logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Gavin Friday - ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 09 juni 2011 02:00

Cherish the light years

Het Amerikaanse Cold Cave komt verrassend uit de hoek met ‘Cherish the light years’, catchy synthpop en electro-wave siert de plaat. Het is hun tweede plaat trouwens, gedragen door de sterk overtuigende vocals van Wesley Eisold. Hij graaft in die oude wave/electro van Suicide, Cabaret Voltaire, Depeche Mode, New Order, Human League, Heaven 17, Pet Shop Boys en verderop Erasure en zorgt dat de waverock van Editors, Interpol en White Lies een flinke groove krijgen … Aanstekelijk inwerkend op de dansspieren en mijmerend naar die goede jaren ’80 electrowave.
Op de opener “The great pan is dead” komt nogal wat shoegaze waaien, maar daarna is het bodymovin’ met de broeierige, dansbare synthpop van o.m. “Pacing around the church”, “Confetti”, “Catacombe” en “Underworld USA”.
De laatste songs zijn gevarieerder, wat breder en opbouwender, “Alchemy & you” met blazers, de dark wave van The Cure met “Burning sage” en een ware Human League song op het afsluitende “Vilains of the moon” met gepaste vrouwelijke backing vocals …
Goed dat Cold Cave hier rondloopt en een frisse bries biedt aan die huidige stijlrichting …

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Perfume Genius en Wild Beasts
Perfume Genius aka Mike Hadreas debuteerde vorig jaar met ‘Learning’, een plaat aangrijpende, rakende, kwetsbare songs op piano, live gevat en gepast aangevuld met keys, strijkeraandoende partijen en soundcapes. De fragiele, voorzichtige stempracht van Hadreas werd aangevuld door tweede man Alan Wyffels.

Een uur lang hielden ze de aandacht close en slaagden ze erin de zaal muisstil te krijgen; het muzikale leed en de traumatische verwerkingen zijn gebaad in een donker, melancholisch sfeertje. Vol respect stond men tegenover deze twee die een rits ingehouden songs speelden, vooral nieuw materiaal, die eerder nog onafgewerkte schetsen waren, gezien ze eerder abrupt stopten. Soms kon Hadreas hoog uithalen op z’n Antony’s of op z’n This Mortal Coils. In z’n totaliteit had dit z’n charme!
En toch scheen een sprankeltje hoop door; de verlegen, overgevoelige jonge gast doorprikte dit regelmatig, gezien hij tussenin graag wel eens giechelde, grapte en het publiek bedankte voor het warme onthaal.
De twee pareltjes “Lookout lookout” en de titelong “Learning”, - ergens middenin de set toen beiden aan dezelfde piano plaats namen, en elkaar aanvulden op zang -, zorgden voor variatie, intensiteit en diepgang. Toegegeven, het zijn termen die eigenlijk wel de ganse set op z’n plaats waren door de sterke ontroering. Solo kwam hij terug en overtuigde nog door een ingenomen, intieme “Never did”.

De muzikale worstelingen terzijde gelaten, leverde de jonge beloftevolle sing/songschrijver moeiteloos een sobere set af, een donker wolkendek op deze zomerse avond.

We moesten even aanpassen om ons te concentreren op de tweede gig van de avond, The Wild Beasts. De belangvolle indieband klinkt op de recente derde cd ‘Smother’ subtieler, intenser, sensueler en persoonlijker. De songs zijn met finesse uitgewerkt, hebben verrassende wendingen en stralen een lichte dreiging en mysterie uit zonder hun melodieuze gevoeligheid te verliezen; op die manier worden ze live sterk gebracht.
Fraaie, heerlijke, warme (opbouwende) songs, waarin een grotere rol is weggelegd voor toetsen en elektronica en die bepaald worden door de zangmelodieën van het duo Thorpe – Fleming, dromerig, verleidelijk, eigenzinnig en intelligent.
De fijne set had een ongehoorde finale van minutieus uitgewerkte gitaarmotiefjes en synthmelodieën, die door elkaar kronkelden en door de opvallende stukjes percussie je verder in hun muzikale leefwereld trokken. Jawel, langzaam maar zeker pakten ze je compleet in!

