logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
Ora Cogan
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Graham Parker & The Rumour - Geen greintje aan klasse ingeboet

Na maar liefst 35 jaar heeft Graham Parker zijn ouwe makkers van The Rumour nog eens bijeengeroepen, in 2012 kwam daar een nieuwe plaat ‘Three Chords Good’ van plus een tournee in eigen land. Op het Europese vasteland moesten we wachten tot in 2014 om deze krasse knarren over de vloer te krijgen. De AB, met voor de gelegenheid allemaal zitplaatsen, bleek de uitgelezen locatie.

De nieuwe plaat ‘Three Chords Good’ was -hoewel heus niet slecht- niet de reden waarom een resem kloeke veertigers en vijftigers naar de AB waren getrokken. Parker beperkte zich tot een viertal songs daaruit, met als uitschieters een rockend “Coathangers” en een in een reggae sausje gedropt “Snake Oil Capital of the world”.
Wat alleman zich natuurlijk wel afvroeg was hoe die all-time klassiekers uit de jaren zeventig nog voor de dag zouden komen. Algauw werd iedereen gerustgesteld, want Graham Parker and The Rumour waren nog even potent als weleer, en na een veel te lange pauze van 35 jaar was het te merken dat de heren er enorm veel plezier aan beleefden om nog eens samen loos te kunnen gaan. Hun fysieke gezapige leeftijd konden ze niet verbergen, maar hun herboren jeugdig enthousiasme zorgde samen met een aanzienlijke muzikale bagage voor een excellente en fonkelende set.
Er werd, tot groot genoegen van de fans, rijkelijk geput uit hun twee beste platen, ‘Howlin’ Wind’ uit 1976 en ‘Squeezing Out Sparks” uit 1979.
In een kleine twee uurtjes passeerde werkelijk alles wat Graham Parker en The Rumour zo uniek maakte, de heerlijke witte soul van “White Honey” en “Howlin’ Wind”, de minzame pracht van “You Can’t Be Too Strong” en “Watch The Moon Come Down”, de lekker stomende rock’n’roll van “Soul Shoes”, de fifties swing van “Lady Doctor”, de furieuze rock van “Discovering Japan” en de fijne naar Costello neigende betere pop van “Local Girls” en “Nobody Hurts You”.
Met uitzondering van het uiterst genietbare halve hitje uit de jaren tachtig “Get started, Start A Fire” kregen we hier louter songs die Graham Parker samen met The Rumour heeft ingeblikt, inclusief een gloednieuw en bijzonder aardig “Flying To London” die hij aankondigde als ‘a song from an album that doesn’t even exist’.  
Een attente en vaak amusante Parker was nog steeds gezegend met die soulvolle stem en ook The Rumour klonk nog even viriel, de fraaie band musiceerde met evenveel kunde als bezieling. Hier stonden een bende oudjes op het podium die er echt goesting in hadden, en die geestdrift werd probleemloos overgezet naar een dankbaar en enthousiast publiek.
Het onverwoestbare “Don’t Ask Me Questions” werd tot helemaal op het einde opgespaard en deed als verwacht iedereen uit zijn stoel opveren. Omdat het publiek er maar niet genoeg kon van krijgen werd er tot slot nog een heftige portie onvervalste rock’n’roll doorgejaagd met een lekker gedreven “Soul Shoes”.

Dit was nog een keertje één van die reünies waar het spelplezier het duidelijk haalde van het winstbejag. Het zou ons trouwens sterk verwonderen of deze fijne heren vette winsten hebben opgestreken met hun muziek, want zoals zo vaak is kwaliteit geen garantie voor miljoenenverkoop. Bij Graham Parker &The Rumour, die altijd op handen werden gedragen door critici en door de betere muziekliefhebbers maar niet door de grote massa, is dat zeker het geval.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Wij dachten altijd dat dit het nevenprojectje was van Stephen McBean, maar ‘Get Back’ is inmiddels het vierde album van Pink Mountaintops, terwijl hij er met Black Mountain nog maar drie uit zijn stoner-mouw heeft geschud, dus wat is nu eigenlijk het nevenproject ?

