logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Young Gods
Hooverphonic - ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 07 juli 2011 02:00

Horses and High Heels

In de loop van vijf decennia is Marianne Faithfull uitgegroeid tot één van de grote dames van de popmuziek.
Al een  pak platen lang houdt ze van pareltjes uit het popverleden. Ze krijgen een oppoetsbeurt en ze hier van Nat King Cole tot de Gutter Twins. Ze vult aan met een handvol eigen composities. Op die manier tuimelt ze in het hitarchief, en houdt zich levendig (jong) door voeling te houden met de huidige generatie artiesten. Ze gaat in zee met een keur aan gast- en sessiemuzikanten en deed net als de vorige cd uit 2009 ‘Easy come, easy go’, beroep op  producer Hal Wilner, die ook al achter ‘broken english’ stond.
Het is een mooie, afwisselende cd geworden; de songs hebben een broeierige ondertoon en zijn tot in de puntjes uitgewerkt; er is de aandacht voor subtiliteit, het geheel straalt een vaudeville stijl uit en balanceert tussen indringend gevoel en een optimistische stemming. Haar gruizige, grauwe, rokerige stem geeft kracht, emotionaliteit en kwetsbaarheid.
Naast een pak ingetogen, sfeervolle, dromerige songs zijn we toch onder de indruk van de popsongs als “Why did we have to part”, “No reason”, “Gee baby” en “Eternity” . Een grenzeloos respect verdient ze en dat heeft ze voor heel wat artiesten en bands. Klasse dus!

donderdag 23 juni 2011 02:00

Blood Pressures

Drie jaar na de derde cd ‘Midnight Boom’ verschijnt van het rauwe garagerockabillyblues, vrouw – man duo, Alison ‘VV’ Mosshart en Jamie ‘Hotel’ Hince, de vierde ‘Blood Pressures’. Op de vorige cd klonken ze al toegankelijker en melodieuzer en naast de ritmebox sijpelden elektronicabeats door. Deze lijn wordt verder gezet en het zompige, smerige en rammelende geluid en de gejaagde ritmes zijn op het achterplan geraakt. Minder opwindend , doorleefd, verbeten en beklijvend dus maar nog steeds een broeierige sound. Vooral “Satellite” en “DNA” zijn heel erg sterk en zij vormen het uitgangsbord van de cd. We houden er van als ze songs spelen als “Heart is a beating drum”, “Nail in my coffin’” en “You don’t own the road”. De rest is minder krachtig en kernachtig.
Goede plaat, niks minder, maar ook niks meer …

Altijd wel leuk bands aan het werk te zien als een Vetiver die een neofolky/americana stijl hanteren. De band rond de charismatische zanger/gitarist Andy Cabic, een jonge Tom Waits lookalike met hoed op, biedt de ideale soundtrack voor een midzomeravond als deze. Hij heeft met z’n band al een handvol cd’s uit en plaatste de opvolger van ‘Tight knight’, ‘The Errant Charm’ in de spotlights, rustig voortkabbelende, dromerige songs die sfeerschepping voorop stellen; materiaal die country/blues laat doorsijpelen en af toe iets meer vaart krijgt en krachtiger durft te kinken. Je kunt niet omheen Devandra Banhart, South San Gabriel, Fleet Foxes, Grizzly Bear en Local Natives om Vetiver ergens te plaatsen.

Ook vanavond kregen we een goed uur easy listening pop met een rockend hart op het einde. De songs zitten goed in elkaar, maar beklijven of overdonderen niet echt meer. De lichtvoetige en broeierige pop van sfeervolle songs als “Hard to break”, “Rolling sea”, “You may be blue”, “Sister” en “Worse for wear”, worden bepaald door gitaargetokkel, elektrische gitaar, synths en spaarzame en slepende, schuifelende percussie. De lichthese, gevoelige zangpartijen geven elan. Halfweg de set durfde het ensemble naar een forsere aanpak te gaan, iets dieper en breder, o.m. door een uitgesponnen “Luna sea”, “It’s beyond me” en “Wonder why”. Songs die eerden mochten verdeeld zijn tussen het ingetogen materiaal.
Vetiver was hier voor de derde keer te gast en komt graag naar ons landje omdat het publiek het materiaal apprecieert en de band een warm hart toedraagt. In de bis  trokken ze feller van leer, een rockende band op “Can’t you tell” en “More of this” waarbij Jon Spencer en The Cramps eventjes kwamen lonken.

