logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...

Bear's Den

Bear’s Den ontroert!

Geschreven door


Het Britse Bear’s den wordt op handen gedragen . Iedereen was al lovend van hun concert op Werchter dit jaar , wat ons uitermate nieuwsgierig maakte om deze band in intiemere kring te zien . Eén van de revelaties lazen we , dus gingen we met hoge verwachtingen naar de AB, die uitverkocht was.
Behoorlijk populair zijn ze intussen , die zowel jongeren als een ouder publiek onder zijn hoede neemt.
Het was het laatste optreden van hun Europese tournee om de tweede plaat ‘
Red Earth & Pouring Rain’ in de spotlight te plaatsen . Ze debuteerden trouwens een paar jaar terug met het prachtige ‘Islands’. Ze zijn muzikaal te situeren tussen gevoelige indiefolk en broeierige ‘70s retro .

Oorspronkelijk waren ze met z’n drieën, maar bij de tweede cd zijn ze herleid tot een duo , nl. Andrew Davie en Kevin Jones. Joe Haynes verliet de band . In tegenstelling van hun ietwat ruwere naam, zien de bebaarde kerels er uiterst aaibaar uit.
Op het podium zijn de twee versterkt met maar liefst 6 muzikanten, wat de sound breder, intenser, explosiever maakt . Ze vissen in de muzikale  vijver van Mumford & Sons, War on drugs, Ben Howard , referenties die hen zeker niet zuur opbreken!
Het is een communicatieve band , die houdt van zijn publiek . Van de eerste seconde worden we in hun gevoelige , meeslepende sound getrokken . Veel akoestische gitaren, regelmatig de banjo erbij, af en toe koperblazers die klankkleur bieden en een ijzersterke stem,  met wat galm , zorgden voor een erg sfeervol , gesmaakt concert.
De meeste van hun indie-folk-rock-pop-songs zijn meezingpareltjes , zeker een “Agape” en “Auld wives” waarop de menigte kan mee klappen en zingen,  bepaald door  intieme, dagdagelijkse teksten. Heerlijk muzikaal vertier, lief en lustopwekkend (ik zag vele koppeltjes mekaar innig vastgrijpen), zeer aangenaam en niet te hard in de oren.
Er waren drie héél aangrijpende akoestische (zelfs zonder micro) momenten . Het eerste was er op het podium, het tweede met z’n drieën  in het midden van de zaal en de  laatste als afsluiter. En wat voor één … Onze twee beren riepen de support acts mee op het podium en brachten een eerbetoon aan de vorige week overleden superheld Leonard Cohen, één van hun grote voorbeelden.
Het werd dan ook muisstil, een kippenvelmoment met de tranen in de ogen als “So long Marianne” werd ingezet. Een minutenlang applaus volgde , wat niemand verbaasde .

We hadden hier een erg sterk optreden van een zeer amicale band.

Supportacts : Het eerste voorprogramma, Siv Jakobson, misten we door het regen- en fileleed. Het tweede Matthew and The Atlas konden we van genieten. Hij  maakt krachtige soulvolle folk. Met zijn diepe, rauwe, doorleefde stem brengt hij vaak klein beginnende nummers , slechts begeleid door een akoestische gitaar, en  uitmonden in een groots harmonieus slot. De opbouw met knappe , originele arrangementen zijn de belangrijkste troef. Mooi!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Panic! at the Disco

Panic! at the Disco - Meer aanstekelijke klasse, dan melancholische historie

Geschreven door


We trokken gisteravond naar de kroonparel der Belgische concertzalen. In de AB concerteerde namelijk Panic! at the Disco. Een puberteit-favoriet die we tijdens woon-schoolverkeer veelvuldig onze gehoorkanalen lieten insijpelen. De hamvraag was uiteraard, kan de nillies-emoband van toen ons nog in dezelfde mate bekoren?

Het is met de tour rond het vijfde album, ‘Death of a Bachelor’, dat de formatie, gebouwd rond Brendon Urie, de AB tot de nok wist uit te verkopen. De vrouwelijke tickethouders waren overduidelijk in de meerderheid. Daarnaast bleek de gemiddelde toeschouwer zich waarschijnlijk nog niet al te lang op tram twee te bevinden.

Als voorprogramma kregen we een Australisch viertal voorgeschoteld. Tigertown trachtte met bubblegum-aanvoelende synthpop ons aan het dansen te krijgen.  De frontvrouw sprong fanatiek het ganse podium rond, maar vocaal leek ze toch net dat tikkeltje overtuigingskracht te kort te komen.

Laat nu net datgene zijn wat we met de hoofdact wel te zien en te horen kregen. Op de tonen van “Pump it” van Black Eyed Peas betraden zes mannen – voor de gelegenheid waren er drie koperblazers mee op tour – de bühne. Allen waren ze netjes gekleed in een zwart pak. We waanden ons op een chique aanvoelend trouwfeest, maar op de ceremoniemeester was het nog even wachten (en gillen, vooral gillen). Toen Brendon Urie, gedrapeerd met gouden microfoon en bordeaux blazer het gezelschap vervolledigde, ging het publiek uit z’n dak. Meteen werd “Don’t Threaten Me With A Good Time” ingezet.
We waren met verstomming geslagen, een gevoel dat ook tijdens nummers als “The Ballad of Mona Lisa” en “Hallelujah” en trouwens ook de rest van de set stand wist te houden. Zelden zagen we een frontman met meer klasse, nog minder frequent hoorden we er een met dit soort krachtige maar glasheldere stem. De blazers betekenden daarbovenop een enorme meerwaarde aan het geheel. Het melancholische gevoel waarmee we Panic! At The Disco associeerden, had volledig plaats gemaakt voor verbazing. Nummer na nummer kon op enorme bijval rekenen. Disco pop? Disco rock? We waren vooral in disco shock omdat deze band de afgelopen jaren aan onze rader ontglipte.
Ondanks het gebrek aan bindteksten in het eerste deel van de set, werden we toch subtiel bespeeld. Gitarist Kenneth Harris zocht herhaaldelijk het contact op met de (vrouwelijke) fans. Naast kushandjes lanceerde hij ook geregeld enkele plectrums in het publiek. Eveneens Urie deed z’n duit in het zakje, attractieve danspasjes, een tweetal achterwaartse salto’s en vooral een extreem goedgeluimde uitstraling hebben veel hartjes doen smelten.
Een eerste ‘throwback’-momentje beleefden we toen Urie de beginakkoorden van “Nine In The Afternoon” inzette. Hiervoor was de frontman achter een vleugelpiano, die bovenaan de podiumopstelling stond, gekropen. Een stijlbreuk met de recentere nummers uit hun repertoire was er dankzij de energetische uitvoering van het nummer niet.
Naast een degelijke pianist bleek Urie ook een niet onaardige drummer te zijn. Dat maakte hij ons duidelijk tijdens een ietwat willekeurig geplaatste drumsolo-battle met/versus drummer van dienst Dan Pawlovich. Maar naast zanger, drummer, pianist en even ook gitarist bleek hij vooral een showman. Een showman met stijl, bakken vol stijl. Want bij momenten konden we ons niet weerhouden om parallelen te gaan trekken met gentlemen als Sinatra.
De eerder genoemde piano deed overigens nog een tweede maal dienst voor een cover van megaklassieker “Bohemian Rhapsody”. De jonge zieltjes in de zaal kweelden lustig mee. Wij vroegen ons vooral af waarom Urie niet gecast werd om Queen 2.0 mee vorm te geven.
De show must go on, maar kon natuurlijk niet eeuwig blijven duren. Met “Death of the Bachelor” en “LA Devotee” werd het pre-bisnummers deel van de show afgerond. Deze nummers waren van hetzelfde laken een broek, wat in dit geval een goeie zaak is. Dansbare tracks, perfect aangedikt door de koperblazers en vooruit gestuwd door een dijk van een stem.
Als ererondje werd “I Write Sins Not Tragedies” als eerste aangedaan, het nummer waarmee het voor de band allemaal écht begon. Het dak van de AB vloog eraf en kan vermoedelijk nu ergens aan de stadsrand teruggevonden worden. Alvorens het publiek uitvoerig te danken speelden ze afsluitend “Victorious”.

