logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
avatar_ab_04
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 25 mei 2017 03:00

EP

Je moet het maar doen, op basis van één song heel Vlaanderen doen bezwijken en een stekje versieren op de grootste festivals, inclusief Rock Werchter. Studio Brussel zit er natuurlijk weer voor een groot stuk tussen, die halen het talent als het moet uit de bloemkolen, als het hen maar goed uitkomt. En als het niet te veel rockt natuurlijk, want dat is gevaarlijk.
Wij twijfelen er sterk aan of al die opgeklopte adoratie eigenlijk wel goed is voor een beginnende artiest als Tamino. Die jongen wordt door al die heisa in dat immense circus gedropt terwijl hij duidelijk nog volop op zoek is naar een eigen muzikale identiteit.
Die ene bewuste song heet “Habibi”, u heeft die ongetwijfeld al zo twaalfduizend keer gehoord en u weet dus ondertussen ook al dat Tamino daarop nog meer als Jeff Buckley klinkt dan Jeff Buckley zelf.  Omdat u niet steeds op dezelfde song zou moeten zitten luisteren heeft Tamino er een heus EP’tje rond gebouwd met nog vier extra tracks waarop de nieuwe jonge Vlaams God sterk doet denken aan… ja, we zullen maar zwijgen, zeker.
Kijk, waar wij het vliegend schijt van krijgen, dat is het slag artiesten die alles in het werk stellen om te klinken als hun grote voorbeeld en dan nadien in de pers gaan verkondigen dat ze het nogal vervelend vinden dat ze steeds weer met diezelfde naam vergeleken worden.
Maar goed, in de andere songs ontdekken wij ook een vleugje vroege Radiohead en een glimp van het onvolprezen Lift To Experience, niet toevallig twee acts die in de jaren negentig nogal nauwe gelijkenissen vertoonden met… ok, ok, we zijn al weg.
Als ie maar beter kan zwemmen.

donderdag 25 mei 2017 03:00

Liggur

Locus Control, een instrumentaal metal-combo uit Brugge, heeft met ‘Liggur’ hun tweede album afgeleverd en het is een sterk en massief werkje geworden waarop de heren constant op een hoog niveau staan te musiceren. Er is goed naar de grote voorbeelden geluisterd en men heeft daar een eigen sound uit geboetseerd met potige riffs, geduchte tempowisselingen en fraaie rustpuntjes. Stoner, post-metal en prog-metal gaan hand in hand en streven met zijn allen naar hetzelfde eindresultaat, namelijk een consistent en robuust album.
Op hun rauwst neigen de heren naar Karma To Burn, elders laten ze zich van een meer melodieuze kant bewonderen en hellen ze zelfs naar Rush. Ook Tool is de ganse tijd alom aanwezig. Zeg nu zelf, er zijn slechtere dingen om mee vergeleken te worden.
Naar goede gewoonte in dit genre krijgen we hier ook enkele songs die ongegeneerd de 10 minutengrens overschrijden, maar die gaan nergens vervelen omdat ze telkens ten gepaste tijde van richting veranderen of het tempo opvoeren. Zo is “Capricorn One” met zijn 15 minuten het sublieme centerpunt van dit album, het fraaiste van Locus Control samengebald in een kwartiertje hoogstaande rock, een geducht visitekaartje met een stevige strik rond.
‘Liggur’ is het soort plaatje dat het altijd goed doet bij lange autoritten. Ook zeer interessant voor diegenen die al eens op tijd en stond wat gezonde metal willen binnenslaan zonder dat ze daar een brulboei van zanger moeten bijnemen.

