AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 06-01-26 – Gelukkig Zijn sessie @De Markten 14-01-26 – Slaughter to Prevail (Org: Biebob) 15-01-26 - randjess 17-01-26 – Siglo xx – 40Y 17-01-26 - Luiza 18-01-26 – Marcus & Martinus (Org: Greenhouse Talent)…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten 2025 Arsenal, nieuw album ‘okan okunkun’, Vooruit, Gent op 1 + 2 december 2025 NAFT, Pomrad, Vooruit, Gent op 4 december 2025 Equal Idiots, Spare kid, Club Wintercircus, Gent op 4 december 2025 Promis3 Clubsuit 360 rave, Club…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Morrissey
Happy Mondays
Johan Meurisse

Johan Meurisse

woensdag 23 december 2009 01:00

We’re on your side.

In de voetsporen van het Scandinavische Sigur Ros en Björk treedt Slaraffenland; ze zijn al toe aan hun derde cd en hebben een hechte band met Efterklang. Een klankenwereld opent zich binnen de popfolk en beeldrijke indietronica. ‘We’re on your side’ is de meest toegankelijke plaat totnutoe en kan een doorbraak naar een breder publiek forceren. We horen harmonisch, aanstekelijke melodieën door de verschillende gitaarlagen, knisperende, zalvende elektronica, aangevuld met blazers, orkestraties en een dromerige zang. Het zijn tien fascinerende songs, die een energieke schoonheid uitstralen en onderhuids refereren aan de schone kwaliteit van Arcade Fire.

Wat een guur winterweer moesten we trotseren om een avondje electroclashende bitchpunk van Peaches aka de Canadese Merrill Nisker te kunnen bijwonen. Twee supports had ze mee om op te warmen en onze gedachten op iets anders te zetten dan de toe gesneeuwde wegen …
Ze had het alvast door en wist anderhalf uur lang een ludieke geilshow op te zetten …

De inmiddels 40 jarige bitchqueen kwam in de belangstelling met de cd ‘Fatherfucker’ en haar duet met Iggy Pop “Kick it”. De electropunk werd breder op ‘Impeach my bushes’ door uitstapjes naar de wave, hiphop, r&b en trancy, opzwepende en pompende dansbeats. De sound werd toegankelijker en liet zelfs een meer emotievolle, kwetsbare kant horen op de laatst verschenen sfeervolle cd ‘I feel cream’. Peaches deed beroep op de electro – en knoppenfreaks Digitalism, Simian Mobile Disco en Soulwax en gaf de indruk ouder en wijzer te zijn op plaat.
Live is het nog steeds andere koek. Ze bleef van zich afbijten … afgeilen met een pittige, gedreven, seksueel prikkelende, fantasierijke show. Vettige basses, pompende synthbeats en aanstekelijke, vunzige refreintjes van ‘tits’, ‘dicks’ ‘fucks’, … vlogen om de oren. De spectaculaire show werd op poten gezet met lasereffects, rookgordijnen, de outfits en verkleedpartijen die een ‘Moulin Rouge’ voor ogen hielden, tot de verbeelding sprekende, uitdagende bewegingen, sensuele danspassen en tot slot lichtsabel - achtige instrumenten die het geheel kleur gaven. Het kwartet werd soms aangevuld met enkele schaars geklede danseressen.
Gehuld in een rookgordijn kwam ze op de catwalk … podium gewandeld in een speciaal kostuum, wat deed denken aan de kostuums van Fever Ray en Grace Jones. Op de eerste niet evidente dreigende donkere “Blade runner” en “Mud” werd ze al op handen gedragen; in de daaropvolgende nummers “Talk to me” en “Fxx like a billionaire” voegde ze de daad bij het woord, want ze stapte al wankelend letterlijk op haar publiek. Wat een nummertje voerde ze hier op! Samen met de tweede dame op synths en haar danseressen shakete ze haar ‘tits’ op “Shake your …”. Naast de show en electrobeats hoorden we een steeds krachtiger wordende gitaar en opzwepende drums. Ze deelde wespensteken uit, prikkelde en varieerde haar sound; ze stapte van de aanstekelijke electropop over naar de traag, slepende beats en van wave doordrenkte “I U She”, “Tombstone” en “More”, die een kruising waren van het oude Suicide, Fad Gadget en de Star Wars tunes. Na “Slippery dick”, waarbij ze showde met een levensgrote fluorescerende ‘dick’, kwam in het tweede deel van de set de rockbitch op het voorplan: eerst waren er “Boys wanna be her” en “You love it”; in de bis ontspoorde het in regelrechte electropunk dito attitude van korte, krachtige en snedige songs, “Rock it”, “Rock’n’roll” en “Set it off”, waarbij ze de eerste rijen vroeg hun t-shirts uit te doen of te zwieren met de beha’s. Intussen hadden we ook een paar lekker groovende songs gehoord als “Lose you” en de singles “I feel cream” en “Fuck the pain away”. Tot slot waren we onder de indruk van de lasers en die lightsabel instrumenten op de dreunende trance van “Operate” en “Take you on”. Dankjewel Peaches voor deze goed gevonden act!

