logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Viagra Boys
Gary Numan

K's Choice

Echo Mountain

Geschreven door

Dat Zus Sarah en broer Gert Bettens weer zouden gaan samenwerken, was niemand vreemd. Na ‘Cocoon Crash’ hielpen ze elkaar wel eens in het songschrijven of was er onverwachts een gastoptreden van één van de twee tijdens hun clubtours. En het verhaal begon toen liedjes van over de oceaan werden gemaild, want Sarah leeft al enkele jaren in de VS en Gert in ons landje. Het zag er aan te komen dus, vooral toen ze op Folkdranouter vorig jaar (nu Festival Dranouter btw!) een reünie concert speelden en we al een glimp hoorden van de hernieuwde samenwerking. De respons en het succes was alvast een bijkomende trigger voor ‘Echo Mountain’, die twee schijfjes bevat van elk zo’n 25 minuten. We horen afwisselend melodieus spannende rockers als “Come live the life”, “I will carry you” en de titelsong, gematigder klinken “When I lay beside you” en “Perfect”, en tot slot komt de klemtoon op het ingetogen materiaal: ingehouden , intieme, sfeervolle songs met een pianotune, akoestische gitaar en orkestraties, waarvan we vooral “Say a prayer”, “16” en “Killing dragons” onthouden. ‘Echo Mountain’ is een dromerig evenwichtig goede plaat en neemt de gedachte weg dat het maar om een tijdelijke hereniging zou gaan. Welcome back dus!

The Late Call

You already have a home

Geschreven door

Soms wandelen er van die platen binnen waar je een warm gevoel van krijgt maar waarvan je tegelijkertijd ook beseft dat ze meer verdienen dan zomaar een vermelding op een website, om maar niet te spreken over het eventueel gevaar dat het enkel bij een bespreking zal blijven.
The Late Call is eigenlijk een project dat opgebouwd is rond Johannes Mayer. Deze jongeman uit Stockholm wordt wel eens de ontbrekende schakel tussen Kings Of Convenience en Bon Iver genoemd. Met twee zulke namen weet je meteen dat dit zeer fragiele muziek betreft, maar toch is dit niet de zoveelste nu country held.
Indien u zich kan inbeelden hoe Coldplay unplugged zou klinken indien ze gebruiken zouden maken van klassieke instrumenten (gaande van een piano tot blazers) dan heb je ook meteen een idee hoe deze The Late Call klinkt. Tamelijk prachtig dus.

www.myspace.com/thelatecall

Orchestral Manœuvres in The Dark (OMD)

History Of Modern

Geschreven door

Zouden er eigenlijk nog mensen rondlopen die vandaag de dag nog wakker liggen van een nieuwe O.M.D.-release? Zelfs de grootste fan zal moeten toegeven dat de laatste cd’s van dit elektronisch duo allesbehalve historisch kon genoemd worden, en dan hebben we het nog niet eens over Atomic Kitten gehad!
Toen recentelijk Andy McCluskey and Paul Humphreys besloten om integraal ‘Architecture and morality’ terug op de planken te  brengen werden ze plots overvallen door het gevoel om hun oud geluid terug te toveren. En kijk, veertien jaar na de laatste O.M.D.-plaat is de 11e cd een feit!
Of deze ‘History Of Modern’ nu beter is dan hun legendarisch debuut of ‘Organisation’? Het is een retorische vraag waarop iedereen het antwoord kent alvorens hij een noot van het nieuwe album gehoord heeft. Het goede nieuws is echter dat de heren hier wel terug grijpen naar hun oud geluid ook al zullen ze wel in de eerste plaats veel te danken hebben aan producer Mike Crossey die eerder met Arctic Monkeys achter de knoppen zat.
Je krijgt hier 13 nummers die één voor één poepcommercieel zijn maar het zijn ook songs waarbij men niks vernieuwends wil uitproberen.
’History of modern’ is een plaat geworden waarbij men volledig op veilig speelde door vooral te klinken zoals ze dat deden in 1986, wat trouwens ook de reden was waarom Andy en Paul hun begeleidingsgroep van toen terug in het leven riepen. Stuk voor stuk kan je de nummers aan een bepaald feit uit de O.M.D.-geschiedenis kleven ook al klinken de vaak bombastische synths hier verassend fris.
’History of modern’ is geen grootse cd maar het is wel een zeer gelukkig weerzien van een groep die een prachtige stempel op de 80’s gedrukt heeft.

