logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Viagra Boys
Guns N Roses

Pukkelpop 2010 in de ogen van …

Geschreven door

Pukkelpop 2010 - 2010-08-19 t/m 2010-09-21
Chokri en Eppo zullen met enige mixed emotions terugkijken op het 25ste jubileum van hun Pukkelpop. Trots omdat ze voor het eerst weken op voorhand het bordje ‘uitverkocht’ mochten uithangen, maar ook wat aangedaan door de twee rockdoden die tijdens het festival te betreuren waren. De journalisten smeerden het breed uit in de geschreven pers, maar de festivalgangers hadden er weinig of geen erg in. Zij waren vooral gekomen voor drie dagen musictainment die eenieder op zijn/haar eigen manier kon invullen met een keuze uit ruim 200 bands en artiesten op acht podia. Ondergetekende liet zich op het nippertje het laatste beschikbare combiticket afsnoepen, maar tekende wel present vanaf dag 2.

dag 2 – vrijdag 20 augustus 2010
Om onze muzikale rondreis toch op een enigszins cultureel verantwoorde manier aan te vatten liepen we gezwind de Marquee binnen om de spoken word performance van HENRY ROLLINS (****) mee te pikken. Sinds het opdoeken van zijn eigen Rollins Band dweilt de voormalige brulboei de planeet af op zoek naar sterke reisverhalen die als voer moeten dienen voor zijn intussen gekende standup comedy show. Maar dan wel comedy met een geweten; zo is hij niet te beroerd om tussen zijn grappen en grollen steun te vragen voor de daklozen in het Pakistaanse rampgebied, de onzin van elke oorlog aan te kaarten of het publiek te confronteren met de impact van hun ecologische voetafdruk. Melig wordt het echter nooit, want Rollins blijft in de eerste plaats een meester in cynische humor. Een Black Flag reunie zit er waarschijnlijk niet meer in, maar op de manier waarop hun voormalige frontman momenteel zijn tijd verdrijft vinden we dat eigenlijk niet eens zo erg.

In de bloedhete Chateau was het Texaanse trio HARLEM (***) vervolgens aan zet. Eerder dit jaar verscheen hun tweede album ‘Hippies’ op het befaamde Matador label dat de wereld al eerder liet kennismaken met o.a. Guided By Voices en Jon Spencer Blues Explosion. In de beste traditie van deze befaamde gitaarstal label serveerde Harlem een stomend potje rammelende garagerock dat qua bevlogenheid zelfs heel even deed terugdenken aan de begindagen van The Modern Lovers en Violent Femmes. Hun muzikaal recept is te beproefd om van een originele set te spreken, maar de Texanen zijn wel te koesteren omwille van hun heerlijk nonchalante attitude en zichtbaar speelplezier.

Drie jaar terug stonden MATT & KIM (**) voor het eerst te blinken op Pukkelpop. Op de planken van de toenmalige Club tent konden we ons wel vinden in de hyperkinetische electropop van dit New Yorkse duo, maar dit jaar bleek hun transfer naar de veel grotere Marquee misschien wel een beetje te hoog gemikt. Ondanks hun aanstekelijk enthousiasme en tomeloze inzet lijken Matt Johnson (keyboards, zang) en Kim Schifino (drums, zang) immers weinig muzikale progressie te maken. Ze jatten nog steeds melodietjes uit alle hoofdstukken van de popgeschiedenis, gaande van The Shadows’ “Apache” tot Europe’s “The Final Countdown”, maar hiermee zijn ze nog niet echt veel verder geraakt in hun zoektocht naar een memorabele song. Het publiek lustte echter wel pap van dit soort goedkoop entertainment, en wie zijn wij om het publiek tegen te spreken?

De Chateau had nog steeds iets weg van een publieke sauna toen FANFARLO (***) voorzichtig het podium kwam opgeslenterd. Dit Londens vijftal laat zich meedrijven op de golven van de epische folkrevival die de jongste tijd het muzieklandschap overspoelt. Het gebruik van viool, cello en trompet zijn momenteel hipper dan ooit, en met deze ingrediënten maakt Fanfarlo een lekker brouwsel dat smaakt naar bevlogen emofolk. De sterke single “Harold T. Wilkins” stak helemaal voorin de set en maakte meteen ook duidelijk waarom de groep wel eens als een Engelse kloon van Arcade Fire wordt versleten. Het stemgeluid van frontman Simon Balthazar lijkt immers als twee druppels water op dat van Win Butler, en met Cathy Lucas heeft Fanfarlo net als hun Canadese maatjes een bevallige violiste in huis. Indien deze sympathieke bende erin slaagt om zich een eigen muzikaal smoel aan te meten begroeten we Fanfarlo gegarandeerd terug op één van de volgende Pukkelpop edities.

Ook BLOOD RED SHOES (***) werd door het gouden Pukkelpop duo Chokri en Eppo in twee jaar tijd gepromoveerd van de Club naar de Marquee. Met twee puike albums onder de arm, doch zonder noemenswaardige radiohits, slaagde dit jonge duo uit het Engelse Brighton er in om de tent aardig te laten vol lopen voor een stevige portie minimale noiserock. Natuurlijk klonken “Light It Up”, “Don’t Ask”, “You Bring Me Down” en publiekslieveling “I Wish I Was Someone Better” retestrak zoals het hoort, maar op de één of andere manier wou de verwachte vonk toch niet volledig overslaan.
Steven Ansell, de blonde helft van het duo, mepte en schreeuwde er nochtans stevig op los, maar het was vooral de overigens niet onaardig ogende Laura-May Carter die haar gitaar veel te omzichtig en te routineus te lijf ging. Bij een volgende gelegenheid begroeten we één van onze favoriete tweemansbandjes graag terug op één of ander bezweet podium, maar bij voorkeur met wat meer modder aan die lieflijk bloedrode schoentjes.

Toegegeven, met een naam als Avigdor Zahner-Isenberg lijken de kansen redelijk miniem voor een beginnende artiest om zich een weg te banen naar het collectieve muzikale geheugen, maar onder het pseudoniem AVI BUFFALO (***) lijkt dat intussen wel al aardig te lukken. En ja, wanneer op je debuutalbum met “What’s In It For?” reeds een instant classic prijkt kon de intussen tot een trio uitgegroeide groep uiteraard op flink wat publieksopkomst rekenen in de Club tent. Het was tegelijk grappig en ontroerend om te horen hoe Zahner-Isenberg als een timide en klein kereltje toch gezegend is met een breekbare falset stem die ondertussen het onmiskenbare handelsmerk van de groep is geworden. Echter, de nog wat premature lo-fi Westcoast gitaarpop van Avi Buffalo dient nog wat rustig verder te sudderen om aan de enkels te komen van bijvoorbeeld My Morning Jacket of Band Of Horses.