Vetiver bood een open, warme sound van innemend materiaal en broeierige rockers; het leverde een afwisselende set op en doet ons ‘hunkeren naar’ en ‘mijmeren van’ zomerse avonden aan het strand …

Ook de support was meer dan de moeite waard. De onbekende Marques Toliver kreeg meteen het publiek naar z’n hand in de Rotonde, gezien hij zich bij het publiek plaatste en met een minimale versterking hen moeiteloos inpalmde met z’n heldere, krachtige, indringende stem. De jonge afro ‘Daytone Beach’-er overtuigt met akkoorden autoharp en viool en scherpt de songs aan met te stampen met zijn leren ‘boots’ op de vloer, vingertics en z’n
vriendelijke indrukken en verhaaltjes.
Eenvoudig, doeltreffend en doordacht. ‘Markiés’, zoals we de naam moeten uitspreken, deed het met zijn stem, muziek zonder band en zonder tape. Een sing/songwriting en een neofolky stijl die doordrenkt was van soul en r&b …
(Nog te zien op deep in the woods festival, eerste weekend september - http://www.deepinthewoods.be )

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 09 juni 2011 02:00

Computers & Blues

Mike Skinner en de zijnen zijn toe aan hun laatste cd. Het werd steeds meer een moeilijke bevalling. We hoorden vroeger al twee fijne platen ‘Original Pirate Material’ en ‘A grand don’t come’, dan begon het al wat stug te worden met ‘The hardest way to make an easy living’. Op de vorige cd ‘Everything is borrowed’ sijpelde de ideeënarmoede door.
De recente ‘Computers & Blues’ ligt in dezelfde lijn, goed, maar ook niet meer dan dat. Enkele gastvocalisten ondersteunen Skinner, wat elan biedt op deze mengelmoes van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae en 2 step, o.m. Robert Harvey (van The Music) Clare Maguire en Laura Vane ( van The Vipertones).
Het tempo ligt beduidend lager dan vroeger; de sounds en bleeps zijn warm, licht, toegankelijk, sfeervol en dromerig.  Songs als “Puzzled by people”, “Without thinking”, “Soldiers”, “We can never be friends”, “Omg”, “Trying to kill me” en het afsluitende “Lock the locks” zijn nog steeds de moeite , maar algemeen werkt die mellow hihop en de raps minder aanstekelijk en treffend.
Ondanks het feit dat The Streets me door de jaren steeds heeft geboeid, zullen we Skinner wel missen, maar het is duidelijk dat het muzikaal kaarsje rustigweg uitdoofde.

Emmylou Harris and her Red Dirt Boys
Een onvoorwaardelijk respect hebben we voor Emmylou Harris, de 64 voorbij en nog niks ingeboet van haar heldere, indringende, gouden fluwelen stem. Ze heeft de status van een levende legende, want in haar veertigjarige carrière heeft ze een eigen weg gebaand binnen de country, folk, pop en rock. Haar slepende americana/country klinkt hartverwarmend, broeierig, pakkend en beklijvend! Een paar jaar terug werd ze opgenomen in ‘The Country Music Hall Of Fame’.
Dankzij Daniel Lanois gaf ze in ’95 haar geluid een nieuwe dimensie, door een spannende dreiging, met de plaat ‘Wrecking Ball’. Deze ‘grande’ dame liet op de daaropvolgende platen een traditioneler geluid horen. Na ‘Stumble into grace’ en ‘All I intended to be’ heeft ze de opvolger klaar ‘Hard Bargain’, die welhaast een reünie is van een virtuoze groep oudgedienden, waarmee ze nu al jaren op tournee trekt. De zangeres pakt uit met haar akoestische gitaar en zorgt met de band voor een gestileerde geluid binnen de rootsrock. De sound raakt minder dan de periode van haar comeback.

Ze speelde met haar band een bijna twee uur durende set, stelde nieuw werk voor, groef met een paar songs diep in haar muzikaal verleden en plukte af en toe een song van haar rijkelijk gevulde oeuvre. Ten tijde van ‘Wrecking Ball’ bezorgde ze ons kippenvel, maar ook haar traditionelere aanpak bood intens pakkende momenten.
Ze slaagde erin de covers op de platen een eigen toets te geven, nauwelijks herkenbaar van het originele! En ze eert haar dierbare vrienden/artiesten o.m. Townes Van Zandt, Bob Dylan, Gram Parsons en Kate McGarrigle; live speelde ze met een breder instrumentarium “If I needed you” en “Pancho & lefty” (in de bis), verder een emotievolle “Every grain of sand” (Dylan) en ze voegde er nog een indringende en aangrijpende “The road” en “Darlin’ Kate” aan toe.
Een uitgebreid, afwisselend instrumentarium werd door haar geoliede begeleidingsband gehanteerd: naast drums en akoestische gitaren hoorden we mandoline, dobro, steelpedal, contrabas, viool en toetsen en de typische Nashville/Tennessee - slides ontbraken niet.
Ze was onder de indruk van het prachtige Concertgebouw en ook de Meifoor in Brugge bracht haar soms naar San Francisco.
Gevoeligheid in de luistersongs is en blijft het centrale gegeven in het songmateriaal of het nu innemend, breder of krachtiger klinkt. “Six white Cadillacs” opende de set en samen met “Get up, John”, “Luxury liner” en “Born to run” waren dit de meest snedige uptempo countryrockers. Verhaaltjes en indrukken vertelde ze met veel elan; de ‘on the road’ songs als “Big black dog”, “Home sweet home” sierden en intens pakkende momenten hadden we met “Orphan girl”, “Red dirt girl”, “Making believe”, “My name is Emmett Till”, ”The pearl” en “Going back to Harlam … Beklemmend materiaal en een beetje huiveren … Een Low Anthem profile schemerde soms door als ze met haar Red Dirt Boys netjes op een rij of dicht bij elkaar stond.