Zola Jesus

Stridulum II

Geschreven door

Het zal moeilijk zijn om een slecht woord te lezen over Zola Jesus want alle recensies zijn bedolven onder de lovende woorden. Niet dat Zola Jesus nu echt nieuw in de scene is want deze 21-jarige heeft ondertussen reeds cd’s op haar actief staan maar deze “Stridulum II” is wel haar meest toegankelijke tot nu toe.
Niet verwonderlijk als je weet dat ze vroeger met Xiu Xiu-frontman Jamie Stewart in de groep Former Ghosts zat waardoor haar muziek eerder een industrieel tintje kreeg. Op haar nieuweling, die in thuisland eigenlijk een EP geworden is, laat Zola Jesus (echte naam: Nika Roza Danilova) haar van haar meest kwetsbare kant zien wat zich vertaalt in breekbare, zwartgallige avant-gardistische songs waar invloeden van Siouxsie, Patti Smith en Nico in terug te vinden zijn.
Meestal houden we ons hart vast als de zoveelste hype aangekondigd wordt maar in het geval van Zola Jesus lijkt die meer dan gerechtvaardigd.

Macronizm

Alter Ego

Geschreven door

Hip hop in je moedertaal, het is en blijft een vreemd iets omdat je dit muziekgenre onbewust blijft linken aan buurten als The Bronx en niet met bijvoorbeeld Eindhoven, maar toch zijn deze Nederlandse hiphoppers er glansrijk in geslaagd om met ‘Alter ego’ een plaat af te leveren waar je van de eerste tot de laatste minuut aan gekluisterd bent.
Veel heeft natuurlijk te maken met de intelligente teksten die bol staan van de maatschappijkritiek en dat gaat zo ver dat je eigenlijk bij ieder nummer wel eventjes stil kan staan.
“Jantje lacht, Jantje huilt” gaat over de werkproblematiek, “Schoenendoos” over mensen die obsessief met muziek bezig zijn of gewoonweg iets aangrijpends als “21 Gram” waarbij je meteen weet waarover deze song gaat.
Muzikaal is het ‘old skool’ hip hop en gelukkig zonder al te veel pose waarbij de meeste nummers vergezeld zijn van een symfonische achtergrond wat meteen vergelijkingen met Massive Attack oplevert.
Ook zeer belangrijk is dat het Hollands aspect geenszins storend werkt want deze opvolger van ‘Alternatief’ is niet gemaakt door mensen die plots denken dat ze 50 Cent zijn maar wel door mensen die iets te zeggen hebben.

www.myspace.com/macronizm

Jan Swerts

Weg

Geschreven door

Wanneer je dit klein werkje bekijkt zul je zien dat alle nummers als titel een adres hebben met bijbehorende illustraties van Rob Bossens. Met deze informatie wordt meteen het concept van deze debuutplaat weergegeven want iedere mens zal wel in zijn hoofd enkele addressen uit het verleden opgeslagen hebben die werken als een soort herinneringen..
Op zeer minimale en hartbrekende wijze wordt hier het verleden van een mens bloot gelegd waardoor je eigenlijk ‘Weg’ het best zou kunnen vergelijken met zo’n stokoude fotoalbum die men uit de kast haalt en waarbij het weemoedig gevoel toeslaat bij het bekijken van ieder prentje.
De foto’s zijn in het geval van Jan Swerts ingetogen liedjes met een sterk neoklassieke inslag en daar zal de bewondering voor Wim Mertens wel niet aan vreemd zijn. Net als de pianovirtuoos uit Neerpelt componeert Jan Swerts een resem ingetogen melodietjes waarbij hij uiterst zuinig omspringt met het toedienen van arrangementen, minimale pianomuziek afgewisseld met wat blazerswerk en af en toe een prevelende stem wat de vergelijking met Wim Mertens alleen maar doet vergroten.
‘Weg’ werd eerder reeds vergeleken met het solowerk van Talk Talk-frontman Mark Hollis, een plaat die zowat door de hele wereld over het hoofd werd gezien en hoe pijnlijk het is om dit te stellen: we vrezen dat dit werkje van Jan Swerts hetzelfde lot toebedeeld is want dit is nu eenmaal het soort muziek die de nodige inspanningen vergt. De busreis is lang, het eindstation is meer dan de moeite waard maar heel wat reizigers zullen onderweg op de stopbel duwen om een halte vroeger af te stappen. Jammer.