Eigenlijk maakt het niet zo veel uit, als hij op deze manier muziek blijft maken zit het goed. Terwijl McBean met Black Mountain eerder de stoner richting uit gaat, zitten The Pink Mountaintops wat meer in indie-rock land, en met de sterke nieuwe plaat ‘Get Back’ hebben ze daar ook nog een krautrock sausje over gegoten.
De keyboards die toch wel duidelijk aanwezig zijn op ‘Get Back’ hebben het niet gehaald tot op het podium, het krautrock sausje lag er deze keer dus niet zo dik op. De songs van ‘Get Back’ kregen een eerder back to basics benadering, maar dat kleedje paste hen wel. Bij “Trough All the Worry” gingen Pink Mountaintops wat aanleunen bij  Neil Young & Crazy Horse, elders hing er dan wel een eighties geurtje in de lucht. Wij onthouden toch vooral bruisende versies van de sterkhouders van die nieuwe plaat, songs als “The Second Summer of Love”, “Ambulance City” en “The Last Dance”.

Met Pink Mountaintops heeft McBean  een kloeke band rond zich verzameld die hier een aardige pot indie-rock stond te spelen. Niet zomaar een zijsprongetje dus. Wij kijken toch al graag uit naar McBean’s volgende passage in onze contreien, en dan met met Black Mountain, waar hij de stoner knop van zijn gitaar volledig kan opendraaien.
Maar met Pink Mountaintops heeft hij ons ook al bijzonder tevreden gesteld.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pink-mountaintops-06-06-2014/

Organisatie: Democrazy, Gent

Spectrum en Wooden Shjips - Krautrock en psychedelica zweven driftig over Magasin 4
Spectrum en Wooden Shjips
Magasin 4
Brussel

Spectrum is nog steeds de band waarmee Pete ‘Sonic Boom’ Kember zijn dagen na Spacemen 3 slijt. De hoogdagen van de legendarische cultgroep Spacemen 3 liggen al jaren achter ons, maar Sonic Boom is met Spectrum trouw gebleven aan dat typische verzwelgende psychedelische shoegaze geluid die zich manifesteert in bijzonder lange songs die steeds dieper in de geest binnendringen. Nogal wat Spacemen 3 adepten zijn speciaal voor Sonic Boom naar hier gevlogen en krijgen waar ze voor gekomen zijn, een laag broeiend, zweverig en sonisch geraas waarmee ze in uiterste vervoering geraken. Sonic Boom kan het nog.

Wooden Shjips uit San Francisco heeft inmiddels al drie indrukwekkende platen gemaakt, maar de band is er niet mee uit de undergound geraakt. Maar goed ook, laat dergelijke bands maar ver van de mainstream op ontdekking gaan, er komen steeds bijzondere creaties van. Wooden Shjips heeft The Velvet Underground, Suicide, Crazy Horse en The Doors in een krautrock bad ondergedompeld en is uitgekomen bij een verslavende sound met psychedelische trekjes, repetitieve ritmes en heerlijke gitaaruithalen. Het is net die sound die live zo overrompelend werkt, althans voor zij die hierin enthousiast willen meegaan.
Op het podium van het donkere luizige kot Magasin 4, een concertzaaltje die een onvervalste punkspirit uitademt, heeft de muziek van Wooden Shjips een verslavende kracht. Hoe meer de songs op hun repetitieve ritmes blijven verder borduren, hoe meer wij er in vervlochten geraken.
Ze slorpen ons als het ware op en brengen ons in een soort van roes die in andere gevallen alleen maar door een hoop geestverruimende middelen kan bewerkstelligd worden. Wooden Shjips als legale en gezonde drug, zeg maar.
De kunst zit hem vooral in het verkrijgen van een zinderende sound via subtiele in fuzz verdronken gitaarpartijen, sluimerende orgeltunes en niet opdringerige vocals die zich Alan Vega-gewijs als een verdwaalde geest doorheen de songs wroeten. Zich volledig laten meevoeren in deze meeslepende trip is de boodschap, en dat doen wij dan ook graag.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/spectrum-05-06-20014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/wooden-ships-05-06-2014/