Psych Over 9000 Festival 2017 - Trippen door Gent
Psych Over 9000 Festival
Diverse locaties
Gent
2017-05-24
Sam De Rijcke

De eerste editie van het Gentse Psych Over 9000 Festival, een samenwerking tussen Democrazy en vier Gentse muziekminnende café’s (Charlatan, Afsnis, Café Video en Trefpunt), mocht al meteen met het bordje ‘sold out’ uitpakken. Op de affiche vonden we voornamelijk bands uit de wereld van de garage-rock en psychedelische rock, gespreid over de vier organiserende café’s in de Gentse binnenstad. Het waren quasi allemaal boeiende acts uit binnen- en buitenland maar de simultane uurregeling zorgde er wel voor dat de concertgangers knopen moesten doorhakken en genoodzaakt waren te kiezen voor maximaal een drietal bands. Wij hadden op voorhand de nieuwe Amerikaans revelatie Ron Gallo en de Chileense triprockers van Follakzoid uitgestippeld.

Uit goede bron hadden wij al vernomen dat Ron Gallo de dag voordien in de Hasseltse Muziekodroom met de vingers in de neus hoofdact The Sha-La-Lee’s naar huis had gespeeld. Wat ons geenszins verwonderde, want met een ijzersterk debuutalbum als ‘Heavy Meta’ lonkt voor deze jonge rocker een prachtige toekomst.
In Gent mocht hij zijn ding komen doen op dat piepkleine podium van de sympathieke Café Video. Een veel te kleine ruimte voor een artiest van dat kaliber als je ’t ons vraagt, maar aan de andere kant was dit dan ook weer een unieke ervaring. Talent zat, maar of Ron Gallo echt groot zal worden is nog maar zeer de vraag, want de fel rockende afro-kop en zijn strak spelende band deden volledig hun eigen compromisloze ding, wat niet meteen een cleane naar stadiums hunkerende sound opleverde. De garage-rock klonk nog een stuk smeriger dan op het album, Gallo’s gitaar kleurde gewillig naast de lijntjes en het geheel kreeg een morsige punk uitstraling. Kortom, dit klonk zeer lekker en smaakte naar meer.

In de Charlatan mocht Follakzoid het nieuwe festival afsluiten. Als verwacht veroorzaakten de Chileense trippers een soort van aanzwellende trance met hun immer voort deinende space rock op een bedje van dansbare zweefritmes. Eentonigheid gluurde misschien wel een beetje om de hoek -zeker voor diegenen die niet echt binnen wilden treden in die meeslepende trancewereld van Follakzoid- doch de boodschap was om zich volledig over te geven aan de sound en de flow die deze drie Chilenen creëerden.
Met Follakzoid in de buurt is het altijd een beetje high worden en ook als u zelf niets had genomen heeft was trippen best mogelijk met dit soort zwevende psychedelica. Aan de reacties van de zaal te merken lukte dit dan ook bijzonder aardig, Follakzoid nam het publiek gewillig mee in hun reis door het heelal, ze deden dat in drie uitvoerige songs (noem het galactische excursies voor ons part) en nodigden er mee uit tot een soort van spirituele indianendans. De Charlatan was volledig mee, het Chileense feestje had zijn doel niet gemist.

Wij konden alvast spreken over een geslaagd Psych Over 9000, en dit met onze oprechte excuses voor Tubelight, The Cosmic Dead en The Coathangers, drie sterke bands die wij omwille van het tijdsschema uit ons verlanglijstje moesten schrappen.

