logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 18-01 Xink (ism Stricto Tempo) (new date) 19-01 Lydia Lunch & Marc Hurtado play Suicide (+ the songs of Alan Vega) 23-01 Axelle Red (ism Stricto Tempo) 24-01 Nah Mean, NewYear celebration (Org: Do vzw) 28-01 Nicolas…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Morrissey
Johnny Marr
Johan Meurisse

Johan Meurisse

zondag 25 oktober 2009 17:56

Evacuate the dancefloor

Als je dacht dat Cascada nog maar een jonge spruit was, die nu de dancefloor heeft veroverd dan heb je het even verkeerd voor. Cascada bestaat uit het producersduo Manuel Reuter (DJ Manian) - Yann (Yanon) Pfeiffer en de bevallige blonde zangeres Natalie Horler (van Britse origine, maar die naar Bonn uitweek). Cascada is een Ultratopper in de voetsporen van Laurent Wolf, Daniel Bovie, Lady Gaga, Pink en andere talrijke dancelady’s, ons eigen Lasgo, Sylver en Milk Inc. en kan moeiteloos stappen in de projecten van DJ Rebel, David Guetta en Armand van Helden. Cascada weet zich een voornaam plaatsje toe te eigenen! In 2006 scoorden ze al een aardige hit met “Everytime we touch”.
‘Evacuate the dancefloor’ klinkt eigentijds dansbaar, en naast een paar dancefloorkillers, “Ready or not”, “Breathless”, “What about me” en de titelsong, vinden we aardige sfeervolle nummers terug, “Hold your hands up” en “Draw the line”. Bijgevolg is dit een leuk plaatje en dus waarschijnlijk meer dan een ‘one hit’.

Buiten de Franse dansscène zijn er maar een handvol rockbandjes van over de grens die de voorbije jaren onze aandacht trokken en de moeite waard zijn. Eentje is alvast Phoenix, vijf jonge gasten die al sinds 2001 bezig zijn. In 2004 vielen ze ons land binnen met enkele aanstekelijke popsingles “Too young”, “If I ever feel better”, “Everything is everything” en “Run run run”. Ondanks het feit dat de huidige cd een afschuwelijke titel heeft ‘Wolfgang Amadeus Phoenix’ vinden we ook hier puike songs terug als “Lasso”, “1901”, “Rome” en “Countdown”, die een respectvolle ‘goed’ mee krijgen.
In Frankrijk is dit eventjes anders … want Phoenix wordt daar op handen gedragen! Genoeg om U te zeggen dat we ginder bij elke noot, elke beweging en elk solopartij gillende en krijsende keelgaten horen. Menig meisjeshart bonkte toen ze het podium kwamen gelopen. Als de band nog zo’n hapklare singles produceert, komen we vervaarlijk in de buurt van Tokio Hotel. Deze maffe toestanden terzijde, beleefden we een leuke avond en overtuigde Phoenix met hun toegankelijke, sfeervolle pop dito meezingbare refreinen. Ze hadden hun broeierig, fris en intens singlepakket mooi verdeeld.
Ze begonnen alvast met vier heerlijke, zwierige hits: “Liztomania”, “Lazy distance call”, “Lasso” en “Run run run”. De synths kwamen wat meer op het voorplan op “Fences” en “Girlfriend”, wat het geheel kleurrijker maakte.
Een geslaagd waagstukje, zowel op plaat als live, was “Love like a sunset (part 1 & 2)”: een lange intro, een subtiel tokkelende gitaar, een diepe bas en zalvende synths, dan een speelse overgang en een intense opbouw, om tot slot rustig uit te deinen. Ze neigden naar de bombast van Muse op die manier. Het was de aanzet van een tweede luik poprock van “Too young”, “Rome” en “Consolidation prize”, die een fris, twinkelend gitaarspel hadden. En net zoals het jongerenbands beaamt (cfr. zie Air Traffic en Tokio Hotel), kon je niet omheen enkele akoestisch gespeelde nummers: “Everything is everything” en Air’s “Playground girl” hadden een uiterst sobere, emotievolle aanpak. De zoet binnenglijdende “If I ever feel better” en “1901” besloten na een klein anderhalf uur de set.

Per plaat beschikt Phoenix over houdertjes die er net voor zorgen dat de band zich voldoende kan openbaren in een boeiende gig. Hun succes en respons zal bij ons zal wel niet zo’n vaart lopen; desalniettemin zagen we eens een Franse popband die het gemiddelde oversteeg!