De ophitsende uitgekiende show van de dame is alvast met de eindejaarsperiode in ons geheugen gegrift!

We werden voldoende opgewarmd door het Belgische Vermin Twins, een dj project van Lotte Vanhamel (zus van …) en Micha Volders (El Guapa Stuntteam). Geflipte electro/funk/industrial/hiphop ergens tussen Aphex Twin, Prince, Stijn en Leftfield. Zij zong en krijste, bewoog als een spook met een wit tafellaken, huppelde en danste als een bezetene over het podium. Hij leefde zich uit op z’n mengtafel, laptop en knoppen en vervormde z’n vocals. Een tweede MC kwam af en toe een handje toesteken. Ze verwerkten een tweetal covers, Michael Jackson/George Michael, in hun weirde elektronische sound, die op het eind uitmondde in een wild losgeslagen geluid.
We konden even op adem komen op Hawney Troof, een hyperkinetisch Amerikaans duracell konijn die een leuke one man show bracht in een naar Consolidated en Beastie Boys neigende sound. Allemaal om het publiek op te zwepen naar de closing final van Peaches.

Organisatie: Trix Antwerpen

donderdag 26 november 2009 01:00

Static Moves

Pascal Deweze is de muzikale duizendpoot achter Sukilove. Na het melodieuze rockavontuur van Metal Molly, zagen we hem talrijke leuke bands opstarten als Mitsoobishi Jackson en Chitlin’ Fooks. Sinds een paar jaar is er nu Sukilove. Daarnaast staat hij in voor allerlei producties en duikt hij op in Mauro & The Grooms en Big Star. Het onderstreept mans veelzijdigheid.
Onder Sukilove is hij al bezig sinds 2001, bracht al een paar EP’s uit en na cd’s ‘Sukilove’, ‘You kill me’ en ‘Good in your bones’ voegt hij er nu ‘Static Moves’ aan toe. Hij is met z’n band moeilijk in een hokje te stoppen en dat hoeft ook niet, want we horen hier broeierig, intens slepend, dynamisch materiaal, die oog hebben voor melodie, avontuur en experiment. Geen gladgepolijste popdeuntjes dus!
Er zijn al heel wat mooie zinnen omschreven voor z’n muziek als ‘pop met roestige weerhaken’ en ‘homo erotische rock zonder lipstick’. Kijk, het draait ‘em rond dat Sukilove heerlijk complexe muziek maakt die uiterst gevarieerd klinkt, onverwachtse wendingen ondergaat en doordacht, subtiel is gearrangeerd. Het zorgt er op die manier voor dat de band alle valkuilen kan ontwijken en een eigen geluid heeft, wat nu net de mystiek is van Sukilove. “Rebel” en “Choose your love” zijn alvast uitnodigend, werken prikkelend werken en wekken nieuwsgierigheid op naar de rest van de plaat.

Info op http://www.sukilove.com 

Menig muziekliefhebber fronst de wenkbrauwen als we zeggen dat de Nederlandse Nits al 35 jaar bezig zijn en al aan twintig cd’s toe zijn (voorheen The Nits). Deze Amsterdammers vonden elkaar terug in de bezetting van zanger/gitarist Henk Hofstede (stond al in voor heel wat projecten en bracht onlangs nog de Nederpop samen met Frank Boeijen en Henny Vrienten), drummer Rob Kloet en toetsenist Robert-Jan Stips. The Nits kennen het clubcircuit door en door, maar waren de laatste jaren meer te zien in de Culturele Centra.
Midden de jaren ‘80 brak deze charismatische band door met songs als “Nescio”, “Sketches of pain”, “In the dutch mountains”, “Adieu sweet bahnhof”, “The train” en “JOS days”. In hun sfeervolle, weemoedige pop horen we luchtigheid en eenvoud; hun bijdrages zijn elk op hun manier, Hofstede door z’n subtiel gitaarspel, Kloet met z’n variërende drumspel en Robert-Jan op toetsen en piano, die er behoorlijk wat geluidseffects aan toevoegt. De mooi uitgewerkte, fijnzinnige semi-akoestische composities hebben notie van durf en avontuur en zorgen voor een pastelkleurige herfst.