Overwinnen deed Panic! At The Disco zeker, het is tijd om het verleden los te laten en te aanvaarden hoe de band vandaag de dag zich weet te profileren. Als een fantastische live-act met nog meer potentieel dan geschiedenis.

Setlist: Don’t Threaten Me With A Good Time - Vegas Lights - The Ballad of Mona Lisa – Hallelujah - Time to Dance - Emperor’s New Clothes - Girls/Girls/Boys - Ready to Go (Get Me Out of My Mind) - Nine in the Afternoon - Crazy=Genius - Miss Jackson - Golden Days - Bohemian Rhapsody - Death of a Bachelor - LA Devotee - I Write Sins Not Tragedies - This Is Gospel – Victorious

Met dank aan Dansende Beren
http://www.dansendeberen.be/2016/11/14/panic-at-the-disco-ab-meer-aanstekelijke-klasse-dan-melancholische-historie/

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/tiger-town-13-11-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/panic-at-the-disco-13-11-2016/

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Sonic City 2016 – Savages cureert – Positieve verrassingen en weerbarstige acts

Geschreven door

Sonic City 2016 – Savages cureert – Positieve verrassingen en weerbarstige acts
Sonic City 2016
Kreun
Kortrijk
2016-11-12
Nick Nyffels

Ieder jaar nodigt De Kreun een artiest uit om hun tweedaags festival Sonic City samen te stellen, en dit jaar was het de beurt aan Savages, die zelf ook al op Sonic City uitgenodigd werden door Beak> , het krautrock vehikel van Portishead-man Geoff Barrow. De ene dienst is de andere waard, dus nodigde Savages dit jaar Beak> uit, die zo al drie keer aantraden op dit underground festival. Ook Suuns, Bo Ningen en Demdike Stare hadden een abonnement te pakken, net als ondergetekende.

Sonic City blijft een underground festival, met soms echt wel  lastige, weerbarstige acts, maar ook ieder jaar met heel positieve verrassingen, waar niemand al van gehoord heeft, maar die de zaal weten te verbazen. Ook dit jaar was dit weer het geval.

dag 1 – zaterdag 12 november 2016
We begonnen deze tweedaagse marathon bij Jessy Lanza. Die zagen we al eerder dit jaar in het Dok op Big Next. We wisten dus wat te verwachten: een alternatieve versie van de hedendaagse op r&b gebaseerde pop, met zelfs een vleugje Prince & The Revolution anno 1984. Deze Canadese moest jammer genoeg haar set vroegtijdig afbreken wegens een krakende synthesizer.

Bo Ningen deed eerder dit jaar al het voorprogramma van Savages, dus het was logisch dat ze ook op Sonic City stonden. Deze Japanse band ontstond in London, en heeft nog maar weinig in Japan gespeeld, maar toch is dit een op en top Japanse band omdat ze zo alien aan doen. Het is nooit echt duidelijk of zanger Taigen Kawabe in het Engels of het Japans aan het zingen is, en de muziek van deze band gaat echt alle kanten uit: psychedelische noise die heel grillig is, soms loodzwaar, maar toch vooral bizar. Na 25 minuten kondigde de band al het laatste nummer aan, wat dan 10 minuten duurde en waarin Kawabe zijn bas Sonic Youth-gewijs mismeesterde. Toch vonden we ze net iets scherper dit voorjaar, misschien zat het vroege uur er voor iets tussen.

De eerste verrassing van Sonic City kwam er met Mykki Blanco. Mykki Blanco is de artiestennaam van de Amerikaanse rapper Michael Quattlerbaum. Blanco is transgender, is seropositief en haalt veel invloeden uit punk en performance art. De man is een excentrieke verschijning, hij stond op het podium, geblondeerd en volgetatoeëerd, met niet meer dan een korte witte broek en een witte regenjas, die hij snel zou uitdoen en waarmee hij onder meer het publiek geselde. Blanco sprong over het podium, maakte een circle pit in de zaal, sprong op de DJ-tafel, deed ballerinapassen. Dus qua podiumact zat het goed, de man bouwde een geslaagde party, maar wat nog veel belangrijker was, was dat het muzikaal ook goed was, wat bij rap-acts nogal dikwijls durft tegenvallen: een sterke flow, en op elektronica geïnspireerde beats die door een vrouwelijke DJ gebracht werden. In de afsluiter volgde nog een verrassing toen Blanco zijn blonde haren wegsmeet en het dus een pruik bleek te zijn. Mykki Blanco was de eerste echt spraakmakende artiest op deze editie van Sonic City.

Suuns stonden vorig jaar nog samen met Jerusalem in my heart op Sonic City. Nu begon het ook Oosters, maar de gitaren namen snel de rol over en de elektronica staat blijkbaar op het tweede plan op de nieuwe plaat ‘Hold/Still’. “Translate” was pompende, nerveuze krautrock. Pas in het tweede deel van het concert zat er meer balans tussen de gitaren en de elektronica, wat zo kenmerkend was op de eerste twee platen van Suuns. We moeten zeggen dat we hun passage vorig jaar beter vonden, de Oosterse sferen die ze toen samen met Jerusalem in my heart opriepen, vonden we net dat stukje pakkender. Dit jaar sloten ze hun concert af met een cover van Fugazi, wat nog eens bewees dat de band nu vooral op de gitaar gefocust is.

Een constante op Sonic City, is dat de headliners het altijd waarmaken, ook al zijn die headliners nog niet zo bekend. Kate Tempest hebben we ooit nog eens twintig minuten staan bekijken op Pukkelpop. De rapflow van deze Londense blondine was ook toen al indrukwekkend, maar muzikaal vond ik het toen niet zo interessant. Tempest heeft echter een serieuze stap vooruit gezet met haar nieuwe album ‘Let them eat chaos’. Dat is een concept album, een soort raamvertelling over 7 personages om 4 u 18 ’s morgens. Ze had nu een sterke band meegebracht, muzikaal was het best interessant, en ze vuurde een spervuur van raps op de zaal af, met strategisch geplaatste breaks. Haar verhalen zijn een bittere aanklacht, vol kritiek op de politiek (de piemel van David Cameron en een varkenskop passeerden de revue) en de maatschappij in het algemeen. Dit was de vrouwelijke versie van Mike Skinner, maar dan beter. Best indrukwekkend hoe ze een uur lang raps afvuurt, ze moet een ongelooflijk sterk geheugen hebben, ik heb nog nooit iemand een novelle van buiten zien opzeggen, maar Tempest doet het dus.