Organisatie: France Leduc Productions, Lille

zaterdag 17 oktober 2009 03:00

Baddies: een uurtje stomende postpunk!

Het Britse energieke kwartet Baddies zagen we als één van de openers op dag 1 van Pukkelpop. Strakke, hoekige, stevige en opwindende, frisse postpunk …Compromisloos, rechttoe-rechtaan en melodieus …We hoorden invloeden van de Hives, het oude Franz Ferdinand, Maximo Park en twinkelende gitaarloops van A Certain Ratio en Gang Of Four. Ze brachten onlangs hun debuutcd ‘Battleships’ uit en stortten zich letterlijk op de clubs om de plaat optimaal te ondersteunen …

Ondanks de matige opkomst ging deze uiterst gemotiveerde band een uur lang bezield en vol overgave te werk. De heren met hun tot aan de hals geknoopt wit hemd, zwarte broek en legerboots, maakten op het podium statische bewegingen, wat refereerde aan de Devo tijd in de jaren ’80. Ook de zanger plaatste zich in de spotlights; hij kon bekkentrekken en keek soms dwars door je heen. Kortom, Baddies zorgde voor een leuke, aangename show.
We werden eerst ondergedompeld in een handvol krachtige korte rocksongs, “Tiffany I’m sorry”, “Call colin’”, “Black it out , “Open one eye” en “Hug the bomb”. Ze klonken iets breder en opbouwend op “At the party” en “Stone” … minder heftig én zonder de snedige gitaarloops en uitspattingen te verliezen!
Het geheel was best gevarieerd, waarbij ze steeds het publiek nauw bij de set betrokken. De zanger mengde zich zelfs op het eind in het publiek om de eerste rijen de refreinen te laten meezingen of -brullen, wat kleur gaf; “I’m not a machine”, “We beat our chests”, “Holler for my holiday” en de titelsong pasten aardig binnen dit concept.
Binnen de postpunk verdient deze bende het alvast een graantje te mogen meepikken. Het ontbrak hen niet van enthousiasme en dynamiek. Ze hebben een rits melodieus vaardige songs klaar en het zal even wachten zijn op die unieke single, die de definitieve doorbraak kan betekenen …

Het Belgische duo Yum, bestaande uit de Canadees/Nederlandse zanger Lennerd Busé en drummer Reinert d’Haene, kwam in de belangstelling een kleine acht jaar terug met het onvolprezen ‘Monokid’. Het duo (live met vier) geeft aan de electropop een subtiele draai, wat hen fraaie singles opleverde als “Caught alive”, “Fake”, “Dreamin’ in colour”, “Day 1” en “All she said”. De groep klonk wat onwennig, moest wat op dreef komen en was ondanks alles in het Brusselse niet echt gekend. Hun singles trokken wel de aandacht van de luisterende toehoorders en werden warm onthaald.

Organisatie : Botanique, Brussel

Toman – The Sedan Vault: een ideale clubtournee van twee bands die houden van één lange trip avontuur, creativiteit en verrassingen; songs waarin de groove, soundscapes en onverwachtse wendingen een grote rol spelen, én de melodie, ritme en subtiliteit niet verloren gaan! Beiden maken gebruik van projecties van filmfragmenten en documentaires op het achterplan.

Ter elfder ure moest The Sedan Vault afzeggen, door het feit dat hun zanger/gitarist uitviel ... De druk kwam daardoor op de West –Vlaamse Gentenaars Toman, die hun postrock van vroeger een handige alternatieve draai geven; de sound wordt pittig gekruid met avantgarde, psychedelica, synths en allerhande geluidjes. Het kwintet hield ons ruim een uur lang in hun greep, door de broeierige intensiteit in de songstructuur en de gewaagde en de uiterst originele aanpak, van de songs van het recente ‘Where wolves wear wolf wear’.
Muzikaal baseert Toman zich nu op Slint, Tortoise, Battles, 65daysofstatic, Pavement en niet te vergeten ons eigen de Portables, ondersteund door visuals van natuurdocumentaires (van o.a.beertjes – link naar de l’Ours –film?!), filmfragmenten, tekeningen en flarden teksten. Ze zijn met elkaar verbonden en vormen op die manier één verhaallijn. Hun sound en hun fraai geïllustreerd boekwerk met beeldverhalen vol dieren werd live perfect gebracht!
De (zeg) zang van de gitarist Wouter nam een meer prominente rol in en refereert aan de (dromerige) zang van Girls In Hawaii. De drummer ging fel tekeer en schreeuwde soms hevig een paar refreinen bijeen. Ze reflecteerden aan het fel onderschatte Nederlandse The spirit that guides us. Toman ging naar een spooky beestig einde, door de donker dreigende uitgestrekte soundscapes en de wervelende partijen. De band dreunde zwaar door. Geniaal getoonzet creëerden ze op die manier een eigen wereld en sfeer rond zich …