Hofstede zingt niet alleen, hij praat de avond aan elkaar en vertelt hoe sommige nummers tot stand zijn gekomen. Andere kondigt hij dan aan met een vleugje humor. In kader van de pas verschenen ‘Strawberry wood’ trok het trio terug op tournee. De Bota was maar een goede driekwart vol, en kreeg Nederlandstalige fans van middelbare leeftijd en een handvol Franstalige vrienden over de vloer. Gedurende de twee uur durende set kwam de klemtoon op de recentste plaat en blikten ze (even) terug op enkele belangvolle nummers van hun rijkelijk gevulde carrière. Ingehouden, met oog voor detail klonken de nieuwe “Havelka”, “Distance” en “The hours”. Een onvoorwaardelijk respect uitten ze voor Yasmine, die afgelopen zomer zich abrupt van het leven onttrok. Het eerste écht herkenbare nummer na een klein half uur, was het snedig opbouwende “Cars”. Het melancholisch klinkende nieuwe materiaal zat goed verdeeld binnen de set . een sober “Departure” en een ingetogen “Now” door Robert-Jan gezongen, gingen over in de verhaallijn van de vermoorde Theo Van Gogh in “The key shop”. “Nescio” bracht ons naar de psychedelische ’60’s en Nick Drake mocht een weekendje inspiratie opdoen in het huis van John Lennon in “Nick in the house of John”. Een forser klinkende country gaf charme aan de song.
Op die manier was het allemaal wel leuk en ontspannend en klonk de melancholie door: een dromerige “Jisp”, waarvan je de sneeuwvlokken letterlijk zag en voelde, en het aan Dylan / Cohen gelinkte “Tannenbaum” werden afgewisseld met de popgroove van “JOS days”, “Bad dreams” en “Flowers”. Na deze variatie kwam het trio even dichterbij op de rand van het podium, met een beperkt instrumentarium van gitaar/accordeon/handgeroffel en zonder versterking. “La petite robe noir”, die een mondje Frans had, - net als het zwierige “Adieu sweet bahnhof” in de bis, - en een stevig “No man’s land” besloten overtuigend de set. In de bis gingen ze van het innemende “Two times”, naar een meer krachtige en luchtige “In the dutch moutains” en “Adieu sweet bahnhof”, die beiden niet mochten ontbreken in de setlist!

Het was jaren geleden dat we zelf de Nits nog eens aan het werk zagen. Ze speelden beeldrijke songs via hun indrukken en teksten, brachten gevatte bindteksten en behielden dat relaxt gevoel van hun sound. Kortom, we hoorden artistieke kamerpop van deze doorwinterde Nederlanders!

Organisatie: Botanique, Brussel

Zita Swoon was al goed opgewarmd door de  twee concerten voorafgaand aan hun driedaagse halte in de AB. Zo was er de tryout in de Kreun en traden ze op in Parijs waar Miossec hen kwam vervoegen. De drie concerten stonden in het teken van de vijftien ZS jaren, die het retrospectief tweeluik, ‘An anthology - 2cd - To Play To Dream To Drift’ bevatten. Hierin zit een ‘best of’ voor wie de groep beter wenst te leren kennen, enkele bijzondere tracks van live performances, zoals van de intieme ‘Abandinabox’ concerten, en een verzameling van nooit eerder gereleased materiaal, nummers van vóór er sprake was van dEUS, Moondog Jr. en Zita Swoon. Maw de ‘Anthology’ is een dubbel cd, die probeert het parcours samen te ballen van de frontman Stef Camil Carlens en als toetje nog enkele speciallekes biedt. Vanaf volgend jaar komt de band op non-actief, worden er nog paar voorstellingen gedaan van de theater/dansproductie ‘Dancing with the sound hobbyist’ en plant Stef Camil een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali, waar een project zal worden uitgewerkt met Afrikaanse stemmen. En het kan een nieuwe wenk naar de toekomst zijn zich eens te verwijderen van de tekst en enkel de muziek te laten spreken, zoals we dat al deels kenden van de muziek bij de stomme film ‘Sunrise’.

Zita Swoon heeft door de jaren een broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret. Net zoals in de tryout groef Stef Camil in de wortels van de blues. Samen met z’n band kon hij moeiteloos van een warme, intieme en sfeervolle aanpak overstappen naar een swingend kader om tot slot volledig los te breken en hun duivels te ontbinden met een stomende partycocktail. Hun muzikale kijk, scherpte en creativiteit zetten ze om in oor- en oogstrelend entertainment. Stef Camil onderstreepte z’n aanstekelijk materiaal met de reeds trouwe zinsnede “Love love love, happy happy happy”.
Aarich Jespers is nog het enige originele lid van de band. Een paar jaar terug strandde de tandem met Tom Pintens, bewandelde gitarist Bjorn Eriksson andere paden en eerder nog stortte Thomas De Smet zich in het Think Of One avontuur. Al enkele jaren maakt Bart Van Lierde, bas/contrabas, en Amel Serra Garcia, tweede man op percussie, deel uit van de ZS bende. Op deze afsluitende tournee misten we toch wel de toetsvirtuositeit van Caluwaerts, maar de bevallige vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel vingen dit zo goed mogelijk op. De songs kregen een kleurrijke tint door saxofonist/fluitist Hugo Boogaerts.
Voor deze (uitverkochte) concerten had Stef Camil een paar gasten mee nl. gitarist / producer John Parish, Arno en Tom Barman, als welverdiende schouderklop; ook in de zaal waren de ZS muzikanten van het eerste uur aanwezig. We zagen een geëmotioneerde Stef Camil van al die steun.

