logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
The Wolf Banes ...

Irish Coffee

Irish Coffee - Never too old to rock'n'roll!

Geschreven door

De band naam Irish Coffee zal wellicht niet bij iedereen een belletje doen rinkelen. Nochtans was de band circa vijftig jaar geleden goed op weg legendarisch te worden. Met de hit single “Masterpiece/the show”, drukte Irish Coffee in 1971 zijn stempel op de Belgische rockandblues. Ook de debuut plaat bleek een schot in de roos. Na amper vijf jaar hield de band er helaas mee op. Songwriter en zanger William Souffreau legde intussen als solo artiest een indrukwekkend parcours af; en wordt gezien als de eminente grise van de Belgische rock. In 2017 bracht hij nog een kanjer van een plaat uit 'Tobacco Fields'. Waarmee hij nog eens bewees stevig op de troon te zitten.
In 2005 herrees Irish Coffee uit zijn as. Met een studio en een live album. Nu komt er in September een nieuwe plaat op de markt , 'Heaven'. Deze werd integraal voorgesteld in de thuishaven van de band, Aalst. Op een overdekte locatie , volledig coronaproof, en met zitplaatsen en mondmaskers, georganiseerd onder de noemer 'Koer & Toer'. Wij waren er ook bij en stelden vast ‘You are never too old to rock'n'roll!’

Het perfecte voorgerecht
John Woolley (***1/2) mocht het publiek opwarmen. En dat kun je letterlijk nemen. De man beschikt over een warme stem en uitstraling; hij brengt gezapige rock die teruggrijpt naar de jaren '60 - '70 , dat perfect past binnen het aanbod. Hij bracht een mooie mengeling van eigen nummers en covers. In eerste instantie met gitaar. Later gewoon op zang terwijl er een bandje afspeelde. Het zorgde gelukkig niet voor een jukebox effect.
Woolley is naast een begenadigd zanger, een klasse entertainer, die door middel van een grappige kwinkslag en anekdote iedereen rond zijn vingers draait. Niet elke cover was even geslaagd. Sommige songs van Joe Cocker - diens stem is onmogelijk te evenaren, laat ons eerlijk zijn, - kregen een ietwat slappe versie. Andere nummers van Cocker bezorgden je echter kippenvel , net zoals de meester zelve dit kon. Ook John Fogerty en Jeff Healey passeerden trouwens de revue.
John Woolley kweet zich in korte tijd, hij kreeg maar een goed half uurtje, met brio van zijn taak. Als je namelijk een zittend publiek kunt aansporen om mee te klappen en mee te zingen als support, dan ben je in je opdracht overduidelijk geslaagd.
John Woolley wist dus op gezapige wijze, de lont aan het vuur te steken. Ook al speelde de man een thuismatch; om dit op je eentje tot stand te brengen, moet je zeer sterk in je schoenen staan. Klasse!