Organisatie: Gentse muziekminnende café’s + Democrazy, Gent

donderdag 11 mei 2017 03:00

United States Of Horror


We hebben het al meermaals geprobeerd, maar neen, wij zijn niet into hip hop. Verwijt ons gerust dat we oogkleppen op hebben, het kan ons geen moer schelen, maar hip hop is niets voor ons. Als er één genre is waarop de uitdrukking ‘dertien in een dozijn’ van toepassing is, dan is het dit wel. Hip hop artiesten sloven zich met zijn allen uit om er zo stoer mogelijk uit te zien, zetten om de haverklap hun goorste bek op en brullen er vaak idiote teksten uit waarbij the bitches en the nigga’s met een dozijn per minuut de deur uitvliegen. Maar een keertje origineel uit de hoek komen, dat is iets te veel gevraagd.  De formule is immers al jaren dezelfde. Men zoekt (of jat) gewoon een vette beat (maar nu ook weer niet te vet want de hitparade lonkt), men verzint een hitgevoelig refreintje en een paar vunzige raps, men haalt er een aantrekkelijk kontschuddend mulatvrouwtje bij die voor de geile achtergrondvocals zorgt, en klaar is kees. Wat het hem ook altijd doet zijn special guests met klinkende namen, het maakt niet uit wat die sukkels op de plaat komen uitvreten, als hun naam maar in de credits staat. Kassa!
Wij laten ons echter niet vangen. Als de uitvoerders nu Drake, Kendrick Lamar of Kanye West heten, voor ons is het allemaal eenheidsworst met een boze blik.
Pas als de hip hop echt gevaarlijk wordt en verstrengeld geraakt met de meest urgente hardcore, dan schieten wij terug wakker. Enter Ho99099, een bende pitbulls die zowel de platen van Public Enemy en NWA als deze van Black Flag, Ministry, Bad Brains en Minor Threat in hun kast hebben staan. Hip hop is hier niet het doel, maar wel het middel om de agressie er uit te spuwen. Bij Ho9909 voel je dat dit geen pose is, maar dat die gasten echt kwaad zijn. Het is er hen niet om te doen om de spierballen, bitches en tattoo’s te showen, maar wel om het kot in de fik te steken.
Ho99o9 begeeft zich in dezelfde onfraaie achterbuurten als Show Me The Body en Death Grips, maar daar waar Death Grips meer een chaos creëert van loodzware beats en gortige raps, gaat Ho99o9 het nog wat dieper in een hardcore underground zoeken. Dingen als “Street Power”, “Sub-Zero”, “City Rejects” en “New Jersey Devil”  zijn regelrechte straight-in-your-face-hardcore splinterbommen die snakken naar uitzinnige moshpits. “Face Tatt” en “Bleed War” zijn ontspoorde industrial tracks waar hoge vlammen uit komen, Nine Inch Nails op 1000 Volt. En wanneer de heren zich echt eens vastbijten in de de hip hop, dan hangt er klaar bloed aan hun tanden. “War Is Hell”, “Moneymachine”, “Splash”, “Hydrolics” en “United States Of Horror” zijn bijzonder heavy en moordzuchtige hip hop tracks, gebouwd op loodzware beats, dreunende bassen en raps die rechtstreeks naar de ballen mikken. De meeste rappers houden het bij blaffen, Ho99o9 bijt.

‘United States of Horror’ is een gedynamiteerde kruisbestuiving van hip hop en hardcore, een staatsgevaarlijke beenharde kopstoot ! Very punk, als je ‘t ons vraagt.