In hun al bijzondere muziekstijl hoorden we sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen. De gemoedelijkheid van de tryout was ook tijdens de twee uur durende set terug te vinden. In de bijna gelijklopende songkeuze was de instrumentatie breder en met de gasten erbij, was er sprake van nét dat tikkeltje meer om voorlopig een volwaardige punt te zetten achter hun carrière. En die eerste gast was al meteen te zien op het podium. John Parish gaf met Stef Camil “Selfish girl” en “Jo’s Wine song” een portie gevoeligheid mee. Een ingehouden breekbare bluesy “The longing stays inside”, onder z’n lichthese, warme stem volgde, sober en in een beperkte instrumentatie met Bart en de backing vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel. “A lonely place” (uit de ‘Rosas - dancing with the hobbyist’) was ook te vatten binnen deze sfeer.
Op “Hey watshayoudoin’” was de band voltallig te zien. Op aanstekelijke, frisse en broeierige wijze lieten ze de groove in de songs doorklinken, waaronder een uptempo versie van “Intrigue”, mede door Boogaerts blazerspartij en flute, in een ander kleedje gestopt, de krachtige nieuwe “Leave the town” en “Wake up for the trees” en een opbouwende “Alive in the city”. In deze songs zagen we een goed op dreef gekomen band, die erin slaagde het publiek te doen bewegen. Daarna hoorden we terug de andere Zita Swoon, die een sfeervol ingetogen ‘Big City’ gevoel bracht met “l’Opaque paradis” en het oude “Hello Melinda”. Een prominente rol was weggelegd voor Boogaerts. Het tempo verhoogde langzaam op “Je range” en het zwoele, sensuele en zuchtende “Maridadi”, door één van de dames gezongen; deze songs kwamen hier sterk uit de verf door de volle instrumentatie.
Tweede gast was Arno. Een bluesy hommage van twee knarsende, rauwe, doorleefde en slepende songs, “Love, truth & confidence” en “You got to move”, hoorden we in de beste traditie van een RL Burnside en Charles & Les Lulus stijl! Ze hadden een eigen identiteit enkel en alleen al door Monsieur Arno’s grauwe backing zang, mondharmonica, z’n pose en bekkentrekken. Vervolgens ging de band finaal op z’n doel af van aangename, lekkere funkende partyswingers als “Moondance”, “Hot, hotter, hottest” en My bond with you …Disko”. Een op stoom gekomen band haalde er Barman bij. Hij gaf de twee songs “Great americain nude” (klassesong uit de ‘Zea’ EP van dEUS, en nu ook op de pas remasterde cd te vinden!) en “Temptation inside your head” (Velvet Underground song), de juiste dEUS touch: het ene mag zeker eens in de set van dEUS worden opgenomen, en kon gelinkt worden aan “Fell off the floor man” door de repeterende, opbouwende en opzwepende partijen, Barmans overgemoduleerde zegzang en de hese backing vocals van Stef Camil. Een dEUS als vanouds?!; het tweede rockte en John Parish tokkelde een partijtje mee. Ondanks de sterke zang van Barman kon ik me niet van de indruk ontdoen dat z’n alterego niet van de ZS orde is. Maar dit terzijde, het was de aanzet naar een schitterende finale waar de feestneus kon worden opgezet; ze speelden stuwende, goed uitgebouwde en opzwepende soulfunkers in een James Brown outfit met “Everything’s not the same” en “Stamina”. Trouwens, door de jaren is dit nummer niet meer van de setlist te branden, een ‘mishmash’ van funk, soul, hippop en gospel, die elan kreeg door de samenzang van de zusjes Gysel en Stef Camil. Terecht een traditionele afsluiter binnen hun gigs!
Na de bedanking besloot een ingenomen, het aan Blacks “Wonderful Life” gelinkte “Moving through life as prey” de ruim twee uur durende trip…

De afwisselende, gevarieerde set van de drie grootse concerten in de AB zetten voorlopig een dikke punt achter de ZS carrière. We zijn benieuwd na de verdiende break wat Stef Camil en de zijnen in hun mars zullen hebben …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation + AB

Zita Swoon viert z’n vijftiende verjaardag met een retrospektief tweeluik, ‘An anthology - 2cd - To Play To Dream To Drift’. Hierin zit een ‘best of’ voor wie de groep beter wenst te leren kennen, enkele bijzondere tracks van live performances, zoals van de intieme ‘Abandinabox’ concerten, en een verzameling van nooit eerder gereleased materiaal, nummers van vóór er sprake was van dEUS, Moondog Jr. en Zita Swoon. Maw de ‘Anthology’ is een dubbel cd, die probeert het parcours samen te ballen van de frontman Stef Camil Carlens en als toetje nog enkele speciallekes biedt. Vanaf volgend jaar komt de band op non-actief, worden er nog paar voorstellingen gedaan van de theater/dansproductie ‘Dancing with the sound hobbyist’ en plant Stef Camil een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali, waar een project zal worden uitgewerkt met Afrikaanse stemmen. En het kan een nieuwe wenk naar de toekomst zijn zich eens te verwijderen van de tekst en enkel de muziek te laten spreken, zoals we dat al deels kenden van de muziek bij de stomme film ‘Sunrise’.

