logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (5 Items)

Dead Can Dance

Our Day Will Come -single-

Geschreven door

Dead Can Dance is terug, met een single en met een paar boodschappen. “Our Day Will Come” is een eerste teken van leven sinds de reünie-albums (‘Anastasis’ uit 2012 en ‘Dionysus’ uit 20218) en de Japans geïnspireerde single “Mushin” uit 2021 van de Brits-Australische band rond Brendan Perry en Lisa Gerard.
Dead Can Dance waren in de jaren ’80 de grondleggers van de neofolk-darkwave of noem het ambient world music. Dat er in 2026 opnieuw nieuwe muziek uitkomt, is mooi. We zijn blij om de bariton van Brendan Perry terug te horen en muzikaal ligt dit helemaal in het straatje van Dead Can Dance. Er hangen evenwel twee boodschappen aan vast. Dead Can Dance kiest ervoor om in de digitale wereld alle streamingdiensten te negeren, behalve Bandcamp. Omdat die diensten artiesten uitbuiten en AI-muziek promoten. Deze single zal digitaal dus enkel via Bandcamp beluisterd kunnen worden. Elke volgende maand zouden er nog meer nieuwe singles moeten volgen, telkens met artwork en met de teksten erbij.
De tweede boodschap is politiek/maatschappelijk. De helft van de opbrengst van deze single gaat naar medische hulp voor de Palestijnen. De band trekt daarbij parallellen met het Ierse volk dat streeft naar een verenigd, eengemaakt Ierland, bevrijd van de ‘kolonisator’. De songtitel is een rechtstreekse referentie naar die strijdslogan voor een verenigd Ierland.

https://deadcandance.bandcamp.com/album/our-day-will-come

Pelican Dealer

Pelican Dealer - Eigenlijk is er niet echt een specifiek publiek dat we willen aanspreken. We brengen gewoon de muziek die we zelf goed vinden. En dan zien we wel wie ons daarin wil volgen

Geschreven door

Pelican Dealer - Eigenlijk is er niet echt een specifiek publiek dat we willen aanspreken. We brengen gewoon de muziek die we zelf goed vinden. En dan zien we wel wie ons daarin wil volgen

Pelican Dealer is het liefdeskind van Leuvense gebroeders Mulier en het West-Vlaamse duo Pyfferoen en Slabbinck. De band combineert beklijvende melodieen, verschroeiende gitaarriffs met lyrics, die ons tot nadenken stemmen, van de complexiteit van moderne relaties, tot de strijd van het menselijk ‘zijn’.
Pelican Dealer is een bewijs van onmiskenbare energie en passie. Ze brengen een frisse en scherpe kijk op het rockgenre. Midden maart kwam de single “White Noise” op de markt, later volgt nog een album. De band staat eind maart in het voorprogramma van XINK in de AB, Brussel en dat is al meteen een mijlpaal. Van een sterke start gesproken …
We hadden hierover een zeer aangenaam gesprek met de broers Mullier, die ook de toekomstplannen uit de doeken deden.

Wie zijn Pelican Dealer? Heeft de naam een bepaalde betekenis en wie zijn jullie grote inspiratiebronnen?
Jasper: We zaten in het verleden in enkele bandjes, en toen daar een punt achter werd gezet besloten wij als gebroeders om samen muziek te gaan schrijven. Mats is de tekstschrijver binnen de band. Ik doe hoofdzakelijk het arrangement. Ikzelf heb een jaar in PXL music in Hasselt gezeten, en daar onze drummer en tweede gitarist leren kennen. Zo is het eigenlijk begonnen, achter de naam zit niet echt een spannend verhaal.
Mats:  Ik was over drugs bezig terwijl onze drummer het over een pelikaan had. Dat vat het zo een beetje samen

