logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 30 december 2010 01:00

Olympia

Een wulpse Kate Mosh op de cover, het zal wel bij Bryan Ferry zijn gentleman imago horen, maar ons is het vooral toch om de muziek te doen. Na de recente reeks geslaagde Roxy Music reünie concerten hadden wij eigenlijk stiekem gehoopt op een nieuwe Roxy Music plaat, en dan nog liefst eentje in de trend van de eerste vijf legendarische albums uit de jaren zeventig. Maar goed, we krijgen hier dan toch de zoveelste Ferry solo plaat op onze schoot geworpen, we zullen het daar maar mee doen. Wetende dat geen van zijn solo albums echt legendarisch is zullen we onze verwachtingen dan ook maar niet te hoog stellen.
Hoewel er toch wat medewerking is van originele Roxy leden Brian Eno, Phil Manzanera en Andy Mc Kay is er hier geen spoor van de grillige en furieuze rock van de eerste Roxy platen. Wat primeert is de verfijnde, geraffineerde en zwoele typische Ferry stijl die we ook kennen van het latere Roxy werk (vanaf Manifesto uit 1979). Alles is haarfijn uitgebalanceerd, het klinkt overal zeer glad en gestileerd, en is bijgevolg dus ook totaal ongevaarlijk. Zowel uw lief , uw poedel als uw oma zullen deze muziek wel weten te pruimen, maar niemand zal er een uitbundige ‘Wow !” uitproesten.

Het moet gezegd, de elegante aanpak doet het soms ook goed, zoals op de soulvolle opener “You can dance”, op de knappe ballad “Me oh my” en op het heerlijke “Reason or rhyme” die dankzij stijlvol voorbijglijdende gitaren veruit de sterkste song van de plaat is.
Verder kunnen we een geeuw echt niet onderdrukken bij stroperige kost als “Alphaville”  en “Heartache by numbers”, liedjes die in het kapsalon niet zouden misstaan maar bij ons moet u er niet mee afkomen.
En het kan nog erger. De stuntelige poging om iets met dance en elektronica te doen in “Shameless” is een complete afgang en Fery’s abominabele versie van de anders zo mooie Tim Buckley klassieker “Song to the siren”(helemaal onsterfelijk gemaakt door This Mortal Coil) is zo slijmerig dat onze tenen er zodanig gaan van krullen dat wij een bezoek aan de dokter niet langer kunnen uitstellen willen we die krengen terug op hun plaats krijgen. Ook afsluiter “Tender is the night” is een ongelooflijke stinker waar liters stroop aan hangen.
Zo kabbelen alle songs gewoon ongestoord verder. Ze mogen dan al gracieus klinken, ze weken helemaal niets los, of ’t is een pak ergernis.

Bryan Ferry’s nieuwste cd is dus al even glad gestreken als zijn kostuums. U mag het ding met de feestdagen gerust op uw salontafel laten liggen, maar wij zouden er maar al te graag onze gretig bijtende Jack Russel op afsturen om het schijfje vakkundig aan flarden te rijten. Zij naam is Iggy, zijn lievelingssong is “I wanna be your dog”, zijn motto is “Lust for life” (al geeft hij daar een heel eigen en tamelijk agressieve interpretatie aan) en hij bijt met plezier volledige stukken uit dure Versace kostuums. Geen fan van Bryan Ferry dus.

donderdag 30 december 2010 01:00

Skit It Allt

Dungen’s nieuwste album ‘Skit I Allt’ (vraag ons vooral niet wat het wil zeggen) is goed nieuws voor liefhebbers van de Zappa meesterwerkjes ‘Hot Rats’ en ‘The Grand Wazoo’, voor freaks die  een flinke streep Hendrix in hun kast hebben staan, of voor jonge gasten die Tame Impala een fantastisch groepje vinden. Met zijn allen mogen ze dit album aanschaffen om, al dan niet in het gezelschap van een schoon mokkel en een joekel van een joint, eens goed bij weg te zweven. Dit ding is echter zo psychedelisch als een vliegende roze olifant na het verorberen van een tiental LSD cocktails.
In tegenstelling tot de grote voorbeelden van begin jaren 70 houdt Dungen het bij vrij korte tracks, maar qua sound zouden we hen in een rokerige seventies jazz kroeg situeren waar de meest vreemde figuren aan de bar zitten en waar vroege Pink Floyd, Can, Traffic, The Doors, The Mothers Of Invention en zatte Jethro Tull in de juke box zitten. 
Gelieve u niet te storen aan het rare taaltje, dit zijn immers Zweden die in hun moedertaal zingen. U klaagt toch ook niet als u geen jota begrijpt van waarover het onaards mooie Sigur Ros het heeft.
Lekker geflipt plaatje. … Oh, ja. We weten toch wat de albumtitel wil zeggen, we hebben het opgezocht : “Fuck it all !”. De deugnieten.