Van enige afkoeling was nog niet echt sprake toen LAURA MARLING (****) en haar vierkoppige begeleidingsband in de Chateau aantraden. Wel integendeel, de temperatuur ging prompt de hoogte in toen bleek dat de bevallige Marling zowel mooi is om naar te luisteren als om naar te kijken! Wie pakweg Joni Mitchell en Sandy Denny als referenties krijgt opgespeld moet wel van heel goede huize zijn om dit ook live waar te maken, maar de eerder schuchtere voormalige (achtergrond)zangeres van Noah And The Whale doorstond deze vergelijkingen met verve. Toen Marling midden in de set haar muzikanten even richting coulissen stuurde voor een aantal solo nummers verstomde elk geroezemoes uit het publiek en werd pas echt duidelijk met welke nachtegaalstem de blonde Engelse gezegend is. Noot voor de afwezigen: steal, buy or borrow Marling’s recentste album met de veelzeggende titel ‘I Speak Because I Can’. Yes, she can!

Over het kanaal is het eclectische FOALS (***) een kleine sensatie sinds de release van hun lichtjes fenomenale debuut ‘Antidotes’, maar hier moet dit vijftal uit Oxford het stellen met een pak minder aandacht. Hun oorspronkelijke muzikale concept ontstond in de slipstream van de vroege Bloc Party, maar voegt daar nog een flinke scheut punkfunk en pruttelend Afrikaans gitaargepingel aan toe. In de Marquee bleek het dan ook moeilijk stilstaan wanneer een trits singles uit hun beginperiode (“Cassius”, “Balloons” en “Red Socks Pugie”) voorbij kwam razen. Op hun eerder dit jaar verschenen tweede album ‘Total Life Forever’ proberen de heren wat weelderiger te klinken en halen ze hun voet drastisch van het gaspedaal, maar echt imponeren doet het nieuwe geluid vooralsnog niet. De uitstraling van de hyperkinetische frontman Yannis Philippakis blijft daarentegen onaangetast; een deel van zijn schijnbaar onuitputtelijke energievoorraad kon hij gelukkig kwijt door een ommetje te maken langs de PA installatie. Foals zal ook na hun set op Pukkelpop blijven balanceren op de slappe koord van de indie hype, benieuwd hoe deze bende jonge veulens de kaap van ‘het moeilijke derde album’ straks gaat nemen.

Het uit Manchester afkomstige HURTS (**) toverde de anders zo informele Chateau om tot een stijlvolle vrijgezellenclub met zwarte driedelige maatpakken en brillantinekapsels als dresscode. De groep laat zich catalogeren als een revival act die nu eens niet teruggrijpt naar new wave of postpunk, maar zich voor de verandering laat inspireren door bloedernstige synthpop van Black en Ultravox of de kitsch van Pet Shop Boys. De radiohitjes “Wonderful Life” en “Better Than Love” staan dan ook bol van dramatiek, herenleed en pathos, een gedateerde combinatie die toebehoort aan de foutste momenten van de 80ies en daar wat ons betreft beter ook blijft.

Je hebt zo van die groepen die het publiek reeds in hun binnenzak hebben steken alvorens er ook maar één noot werd gespeeld. Op basis van de collectieve adoratie die hen te beurt viel in de propvolle Marquee lijkt het Londense kwartet MUMFORD & SONS (***) goed op weg om zich comfortabel in deze categorie te nestelen. Hun pretentieloze mix van sing-along folk en banjopop ging er vooral bij het jonge Pukkelpop volkje in als zoete koek, ook al slaagde de groep er niet helemaal in om voldoende drive in het optreden te houden. De Londenaars moesten het immers duidelijk hebben van hun inmiddels klassieke anthems “Little Lion Man” en het afsluitende “The Cave”. Tussendoor viel het tempo toch wat te veel terug en was er relatief weinig te beleven op en voor het podium, totdat plots een driekoppige blazerssectie te voorschijn werd getoverd tijdens het slepende “Winter Winds”. Voor wie graag wat meer diepgang heeft in zijn folk verwijzen we graag naar generatiegenoten Fanfarlo of Broken Records, maar StuBru’s internet poll liet er alvast weinig twijfel over bestaan dat Marcus Mumford en zijn kornuiten zich tot één van de absolute publiekslievelingen van Pukkelpop 2010 mogen kronen.

Met z’n 20 lentes mag THE PRODIGY (***) zich inmiddels tot één van de ouderdomsdekens van het festival rekenen. En zoals het echte heren op zekere leeftijd past stelde de groep het geduld van het massaal opgekomen publiek voor de Main Stage op de proef door ruim een kwartier laten dan voorzien het podium op te stormen. Misschien wou de mascara beurt van Maxim Reality vanavond niet zo goed lukken, of deed Keith Flint nog een laatste vergeefse poging om zijn stembanden te smeren? Als geen ander verstaan beide notoire vogelverschrikkers echter nog steeds de kunst om een hongerig publiek op te jutten en te provoceren, maar de muzikale performance van dit Britse gezelschap staat of valt uiteraard met de inspiratie van het nagenoeg onzichtbare knoppenwonder Liam Howlett. Om aansluiting te vinden bij de nieuwe trends die het jonge volkje kunnen bekoren lijkt Howlett zowel het tempo als het volume van de oudere nummers tegenwoordig behoorlijk omhoog te schroeven, en laat hij zich op het podium versterken door een drummer en een gitarist. Herwerkte versies van klassiekers als “Breathe” en “Poison” klonken hierdoor brutaler dan ooit en versmolten moeiteloos met recenter werk zoals de puike come-back single “Omen”. Misschien niet de ideale opwarmer voor de ideale schoonzonen van Snow Patrol, maar The Prodigy lijkt allesbehalve van plan om rustig uit te bollen tot de volgende ‘greatest hits’ CD.