De Wild Beasts klinken als gevaarlijke wolven in schaapskleren. Een niet te missen buitenbeentje met een overtuigende muzikale boodschap!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota) 

donderdag 19 mei 2011 02:00

Public strain

Het titelloos debuutalbum van deze band is aan ons voorbij gegaan, maar de basis van hun lofinoisepop horen we terug op de opvolger van het kwartet door de gitaarriedels  en de onderhuidse noisy sound.
Psychedelische lofi rammelpoprock, sfeervol en dromerig , maar intrigerend door de repetitieve structuren en een zweverige zang. Het geheel klinkt iets gematigder en toegankelijker. Naar het eind toe op “Venice lockjaw” en “Eyesore”, klinkt de groep voor z’n doen melodieus, integer en emotievol!
In de eerste songs als “Can’t you see”, “Heat distraction” en “Narrow with the hall” klinkt er iets meer shoegaze, “Drag open” op z’n beurt kon zo van de hand van Sonic Youth zijn en  daarna houdt de band het vooral op hun uniek treffende stijl.
‘Public strain’ is alvast een aangename ontdekking van deze bijzonder goed gevonden groepsnaam en we kijken alvast uit wat ze verder in petto zullen hebben, want de volgende kan misschien wel raak zijn voor een groter publiek …

donderdag 19 mei 2011 02:00

Endlessly

In 2008 had Duffy, uit Wales afkomstig een millionseller uit, ‘Rockferry’, die met singles als “No mercy”, “Warwick avenue”, “Stepping stone” en de titelsong een handvol aardig in soul gedrenkte popsongs uithad. Haar doorleefd, indringend en licht krakend stemgeluid gaf elan en kleur. Een ‘Waaaw’ gevoel dus en wat waren we toch onder de indruk van deze groovy, sensuele, zwoele soulpop met jazzy loops en orkestraties. De Motown pop en Dusty Springfield werd dichter bij de huidige revelatie ‘revival’ dames gebracht als Adele en Amy Winehouse.
De muzikale schoonheid vinden we eveneens terug op de opvolger, maar het raakt minder .  Opnieuw is er de afwisseling van sfeervolle ballads en ietwat luchtige pop, die van orkestratie kunnen doordrongen zijn. Maar de sound en haar stem zijn minder indringend. Deze keer kwamen The Roots op de proppen als begeleidingsband en stond Albert Hammond (papa van Jr Stroke – die ook al een pak hits op z’n naam heeft als “The air that I breathe”, “When I need you” en “To all the girls I’ve loved before”) in voor de productie.
“My boy”, “Well, well, well” en “Girl” hebben de meeste levendigheid, de andere rits nummers baden in uiterst ‘easy listening music’.
Een geslaagd album, dat wel, maar minder overtuigend dan het debuut.

Les Nuits Botanique 2011 - alle zalen – Third Eye Foundation Night, Dark-Dark-Dark en Intergalactic Lovers

Tonight’s the night’ voor de doorwinterde elektronica liefheffer want er was de Third Eye Foundation Night, waarbij de vier artiesten eerst elk hun ding deden om tot slot een schitterende laptop/soundscape/klankenspectrum finale los te laten in de Orangerie. Verder kon je in de Bota terecht voor gitaarrock in de Chapiteau met o.m. Pigeon Detectives en één van de opkomende Belgische talenten, Intergalactic Lovers. Maar het addertje onder het gras, was het beloftevolle Amerikaanse Dark Dark Dark in de Grand Salon …

Goed op elkaar zijn ze ingespeeld, dit niet te onderschatten Amerikaans bandje Dark Dark Dark (GS). Het kwintet, een beetje uit alle uithoeken van de VS, zorgt voor dramatiek en speelsheid in de songs bepaald door de warme stem van de imposante Nona Marie Invie. Met een instrumentarium van piano, accordeon, akoestische en elektrische gitaar, een ingehouden drumpartij en soms mooi aangevuld met hobo, trompet, wordt sober en krachtiger een cabaresk sfeertje gecreëerd van het kwintet, dat neigt naar het vroegere Dresden Dolls. Melancholie en tristesse sijpelen door bij deze Amerikanen …

