logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

Black Diamond Heavies

Black Diamond Heavies - voorlopig afscheid van een fenomenale band

Geschreven door

Black Diamond Heavies live bezig zien kan bijzonder verslavend werken, zo was hun optreden in de Trix de elfde keer dat ik hiervan getuige was. Nu kreeg ik daar ook ruimschoots de kans toe want het duo is haast voortdurend op de baan en maakte de laatste vier maand alleen al driemaal de oversteek naar Europa.

John Wesley Myers schreeuwt zich met zijn donkerbruine schuurpapieren stem de ziel uit het goed getrainde lijf terwijl hij fenomenaal tekeergaat op zijn Fender Rhodes en daar bovenop nog op een tweede toetsenbord voor een pompende bas zorgt. Dat hij telkens opnieuw alles geeft wat hij in zich heeft bewijst de plas zweet (letterlijk) waarin hij zijn optredens steevast eindigt. Hierbij wordt hij perfect aangevuld door de wonderbaarlijke drummer Van Campbell die John telkens blindelings vindt. Hierbij lijkt hij wel te communiceren met zijn drumstel door het met de vreemdste blikken te taxeren.
Een setlist kennen ze niet en hun optreden in de Trix bestond zeker uit drievierden andere songs dan de avond voordien in La Chimère in Lille. Niets dan hoogtepunten waarbij ik toch een weeral indrukwekkend "Fever in my blood" en een verschrikkelijk stompend "Poor brown sugar" wil vermelden. Naast die eigen nummers hebben de Black Diamond Heavies zich een hele reeks covers eigen gemaakt die het origineel soms ver overstijgen. Zo zou je bij hun versie van "Ain't talkin' about love" (nu uit op single) bijna vergeten wat voor een kutband Van Halen eigenlijk was. Ook hier "Oh, sinnerman" van Nina Simone, één van de weinige nummers die ze altijd spelen en steeds langer en imposanter lijkt te worden door de geniale tussenstukjes. Toch was er één song die alles overtrof: Junior Kimbrough's "Baby, please don't leave me" dat een gitzwarte bewerking kreeg en waarbij het leek alsof de demon zelf in John Wesley Myers was gevaren. Nooit eerder zag ik zijn ogen zo vuur schieten. Nog maar eens een weergaloos optreden, dat kon zelfs een pianopanne (die John in de kortste keren met een schroevendraaier oploste) niet verhinderen.
Voorlopig worden de Black Diamond Heavies op non-actief geplaatst en gaan beide heren zich met andere projecten bezig houden. John wordt lid van ‘Cut In The Hill Gang’, de nieuwe groep van Soledad Brothers opperhoofd Johnny Walker en komt zo reeds op 12 november naar de 4AD. Van Campbell gaat in de States toeren met stadsgenoot (Louisville, Kentucky) Bonnie ‘Prince’ Billy en maakt zo deel uit van ‘The Cairo Gang’.

Voor de Heavies hadden we Elliott Brood uit Toronto ook al een erg overtuigende set zien spelen. Dit drietal bedacht voor hun muziek de term ‘death country’ maar hun uptempo nummers klonken toch verdacht opgewekt. Daarvoor zorgden rammelende akoestische gitaren, banjo's en ukeleles. Toch waren het vooral de tragere songs die de diepste indruk nalieten. En de momenten waarop een zittende Casey Laforet, die tevens op zijn sokken een stel baspedalen bediende, atmosferische klanken uit zijn elektrische gitaar kneep werd het akelig mooi. Die combinatie van opzwepende folk, country of hillbilly en meer dreigende hypnotiserende lappen rock werkte verrassend goed en maakt van Elliott Brood een redelijk unieke band.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Trix, Antwerpen

Black Diamond Heavies

Black Diamond Heavies: De hemel bevond zich even in Wattrelos

Geschreven door
Precies 14 dagen na hun verpletterende doortocht in de 4AD zag ik de Black Diamond Heavies terug in Wattrelos (voorstad van Lille). La Boîte à Musiques is best een leuke zaal maar er zijn toch een paar serieuze mankementen. Zo is het podium wat aan de lage kant maar vooral het ontbreken van een bar, een oud Frans zeer, was een bron van ergernis. Er was wel iets geïmproviseerd in de kelder maar het vooraf uitgeschonken bier bleek nogal aan de lauwe kant.


Uit beleefdheid toch een paar woorden over de twee eerste bands, hoewel hun prestatie in het niets verdwijnt na het zien van de Black Diamond Heavies.
Boogie Balagan combineerde Arabisch geïnspireerde zanglijnen met stevig gitaarwerk maar behalve de juiste line-up (2 gitaren en drums) valt hier niet veel positiefs over te vertellen.
Het Belgisch-Franse Stinky Lou & The Goon Mat is eigenlijk een one-man band met twee extra leden (zelfgemaakte éénsnarige bas en mondharmonica) die blues brengt in pure Fat Possum-stijl. Ze begonnen heel sterk maar na een tijdje begon het wel erg overstuurde geluid in hun nadeel te werken. Aan enthousiasme hadden ze evenwel geen gebrek.