De dromerige en licht psychedelische sprookjespop van het uit Baltimore afkomstige BEACH HOUSE (****) kreeg de eer om de tweede festivaldag in de Club in pure schoonheid af te sluiten. Terwijl Grizzly Bear vorig jaar misschien wel het mooiste album maakte met ‘Veckatimest’ lijkt deze eer dit jaar mogelijks weggelegd voor het derde Beach House album ‘Teen Dream’. Het kernduo Alex Scally en Victoria Legrand
had voor de gelegenheid twee extra muzikanten meegebracht om de etherische pracht van ‘Teen Dream’ laagje per laagje terug op te bouwen. De groepsleden baadden in een troebele doch sfeervolle belichting waardoor alle aandacht automatisch naar de muziek werd gezogen. Bij momenten leek de set iets weg te hebben van een flower power versie van Mercury Rev, mede door de typische ijle stem van Legrand die daarnaast ook nog eens met volle overtuiging haar keyboards te lijf ging. Mooie liedjes horen niet lang te duren, maar in het geval van Beach House overschrijden ze doorgaans vlotjes de kaap van de vijf minuten waardoor de set al bijna voorbij was vooraleer we het goed en wel beseften. Elk nummer kon per definitie doorgaan als een hoogtepunt, maar als we toch moeten kiezen opteren we zonder aarzelen voor “Zebra” en uiteraard de bescheiden radiohit “Norway”. Het liefst kropen we vervolgens direct in onze slaapzak om na te genieten van dit muzikaal sprookje, maar Chokri & Eppo hadden dicht bij middernacht nog ander lekker volk opgetrommeld.

Net als tijdens vorige edities bleek de Wablief?! tent dit jaar weer veel te klein voor de meeste Belgische bands die er hun opwachting maakten, dus groot was onze verbazing toen we zomaar vlotjes tot aan het podium konden binnenwandelen tijdens de set van RADICAL SLAVE (**). Al snel werd echter duidelijk waarom dit hobbyproject van de Limburgse veteranen Mauro Pawlowski (dEUS en 100 andere projecten) en Dirk Swartenbroeckx (Buscemi) aangevuld met drummer Remo Perotti (ex-Bedtime For Bonzo) niet bepaald als een publiekslokker de Pukkelpop archieven zal ingaan. Het is op zich bewonderenswaardig dat de muzikale vrienden een eerbetoon willen brengen aan de ‘no wave’ beweging die eind jaren ’70 een bescheiden muzikale revolutie ontketende in New York, maar conservatief als we zijn kregen we toch graag een paar nummers met kop en staart opgediend. In plaats daarvan waren we getuige van een soort try-out concert waarbij de groep zich veeleer in hun repetitieruimte waande voor een schijnbaar eindeloos durende doch erg intrigerende soundcheck.  Pawlowski leek ter plaatse de meest hoekige gitaarnoise uit zijn mouw te schudden terwijl Swartenbroeckx naast tweede gitaar zich onledig hield met het sampelen in real-time van de geluidsbrij die op het podium werd geproduceerd. Het publiek stond erbij en keek er naar met open mond, en eerlijk gezegd weten we nog altijd niet of we dit geniaal vinden of eerder als lawaai moeten afdoen.

Wie na de trip van Beach House trek had in nog meer etherische droompop diende af te zakken naar de Marquee alwaar THE XX (****) het licht mocht uitdoen. Nu ja, veel licht kwam er zowiezo al niet te pas aan de intimistische en mysterieuze set van dit Londense trio. De prille twintigers tekenen voor een unieke combinatie van kille postwave en indringende white soul waarbij uiterst spaarzaam wordt omgesprongen met gitaar, bas en percussie. Bij deze minimale aanpak hoort tevens een heel sober imago met zwart en wit als enige kleuren van platenhoezen, kledij en instrumenten. Eerder onverwacht werd de minimale pop van The xx eind vorig jaar meteen opgepikt door een groot publiek, maar ook op de planken van de Marquee lijkt het timide frontduo Romy Madley Croft and Oliver Sim nog steeds niet echt te wennen aan zoveel aandacht. Knappe versies van “Islands” en “Crystalized” mochten dan wel op het meeste herkenningsapplaus rekenen, elk nummer waarin de intrigerende fluisterinteractie tussen Croft en Sim centraal stond verdiende dezelfde appreciatie. Een jonge groep als The xx die het voor elkaar krijgt om in één jaar tijd Werchter én Kiewit zonder slag of stoot in te pakken moeten we koesteren, dus kunnen we enkel maar hopen dat het huidig succes hun creativiteit niet onmiddellijk zal overvleugelen.

Het Canadese electronica collectief HOLY FUCK (****) is best wel een rare snuiter in zijn genre. Je zal Graham Walsh en Brian Borcherdt immers zelden of nooit betrappen met een laptop of andere vooraf opgenomen bedriegerij, maar je kan hen daarentegen wel bekoren met de meest aftandse analoge apparatuur of zelfs met speelgoedinstrumenten op voorwaarde dat ze er één of ander vreemd geluid kunnen uitknijpen. Voor hun optreden in de Chateau hadden de twee geluidswizards zo bijvoorbeeld een film synchronizer en een wel heel erg bijzondere melodica meegebracht die hun kaleidoscopische fusie tussen krautrock, trip hop en ambient ook visueel een extra dimensie gaf. Komt daarbij dat Walsh en Borcherdt zich ondertussen hebben versterkt met bassist Matt McQuaid en drummer Matt Schulz die vanuit de tweede linie voor de dansbare groove zorgen in nummers als “P.I.G.S.”, “Stay Lit” en vooral “SHT MN”. Het zijn stuk voor stuk meesterwerkjes uit het recentste album ‘Latin’ die de Canadezen een verdiende promotie oplevert naar de eredivisie van de psychedelic beat. Wie de heren van Holy Fuck dus ooit op een rommelmarkt ziet rondsnuffelen naar nieuwe analoge speeltjes weet dat een volgend meesterwerk in de maak is!

dag 3 - zaterdag 21 augustus 2010

Wie vroeg genoeg uit de veren was en met frisse oksels naar het eerste optreden op de Main stage trok was getuige van één van de dieptepunten op Pukkelpop 2010. Het Amerikaanse OK GO (*) staat garant voor inspiratieloze gitaarpulp die in high rotation gaat op MTV/TMF/Jim, en ja, zo klonken ze ook. Maar ach, we vatten dit zeldzaam zwak moment van samenstellers Chokri en Eppo filosofisch op en begaven ons prompt naar de Special Beers toog om deze smakeloze brok fastfood entertainment in één ruk door te spoelen.