Organisatie: Heartbreaktunes + Magasin 4, Brussel

 

donderdag 29 mei 2014 01:00

More Than Any Other Day

Een debuterende band uit het Canadese Montreal, soms tegendraads, altijd fris, origineel en fijnzinnig.
Ought heeft zijn oren goed te luisteren gelegd bij Television, Talking Heads, Sonic Youth, Clap Your Hands Say Yeah, Velvet Underground en Violent Femmes. Invloeden om van te smullen, en hetgeen ze er uit gedestilleerd hebben is van zeer fijne makelij. Noem het indie, noem het post-punk, maakt niet uit, het is boeiend en er bruist wel degelijk iets. De band weet de diverse invloeden om te zetten in een knappe eigen sound en in een set driftige songs die stuk voor stuk overtuigen, 8 pareltjes met scherpe randjes, hitsige gitaren en verdwaalde violen die in een VU modus gestemd zijn.
Sterk debuut.

donderdag 29 mei 2014 01:00

Tribal

Imelda May is een bekoorlijke Ierse dame met een heerlijk swingende stem en bruisende retro songs. Ze heeft de looks en de sound gehaald bij the fifties, bij Billie Holiday en bij The Stray Cats. Ze ademt rock’n’roll en refereert naar een tijd waar vetkuiven, pink cadillacs, leather jackets, tijgervelletjes en bolletjesjurken furore maakten. ‘Tribal’ is haar derde album waarop ze de avontuurlijke weg naar de fifties en sixties naarstig verder bewandelt.
Op haar meest zwoele momenten zorgt ze voor een stel sensuele ballads (“Gypsy in me”, “Little Pixie” en “Wicked Way”) die hunkeren naar een bruine jazzkroeg en waarin haar vocale talenten naar hartstochtelijke hoogtes reiken.
Tijdens haar meest vurige furies bedrijft ze stomende junglerock (“Tribal”), ophitsende  rock’n’roll (“Wild Woman”, “Round the Bend”) en vette rockabilly (“Five Good Men”, “I wanna dance” en “Right Amount of wrong”).
‘Tribal’ is een geslaagde kruisbestuiving tussen Chuck E. Weiss, The Stray Cats en Kitty, Daisy & Lewis. In een tijd waarin 100% uit fake plastic opgetrokken r&b geiten als Beyoncé, Rihanna, Miley Cyrus en Mariah Carey de hitlijsten aanvoeren, doet het deugd om nog eens een dame met pit tegen te komen die ettelijke liters rock’n’roll door haar bloed heeft stromen
.

Vorig jaar stond dit Amerikaanse wonderkind nog in de AB Club, vandaag kwam hij in de grote zaal zijn opwachting maken. Geen probleem, na zijn succes in de States en gastoptredens met o.a. Eric Clapton en The Rolling Stones, is Gary Clark Jr. al heel wat grotere zalen gewend.