donderdag 30 december 2010 01:00

The World is Yours

Je kan er uw huis op verwedden dat Lemmy ieder optreden begint met de legendarische woorden “We are Motorhead and we play rock’n’roll”. Vervolgens geeft de band er een ferme lap op en krijgen de fans precies datgene waarvoor ze gekomen zijn, vuile en luide rock’n’roll.
Ook dit nieuwe album is zo voorspelbaar als de volgende aflevering van FC De Kampioenen. Luid, simpel, hard en steeds rechtdoor (ballads zijn taboe), met de steeds meer naar whisky ruikende gortige strot van Lemmy op het voorplan. Je kan de plaat onderling inwisselen met zijn twee voorgangers ‘Motorizer’ en ‘Kiss of death’, geen kat die het zal merken. Het niveau van hardrock mijlpalen als ‘Overkill’, ‘Bomber’ en ‘Ace of Spades’ zal wel nooit meer gehaald worden, maar het rock’n’roll- en drankgehalte blijven ongeroerd.
Is dit dan een goeie plaat ? Tuurlijk is het een goeie plaat. Dit is Motorhead !

donderdag 23 december 2010 01:00

Spiral shadow

Er beweegt iets in de metaalsector. Als het extreme death-, trash- en grindcoremetal betreft, moet u ons niet komen wakker maken, maar voor zware jongens die creatief omspringen met het genre hebben wij altijd al een boontje gehad. Zo houden wij ondermeer van Tool, Helmet, Earthless, Priestess, Mastodon, Baroness, Torche en Isis.
En sedert kort ook van Kylesa. Omdat hun zware stuff overgoten is met een subtiel psychedelica sausje, en omdat zij evenwel met een portie Black Sabbath als met een hap Husker Dü of Janes Addiction durven afkomen.
De ferme brok lawaai die Kylesa voortbrengt wordt veroorzaakt door ondermeer twee drummers en twee gitaristen, kwestie van er een vol geluid uit te persen. Daar wordt dan nog een aardige dosis hardcore punk tussen geworsteld, en zelfs een streep gruizige shoegaze sluipt binnen in de overweldigende en machtige sound. Dat klinkt even gedurfd als geslaagd in “Drop out” en “Dust”.
De groep haalt duidelijk hun invloeden niet uit één en hetzelfde vijvertje, in “Back and forth” toveren ze terloops een overtuigende en smerige SonicYouth uit hun botten.
Tussen de razernij en de loodzware riffs wordt de melodie niet uit het oog verloren en dat mondt uit in een monstersong als “Crowded road” (moet echt wel een stomend moshpitfeestje zijn) en in gevaarlijk bijtende en logge grunge metal op “To forget”.
Een moordende plaat die moeiteloos de grenzen van de metal overstijgt.