donderdag 04 mei 2017 03:00

Heartless

Mocht u iemand zijn die zijn metal liever loodzwaar dan snel heeft, die een allesverpletterende tank verkiest boven een flitsende sportwagen en die de gure winter graag doorkomt met lijvige platen van Windhand, Neurosis en Electric Wizard, … dan is Pallbearer een band naar uw hart. ‘Heartless’ is het derde album van dit viertal uit Arkansas, en het is hun meest dynamische en avontuurlijke tot op heden.
‘Heartless’ schittert met harmonieuze sludge-metal waarbij de vocals niet geschreeuwd of gebruld maar effectief gezongen worden, ’t is eens iets anders. Let wel, dit is nergens melig en dit is hoegenaamd geen plaat om uw salonfeestjes mee op te fleuren. Pallbearer klinkt nog steeds zwaar en gevaarlijk, al is er sedert het al even fantastische ‘Foundations Of Burden’ wat meer melodie en variatie in hun doom-metal geslopen. De sound is geëvolueerd maar de brute kracht van zijn voorgangers is daarbij niet achterwege gebleven. De bulldozer dendert nog steeds gestaag door maar het toerental wordt al eens teruggeschroefd en verstilde passages komen de kop opsteken.
‘Heartless’ is met name een dik uur lekker wegdromen met de beste slow-motion metal verpakt in 7 indrukwekkende knoerten van songs.
In een krachtige maar genuanceerde buffelstoot als “Thorns” wordt de logge sound afgewisseld met enkele rustige Metallica extracten en zelfs Tool komt hier geregeld boven de horizon stijgen. Ook “Lie Of Survival” komt uit de startblokken als een kippenvalballad van Metallica, waarop iets verder de logge riffs komen aanrukken en vervolgens de leadgitaren heerlijk over het eerder aangerichte slagveld glijden.
Het pronkstuk is echter het elf minuten lange “Dancing In Madness”, met een intro die als het ware van Pink Floyd kon zijn en een vervolg waarin zware riffs en glooiende leadgitaren door zwaar moerassig gebied trekken terwijl de dichte mist onverbiddelijk blijft hangen. Ook afsluiter “A Plea For Understanding” is zo een wonderlijke trein der traagheid, een langgerekte trip op halve snelheid doorheen een dor en onherbergzaam landschap. Een song waarin forse kracht en finesse het perfect met elkaar kunnen vinden, en dat is eigenlijk heel de plaat zo.

Geen idee wat dit album met u doet, maar ‘Heartless’ heeft bij ons in ieder geval een verslavende werking op brein en ledematen. Hoe meer we de plaat opzetten, hoe sterker ze ons in de oren klinkt en hoe dieper ze onze hersenpan binnendringt. Pallbearer heeft een onvervalste klassieker afgeleverd.

donderdag 27 april 2017 03:00

Falling Sun

Terwijl een nieuwe lichting Belgische noise bands tegenwoordig het mooie weer maken (Brutus, It It It Anita, Hypochhristmutreefuzz, The Guru Guru,…) is er ook nog wel plaats voor een regelrechte shoegaze band. Hoewel het genre de laatste tijd een beetje platgetreden is, snijdt het Gentse The Mary Hart Attack op hun albumdebuut ‘The Falling Sun’ zonder scrupules en met enige stijl doorheen een stel onvervalste en potente shoegaze-songs met alles erop en eraan : stofzuigergitaren, distortion, feedback, een psychedelische touch en vocals die daar vanuit een wazige achtergrond trachten overheen te komen.
Natuurlijk komen My Bloody Valentine en The Jesus And Mary Chain serieus om de hoek loeren, maar wij horen vooral A Place To Bury Strangers in sterke songs als “Death Comes With Your Eyes”, “Starlight”, “Who Used To Be Me” en “This Room” (een rariteitje waarin de ijskar langzaam komt aangereden om dan plots zwaar uit de bocht te scheuren).
Andere favorieten zijn “Spiders”, dat inzet als een My Bloody Valentine pastiche maar dan open bloeit met een indrukwekkende gitaarsolo, en “All Wrong No Bliss”, een groovy psychedelische track die een spacy trip onderneemt.
Ze hebben er het warm water niet mee uitgevonden, maar met ‘Falling Sun’ weet The Mary Hart Attack zich stevig te huisvesten in een genre dat nog lang niet dood is.

zaterdag 06 mei 2017 03:00

GNOD zet zijn publiek in ’t zak

De reden waarom wij naar Gent trokken was die pas verschenen fantastische nieuwe plaat ‘Just Say No To The Psycho Right-Wing Capitalist Fascist Industrial Death Machine’, een bonte mengeling van zinderende noise, vinnige post-punk en geestrijke psychedelica. Dit zou live wel eens vonken kunnen geven.