Eenvoudigweg een prachtprestatie en muzikale levenswijsheid dus, gebundeld in een tijdloos, melancholisch americanageluid!

Organisatie: Brugge Pluw & Concertgebouw (ism Greenhouse Talent)

donderdag 02 juni 2011 02:00

Smart Flesh

‘Oh My God Charlie Darwin’ werd een adembenemende doorbraak, emotionele schoonheid, breekbare alt.country/folk/americana/lofipop, die af en toe een rauw, ruw randje kreeg. De melancholie, de intimitiet en de rootsrock van hun ‘DIY’- aanpak nam een voorname plaats in. Wat een charme-offensief.
De opvolger biedt ook veel klasse door de variatie en het warme kamergehalte, maar overtreft de voorganger niet.
Maar geen nood … De muzikanten bieden verslavend inwerkende songs en kunnen ontroeren met hun breed arsenaal aan instrumenten zoals onder meer (akoestische) gitaar, klarinet, drums, contrabas, althoorn, xylofoon, viool en een oud, gerestaureerd orgel; ze geven ze hét juiste gevoel en ze wisselen die instrumenten af alsof het niks is; de vaandel qua vocals wordt dan gedragen door de weemoedige, genererende stem van Ben Knox Miller.
De plaat werd opgenomen in een pastasausfabriek en werd geproduced door Mike Mogis (Bright Eyes). Intieme americana, broeierige alt.country en neofolk, , melancho en (ietwat gejaagde) rootsrock , waaronder het dromerige “Ghost woman blues” die de aanzet geeft, verder “Apothecary love” en “Burn”, een rockende “Boeing 737”, een “Hey, all you hippies” met een Green On Red gehalte, ingehouden stemmenpracht op “Love & altar” en “Golden cattle”, een verdwaalde “Matter of time” en “I’ll take out your ashes” en tussenin een prachtig intermettzo van “Wire”.
Een mooie afwisseling horen we, kamermuziek met een pepersausje indien nodig, eenduidiger dan voorheen; ze intrigeren nog steeds door het bedwelmende karakter, de gemoedsrust en de uitbundigheid. Hier komen songwriters Dylan/Cohen, The Band, The Triffids, Green On Red en My Morning Jacket samen. Puik gedaan!

donderdag 02 juni 2011 02:00

Let England Shake

We zijn altijd benieuwd wat Polly Harvey weet te brengen van platen. Ze deed beroep op ‘usual suspects’ John Parish en voormalig Bad Seed Mick Harvey, die bij talrijke samenwerkingen met haar te horen waren. Als we even terugblikken over het muzikale verleden ging ze hard, zacht, snel, traag, donker, licht en mooi te werk … Grillig, melodieus, subtiel, sfeervol, lieflijk materiaal dat ze zingt, schreeuwt, declameert of kirt.
De nieuwe plaat is een intens broeierige plaat geworden … “This time I’ve been just looking out”, lezen we ergens in de bio en ze heeft het over de heroïsche als de gewelddadige kant van haar ‘country she loves’.
De songs kunnen elementair, groovy als kronkelend zijn, soms zoekend naar toegankelijkheid, met een typische Britfolky ondertoon én gedragen door een etherische zang, die durft over te helen naar Björk kapsones.
Meeslepende, kwaliteitsvolle songs dus met een dampende titelsong, een bezwerende “The glorious land” met hoorngeschal, een intense “On battleship hill”, de opbouwende, eenduidige “In the dark places” en “Bitter branches”, en de sober ingehouden “All & everyone” en “England” die breder durven te klinken.
Kortom doel - treffende contrasten schuilen er in de plaat die Polly Harvey nog steeds op een voetstuk plaatsen, een begenadigde talent met een conceptplaat over haar land …