Rocken alsof het terug 1971 is, maar met beide voeten in het heden
Als je al meer dan vijftig jaar op de bühne staat en niets meer hoeft te bewijzen , kun je twee dingen doen: Een mooie routineklus afwerken, waarbij het publiek waar krijgt voor zijn geld, zonder daar echt iets aan toe te voegen.. En dat publiek met een goed gevoel naar huis sturen, maar dan ook wat op zijn honger laten zitten. Of als een bende jonge wolven in het vak, met de ervaring van oude rotten, alles uit de kast halen om een spontane set af te leveren , waarbij de rockvibes je rond de oren vliegen en je bijgevolg koude rillingen bezorgen; als rockfanaat word je terug geflitst naar de jaren '70, dat is wat Irish Coffee (****) anderhalf uur deed bij hun cd voorstelling.
William Souffreau , ondertussen ook al 74, trok alle registers open en werd geruggesteund door klasse muzikanten , die naast technisch hoogstaand vernuft , spelplezier uitstralen als jonge wolven in het vak.
Alle songs uit het nieuwe album 'Heaven' werden integraal gespeeld, met diezelfde energie alsof het weer 1971 was. Echter met beide voeten in het heden. En vooral met het oog gericht op de toekomst. Want ondanks het feit dat de heren niet meer van de jongste zijn, bewezen ze op het podium dat je nooit te oud bent om echt te rocken.
De nieuwe schijf bevat verschroeiende rock , die wellicht niets nieuws toevoegen aan het geluid dat we van de band al kennen; ze ademen wel een oerkracht uit , die iedere rockfan een adrenalinestoot van jewelste bezorgt.
Irish Coffee brengt op het podium in Aalst je het perfecte rockfeest, met een lange rits aan adrenalinestoten, waardoor het moeilijk werd om echt stil te blijven zitten op je stoel. De  meer ingetogen nummers gaven een krop in de keel en rillingen over de rug, ahw een rockformatie die je hart doorboort met meesterlijke riffs en drumpartijen, geruggesteund door een zeer goed bij stem zijnde frontman, die genoeg charisma heeft om zijn publiek van begin tot eind uit zijn hand te doen eten.
Kortom we vallen in herhaling, "You are never too old to rock'n'roll”. Dat bewees Irish Coffee in hun thuishaven Aalst met brio!

Pics homepage @Filip Van der Linden

Organisatie: Irish Coffee (ikv Koer & Toer)

Black Label

Black Label - Vurig eerbetoon aan Robert Johnson

Geschreven door

Matt T Mahony & Steven Troch + Black Label
4AD (De Blankaart)
Diksmuide

Op vraag van de provincie organiseerde de 4AD deze zomer een reeks concerten onder de noemer ‘anderhalve meter sessies’ in natuurgebied ‘De Blankaart’, telkens op vrijdagnamiddag. Een waardig alternatief voor ‘Stad onderstroom’, dat dit jaar om de gekende redenen niet doorging. Een erg gevarieerd aanbod waarin ik evenwel niet meteen mijn gading vond. De allerlaatste sessie wist me dan uiteindelijk toch uit mijn kot te lokken en zo trok ik gewapend met een plooistoeltje en een krat bier richting Woumen. Het werd, na maanden verstoken te zijn geweest van live muziek, een ware verademing.

Het gebeuren vond plaats in een uniek en schilderachtig decor, een smalle weide tussen hoge bomen, al rees meteen de vraag of de natuur en de bijhorende stilte wel gediend is met dit soort evenementen. De natuur die het in dit coronajaar al zwaar te verduren kreeg. En al zal de impact hiervan wellicht zeer beperkt zijn, toch vraag ik me af waarom de provincie dit uitgerekend in een natuurgebied moest laten plaatsvinden.
Daarnaast deed ik nog een tweede vaststelling die bij me de wenkbrauwen deed fronsen. De toeschouwers zochten allen hun plekje, dat men mocht afbakenen met een gekregen stuk touw, achteraan de weide, ver weg van het podium. Dacht men dat de artiesten superverspreiders waren of stak hier een oud 4AD-zeer de kop op? Black Label vroeg nog voorzichtig om wat dichter bij het podium te komen maar dat werd net niet op hoongelach onthaald. Hier werden de afstandsregels gerespecteerd!