The Sedan Vault werd vervangen door de Intergalactic Lovers die een goede maand terug nog het Oost-Vlaamse De Beloften wonnen. Een jonge band en een sterke frontvrouw linken met hun sfeervol materiaal aan de ‘80’s van Edi Brickell en Fairground Attraction.

Organisatie: Vooruit ism Democrazy, Gent

De Clement Peerens Explosition zijn sinds midden vorig jaar terug bijeen en kunnen rekenen op een sterke belangstelling … zeker in A‘pen, want de leuke funteksten van ‘den Clement’ zijn in een vet Antwerps dialect. Ruige, smerige maar onschuldige ‘70’s retro(hard) rock, die teruggrijpt naar de AC DC, Iggy Pop, Jimi Hendrickx en Deep Purple jaren. In de sound en gitaarriffs zijn er van hen duidelijke verwijzingen.

Het gaat ‘em hier rond recht-door-zee rock’n’roll, grappige bindteksten en een soort stand-up comedy. Den Clement (Hugo Matthysen) wordt bijgestaan door de Africa outfit en gimmicks van Sylvain (Ronny Mosuse) en de in wielertenue geklede Dave Depeuter (de nieuwe drummer Aram Van Ballaert die den Swa (Bart Peeters) vervangt). De studentikoze aanpak weet zowel aan te slaan bij de jongeren als bij dertigers en veertigers, die houden van rock’n’roll, humor en sentiment.
In Antwerpen was er het startschot van een nieuwe clubtournee, die vorig jaar noodgedwongen moest worden stopgezet. Het was al meteen raak want de Trix zat afgeladen vol. Een goed uur stelden ze er de compilatie ‘Masterworks’ voor.
De drie weirdo’s vlogen er meteen in en pakten meteen uit met een paar stevige melodieuze rockers “Leve de Clement zijn wijf”, “‘t Is altijd iets met die wijven” en de meezing single “Da kakske na is hier”. Inderdaad, de drie houden ervan een loopje te nemen met de …
Naast de ruige Clement, pepte den Sylvain het publiek op met Engels statements en drummer Dave ontpopte zich als een ‘real Animal’ van de Muppets door enkele sublieme partijtjes op z’n drumstel. Het klonk allemaal lekker, leuk en luchtig!
Iets minder verbeten, maar met meer groove hoorden we “Zeg dat ni waar is” en “Zagen”. En het plezante “Express gedaan”, “Pinokkio” en “Bloemen” waren wat meer ingetogen en opbouwend. Ze verloren de vaart en het tempo niet van hun rockers, want ze gaven er nog ne ferme lap op door meezingers en uitgekiende covers: “In twa gebeten” - met ritmbox-, Amy’s “Rehab”, dEUS’ “The architect” en knallers “Dikke lu”, “Foorwijf” en “Vinde gij mijn gat”.
De band onderscheidt zich van de doorsnee band Vlaamse rockscène door die spontaniteit en speelsheid.
Luidkeels meegezongen was het uitgesponnen “There’s is only one Sylvain”, de Andre Hazes “Only crying/ never walk alone”. De waverocker “Boecht van dun Aldy” besloot de set.

De dirty vervlogen nineties rockers were back … en iedereen zal het geweten hebben tegen dat 2010 begint …

Support was King Freddy & The Lady Intercoolers. Het uitgebreid ensemble (15 koppig!) met maar liefst zes lieflijk ogende backing vocalistes (The Roadbar Beauties) plezierden het publiek met hun Nederlandstalig dampende, rockende mambo (op z’n El Tattoo’s) en truckersgeluid van country, en surfblues.