Een Pukkelpop editie zonder muzikale ontdekkingen is als Luc Janssen zonder controversiële bindteksten of Stijn Meuris zonder bril: op zich bestaan ze wel, maar indruk maken doen ze niet. Wie wel indruk maakte kort na de middag in de Club waren THE BOOKHOUSE BOYS (****), een tot voor kort (en misschien wel voor eeuwig en altijd) illuster negenkoppig gezelschap uit London dat zijn naam heeft ontleend aan een geheimzinnig genootschap uit Twin Peaks. Na een paar nummers blijkt echter dat niet David Lynch maar eerder Quentin Tarantino een moord zou begaan om deze groep als huisorkest te laten aandraven in zijn volgende film noir. Een streepje broeierige Grinderman blues, een melancholische mariachi trompet en een in reverb gedrenkte Dick Dale gitaar: het zijn maar enkele van de ingrediënten die de muzikale mix van The Bookhouse Boys pittig en uniek maken. Naast de charismatische frontman Paul van Oestren, een soort reïncarnatie van Joe Strummer zaliger, luistert hét geheime wapen van de groep naar de naam Catherine Turner. Een verleidelijk bewegende en fluisterende vamp die in een knalrood cocktailjurkje omringd door acht mannen voor het sensuele element zorgt: ook wie het optreden heeft gemist moet zich hier toch iets kunnen bij voorstellen...

Samen met The Undertones moet ASH (***) zowat het belangrijkste exportproduct zijn uit Noord-Ierland in de sector ‘onweerstaanbare punkpop’. Frontman Tim Wheeler ziet er nog steeds uit als een vitale twintiger, maar het is ondertussen wel al 20 jaar geleden dat hij deze groep op de rails zette voor een rollercoaster rit die sinds de mid-90ies een indrukwekkende reeks radiohits heeft opgeleverd. En ja, het was weer heerlijk om die luchtgitaar boven te halen op de onweerstaanbare tonen van “A Life Less Ordinary”, “Girl From Mars”, “Kung Fu”, “Shining Light” en “Burn Baby Burn”. Tussendoor zat ook wat recenter en minder beklijvend werk verscholen uit het ambitieuze ‘A-Z’ project waarbij Wheeler & co om de twee weken een nieuwe single op de wereld loslaten, en waarmee ze duidelijk te kennen geven dat ze niet louter als een 90ies jukebox door het leven willen gaan. Interessant weetje: op tweede gitaar herkenden we de recent ingehuurde Bloc Party gitarist
Russell Lissack; de tengere sidekick van Kele leerde als broekje de stiel in een Ash coverbandje en zag dus prompt een jongensdroom in vervulling gaan toen Wheeler hem eerder dit jaar een stekje aanbood voor de komende ‘A-Z’ tour.

“Op een dag vind ik de job van mijn leven, en dan ben ik weg” moet ALAIN JOHANNES (***) gedacht hebben. Dit Chileense snarenwonder was in een vorig leven ooit de drijvende kracht achter het bescheiden succesvolle hardrock combo Eleven, maar verdiende daarna wel vlotjes zijn sporen als studiomuzikant en/of live versterking bij o.a. Chris Cornell, Mark Lanegan en Queens Of The Stone Age. Vorig jaar stond de man trouwens ook al te blinken in de Marquee als vierde Them Crooked Vulture, maar nu deed hij het helemaal alleen vergezeld van een ‘cigar box’ gitaar. Ook Seasick Steve wordt trouwens wel eens betrapt met dit type van zelfgebouwde gitaar waaruit een banjo-achtig geluid wordt geproduceerd. Johannes demonstreerde niet enkel zijn kunsten op dit veredeld sigarenkistje, maar heeft bovendien ook een neus voor een goede song. Zonder naambekendheid, zonder airplay en zonder een album onder de arm kreeg de imposante Chileen toch een halfgevulde Marquee warm met folky nummers die ons prompt doen terugdenken aan ‘Led Zeppelin III’ en het vergeten Masters Of Reality/Chris Goss opus ‘Give Us Barabas’. Tip voor uw najaarsbudget: Johannes’ debuutalbum ‘Spark’!

Ook op onze volgende halte in de Chateau waren we getuige van een indrukwekkende one-man-show. Wanneer de vanuit Los Angeles opererende Koreaan Jason Chung achter zijn turntable kruipt laat hij zich bij voorkeur aanspreken als NOSAJ THING (***) en kan het publiek zich verwachten aan één lange abstract hiphop trip. Alhoewel diens instrumentale knip- en plakwerk duidelijk schatplichtig is aan het pionierswerk van DJ Shadow slaagt Chung er toch in om nog een tikkeltje eigenzinniger uit de hoek te komen door de etherische soundscapes een stevige R&B injectie toe te dienen. Ook op remix gebied lijkt Nosaj Thing goed op weg om the next big thing te worden, want tenslotte krijgt niet elke sterveling de toestemming van Thom Yorke om een Radiohead nummer te herwerken. Op het einde van zijn set in de Chateau haalde Chung echter niet Radiohead maar wel The xx door de mangel. Het zal de kleine Koreaan ongetwijfeld wat extra credibiliteit opleveren bij het doorsnee indie publiek en de nodige dollars op zijn bankrekening.

Alhoewel ze er nog steeds uitzien als de sympathiekste kwajongens van het dorp mogen Tim Vanhamel (o.a. Evil Superstars, Millionaire en Eat Lions) en Pascal Deweze (o.a. Metal Molly, Sukilove en Chitlin’ Fooks) zich toch stilletjes aan tot de anciens van de Belpop rekenen. Als uitloper van hun soundtrack opdracht voor de hilarische candid-camera reeks Benidorm Bastards besloten de heren enige tijd terug om hun samenwerking ook een gezicht te geven; de nieuwe boreling luistert naar de naam BROKEN GLASS HEROES (***), met de ‘B’ van Beach Boys, Beatles, Byrds en Buffalo Springfield. In één of andere gedaante passeerden al deze muzikale helden inderdaad wel allemaal de revue van de propvolle Club tent voor het allereerste optreden van deze gelegenheidsgroep. Dat Broken Glass Heroes speelplezier en vakmanschap verkiezen boven muzikale originaliteit stoorde allerminst, en ook waren ze niet te beroerd om tussendoor het vocale talent van de Hasseltse Rock Rally finalisten The Sore Losers in de picture te plaatsen. Niet enkel tijdens de zeemzoete zomerhit “Let’s Not Fall Apart” maar ook voor een pak andere fraaie staaltjes van close harmony pop kregen Vanhamel en Deweze de handjes vlot op elkaar. Wie de première van deze 60ies tribute heeft gemist kan binnenkort ongetwijfeld herkansen in de betere parochiezaal.