Maar we waren hier voor de Black Diamond Heavies en we wilden zo graag eens weten of ze die glansprestatie van in Diksmuide nog eens konden overdoen. Want was dat geen toevalstreffer of hadden ze die avond misschien een verdachte banaan gegeten? Blijkbaar niet want dit optreden was weer een fameuze mokerslag waarvan ik na een paar dagen nog niet bekomen was. Wat dit duo aan intensiteit op een podium etaleert grenst aan het onwaarschijnlijke. Zanger John Wesley Myers, die zich tegenwoordig als Reverend James Leg laat aanspreken, is naast het podium een ietwat verlegen man die zelf nooit iemand zal aanspreken maar eenmaal erop verandert hij in een bezeten performer van een soort waarvan er op deze wereld niet veel rondlopen. Naast zijn indrukwekkende schorre strot die zich met die van Tom Waits kan meten beschikt hij ook over twee gouden handen waarmee hij zijn Fender Rhodes martelt en tegelijk met de bastoetsen hun sound een ongelooflijke drive geeft. Daarbij wordt hij geholpen door de superbe drummer Van Campbell, die de ene stick na de andere aan flarden mepte. Het optreden begon net als in Diksmuide met "Nutbush city limits" (Ike &Tina) maar daarna was de volgorde kompleet anders en doken er ook een paar andere nummers op. Een setlist hebben ze trouwens niet. Absoluut hoogtepunt vond ik het hypnotiserende "Baby please don't leave me", oorspronkelijk van Junior Kimbrough, dat ze opdiepten uit hun prille beginperiode toen gitarist Mark ‘Porkchop’ Holder nog de zanger was. Maar die werd afgevoerd toen bleek dat hij niet wou toeren en gingen ze noodgedwongen met zijn tweeën door. Zijn vertrek bleek achteraf een zegen.
De heren spelen nogal wat covers : Nina Simone, T-Model Ford, Van Halen en AC/DC (het onvermijdelijke "It's a long way to the top if you wanna rock ’n roll” en hoe uiteenlopend die nummers ook zijn, eenmaal in de Black Diamond Heavies-blender worden het allemaal pareltjes die perfect passen in het geheel.

Black Diamond Heavies zijn dan ook veel meer dan zomaar een garagebandje: soul, blues, gospel, ze hebben het allemaal in de vingers. Dit is -ik wik mijn woorden- één van de beste live-bands, zoniet dé beste, van de laatste tien jaar. Pompend en zuigend sleuren ze je, op een nog ambachtelijke wijze, onverbiddelijk mee naar een muzikaal universum, ver weg van deze sombere wereld, waar ik eeuwig zou willen toeven. Ik heb nu al heimwee maar gelukkig komen ze in juni al terug naar Europa. Of ze België aandoen is nog niet geweten maar er zijn al een drietal optredens in Nederland gepland.
Een nog steeds duizelige Ollie

Black Diamond Heavies

Every damn time

Geschreven door

Vunzige blues zonder gitaren. U had het nog nooit gehoord ? Wij ook niet. Het kan, deze Black Diamond Heavies doen het op ‘Every damn time’ en het klinkt absoluut te gek. Hun gitarist is het afgestapt en de twee koppige heren hebben besloten hem niet te vervangen en alleen verder te doen. Met geweldig resultaat, moeten we zeggen. De gitaar missen we hier geenszins, en dat komt door het smerigste orgel dat u in uw leven al gehoord heeft. Een duo, zegt u ? die bovendien nog rauwe rock en blues speelt ? de onvermijdelijke vergelijkingen met White Stripes, Black Keys en The Kills dringen zich dus op. Yep, en wat dan nog ?
Wat betreft intensiteit zitten deze BDH immers op hetzelfde niveau van voormelde bands. Qua gruizige rock en blues gaan we de referenties nog wat dieper in de modderpoel van de underground zoeken, namelijk bij de vettige distortion blues van The Black Eyed Snakes of van The Immortal Lee County Killers. Geen toeval blijkt, want zanger/keyboardspeler John Wesley Myers zou in een vorig leven nog bij de ILCK gespeeld hebben. De blues en soul die dit duo speelt is doorleefd, ruig, vuil, vet en korrelig.
Kortom, rechtstreeks vanuit de modder.  Myers’ stem is voorzien van een regelrechte Tom Waits rochel (de gelijkenissen met de grootheid zijn vaak akelig close), zijn orgelpartijen zijn vies, smerig en funky as hell en ze geven de plaat een bij momenten lekker zompig seventies karakter.  De drums van Van Campbell roffelen als de beesten. Deze combinatie werkt dus allerbest.
Fenomenaal hoogtepunt is de 8 minuten lange trage blues “All to hell”, perfecte titel als je ’t ons vraagt. Voor de rest gaat er wat sneller en heter aan toe en klinkt de band  als The Doors die Jim Morrison hebben buitengewipt en vervangen door Tom Waits en dan ergens in een ondergronds donker hol een jamsessie hebben gehouden nadat ze eerst een kist van de strafste whisky hebben soldaat gemaakt.
U raadt het al, dit plaatje stemt ons bijzonder tevreden.