Leffingeleuren 2010 in de ogen van … - de kleintjes maken veel goed

Geschreven door

Leffingeleuren 2010 in de ogen van … - de kleintjes maken veel goed
2010-09-17 t/m 2010-09-19
Leffingeleuren lijkt stilaan het evenwicht tussen avontuurlijke, nog te ontdekken groepen en gevestigde waarden gevonden te hebben. Met naast het onvermijdelijke leger nationale namen (er moet nog volk komen ook,hé) genoeg buitenlandse (en minder gekende) acts om ook te muzikale veelvraten te plezieren. Interessante namen genoeg op de affiche dit jaar maar daar begint net de frustratie : te veel bands spelen gelijktijdig en men moet soms onmogelijke keuzes maken maar dat probleem stelt zich natuurlijk niet enkel in Leffinge.

dag 1 – vrijdag 17 september 2010


De zaal liep dit jaar al van bij de eerste groep helemaal vol, het is ooit anders geweest. Verantwoordelijk hiervoor was het Gentse Amatorski, momenteel een kleine hype dankzij "Come home". Mooie, breekbare muziek waarvoor het woord Duyster destijds is uitgevonden, met een heerlijk fluisterzangeresje die me soms aan Cat Power deed denken. De versterking met maar liefst drie saxen en eenmaal een viool (van Balthazar) bracht niet veel bij, deze muziek is eerder gediend met een minimale bezetting. Na het ijzersterke begin verwaterde de set wat wegens gebrek aan ideeën en teveel toeters en bellen. Maar al bij al bleef het een vrij aangename verrassing. (op 20/11 nog te zien in de 4AD)

Phosphorescent kende ik van hun cd ‘Pride’ uit 2007, een klein meesterwerkje vol beklemmende indierock. Intussen is de groep van Matthew Houck (uit Brooklyn) geëvolueerd naar meer conventionele americana. Hun tribute voor Willie Nelson zal daar wel niet vreemd aan zijn. Phosphorescent begon met een lap stevige countryrock (“Hard to humble”). Maar al vlug was er tijd en ruimte voor wat meer ingetogen werk dat evenwel voortdurend gestoord werd door een vrolijk kakelend publiek. Een dwingend sssht van pianist Scott Stapleton kon daar niets aan verhelpen. Matthew Houck nam dan de ,op het eerste zicht, vreemde beslissing om solo verder te spelen maar met twee fantastische songs kreeg hij de meute dan toch stil. Waarna de groep nog even terug kwam om een overtuigende set af te sluiten.

Daarna was het moeilijk kiezen tussen Wolf Parade, Timber Timbre en Paul Weller. Uiteindelijk koos ik voor die laatste hoewel ik zeker geen echte fan ben maar de niet aflatende stroom positieve recensies lokten me dus naar de tent. Paul Weller had een strakke groep, allen in stemmig zwart, rond zich verzameld en begon bijzonder nijdig met "Peacock suit". Maar al vlug zakte het niveau van de songs en begon een stemmetje mijn zo al geteisterde hersenen te treiteren door me voortdurend in te fluisteren dat ik de verkeerde keuze had gemaakt.
Dan maar op een drafje naar het café waar Timber Timbre uit Montréal aan het werk was. In een niet alledaagse opstelling (Simon Trottier: lapsteel, Mika Posen: viool en Taylor Kirk: gitaar, basdrum en zang) brachten ze lome, weidse folk. Louter muzikaal vond ik dit wel knap, jammer dat de stem hier haaks op stond. Taylor Kirk klonk als een rockabilly-zanger die net zijn tong had ingeslikt en liet om de twee minuten een hevige hik horen. Toen een zittende Kirk tijdens een instrumentaal nummer even de microfoon van zich wegduwde maakte een olijkerd uit het publiek van de gelegenheid en micro gebruik om het via vreemde sjamaangezangen wat beter te laten klinken. Timber Timbre wist niet wat hen overkwam.