Ook het volgende optreden in de Club ademde een retrosfeertje uit, met dit verschil dat onze muzikale smaakpapillen deze keer geen zeemzoete feel good pop maar wel een portie onversneden acidrock kregen voorgeschoteld. Het vanuit San Francisco opererende SLEEPY SUN (****) heeft een gezonde affectie voor het soort bezwerende psychrock dat vanaf eind jaren ’60 furore maakte na de implosie van de flower power. De cool van Jefferson Airplane gekruid met de slepende powerchords van Black Sabbath zorgde voor een ongrijpbaar commune sfeertje met Grace Slick look-alike Rachel Williams in de rol van hypnotiserende hogepriesteres. Geheel conform de regels van dit bedwelmend  genre werd in elk nummer ruimte gelaten voor lange instrumentale passages waarbij wah wah pedalen en feedback effecten vrij spel kregen. Het maakte het optreden tot één lange psychedelische trip die wat ons betreft een stuk langer had mogen duren dan de voorziene 50 min. Black Mountain kijkt voortaan beter uit, want met Sleepy Sun hebben ze er een te duchten concurrent bij.

Wat maakt een groep tot hype? De Engelse muziek tabloid NME geldt hier als onbetwist referentiepunt en verstaat als geen ander de kunst om enkel op grond van één single een jong bandje op de cover te sleuren. Zo ook verging het THE DRUMS (**) die met “Let’s Go Surfing” het luchtigste zomerdeuntje sinds Peter, Björn & John’s “Young Folks” uit hun mouw schudden. Een stuk minder indrukwekkend klinkt het bijhorende titelloze debuutalbum dat gevuld is met lichtvoetige gitaarpop zonder weerhaakjes, en zo klonk het viertal precies ook op het podium van de vlotjes volgelopen Marquee. Nu de hype stilletjes aan het bekoelen is wordt het langzaam aan duidelijk dat het muzikale recept van het jonge viertal een pak vrijblijvender is dan dit van sommige 80ies bands die te pas en te onpas als belangrijke inspiratiebronnen worden aangehaald. De groep en het publiek, het leken wel twee aparte werelden die elkaar weinig te vertellen hadden, en zelfs de huidige single “Forever and Ever Amen” liet het Pukkelpop volkje redelijk onberoerd. The Drums lijken momenteel het levende bewijs dat niet alles dat uit New York komt overwaaien instant muzikaal goud is, en daar kan zelfs een reclamespot voor de Peugeot 3008 Crossover weinig aan veranderen (http://www.youtube.com/watch?v=3ltMsh6utE8).

Het Amerikaanse kwintet THE NATIONAL (****) heeft in hun tienjarig bestaan een behoorlijk indrukwekkend Pukkelpop parcours afgelegd. Ten tijde van het eerste serieuze wapenfeit ‘Alligator’ (2005) werd de groep nog discreet weggemoffeld in de Club tent om vervolgens een paar jaar later al op te duiken in de veel grotere Marquee ter promotie van ‘Boxer’ (2007). De uiteindelijke promotie naar de Main Stage als één van de absolute headliners van het festival heeft de groep te danken aan hun recentste worp ‘High Violet’ die voor de doorbraak naar een breed publiek heeft gezorgd. Er waren vooraf wel wat twijfels of de donkere mix van postpunk en americana wel zou aanslaan onder een stralende hemel, en ook de bandleden zelf hadden duidelijk hun voorzorgen genomen tegen een overdosis zonlicht en collectief een imagoversterkende zonnebril opgezet. Bij het inzetten van “Anyone’s Ghost” nam de diepe bariton van frontman Matt Berninger echter alle twijfels weg: dit zou een optreden worden om in te lijsten! Met elk volgend nummer leek de groep enkel maar crescendo te gaan: tijdens het epische “Afraid Of Everyone” deed een blazerssectie dienst als katalysator voor de wall of sound van de gitaarspelende broertjes Dessner, voor zover het nog nodig was solliciteerde een strak “Bloodbuzz Ohio” nogmaals voor de titel ‘single van het jaar’, en in het oudje “Mr. November” ontbond de anders zo introverte Berninger al zijn duivels alsof de jonge Nick Cave ermee gemoeid was. Kunnen de heren van The National nog dieper doordringen in hun ziel? Voor Vlaams parlementslid Schuermans is deze groep alvast een godsgeschenk om de credibiliteit van Rock Werchter 2011 een flinke boost te geven, maar laat die aanstekers gerust thuis.

BROKEN BELLS (***) hoort thuis in het rijtje The Dead Weather, Monsters Of Folk en Tired Pony: gelegenheidsprojecten waarin artiesten die hun groep of zichzelf even beu zijn samen een nieuw repetitiehok bouwen en er met wisselend resultaat ook een album opnemen. In het geval van Broken Bells beklonk voormalig Shins frontman James Mercer een joint venture met meesterproducer en multi-instrumentalist Danger Mouse  die u hoort te kennen van o.a. Gnarls Barkley en Gorillaz. Hun set in de Marquee kwam wat traagjes op gang met een trits lange atmosferische nummers die op zich wel aangenaam luistervoer boden, maar nergens echt spannend werden. Wanneer het gecombineerde talent van beide heren dan toch in de juiste plooi valt is het wel meteen bingo. Enkel en alleen al op grond van de meesterlijke single “The High Road” verdienen Broken Bells het nodige krediet, en toen Mercer en Danger Mouse hun kompanen even later de coulissen instuurden om het intieme “Insane Lullaby” uit het laatste postuum verschenen Sparklehorse album in te zetten leek ook de laatste twijfelaar overtuigd. Over de houdbaarheidsdatum van dit soort hobbyprojecten gaan zoals steeds de wildste geruchten. Echter, nu The Shins dood en begraven zijn en Danger Mouse zich steeds nadrukkelijker als de muzikale omnivoor van zijn generatie gaat profileren lijkt de weg open te liggen voor Broken Bells om nog een volgende boreling af te leveren.