donderdag 23 december 2010 01:00

I feel like playing

Als The Stones pas uit hun kot komen wanneer Jagger vindt dat de tijd er rijp voor is, en dat kan soms jaren duren, dan moeten de anderen toch iets om doen hebben. Een soloplaat is dan de enige juiste uitweg. Wij kunnen ons perfect voorstellen dat het bij Keith Richards en Ron Wood veel sneller kriebelt dan bij Jagger, althans wanneer het op spelen aankomt. Bij Jagger is het vooral zijn portefeuille die bepaalt wanneer er nog eens iets moet gedaan worden.
U merkt het ook al aan de titel, het plezier van het spelen is datgene wat centraal staat op de nieuwe plaat van Wood. Hij heeft misschien niet het songschrijverstalent van zijn kompanen in de Stones, maar hij heeft wel een gitaar en een pak interessante vrienden (Eddie Vedder, Bobby Womack, Billy Gbbons, Slash, Flea, Kris Kristofferson,…). Genoeg om de studio in te gaan en een fijn, doch niet wereldschokkend, plaatje op te nemen.
Een beetje van alles is hier te vinden, reggae, soul, blues, country en rock. Niet alles is echter even geslaagd, maar echte miskleunen vinden we niet terug, al komt de wat slijmerige afsluiter “Forever” gevaarlijk dicht in de buurt.
Wood is op zijn best wanneer er hevig gerockt wordt. In het snedige “Thing about you” is hij samen met Billy Gibbons zeer lustig op dreef en op de Willie Dixon klassieker gaat het er tamelijk vettig en funky aan toe, mede dankzij een geweldige Bobby Womack. Ook in “Fancy pants” en “100 %” borrelt de rock’n’roll naar het kookpunt toe en Wood’s gitaar sneert als een vlijmscherp mes doorheen “I don’t think so”, een song die niet zou misstaan op één van de betere Stones platen.
Niet alleen Ronnie’s gitaar scheurt dat het een lust is, ook zijn vocale prestaties zijn bij momenten verbluffend. Niet dat hij een begenadigd zanger is, verre van, maar zijn rasperige stem zit de songs als gegoten. In “Why you wanna go and do a thing like that for” en “Tell me something” komt hij zelfs aardig in de buurt van Dylan.
Een knap plaatje dus en het is maar zeer de vraag of het volgende Stones album, als dat er ooit nog komt, beter zal zijn.

donderdag 23 december 2010 01:00

Steeple

Schaamteloos retro is ‘Steeple’ van Wolf People, jonge gasten die hebben zitten grasduinen in de hippie platen en wietplantages van hun ouders. Er zijn er wel meer die dezelfde bezigheden hebben, dezer dagen, zie ook Tame Impala en Dungen.
Die van Wolf People zijn er zonder veel kleerscheuren in geslaagd om doorheen de lagen psychedelica en de Hendrixiaanse gitaren voor een handvol sterke songs te zorgen. Je moet het maar doen, een song als “Tiny circle” verdacht veel naar Jethro Tull laten ruiken en die toch als een potente rocker laten klinken.
De heren flirten zowel met Cream (“Painted cross”) als met Hendrix (‘Cromtech’), ze bedrijven met evenveel verve de blues (“Castle keep”) als folkrock (“Banks of Sweet Dundee”, parts 1 & 2).
Retro als‘t maar zijn kan, en toch klinkt dit niet als belegen schimmelkaas maar wel als een nieuwe frisse portie hippievoer.
Een mens zou na het horen van zoveel fraais zowaar een ticket naar Woodstock gaan boeken, maar hou het misschien gewoon op de Antwerpse Trix op 13 januari. En vergeet uw gerief niet.

donderdag 16 december 2010 01:00

Ancestral Star

Barn Owl is een duo (Alice Coltrane en Keiji Haino) uit de underground van San Francisco die een donkere en holle sfeer scheppen op gitaren en keyboards. Het geluid dat ze voortbrengen situeert zich in een drone- en doomsfeer en brengt ons in een vreemde wereld van afgelegen spelonken waar ook Earth en Sunn O))) ten dans spelen.
Het volledig instrumentale album ‘Ancestral Star’ sluimert voort als de trage soundtrack van een nooit gemaakte film die zich afspeelt in mistige oorden, mysterieuze leemtes, donkere holtes en desolate landschappen. Bevreemdende, galmende en soms onheilspellende muziek die gebulkt gaat onder een aangehouden spanning. Moeilijk te omvatten, maar wel boeiend, en zeker niet geschikt voor onder de kerstboom.

donderdag 16 december 2010 01:00

I, Vigilante

Een heerlijke plaat waarin we nu al enkele weken geïmponeerd aan het rondzweven zijn is deze “I, Vigilante”.
Crippled Black Phoenix (met muzikanten die een verleden hebben in Mogwai, Electric Wizard en Portishead) laat zich niet in één vakje steken, het is post-rock, maar ook prog-rock en soms zelfs subtiele metal. Zowel fans van Godspeed You Black Emperor en Mogwai als die van Pink Floyd, Archive en zelfs The Waterboys komen aan hun trekken. En wie de laatste platen van Red Sparowes, Black Mountain en Anathema koestert mag hier ook zijn stoel onder tafel schuiven. 