Afsluiter van dag 1 was Tortoise. We zagen ze eerder dit jaar in Trix en toen waren ze niet zo overtuigend. Nu stak het beter in elkaar, al moeten we zeggen dat het vooral de oude nummers waren die het hem deden. De band had die wijselijk voor het tweede deel van het concert opgespaard. Het samenspel op de marimba’s of vibrafoon op  het dromerige “The suspension bridge at Iguazu Falls”, “Glass museum” of “Swung from the gutters” uit ‘TNT’ blijft fantastisch, alsook het dubbele drumspel op “In Sarah, Mencken, Christ and Beethoven there were women and men”.  Steve Reich is nooit ver weg bij Tortoise. Absolute hoogtepunt was misschien nog wel “Crest”, omdat dit nummer op een bepaald moment prachtig openbloeide. Ondanks een mindere nieuwe plaat, kunnen ze het nog altijd.

Dag 1 gaf ons veel variatie in muziekstijlen, met twee spraakmakende optredens van Mykki Blanco en Kate Tempest!

dag 2 – zondag 13 november 2016

We pikten op dag twee in bij A Dead Forest Index. Dit zijn twee broers, Adam en Sam Sherry. Opnieuw is er een band met Savages. De gitariste van Savages, Gemma Thompson, speelt mee op “Myth retraced” een nummer uit het laatste album van A Dead Forest Index. Jammer genoeg stond ze niet mee op het podium, maar A Dead Forest Index had wel een violiste meegebracht. Op plaat klinkt A Dead Forest Index best interessant, maar we waren niet zo onder de indruk van hun live-prestatie. De zang van Adam Sherry was best dunnetjes, en de gitaarklanken waren metalig en bars. Het deed mij nog het meest aan The Geraldine Fibbers denken, maar dan zonder de intensiteit van die band. Het was pas in het slotnummer dat er beterschap kwam, in een aan Low refererende samenzang.

Tussen de optredens door staken we ook ons hoofd eens binnen bij de interviewsessies met Savages en Beak>. Kurt Overbergh van AB had zich voor het interview met Savages goed voorbereid, waardoor hij ongewild overkwam als een stalker van Jehnny Beth. Bij Beak> maakte hij de fout te verwijzen naar Portishead, wat door de andere bandleden niet gesmaakt werd. Mij viel het op hoe tijdens die interviews met artiesten er altijd zo weinig over de muziek gepraat wordt, en altijd over de projecten waar iedereen mee bezig is. Niettemin, best interessant hoe op Sonic City artiesten en publiek met gemak kunnen mixen, in de zaal zelf en ook via die interview sessies.

Het meest weerbarstige optreden van het weekend kwam ongetwijfeld van Demdike Stare. Dit is een elektronisch duo uit Manchester, Sean Canty en Miles Whittaker doen dit project al sinds 2009. Donkere (ook letterlijk, want het podium was in duister gehuld), dronende elektronica waar je echt ongemakkelijk van wordt. De bassen maakten het ook een fysieke ervaring, maar als zondagmiddagmuziek na de taart en koffie, was dit toch minder op zijn plaats.

De volgende act was al een stuk toegankelijker, maar had even goed op Sinner’s Day kunnen staan. Wrangler is het project van Stephen Mallinder van Cabaret Voltaire en Phil Winter van Tunng. Het bleef underground, maar was toch toegankelijk genoeg. Dit was een soort proto-elektronica, in de stijl van Kraftwerk, maar niet zo Teutoons proper: het piepte en knarste bij momenten. Best interessant, en veel relevanter dan driekwart van de acts die op Sinner’s Day staan.

De meest poppy act van het festival was ongetwijfeld het Russische Motorama. Denk aan Interpol of White Lies, maar niet zo donker en al zeker zonder enig bombast. We kregen mooi in elkaar wevende gitaarpartijen, en ook wel wat keyboards zodat  het meer de richting van New Order uitging dan van Joy Division. De frontman kon je niet echt op veel charisma betrappen, zodat de muziek voor zichzelf moest spreken. Raakpunten kon je ook vinden bij Diiv. Al bij al een mooie ontdekking, deze Russen.

Beak> stond al de derde keer op Sonic City, en de verrassing was er voor mij een beetje af. De band van Geoff Barrow had tegenover de vorige passage hun toetsenman vervangen, Will Young neemt nu de honneurs waar in plaats van Matt Williams. De band speelt nog altijd krautrock, die op zijn beste momenten hypnotiserend werkte. Geoff Barrow sukkelde wat met zijn rug, maar dat belette hem niet bij het drummen.

De curators mochten Sonic City 2016 afsluiten. Savages speelden dezelfde setlist als in het voorjaar, maar het was nog beter, nu zat er geen enkele dip in het concert. Misschien dat de band een kleine zaal als de Kreun een beetje ontgroeid zijn, de handgebaren en het ophitsen van het publiek door Jehnny Beth smeekten om een grotere zaal. Het concert begon met “A thousand kisses deep” van Leonard Cohen en trapte af met wat ik muzikaal de minste nummers van ‘Silence yourself’ en ‘Adore Life’ vind: “ I am here” en “Sad person”, maar die anderzijds ook onmiddellijk de furieuze muzikale kracht van Savages demonstreerden: het monsterlijke drumwerk van Fay Milton, het splijtende gitaarspel van Gemma Thompson en de pulserende bas van Ayse Hassan. “Husbands” klonk alsof er een zwerm Afrikaanse moordbijen in de Kreun was losgelaten. “Surrender” was een intentieverklaring, en voerde ons terug naar de vroege jaren tachtig, vooral door de gitaarklanken van Gemma Thompson die de speelstijl van The Edge hier kwistig gebruikte. Thompson kan veel stijlen aan, even later martelde ze in  “I need something new” de snaren  zoals Sonic Youth dat ook doet. Eerder op de dag gaf Jehnny Beth aan dat ze de zangstijl van Jacques Brel gebruikte in dat zelfde nummer ,  van onvermoede invloeden gesproken.
Jehnny Beth liet zich door het publiek tot halverwege in de zaal dragen, voor Savages is de participatie van het publiek in de show essentieel. Ze bekijken de zaken ook positiever sinds hun nieuwe album ‘Adore Life’ , ze zijn ze niet alleen meer tegen alles wat fout loopt, maar willen ze ook een positief alternatief bieden onder het motto “Love is the answer”, een nummer dat vanavond dodelijk effectief was op het moment dat de band het geluid plots weg liet vallen. “T.I.W.Y.G.” was furieuze punk, maar gas terugnemen kan Savages ook: Jehnny Beth kan ook een Kung Fu -Torch zangeres zijn in navolging van Billie Holiday, een van haar rolmodellen. “Adore” gaf mij deze keer geen kippenvel, maar het blijft een geweldig nummer, een levensmotto na Bataclan, nu net een jaar geleden, waar de band ook naar verwees. Live muziek is geweldig, zeker als je je optreden en daarmee het festival afsluit met “Fuckers”.