dag 2 – zaterdag 18 september 2010

Dag twee kende de grootste opkomst ooit (7000) terwijl het programma toch niet zo sterk leek. Drums Are For Parades is een Gents trio rond de broers Wim en Piet Reygaerd (beiden gitaar) die net een eerste plaat uit heeft. Hun mix van stoner, drones, metal en noise werd gedragen door laag overvliegende, alles aan flarden rijtende gitaren, af en toe gelardeerd door wat geschreeuw. Het klonk beslist goed (zeker met dat mespuntje Melvins erbij) maar het was toch zooo voorspelbaar. Voor een verrassende wending moet je zeker niet bij Drums Are For Parades aankloppen.

De Brit Roots Manuva (echte naam Rodney Smith) bracht een aanstekelijke mix van hiphop, dub en elektronica. Wat mij betreft stalen de extra zanger en zangeres de show maar ik ben absoluut een leek in deze wereld.

Lonelady staat voor Julie Campbell (git., zang) uit Manchester en heeft een cd uit op het befaamde label WARP. Bijgestaan door Andrew Cheetham op drums en Gareth Smith op toetsen, sampler en percussie bracht ze sterk op de eighties geïnspireerde muziek. Ik hoorde The B 52's, Gang Of Four en ook wel PJ Harvey. Mooi maar na een tijdje had je het wel gezien. Lonelady is een sterke zangeres maar ze teert toch iets teveel op datzelfde trucje en bovendien was de begeleiding te minimaal om een optreden lang te kunnen boeien.

Hierna volgde het zoveelste project van Tim Vanhamel (Evil Superstars, Millionaire,...). Samen met Pascal Deweze (Metal Molly,...) schreef hij de muziek voor het net in de prijzen gevallen tv-programma ‘Benidorm Bastards’ en zo ontstond Broken Glass Heroes (een kromme verwijzing naar Lennon's "Working Class Hero". Wat country maar vooral veel Beatles en Beach Boys hoorden we. Met wisselend resultaat : naast vele mooie momenten zaten ook enkele gigantische stinkers. En iemand moet mij maar eens komen vertellen waarom iedereen tegenwoordig als The Beach Boys wil klinken : zo fantastisch waren die nu ook weer niet.

Daarna was het weer van dat : ouwe zot Lee ‘Scratch’ Perry, de nieuwe en zeer goed onthaalde indiefolkband Stornoway of psych-rock guru Imaad Wasif. Het werd die laatste en dat heb ik me geen seconde beklaagd. In het Zwerver-café zorgde hij voor het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren hoewel waarschijnlijk velen het hier niet mee eens zullen zijn. Imaad, van Indische komaf, geboren in Canada en nu wonend in Los Angeles, heeft een verleden bij de Yeah Yeah Yeahs en Lou Barlow's New Folk Implosion maar dat verbleekt toch bij zijn solowerk. Wat op plaat soms nog wat teveel in goede bedoelingen blijft steken gulpte er op het kleine podium in één kolkende stroom uit. Vernieuwend klinkt deze graatmagere jongen zeker niet maar zijn mix tussen Devendra Banhart, Led Zeppelin, Pink Floyd, Steppenwolf of Masters Of Reality klonk verrassend fris en bijzonder bevrijdend na een dag vol halve mislukkingen.De zware, stoere bas en de mokerende drums zorgden onmiskenbaar voor een 70's hardrock-gevoel terwijl Imaad zelf daar geuten psychedelica en/of folk aan toevoegde, waarbij de vreemdste tempowisselingen niet werden geschuwd. Absolute topper die op 9 oktober nog naar de Trix komt.