De plaat duurt een slordige 50 minuten hoewel er amper zes nummers op staan. Het zijn allen (op de uitschuiver “Burning bridges” na) lange uitgesponnen pareltjes opgefleurd met knappe arrangementen, sierlijke strijkers, dromerige pianotoetsen, zwevende vocals, fluwelen gitaren en stomende riffs. Glasheldere emotioneel geladen meesterwerkjes als “We forgotten who we are” en “Fantastic justice” grijpen naar de keel zonder dat er ook maar een greintje meligheid mee gepaard gaat.
Het twaalf minuten durende epische “Bastogne blues” is met zijn onaardse pracht iets om stil van te worden, het nummer wordt ingezet met een ontroerende bekentenis van een oorlogsveteraan en die pakkende sfeer blijft de ganse song aan de ribben hangen.
Heel gedurfd is “Of a lifetime”, een cover van Amerikaanse slijmbalrockers Journey, maar de knappe CBP versie past wonderwel binnen de schoonheid van ‘I, Vigilante’.
Afsluiter “Burning Bridges” is misschien kenmerkend voor de veelzijdigheid die CBP hier aan de dag legt, maar als song staat dit sixties niemendalletje (kon van The Mama’s and The Papa’s zijn) hier toch een beetje overbodig te wezen. Maar goed, het dingetje duurt maar twee minuutjes en is eigenlijk een soort van hidden track, dus laten we daar verder niet moeilijk over doen
Prachtplaat.

Deep Purple heeft in de afgelopen 40 jaren al ontelbare gedaantes gehad maar de meest memorabele tijd was toch de periode 1970 tot 1972 met de onmisbare klassieke albums als ‘In Rock’, ‘Fireball’, ‘Machine Head’ en de live knaller ‘Made in Japan’.

Nog drie heren van uit die tijd hebben het uitgezongen tot op vandaag, zanger Ian Gillan, drummer Ian Paice en bassist Roger Glover. Helaas geen Ritchie Blackmore meer in de rangen, maar dat is zo een moeilijke jongen dat hij zelfs niet overeen komt met zijn eigen hond, en dat is nochtans een opgezet exemplaar. Gitarist van dienst, nu toch ook al sinds een pak jaren, is Steve Morse. Minder subtiel en meer macho dan Blackmore, maar toch weet hij zijn eigen stijl aan de groep toe te voegen zonder dat de onsterfelijke songs daarbij gezichtsverlies lijden. Hetzelfde kan gezegd worden van keyboardspeler Don Airey (ex Rainbow, de groep van Ritchie Blackmore nota bene) die de legendarische Jon Lord moet vervangen. Ook hij weet zijn virtuoze spelstijl perfect te integreren in het Purple geluid.