De band had een selectie van hun tourfoto’s geprojecteerd onder het afdak van de Kreun, en ook die foto’s toonden de kracht van deze band: je moet al naar U2, de Red Hot Chili Peppers en Metallica gaan voor bands met vier muzikale persoonlijkheden.

Sonic City zat er weer op, zoals gewoonlijk wisten een paar bands te verrassen (Mykki Blanco, Kate Tempest) en stelden de headliners niet teleur. Voor een volgende editie zou ik wel verder kijken dan de pool van artiesten die al dikwijls in de Kreun gepasseerd is, maar dat is een raad die we enkel aan de curerende artiesten kunnen meegeven.

Organisatie: Kreun , Kortrijk

The Cure

The Cure - Verrassende wendingen, spontaniteit tot hemelse nostalgie

Geschreven door

Acht jaar, zo lang was het geleden dat we onze eeuwige Helden uit de jaren '80 The Cure nog eens aan het werk hadden gezien. Toen, met in het voorprogramma 65daysofstatic, kwam de band hun laatste plaat ‘4:13 Dream’ voorstellen. Ondertussen is er nog steeds geen nieuwe plaat uitgekomen, maar de heren spelen wel nog concerten. In onze regio hielden ze o.a. halt op Rock Werchter in 2012, waar hun passage op toch heel wat recensies kon rekenen. We geven het toe, we vertrokken sceptisch naar het Sportpaleis. Want vele van mijn grote helden van toen zijn helaas afgezwakt naar flauwe afkooksels die - we onderdrukken een geeuw - routineuze sets brengen waar geen beetje vuur meer inzit. Echter speelden The Cure op deze zaterdagavond een set van ruimschoots twee uur, boordevol aangename tot verrassende wendingen. Met een dosis spontaniteit van jonge wolven die nog alles moeten bewijzen.

Het is toch iets met voorprogramma's in het Sportpaleis. Doorgaans staat die band daar gewoon als opwarmertje, en kan amper op applaus rekenen. Ze worden ook afgedaan als ''het trok op niets'' of ''we zijn naar de bar een pint gaan drinken''. Echter is dit die betreffende bands tekort doen. Neem nu The Twilight Sad. Deze band grasduint gewillig door het postpunk tot indie aanbod, en deden mede dankzij een heel bewegelijke frontman - met bovendien een heel aangename stem - wat denken aan bijvoorbeeld Joy Division. Dankzij het typische Schotse accent van zanger James Graham, en zijn charismatische uitstraling op het podium. Kregen we bovendien wel degelijk een concert te zien en horen dat aan de ribben blijft kleven. Helaas, in een grote zaal als Sportpaleis leken de songs wat over de hoofden heen te drijven.  Echter speelt The Twilight Sad heel beklijvende postpunk - met zelfs een streepje shoegaze - dat in kleine zalen of clubs zeker zou zorgen voor het nodige vuurwerk. Origineel klinkt het allemaal niet, maar dit is dus het soort hoogstaande postpunk en aanverwante waarvoor we uit onze zetel zouden komen moesten The Twilight Sad eens afzakken naar de Botanique of AB's in ons landje.

Openen met een klepper van formaat – “Shake Dog Shake” - en daar prompt een andere aan toevoegen – “Fascination Street” . Dit was een ultieme droomstart van The Cure in het Sportpaleis. Met de deur in huis vallen, noemt men zoiets. Opvallend, reeds vanaf de eerste noten, was dat Robert Smith nog goed bij stem was, en ook dat hij het publiek aansprak stemde ons vrolijk. Want als Robert er zin in heeft, sleept hij zowel zijn band als het publiek naar het ene tot het andere hoogtepunt, stelden we in het verleden vast. Met een set van circa 2u30 je publiek blijven bekoren van begin tot einde - met enkel een paar rustmomenten. We zien het nog weinig bands doen dezer dagen.

Voor iedereen goed doen is onmogelijk, maar als je een setlist samensteld met “The Walk”, “In between Days”, “Pictures of You”, ”Lovesong”, “One Hundred Years” en verrassende wendingen aanneemt met “High”, “Sinking”, “From the Edge of the Deep Green Sea”. En bovendien die songs brengt met veel liefde voor je fans, en voor de songs zelf. Dan kan je in onze ogen weinig verkeerd doen. Sceptisch als we waren, stelden we telkens vast dat we die songs meebrulden met vaak tranen in de ogen bij bijvoorbeeld eerder genoemde “Pictures of You” of de eeuwige 'liefdesong' “Lovesong”. En dan waren we pas aan het eerste deel van de set begonnen.
Binnen die set was er ook plaats voor enkele nieuwe songs. Zo werd “I Can Never be the same” , met een prachtig beeld van een brandende kaars op het scherm, opgedragen aan de recent overleden Leonard Cohen. Daarbij pinkten we een traan weg, en kregen een krop in de keel. “A Forest”, wellicht dé ultieme Cure song, ook na al die jaren: werd gebracht op een zodanig doorleefde manier, dat we ons prompt weer die zestienjarige knul voelden. Die op zijn kamertje, met de koptelefoon, de song meebrulde met diezelfde tranen in de ogen. Ook in het Sportpaleis zorgde dat voor een emotioneel moment. Maar het was nog niet gedaan. “Lullaby” - waardoor sommige, mede door de daarbij gaande video clip, een angst heeft opgedaan voor spinnen. Zorgde voor een donkere, koude rilling doorheen het Sportpaleis. “Friday I'm In Love” - like it or not - blijft een klepper die van begin tot einde, ook door de criticaster - worden meegezongen.  “Boys Don’t cry”, “Close to me”, “Why can't I Be You?” waren dan ook gedroomde afsluiters van meer dan twee uur puur innerlijk genot.

Kortom: The Cure brachten in het Sportpaleis voor ieder wat wils. Met enkele toch wel heel verrassende wendingen, en daarbovenop een hoge dosis spontaniteit. Met een mooie combinatie tussen hun lichtvoetige tot eerdere duistere songs, kunnen we stellen dat de passage van The Cure anno 2016, eentje zal zijn die nog lang aan onze ribben zal blijven kleven. Daaraan kunnen eerder genoemde bands uit diezelfde periode, die het niet kunnen laten om saaie tot zelfs teleurstellende concerten te geven, een punt aan zuigen.

Setlist
Shake Dog Shake  //Fascination Street //A Night Like This //All I Want //The Walk //Push //In Between Days //Sinking //Pictures of You //High //Lovesong //Just Like Heaven //Jupiter Crash //From the Edge of the Deep Green Sea //One Hundred Years //Give Me It ///Encore:///It Can Never Be the Same  (Dedicated to Leonard Cohen) //Burn //A Forest ///Encore 2:///Step Into the Light //Want //Never Enough //Wrong Number ///Encore 3:///The Lovecats //Lullaby //Hot Hot Hot!!! //Friday I'm in Love //Boys Don't Cry //Close to Me //Why Can't I Be You?