Een mooie toekomst is ook weggelegd voor het O-Vlaamse Intergalactic Lovers (Chapiteau). Bij ons in Vlaanderen hoeven ze zich niet meer te bewijzen. Het debuut ‘Greetings & Salutations' leverde al twee puike singles op nl “Fade away” en “Delay”… Eerder hadden ze al het O-Vlaams rockconcours en de Beloften op hun naam geschreven.
Onze Franstalige vrienden moeten wel nog wat overtuigd worden , vandaar dat de programmatie tijdens Les Nuits Bota mooi meegenomen was. Het kwartet brengt broeierige, vernuftig in elkaar gestoken poprock, met een toegankelijk en grillig, donker randje, ondersteund van synthloops en een emotievolle zang van Lara Chadraoui (Libanese roots), die live terecht referenties oproept van Feist en Cat Power. “She wolf” en “Howl” onderstreepten de gelaagde gitaarpop, “Drive” een spannende opbouw en “Bruises” was de gedroomde popsong, die elan kreeg door steelpedal en Lisa's zang. De twee singles ontbraken niet. Deze band stond er, kon op aardig wat belangstelling rekenen en werd alvast goed onthaald. De festivalzomer lacht hen toe …

We proefden even de frisse, catchy en luchtige electropop van het jonge beloftevolle Canadese Young Empires (Chapiteau), die opzwepende punkfunk ritmes van een Friendly Fires toevoegt en een zang die refereerde aan Andy McCluskey van OMD.

De postpunk van The Pigeon Detectives (Chapiteau), die na drie jaar terug zijn, trokken fel van leer met hun broeierige, strakke, bruisende rock. Toch niet steeds overtuigend, daarvoor zijn de songs een beetje teveel van hetzelfde, maar ze zijn nog steeds een groep die er live staat en een 70’s Clash attitude uitstraalden …

Een speciale avond was het in de Orangerie om de release van het vijfde album van The Third Eye Foundation te vieren, het project van Matt Elliott, die in ’96 debuteerde na Flyer Saucer Attack en samen met Coldcut aardig wat laptops op de livegigs toevoegt. Na het gekende ‘Little Lost Soul’, tien jaar geleden verschenen, en  vijf jaar na de laatste release  komt Matt Elliott met ‘The Dark’ terug, een plaat waar hij al zijn talenten bij elkaar heeft geschraapt, en wordt bijgestaan door Chris Cole (Manyfingers), Chris Adams (Bracken / Hood) en Chapelier Fou.
Bijna anderhalf uur werden we ondergedompeld in een web van abstracte elektronica, (laptop/soundscape/ambient), klankenspectrum, stoorzendergeluidjes en electro, aangevuld met een dwarrelende gitaar, cello en viool. Het kwartet liet veel aan de verbeelding over, maar klonk door de mistige sounds soms pittig, onheilspellend, dreigend en spooky. Deze elektronicatechneuten gingen op die manier minder zalvend dan een Boards of Canada te werk en klonken minder toegankelijk dan de huidige Mouse On Mars.

Eerder speelde elk bandlid een soloset: Elliott zelf beperkte zich grotendeels tot een akoestische set en wat sounds, Manyfingers aka Chris Cole stoeide met geluiden en bleek achterna meest bezig met experimentjes. Hij haalde allerlei filmorkestraties aan in dit grillig elektronicaweb en bood avontuurlijke wendingen. Gepassioneerd en gedreven was hij bezig en voegde er soms nog een drumpartijtje en een cello aan toe.
Bracken hield van sferische soundscapes in de traditie van de Boards of Canada en Future Sound Of London, maar hij is met z’n tijd mee en voegde er dubstep/drum’n’bass aan toe en met een donker Ed Rush & Optical kantje ...

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

donderdag 12 mei 2011 02:00

Kiss each other clean

Sam Beam, de talentrijke Amerikaanse singer/songwriter achter Iron & Wine, is een bezige bij hoor. Naast de ingetogen folkamericana liet hij op de vorige cd ‘The Shepherd’s Dog’ (2007) al een bredere, extraverte aanpak horen en ook de dubbelaar ‘Around the well’ van twee jaar terug, omvat een mooie compilatie van b kantjes en materiaal dat door de jaren niet eerder werd uitgebracht.
Op die manier is de muzikale rit van ‘Kiss each other clean’ te begrijpen, want Beam is ondertussen uitgegroeid tot een popsmid, die varieert van ingenomen naar brede, frisse en luchtige variaties van pop, americana, folk, psychedelica en een vleugje afro. Hij blikt terug naar de ‘70s retrorock en valt op met talrijke composities als “Walking far from home”, “Me & Lazarus”, “Half moon”, “Rabbit will run”, sfeervolle americana naar de intens broeierige “Big burned hand” en de groots opgezette, prachtige afsluiter “Your fake name is good enough for me”, die maar liefst zeven minuten duurt. De intimiteit ontdek je tussenin, in de geest van Cat Stevens, Donovan, Nick Drake en Paul Simon, gedragen door z’n warme, melancholische stem.
Deze interessante Amerikaanse singer/songwriter blijft niet per plaatse trappelen in zelfingenomenheid, maar zorgt voor een brede horizont en invloedssferen, rijk, avontuurlijk en toegankelijk. Hij kan achterom kijken naar artiesten als Sufjan Stevens en Midlake, en weet ons nog steeds te verbazen in z’n tienjarige carrière.