Tot zover de kritische kanttekeningen want muzikaal viel hier niets op af te dingen. Matt T Mahony (Matti De Rycke) is een product van de Gentse bluesscène, waarvan het hart zich bevindt in de Missy Sippy, de knusse club in Klein Turkije waar ook Tiny Legs Tim, Guy Verlinde en uiteraard ook de Missy Sippy All Stars thuis zijn. Mechelaar Steven Troch ken ik vooral als begeleider van Tiny Legs Tim maar hij was ook jarenlang het boegbeeld van Fried Bourbon terwijl hij het tegenwoordig met de Steven Troch Band probeert. In die laatste groep, die reeds twee platen op haar actief heeft, vinden we ook Matt T Mahony terug. Het zal dan ook geen toeval geweest zijn dat die twee hier elkaar op dit podium vonden. Matt T Mahony ontpopte zich als een vrij aardig gitarist met veel respect voor de authentieke blues zonder dat hij daarbij aan frisheid te moest inboeten. Hij werd bovendien mooi geholpen door de immer inventieve mondharmonicastoten van Steven Troch. Na een drietal songs was het de beurt aan Troch (beiden brachten ongeveer evenveel nummers) die zijn blues van een rocktintje voorzag en de spektakelwaarde wat omhoog trok. Vooral  "Wanna sleep", waarin hij alle geluiden, die je in een gemiddelde slaapkamer hoort, op zijn mondharmonica imiteerde, zorgde voor de nodige opwinding. Geen van beide beschikte over een echte bluesstem maar dat vormde geen bezwaar. Het bleef een aangename set die rustig verder kabbelde onder een deugddoend zonnetje waarbij mijn voorkeur uitging naar Matt T Mahoney omdat die het lef had de geijkte bluespaden al eens te verlaten voor onder meer een vroege Charlie Parker of, tot mijn grote vreugde, "Caravan of fools", een song uit de laatste plaat van corona slachtoffer John Prine.

Black Label is de one man bluesband van Remko Van Damme die zijn volledige set wijdde aan het fenomeen Robert Johnson (1911-1938). Een dankbaar onderwerp natuurlijk want deze mysterieuze figuur blijft tot de verbeelding spreken. Er bestaan nauwelijks foto's van hem, zijn complete oeuvre past net op een dubbelelpee maar is toch de onuitputtelijke inspiratiebron van talloze artiesten terwijl er over zijn veel te vroege dood talloze speculaties de kop opstaken. Een officiële doodsoorzaak is er niet maar ‘vergiftiging door een jaloerse echtgenoot’ blijkt voor velen de meest plausibele verklaring. Robert Johnson werd trouwens met terugwerkende kracht toegevoegd aan de ‘27 club’, het kransje beroemde muzikanten (Brian Jones, Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison en later ook nog Kurt Cobain en Amy Winehouse) die op 27-jarige leeftijd stierf. En dan zijn er nog die mythische verhalen waarvan de bekendste die is waarin Johnson zijn ziel verkoopt aan de duivel waarop die hem de blues leert spelen.
Black Label bracht op een schitterende manier de gekende songs: "Walking blues", "Stones in my Passway", "Me and the devil blues", "Sweet home Chicago",...
Ook Black Label heeft niet echt een bluesstrot maar zijn stem had wel een natuurlijk dwingende kracht terwijl ik zijn slide gitaar als fenomenaal zou omschrijven. En voeg daar meteen ook maar een aanstekelijke mondharmonica aan toe. Elk nummer werd bovendien ook nog eens voorzien van een gevatte uitleg die me ondanks dat Antwerps accent telkens mateloos kon boeien.
Het zorgde ervoor dat ik de ganse set aan zijn lippen gekluisterd bleef. Naast Robert Johnson zelf was er ook nog tijd en ruimte voor zijn voorbeelden: Son House en Charley Patton (eindelijk hoorde ik "Pony blues" eens live) en zijn naamgenoten: Tommy Johnson en Blind Willie johnson (hoewel "John The Revelator" hier met veel lef gebracht werd in de a capella versie van Son House). Allemaal nummers van meer dan tachtig of negentig jaar oud realiseer ik me nu pas. En toch klonk dit allesbehalve gedateerd.
Alleen het bisnummer "Eyesight to the blind" van Sonny Boy Williamson, dat hier voor een tweede keer over de wei galmde, was van een iets recentere datum (1951).

