logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
The Wolf Banes ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 02 september 2010 02:00

We’re here because we’re here

Er is een tijd geweest waar progrock als een wel heel lelijk woord bestempeld werd, maar aan alles komt een eind. Laat ons zeggen dat liefhebbers van prog-rock dat vroeger best stiekem voor zichzelf hielden wilden ze nog een beetje credibility overhouden, maar nu blijkt het weer te mogen. Tool is bijvoorbeeld al jaren een lieveling in de alternatieve scene terwijl zij eigenlijk al gans die tijd pure prog voortbrengen, het immens populaire Muse overschrijdt met graagte de grenzen van het bombast en een band als Porcupine Tree, voordien totaal onhip, stond op de laatste editie van het befaamde rock Werchter, een festival die er toch prat op gaat om kort op de bal te spelen qua programmering van de huidige tendensen en stromingen in de rock en popmuziek.
Niet te verwonderen dus dat het Engelse Anathema nogal wat aandacht krijgt op vandaag, en dat verdienen ze echt wel met hun nieuwste album. Na nogal wat personeelswisselingen is hun sound in enkele jaren tijd geëvolueerd van een zwaar metalgeluid tot de meer gelaagde atmosferisch rock die op‘We’re here because we’re here’ volledig tot ontplooiing komt. De band verkent de grenzen van de prog-rock, weeft er wat metal en post-rock door en creëert emotioneel geladen songs die een zeldzame pracht in zich dragen. Zo krijgen we een geslaagd muzikaal huwelijk die we ook soms bij het prachtige Archive menen te bespeuren.
Uiteraard ligt het bombast die eigen is aan het genre nogal op de loer (piano, veel keyboards, aanzwellende strijkers en gitaren) maar Anathema weet het allemaal binnen de perken te houden door middel van ijzersterke songs die altijd even boeiend blijven dankzij de fijn uitgebalanceerde arrangementen, mooie vocals en instrumenten die perfect hun plaats kennen. Hier wordt inderdaad op hoog niveau gemusiceerd en de plaat klinkt ook wel heel clean, maar die properheid doet voor één keer geen afbreuk aan de sterkte en cohesie van het album.
Wij laten onze geest graag rondzweven op de weidse prachtgeluiden van “Hindsight” en “A simple mistake” of op de epische rock van “Thin air”, om maar een paar van de juweeltjes te noemen op deze voortreffelijke schijf.
De heropleving van de prog-rock is een feit, bands als Anathema geven een frisse nieuwe wending aan het genre en wij malen daar geenszins om.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

The Black Dirt Sessions

Een meeslepende plaat die voorzichtig zijn talenten prijsgeeft, dat is deze ‘The black dirt sessions’. Deer Tick is vooral de speeltuin van multi-instrumentalist en songschrijver John McCauley die hier alle tracks op zijn naam heeft staan. De man schudt een handvol intieme en schitterende songs uit zijn mouw waarmee hij gerust naast Jeff Tweedy (Wilco), Adam Stephens (Two Gallants) en Peter Case mag gaan staan. McCauley’s stem snijdt scherp doorheen de songs die variëren van americana tot ingehouden southern rock.
Het begint heel ingetogen met een vijftal ballads waarvan de pianoballad “Goodbye dear friend” en het prachtige akoestische “Piece by piece and frame by frame” de mooiste zijn. Vanaf “Mange”, een pareltje die zich ontpopt in de richting van The Stones hun “Sympathy for the devil”, mag het gaspedaal iets worden ingedrukt en worden de elektrische gitaren van stal gehaald, al gaan die nooit te hard van stapel lopen. Er mag al eens sporadisch gerockt worden, maar het zijn toch vooral fijne, intieme en soms breekbare songs die we terugvinden op dit heerlijke werkje. Het epische en zweverige “Blood moon” is daar een bijzonder knap staaltje van, een prachtsong als je ’t ons vraagt.
Mooie plaat die alsmaar beter wordt.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