Antwerpen boven met deze twee gadgets van bands die het publiek moeiteloos naar hun hand zetten …

Organisatie: Trix ism Lintfabriek, Antwerpen

Noisepoptrio Future of the Left is afkomstig uit Wales en ontstond uit het fel onderschatte McCluskey; de voorbije zomer lieten ze op Pukkelpop al verschillende songs horen van de pas verschenen tweede cd ‘Travels with myself and another’, die het debuut ‘Curses’ van 2007 opvolgt. Het trio zweert aan de strakke, droge, hoekige ‘90’s noisepop van Pixies, Shellac, Barkmarket, Jesus Lizard en NoMeansNo, de crossover van Faith No More en Fugazi en tot slot grijpen ze zelfs terug naar de ‘80’s ‘experimental’ waverock van Virgin Prunes. Aan deze pittig gedreven geluid, voegen ze er bijwijlen gekruide psychedelica aan toe!

Een energieke sound, vunzige teksten, en een uitgelaten trio …één brok dynamiet, fel en messcherp … We hoorden een verbeten krachtig, venijnig gitaarspel, een dreunende, ronkende bas en een opzwepende percussie. Toegankelijkheid schuilt wat meer om de hoek en dat is soms nodig om even op adem te komen in hun allesomvattende noisepop!
Ze trokken meteen fel van leer met een vaardig en snel gespeelde “Arming eratrea” en “Chin music”. De schreeuwzang van Andrew Falkous kwam regelrecht van uit de onderbuik, tergde als een gekeeld varken en kon moeiteloos overstappen naar een meer toegankelijke zangpartij of zegzang, refererend aan Gavin Friday in z’n hoogdagen.
Ze wisselden het nieuwe met het oude werk af, want hierna volgenden “Wrigley Scott”, “Plague of ones” en “Manchasm”, die na twintig minuten een mooi hoogtepunt vormde in de set door de spannende, broeierige opbouw en de huppelende psychedelica, die dan noisy kon  ontaarden.
Bassist Kelson Mathias was het showbeest, deed z’n bas afzien, maakte allerlei hoekige danspassen en daagde graag, zonder bijbedoelingen, z’n publiek uit. Humor en sexuele uitspattingen …En artiesten als Sting, P. Collins en P. Swayze moesten eraan geloven! Op het eind dook hij zelfs met bas en al het publiek in, gaf z’n bas af aan een fan op de eerste rij, die rustig doordramde op het instrument en werd in de pittoreske Rotonde op handen gedragen! De band ging er gretig tegenaan, want ook de drums sloegen halverwege de set door; het probleem werd al gauw door de leden aangepakt en opgelost.
Op geen enkel moment vielen de duivelse bandleden uit hun rol, die achterna op gemoedelijke en rustige wijze een praatje sloegen. Op “God needs Satan more than he needs you” wisselden Falkous en Mathias van instrument. De synths zorgden voor een gepaste groove. De mate van toegankelijkheid hoorden we op “Stand by your Manatee” en “Land of my formers”.
Na een goed uur besloten ze op kruissnelheid met “My fingers became thumbs”, “Gymnastic past” en “Adeadenemysmellsalwaysgood”. De fuzz- en noiseadepeten hoorden we in een jam tussen één van de fans en Mathias die zich na z’n crowdsurf een weg gebaand had richting drumstel. Een ontregeld zootje dat op sterk gejuich werd onthaald …

Future of the Left hield het tempo hoog en was een muzikale wervelwind. Rauw, strak en krachtig voer zonder de melodie uit het oog te verliezen …

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 24 september 2009 03:00

In Field & Town

Hayden Desser is een talentrijk singer/songwriter uit Toronto, Canada die airplay verkreeg met de cd ‘Elk-Lake Serenade’. De nieuwe cd onderstreept mans songwriterschap van sfeervolle, melodieus pakkende en lichtvoetige rootspop. Het overvolle deel van de cd is gekenmerkt door een sobere aanpak, waaronder “More than alive” en “Damn this feeling”; sfeermakers zijn het gitaargetokkel, een pianotoets, mondharmonica en een blazer. Ook vinden we enkele korte, maar compacte muzikale schetsen als “The van song”, “Weight of the world” en “The hardest part”. Hij refereert aan de sing/songwriterstijl van Dylan en Young. Het album vervalt niet totaal in het drama van de kleine alledaagse gebeurtenissen, want een handvol songs intrigeren door hun catchy karakter en de pittige opbouw, “Worthy of your esteem”, “Did I wake up beside you” en “Lonely security guard”. Soms zijn ze krachtiger door het elektrisch gitaarspel …
In ‘Field & Town’ is een boeiende plaat en zorgt na jaren voor een verdiende erkenning.