Organisatie: 4ad, Diksmuide

A Shape

Iron Pourpre

Geschreven door

De Franse noiserockers van A Shape krijgen flink wat aandacht voor hun nieuwe album en dat is terecht. Hun vorige worp werd nog geproduced door Lee Ranaldo van genre-iconen Sonic Youth en dat geeft doorgaans toch aan dat die de band wel ziet zitten. Daarop kwam hun talent nog niet helemaal tot bloei en dat moet dus maar op ‘Iron Pourpre’.
Op dit album voel je op een paar tracks dezelfde magie als bij Sonic Youth. Zeker op “Black Mamba”, de track die ze zelf naar voren schuiven als ambassadeur van het album. Het is meteen ook de track die ons het makkelijkste kan overtuigen. “Echoes” doet dan wat denken aan Brutus en La Jungle, maar dan een stuk volwassener dan La Jungle. “Trans” is een slepende, contemplatieve angstdroom met een leuke spoken word intro. Het toevoegen van een sax-geluid brengt een welgekomen variatie.
Op andere tracks slaat de slinger te ver door in de zoektocht naar originaliteit en komt A Shape uit bij doorwrochte progressive noise en atonale freejazz. Voor de een zal dat het hoogst haalbare zijn in noise, terwijl anderen daar net afhaken.
‘Iron Pourpre’ laat een band horen die zijn eigen weg zoekt en die niet verwacht dat u massaal zal volgen. Maar ze vechten hard voor elkeen die wil volgen en geven zichzelf blind en vol overgave aan  wie bereid is om te luisteren. Geen compromissen, geen gulden middenweg. Net zoals noise bedoeld is.

Erasure

The Neon

Geschreven door

Erasure hoeft nauwelijks nog voorgesteld te worden, dus we houden het kort: de Britse toetsenist Vince Clarke zette mee Depeche Mode en Yazoo op de rails en stapte het bij beide snel weer af. Met zanger Andy Bell klikte het wel en sindsdien bouwen de twee aan een breed oeuvre, met wereldhit “Sometimes” als hoogtepunt in de late jaren ’80.
Het marketingpraatje voor hun nieuwe album ‘The Neon’ klinkt veelbelovend: Clarke heeft zijn oudste synthesizers afgestoft en Bell zat in een heel positieve vibe. Erasure maakte deze ‘The Neon’ dus onder een gunstig gesternte, maar dat is uiteraard geen garantie op goede muziek.
Het album schiet als een komeet uit de startblokken met “Hey Now”, een bijzonder dansbaar nummer met hetzelfde enthousiasme als “Sometimes”. Het mengt net als die hit de coolness en de swagger van de disco met de ernst en Schmertz van de new wave. “Nerves Of Steel”  is net zo’n schot in de roos, maar iets minder dansbaar. Had uit de trommel van de Eurythmics kunnen komen.
Dat van die afgestofte synthesizers lijkt na de eerste nummers te kloppen. Je kan die sound misschien wel kopiëren met moderne technologie, maar Clarke bespeelt die oude deels analoge instrumenten ook nog eens zoals ze dat in de jaren ’80 deden en die ritmes klinken het beste als je ze gewoon in de vingers hebt. De productie is bovendien ambachtelijk foutloos. Zo foutloos dat het een beetje de leeftijd van beide heren verklapt, want zo’n smetteloze, doorwrochte productie en mix hoor je nog nauwelijks. Ook niet in de modernere synthwave. Andy Bell heeft nog steeds een prachtige en herkenbare stem. Je hoort uiteraard niet langer het jeugdige enthousiasme door zijn keelbanden gieren, maar er zijn veel zangers die het er na zo’n lange carrière veel minder goed van af brengen.
Het is niet al goud dat blinkt op ‘The Neon’. Een aantal nummers moet het doen met een etiket als ‘onderhoudend’ (“Fallen Angel”),  ‘heeft wat tijd nodig om helemaal binnen te komen’ (“Shot A Satellite”) of ‘we gokken dat de dance-remix beter zal zijn’ (“No Point In Tripping”). “Tower Of Love” en “New Horizons” kunnen nog net overtuigen ondanks een overdreven lading goedkoop drama en pathos. In de finale zitten nog enkel parels als het funky “Diamond Lies”, de klassieker-in-wording “Careful What I Try To Do” en het tragische/uplifting “Kid You’re Not Alone”.  
Erasure heeft met ‘The Neon’ een fraai album afgeleverd dat mooi voortbouwt op de roots van de band en tegelijk genoeg aanknopingspunten heeft met het hier en nu. Een hit als “Sometimes” staat er niet op, maar dat verwachten de fans ook niet meer van het duo.