Pulled Apart By Horses

Het debuut van Pulled Apart By Horses is nogal een …euh woest plaatje. Subtiele songtitels als “Back to the fuck yeah” en “I punched a lion on the throat” spreken hierbij boekdelen. De songs worden er eerder uitgespuugd dan gezongen, gitaren gaan geregeld over de rooie en de agressie en frustraties spatten met serieuze lappen van dit plaatje, denk zo een beetje in de richting van MC Lusky of Death from above 1979. Gelukkig herkennen geoefende oren zoals de onze hier en daar zowaar wat melodieën tussen de razernij door, maar de geluidsmeters gaan toch overwegend in het rood op dit gloeiend hete en explosieve plaatje.
Als u het al niet te goed deed met uw buren, dan is dit de fatale genadestoot, haal er met de volumeknop een felle ruk naar rechts uw voordeel uit.
Een sloophamer van een plaat.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

Bingo!

Na maar liefst 17 jaar maakt Steve Miller nog eens een nieuw album. Wat de man gans die tijd heeft uitgevreten is ons een raadsel, maar met ‘Bingo!’ laat hij met plezier toch nog eens van zich horen. De sound op het nieuwe album is onmiskenbaar Steve Miller en de algemene teneur is de blues, zij het niet de kommer en kwel vanuit de diepste spelonken van de Mississippi, maar wel de eerder luchtige en elektrische Miller interpretaties van enkele blues traditonals van BB King, Otis Rush, Jimmy Reed en een paar puike songs van de hand van Jimmie Vaughan (“Hey yeah” en “Don’t cha know”). Steve Miller en vooral zijn elektrische gitaar geven een fijne schwung aan al deze bluessongs die misschien al wel een keertje te veel zijn gecoverd, maar goed, de Miller versies nemen we er graag nog bij. Leuk om te horen hoe hier met evenveel plezier als klasse gemusiceerd wordt en hoe Miller er in slaagt de bluessongs een ‘positieve feelgood touch’ te geven. De blues waar je als het ware vrolijk van wordt.
Een plaat die bergen gaat verzetten is dit zeker niet, maar het is stukken beter dan de slappe gedrochten die Miller in de jaren tachtig heeft afgeleverd. Deze ‘Bingo!’ mag je zonder beschaamd te zijn gaan klasseren tussen Miller’s albums van eind jaren zestig.
Een geslaagde come-back cd noemen ze dat dan.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

The Dark Side Of the Moon

The Flaming Lips – Stardeath and White Dwarfs
Als u zich afvraagt hoe ‘Dark Side Of The Moon’ zou geklonken hebben met Syd Barrett nog in de Pink Floyd rangen, dan zit het voor u wel snor met deze interpretatie die The Flaming Lips aan de Pink Floyd klassieker hebben gegeven. Dit klinkt precies zoals u het zich zou voorstellen, tenminste als u een beetje vertrouwd bent met de prettig gestoorde capriolen van the Flaming Lips: geflipt, psychedelisch, spacey, stoned en bijwijlen knettergek.
De Lips hebben zich kostelijk geamuseerd met tal van stemvervormers, omgebouwde synthesizers en ontspoorde gitaren. De plaat is evenwel sterk overeind gebleven -dit is niet voor niets ‘Dark Side Of the Moon’ - en Wayne Coyne en consoorten (o.a. Peaches en Henry Rollins doen mee) hebben dit niet als grap bedoeld maar wel als een respectvolle, zij het zeer eigenzinnige, interpretatie van een mijlpaal uit de muziekgeschiedenis. Het resultaat is meer dan geslaagd, al twijfelen we er wel aan of Pink Floyd techneuten hiermee vrede zouden kunnen nemen. Ze zouden toch beter eerst eens aan de paddestoelen zitten voor ze dit werkje gaan beluisteren. Kan helpen.
Wij daarentegen zijn er zot van.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