donderdag 12 mei 2011 02:00

Zeroes QC

Uit Montréal, Canada zijn ze afkomstig, dit weird collectief Suuns die indierock moeiteloos mengt met krautrock …door dromerige, knisperende, trancegerichte en repeterende elektronicatunes, grommend (elektronisch) vernuft, verdwaalde, schurende gitaren en een zwevende, ijle soms onverstaanbare praatzang van Ben Schermie … Suuns, voor wie houdt van Holy Fuck, Battles, Liars of Caribou, of het zoekt bij oudjes Spacemaen 3, Suicide en Kraftwerk.
Een spannend, broeierige, intrigerende sound, doeltreffend, dreigend en onheilspellend; de songs, twee tussendoortjes niet inbegrepen, zijn avontuurlijk én toegankelijk, maar ook een beetje spooky. De toegevoegde sax vormt in dit concept een meerwaarde en doet terecht een Lost Highway sfeertje oproepen.
We houden er wel van en ze zijn zeker een toegevoegde waarde … Te koesteren!

donderdag 12 mei 2011 02:00

Hundreds

Het Hamburgse duo Eva en Philipp Millner hebben een sfeervol, dromerig, melancholisch debuut uit, een palet van een elektronische klankkleur, waarin trippop en etherische pop sluimert. Ze halen invloeden aan van landgenoten Notwist en Lali Puna, door o.m. de knisperende elektronica. Die Duitse elektronicascène roert best aangenaam in dezelfde stijl. De eerste drie songs, “Solace”, “Grab the sunset” en “Happy virus” vormen het cachet van de plaat. “Song for a sailor”, ergens middenin en “Let’s write the streets”, op het eind, klinken iets aanstekelijker en krachtiger dan de doorsnee ‘donkere’ droompop van het duo.

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Villagers - Miles Kane

Om vinger aan de pols te houden wat het muzikaal hart van de Bota biedt, is het dus leuk meegenomen eens in elk zaaltje te vertoeven.
Op die manier ging vanavond onze tocht van de Rotonde (Colourmusic/Miles Kane)  naar de Grand Salon (Kiss the anus of a black cat) en eindigde het in de Chapiteau met het beloftevolle Villagers.

Eventjes perplex waren we van Colourmusic (Rotonde), een band uit Oklahoma, die  nogal loodzware alternatieve psychedelische prairie rock loslieten. De songs met een licht overwaaiende praatzang hadden vaart. De leden stoeiden met pedaaleffects, fuzz en noise en zorgden met de toevoeging van een dubbele percussie voor een opzwepend, hitsende sound. De repeterende, donkere basses en de logge ritmes waren de rode draad doorheen het krachtige geluid. We herkenden tunes van My Bloody Valentine en A storm of light. Treffende Gestructureerde Chaos …

De dreigende donkere ‘dark’ folk van vroeger bij het Belgische Kiss the anus of a black cat (Grand Salon) ervaarden we minder op de nieuwe songs. Het klinkt gemoedelijker, eenvoudiger, zonder z’n complexiteit te verliezen. Dramatiek en mystiek zijn gegeerde thema’s, het kwartet speelde in een repetitie opstelling en bracht sober ingehouden materiaal die door de repeterende ritmes crescendo konden gaan. Op die manier werden we meegezogen in hun bedwelmend, hypnotiserend, meeslepend semi-akoestisch materiaal, die vooral het recente ‘Hewers of wood and drawers of water’ voorop stelt.