dag 3 – zondag 19 september 2010

Zondag was het al meteen raak met Deer Tick. Deze groep uit Providence, Rhode Island serveerde ons een dampende pot americana, de Jayhawks achterna maar dan een heel stuk rauwer gezongen. Met John Mc Cauley hebben ze een frontman pur sang in de rangen die toch wat minder dorstig leek dan een week voordien in Le Grand Mix, Tourcoing maar het toch nodig vond om een flesje Maes met de tanden te openen. Ondanks de soms sombere songs bezorgde Deer Tick ons een weldadig gevoel.

Meteen daarna volgde een set rauwe garagerock van de Black Box Revelation : nog steeds mooi maar intussen kennen we het zo al een beetje. En gitarist Jan Paternoster moet oppassen dat hij zich niet te veel etaleert, dit soort vuile rock-'n-roll is niet gediend met grootse gebaren.

Viva L'American Death Ray Music was alleszins de groep met de vreemdste naam in Leffinge en wellicht ook met de vreemdste muziek. Slechts met zijn drieën want bassist Harlan T. Bobo was er niet bij wegens pas vader geworden. Moge dit een lichtpunt zijn in zijn donkere bestaan! Gehuld in lange gewaden en wit geschminkt betraden ze het podium en zorgden zo meteen voor een onwezenlijke sfeer. De in Memphis geboren Nicholas ‘Diablo’ Ray (ex- '68 Comeback) zong met verschrikkelijk veel galm en echo op zijn stem en ook de dwarse gitaren zorgden niet meteen voor de meest toegankelijke muziek. Dit VLADRM is bijzonder moeilijk te plaatsen en dat maakt ze misschien zo intrigerend. Zonder enige toegeving doen ze koppig hun eigen ding. Er vielen zeker invloeden te bespeuren uit de donkerste dagen van de new wave en anderzijds werd dan weer een dubnummer gespeeld ondanks de afwezigheid van de bas. Helemaal op het eind, toen het meeste volk al op weg was naar Wilco, werd het nog een feestje met enkele flink aan de ketting rammelende rock-'n-rollsongs à la Velvet Underground. Dit was de vierde keer dat ik ze zag en nog steeds weet ik niet goed wat ik ervan moet denken maar me fascineren doen ze zeker. Op 26 september nog in Trix!

Wilco was de mooie kers op de LL-taart dit jaar. Niets dan lof om hen als afsluiter te programmeren hoewel ik ze toch al beter zag spelen dan hier. De laatste jaren zijn de platen van Wilco steeds meer richting middelmaat opgeschoven -parels als ‘Being there’ ('96) of ‘Yankee Hotel Foxtrot’ ('02) zijn er al een tijdje niet meer geweest - en dat vertaalt zich blijkbaar ook tijdens hun optredens. Nu, slecht was het zeker niet, het eerste half uur was zelfs gewoon schitterend : alt. country zoals hij hoort te klinken met heerlijk sprankelende gitaren. Maar na een tijdje slopen er wat mindere songs in de set en bij een groep van dit kaliber ben ik niet geneigd dit te pikken. Maar buiten die paar missers bleef het natuurlijk wonderschoon.

Tot slot nog een pluim voor de herschikte festivalweide die er werkelijk prachtig uitzag. Dit jaar was er opnieuw een recordopkomst waardoor er een nieuw probleem opdook. De zaal bleek haast bij ieder optreden te klein en wie niet tijdig binnen was kon het tijdens de optredens vergeten om er nog in te geraken.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Interpol