Wij durven er onze volledige Jimi Hendrix platencollectie op verwedden dat al wie hier vorig jaar bij dat memorabele AB Club optreden van de partij was, ook nu weer als de bliksem naar de AB was gerend. Wederom kwamen wij tot dezelfde conclusie : supertalent, wonderlijk gitarist, verloren zoon van Hendrix, geboren met goud in de vingers, liters soul in het bloed en tonnen blues in de genen.
Doch, er sluipt één klein maar gevaarlijk probleempje om de hoek, er huist ergens ook een kwaadaardig r&b virus in Gary Clark Jr. en dat mag er gerust uit wat ons betreft, maar wij vrezen dat  Amerikaanse platenbonzen en managers er anders over denken. Daarom houden we een beetje angstvallig de adem in voor zijn volgende plaat. Dat virus heeft er immers eigenhandig voor gezorgd dat de debuutplaat ‘Blak and Blue’ net niet de status ‘legendarisch’ heeft gehaald, er staan wat ongepaste gladgestreken r&b songs tussen het fantastische bluesrock-geweld, en dat is des te jammer. Op de cd kan men handig gebruik maken van de skip toets, live gaat dat natuurlijk niet.

Maar goed, Gary Clark Jr. had het werk zelf al voor de helft gedaan bij het uitkiezen van de setlist. Hij trok, net als vorig jaar in de AB Club, resoluut de kaart van de doorleefde blues, opwindende rock’n’roll en stevige Hendrixiaanse loeiende rock.
Voor ons was het likkebaarden wanneer Clark zijn gitaar overvloedig liet spetteren in de vlammende bluesrockers “When My Train Pulls In”, “Numb” en “Bright Lights Big city”.
De liefde voor de blues weerklonk in het spelplezier van deze jongeman (met zijn 30 lentes is hij nog een regelrechte snotneus in blueskringen), het was genieten met de ogen dicht van een koppel lange en bloedmooie delta-bluesballads  waarvoor Clark leentje buur is gaan spelen bij grootheden BB King (“3 O’clock Blues”) en Albert Collins (“If Trouble Was Money”), twee pure kippenvelmomenten die nog naar hogere sferen werden getild door een stel sublieme fijnbesnaarde gitaarsolo’s. Eén ding was wel zeker vanavond, wie het niet zo begrepen heeft op gitaarsolo’s was maar best thuis gebleven. Wie daarentegen verlekkerd is op Stevie Ray Vaughan, Buddy Guy en Jimi Hendrix kon zijn geluk niet op.
Met “Travis County” tapte Clark zijn rock’n’roll uit een oud Chuck Berry vat en met een flink rollend “Don’t owe you a thing” zat ie gretig aan de Bo Diddley fles. Tussendoor kwam hij er ons nog eens fijntjes op wijzen dat hij ook nog gezegend is met een soulvolle stem. Een paar blokken verder in Brussel stond ene Prince een verrassingsoptreden te geven, en wij meenden die kleine grootheid als het ware te horen, te ruiken en te voelen in het sensitieve “Please Come Home” dat met een extreem hoog stemmetje en nog maar eens een briljante gitaarsolo de hoogste Prince normen probleemloos haalde.  Eén keertje maar sloeg Gary Clark Jr. de bal een beetje mis, dit met een vrij overbodig ‘You Saved Me’, zo eentje van die r&b vehikels die nergens naar toe ging. Met ‘Blak and Blu’, dat op plaat overigens ook maar wat slapjes klinkt, pakte hij het dan weer een stuk beter aan, de track was hier omgebouwd tot een soulvolle intieme song die als prachtige intro fungeerde voor de geweldige afsluiter ‘Bright Lights, Big City’.

Een enthousiaste menigte moest het helaas stellen met amper één bisnummer, maar wat voor één. Gary Clark Jr. liet zijn band achter in de coulissen en deed het in zijn wonderlijke eentje, met gitaar en mondharmonica.  De integere, vertederende blues ‘In the Evening (when the sun goes down)’ deed ons de krop in de keel krijgen.