Helaas, de heren van GNOD, hier voor de gelegenheid tot een trio herleid, hadden er voor gekozen om zich vanavond te beperken tot een elektro-set gevuld met drones, ruis en ultrasonische geluidsgolven. Hier stond geen band maar wel een drone-ensemble op het podium. Hadden wij even pech.
We konden het misschien geweten hebben, GNOD staat er immers voor bekend dat ze onvoorspelbaar zijn, en daar is dus jammer genoeg geen woord van gelogen. Dit was inderdaad onvoorspelbaar, doch ook onuitstaanbaar.
De intentie van GNOD was waarschijnlijk om het publiek geleidelijk aan in een trance te brengen met bedwelmende elektronica. Kan best zijn, maar met de chaotische en ongenietbare prestatie van vanavond lukte dit aan geen kanten. Wat bij het publiek tot een bezwerend effect moest resulteren draaide uit op verbijstering en irritatie.
De drie individuen, die elkaar overigens geen blik gunden, stonden in werkelijkheid dan ook maar wat inspiratieloos aan diverse knoppen te prutsen en haalden hoegenaamd geen verslavende ritmes of intrigerende beats uit hun elektrobakken.
Gevolg, een ongemakkelijke en ongeregelde geluidsbrij die al vrij snel danig op de zenuwen werkte. En dit was niet alleen bij ons het geval, na een half uur van die tergende heibel had al meer dan de helft van het publiek de zaal verlaten. Wij ook trouwens. Geen idee dus hoeveel toeschouwers deze geseling tot het bittere einde hebben uitgezeten, maar we hebben zo een vermoeden dat het er maar een tiental kunnen geweest zijn. De rokersruimte buiten was immers na verloop van tijd dubbel zo druk bevolkt als de concertzaal. De heren hebben tijdens de ganse set ook niet één keer van achter hun rookgordijn opgekeken, het zal dus aardig schrikken geweest zijn toen ze bij het terug aanfloepen van de lichten merkten dat er nog één man en een paardenkop in de zaal aanwezig waren.

We zullen GNOD’s quasi ondraaglijke vertoning dan maar catalogeren als kunst, zeker. Wanneer een zogenaamd artistiek collectief ontoegankelijke bullshit aan een onthutst publiek presenteert, is het begrip ‘kunst’ altijd wel een uitleg waar een organisatie mee wegkomt, zeker wanneer het een genootschap betreft die zichzelf recentelijk tot ‘kunstinstelling’ heeft uitgeroepen. Weet u, het is niet de schuld van de artiest, maar wel van het publiek dat er weer niets van begrepen heeft.
Mensen betalen voor deze rotzooi, daar zou men toch even mogen bij stilstaan. Dat de leden van GNOD de ontembare drift hebben om wat te experimenteren en wat te zitten klooien met allerhande elektronica, dat is hun volste recht. Maar dat doen ze dan beter in hun huiskamerstudio, en niet voor een betalend publiek dat met hoge verwachtingen naar hier gekomen is nadat de band nog maar pas een uitstekend album heeft uitgebracht.

Had de organisatie op voorhand aangekondigd dat GNOD zich hier zou beperken tot een elektro-set in plaats een live optreden, dan hadden wij ons de moeite bespaard om ons te verplaatsen naar een stad waar men tegenwoordig alles in het werk stelt om de automobilisten het leven zuur te maken.
Wij voelden ons serieus bekocht, en wij waren heus niet de enigen.