Een glimp hoorden we nog van Lucy Lucy! (Chapiteau) , die onderdak vonden bij het 62TV Record Label. Het ensemble zweept met ‘dertien-in-een-dozijn’ Britpopmelodieën van onschuldige, strakke melodieuze rock; soms kwam de band er aardig mee weg met die broeierige pop, maar het geheel verbleekte, en wist niet ten volle te raken.

We keken uit naar Miles Kane die een nokvolle Rotonde op z’n knieën kreeg ... Inderdaad, hier was de Britpopliefhebber voor gekomen. Kane debuteerde onlangs solo met ‘The colour of the trap’, na het uiteenvallen van z’n bandje The Rascals, een fijne verzameling liedjes die de melodieuze Britrock van Oasis en The Beatles dierbaar zijn en zich door het snedig soms onheilspellend gitaarwerk onderscheiden. Ook hoorden we hier invloeden van The Last Shadow Prophets, z’n samenwerking met Arctic Monkey’s lid Alex Turner.
Er werd stevig gestart met gierende gitaren, “Better left invisible” en “Kingcrawler”, die meteen sterk onthaald werden. Dan klonk hij met z’n nieuwe band gematigder en konden zelfs de toetsen een meer prominente rol innemen naast het gitaarwerk, waaronder “My fantasy” en de luidkeels meegezongen “Rearrange”, de single van de doorbraak.
Verder hoorden we een gevarieerde set van broeierig en sfeervol werk, om tot slot stevig te eindigen met “Come closer”, “Hey bulldog” (cover) en “Inhaler”. Een donkere, ingetogen Jesus & Mary Chain van de broers Reid sijpelde door in de titelsong van z’n solo debuut.
Miles Kane plezierde de Britpopharten ongetwijfeld …

Het beloftevolle Villagers besloot in de Chapiteau, het project van de Ierse sing/songwriter Conor J. O’Brien, die eerder al een succesvolle passage kende in de Bota. Hij debuteerde vorig jaar met ‘Becoming a Jackal’, en is in één adem op te noemen met het werk van Bright Eyes en Bon Iver. Hij put trouwens  uit de traditie van de Brits/Ierse folkmuziek en de onvolprezen Elliott Smith.
Hij ondersteunde z’n intieme, hartverwarmende songs met een full band en liet ruimte om enkele songs solo lofi sober en elegant te spelen. Hij kreeg meteen de tent muisstil met het pakkende “Cecelia”, die door summier gitaargetokkel en z’n indringende stem de aandacht trok. Naar het eind van de set deed hij hetzelfde met enkele ingehouden songs, solo of sober begeleid, en ondanks de ietwat schorre stem, palmde hij z’n publiek in met adembenemende songs als “To be counted among man”, “27 strangers” en “Pact (I’ll be your fever)” die een Bon Iver gestalte kregen.
Tussenin was het genieten van de sfeervolle sing/songwriting, indiefolk/americana ‘kamer’ pop van O’Brien en de zijnen, “Ritual”, “The bell” en “Greatful song” waren al een interessante rits nieuwe songs en intrigeerden naast het debuut van “Set the tigers free”, “Home” en de titelsong. Het avontuurlijke, grillige “Ship of promises” besloot na bijna anderhalf uur de boeiende set.
In de bis hoorden we spannend semi-akoestische droompop, “Newfound land”, “Memoir” en “Sunlit stage”, die onderstrepen dat deze artiest met z’n band een beloftevolle toekomst tegemoet gaat …

Organisatie: Botanique Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Miles Kane – Villagers

Om vinger aan de pols te houden wat het muzikaal hart van de Bota biedt, is het dus leuk meegenomen eens in elk zaaltje te vertoeven.
Op die manier ging vanavond onze tocht van de Rotonde (Colourmusic/Miles Kane)  naar de Grand Salon (Kiss the anus of a black cat) en eindigde het in de Chapiteau met het beloftevolle Villagers.