Rush To Relax

In de Australische ondergrond zijn er wel vaak nieuwe ontdekkingen te doen, ECSR is er één van. Dit is trouwens al hun derde album, dus moeten we dringend ook eens die eerste twee gaan checken.
ECSR grossiert in stevige punky garage rock met knipoogjes naar The Stooges, Radio Birdman, The Strokes, The Hives of The Velvet Underground (on speed). Lekker gutsende en rammelende gitaren vormen hier de hoofdbrok. Een paar felle lappen punk van om en bij de minuut (“Walked into a corner” en “Isn’t it nice”) staan met één voet in het jaar ’77, toen punk hoogtij vierde, maar ECSR laten voor hetzelfde geld hun gitaren fijntjes buiten de lijnen soleren op het geweldige “Tuning out”, alsof Tom Verlaine er hier voor iets tussen zit. Een tintelend orgeltje en een opzwepende baslijn maken van “Second guessing” een onweerstaanbare song die alsmaar heter wordt terwijl “I can be a jerk” even simpel als slordig en mooi klinkt. Voelen wij hier Pavement niet in de lucht hangen, en zelfs een beetje Cramps ?
Deze ‘Rush to relax’ heeft hoegenaamd geen last van overproductie of van een afgelikte sound, het is allemaal nogal spontaan, ruw en vettig op band gezet, zoals het hoort bij de betere garage rock.
Wij gaan dit stomend plaatje een plaats geven vlak naast dat van The Soft Pack, ook zo’n gitaardingetje waar we helemaal zot van zijn.
En wil er iemand dringend die gasten uit hun Australisch hol halen en ze naar Europa brengen. Op een podium moet dit spetteren, me dunkt.

zondag 08 augustus 2010 02:00

Lokerse Feesten 2010: DAG 08: M.I.A. - Air

Een beetje een ondankbare taak voor het Franse Air om te moeten spelen voor een publiek die duidelijk gekomen is om te springen en te dansen op de opzwepende raps en beats van M.I.A.
Hun zweverige, atmosferische en filmische muziek was dan ook niet aan het volkje besteed, enkel toen op het einde van de set “Kelly watch the stars” en “Sexy boy” uit de kast werden gehaald kwam er voorzichtig wat beweging op het terrein. De set van Air was ook wel overwegend rustig en kabbelde een beetje door op hetzelfde toontje, maar toch houden wij van de dromerige psychedelica die zij uit hun elektronica kasten halen. Misschien best te herbeleven ergens in een knappe concertzaal genre AB of Koninklijk Circus, zoals in het voorjaar, maar vanavond was hun doortocht helaas niet onvergetelijk.

Een optreden die ze in Lokeren niet snel zullen vergeten was dat van M.I.A., een dame met ballen die dezer dagen geweldig populair is. Een massale opkomst die avond, en iedereen was duidelijk voor haar gekomen, dat hadden die arme sukkelaars van Air ook al ondervonden. Het werd een bruisend en ophitsend optreden.
Het zag er behoorlijk indrukwekkend uit met flitsende videobeelden, gesluierde vrouwen als backgroundzangeressen en wild dansende mannen in combat outfit. De songs van M.I.A. werden onder zware beats het volk gekegeld. M.I.A. rapte er met volle overgave doorheen en kreeg als volbloed performer het volk volledig aan haar voeten. En letterlijk zelfs, tijdens het moordende “Born Free” (wat een heerlijk agressieve song is dit toch) dook ze het publiek om van bovenop de fans de song verder te zingen. Op het eind ging Lokeren volledig uit zijn dak met het kolkende “Paper Planes”, nog zo een geweldig nummer die in zijn eentje een publiek kan verpulveren.
Een stomend concertje, en vooral een flitsend totaalspektakel van een dame met pit die de Rihanna’s en Britneys van deze wereld een flinke trap in het kruis verkoopt.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2010: DAG 07: The Sisters Of Mercy – The Dandy Warhols – Gang Of Four - Customs
Customs zijn ondertussen al wel één van de sterkhouders van de Belgische rockmuziek geworden, mede dankzij een bijzonder sterke debuutplaat. De band begeeft zich in het vaarwater van ondermeer Editors en White Lies. Een eighties sound dus, die ook op het podium sterk voor de dag bleek te komen. Een Joy Division cover was hier misschien een beetje te voor de hand liggend, maar “Transmission” kreeg een zeer fijne uitvoering mee, met tonnen respect voor het origineel en voor Ian Curtis. Voor de rest speelde Customs strak, en met stijl (allemaal netjes in maatpak gehuld). Nog een beetje aan een eigen smoelwerk en sound werken en alles komt goed.