Vanavond kregen we helaas geen nieuw werk voorgeschoteld. Het bleef bij een flinke greep uit ‘Blak and Blue’, een album dat toch al dateert van 2012, aangevuld met een stel covers. Geen idee dus hoe de nieuwe plaat zou kunnen klinken en wanneer die er zit aan te komen, maar als ze in het verlengde ligt van zijn spetterende live set, dan hebben we er het volste vertrouwen in.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

dinsdag 27 mei 2014 01:00

Jagwar Ma - Lekker trippen

Met het meer dan geslaagde debuut ‘Howlin’ werd het Australische Jagwar Ma flink bejubeld in de internationale pers, u vindt het plaatje dan ook in menig eindejaarslijstje van 2013 terug. Niet verwonderlijk dat vooral de Britten dolenthousiast waren, Jagwar Ma heeft echt wel een ‘Brits’ geluid en neigt sterk naar de trippy Manchester rave-sound van de jaren negentig, naar Happy Mondays en Stone Roses.

Veelbelovend op plaat, maar ook op het podium werkt de combinatie van beats, psychedelica, dansbare pop en groovy rock wonderwel.
Met een sound die nogal sterk op elektronica gebouwd is maar niet in een techno brij vervalt, weet Jagwar Ma het publiek gestaag aan het dansen te krijgen. De dansbare elektronica doet ons aan Caribou denken (“Four”), de groovy trips (“Come and save me”, “The throw”) aan Happy Mondays en Primal Scream. De songs bouwen steevast lekker op en ontploffen dan wel eens in zware beats, de vocals zitten sterk onder de echo’s bedolven, de basgitaar fungeert als vette funklijm en de beats zorgen voor een hitsige sound die voortdurend op de dansspieren en nooit op de zenuwen werkt. De sfeer zit er lekker in, en de Grand Mix wordt alsmaar dieper in een bruisende rave-club omgetoverd naarmate de set vordert. De beste trips zitten immers in het tweede deel (“Come and save me”, “Four” en “The Throw”) en het publiek komt zo geleidelijk onder stoom.

Een uurtje weet Jagwar Ma de zwoele temperatuur aan te houden. Het zou ook langer mogen duren, maar de songs zijn op. Dringend repertoire uitbreiden, heren.
Fijne trip !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jagwar-ma-25-05-2014/
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

 

Les Nuits Botanique 2014 - Solids – The Amazing Snakeheads – Royal Blood - Dirty Ass Rock’n’Roll!
Les Nuits Botanique 2014

Wederom keuze genoeg op Les Nuits Bota vanavond, maar zij die hun rock’n’roll het liefst in onversneden vorm opsnoven, moesten in de Orangerie staan. Wij dus.

Uit Montreal, Canada kwam het gitaar/drum duo Solids, wiens gruizige indie-rock met nogal wat decibels door de Orangerie scheurde.  Een sound die meermaals naar de alternatieve nineties teruggreep, naar de driftige en ongekuiste rock van Dinosaur Jr, Superchunk en Sonic Youth. Gitarist Xavier Germain-Poitras had een Parquet Courts t-shirt aangetrokken, wisten we meteen ook welke hedendaagse referentie we konden aanhalen. Hun bedrijvige noise-rock was misschien niet echt gezond voor onze reeds zwaar geteisterde oren, maar met songs als “Haze Away”  en “Cold Hands” mogen ze altijd onze limieten komen aftasten.

De Schotse wildebrassen van The Amazing Snakeheads tapten hun wellustige garage rock rechtsreeks uit een whiskyvat. De begeesterde en bezeten frontman Dale Barclay liet middels een handvol oerkreten zijn demonen de vrije loop en geselde zijn gitaar op een al even geniale als onzachte manier. “I’m a vampire” predikte hij, we geloofden hem volkomen. De bandleden van op de debuutplaat ‘Amphetamine Ballads’ had hij om ongekende redenen al de laan uitgestuurd, maar de smerige klank die zijn verse rekruten teweegbrachten was ronduit geweldig.
De songs kwamen rechtstreeks uit het vagevuur en wij werden compleet omvergeblazen door die brandende en doorleefde sound. Vooral een overenthousiaste bassist wist de duivelse uitspattingen van Barclay met diepe en dreigende bastonen te ondersteunen.  De adrenalinestoot “Here it comes again” kende u misschien al, maar de slangenkoppen wisten de ganse tijd genadeloos in ons nekvel te bijten met sluimerende songs als “Where is my knife”  en “Memories” , op deze laatste zelfs met een geniale saxofoon die naar de Beefheart school is geweest (een school waar de grootste weirdo’s op de eerste rij zitten).
Hun bezielde set leek wel een sollicitatie naar de kandidatuur voor de volgende Tarantino soundtrack, bevlogen en met een vette dosis waanzin. Een revelatie, zonder meer. Amazing !