“Nicotine, valium, vicodin, marijuana, ecstasy and alcohol… C-c-c-c-c-cocaine”: Josh Homme leek van elk van deze substanties wel een snuifje te hebben geconsumeerd toen hij met de andere QUEENS OF THE STONE AGE (****) het trashy “Feel Good Hit of the Summer” inzette op de Main Stage. Ja, die zomer van 2000 kon inderdaad maar moeilijk meer stuk wanneer een album als ‘Rated R’ wekenlang in onze CD speler stond geparkeerd. Tien jaar later blikken Homme & co graag nog eens terug op hun eerste echte meesterwerk: het album werd onlangs heruitgebracht en bevat nu o.a. ook de registratie van hun legendarische set op Reading 2000, en momenteel wordt een kleinschalige Europese toernee ondernomen om de 'Rated RX' deluxe reissue ook live wat luister bij te zetten. Behalve “Feel Good...” kreeg het publiek ook “The Lost Art of Keeping a Secret”, “Monsters in the Parasol” en “I Think I Lost my Headache” uit dit doorbraakalbum voorgeschoteld. Nieuw werk lijkt voorlopig niet op stapel te staan, dus groeide de set dan maar uit tot een soort ‘greatest hits’ met welgemikte splinterbommetjes uit ‘Songs for the Deaf’, ‘Lullabies to Paralyze’ en ‘Era Vulgaris’. Met de blik op oneindig en schijnbaar apatisch voor de enthousiaste reacties van het samengepakte publiek zocht de druggy Homme initieel maar weinig contact met het publiek, maar toen hij net als de alerte cameraman wat wulpse meisjes in de gaten kreeg die opschriften als “Josh I want to make it wit chu” en “Queens of the Pukkelpop” op wat bordjes hadden gekrabbeld ontdooide de stoere bonk snel. Toegegeven, een testosteron uitspraak als “We’re not here to hurt each other, we’re here to fuck each other” zou in hun puriteinse thuisland misschien minder geapprecieerd worden, maar op Pukkelpop kwam de groep er wel mee weg. Eigenlijk had dit optreden best wel als afsluiter mogen fungeren op de Main Stage, maar daar staken twee plaatjesdraaiende broertjes in witte maatpakken een stokje voor...

Voor de tweede keer in drie jaar tijd mocht YEASAYER (****) zijn kamp opslaan in de Club, en dit keer kreeg het in Brooklyn, NY residerende gezelschap de eer om de tent te sluiten tegen middernacht. Op hun twee studioalbums lijkt het vijftal elk nummer vol te willen stoppen met een half dozijn aan verschillen invloeden, en het eclectische eindresultaat is dan ook niet altijd even gemakkelijk verteerbaar wanneer je als luisteraar heen en weer wordt geslingerd tussen afrobeat, psychedelica, synthpop, trip hop en Oosterse folk. Dit is muziek waar je moeite moet voor doen om de nagenoeg ongrijpbare Yeasayer vibe ten volle te beleven, maar wat de groep in de Club presteerde was ronduit fe-no-me-naal. De heren hadden er overduidelijk heel veel zin in en dat had ook het publiek al vlug begrepen. Het feit dat gitarist Anand Wilder veel meer dan vroeger uit de schaduw treedt van frontman Chris Keating en een kleine helft van de nummers als leadzanger voor zijn rekening neemt heeft zeker bijgedragen tot het meer melodieuze en ontspannen karakter van Yeasayer anno 2010. Zo schitterde Wilder een eerste keer in de nieuwe single “Madder Red”, een nummer waar invloeden uit de Oosterse volksmuziek hand in hand gaan met 80ies kitsch. De bijna hit “O.N.E.” werd opgespaard tegen het einde van de set, alsook het fenomenale “Ambling Alp”. Tegen haar gewoontes in kwam de groep nog eens terug voor de fraaie encore “Red Cave”. We trokken als ongelovige naar de Club, en kwamen daar een uur later als bekeerling terug buiten: wie zijn biecht komt uitspreken bij Yeasayer krijgt daar zelden of nooit spijt van.

Voor onze laatste stop hielden we halt aan de Shelter, oftewel het walhalla van alles wat naar punk, hardcore of metal ruikt. Het Californische punkinstituut BAD RELIGION (***) kwam in die tent haar 30ste verjaardag vieren met een bloemlezing uit hun back catalogue én een nieuwe plaat onder de arm. Als de Ramones van hun generatie zit er bijzonder weinig sleet op de beproefde formule: Greg Graffin kapt nog steeds hele bakken maatschappijkritiek uit over het publiek terwijl Epitaph labelbaas en gitarist Brett Gurewitz samen met zijn maats schijnbaar achteloos het ene melodieuze punkrock anthem na het andere uit zijn mouw schudt. En na 30 jaar heeft Bad Religion geen gebrek aan anthems; “Generator”, “Recipe for Hate”, “American Jesus”, “A Walk”, “21st Century (Digital Boy)” en “Sorrow” werden dan ook moeiteloos meegescandeerd als betrof het een nationaal zangfeest. Weinig vernieuwend maar wel oprecht: het zou zowaar de moraliserende synthese kunnen zijn van Pukkelpop 2010 twee dagen en 28 optredens later.

Tot slot nog onze hoogst onbetrouwbare top 5 van Pukkelpop 2010: 1. The National 2. The Bookhouse Boys 3. Holy Fuck 4. Yeasayer 5. Queens of The Stone Age

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

On Returning

Thieves like us

Geschreven door

Omwille van de diepe crisis waarin de platenindustrie verzeild is geraakt zullen we het in de toekomst wel meer meemaken dat geweldige platen gratis te grabbel worden gegooid op het net want niet iedereen heeft het geld (of zelfs de moed) om alles in eigen beheer uit te brengen. Onlangs zei een muzikant mij dat hij liever heeft dat heel de wereld gratis zijn muziek beluistert, dan dat hij op zolder met 800 onverkochte cd’s blijft zitten. Het is een gedachte waard maar wanneer iedereen zijn materiaal op het net gooit, wordt het al gauw een telefoonboek zonder alfabetische ordening maar gelukkig is er Musiczine om u aardig op weg te helpen.
De nieuwste release van het Zweedse On Returning is zo’n prachtvoorbeeld.
Vijftien jaar geleden zouden de majors staan te schreeuwen om hun aanstekelijke synthpop uit te mogen brengen maar het lot wil dat hun cd ‘Thieves like us’ (inderdaad genoemd naar dat New Order-nummer) een gratis internetrelease gebleven is.
Ten onrechte of gelukkig? Wie zal het antwoord weten maar wel is het zo dat hun 80’s geïnspireerde indiepop verduiveld veel lijkt op wat Ian Broudie ooit met zijn Lightning Seeds deed en als je daar nog eens de geest van New Order weet op te plakken dan weet u meteen dat dit een synthpopmust is. U vindt het cdtje (gratis) op onderstaande link http://www.jamendo.com/en/album/68439