Het sterkste optreden van de dag was met kilometers voorsprong dat van Gang Of Four, de voorvaders van de punkfunk waar bands als LCD Soundsystem, !!! en Radio Four meer dan schatplichtig aan zijn. Klassiekers als “Return the gift”, “At home he’s a tourist”, “Damaged goods” en “Not great man” werden retestrak gespeeld. Scherpe, springerige gitaren en een vlammende sexy bass bepaalden vanavond het opzwepende en meeslepende geluid dat bijwijlen funky as hell klonk. Mensen die gekomen waren voor “I love a man in a uniform”, een song die in wezen niks te maken heeft met het spannende geluid van Gang Of Four, waren er aan voor hun moeite. En dat was maar goed ook. Gang Of Four zitten trouwens op een nieuw album te broeden, wij zijn uiterst nieuwsgierig.

The Dandy Warhols
zijn ook een bandje die verschillend richtingen uit wil. Wij hoorden nu eens Britpop, dan weer prille psychedelische Pink Floyd, elders een streep shoegaze, een brokje Sonic Youth light en verder dan weer een soort Hawkwind mélange. De band begon een beetje aarzelend, maar naarmate de set vorderde gingen we meer en meer op in hun bezwerende sound en toen ze achter elkaar “Not if you were the last junkie on earth” en “Bohemian like you” speelden was ook de rest van het publiek mee. De volumeknop mocht voor ons part een stuk meer naar rechts, maar we hebben best wel genoten van The Dandy Warhols.

We hadden het al door aan de looks van het overwegend zwarte publiek dat de meesten vanavond gekomen waren voor The Sisters Of Mercy, fossielen uit het new wave tijdperk die 20 jaar geleden (20 jaar !!) hun laatste plaat maakten. In al die jaren zijn de heren gewoon blijven optreden terend op het succes van een viertal onsterfelijke songs. Je moet maar durven.
Met één van die songs  ”First and last and always” begonnen ze hun set, maar het duurde wel anderhalve minuut tegen dat we het nummer herkenden (en dan nog alleen maar doordat we de zanger het refrein hoorden zingen). The Sisters produceerden een soort zware en luide industrial sound waarin hun songs gewoon versmachtten. Een mens zou gezworen hebben dat het Front 242 was die hier op de planken stond, en laat dit nu toevallig ook niet echt één van onze favoriete bands zijn.
Dit had niks meer te maken met de gothic wave sound die de Sisters zo populair heeft gemaakt. Wij hoorden een dreun van bassen, mechanische drums en donkere keyboards. Vreemd genoeg hadden de heren géén bassist, géén drummer en ook géén keyboardspeler meegebracht. Het hele zootje stond gewoon op een tape die er door een soort soundsystem meedogenloos werd doorgeramd. Op het podiumzagen we , tenminste voor wie door de rookgordijnen heen kon kijken, een zanger (met spierwitte pullover aan, had hij hier even zijn pekzwarte fans een ferme loer gedraaid) en twee gitaristen, waarvan er dan nog één dacht dat hij in een hard-rock groep stond te spelen. Potsierlijk.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Pagina 90 van 112