Zita Swoon heeft door de jaren een broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret. In deze set groef Stef Camil zelfs diep in de wortels van de blues. Samen met z’n band kon hij moeiteloos van een warme, intieme en sfeervolle aanpak overstappen naar een swingend kader om tot slot volledig los te breken en hun duivels te ontbinden met een stomende partycocktail. Hun muzikale kijk, scherpte en creativiteit zetten ze om in oor- en oogstrelend entertainment. Stef Camil onderstreepte z’n aanstekelijk materiaal met de reeds trouwe zinsnede “Love love love, happy happy happy”.
Aarich Jespers is nog het enige originele lid van de band. Een paar jaar terug strandde de tandem met Tom Pintens, bewandelde gitarist Bjorn Eriksson andere paden en eerder nog stortte Thomas De Smet zich in het Think Of One avontuur. Al enkele jaren maakt Bart Van Lierde, bas/contrabas, en Amel Serra Garcia, tweede man op percussie, deel uit van de Zita Swoon bende. Op deze afsluitende tournee misten we toch wel de toetsvirtuositeit van Caluwaerts, maar de bevallige vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel vingen dit zo goed mogelijk op. De songs kregen een kleurrijke tint door saxofonist/fluitist Hugo Boogaerts.

Ongeveer 150 man mocht zich gelukkig prijzen om van deze originele, afwisselende en overtuigende set op deze tryout in de Kreun te genieten. In hun al bijzondere muziekstijl hoorden we sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen. Op luchtige wijze gaf Stef Camil nog wat aanwijzingen, wat meteen het ijs brak met het publiek. Vooral in het begin was hij nog wat onwennig en zenuwachtig. Terecht, want solo de set en de show op gang trekken is geen evidentie. Hij greep eerst terug naar de bluesy roots; enkele gevoelige gitaarslides sierden “The longing stays inside”, “Blues for Sammy” en “Jo’s wine song”, onder z’n melancholisch lichthese, warme stem. Een mooie sobere, intieme, ingehouden start! Hierop volgend kwamen de charmante zusjes (btw één van de twee zal volgend jaar bevallen!) op het podium en met een beperkte instrumentatie hoorden we breekbare versies van “Selfish girl” en “A lonely place” (uit de ‘Rosas - dancing with the hobbyist’). Een even sfeervol kader hoorden we ergens halfweg de set toen Stef Camil als een jonge RL Burnside spruit twee slepende bluesy nummers speelde, “Love, truth & confidence” en “You got to move”, wat kon gelinkt worden aan Arno’s Charles & Les Lulus.
Op “Hey watshayoudoin’” was de band voltallig te zien. Op aanstekelijke, frisse en broeierige wijze lieten ze de groove in de songs doorklinken, waaronder een uptempo versie van “Intrigue”, mede door Boogaerts blazerspartij en flute, in een ander kleedje gestopt, het krachtige nieuwe “Wake up for the trees” en een opbouwende “Alive in the city”. In deze songs zagen we een goed op dreef gekomen band, die erin slaagde het publiek te doen bewegen. Daarna hoorden we terug de andere Zita Swoon, die een sfeervol ingetogen ‘Big City’ gevoel bracht met  “l’Opaque paradis”, het oude “Hello Melinda” en het aan Miossec ontleende “Quand meme content”. Een prominente rol was weggelegd voor Boogaerts. Het tempo verhoogde langzaam op “Je range” en het zwoele, sensuele “Maridadi”, door één van de dames gezongen. Na de bluesy hommage, ging de band finaal op z’n doel af van aangename, lekkere funkende partyswingers als “Hot, hotter, hottest”, “Everything’s not the same”, “Temptation inside your head” (The Pipettes achterna!) en My bond with you …Disko”. Verder kon met het goede uitgebouwde, opzwepende “Stamina” de feestneus worden opgezet. Door de jaren is “Stamina” niet meer van de setlist te branden, een ‘mishmash’ van funk, soul, hippop en gospel, die elan kreeg door de samenzang van de zusjes Gysel en Stef Camil. Terecht een traditionele afsluiter binnen hun gigs! Zita Swoons plankgas nam af met de sfeervolle “Take ina ride in a big city”, het aan Blacks “Wonderful Life” gelinkte “Moving through life as prey” en “Infinite down”, die de ruim twee uur durende trip besloten.