donderdag 24 september 2009 03:00

Varshons

Het zat er wel eens aan te komen dat Evan Dando een coverplaat zou uitbrengen. We hoorden er al verschillende in de twintigjarige carrière van deze Amerikaan, waarvan “Luka” en “Mrs Robinson” de meest bekende zijn. Platen als ‘It’s a shame about Ray’ en ‘Come on feel The Lemonheads’ kan hij spijtig genoeg niet meer maken. Of beter gezegd, op de daaropvolgende ‘Car button cloth’ en ‘The Lemonheads’ beklijven de nummers minder, ondanks de frisse retour!
De pittige herfstpop is opnieuw te horen op deze coverplaat ‘Varshons’. Hij maakt zich de elf songs eigen en doet er mooie dingen mee, gaande van een uiterst sfeervolle aanpak, “Fragile” van Wire!, “Yesterlove”, “Hey, that’s no way to say goodbye” (Cohen) en “Beautiful”. Hij gaat richting retrorock in de rauwe, snedige maar bloedmooie songs “I just can’t take it anymore” (opener) en “Waiting around to die” van z’n favorits Parsons en Van Zandt. Verder trekt hij die lijn met “The green fuz”, “Dandelion seeds” en “New Mexico”. Tot slot stoeit hij eens met elektronica; een groovende beat is er op het uiterst geslaagde “Dirty robot” van Arling en Cameron. Z’n muzes Kate Moss en Liv Tyler zorgen voor de vrouwelijke stem op twee songs.
Dando bevestigt zich als een ‘the king’ of covers met het uitbrengen van zo’n plaat …

donderdag 24 september 2009 03:00

Over & Weer

Na haar vocale talenten bij de folkpop van Kadril en haar medewerking in andere projecten vond de Vlaamse Eva De Roovere het stilaan tijd zich toe te leggen op een solocarrière. In 2006 werd ze meteen enthousiast onthaald met het debuut ‘De jager’. Ze haalde troeven aan van een zelfverzekerde zangeres en het schrijven van aantrekkelijke en serieuze Nederlandstalige emotievolle popsongs. In haar sound zitten sensualiteit en nostalgie verborgen, gedragen door haar licht melancholische stem. Het maakte van haar tweede plaat ‘Over & Weer’ terug een overtuigende; ze beschikt over een standvastige band en ze levert goede nummers af van verschillende stemmingen, die de luisteraar een warm hart toedragen, waaronder “Orheus”, “Zoals in dat ene liedje”In bruikleen” en “Ingebeelde vriend”. Op de koop toe komt ze de hitparades ingetuimeld met “Fantastig toch (slaap lekker)”, die ze herwerkte met de Nederlandse rapper Diggy Dex.
Eva De Roovere geeft het juiste gevoel weer in een Nederlandstalige song, en krijgt nu de verdiende erkenning voor haar luistersongs …

donderdag 24 september 2009 03:00

West Ryder Pauper Lunatic Asylum

Het Britse Kasabian uit Leicester put rijkelijk uit de Britpop van de Stone Roses, Happy Mondays en de Indiase psychedelicasferen van Cornershop en Kula Shaker. Na hun puik debuut in 2005 en de tegenvallende tweede cd ‘Empire’ (te groots en te veel bombast) komen ze af met een evenwichtig derde plaat. Wat een titel hebben ze die gegeven.
De band rond zanger Tom Meighan tapt uit de vaatjes van de retrorock en de Britpop, zonder hun psychedelica en Indiase elementen uit het oog te verliezen. Ze vergalopperen zich niet en de beats klinken gelaagder. De klemtoon valt soms meer op die retro van Black Crowes en Kings Of Leon, o.a. opener “Underdog”, “Fast fuse” en “Vlad the impaler”. De wereldlijke psychedelica horen we dan in “Take Aim.
Het roer draaien ze om in enkele sfeervolle, dromerige (psychedelica) ‘60’s (Oasis) popsongs, “Thick as thieves”, “West Ryder silver bullet”, “Ladies & gentlemen, roll the dice” en afsluiter “Happiness”. De single “Fire” is het sterkste nummer van de cd door de broeierige opbouw en de spannende dreiging. Er valt dus voldoende afwisseling te noteren in hun muzikale aanpak, wat betekent dat Kasabian klaar is voor een definitieve doorbraak …

Pagina 271 van 317