Organisatie: Vooruit, Gent

donderdag 27 april 2017 03:00

The Texas-Jerusalem Crossroads

Sommige platen zijn een eeuwig leven als cultklassieker beschoren, nooit hebben zij van enig commercieel succes mogen proeven maar tot in het oneindige worden ze aanbeden door een select kransje liefhebbers. ‘The Texas-Jerusalem Crossroads’ van Lift To Experience is zo een plaat. Het is ook het enige album dat ooit door dit Texaanse trio werd gemaakt, ondertussen al 16 jaar geleden, en het is een parel van het zuiverste water.
Op vandaag komt ‘The Texas-Jerusalem Crossroads’  in een geremasterde versie terug op ons af. De plaat is door Mute Records/Pias terug opgevist en werd voor deze heruitgave in een fraai nieuw hoesje verpakt. De nieuwe release is gelukkig gespaard gebleven van overbodige bonus tracks, alternatieve versies of wat dan ook. Een chef d’oeuvre als dit behoeft geen extraatjes.
Op zich vonden wij trouwens niet dat er iets mis was met het origineel, maar dankzij deze remixing of remastering (wat dat dan ook moge inhouden) komt dit miskende meesterwerk terug in de schijnwerpers te staan, en dat is een bijzonder goede zaak.
‘The Texas-Jerusalem Crossroads’ is een prachtige symbiose van het desolate gitaargeluid en de bezielde vocals van frontman Josh T Pearson, een domineeszoon uit het diepe Zuiden van de States. Pearson predikt de songs op een begeesterende toon ergens tussen Jim Morrison, Jeff Buckley en Dave Eugene Edwards. De gitaar dwaalt sporadisch rond in shoegaze-land en manifesteert zich elders als een voorbode van een soort woestijn-post-rock die het pad geëffend heeft voor bands als Explosions In The Sky en Mono. “These Are Days”, dat minuten uitloopt via een leegbloedende gitaar, is dan weer pure Sonic Youth. Maar hoezeer wij het elders ook mogen gaan zoeken, dit album onderscheidt zich vooral door een eigen geluid, een mysterieuze en intrigerende sound die nergens zijn gelijke kent.
Gitaarnoise wordt vaak afgewisseld met verstilde pracht, maar altijd gaat het ergens naar toe, al is het een eind buiten de horizon. Bovenal schitteren hier overwegend lange songs die als ratelslangen doorheen het barre woestijnland sluipen en op gepaste momenten fataal naar hun prooi uitpakken, check het fenomenale “With Crippled Wings” dat 10 minuten lang zalft en stenigt tegelijkertijd.
‘The Texas-Jerusalem Crossroads’ is vooral een plaat die zijn luisteraars meesleept op een innemende road trip doorheen het diepe Zuiden van de States en daarbij nogal wat bizarre verhalen en ervaringen op zijn pad tegenkomt. Een unieke trip, dat was het 16 jaar geleden ook al, maar weinigen hadden dat toen door. Laat ons hopen dat de plaat met deze heruitgave nu wel de erkenning krijgt die ze verdient.

“Komt er hier een tournee van ?” horen wij u al luidop denken. In zijn korte bestaan heeft Lift To Experience immers niet zo gek veel op het podium gestaan. Wij hebben de band toch één keer mogen meemaken op een onmogelijk vroeg uur in een halflege Marquee-tent op Pukkelpop. Daar mochten wij de magie van dit trio even aan den lijve ondervinden, en dat is iets wat een mens niet vergeet. Het duurde maar een halfuurtje, in hun geval goed voor amper een viertal tracks, en dat was natuurlijk veel te kort om ‘The Texas-Jerusalem Crossroads’ in vol ornaat te bewonderen.
Wij snakken dus nu meer dan ooit naar een integrale live uitvoering van dit meesterstuk. Er is een waterkansje, in de States heeft de heruitgave van ‘The Texas-Jerusalem Crossrads’ al tot enkele reünieconcerten geleid. Lift To Experience mocht zelfs aantreden op het befaamde SXSW, een festival waar doorgaans jonge en nieuwe bands worden opgevoerd, maar hier ging het dus duidelijk om het herontdekken van een band die veel te lang onder de radar is gebleven.
In Europa blijft het voorlopig beperkt tot één geplande showcase ergens in juni in Engeland. Doch wij blijven vooral hopen.