De afwisselende, gevarieerde set en de komende drie grootse concerten in de AB zetten voorlopig een dikke punt achter de ZS carrière. We zijn benieuwd na de verdiende break wat Stef Camil en de zijnen in hun mars zullen hebben …

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

zaterdag 05 december 2009 01:00

Fxx Therapy rock’n’roll …

Bijna twintig jaar staat het Noord-Ierse Therapy? al garant voor een feestje! Na verpletterende optredens in de AB en op Rock Zottegem, die de laatste cd ‘Crooked timber’ glans gaven, speelden ze de kers op de taart met een derde en een afsluitend optreden in een nokvolle de Zwerver in Leffinge. De muzikale wervelwind van deze dolle veertigers blijft een leuke ervaring. De tandem Cairns (zang/gitaar) – McKeegan (zang/bas) en de jongere Neil Cooper (op drums) gooiden na toppers ‘Troublegum’ en ‘Infernal love’, midden de jaren ’90, de muziekcommercie in de ring. ‘Semi-Detached’ leidde een nieuw hoofdstuk in, zei het grote publiek vaarwel en ging terug naar een ‘back to bascis’ rock’n’roll van retestrakke, energieke en bedreven drie minuten puntige, rauwe songs die ergens dwarrelden tussen ‘70’s hardrock, punk, metal en noise. De laatste worp ‘Crooked timber’ rockt en swingt tegelijk en we horen de invloeden van Killing Joke en Helmet door producer Andy Gill.

  De charismatische, lieflijke maar hyperkinetische band heeft z’n ‘make some fxx noise’ nog niet verleerd en beleeft aan elk optreden het nodige speelplezier. Het trio deed denken aan ons eigen Triggerfinger die z’n publiek verovert en vermaakt door de rechttoe-rechtaan aanpak. Ze onderscheiden zich enkel in het soleren.
Therapy? beet zich niet vast in de hitmachine van weleer, maar speelden een venijnig bruisend concert van hun opzwepend materiaal. Cairns had steeds wel een (politiek) verhaal klaar die de intense en gave rocksongs voorkauwden. Ze trokken meteen de aandacht en creëerden een broeierig sfeertje met de opbouwende “Turn”, “Isolation” en “Stories”. De gortdroge drums, de zwierige bas en het rauwe gitaarspel sierden. De onvaste vocals van Cairns hadden zo hun charme binnen hun uitgelatenheid. Het aan Pantera en Helmet gelinkte “Enjoy the struggle” was de voorbode van het nieuwe materiaal, want “Bad excuse for the daylight” en “Exiles” volgden. De bas bood een donker kantje en dreunde stevig door, het gitaarspel werd scherper en de drums heviger. Strakker klonken dan een paar andere nieuwe songs, die aan een sneltempo voorbij raasden met de titelsong van de laatste cd “Crooked timber” als closing final.
Ze vormden de Zwerver om tot hun “Church of noise” en het publiek als hun discipelen. Het nummer werd in een andere versie gebracht, minder bedreven, ruwer en met meer groove, net als “Potato Junkie”, die ons terugbracht naar hun beginperiode met de gouden zinsnede “James Joyce is fxx my sister”, die door de jaren al door vele fans werd gezongen. Ook de ‘Riverdances’ van Michael Flatley mocht eraan geloven. Een jonge gast kreeg de kans het publiek op te hitsen in dit nummer. Het werd verdomd warm in de Zwerver en het tempo werd hoog gehouden met klassesongs “Knives”, “Screamager” en “Teethgrinder”. De songs klonken ongepolijst en refereerden aan de grunge van Nirvana. Het emotievol tedere “Diane” op plaat leunde nauw aan het originele van Husker Du, namelijk hard, krachtig en gebald en beëindigde de dynamisch frisse set na een goed anderhalf uur.
Het trio had nog steeds wat adrenaline in huis en bracht nog een pittige bis met een knipoog aan The Ramones in “Opal mantra” en “Lonely cring lonely” en droeg “Die laughing” op aan Michael Jackson en lieten tot slot de hel losbreken op “Going nowhere”. Menig geduwtrek en skydiven hoorden erbij om zich ten volle over te geven in deze uitstekende songkeuze.

Therapy? bracht een overzicht van oud en nieuw en werk en slaagde erin z’n fans te entertainen met een ongecompliceerde rockshow ‘pur sang’. Allemaal iets rauwer, ruwer en ongepolijster maar met het hart op de juiste plaats. Voor niks is dit fxx Therapy rock’n’roll …

Support was Ricky Warwick die de band vergezelt op hun toer; als een bard speelde hij enkele snedige gitaarsongs, die kleur kregen door z’n Iers accent.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. Op deze tweede avond konden we er terecht voor Phosphorescent, The Black Heart Procession, Dosh, Githead, Lightning Dust en Deer Tick. Een tweede succesvolle avond die de vijftien kaarsen op de taart in één adem uitbliezen van Toutpartout!