Op jullie vi.be pagina lees ik ‘De band combineert beklijvende melodieën, verschroeiende gitaarriffs met lyrics, die ons tot nadenken stemmen, van de complexiteit van moderne relaties, tot de strijd van het menselijk ‘zijn’. Zeer interessant, maar kun je daar eens wat meer over vertellen?
Mats: alles in de teksten gaat over waargebeurde verhalen. Die we beide hebben meegemaakt. Zoals  over de lijn tussen jeugd en jong volwassen worden, en wat dit me je doet als mens. Dat je u veel in vraag stelt, zoals waar ben ik nu en waar wil ik heen. Ook gebeurtenissen vlak na een relatie die vrij heftig is geweest. Wat dit met je doet, daar gaan veel teksten over. Of het creëren van een droomwereld.  Of in een nachtleven gaan duiken en op zoek zijn naar extreme prikkels. Het komt allemaal aan bod.
Jasper: Bij de uitkomende single (midden maart)  ‘White Noise ‘ komt dat persoonlijk verhaal al aan bod,  niet alleen binnen de tekst maar ook de vibe binnen de muziek.

‘White Noise’ is de eerste single van hun aankomend album. Een mokerslag die veel kanten uitgaat,  ergens toegankelijk, maar ook ergens buiten de lijntjes kleuren; is dat een bewuste keuze geweest om zo tewerk te gaan?
Jasper/Mats: Dank voor het compliment, want dat is compleet de bedoeling geweest eigenlijk. We zijn beide liefhebber van alternatieve muziek. Mats zit binnen dat alternatieve luik meer binnen dat zwaarmoedige, terwijl ik me meer kan vinden binnen het toegankelijke of lichtvoetigere onderdeel van die alternatieve muziek. Die twee kanten van onszelf hebben we in elk geval willen samen brengen binnen onze muziek. Dat zal altijd een beetje terugkomen trouwens, niet alleen in deze single, die botsingen tussen het Lichtmoedige en het eerder zware en serieuze binnen die alternatieve muziek. Onze producer staat  er bekend om , om net het Vuile randje daaraan  toe te voegen, en visa versa.

Is de single een voorbode van hoe de plaat zal klinken, of volgen er nog verrassende wendingen?
Die single is enkel een tipje van de sluier, want de uitkomende plaat  gaat echt naar alle hoeken en kanten uitgaan. Alles past  wel een beetje samen, maar als je het afzonderlijk beluistert zal het vooral heel veelzijdig zijn wat je te horen krijgt, doordat elke song zijn eigen verhaal vertelt. Het is om die reden ook bijzonder moeilijk om er een specifiek genre op te  kleven, net omdat het dus alle kanten zal uitgaan die plaat.. daar kun je zeker van zijn. Dat is een bewuste keuze, dat we niet per se in genres willen denken.

Voor mensen die echt open staan voor al die uitgebreide prikkelingen, is dit een zeer interessant concept. Maar je hebt altijd muziekliefhebbers of organisatoren die bewust in genres denken. Ik ondervind wel dat de jongere generatie eerder voor het eerste kiest ‘dat voelen van prikkels, en snel schakelen daarin’? Is dat zo, ondervinden jullie dat als jongeren ook?
Mats: Dat is wel degelijk iets dat meer en meer boven water komt, inderdaad. Het spijtige daaraan is dat mensen nu één song of track luisteren, en daar blijft het dan ook bij. Vroeger werden complete albums echt intensief beluisterd waardoor je het complete verhaal kon vertellen. Door die korte prikkelingen, verdwijnt  het mythische en hele verhaal rond een bepaalde band zijn of haar muziek een beetje, en dat is wel jammer daaraan. Maar het voordeel is dat alles daardoor minder genre gebonden is, dat is dan weer een voordeel daaraan.

Dat klopt, dat ondervind ik als oudere muziekliefhebber die nog wel een beetje mee is met alles, zelf ook.
Is het in tijden van spotify, Tik-tok en andere streaming en sociale media die kort op de bal spelen, nog nodig of interessant om een compleet album uit te brengen?