Pics homepag David Brendan Hall/thecure.com

Met dank aan Snoozecontrol
- Erik Vandamme  - http://www.snoozecontrol.be

Organisatie: Live Nation

Local Natives

Local Natives – Een goed ontbijt

Geschreven door


Introductie - Wie kent er nog de Cavil at Rest? Geen kat! Maar zo klonk wel de voormalige bandnaam van Local Natives. Wie kent Local Natives? Hopelijk iedereen, want deze groep is het kennen waard!

Local Natives is een Amerikaanse indie rock band die in november 2009 zijn eerste plaat vrijliet op de Britse bevolking. Eigenland moest drie maanden langer wachten op de mooie tonen van ‘Gorilla Manor’. Een vrolijke plaat die tegelijkertijd ook donker klonk en de band een standbeeld positie bezorgde binnen het ‘indie-wereldje’. De opvolger ‘Hummingbird’ (2013) bleef trouw aan de sound maar klonk rauwer en droeviger. Het derde album ‘Sunlight Youth’ (2016) daarentegen klinkt meer als een experiment. De introductie van synths en poppy accenten eisen de voorgrond op van de melodische gitaarriffen en catchy drum tunes.

Support act – De vierkoppige vrouwenband The Big Moon zet haar eerste stappen op een Belgisch podium. Hun muziek doet je denken aan Haïm, maar dan wat ruiger waar de zangeres zwoeler klinkt als Nico van the Velvet Underground. Ze komen verassend uit de hoek met een cover van Madonna, waarna enkele dappere toeschouwers de zitplaatsen inruilen voor staanplaatsen. Eerst maant de security aan om terug te gaan zitten, maar The Big Moon denkt hier anders over en vragen aan iedereen om te dansen. Zij vragen en het publiek zal draaien. Met andere woorden een geslaagd voorprogramma.

Zitplaatsen? – Het is een grote verrassing om het prachtig Koninklijk Circus te betreden met een middenplein gevuld met zitplaatsen. Wilden ze een onverkochte zaal gemakkelijk vullen of denken ze dat de Local Natives een akoestische set gaan brengen? Ik heb er geen flauw idee van, maar het publiek tikt het Koninklijk Circus stante pede op de vingers als de Local Natives verschijnen op het podium! Iedereen staat recht.

Een goed ontbijt – Local Natives brengt een mooie set van zowel het oude als nieuwe werk. Geen enkele fan laten ze in de kou staan en letterlijk ook niet stilstaan. De hele zaal is mee met de show en wordt nummer per nummer meegenomen in het eigen muzikale universum van de Local Natives. De oude nummers zijn als zoete broodjes, de nieuwe nummers als bittere koffie of in andere woorden het contrast tussen beiden is groot. Maar toch komen deze ‘live’ subtiel samen tot een goed ontbijt.
Bombastisch maar simpel – De band staat puur op het podium. Alledaagse kleding, een wit doek als achtergrond en zeemzoete kleur verlichting die af en toe eens ontploft in ‘zwart-wit-geflikker’. Het plaatje klopt!
Ik weet niet hoe Local Natives dit klaarspelen, maar live klinken hun nummers veel intenser als op plaat. Her en der worden ook wat songs bijgekleurd. Zo sluiten ze de bis af met een uitgerekte versie van “Sunhands” en geven er een nieuwe krachtige interpretatie aan “Columbia”.
Meer samenhorigheid – Zanger, Taylor Rice, roept het publiek op tot meer samenhorigheid en vrijheid van iedere individu. Met die boodschap in het achterhoofd schreven ze “Fountains of Youth”. Ook schenkt Local Natives per verkocht ticket 1 euro aan een goed doel dat opkomt voor vrouwenrechten. Ze willen meer doen dan muziek maken en een goed optreden geven. Dit geeft de nummers die na de uitleg volgen meer kleur.

Besluit – Ik kan maar niet genoeg krijgen van deze groep. Dit is reeds de derde keer dat ik hen aan het werk zag en hopelijk blijft de vierde keer niet lang uit. Zo beloven de Local Natives dat ze deze keer niet lang zullen wachten om terug op te treden in ons land. Ik kijk ernaar uit en ik hoop u ook…

Setlist: Past Lives, Wide Eyers, Villainy, You & I, Breakers, Airplanes, Jellyfish, Heavy, Feet, Coins, Ceilings, Masters, Dark Days, Columbia, Fountains of Youth, Who Knows Who Cares, Mother Emmanuel, Sun Hands

Organisatie: Botanique, Brussel

Ryley Walker

Ryley Walker & Band - Meegetrokken in de bedwelmende wereld van Ryley Walker

Geschreven door

Ryley Walker & Band - Meegetrokken in de bedwelmende wereld van Ryley Walker
Ryley Walker & Band
Magdalenazaal
Brugge
2016-11-11
Nick Nyffels

In deze druilerige, herfstige dagen kan live muziek energie geven. We hadden nog maar een boost gekregen van een schitterend optreden van Steve Gunn, en daar kwam de volgende vitamine-injectie al aan met Ryley Walker, die met zijn band optrad in de Magdalenazaal en zijn nieuwe plaat ‘Golden sings that have been sung’ kwam voorstellen. Walker wordt overal goed onthaald met zijn met jazz doordrenkte akoestische folk die de jaren zeventig van Nick Drake en Tim Buckley oproept.

Het was dan ook logisch dat het publiek niet alleen uit leeftijdsgenoten van de zeventwintigjarige Amerikaan bestond, maar dat er ook veel grijzende kopjes te zien waren die de folk van Buckley en Drake in die jaren zeventig nog bewust meegemaakt hadden. Walker wil echter geen retro-artiest zijn, en koos daarom ook om op zijn nieuwe plaat samen te werken met Leroy Bach, die in ooit nog bij Wilco speelde. Walker lapte ons vanavond een Bob Dylan Newport Folk Festivalmoment: geen akoestische gitaar,  dit was een volledige elektrisch concert, en dat was niet alleen verrassend, maar vooral bijzonder geslaagd: terwijl zijn nummers op plaat meestal rond de vijf minuten afklokken, rekte hij hier zijn nummers uit tot zeven à tien minuten, en dat had een bijzonder hypnotiserend effect.
Je werd echt meegetrokken in de wereld van Walker, de band zorgde voor een jazzy opbouw (kon ook moeilijk anders met die bezetting met contrabas), met veel ruimte voor improvisaties, waar Walker dan op inspeelde met gitaarlijnen met goed veel distortie. De man zijn stem klonk ook veel grofkorreliger dan op plaat, het kwam in de buurt van Eddie Vedder, al kan dat ook aan de blikken Jupiler gelegen hebben die hij soldaat maakte. Dit was echt een top optreden, psychedelisch zonder ooit langdradig te worden, retro maar ook actueel, en eigenlijk wel van een tijdloze klasse.
We moesten even aan de The Doors denken, aan “The end” of “When the music’s over”. De jazz-invloed en de vrijheid om open ruimtes te laten kwamen ook heel erg naar voor, en in die zin had wat Walker op het podium deed ook veel gemeen met de trots van Charleroi, onze eigenste Melanie De Biasio.