The Stray Cats

Rocked This Town: From LA To London

Geschreven door

De Stray Cats bestonden eigenlijk maar van 1979 tot 1984. Daarna waren er nog regelmatig reünies en werd er af en toe zelfs nog eens nieuw materiaal opgenomen en getourd, omdat de fans er maar niet genoeg van kregen. In 2019 vierde de Amerikaanse rockabillyband zijn 40-jarige bestaan met ‘40’, een album met nieuw studiomateriaal, en een tournee en de weerslag daarvan vind je op ‘Rocked This Town: From LA To London’.
De tracklist leest als een mix van ‘40’ en een ‘Best Of’, met prominente plekken voor hun drie grote hits: “Runaway Bays”, “Stray Cat Strut” en “Rock This Town”. Voor de Belgische en Nederlandse fans missen we misschien “LIttle Miss Prissy”, één van de oude singles die in het begin van hun carrière de radio haalde, maar die bijna nooit op een live-album of verzamelaar staat. De Stray Cats hebben bovenop de eigen singles altijd wel een cover in de set. Vroeger was dat al eens “Unchained Melody” of “Can’t Help Fallin In Love”. Op dit album is dat “Misirilou” van Dick Dale. Een beetje een voor de hand liggende keuze, die ook nog eens leert hoe dun de genregrens tussen rockabilly en surfrock maar is.
De Stray Cats hebben eerder al flink wat live-albums uitgebracht, dus zo uniek is deze registratie niet. Is het dan enkel een leuke herinnering voor de fans die er bij waren? Dat ook niet. Voor een live-registratie is dit een heel afgeborstelde verzamelaar waarop je een band hoort die inderdaad 40 jaar op de teller staan heeft, maar die nog niets heeft ingeboet aan magie en die met de juiste spirit op het podium staat. De magie is in de eerste plaats te danken aan zanger-gitarist Brian Setzer, terwijl de andere twee bandleden uitstekende volgers zijn. Setzer is goed bij stem en een heerser op gitaar. ‘Rocked This Town’ is een meer dan degelijke maatstaf voor het genre, of beter nog: zit je zelf in een rockabillyband, dan is dit album het equivalent van zowat alles wat je ooit zal kunnen bereiken.

Suzanne Vega

An Evening Of New York Songs And Stories

Geschreven door

Suzanne Vega heeft al verschillende shows uitgebracht. Haar nieuwste live-album, ‘An Evening Of New York Songs And Stories’ nam ze op in café Carlyle in New York. Omdat ze in de stad is opgegroeid en daar haar eerste songs schreef, klinkt het logisch dat ze haar liefde en haat voor de stad ooit zou bundelen in een show of album. New York is een stad die je niet onverschillig laat.
De setlist werd vooral ingegeven door de link van de lyrics met de stad en het is dus absoluut geen ‘Best Of’. Wel staan er drie van haar grootste hits op: “Luka”, “Tom’s Diner” en “Marlene On The Wall”. Maar geen singles als “Book Of Dreams”, “In Liverpool”, “Blood Makes Noise” of “When Hero’s” Go Down”. Het is wel leuk om haar te zien grasduinen in haar oeuvre en vooral om haar in twee zinnen de link te horen leggen tussen songs als “Frank And Ava” en “Ludlow Street” en de New York. Van NY-icoon Lou Reed leent ze zijn “Walk On The Wild Side” en dat levert een fraaie, maar ook weer niet onvergetelijke versie op.
Suzanne Vega is een grande dame die bijna altijd concerten geeft die aan iedereens verwachting voldoen. Op dit nieuwe live-album verzamelt ze wel heel veel ‘minder bekend’ werk, maar omdat die allemaal New York als gemene deler hebben, wordt het een mooier en interessanter verhaal dan een artiest die voor zijn eigen plezier zijn eigen favorieten verzamelt.
‘An Evening Of New York Songs And Stories’ is daarom geen startpunt voor wie Suzanne Vega nog moet ontdekken, maar eerder voor de fans die oprecht geïnteresseerd zijn in haar leven en werk.