Jasper: Misschien zijn wij nog meer old school. Als we een nummer van een bepaalde artiest horen, en we vinden dat goed gaan we op zoek naar meer informatie en naar een album van die bepaalde artiest, om die plaat te kopen. Het zou dus leuk zijn moest dat gewoon bewaard kunnen blijven, om niet mee te gaan in dat snelle een single maatschappij creëren, kiezen we er dus bewust zelf voor om wel nog platen uit te brengen net omdat er zo nog mensen zijn die zo redeneren. Ik zou het jammer vinden moest dat zodanig veranderen dat er enkel nog in singles releasen wordt gedacht, en wij willen op onze manier wat tegenwind vormen daartegen.
Mats: wat ik ook toffer vindt aan complete albums is dat daar soms wel een minder goed nummer bij stond, maar dan werd dat gewoon geaccepteerd. En nu moet ,  net doordat  alles zo snel gaat,  het steeds opnieuw het van het zijn, wat je doet of uitbrengt. De lat wordt daarom altijd  heel hoog gelegd. De druk is ook veel hoger geworden, om altijd dus het perfecte nummer uit te brengen, en dat is ook jammer aan deze evolutie.

Dat is inderdaad ook zo… maar goed, jullie hebben al een grote mijlpaal bereikt ondertussen. Op 27 maart staan jullie in het voorprogramma van XINK in de AB. Wat zijn de verwachtingen? En wat hoop je erdoor te bereiken? Bepaalde deuren die open gaan?
We hebben er keiveel zin in, om daar gewoon ons ding te doen. We hopen uiteraard meer zieltjes te winnen door de kans die we daar krijgen. In AB kunnen optreden is een jongensdroom, het is gewoon één van de mooiste zalen in ons landje. XINK is ook één van die bands waar we als kleine jongen echt naar op keken.
Mats: Ik ben door een band als XINK , als 6-jarige, gitaar beginnen spelen. Het is dus een hele eer om in hun voorprogramma te mogen spelen, en dan nog in die toch wel historische zaal als AB.

Is dat het soort publiek dat jullie willen aanspreken, de XINK fans? Is er trouwens een specifiek publiek dat jullie willen aanspreken of ben je daar niet mee bezig?
Jasper: Niet specifiek dat publiek, eigenlijk is er niet echt een specifiek publiek dat we willen aanspreken. We brengen gewoon de muziek die we zelf goed vinden. En dan zien we wel wie ons daarin wil volgen.
Mats: We willen vooral onze muziek voor zichzelf laten spreken, en zoals Jasper zegt, zien we dus wel wil ons daar wel of niet in wil volgen. En we zien wel wat er op ons afkomt, welke kansen dat we daardoor krijgen.

Persoonlijk volg ik jullie net en ik denk dat er nog mensen zijn die gewoon zullen meegaan in jullie verhaal, zonder daar te diepzinnig bij na te denken wel genre jullie spelen.
Als een organisator naar jullie komt ‘ik vind jullie goed klinken en wil jullie boeken, welke stijl spelen jullie’, wat ga je dan antwoorden?

Mats: alternatieve rock. Met enkele donkere indie invloeden. Laat het ons houden bij alternatieve rock..

Er is wel een overaanbod aan bands in jullie genre, waarom zou ik (als muziekliefhebber die jullie toevallig tegen komt) perse voor jullie kiezen? Verkoop jezelf eens
Mats:  We gaan binnen onze  vooral uit van het vertellen van een verhaal binnen. Dat, en het feit dat je  binnen die muziek zowel een zachtmoedig, als een serieus kantje zult vinden , maakt ons toch vrij uniek. Ook net het feit dat je daardoor op onze muziek geen genre kunt kleven, zorgt ervoor dat we een interessante toevoeging kunnen vormen binnen  dat alternatieve rock gebeuren.

Perfect verwoord. Laten we het ook nog eens over de komende plaat hebben, wanneer komt die uit of zijn daar nog geen concrete plannen rond?
Mats: we zijn er volop aan bezig, maar wanneer die plaat echt zal uitkomen is nog niet echt bekend. We zijn eerder van plan om in eerste instantie in singles te gaan werken, en na een verloop van tijd, als de tijd daar rijp voor is, die plaat daadwerkelijk uit te brengen. Maar hoe en wanneer is voorlopig nog een raadsel.  Het komt er op neer om alvorens ons album wordt uitgebracht eerst een aantal singles uit te brengen. Laat het ons daarbij houden.