Na het optreden sloten we nog af aan de bar, en daar was iedereen unaniem dat dit een heel erg indrukwekkend optreden geweest was waar je in meegetrokken werd. Er zijn nog een kleine twee maanden te gaan in het concertjaar, maar voor ons stond dit in de top drie, naast Steve Gunn en PJ Harvey, die net als Walker haar laatste plaat volledig vertimmert en verbetert op het podium.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Breaking Barriers 2016 – 40 Y of Punk & Beyond

Geschreven door

Breaking Barriers 2016 – 40 Y of Punk & Beyond
Depot
Leuven
2016-11-11
Didier Becu

40 jaar punk… het moet zo wat het meest besproken item van de week geweest zijn. Vooral toen Studio Brussel via de keuze van de luisteraars een lijst van de beste 40 punksongs aller tijden samenstelde en die na afloop uiteindelijk mijlenver van de oorsprong van de punk bleek te staan.
Er is wel degelijk een verschil tussen ‘punk’ als muziekstijl, en als levensstijl, en het moet zowat het meeste verneukte woord in de popgeschiedenis zijn; zelfs verwende popsterren durven wel eens te beweren dat ze een ‘punkplaat’ hebben opgenomen.

Wat is punk als muziekstijl? De DIY-mentaliteit van Television Personalities, de rock ’n roll van Ramones, de anarchie van Crass, de skateboardfun van The Offspring of de opgestoken middelvinger van Kathleen Hanna? En wat doe je met punk als levensbeschouwing? Een politiecombi in brand steken, linkse pamfletten aan het station uitdelen, in je eigen kots slapen of gewoon eenzaam in je kamertje achter een pc werken aan een betere wereld? Wie van hen is het méést punk? Het woord werd voor het eerst tussen 1604 en 1605 door Shakespeare bedacht, en heeft zelfs in de Van Dale geen zinvolle betekenis. Uiteindelijk is iedereen zijn eigen punk, de ene al wat extremer dan de ander, en vooral de ene met al wat meer inhoud dan de ander…

In het Depot te Leuven werd de verjaardag van punk bedacht met
Breaking Barriers, een tweedaags evenement waarin programmator Malcolm Nix een balans probeerde te vinden tussen bekende bands en groepen die (misschien voorlopig) alleen maar het hart van de hardcorefans hebben bereikt.

Het duurde een tijdje vooraleer de punks de weg naar de Leuvense concertzaal hadden gevonden en dat was erg jammer voor de skarockpunkers van
Overweight die het festival mochten openen. Blazers en opzwepende punkritmes zijn altijd al een gouden combinatie geweest, en deze in 2011 opgerichte band met drie albums onder de arm toonde Leuven (nou ja, althans een klein deel ervan) dat er in België ook skapunkrock van het bovenste niveau wordt gemaakt. Wellicht voor eeuwig verbannen naar de underground, maar in jezelf blijven geloven en lak hebben aan regeltjes die de populariteit voor je uitstippelen is nu ook eenmaal dat wat je punk noemt.

Mooi dat Leuven de legendarische
John Robb niet vergeten is. Hij stond er zelfs tweemaal op één avond: met The Membranes en iets later ook nog eens met Goldblade. Deze 55-jarige veganist bezit nog steeds een lichaam die Schwarzenegger zou doen watertanden, maar wij kijken vooral naar de muziek hoewel we beslist jaloers zijn op hoe strak en energiek deze kerel er nog steeds uitziet. Robb is naast muzikant ook een toonaangevend journalist die reeds diverse boeken schreef (van The Stone Roses tot Three Johns) en na het oprichten van zijn eigen fanzine (voor de wat jongere lezers: een eigen tijdschriftje dat je met een kopieermachine maakt) een toonaangevende journalist werd bij zowel Sounds als Melody Maker. Maar ook als muzikant heeft hij al één en ander op zijn rijkgevulde palmares: zo maakt hij o.a. sinds 1977 met The Membranes erg scherpe punkrock met een Amerikaans noisetintje. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat legende Steve Albini ooit hun producer was. En sinds hun album ‘Dark matter/Dark energy’ vorig jaar op Cherry Records verscheen, is de band er opnieuw. Robb weet als geen ander dat het publiek actie wil op een podium. Hij doet dat bvb. door op een leuke manier in interactie te gaan met zijn publiek, met hen handjes te schudden tijdens het optreden, feedback te geven op de T-shirts die de fans dragen, maar vooral door zichzelf over te geven aan (zoals hij het twee uur later met zijn andere band Goldblade zelf noemde) the power of rock ’n roll. De toon werd in elk geval duidelijk gezet!

Punk uit Heist-Op-Den-Berg… Toegegeven, het klinkt niet echt punk, maar dat wat
Funeral Dress brengt is wel onder deze term samen te vatten. Deze band begon in 1985 en werd daarmee ook één van de Belgische punkbands die al het langst in deze scène meedraait. Funeral Dress is een begrip in zowel binnen- als buitenland en ze brengen een heel andere punk dan de twee vorige bands die we eerder op de avond zagen. Schreeuwen tegen de wereld en je laten meevoeren in een moshpit met een Stella Artois in de hand, waarop nota bene (zo bleek later) ook Captain Sensible zo verlekkerd is. Funeral Dress (het logo spreekt trouwens boekdelen) heeft lak aan alles wat ook maar enige vorm van een regel heeft. Lekker doen waar jezelf in gelooft! En als dat anderen niet zint, so be it! Anarchisme, ook dat is punk.

En dan alweer ‘mijnheer John Robb’ (in zijn geval mogen we écht wel het woord mijnheer gebruiken, ook al is hij een punk pur sang). Na een uurtje verfrissing (in zijn geval lekker kletsten met de fans) was hij er alweer met de perfecte rock ’n rollmachine die
Goldblade is. In deze band herken je alles waar rock ’n roll voor staat: van de heupswingende Elvis tot de waanzin van Iggy Pop. Fijnzinnig kun je de meezingers van Goldblade niet echt noemen, wel ideaal om met gebalde vuisten de droom van de rock ’n roll te skanderen en te blijven geloven dat rock ’n roll de heilige zalf is, zeker als Robb degene is die je daar letterlijk en figuurlijk mee inwrijft.

Veertig jaar een band, en nog nooit eerder in België; dat is
The Ruts of sinds het tragische overlijden van frontman Malcolm Owen in 1980 Ruts DC. Ze zijn o.a. vriendjes van The Damned maar tevens ook één van de lievelingen van John Peel, wat toch op zich ook wel een méér dan eervolle referentie is. Een interessante combinatie vinden tussen reggae en punk, dat is wat het trio doet. Het levert niet alleen muzikaal vuurwerk op, maar is ook qua ideologie een behoorlijk statement. Want ondanks het feit dat reggae al evenveel misbruikt is als punk blijft dit het genre dat de zwarte gemeenschap als muzikaal verzet gebruikt(e). Het duurde een tijdje vooraleer het optreden van Ruts DC echt uit zijn voegen barstte, maar eens de klassiekers als “Babylon’s Burning” en “Jah War” door de Leuvense zaal galmden was het publiek blij om deze smaakmakers van de reggaepunk (dat later door The Clash met nog meer succes werd gebracht) eindelijk op Vlaamse bodem te kunnen zien.