Eventjes perplex waren we van Colourmusic (Rotonde), een band uit Oklahoma, die  nogal loodzware alternatieve psychedelische prairie rock loslieten. De songs met een licht overwaaiende praatzang hadden vaart. De leden stoeiden met pedaaleffects, fuzz en noise en zorgden met de toevoeging van een dubbele percussie voor een opzwepend, hitsende sound. De repeterende, donkere basses en de logge ritmes waren de rode draad doorheen het krachtige geluid. We herkenden tunes van My Bloody Valentine en A storm of light. Treffende Gestructureerde Chaos …

De dreigende donkere ‘dark’ folk van vroeger bij het Belgische Kiss the anus of a black cat (Grand Salon) ervaarden we minder op de nieuwe songs. Het klinkt gemoedelijker, eenvoudiger, zonder z’n complexiteit te verliezen. Dramatiek en mystiek zijn gegeerde thema’s, het kwartet speelde in een repetitie opstelling en bracht sober ingehouden materiaal die door de repeterende ritmes crescendo konden gaan. Op die manier werden we meegezogen in hun bedwelmend, hypnotiserend, meeslepend semi-akoestisch materiaal, die vooral het recente ‘Hewers of wood and drawers of water’ voorop stelt.

Een glimp hoorden we nog van Lucy Lucy! (Chapiteau) , die onderdak vonden bij het 62TV Record Label. Het ensemble zweept met ‘dertien-in-een-dozijn’ Britpopmelodieën van onschuldige, strakke melodieuze rock; soms kwam de band er aardig mee weg met die broeierige pop, maar het geheel verbleekte, en wist niet ten volle te raken.

We keken uit naar Miles Kane die een nokvolle Rotonde op z’n knieën kreeg ... Inderdaad, hier was de Britpopliefhebber voor gekomen. Kane debuteerde onlangs solo met ‘The colour of the trap’, na het uiteenvallen van z’n bandje The Rascals, een fijne verzameling liedjes die de melodieuze Britrock van Oasis en The Beatles dierbaar zijn en zich door het snedig soms onheilspellend gitaarwerk onderscheiden. Ook hoorden we hier invloeden van The Last Shadow Prophets, z’n samenwerking met Arctic Monkey’s lid Alex Turner.
Er werd stevig gestart met gierende gitaren, “Better left invisible” en “Kingcrawler”, die meteen sterk onthaald werden. Dan klonk hij met z’n nieuwe band gematigder en konden zelfs de toetsen een meer prominente rol innemen naast het gitaarwerk, waaronder “My fantasy” en de luidkeels meegezongen “Rearrange”, de single van de doorbraak.
Verder hoorden we een gevarieerde set van broeierig en sfeervol werk, om tot slot stevig te eindigen met “Come closer”, “Hey bulldog” (cover) en “Inhaler”. Een donkere, ingetogen Jesus & Mary Chain van de broers Reid sijpelde door in de titelsong van z’n solo debuut.
Miles Kane plezierde de Britpopharten ongetwijfeld …

Het beloftevolle Villagers besloot in de Chapiteau, het project van de Ierse sing/songwriter Conor J. O’Brien, die eerder al een succesvolle passage kende in de Bota. Hij debuteerde vorig jaar met ‘Becoming a Jackal’, en is in één adem op te noemen met het werk van Bright Eyes en Bon Iver. Hij put trouwens  uit de traditie van de Brits/Ierse folkmuziek en de onvolprezen Elliott Smith.
Hij ondersteunde z’n intieme, hartverwarmende songs met een full band en liet ruimte om enkele songs solo lofi sober en elegant te spelen. Hij kreeg meteen de tent muisstil met het pakkende “Cecelia”, die door summier gitaargetokkel en z’n indringende stem de aandacht trok. Naar het eind van de set deed hij hetzelfde met enkele ingehouden songs, solo of sober begeleid, en ondanks de ietwat schorre stem, palmde hij z’n publiek in met adembenemende songs als “To be counted among man”, “27 strangers” en “Pact (I’ll be your fever)” die een Bon Iver gestalte kregen.
Tussenin was het genieten van de sfeervolle sing/songwriting, indiefolk/americana ‘kamer’ pop van O’Brien en de zijnen, “Ritual”, “The bell” en “Greatful song” waren al een interessante rits nieuwe songs en intrigeerden naast het debuut van “Set the tigers free”, “Home” en de titelsong. Het avontuurlijke, grillige “Ship of promises” besloot na bijna anderhalf uur de boeiende set.
In de bis hoorden we spannend semi-akoestische droompop, “Newfound land”, “Memoir” en “Sunlit stage”, die onderstrepen dat deze artiest met z’n band een beloftevolle toekomst tegemoet gaat …

Organisatie: Botanique Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Pagina 118 van 180