Dat is inderdaad een interessante manier van werken... Daarom is sociale media ook belangrijker geworden, hoe belangrijk is sociale media voor jullie?
Heel belangrijk, niet alleen je verhaal vertellen via sociale media maar ook het visuele daarrond is heel belangrijk voor ons als band. Het laat de sfeer rond een song daadwerkelijk zien, niet dat dit tik-tok gewijze willen doen, maar wel via bijvoorbeeld Instagram omdat dit gewoon een heel belangrijk onderdeel is geworden van je muziek aan de man brengen, je activiteiten op die sociale media, en het visuele aspect daarvan in deze tijden.

Er is ook een overaanbod aan nieuwe artiesten en nieuwe releases, zijn jullie niet bang dat jullie binnen dat overaanbod dreigen te verdrinken (bij wijze van spreken)?
Dat is uiteraard altijd wel een beetje het risico dat je neemt bij het opstarten van een nieuw project, maar als je steeds daarmee bezig bent dan lukt het ook niet. We gaan gewoon uit van een feit dat we muziek maken waarvan we zeker zijn dat we daar mensen mee kunnen aanspreken. We maken muziek waar we zelf achter staan, en we denken dat er zeker voldoende mensen zijn die ons daar willen in volgen. al zijn er dat maar honderd  of zo, liever voor een zaal spelen waar net die honderd mensen staan die onze nummers kennen en er voluit voor gaan. Als we die mensen kunnen raken is ons doel bereikt, we hoeven geen duizenden fans te hebben

Wat zijn de ambities met deze band, buiten de wereld veroveren … dat wil tegenwoordig iedereen?
Veel spelen, veel optreden. Dat steeds meer mensen ons leren kennen, we zijn een vrij nieuwe band en moeten nog groeien en ons tonen. We willen dat ook doen door op zoveel mogelijk plaatsen te kunnen en mogen spelen. En het zou fijn zijn, als mensen naar ons komen zien, dat ze er echt iets hebben aan gehad en ons hopelijk daardoor blijven volgen in alles wat we doen. Dat is eigenlijk onze voornaamste ambitie.

Wat verkies je, een Sportpaleis uitverkopen of naam en faam uitbouwen in een clubcircuit en waarom?
Persoonlijk zijn we eerder fan van het clubcircuit. Gewoon ga ik ook liever naar een club concert wegens de intimiteit en dat je persoonlijker je verhaal kunt vertellen in een club. De afstand tussen publiek band is ook veel kleiner, dat spreekt ons toch meer aan.

Toch hoor ik wel dat het fijn moet zijn om tienduizend kelen je persoonlijke song te horen meebrullen. Graag je mening?
Dat moet zeker een aparte ervaring zijn, er is zeker niets mis met een Sportpaleis. Het is gewoon  leuker om dichter bij de mensen te staan, die afstand is er toch wel altijd als je daar speelt…

Zijn er nog andere projecten waar jullie mee bezig zijn, en valt dat nog allemaal te combineren?
Wij zelf niet, wij zijn enkel bezig met dit project . Onze drummer die speelt ook nog bij  de formatie‘ TJE en bovendien doet ie nog een theater tour met ONE SONG  Onze gitarist studeert ook gitaar. Die focust zich vooral op zijn studies, en dit project. Het valt allemaal heel goed te combineren.

Top! Bedankt voor dit fijne gesprek, zet gerust enkele links waar mensen je kunnen vinden…
Spotify: https://open.spotify.com/track/0HvPGiK7QYYtuJVra7Akta?si=c82d51b0615e4374

Dead Can Dance

Dead Can Dance - Muzikale subtiliteit , finesse , schoonheid en klasse

Geschreven door

Na ruim 16 jaar stilte komt Dead Can Dance terug op het voorplan , een return met een grote R. Letterlijk was er vorig jaar de herrijzenis met een nieuwe plaat ‘Anastasis’, en live moesten ze niet onderdoen , want in september ll speelden ze een imponerend , indrukwekkend , loepzuiver optreden in het KC, Brussel. De overdonderende respons bracht hen nu naar een grotere club als Vorst Nationaal , met opnieuw het bordje ‘uitverkocht’ , meer zelfs ze zullen op een paar zomerfestivals te zien zijn, weliswaar niet in ons landje , maar o.m. op Festival Nîmes (Fr), Roskilde (Denemarken) en Rockwave (Griekenland).