The Damned stond geprogrammeerd als afsluiter. Een act die ondanks een carrière van ups maar vaak ook van downs hoog op het verlanglijstje van de punkliefhebbers stond. Iedereen heeft wel zijn eigen mening over welke rol Dave Vanian in de punkgeschiedenis verdient. De voorloper van de goth? Een figuur die is weggelopen uit de cast van The Rocky Horror Picture Show of gewoon eerlijke punkrocker met de nodige ballen? Een combinatie van veel factoren, maar de excentrieke en extravagante punks (wat moet je anders vertellen als je figuren als Captain Sensible of Monty Oxymoron ziet?) brouwden een bijzonder lekker punkrockfeestje dat Het Depot al snel in een moshpit veranderde; zeker toen hits als “New Rose”, “Smash it up” en “Neat Neat Neat” werden gespeeld. Een heerlijk punkfeestje!

40 jaar punk kun je niet in één boek samenvatten, laat staan op een halve dag. Maar ook al lag de aandacht tijdens de eerste dag van dit fijne evenement vooral op het verleden,
Breaking Barriers toonde toch op een bijzonder aangename manier waar punk voor staat. Of de idee van (actieve) punk nog steeds bij een groot aantal mensen leeft , bleef een beetje de vraag wanneer we die avond Het Depot verlieten. Maar dat er nood is om deze wereld een geweten te schoppen, dàt staat nog steeds buiten kijf! Dus doe er bij de punkmuziek en punkgedachte voor ons part nog maar minstens 40 jaar bij! Of, om het met de woorden van Johnny Lydon te zeggen: ‘Love is 2 minutes and 52 seconds of squelching noises’.

Met dank aan Luminousdah.com

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/breaking-barriers-2016/

Organisatie: Depot, Leuven

The Cavemen

The Cavemen - Eindelijk nog eens punk zoals hij hoort te klinken

Geschreven door

Het aloude verhaal bij The Cavemen uit Auckland, Nieuw-Zeeland. Vier tieners leren elkaar kennen op de middelbare school, zuipen zich te pletter, snuiven tussendoor wat lijm en besluiten uiteindelijk om samen een groepje te starten. Er volgt een eerste plaat waarna het zootje ongeregeld besluit de koffers te pakken om naar Londen te verhuizen om van daaruit de wereld te veroveren. Of dat lukt blijft een open vraag maar de Pit’s hebben ze alvast ingepalmd.

Wat een overweldigende indruk hebben die kerels op ons nagelaten. Lang geleden dat ik nog zo midscheeps getroffen werd door een onnozel punkbandje. Je kon je zo in 1977 wanen want dat zal dit viertal ongetwijfeld het magische jaar vinden. Toch waren The Cavemen intelligent genoeg om zich niet te angstvallig vast te klampen aan enkel en alleen onstuimige old school punk en vergrepen ze zich af en toe ook aan kwijlende rock-‘n-roll of demente hardrock.
Een ander referentiepunt waren The New York Dolls terwijl ze tussendoor ook nog eens “Hanging on the telephone” sloopten.
Bovendien hebben deze kiwi’s met zanger Paul Caveman een rasechte frontman in de rangen. Met op zijn ene arm “cretin” getatoeëerd en op zijn andere iets wat hoogstwaarschijnlijk een kerkje moet voorstellen, bleek hij voor het podium geboren. Zelfs Mick Jagger zal in zijn jonge jaren nooit zo dartel geweest zijn als deze gozer.
En ook de andere drie straalden een zelden geziene gretigheid uit. Alleen de drummer leek bij het begin door een reeks hevige hoestbuien te gaan sterven maar na een pintje of vier was hij volledig genezen. Toch ging hij één keer duidelijk in de fout toen hij een nummer te vroeg stopte maar dat hoort uiteraard bij punk.

Daarvoor hadden we al twee groepen voor de kiezen gekregen. Eerst de immer sympathieke Wild Raccoon uit het Franse Lille. In zijn eentje kon hij ons vermaken met psychedelische garagesurf. Veel reverb op de gitaar, indrukwekkende foot drums en een enkele keer een knipoog naar Ty Segall waren voldoende om zich van het grijze peloton one-man-bands te onderscheiden.

Aardig als hij is, had hij ook nog de Messieurs meegebracht. Een duo dat zich te buiten ging aan, tegen de hardcore aanleunende, punkrock en me welgeteld één nummer kon boeien. Voor de rest zat ik mijn kas op te vreten omdat de avondklok schrikbarend dichtbij kwam. Maar het was elf november en de wapenstilstand werd gelukkig ook aan de St-Rochuslaan gerespecteerd zodat The Cavemen het niet moesten doen met de resterende tien minuten maar een volledige set konden spelen.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Europe

Europe - ‘The Final Countdown (backwards)’….subliem van begin tot eind!

Geschreven door

Na ettelijke tourpassages waarbij de band Europe steeds voor de Antwerpse Trix koos, stond de bekendste Zweedse hardrockformatie eindelijk eens in de Brusselse AB.
Ik geef toe dat ik een grote fan ben van deze zaal en dit vooral vanwege de uitmuntende akoestiek die elke gig tot een hoger niveau tilt. Helaas is het ook stilaan een certitude dat de Brusselse binnenstad vanuit het verre West-Vlaanderen heel erg moeilijk te bereiken is.