Crackups

Greetings From Earth

Geschreven door

Wie niet genoeg kan krijgen van bands zoals Sons, Equal Idiots, Heisa…moet zeker ook deze band eens beluisteren. Nieuwkomers zijn ze niet want in 2010 deden ze al mee aan de Humo’s Rock Rally (toen nog onder de naam The Crackups). Na het debuut die er kort daarna op volgde , beginnen de bandleden uit te zwermen naar andere bands terwijl frontman Valkeniers zich verdiept in het producerswerk (o.a. Equal Idiots, High Hi en Black Leather Jackets). Sedert vorig jaar leeft de band terug. De onversneden punkrock/garagerock rammelt, brult en rockt alsof hun leven ervan af hangt. Maar de band doet meer dan lawaai maken want een song zoals “Television Screen” heeft heel wat te bieden: ze zitten sfeer neer, voorzien tempowissels en een aantrekkelijke baslijn. Op “Getting The Vibes” doet de groove a.h.w. The Stooges herleven. “Wet Sheets” is een ideale opener die je wakker schudt, als je het nog niet was… De riff op “Liar” lijkt sterk op die van “Personal Jesus” van Depeche Mode maar ze gieten die in een garagerock nummer ipv een electrorock song.
Met zeven songs is dit album kort en krachtig. Als hun optredens de energie opwekken die ze hier tentoonspreiden , dan zal dat wat gaan geven als we terug naar concerten mogen gaan kijken.
Als men de Aliens met ‘Greetings From Earth’ zal verwelkomen dan denk ik dat ze bang zullen terugkeren naar hun eigen melkwegstelsel.

Garagerock
Greetings From Earth
Crackups
MayWay Records
 

Various Artists

Polderriffs - Volume1 - compilatie

Geschreven door

Polderrecords heeft een aantal kwalitatieve heavy rockbands in zijn stal zitten. En normaal gezien, in een gewone wereld, gingen deze zes bands op 8 augustus op Alcatraz mogen spelen. Helaas dat mooie liedje ging niet door , je weet wel wat.

Na wat nadenken komt het label op de proppen met deze compilatie om de bands te ondersteunen. Elke band staat hier met één song dat ge-remasterd werd. Voor de vlugge kopers beschikbaar in mooi gekleurde of zwarte vinyl. Voor diegene die te laat zijn voor het gelimiteerd vinyl is het ook nog digitaal verkrijgbaar. Voor mensen die de bands minder goed kennen is dit een mooie kennismaking/staalkaart van wat Polderrecords momenteel te bieden heeft.

Wat vinden we hier op terug? Von Detta met hun single “The Masterplan”. Na een mooie uitwaaiende intro krijgen we een geweldige song te horen. Alles klopt aan deze song met zijn chique zang, een aanstekelijke riff en een ferme ritmesectie. Atomic Vulture biedt “Water” aan. Het trio doet de instrumentale psychedelisch rock herleven en giet er nog een scheutje stoner doorheen. Bereidt u voor op een space trip tijdens het beluisteren. Rawdriquez is een recente supergroep bestaande uit Gunther Uytterhoeven (vocals), John Pollentier (guitars bij o.a. Cowboys & Aliens), bassist Stefaan Bonte (Locus Control) en drummer Christophe Depree (After All en Channel Zero). “The World is Lost” is muzikaal pompend en stevig met zang dat ergens tussen Chris Cornell en Eddie Vedder in klinkt. Een kopstootje van een track. Carneia biedt een live track van “Lay Down” aan terwijl Motsus en Darqo beiden een exclusieve song voor deze compilatie opgenomen hebben. Motsus speelt hier op “Dopjesut” in hun gekende stijl: wat log, doomy maar met de nodige sprankeltjes. “Nemo’sWar” van Darqo heeft een filmische uitgestrekte intro waardoor je denkt dat je in een donkere horrorfilm terecht bent gekomen. De song wordt langzaam opgebouwd tot de climax.
Een heel fijne compilatie waardoor hopelijk nogal wat luisteraars de rest van hun muziek zal willen ontdekken. Verpakt in een smaakvolle cover met artwork van Piotr W. Osburne.