Iets apart is de muziek van Dead Can Dance toch , geleid door de Engelse Ier Brendan Perry en de Australische Lisa Gerrard, die van in de beginjaren ’80  ergens zweven tussen neoklassiek, middeleeuwse folk, ambient , cold wave, gothic pop , romantiek, new age en prog, niet vies van Keltische, Oosterse invloeden en world.
Iets uniek door het gebruik van een niet alledaags instrumentarium (oude en niet Westerse) als draailier en een Chinees hakkebord , de hemels bezwerende, bedwelmende  (glossolalie) (sirene) zang van Gerrard en de diep gravende baritonstem van Perry in combinatie met keys, percussie en beats . Een subtiele, symfonische aanpak , moeilijk ergens onder te klasseren , een Orientaals geluid , ondersteund van een prachtige lightshow die een breed publiek weet aan te spreken . Nu dat dreampop en chillwave zich steeds meer opdringen , was dit Muziek om weg te dromen bij sterrenhemel en onder volle Maan , zei de persoon naast mij en gelijk had hij na de twee uur durende set van Dead Can Dance , met een vierkoppige begeleiding , waaronder twee percussionisten .
We waren sterk onder de indruk van de pak knappe , ingenieuze songs , een bijzondere sound en  ritmiek , die boven zichzelf uitstijgt . In het materiaal van Dead Can Dance neemt de symboliek een voorname plaats in .
We waren meteen verkocht op “Children of the sun”  en “Agape” , twee nummers van de nieuwe cd , waaruit natuurlijk rijkelijk geput werd . Kenmerkend is de mooie harmonie, de kwetsbaarheid , de schoonheid die in de nummers schuilt , de gezamenlijk en wisselende zangpartijen . Het publiek kon het enorm waarderen , vooral als Lisa Gerrard in de picture kwam . Ook de repeterende , opbouwende  gitaarlijnen en het getokkel tilden het niveau van de songs naar boven , zoals het donkere etherische “Kiko” . In een song als “Amnesia” schuilde de dreiging en daarmee had je het eerste half uur een reeks nieuwe songs gehoord . Afwisselend in de set kwamen de oudere songs als “Rakim” en “Nierika” , die een filmisch bezwerend karakter hadden ; of de sober, ingehouden “Sanvean”  en “The host of Seraphim”,   vocale hoogstand  van Lisa Gerrard, die zo kon geplukt worden uit  de zondagsmis. “Ime Prezakias” was een oud Grieks nummer , en “All-in good times” besloot het eerste deel van de set, als een lichte frisse windbries, die zich een weg baande in de grote zaal.
Magie straalde het combi ongetwijfeld uit en we kregen op die manier een reeks variabelen te horen . In de bis kwam die world, Keltische sounds en die neoklassieke Middeleeuwse folk wat meer op het voorop als “The ubiquitous Mr Lovegrove”  en op de definitieve afsluiter “The return of she-king” . Tussenin twee sterke covers die Dead Can Dance groots maakten, een helder indringende , “Dreams made flesh” van Lisa Gerrard , gehaald van de This Mortal Coil producties , en een innemende “Song to the siren” (origineel van Tim Buckley , maar ook al op de compilatie van This Mortal Coil met Cocteau Twins te vinden!), van Brendan Perry .

Wat een geslaagde terugkeer van dit duo ! Muzikale subtiliteit , finesse , schoonheid en  klasse wat we hier gepresenteerd kregen . Dit is een band die zeker op een Festival Dranouter ten volle tot z’n recht zou komen onder de zomerzon in het Heuvelland . Volgend jaar misschien !?