Interpol - terug naar de toekomst

Geschreven door

Na een welverdiende pauze volgend na de ‘Our Love To Admire’-tournee en diverse muzikale omzwervingen van de groepsleden in allerlei zijprojecten, liet Interpol een vierde en titelloze plaat op de wereld los. Bij het luisteren en fanatiek herbeluisteren van het nieuwe werkstuk kregen we een ambivalent gevoel: enerzijds hoorden we een terugkeer naar het vertrouwde geluid van het gelauwerde ‘Turn On The Bright Lights’ maar anderzijds ook een klassieker en weelderig element dat komt boven drijven.
Na het vertrek van bassist Carlos Dengler was het wellicht zoeken voor Interpol naar de eigen identiteit, de drang om iets nieuw te maken en de vanzelfsprekend moeilijke afweging tussen beide.
Drummer Fogarino, gitarist Kessler en zanger Banks beslisten om als trio verder te gaan. Voor deze tournee werd David Pajo van de Yeah Yeah Yeahs opgetrommeld om de bas te bemannen. Wij gingen kijken in een uitverkocht Aéronef in Lille, naar ons gevoel een betere optie dan als support-act van het surrealistische totaalspektakel van U2 in Brussel.

Het gerucht dat Interpol zelf niet zo tevreden was met het door ons grijsgedraaide ‘Our Love To Admire’ lijkt niet zomaar een kwakkel te zijn. Althans afgaand en misschien ietwat voorbarig besluitend op basis van de setlist in Lille. Interpol bracht naast vijf nummers van ‘Antics’, vijf nummers van hun jongste worp en - naar onze grote tevredenheid - maar liefst zes nummers van hun debuutplaat! Dit - jammer genoeg - in schril contrast met enkel “Rest My Chemistry” van hun vorige plaat!
Interpol stak van wal met het openingsnummer van de nieuwe plaat: het bittere en door zelfverzekerde trom aangedreven “Success”. Het geniale en met zelfbeklag gevulde “C’mere” lag mooi tussen het onrustige en tegelijk blije “Say Hello To The Angels” en het perfect opgebouwde en subliem enerverende “Leif Erikson”.
Interpol zoals we Interpol kennen dus: zware drum, klagerige zang, donkere bas, melancholie, snerpende gitaren en een hypnotiserende melodie. Het schijnbaar eenvoudige “Barricade”, momenteel in hoge rotatie als single, klonk live met een donkere bas beter dan op plaat. Twee bommetjes van op ‘Antics’, het subliem gespeelde en ritmewisselende “Evil” en het met basloopjes doorspekte en van een ska-ritme voorziene “Narc”, werden gevolgd door het fraai opgebouwde juweeltje en met eigenzinnige effecten doorweven “Hands Away”. “Lights” werd live magistraal uitgewerkt naar een sublieme climax. “Try It On”,  met een misselijk makend riedeltje, voelde dan weer als de vreemde eend in de bijt in de anders sublieme set. “Not Even Jail” (die aanstekelijke gitaarriff in het tweede deel van het nummer!) en het op het randje van de beheerste agressie balancerende en opzwepende “Obstacle 1” sloten de reguliere set af.
Bij wijze van toegift kregen we het rustige en tegelijkertijd grauwe “NYC”, het overweldigende “Slow Hands” en het obligate en verlossing brengende “PDA”.

Gedragen door de overweldigende en de overtuigende monotone stem van Paul Banks, die op een bijzondere wijze melancholische zangpartijen afwisselt met krachtige en cynisch klinkende uithalen, nam Interpol ons stevig bij het nekvel. Ook de nieuwe nummers konden live genoeg beklijven en bleven op en top Interpol. We zijn echter niet weinig benieuwd hoe andere nieuwe nummers zoals “Memory Serves”, “Always Malaise” en pakweg “The Undoing” live dan wel mogen klinken. We kunnen er ons vaag iets donker, claustrofobisch en tegelijkertijd kil en episch bij voorstellen.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.acke.be

Organisatie: Agauchedelalune (ism Aéronef, Lille)

Deer Tick

Deer Tick - Schuurpapieren neocountry-pracht

Geschreven door

’Deer Tick, a band.’John Macauley legt op zijn - van alle franjes gestripte - website kort de essentie van zijn band bloot. “We consider ourselves a rock n roll band” en ook “If you don't want to get covered in beer or confetti at one of our shows, I'd suggest not standing up in the front.” Spijtig dat zowat iedereen in de Rotonde-zaal van de Botanique deze raad ter harte nam. Het werd dus een oerdegelijk rock’n’roll concert, maar wel één voor een braaf zittend publiek.