Michael Chapman & Steve Gunn  - Virtuoso’s on stage, maar mag het iets meer zijn?
Michael Chapman & Steve Gunn
Vooruit (Theaterzaal)
Gent
2017-04-12
Sam De Rijcke

Laat ons even toe om u uit te leggen waarom wij, na het ondergaan een tweetal uurtjes virtuoze en verfijnde akoestische gitaarmagie, vanavond toch met een gevoel van ontgoocheling die fraaie Theaterzaal van de Gentse Vooruit zijn buiten gewandeld.

De Engelse jarenlang onderschatte folkrock-veteraan Michael Chapman heeft na een carrière van 50 jaar en een slordige 25 albums eindelijk zijn welverdiende erkenning gekregen met het album ‘50’, een juweeltje die wereldwijd terecht met lof werd overladen. De plaat is zo sterk is omdat de prachtige akoestische folksongs van Michael Chapman op de achtergrond uiterst knap ondersteund worden door de heerlijke elektrische gitaarpartijen van … jawel Steve Gunn, de jonge gitaargod die ook de productie van ‘50’ heeft verzorgd.
Als beide heren dezelfde affiche delen dan zou je toch op zijn minst verwachten dat ze voor enkele songs samen op het podium staan. Helaas, vandaag kregen we gewoon een uurtje Michael Chapman netjes gevolgd door een uurtje Steve Gunn. Hadden de twee klasbakken zoveel respect voor elkaar dat ze niet in mekaars vaarwater wilden zitten ? Geen idee, maar wij vonden het vooral een gemiste kans.

Begrijp ons niet verkeerd, de fraaie en bezielde songs van Michael Chapman bleven wel duidelijk overeind in hun uitgeklede versies, en zijn fingerpicking werk was bij vlagen wonderlijk, maar hoe mooi zou het niet geklonken hebben als Steve Gun de songs van enige omlijsting had voorzien met zijn fraaie doch niet opdringerige elektrische gitaar, zoals hij dat zo magistraal doet op ‘50’.
De sympathieke Chapman wist ons wel te entertainen met een handvol knappe songs die opgeluisterd werden met virtuoos gitaarwerk, zoals onder meer een fantastisch “Memphis In Winter” dat hier niets aan intensiteit moest inboeten. Een begenadigd zanger is Chapman zeker niet, maar hij klonk wel doorleefd en eerlijk, met een stem die volledig in functie stond van de integriteit van de songs. Het vakwerk van Chapman deed ons bij vlagen denken aan Tony Joe White of JJ Cale, en dat zijn natuurlijk niet van de minsten.

Ook tijdens de set van Steve Gunn (zie pics homepag) vonden wij het maar al te jammer dat er in heinde en verre geen elektrische gitaar te bespeuren was. Gunn is met name een gitarist van het slag Kurt Vile (waarmee hij nog samen heeft gespeeld), Tom Verlaine, Adam Granduciel (The War On Drugs), Chris Forsyth, Cian Nugent en onze eigen Bert Dockx, stuk voor stuk instrumentalisten die prachtige dingen doen met een elektrische gitaar zonder dat ze daar zo nodig een batterij powerakkoorden moeten uit halen. Het is net dat fraaie elektrische gitaarwerk, die van het recente ‘Eyes On The Line’ zo een geweldig plaatje maakt, dat we hier misten. Dus bleven wij wederom een beetje op onze honger zitten omdat Steve Gunn bij het uitkleden van zijn songs toch een paar essentiële componenten moest afleggen.
Jazeker, bloedjes van songs als “Ancient Jules”, “Way Out Weather” en “Old Strange” waren ook in hun sobere akoestische versie niet kapot te krijgen en moesten niets van hun innerlijke pracht prijsgeven, maar er ontbrak toch wat variatie en diversiteit in de hele act. Bovendien presenteerde een ietwat schuchtere Steve Gunn zich nu ook niet bepaald als een spraakwaterval en gaf hij zelfs een beetje een verveelde indruk. Hoewel hij met de nodige toewijding zijn songs bracht, liep ook zijn stem niet over van de intonatiewisselingen. Maar dat hij een verdomd aardig potje akoestische gitaar kan spelen, daar bestond geen twijfel over.