Polderriffs - Volume1 - compilatie
Stonerrock
Polderrecords
Polderrecords
 

De Brassers

Alternative News

Geschreven door

De Brassers werden wereldbekend in België door hun single “(En Toen Was Er) Niets Meer” uit 1980. Ze haalden met hun postpunk de finale van Humo’s Rock Rally en de track haalde kort de radio en verscheen later op een paar verzamelaars. Na 1982 werd het wat stil rond de band, maar er waren af en toe reünies. Vanaf 2005 werd ook opnieuw materiaal (her)uitgebracht en volgden de concerten elkaar sneller op.
Vorig jaar mochten De Brassers aantreden op het Breaking Barriers-festival van Het Depot in Leuven en dat concert wordt nu uitgebracht als live-album ‘Alternative News’. “Niets Meer” staat er uiteraard op, net als “Eruit”, een minstens net zo sterke track uit 1981. Maar de band heeft nog meer puike postpunk in de aanbieding: met drie nooit eerder uitgebrachte nummers: “O Brother”, “Goes Like This” en “Bad Company”. Blij dat die alvast bewaard zijn voor het nageslacht. België scoort al decennialang hoog als het over postpunk gaat en hier bewijzen De Brassers dat ze meer dan een voetnoot of een one-hit-wonder zijn.
Twee covers op een totaal van acht tracks is misschien wat veel (“Lowdown” van Wire en “Nasty Little Lonely” van Alternative TV). Hun versie van “Shadowplay” van Joy Division stond reeds op hun album ‘Live At Doornroosje’ van 2013.
De band krijgt alvast een pluim voor hun aanpak. Sinds ‘Live At Doornroosje’ werd geen nieuw studiomateriaal uitgebracht en toch verschilt dit nieuwe live-album sterk van het vorige. Slechts twee nummers (“Niets Meer” en “Sick In Your Mind”) staan op beide en met de onuitgegeven nummers en covers is het voor de fans zeker de moeite om dit live-album in huis te halen.

 

Thurston Moore

By The Fire

Geschreven door

Thurston Moore was als lid van Sonic Youth één van de grondleggers van de noiserock en een inspiratiebron voor zowel Nirvana als de Pixies. Bij Sonic Youth hebben ze de stekker er uit getrokken, maar de bandleden brengen wel nog solomateriaal uit of zitten in nieuwe bands.
Thurston Moore’s nieuwe ‘By The Fire’ is zijn zevende solo-album. Wie nog steeds houdt van de weerbarstige noiesrock met overstuurde gitaren van Sonic Youth, vindt hier ear candy als “Cantaloupe” en “Hashish”. Niet toevallig zijn dat meteen ook de meest ‘commerciële” nummers van het album en dus de singles. Ook nog “They Believe In Love (When They Look At You)” is vooral in de eerste minuten best herkenbaar voor de ‘oude’ fans.
Het album wordt voorts gevuld met een paar aardige alternatieve, beetje lo-fi songs die echte Sonic Youth-fans waarschijnlijk maar wat braafjes zullen vinden (“Calligraphy” en “Dreamers Work”). “Breath”, “Siren” en “Locomotives” zijn heel lange stukken lo-fi rock en noise die soms heel doorwrocht maar net zo goed soms vervelend zijn. Moore weet dat goedgemaakt op afsluiter “Venus”: ook een lange track en dan nog helemaal instrumentaal, maar toch wat boeiender. Doet soms wat denken aan de intense postmetal van Amenra.
Dit is een fijn album voor wie hoopt dat Sonic Youth opnieuw bij elkaar komt en nieuw materiaal uitbrengt.

Pagina 256 van 966