Organisatie: Live Nation

Dead Can Dance

Anastasis

Geschreven door

Iets apart is de muziek van Dead Can Dance, geleid door de Engelse Ier Brendan Perry en de Australische Lisa Gerrard, die van in de beginjaren ’80  ergens zweven tussen neoklassiek, middeleeuwse folk, ambient , cold wave, gothic pop , romantiek, new age en prog, niet vies van Keltische, Oosterse invloeden en world.
Iets uniek door het gebruik van een niet alledaags instrumentarium (oude en niet Westerse) als draailier en het Chinese hakkebord , de hemels bezwerende, bedwelmende  (glossolalie) zang van Gerrard , de diep gravende baritonstem van Perry in combinatie met keys, percussie en beats .
En in het materiaal van Dead Can Dance neemt de symboliek een voorname plaats in .
Met het This Mortal Coil project kwam Dead Can Dance nog sterker in de picture ( “Dreams made flash” – “Waves become wings” door Gerrard , ( & remember ook de single “Song to the siren” van Cocteau Twin Elisabeth Frazer)).
De beëindiging van de persoonlijke relatie tussen Perry en Gerrard tijdens de opnames van een nieuwe cd in ’98, zorgde ervoor dat na ’96 ‘Spiritchaser ‘ geen materiaal meer te horen was . In 2005 kwamen ze voor een worldtour weer bij elkaar en ook later werkten ze terug samen; de cataloog verscheen in een box set.
Uiteindelijk kwamen ze op de proppen met nieuw werk ‘Anastasis’ , letterlijk een wedergeboorte . Opnieuw hebben we te maken met een pak knappe , ingenieuze songs , een bijzondere sound en  ritmiek , die boven zichzelf uitstijgt . Al meteen krijg je drie fijne, prachtige afwisselende songs in hun unieke genre “Children of the sun” , de beginselverklaringen en wijsheid van Perry , een DCD typerende “Anabasis”, en de sferische world op “Agape”. Kenmerkend is de mooie harmonie, de kwetsbaarheid en de schoonheid die in de nummers schuilt . Op die manier moet de rest niet onderdoen en hebben we iets verderop met “Kiko” en “The return of the she-king” opnieuw twee meesterwerken .
‘Anastasis’ straalt magie uit en het doet uitermate deugd dat ze nu terug op het voorplan zijn gekomen , nu dat dreampop en chillwave zich steeds meer opdringen .

Dead Can Dance

De wedergeboorte van Dead Can Dance

Geschreven door

De titel van hun meest recente album, ‘Anastasis” (Grieks voor ‘wedergeboorte’) was veelbelovend. We hebben inderdaad een echte ’anastasis’  bijgewoond op 29 september laatstleden van het in een mum van tijd uitverkochte concert van Dead Can Dance in het Koninklijk Circus. Het laatste bezoek van de groep dateerde van 2005 (in de Bozar) en op discografisch vlak was hun laatste originele productie in 1996 (‘Spiritchaser’). Het was dus hoog tijd om de schone slaper hevig wakker te schudden en hem in de dans te re-integreren…

Dead Can Dance (‘De Dood Kan Dansen’), een zeer mooi ‘oxymoron’ dat zijn verklaring onthult op het hoesje van het eerste gelijknamig album uit 1984. We zien er een houten masker uit Nieuw-Guinea: een object dat bewijst hoe dood hout kan blijven dansen als het gebruikt wordt bij rituele ceremonieën. Geleid door de Engelse Ier Brendan Perry en de Australische Lisa Gerrard was Dead Can Dance, samen met Bauhaus en Cocteau Twins, het vlijmscherpe wapen van label 4AD.
In de loop van hun lange carrière evolueerden ze met groeiend succes van cold-wave over klassiek geïnspireerde, gotische en middeleeuwse muziek tot betoverende, zelfs magische klanken, om tot slot uit te komen bij een ‘World Fusion’, waarbij ze hun klanken ontlenen aan traditionele Noord-Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse en Aziatische muziek.    

Bij het voorprogramma zijn we dus niet verbaasd een duo te ontdekken dat eveneens in ‘world music’ gespecialiseerd is, bestaande uit Vladiswar Nadishana, Siberische multi-instrumentalist, en David Kuckhermann, Berlijns percussionist. Met hun traditionele instrumenten voeren ze ons naar een geluidsuniversum dat een vluchtgevoel oproept. Het centrale instrument van het duo is een ‘hang’ of ‘hangdrum’, een soort ovale ‘steel drum’ die doet denken aan de vorm van een vliegende schotel. Een eerste geraffineerd en fijngevoelig deel , de  ideale voorbereiding op de reis van Dead Can Dance …