Dat publiek was al reeds zacht in een dromerige rust gewiegd door de onschuldige countrypop van Caitlin Rose. Liedjes met een suikerzoete angel gecombineerd met wat vrolijke bindteksten. Maar, met daar nog twee goed gekozen covers van Dillard & Clark (“He Darked the Sun”) en Randy Newman (“Marie”) bovenop werd het toch een aangename opener.

Deer Tick doorprikt die dromerigheid onmiddellijk met een bluesy “Choir Of Angels”. Met veel schwung trekken ze nummer na nummer alle registers open. Het aan Tom Petty schatplichtige “Hope Is Big”, de écht aanstekelijke rock’n’roll van “Something To Brag About” en het live prachtig ingetogen gehouden “Ashamed” waarin de toetsenist Rob Crowell zich ook een begenadigd saxofoon-speler toont.
De rode draad doorheen de hele set (en bij uitbreiding natuurlijk ook de hele geschiedenis van de band) is zonder twijfel de spilfiguur met de schuurpapieren nasale stem, John Macauley. Hij tilt zijn band moeiteloos boven de country-middelmaat uit en schaart zich daarbij bij andere uitstekende neocountry folkies als bijvoorbeeld The Tallest Man On Earth, Bright Eyes of Those Darlins.
Naast de nieuwe te promoten plaat (‘The Black Dirt Sessions’) komt er ook genoeg oud materiaal voorbij maar de groep bouwt toch naar een ongelofelijk psychedelisch en zwaar rockend orgelpunt toe met het uit het nieuwe album geplukte “Mange”. Wat begint als een degelijke rocksong groeit gestaag uit tot een ‘aardverschroeier’ van jewelste, opgezweept door drummer Dennis Ryan die op het einde echt de razernij uit zijn vege lijf lijkt te meppen op alles wat in zijn buurt komt.

En het publiek, dat zat erbij en genoot toch zichtbaar. In de bissen volgden nog een cover van ZZ Top’s “Cheap Sunglasses”, opnieuw met sax, en als échte ongeplande toegift “These Old shoes”. Romantiek op zijn Deer Tick’s als afsluiting van een goed concert dat nog meer in zijn mars had.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Leffingeleuren 2010: zondag 19 september 2010

Leffingeleuren 2010: zondag 19 september 2010
Op de derde dag werden de gitaren ingeplugd en hoordeen we varianten van rock’n’roll, americana en postrock. De synths en beats van de twee dagen ervoor waren tot een minimum herleid …Een goede 5000 bezoekers besloten de succesvolste leffingeleuren editie totnutoe …

Uniek aan Deer Tick is de knarsende stem van John McCauley, die zet de songs als gegoten.
McCauley en zijn band moeten misschien nog een beetje groeien, maar hun in americana gedrenkte songs konden best overtuigen. Wilco fans die al wat vroeger aanwezig waren mochten goedstemmend knikken.

Qua smerige rock’n’roll kende The Black Box Revelation ook in Leffinge zijn gelijke niet. Hun energetische sound bulkte van de adrenaline, hun songs waren gemeen, straight to the bone en 100 % pur sang rock’n’roll. De persoonlijke uitstapjes van Jan Paternoster op zijn gitaar waren een kolkend bewijs van welk een fantastische gitarist die kerel wel is. Zo was de ultra lange versie van “I don’t want it”, met heerlijke blues intro, een sterk staaltje gruizige rock met grommende gitaaruitbarstingen. Ook op afsluiter “Here comes the kick” deed Paternoster zijn instrument scheuren, knarsen en bruisen. Uiterst potige set. Vuil heeft nog nooit zo mooi geklonken.