Voor het duo Royal Blood ging het ook al snel de laatste maanden. De band werd opgepikt door NME  en mocht ook aantreden in het fel gegeerde Later with Jools Holland, een unieke kans die ze volop benutten, het duo liet er een verschroeiende indruk na en de bal ging al gauw aan het rollen.
Nieuwe hype dus, maar terecht, volkomen terecht verdomme. Royal Blood sneed ons volledig de adem af met hun splijtende rock in de beste traditie van Queens Of The Stone Age en Jack White, met moordende riffs en explosieve songs. Het vergde welgeteld vier snaren en een basic drumstelletje om de Orangerie op zijn kop te zetten.
En natuurlijk een stel potige songs, Royal Blood heeft die, met op kop “Come On Over” en “Little Monster”, en ze gaan er nog ver mee komen.
Het doet deugd te mogen vaststellen dat wanneer andere duo’s het laten afweten (The Black Keys met name die op ‘Turn Blue’ in een diepe coma verzonken zijn), er al direct ander gedreven schorremorrie klaar staat om de fakkel over te nemen.
Royal Blood, beste mensen, heeft dat met verve gedaan en wordt door ons een gouden toekomst voorspeld.
Ga dat zien op de laatste dag van Rock Werchter in The Barn, weliswaar in de vroege namiddag, er zal nog flink wat prut in uw ogen zitten en bier in uw kop, maar u zal snel wakker zijn.
De aanwezigen die een uurtje daarvoor in slaap gevallen zijn op de geitenmelkfolk van  Oscar & The Wolf zullen niet weten waar ze ’t hebben.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-amazing-sneakheads-22-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/solids-22-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/royal-blood-22-05-2014/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)

donderdag 15 mei 2014 01:00

To Be Kind

Swans, het geesteskind van donkere ziel Michael Gira, is altijd actief geweest in de lugubere spelonken van de eighties en nineties underground. De band maakte een pak vervaarlijke albums die weinig daglicht konden verdragen maar die langs een kluwen van donkere steegjes hun weg vonden naar een schare trouwe fans, waar ze in de platenkast een bevoorrecht plaatsje kregen naast The Birthday Party, Psychic TV, Foetus, Joy Division, Einsturzende Neubauten en Throbbing Gristle.
Met als laatste wapenfeit ‘Soundtracks for the blind’ leek in 1996 het doek te zijn gevallen over Swans, tot de band na een winsterslaap van maar liefst 14 jaar plots terug uit het niets opdook met het almachtige ‘My father will guide me a rope to the sky’. Twee jaar later volgde een zowaar nog indrukwekkender opus, de huiveringwekkende dubbelaar ‘The Seer’, een monumentale brok onheil waar we nog altijd niet echt van bekomen zijn.
Amper twee jaar na het kolossale ‘The Seer’ heeft Michael Gira alweer een imminent werkstuk gemaakt.  ‘To Be Kind’, opnieuw een forse dubbelaar, is wederom twee uren beproeving, woede, razernij, onrust, hartzeer, claustrofobie, angst, bloed en smart.
Swans doen er lang genoeg over om hun beklemmende , bezwerende en verzwelgende sound volledig tot ontplooiing te laten komen, maar langdradig wordt het nergens. Integendeel, hoe langer het duurt, hoe meer beklijvend het wordt. Het repetitieve karakter, de duistere teneur, de langzaam sluimerende calvarietocht naar een climax, dat zijn de dingen die deze 10 songs zo intrigerend maken. De zwaarste brok “Bring the sun/ Toussaint l’ouverture”  duurt maar liefst 34 minuten en houdt ons gans die tijd in een onverstoorde wurggreep. Dit is geen song meer, dit is een griezelfilm zonder beelden, de apocalyps nabij.
‘To Be Kind’ is geen gemakkelijke of comfortabele plaat, het markante album vergt serieus wat inzet en toewijding van zijn luisteraars. De songs nemen hun tijd om hun slachtoffers langzaam op te slorpen. Die slachtoffers, dat zijn wij, en masochisten als we zijn, we laten ons maar al te graag kopje onder gaan in Michael Gira’s gitzwarte zwanenmeer. Het is geen plezierreisje, wel een unieke ervaring, een ijzingwekkend avontuur, beangstigend maar intens.
Dit imposante werkstuk dient niet bepaald om uw zomerse barbecue feestjes mee op te vrolijken, bij Swans slibt de hemel immers helemaal dicht met inktzwarte onweerswolken, maar het is misschien wel de ultieme soundtrack van het einde van de wereld.
Live kan u dit ondergaan op 25/09 in de AB. Laat uw fleurig hemdje maar in de kast liggen.