Yellow Ostrich

The serious kids EP

Geschreven door

Niet iedereen bekijkt het als een positieve evolutie maar vandaag de dag kan elke mens muziek maken en wordt het aanbod op cd met de dag schaarser en schaarser terwijl het aantal gratis downloads met de dag stijgt.
Toegegeven, het is misschien wel een democratiseringsproces maar het blijft ongelooflijk moeilijk om het kaf van het koren te scheiden maar gelukkig heb je MusicZine om je een beetje wegwijs te maken.
Een van de gratis releases die we je van harte kunnen aanbevelen is de nieuwe mini-cd van Yellow Ostrich, een bijna onmogelijk te onthouden projectsnaam van ene Alex Schaaf.
Deze Amerikaan is het soort duiveltje-doet-al die alle instrumenten bespeelt en daarmee prachtige psychedelische lo-fi uit zijn mouw weet te schudden dat evengoed op de laatste cd van Grizzly Bear of Arcade Fire had kunnen staan.
Alex maakt het zichzelf nooit moeilijk want ook al lijken zijn nummertjes uit honderden onderdelen te bestaan blijft de essentie toch een eenvoudig poplied te zijn.
Te ontdekken op onderstaande link, gratis en voor niks!

http://yellowostrich.bandcamp.com/album/the-serious-kids-ep

Steven H

Ik, Steven H

Geschreven door

Danig zijn we onder de indruk van de EP van Steven H(eyse) uit Kaster. Hij rapt er op giftige wijze op los in een West-Vlaams dialect en geeft z’n aanstekelijke hiphopsounds vervaarlijke, dreigende dynamisch creatieve wendingen, zoals we dit in ver verleden hoorden van de Beastie Boys, Gangstarr en Coldcut.
Als we in eigen boezem kijken, refereert Steven H aan de ‘90s van Prophets Of Finance (pré-’t Hof) die even fel en verbeten te werk gingen. Toegegeven, de eerste songs (de single “’t Zit tegen”, “Ne saaien beat”) van de EP hebben een frisse, speelse, opzwepende melodie. In de andere drie, “Avvekeurd”, “Ik zoeke vuert” en “Te late” neemt hij wat gas terug; ze zijn meer richting r&b en klinken zalvender.
De man heeft al een goed cv op zak als finale Westtalent, finaleplaatsen in rockconcours en het Groot Geweld en verdient met de EP die fikse stap voorwaarts … Een groots entertainer-in-spé! “Ein voar onder j’un konte te geven, zouden ze bij ons zeggen …

Ohja, de plaat bevat een insert met uitknipbaar Steven H-masker, microfoon en mini-pancarte waarmee de fans zelf een Steven H-imitatie ten beste kunnen geven …

Info op http://www.stevenh.be

Pukkelpop 2010: zondag 21 augustus 2010

Pukkelpop 2010: zaterdag 21 augustus 2010
Ook de derde, afsluitende Pukkelpopdag was een helse rit naar de diverse podia. Op het hoofdpodium bliezen gevestigde waarden Queens of the Stone Age en de 2 Many DJ’s de 25 Pukkelpopkaarsjes compleet uit …

Rond de middag speelden de Noord-Ierse veteranen Ash rond Tim Wheeler, (***) (Mainstage) een strakke set. Onversneden melodieuze rock, subtiel, pakkend, hitsend en explosief, waarbij we niet omheen het doorbraak album ‘1977’ konden, hun sterkste plaat van midden de jaren ’90. Intussen zijn ze een kwartet geworden en werd tweede boegbeeld Charlotte Hatherley uit de band gezet. Ze doken in hun verleden met schitterende songs als “The shining light”, “Girl from Mars” en “Burn baby burn”. “Oh yeah” lieten ze links. We hoorden een band op scherp, met een potig, gebald optreden!

Iets na 13u stonden de Paranoiacs (***) als eerste het podium van de Shelter. ‘Afsluiten’ heeft bij onze landgenoten wel een bijzondere betekenis gekregen. Dit jaar brachten ze op Valentijnsdag niet enkel een nieuwe plaat ‘Love Junks’ uit, maar kondigden ze ook aan dat het welletjes is geweest en dat ze met een afsluitende tournee een punt zetten achter hun 25 jarig bestaan. Het was dan ook mooi dat precies 20 jaar na hun eerste passage op Pukkelpop - toen er nog met louter één podium gewerkt werd en slechts 10 groepen op de affiche prijkten - er opnieuw een plaatsje voor hen was gereserveerd. En de groep rond de broertjes Hans en Rafke Stevens genoten duidelijk van deze gastvrijheid. Met “I Wanna Be Loved” werd snedig begonnen en ook tijdens de andere nummers werd op hun vertrouwde elan van aan  – pakweg –  de Ramones verwante garagerock verdergegaan. Er werd nieuw (“Save My Rock'n'Roll” en “Another Song”) met ouder werk (zoals het onverwoestbare “I’ve been Waiting”) afgewisseld. Helemaal op het einde verliet Rafke zijn op de strijkplank geplaatste synthesizer om zelf de hoofdvocalen voor zijn rekening te nemen. Met een kwinkslag als zijnde “Ik hoop dat dit niet het beste is wat jullie al gezien hebben, maar voor mij was het dat wel", bleef hij zijn sympathieke zelve. Het was inderdaad niet het beste van de afgelopen drie dagen maar ach wat waren we blij er bij te zijn. Tot binnen 20 jaar naar aanleiding van de nu al in de sterren geschreven reünie?

Die Antwoord (***) (Dancehall) , een rapact uit Kaapstad (Zuid-Afrika), kenden we enkel van hun ‘hit’ “Enter The Ninja”. We waren dan ook heel benieuwd wat de band in hun mars had. Die Antwoord, die nog maar bestaat sinds 2009, bracht een erg dansbare set waarbij het stemgeluid die zangeres Yo-Landi Visser voortbracht, ons spontaan aan Fergie deed denken. Tot onze verbazing werd hun “Enter The Ninja” al heel vroeg op het publiek losgelaten,waardoor we schrik hadden dat we het hoogtepunt daarmee wel gehad zouden hebben. Niks was minder waar, hun vuilbekkerij en vele verkleedpartijen zorgden voor genoeg sfeer om te voorkomen dat we ons gingen vervelen. Nummers als “Rich Bitch” en “Zef Side” zijn geen gecompliceerde nummers maar straalden zo een energie uit dat het één groot feest werd! Afsluiten deden de gestoorde Zuid-Afrikanen met “Doosdronk” en ze waren verkleed in iets wat op een pikachu leek (pokémon).