De elektrische ontladingen van 65 Days Of Static waren ook niet van de poes. Van bij de aanvang gingen de bandleden tekeer als een bende hyperkinetische bavianen. Onze fotograaf van dienst vloekte zich dan ook een ongeluk omdat die gasten nog geen fractie van een seconde stil bleven staan. Vergeet de mislukte foto’s en herinner u een stomend optreden. Post rock kun je dit al lang niet meer noemen, daarvoor zaten er te veel hete beats en opzwepende keyboards tussen de onstuimige gitaren. Post-rock on speed, dan maar.
Een wervelende set die ook het publiek, dat in het begin nogal onwennig was wegens niet vertrouwd met dit soort bruisende geluid, niet onberoerd liet. Na elke track kwam er wat meer reactie en op het eind had 65 Days Of Static het grootste deel van de tent voor zich gewonnen.

Aan het gejuich in de tent te meten kunnen we stellen dat Admiral Freebee vandaag de prijs van het publiek heeft gewonnen, alle songs werden op flink wat herkenningsapplaus onthaald en het publiek werd alsmaar enthousiaster. Admiral Freebee had er dan ook duidelijk voor gekozen om met een soort ‘greatest hits’ uit te pakken, en daar was helemaal niks mis mee want de strak spelende groep vertolkte hun songs gloeiend, snedig en met veel punch. Na ettelijke optredens langs de Vlaamse clubs en festivals klinkt de band als een goed geoliede machine die weliswaar genoeg bij de pinken blijft om niet op automatische piloot over te schakelen. Het was genieten van “Always on the run”, “Lucky one”, “Ever present” en “Einstein brain”, maar wij werden nog het meest geroerd door een prachtig “Get out of town” die door Tom Van Laere op de meest sublieme wijze werd vertolkt van achter zijn piano om vervolgens te gitaar krachtig om te gorden en er nog een extra lap op te geven.
Van Laere stond kennelijk ook supergemotiveerd op het podium omdat hij net vóór Wilco mocht aantreden, de man wist namelijk geen blijf met de lofbetuigingen voor zijn favoriete band. Laat ons hopen dat Jeff Tweedy misschien een glimp van Admiral Freebee’s puike optreden heeft opgevangen en Van Laere met wat complimentjes in de zevende hemel heeft gebracht. Admiral Freebee verdiende dat vandaag alleszins.

Na publiekslieveling Admiral Freebee was er toch behoorlijk wat volk gebleven voor de Amerikaanse klasbakken van Wilco. Eigenlijk niet verwonderlijk, gezien dit voor de trouwe schare fans (Van Laere incluis) dit jaar de enige mogelijkheid was om Wilco in België aan het werk te zien. Zij wisten dat ze hier moesten bij zijn, en wij ook. En wie heeft er altijd gelijk ? …
Met hun heerlijke songs, voorzien van dikwijls zeer fraaie gitaarpartijen en solo’s, deed ook Wilco het publiek uit hun hand eten, ook al zijn die songs niet zo voor de hand liggend. De tent was blijkbaar gevuld met echte muziekliefhebbers, dus dat zat wel snor en Wilco maakte hier dankbaar gebruik van. Jeff Tweedy was goedgemutst (ook letterlijk) en had zijn beste stem meegebracht, de rest ging kennelijk vanzelf. Er werd geput uit hun vier recente CD’s, helaas niets meer van de pré ‘Yankee Hotel Foxtrot’- periode, dat was misschien wel een beetje jammer.
Maar kom, maar we gaan nu niet leuteren over wat ze niet speelden, want op die laatste vier albums staan genoeg pareltjes om zelfs een concert van drie uren mee te vullen.
In Leffinge duurde het maar anderhalf uurtje, doch het was om duimen en vingers bij af te likken. Van het wondermooie “I am trying to break your heart” (uit het weerbarstige ‘Yankee Hotel Foxtrot’) tot het wilde “Spiders”, alles was onweerstaanbaar, geen moment ging de kwaliteitsmeter ook maar één tandje naar beneden. De songs werden in hun live uitvoering met nogal wat extra gitaren bijgekleurd (denk hier ook een beetje aan de al even fantastische geestesgenoten van My Morning Jacket) en dat was volledig naar ons gedacht, want nergens werd er overdreven. De live-meerwaarde, noemen wij dat dan. Wilco wist er wel raad mee.
Een uiterst knappe afsluiter van een meer dan geslaagd Leffingeleuren 2010.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Pagina 816 van 971