Deer Tick (Rotonde), een jong kwartet uit Providence, Rhode Island, intrigeerde in z’n vijfendertig minuten speelduur. Ze putten uit de ‘80’s countryrock van Green On Red, gaven er een rock’n’roll lick op en sloegen richting freakfolk in. De songs klonken intens rauw, broeierig en bedreven. De meerstemmige zang gaf kleur. Twee platen heeft het gezelschap totnutoe uit en het lijkt me naderhand interessant de cd’s te beluisteren, want met songs als “Smith hill”, “Hope is big”, “Easy” en “Straight up storm” overtuigden ze heel sterk! Tja, Toutpartout trekt niet voor niks leuke ontdekkende bandjes aan.

Lightning Dust (Orangerie) is een zijproject van de succesvolle Canadese stoner/psyche/americana band Black Mountain. Het is nu niet eens de bandleider Stephen McBean ( project: Pinkmountaintops), maar zangeres Amber Webber en drummer Joshua Wells die er achter zitten. Ze worden nog aangevuld met een ander vrouw – man duo en brengen overwegend lichtvoetige, breekbare en soms uptempo retrorockende indiepop. De piano/toets en de innemende, nasale en licht neurotische vrouwelijke zang (ergens tussen Janis Joplin en Hope Sandoval) zijn de rode loper. Hier komen geen pedaaleffects of psyche vocals aan te pas. Het gaat van de sfeervolle “Take me back” en “Antonio Jane”, naar het elektronisch neigende “I knew” en de orkestratie van “Dreamer” tot het epische opbouwende “Take it home”. Tot slot een regelrechte rockende prairie/countryfiller, “Wind me up”, toonde aan dat dit gezelschap, naast de gierende geweldpleging van Black Mountain, zich onderscheidde met slepende (rauwe) en rijkelijk gelaagde (emotioneel subtiel) songs op de plaat ‘Infinite Light’.

Colin Newman houdt af en toen eens een Wire-reünie, maar legt zich de laatste jaren vooral toe aan z’n Githead (Rotonde) project dat hij een kleine vijf jaar geleden oprichtte, samen met gitarist Robin Rimbaud, bassiste en vrouwlief Malka Spigel en drummer Max Franken, die al allemaal sporen hebben verdiend bij andere bands waaronder Minimal Compact.
Ze zijn terug op tournee om de recente derde plaat ‘Landing’ voor te stellen. En hier horen we een Githead op z’n best. Ook live werd hun arty pop gekenmerkt door een repetitief intrigerende opbouw en stomende, hitsende ritmes. We zagen een gretig spelende band, die graag een tandje bijzette. Het bevestigde de stelling alvast van vier rasmuzikanten: de tandem Rimbaud – Newman, beiden uiterst geconcentreerd op hun gitaarspel, het diepe basspel van Spigel, en Franken die de maat aangaf en vaart pompte in de songs.We werden meteen opgezogen in de verslavende werking van hun songs. Er was op die manier weinig ruimte voor hun sfeervol dromerige indie van vroeger platenwerk. De aanstekelijke, coherente instrumentale sleper “Faster” vormde het uitgangsbord voor “Drop”, “Live in your head”, “All set up” en de songs die Spigel zong, “Take off” en “Lightswimmer”. “Over the limit” refereerde het nauwst aan de gloriedagen van Wire en met een verbluffende versie van “Raining down” (ruim acht minuten) vatten ze hun hypnotiserende, bezwerende groove, rauwe intensiteit en ruwheid in een puike melodie samen. Het jonge gitaargeweld kan lessen trekken uit de verzengende livegig van Githead.

We waren duidelijk onder de indruk van deze Githead veterans, waardoor we de eclectische sound van Martin Dosh (Witloof Bar) misten …

Van een andere toonaard was The Black Heart Procession, uit San Diego (Orangerie) onder de tandem Paul Jenkins en Tobias Nathaniel. Na ruim drie jaar is het weinig vrolijke gezelschap toe aan hun zesde plaat ‘6’. Het kwintet is gegroeid uit 3 Mile Pilot ‘( in 2010 wordt de langverwachte reünieplaat verwacht!), die de basis was van het ‘Duyster’- geluid van intens pakkende, doorleefde tristesse over dood, verderf, hel, verdoemenis, zelfmoord en drugs. De songs worden bepaald door een monotoon declamerende voordracht in een ware Cave-iaanse stijl, een dreunende gevoelige pianotune, sfeervolle vioolpartijen en een zingende zaag. Ook hier grijpen binnen die sombere stemming de songs bij het nekvel en hebben ze een verslavende werking. Ondanks de zware littekens die de songs uitstralen, klinkt het geheel op de laatste plaat en live wat aantrekkelijker, breder, intenser en krachtiger. Muzikaal zijn zij duidelijk naar Cave & The Bad Seeds en Twilight Singers opgeschoven.
Ze openden met het intieme “All kind of summer” uit hun debuut, minimaal gehouden door een vervlogen piano- en vioolpartij, een zingende zaag en Jenkins’ klaaglijke zang, die even getormenteerd klinkt als Pere Ubu’s David Thomas. Met de ganse band hoorden we een bezwerend forser geluid op het ouder materiaal, “All my steps”, “Release my head”, “Square heart” en “Tropics of love”, die perfect naast de huidige slepende donkere trips staan van The Black Heart Procession als “Wasteland”, “Drugs”, “Heaven & a hell” en “Suicide”, die de subtiliteit en klankkleur niet het oog verloren. De groep kon rekenen op een ruime belangstelling en was z’n fans door de jaren erg dankbaar. We kregen nog twee songs als bis, de donkere intimiteit vs een breder rockende aanpak, waarbij “The church is red” in een rootsamericana kleedje werd gestopt!