Gelukkig zweren de hardrockers op leeftijd ook voornamelijk bij de klassieke songs uit hun beste periode, dus qua setlist zaten we vanavond meer dan goed.
Vertrekkend met de uppercut “Highway star” werden al meteen een paar dingen duidelijk. Deep Purple klinkt anno 2010 nog steeds lekker rockend en bij wijlen flitsend, maar de strot van Ian Gillan vertoont flink wat verouderingsverschijnselen. Vooral  “Fireball” bleek wat te hoog gegrepen voor hem waardoor de anders zo splijtende song jammer genoeg een beetje de mist in ging. Anderzijds, respect, want de sympathieke Gillan kent zijn eigen beperkingen, vandaar dat hij “Child in time” al jaren wijselijk op zolder laat liggen.
De man deed immers zijn uiterste best en hij had nog altijd achter hem die ijzersterke band staan. In combinatie met de nog steeds potente songs kon er dus niet echt veel mislopen. Potige uitvoeringen van  ondermeer “Strange kind of woman” , “Hard lovin’ man” en “Maybe I’m a Leo” brachten de zaal op temperatuur. Vanaf het fenomenale “Lazy”, met geniaal werk van Don Airey, kwam de boel volledig onder stoom. Een verassend en uiterst knap “No one came” , een blits “Perfect Strangers” (één van de weinig echt goede songs uit hun latere periode) en een vlammend “Space Truckin’” volgden met dezelfde speed, klasse en energie. En u mag  “Smoke on the water” misschien wel al een paar honderd keer te veel gehoord hebben, op een podium is het nog steeds een kippenvelmoment dat beukt, spettert en hevig rockt. De song werd op geniale wijze ingeleid door een vinnig en flitsend gitaarduel tussen Steve Morse en het jonge gitaartalent Philip Sayce, die eerder op de avond al voor een pittig en stevig  voorprogramma had gezorgd.

De bisronde was met amper twee songs (covertje en overigens hun eerste hitje “Hush” en het ronkende “Black night”) toch goed voor een dik kwartier ouderwetse hardrock om van te snoepen. Want uiteraard (dit is immers Deep Purple) moest ieder groepslid nog eens zijn solo momentje krijgen en hier deden ze dat allen met verve en -ook niet onbelangrijk- net niet te lang. Vroeger konden die persoonlijke hoogstandjes wel eens een halfuur uit de hand lopen. Pas nu hebben de heren begrepen dat dit eigenlijk een beetje te veel van het goeie was. Waarvoor ouder worden niet allemaal goed kan zijn.

Setlist : Higway star - Hard lovin’ man - Maybe I’m a Leo – Strange kind of woman – Rapture of the deep – Fireball – Siver tongue – Contact lost- Guitar solo – When a blind man cries – The wel dressed guitar – Almost human – Lazy – No one came – Keyboard solo – Perfect Strangers – Space truckin’ – Smoke on the water – Hush – Black night

Organisatie: Vérone Productions

donderdag 09 december 2010 01:00

Queen of Denmark

De eindejaarslijstjes zitten er aan te komen en bij het Britse blad Mojo zijn ze wel heel voorbarig geweest. Hun januarinummer verschijnt al op 1 december en daarin staat natuurlijk de obligate album top 50 van het afgelopen jaar, kwestie van de anderen toch maar voor te zijn. Dat ze daarmee de platen die in december nog zullen verschijnen over het hoofd zien, is hoegenaamd geen bezwaar. Op nummer één van hun geforceerd lijstje zien we ene John Grant met ‘Queen of Denmark’. Weinig of nooit gehoord van deze songwriter, maar we zouden het niet op ons geweten willen hebben dat we een nieuw supertalent mislopen zijn, dus toch maar even met de nodige aandacht beluisteren, denken wij dan.
Hebben we gedaan, echt waar, maar we vinden er geen zak aan. Wij kunnen alleen maar vaststellen dat ze het bij Mojo niet allemaal meer op een rijtje hebben. Vreemd, want het is nochtans ons favoriete blad, laten we deze flater dus maar als een éénmalige dwaling beschouwen. Wat zij zo briljant vinden aan dit album ervaren wij als stoffige seventies soft pop zoals die terug te vinden is op mindere platen van pakweg Elton John of Neil Diamond. Met de beste moeite van de wereld hebben wij geen enkele song teruggevonden die ook maar een beetje blijft hangen.
John Grant, in een vorig leven frontman van het ook al weinig beduidend groepje The Czars, laat zich op ‘Queen of Denmark’ begeleiden door Midlake. Neem gerust van ons aan, als u Midlake in betere doen wil horen, wend u dan tot hun laatste werkstukje ‘The courage of others’ en vooral tot diens nog mooiere voorganger ‘The trials of Van Occupanther’. Wat de groep hier staat aan te modderen als begeleidingsbandje van dit halve songschrijverstalent is ons ook een raadsel.
En wat die gasten van Mojo bezielde om dit stuk verveling op nummer één te zetten, daar hebben we nog meer het gissen naar.

Pagina 85 van 111