Zowel Michael Chapman als Steve Gunn lieten vanavond de songs voor zich spreken. Fair enough, maar soms mag het iets meer zijn.

Organisatie: Vooruit, Gent

dinsdag 11 april 2017 02:00

Grandaddy - Opa in topconditie

Het is ondertussen al 20 jaar geleden dat Grandaddy de neus aan het venster kwam steken met het lo-fi indie-pareltje ‘Under The Western Freeway’, een plaat die hen meteen geliefd maakte in het indie wereldje. Drie jaar later kwamen ze met een tweede meesterwerkje opzetten ‘The Sophtware Slump’, een huzarenstukje die ze later niet meer zouden kunnen evenaren, ook al waren ‘Sumday’ (2003) en ‘Just Like The Fambly Cat’ (2006) zeer verdienstelijke plaatjes. Daarna hield Grandaddy het jammerlijk voor bekeken. Tot nu dus.

Frontman Jason Lytle maakte ondertussen wel twee fijne soloplaatjes, maar wij zijn maar al te blij dat hij op vandaag zijn ouwe makkers terug heeft bijeen geroepen en daar het voortreffelijke ‘Last Place’ mee heeft ingeblikt, een plaat waarin de draad terug wordt opgenomen en die typische sympathieke Grandaddy sound nieuw leven wordt ingeblazen.
Uit die nieuwe plaat werd vanavond gegrepen naar fijne juweeltjes als “Way We Won’t”, “The Boat Is In The Barn”, “I Don’t Wanna Live Here Anymore” en “Evermore”, allemaal bijzonder fijne songs die hier schitterden tussen een resem onvervalste klassiekers. En die klassiekers, die stuk voor stuk nog niks van hun pluimen verloren waren, kwamen tot onze grote vreugde grotendeels uit die twee fameuze albums uit 1997 en 2000.
De jarenlange stilte heeft Grandaddy blijkbaar goed gedaan, want de herboren band kwam bijzonder fris en levendig uit de hoek. De songs klonken strak en soms best wel stevig, met de gitaar van Jim Fairchild in een glansrol. Natuurlijk was het fantastische “AM 180”, met dat heerlijke speelse orgeldeuntje, een absoluut hoogtepunt, samen met “Laughing Stock”, “Hewlett’s Daughter”…. en eigenlijk alle anderen, want zowat alles was prachtig vanavond. Maar laat ons toch niet vergeten om het kippenvelmoment “He’s Simple, He’s Dumb, He’s The Pilot” de hemel in te prijzen, want dit was van een onaardse pracht en schoonheid. Dit heuse Grandaddy-monument was, afgaande op de applausmeter, de uitgesproken winnaar van de avond. Doch het enthousiasme van het publiek loog er heel de avond niet om, Grandaddy werd hier na elke song op luid gejuich onthaald, en dat hadden ze volledig aan hun sterke performance en onsterfelijke songs te danken.
Als ultieme punch liet Grandaddy als bis een fel en onstuimig “Summer Here Kids” op het publiek los, een levendige afsluiter van een prachtconcertje waar we maar één bemerking op hadden : Te kort ! Amper een uur en een kwart. Grandaddy had ons hier vermaakt met een dozijn prachtsongs, maar evenveel waren er in de kast blijven liggen. Maar goed , overdaad schaadt, laten we dus positief blijven en tevreden zijn met al dat fraais die Grandaddy ons wel presenteerde.

Grandaddy was uitermate fantastisch ! Ze zijn wel degelijk terug.

Organisatie: Aéronef, Lille

Pagina 30 van 112