Fileleed deed ons het voorprogramma van Tax The Heat missen. Misschien moeten we de volgende keer toch maar met de trein afreizen…..wat ongetwijfeld evenzeer een uitdaging doch een succesvol recept lijkt te zijn. Ondanks alles waren we ruimschoots op tijd voor het startschot van een memorabel optreden en bleek dat ‘the center of Trump’s hellhole’ zo goed als helemaal vol was gelopen voor het verjaardagsfeestje van Europe’s: ‘The Final Countdown’.
Inmiddels is het dertig jaar geleden dat Europe internationaal doorbrak met hun derde studioalbum. De titeltrack, geschreven door zanger Joey Tempest, behaalde in maar liefst 25 landen de eerste plaats in de hitlijsten. Gouden tijden waren het toen voor de band, want het album: ‘The Final Countdown’ verwisselde maar liefst 25 miljoen keer van eigenaar. Nu dertig jaar later trakteerde de band ons op een feestje waarin de integrale uitvoering van dit legendarische album het hoofdluik werd.
Toen de lichten doofden in de AB, oversteeg het aanmoedigingsapplaus de fantastische video intro. ‘The Final Countdown’ was begonnen. Maar in plaats van af te tellen naar 1986 ging de jaarteller gestaag verder tot 2015: het jaar waarin de band hun tiende studioalbum: ‘War Of Kings’ uitbracht. “Hole In My Pocket” klonk enthousiast en gedreven uit de speakers. Meteen haalde frontman Joey Tempest uit met een verrassing van jewelste. Hij liet ons immers weten dat naast de integrale uitvoering van het succesalbum uit 1986 we ook voor het eerst (en ook voor het laatst) de volledige live uitvoering van hun recentste schijf: ‘War Of Kings’ konden verwachten. Toch een grote verrassing voor diegenen die niet vooraf de setlist op het net hadden opgespoord. Het album:  ‘War Of Kings’ werd echter in een random live versie op ons losgelaten. In contrast met de sound uit de beginjaren is er toch een beetje een stijlbreuk en klinkt de groep anno 2016 een stuk volwassener en minder bombastisch met veel meer invloeden uit de Classic rockscéne.
Europe haalt de mosterd steeds meer bij bands zoals Rainbow, Deep Purple tot zelfs Lep Zeppelin en maakt er eigentijdse, sterke retro-melodieuze rocksongs van. De stem van Joey Tempest is ondertussen wel wat ouder geworden maar daar is alvast in het recente songmateriaal weinig van te merken.
Hoogtepunten waren er genoeg in het eerste deel! Het super strakke: “The Second Day” en het bluesy: “Praise You” waren zo enkele topmomenten. Tijdens “Days Of Rock ‘N’ Roll”, de terechte tweede single uit: ‘War Of Kings’, ging de AB een eerste maal volledig uit zijn dak….duidelijk een klassieker in wording!! John Leven's bas zat sterk vertegenwoordigd in de mix, net zoals het indrukwekkende drumwerk van Ian Haugland. Een wat atypische Europe song is: “Rainbow Bridge”, dat net zoals 5 andere songs uit: ‘War Of Kings’, voor het eerst live werd gespeeld. Voorafgaand was er nog een mooie keyboardsolo van synthesizergoeroe Mic Michaeli. Toch konden de Oosterse invloeden in deze song mij niet helemaal bekoren. Tijdens de uitmuntende instrumental: “Vasastan” liet gitaarvirtuoos John Norum zich eens van een andere kant bewonderen. Zo Pink Floydiaans mooi en zo intens dat menige bezoeker verstomd stond van zoveel melodieuze muzikale passie. De titeltrack: ’War Of Kings’ deelde nog eens een mokerslag uit en besloot zo het eerste indrukwekkende deel van het optreden. Waarna het echte feest nog moest beginnen…
Sommigen die Europe enkel kenden van tijdens de periode 1979-1992 hadden er lang op moeten wachten maar kregen uiteindelijk dan toch waarvoor ze gekomen waren. Het dak van de AB ging er tijdens de: ‘The Final Countdown’ nu echt helemaal af. Lovers & haters van deze wereldbekende hymne gingen allen volledig uit de bol. Ook de laatste fundamenten moesten er aan geloven tijdens een stevige rockende versie van de klassieker “Rock The Night”. Maar of het nu het mierzoete: “Carrie” of het waanzinnig sterke: “Ninja” of de meebruller: “Cherokee” was …het maakte allemaal niet veel uit. Elke song werd omwille van zijn nostalgische waarde op handen gedragen en ook de perfecte uitvoering van deze songs na 30 jaar is bewonderenswaardig. Toch nog even een persoonlijk hoogtepuntje meegeven en dat was voor mij de afsluittrack: “Love Chaser”, een song die de band sinds 1987! niet meer live had gespeeld. Aan het eind werd het optreden besloten met een ‘snippet’ (een soort ‘reprise’) van “The Final Countdown”. Totaal overbodig en toch wel een klein, gepermitteerd schoonheidsfoutje.

Maar wat een sterk, subliem optreden was dit!....en wat een feest om alle songs uit 1986 nog eens live te horen. De band was in topvorm en ook geluid, video- en lichtshow (bij momenten erg ‘80s) voegden heel wat toe aan het totaalspektakel. Toch hoorde ik hier en daar na het optreden wat kritiek over de integrale uitvoering van hun laatste album. Liever hadden sommigen als toevoeging op: ‘The Final Countdown’ een soort als ‘Best Of’ gehad. Deels kan ik hen daar wel in volgen maar laten we vooral niet vergeten dat we als Europe fan een memorabele avond hebben meegemaakt! Een schitterend verjaardagsfeestje!
Dank je AB, dank je Live Nation, thanks Europe!!

Setlist:
*Hole In My Pocket *The Second Day *Praise You *Nothin' To Ya *California 405
Angels (With Broken Hearts) *Days Of Rock 'N' Roll *Children Of The Mind
*Rainbow Bridge *Vasastan *Light It Up *War Of Kings
----------------------------------
*The Final Countdown *Rock The Night *Carrie *Danger On The Track
*Ninja *Cherokee *Time Has Come *Heart Of Stone *On The Loose
*Love Chaser *The Final Countdown (Reprise-Snippet)

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/europe-10-11-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/tax-the-heat-10-11-2016/

Organisatie: Live Nation

Kadavar

Kadavar - Retro als de pest, maar ronduit geweldig

Geschreven door


Duitse rockbands kunnen ons doorgaans aan onze reet roesten, maar voor de zwaar bebaarde retro hardrock van Kadavar halen wij met plezier onze ouwe Ford Mustang uit de garage. U moet weten dat wij vanavond zelfs Black Mountain, die geprogrammeerd stonden in De Kreun, links hebben laten liggen, en dat wil verdomme wat zeggen.

Kadavar keert onbeschaamd terug naar de tijd van Led Zeppelin, Hawkwind en Black Sabbath, en ze doen het met zodanig veel allure, energie en power dat wij er duizelig van worden. Daar waar hun muzikale voorvaders in de jaren zeventig wel eens hun songs tot buitengewone proporties zouden hebben uitgerokken, houdt Kadavar het betrekkelijk bondig. Solo’s hoeven geen kwartier te duren, songs moeten niet persé naar Woodstock vertrekken om pas binnen een half uur zo stoned als een garnaal terug te keren. Bij Kadavar blijft de vlam constant in de pan omdat ze de songs steeds binnen een aanvaardbare tijdslimiet en een strak tempo houden. Het is hard maar nergens richtingloos, het is spacy maar het trekt niet eindeloos de ruimte in, het is psychedelisch maar draagt geen roze bril. Dit is back to the seventies, maar dan the seventies waar de drugs een ophitsend effect hebben in plaats van een rustgevend. Meer speed dan weed, meer uppers dan downers, meer MC5 dan Pink Floyd, meer Alice Cooper dan Syd Barrett.
Kadavar raast namelijk door met een ongeziene gedrevenheid, het beukt en zindert als een stoomtrein waar de kolen nooit snel genoeg op het vuur kunnen worden gegooid. Baarden en lange haardossen zwaaien lustig in het wild rond, gitaarsolo’s gieren door de atmosfeer, wah-wah pedalen hebben de tijd van hun leven. Centraal in de sound van Kadavar staan uiteraard de splijtende riffs en solo’s van frontman Christoph Lindemann, maar wij zijn evenzeer onder de indruk van de bijzonder fel tekeer gaande drummer Christop Bartelt, het Duitse equivalent van Animal.
De setlist is een mooie greep uit de drie ijzersterke studioplaten platen die ze tot nu toe bij mekaar hebben gerockt, met de nieuwe ‘Berlin’ als laatste wapenfeit. Hoogtepunten opnoemen is de andere songs oneer aan doen, alles is immers even krachtig, verbeten en doortastend. Wat we u echter niet willen onthouden is  de verrassende cover die ze er als knallende finale uit rammen, een snoeiharde versie van onze ultieme Beatles favoriet “Helter Skelter”, nog nooit hebben we die song zo briesend weten tekeergaan.

In anderhalf uur wekken drie Duitse holbewoners de neanderthaler-rock terug tot leven, en dat is een uiterst opwindende ervaring.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Pagina 471 van 966