donderdag 02 juni 2011 02:00

Yuck

Het Engelse kwartet brengt heerlijke, onstuimige en beheerste noisy (lofi) gitaarpop, die de brug slaat naar charmante, rakende catchy gitaarpop en wat durft af te wijken met shoegaze pedaaleffects. Daniel Blumberg en Max Bloom zijn de spil van de band. Als jonge Thurston Moore’s hebben ze nog een jonge Kim Gordon, bassiste Mariko Doi en een Mars Volta ‘lookalike’ Jonny Rogoof,  in de band.
Yuck intrigeert door jengelende, rauwe, broeierige, intens meeslepende gitaargeluidjes, - golven, - erupties en uitgeklede, verrassende, melodieuze wendingen. Ze nestelen zich ergens tussen Pavement, Buffalo Tom, Dinosaur Jr, Yo La Tengo, Teenage Fanclub, het oude Soul Asylum, Luna en de shoegaze van Swervedriver en Jesus & Mary Chain. Energiek en ingetogen stuiterend materiaal door het korrelige geluid, dat een mooi debuut oplevert met songs als “Get away”, “The wall”, “Operation holling out” en de dromerige aanpak van “Georgia”, “Suck” en “Stutter”. Hoogtepunt is het afsluitende, opbouwende “Rubber”, die de beiden combineert.
Levenslust, plezier en emotie daar draai ‘em om in de jengelgitaaraanpak van de band.

zondag 05 juni 2011 02:00

Kleurrijk en begeesterende tUnE-yArDs

Ferm gerespecteerd en warm onthaald werden ze, de uit Oakland afkomstige zangeres/multi-instrumentaliste Merrill Garbus en bassist Nate Brenner. Ze houdt er betreffende haar project tUnE-yArDs een speciale schrijfwijze op na. De sympathieke Garbus is toe aan haar tweede album, die het twee jaar geleden ‘BiRd BrAiNs’ opvolgt. Ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin we folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en aanstekelijke drumloops horen. Het lijkt allemaal een beetje rommelig, een soort bizarre knutselpop met hiphopachtige beats, kleurrijk en ritmisch en die tot de verbeelding spreekt. De songs werden in een mooi lofi world concept gegoten.

Het duo schilderde enkele indianenstrepen over de kaken en op haar shirt waren enkele roze veren geprikt. Muzikaal stonden twee blazers het duo bij. Afwisselend materiaal van de twee cd’s hoorden we, met de smachtende “Gangsta” (single!), “Bizness”, “Real life flesh” en “My country” die het publiek in de AB Club ophitsten. In die broeierige, groovy songs ademde een kleurrijk Couleur Café door, doordacht en dansbaar, met verrassende wendingen.
Er was sprake van een gretig afwisselende aanpak. “Hatari” in de beginfase, solo ingezet op ukelele van Garbus, die even verderop breder en forser klonk door de ritmebox, afrobeats, gitaarloopjes en de vooraf opgenomen voicesamples, gedragen door haar bedwelmende, variërende zangpartijen. Ze beet fel van zich af. Met beperkte middelen een doeltreffend geluid produceren … “Powa”, “Fiya” en “Riotriot” volgden  … Doe het haar maar na … al of niet met meer world, percussie en blazers. De psychedelica drong meer door in songs als “Es-so”, ergens Stereolab en Laetitia Sadier.
tUnE-yArDs maakt een som van Soul Coughing, Zap Mama, Animal Collective, Stereolab en G Love en dompelt het onder in lofi.

Vol lof was het publiek voor de excentrieke, ritmische, kleurrijke sounds van het talentrijke tUnE-yArDs, die zelfs twee keer terugkwamen en met “Killa”, “Doorstep” en een lofi Seasick Steve song begeesterend klonken. Straf spul subliem gebracht. Chapeau!

Thousands, Kristian Gerrard en Luke Bergman, een duo uit Seattle, stelde als support hun debuut ‘The sound of everything’ voor, new acoustic movement en sing/songwriterpop in de voetsporen van Elliott Smith en Nick Drake … Sober ingehouden, breekbare pop en een integer, emotievol stemgeluid. ‘Skyhigh music’ omschreven ze het zelf. Mooi gevonden alvast!
 
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 26 mei 2011 02:00

The cold still

Het vanuit Londen opererende The Boxer Rebellion maakt grote kans door te breken met de derde cd ‘The cold still’ . Het kwartet (1 Usa, 1 Aus en twee Britten) heeft de juiste balans gevonden om schitterende sfeervolle, broeierige rocksongs te schrijven. De sound is netjes afgemeten, bevat afgepaste gitaararrangementen en subtiel slagwerk gedragen door een warme, zalvende zang. Ze gaan beetje in de richting van een ‘allstyle’ British Sea Power en de donkere, onheilzwangere wavekant van Interpol, The Bravery en BRMC.
Een episch werkstuk en een toegankelijk en radiovriendelijk rockgeluid van tien intense, puike, emotievolle songs. Een evenwichtig album dus!

Pagina 252 van 318