donderdag 15 mei 2014 01:00

Turn Blue

Commercieel succes is nooit een vruchtbare voedingsbodem geweest voor creativiteit.  Het verhaal is gekend : Jonge beloftevolle band haalt met enkele puike plaatjes onverhoopt succes, groeit uit tot een mega groep en richt zich vervolgens op het maken van op miljoenenverkoop gerichte platen waaruit alle ziel is verdwenen. Zie U2, Kings Of Leon, Coldplay, Editors en wat ons betreft zelfs ook Arctic Monkeys (al krijgen die nog een even het voordeel van de twijfel). En lap, ’t is weer van dat, bij The Black Keys hebben ze het ook zitten.
Het begint nochtans goed met de classic rock van “Weight of Love”, knappe song, kon van Jonathan Wilson zijn, vloeiend en met heerlijke gitaren, maar het klinkt hoegenaamd niet Black Keys, eerder Pink Floyd. Ook “In Our Prime” is er zo eentje, aangenaam vertier voor in onze hangmat, maar waar zijn The Black Keys godverdomme naar toe ?
De rauwe bluesrock van ‘The Big come up’, ‘Thickfreakness’ en ‘Rubber Factory’ is heel ver te zoeken, zo niet helemaal verdwenen. De scherpe kantjes zijn er volledig afgevijld.
The Black Keys gaan op zoek naar de soul maar stuiten daarbij meermaals op slappe boter. Op ‘Brothers’ vonden ze die soul wel nog, geen idee wat hen nu overkomen is. Het hitje “Fever” mag dan al catchy zijn en aanzet geven tot enkele danspasjes, het is gebouwd op een eerder onnozel deuntje.  Op ‘El Camino’ waren alle elf songs even catchy, maar beter.
Producer Danger Mouse heeft The Black Keys het verkeerde serum ingespoten. Dan Auerbach heeft zanglessen gevolgd (zo helder mogelijk zingen, manneke, en vooral niet buiten de lijntjes kleuren!) en heeft zo te horen ook zijn gitaar in de veiligheidsmodus moeten zetten. Keyboards, synths en strijkers zijn in de plaats gekomen. Wij zijn hier weg.
Onze boodschap aan Auerbach en Carney : Gooi Danger Mouse buiten, ga als de bliksem terug naar Fat Possum, plug die gitaar terug in en kom ons daarna nog eens wakker maken. Ondertussen gaan we nog even ‘Thickfreakness’ opzetten om de kater weg te spoelen.
The Black Keys komen naar Rock Werchter, ’t is de eerste keer dat wij niet uitkijken naar een Black Keys concert.

Pagina 52 van 113