsende regen te trotseren was het immer fantastische King Buffalo. Zanger/gitarist Sean McVay moest er genoodzaakt bij gaan zitten omdat zijn linkerpoot in het gips zat, maar dat weerhield er hem niet van om een beklijvende en briljante set neer te zetten. Het was smullen van die prachtige en lange heavy psych-songs met splijtende en vernuftige gitaarpartijen en heerlijke riffs. King Buffalo was wederom uitmuntend.

Hoeveel lawaai kan een mens verdragen? Dat kon je op eigen risico gaan uittesten bij Dope Purple. De Japanners tastten de grenzen van de extreme psychedelische noise af en gingen er dan los over. Met een op hol geslagen saxofoon in de rangen deden ze soms wat aan Ecstatic Vision denken, maar don nog wilder, luider en chaotischer (voor wie Ecstatic Vision een beetje kent, wil dat wat zeggen). Toch zat er wat inhoud in al die janboel en had het iets verslavend, waardoor we die helse teringherrie op één of andere manier alsnog wisten te appreciëren. Daarom zijn we er nog niet uit wie hier nu echt gek was, wij of die ontspoorde Japanners?

Tijd voor een levende legende op de Fountain Stage, John Garcia, met Kyuss mede grondlegger van de stoner-rock en nog steeds gezegend met een unieke stem die uit de duizend te herkennen is. De man heeft al in ettelijke bands gespeeld, en eentje daarvan, Hermano, werd nu met succes terug tot leven geroepen. Hermano leek een band die is trouw gebleven aan de originele intentie van de stoner-rock, namelijk broeiende desert-rock spelen met laaggestemde heftige gitaren en een regelrechte punk-attitude. Tot grote vreugde van de fans, die deze aanpak wel lustten en enorm genoten van stoner-klassiekers als “The Bottle”, “Senor Moreno’s Plan” en “Landetta”.

Wolvennest serveerde hun set in de Orangerie onder het mom van een soort rituele misdienst, en dat bleek een goede zet. Het altaar stond klaar, de rookmachine deed overuren, er zat heel wat echo op de vocals van meesteres Shazulla en de drieledige gitaartandem gaf op een bezwerende manier van jetje. In ieder geval wist deze band ons volledig in te palmen met hun verslavende, occulte en donkere post-metal met hier en daar wat black-metal invloeden. Als men ons zoals Wolvennest weet te hypnotiseren met almachtige songs als “All That Black”, “Purple Poison” of “Décharné”, dan willen wij gerust terug elke week naar de mis gaan.

Potige, rauwe en compromisloze testosteron-rock zonder pretentie, dat kregen we bij Red Fang. Als een stoomtrein op kruissnelheid raasden de Amerikanen door hun optreden. Het denderde de hele tijd, er zat een ronkende drive in de hele set en via een stel kloeke stroomstoten als “Prehistoric Dog” en “Blood Like Cream” kwamen de fans helemaal onder stoom.

Het fantastische, energieke en ronduit zinderende Gnome mocht in de Orangerie afsluiten. En daar maakten ze een heuse party van, dankzij een superenthousiast publiek dat na een slopende en kletsnatte dag nog heel wat energie leek over te hebben. Gnome maakte er gretig gebruik van om er een ultiem uitzinnig feestje van te maken, en dat met hun prettig gestoorde en uiterst driftige stoner-rock. Vooral de geniale zanger/gitarist Rutger Verbist schitterde met stuiterende riffs en vlijmscherpe solo’s.
Gnome schoot de ganse tijd met scherp, en daarvoor hadden ze ook de perfecte songs in hun wapenarsenaal, zoals “Duke of Disgrace”, “Old Soul”, “The Gods Are Evil” en “Ambrosius”, uiterst boeiende en immer prikkelende tracks die inmiddels tot heuse klassiekers zijn uitgegroeid.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)

Pagina 1 van 113