Wanneer Dead Can Dance zich het podium toe-eigent, vult een oorverdovend applaus het Koninklijk Circus. Nog voor de groep één enkele noot heeft gespeeld, krijgen ze een echte ovatie.
Daarna weerklinken de eerste sinthersyzerklanken van “Children Of The Sun”, het eerste stuk van ‘Anastasis’, een nummer met een vleugje flower power. De diepe baritonstem van Brendan Perry vervult de ruimte, verheven en autoritair. Met zijn gerimpelde aangezicht en grijs wordende baardje, lijkt hij een oude wijze vol passie voor zijn muziek. Lisa Gerrard ziet er prachtig uit, gehuld in een jurk van bruin velours en met een met goud en zilver geborduurd brokaat dat om haar schouders zweeft.
In het tweede stuk, “Anabasis”, ontdekken we nauwkeurig haar sublieme altstem, wellicht de mooiste vrouwenstem ter wereld. Een lage, ontroerende, verdragende en sombere stem, met een warme en oprechte tessituur. Zoals in het merendeel van haar composities zingt Gerrard in een eigen taal, die ze vanaf haar twaalfde ontwikkelde: een vreemde en onverstaanbare ‘idioglossie’ met Arabische klanken. Een magische sfeer baant zich een weg doorheen de zaal en het publiek is aangedaan en rilt van geluk.
In het algemeen bestaat de setlist hoofdzakelijk uit passages van ‘Anastasis’, maar de groep zal toch enkele buitenbeentjes opnemen in haar zeer rijke discografie. Zo weerklinken een triangelgeluid en zelfs enkele tonen van een yangqin, de Chinese dulcimer. Het publiek applaudisseert omdat het “Rakim” herkent, uit ‘Toward The Within’, het live album uit 1994. Het is vooral Perry die zingt op dit Afrikaans klinkende stuk. Diezelfde tune herkennen we bij “Kiko”, misschien wel de mooiste track van ‘Anastasis’. De bedwelmende stem van Gerrard biedt er antwoord op de terugkerende bouzoukiregels van Perry.
In het midden van het stuk voltrekt zich een prachtig moment, wanneer de zeer bijzondere ritmiek (een ‘time signature’ van 4/4-5/4), die gepaard gaat met de zeer mooie harmonieën en de bouzoukisolo, een soort duistere, uiterst intense mars creëert. Wat een aangrijpende schoonheid…
Brendan Perry kondigt vervolgens “Lamma Bada” aan, een oud lied afkomstig uit het Moorse Andalousië. Geschreven in een oude Arabische taal verhaalt het het verdriet van de liefde die iemand koestert voor het beeld van iemand anders, die zich aan de andere kant van een ruimte bevindt. Perry toont er al zijn maestria op de twaalfsnarige, fretloze gitaar. £
Na “Agape” en “Amnesia”, twee andere nieuwe nummers, die niet zo sterk zijn, komt er een volgend sleutelmoment van het concert: het sublieme “Sanvean”, op meesterlijke manier vertolkt door Gerrard. Ze componeerde het lied in 1993 samen met Andrew Claxton, denkend aan haar familie die ze in Australië had achtergelaten. Op het violentapijt dat Jules Maxwell op de toetsen tekende, begint ze haar melodie, die zo mooi is dat je ervan kan huilen. Je kan een speld horen vallen en het is een magisch moment. Het publiek is versteend door de melancholische perfectie die opstijgt uit een muziek die alle liefde op aarde in zich draagt (zie http://www.youtube.com/watch?v=iryLWYBJ4mQ voor de video).
Met “Nierika” (van ’Spiritchaser’), één van de uiterst zeldzame stukken waarbij de twee zangers samen zingen,  keren we terug naar Afrika. Daarbij toont Perry, met een trommel tussen zijn benen geklemd, eveneens zijn talent als percussionist. Daarna volgt “Opium”, een stuk in Aziatische sfeer, verfraaid met zachte hangdrumtonen.
Vervolgens verscheuren paukenslagen de zeilen van een plechtig orgel: het is “Host Of Seraphim”, van ‘Serpent’s Egg’. Zo bevinden we ons opnieuw in de gotische periode van de groep, die voor heel wat fans de merkwaardigste blijft. Meer bepaald omdat de twee protagonisten op dat moment een stadskoppel waren en hun composities bedrukt waren met de stempel der hartstocht (zie http://www.youtube.com/watch?v=BlehmMmzOlI ). Bovendien merken we op dat “Host Of Seraphim” één van de bekendste stukken is van het duo, aangezien deze in talrijke films als muziek wordt gebruikt.