De laatste keer dat we Matthew Houck in een full band presentatie Phosphorescent aan het werk zagen, hoorden we een rootsrockende band die de klankkleur van de ingetogen etherische platen stevig injecteerde. Houck besloot solo de tweedaagse Toutpartout happening en keerde terug naar de bron van z’n songs in een pakkend easy listening americana van ontroering, weemoed en melancholie. De dromerige ballads klonken af en toe wat krachtiger, bepaald door z’n begeesterende, bezwerende gitaarspel en z’n hemels klaaglijke zang, wat hem in de lijn bracht van Iron & Wine, Will Oldham en Jason Lyte. Hij smukte z’n ingetogen materiaal op door z’n leuke bindteksten en door de backing vocals van de Deer Tick en Lightning Dust crew (o.a. op “Los Angeles”); heerlijke trips hoorden we van “Joe Tex, these taming blues” en “Cocaine lights”, alsof hij op twee gitaren tokkelde, en een minimaal gehouden “Endless”. Uit de hymne ‘To Willie’ pikte hij o.a. “It’s not supposed to be that way”, “Reasons to quiet” (written by Merle Haggard), “Permanently lonely” en Hank Cochrans “Can I sleep in your arms”. Deze afsluiter bracht de gepaste gemoedsrust na de twee avonden …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

donderdag 26 november 2009 01:00

In out of control

Het in LA en New York wonende Deense The Raveonettes, Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), zijn aan hun vierde cd toe, de in 2002 debuterende EP ‘Whip it on’ niet meegerekend. Ze vielen toen op met hun versmelting van ‘60’s gitaar garage rock’n’roll en ‘80’s wave met distortion en feedbackgeraas. Wat hen meteen linkte aan Jesus & Mary Chain, BRMC, The Cramps en Blondie. Door de jaren werd hun sound subtieler en verfijnder, en werd het geluid getypeerd als een soort ‘road movie’ en kauwgomballenpop door de typerende broeierige ‘60’s rock’n’roll stijl, dito gitaargetokkel en de zweverige samenzang. Meer en meer kwamen iconen als The Ronettes en terecht Duane Eddy om de hoek kijken.
De drie vorige cd’s ‘Chain gang of love’, ‘Pretty in black’ en ‘Lust lust lust’ hadden goede dromerige en wervelende songs , maar de ‘jus’ was er toch een beetje van af . Ook de nieuwe cd ‘In out of control’ balanceert tussen een vrolijke en donkere sound, een mix van oud en nieuw in die ‘60’s stijl. Het klinkt allemaal leuk, ontspannend maar ook ingetogen. Zo hebben we de lekker in het gehoor liggende “Bang!” en “Gone forever”, kunnen ze sfeervol en dromerig zijn op de niet voor de hand liggende meezingers “Last dance”, “Boys who rape should all be destroyed”, “Suicide” en “Drugs”, grijpen ze terug naar de ‘80’s wave op “Heart of stone” of durven op een nummer als “Break up girls!” rauw noisy en pittig gekruid te klinken en verwennen ze op die manier de huidige generatie shoegaze fans. Voor elk wat wils dus en goed bevonden, maar ook niet meer dan dat …

donderdag 26 november 2009 01:00

Everything goes wrong

De drie rockchicks van Vivian Girls uit NY, zijn misschien wel bloedverwant met de moeder aller rockchicks Kim Gordon; hun sound refereert duidelijk aan Sonic Youth en de ‘90’s vrouwbands als Hole, L7 en PJ Harvey. Ze brengen een frisse wind in navolging van andere andere meidengroepen Shonen Knife en Sleater-kinney.
We horen in een kleine veertig minuten dertien strakke, energieke en opbouwende songs. Spannend en bedreven songmateriaal, met lekkere compromisloze gitaarlicks en –hooks in een Ramones stijl; luister maar eens naar de rechttoe-rechtaan stijl van “Walking alone at night”, “I have no fun”, “The desert” en “Out for the sun”. De groep neemt was gas terug en overtuigt met enkele opbouwende nummers als “Tension”, “I’m not asleep” en “Double vision”. En ze zijn niet vies van de huidige lichting shoegaze van leeftijds- en streekgenoten The pains of being pure at heart, te horen op“The end” en “When I’m gone”.
‘Everything goes’ wrong’ geldt alvast niet voor de knallende, bruisende muziek op de plaat!

Pagina 272 van 320