We ruilen even de zwaar beladen sfeer in voor de luchtigheid van “Ime Prezakias”, een Rembetika, een muzikaal genre uit het Griekenland van de jaren ’30. De titel betekent “ik ben een verslaafde” en op het Perzische, swingende ritme van het stuk dansen de gele en gouden lichten tegen het zwart geruite doek dat het podium achteraan bedekt.
Lisa Gerrard neemt het over met haar meest geprezen nummer “Now we are free”, gecomponeerd door Hans Zimmer voor de soundtrack van ‘Gladiators’ (2000), een muziekstuk dat het duo een Golden Globe Award heeft opgeleverd. Met haar handen op een lessenaar, sluit ze haar ogen om elke ademhaling die haar stem produceert te controleren. Een break op zijn Afrikaans laat daarna plaats aan het laatste, sublieme klaaglied.
Het spektakel eindigt vervolgens in uiterste zachtheid met “All In Good Time”, een trage melopee van Perry, misschien niet het ideale stuk om een optreden af te sluiten maar wanneer de muzikanten weggaan weerklinkt een immens kabaal voor een bisnummer.
Terug op het podium spelen ze het zeer Indische “The Ubiquitous Mr. Lovegrove” van ‘Into The Labyrinth’ (1993), gevolgd door het rillende “Dreams Made Flesh”, een stuk gecreëerd door Perry en Gerrard voor het album ‘I'll End In Tears’ van het 4AD project This Mortal Coil.
Nu vervoegt Perry Lisa Gerrard om haar te begeleiden op de yanghin en het vertedert ons om het oude koppel opnieuw zij aan zij te zien (zie video http://www.youtube.com/watch?v=iryLWYBJ4mQ ).
Voor het tweede bisnummer blijven we bij hetzelfde album uit 1984 met “Song To The Siren”, waaraan Perry ons vertrouwd heeft gemaakt tijdens zijn soloconcerten. Zijn versie staat dichter bij het origineel van Tim Buckley en Larry Beckett (1970) dan de versie van This Mortal Coil... Prachtig. Uiteindelijk geeft “The Return Of The She-King”, doordrongen van een diep Keltische schoonheid, de kans aan Astrid Williamson, backing vocal op piano, om de schoonheid van haar stem in echo met die van Gerrard te laten zien. Op dat moment schetsen de spots arabesken uit licht op het podium en we wanen ons in een Middeleeuwse droom. Perry voegt zich vervolgens bij de twee zangeressen om er samen een koortje te vormen dat het lied in een prachtige a capella laat eindigen (voor de video, zie: http://www.youtube.com/watch?v=SowPy3CSMkM ).
Als kers op de taart van dit onvergetelijke concert, zal Lisa Gerrard terugkomen om “Wandering Star”, uit haar laatste album ‘The Silver Tree’ (2006), voor te dragen.

Op het moment dat we het Koninklijk Circus verlaten, hebben we een krop in de keel van de hevige emoties. Uiteraard hadden we liever wat meer oude nummers  gehoord of had de setlist voorkeur mogen geven aan meer ‘geritmeerde’ nummers, vooral naar het einde toe, maar we kunnen niet ontkennen dat de terugkeer van Dead Can Dance zonder meer geslaagd is.
Als ik hun optreden vergelijk met de tournee ‘Into The Labyrinth’ , die ik in 1993 zag, kan ik enkel concluderen dat de groep niets heeft verloren van haar muzikale kwaliteit. Het magische duo is terug, en weet je, het is alsof ze nooit zijn weggeweest…

Setlist : Children of the Sun, Anabasis, Rakim , Kiko, Lamma Bada, Agape, Amnesia, Sanvean, Nierika, Opium, The Host of Seraphim , Ime Prezakias, Now We Are Free, All in Good Time
Bis: The Ubiquitous Mr. Lovegrove, Dreams Made Flesh (cover of This Mortal Coil)
Bis 2: Song to the Siren (cover of Tim Buckley), Return of the She-King
Bis 3: Wandering Star

Philippe Bauwens - vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Live Nation