We pikten nog iets mee van Alain Johannes (**) (Marquee), die in de band Them Crooked Vultures zit. Zo te zien was op de afsluitende Pukkelpopdag de ganse muzikale familie rond Josh Homme bijeen. Solo speelde hij enkele intieme, ingetogen songs, die door z’n grauwe zang ergens bleven hangen tussen Mark Lanegan en Chris Goss.

Tot vóór vorig jaar trad de beloftevolle Selah Sue (****) (Mainstage) solo op. Op Novarock toen, in Kortrijk, had ze voor de eerste maal een heuse band rond zich geschaard en intussen is er een sneeuwbaleffect ontstaan rond de mooi ogende sing/songschrijfster Sanne Putseys. Ze meet zich gemak aan Joss Stone en Amy Winehouse. Onmiskenbaar een groots talent die op het grote podium van Pukkelpop een uiterst genietbare, gevarieerde set presenteerde. De soulpop, met Caribische reggae tunes, kreeg nog meer elan door de ‘70’s Hammond partijen, haar indringende, doorleefde en emotievolle stem, haar verleidelijke blik en haar blauwe ogen. Ze heeft heel wat podiumervaring opgedaan en is een ongelofelijke klassemadam geworden, die sterk voor de dag kwam met songs als “Black part love”, “Fyah fyah”, “Raggamuffin” en “Crazy sufferin’ style”. En het nieuwe “Peace of mind” bracht hulde aan Ou est le swimming pool.

Het muzikaal vakmanschap van Tim Vanhamel en Pascal Deweze werd samengebald onder Broken Glass Heroes (**) (Club). De Broken Glass Heroes kan je kennen van de soundtrack uit de tv serie ‘Benidorm Bastards’. Ze maakten een ‘tuimelperte’ in de tijd, van de ‘60’s Beach Boys naar Crosby, Still & Nash tot ‘70’s retrorock. Sfeervol, lichtvoetig, dromerig en stevig knapperig. Op die manier hoorden we een diversiteit, van het krachtige “Poor little rich girl”, een dromerig “Let’s not fall apart” en een fris rockende “U becomes U”. Broken Glass Heroes was een band met verschillende muzikale gezichten, die over talentvolle componisten beschikt, maar onvoldoende eigen identiteit had en kon beklijven.

Het Canadese Caribou (**) zorgde ervoor dat het nog een graadje ‘hotter’ aan toe ging in de Chateau met hun leuke, frisse en aanstekelijke indiecocktail, opgehitst door percussie, stuwende baslijnen en gitaarriedels. Net als bij Fxx Buttons en Holy Fuck stonden de groepsleden tegenover en dicht bij elkaar opgesteld, om de sound nog meer dynamiek te bezorgen. Een exotisch feestje werd het wel nooit, gezien het klankenspectrum minder variërend was, maar meer zalvend en freejazzy; de in wit geklede heren lieten wel een toffe indruk na …

De adembenemende set van The Low Anthem (***) in de Marquee ging de mist in door de beats die binnendrongen van de andere kant van het terrein. De leden wisselden van instrument alsof het niks was en ontroerden zonder enige versterking (vierstemmig dicht bij elkaar achter 1 microfoon!). De ‘do-it-yourself’ band groef in het verleden van Dylan –Cohen - Young en Waits en brachten emotionele schoonheid van hun breekbare alt.country/folk/americana/lofipop, die af en toe een rauw, ruw randje had. Verslavend inwerkende songs, die zich een uniek plaatsje toe eigenden in de scène. Wat een ‘close harmony’ …

The Low Anthem (****) uit Rhode Island hoeft ons niet meer te overtuigen van hun klasse. Zowel hun fantastische platen ‘What The Crow Brings’ als ‘Oh My God, Charlie Darwin’ als hun passages in onder meer de AB en op Crossing Border konden ons keer op keer bekoren. Ook op Pukkelpop stonden ze er. En niet alleen de muzikanten maar ook hun arsenaal aan instrumenten, zoals onder meer gitaar, klarinet, drum, contrabas, althoorn, xylofoon, viool, een oud, gerestaureerd orgel en – jawel – ze hadden ook opnieuw de crotales mee.
Hun set klonk intussen vertrouwd en wiegde van rustige folk en americana  (“Cage The Songbird” en “Charlie Darwin”) tot uptempo bluesgetinte covers als “Don’t Let Nobody Turn You Around”, het wild om zich heen schoppende “Cigarettes And Whiskey, And Wild, Wild Women” en als hoo
gtepunt “Sally, Were’d You Get Your Liquor From”. Op het einde van de set gingen de groepsleden rond één microfoon plaatsnemen en brachten een intieme akoestische versie van de traditionele folksong “The Auld Triangle”. Nu ja, intiem is relatief te noemen gezien het feit dat gedurende het gehele concert de beats van de Boilerroom de brute strijd aanbonden met de muziek van de Low Anthem. Eerstgenoemde tent haalde het qua decibels, de Marquee won afgetekend als het op kwaliteit aankwam. (met dank aan Erwin)

Het was niet te doen om dan aan de Dancehall te geraken om het West-Vlaamse kwartet Goose (****) aan het werk te zien. Ze werden op handen gedragen na een lange afwezigheid. Tot aan de Boiler room was het volk bijeengepakt om het elektronicagefreak, de beats’n’pieces en hun punkfunk te ondergaan. “Black Gloves” en “Bring it on” hadden onweerstaanbare grooves, pompende beats en verwerkten ‘80’s synths, ergens tussen LCD Soundsystem, Soulwax ‘Nite Versions’, Kele en Daan. De nieuwe songs “Can’t stop me now” en een prachtig uitgesponnen “Words” hadden een opbouwende start, waren nog meer gedrenkt in die ‘80’s wavegolf van Front 242 en Fad Gadget en gingen naar een overrompelende apotheose …Goose is ‘hot’ en doen halsreikend uitkijken naar de plaat …

Ook in de Club was het koppen tellen om het beloftevolle Noord-Ierse tienergezelschap Two door cinema club (****) te zien. Aanstekelijke, lieflijke, frisse, catchy, dansbare indiepop, gedragen door de jonge, hoge, dromerige stem van zanger Alex Trimble. Synths en beats spraken de dansspieren aan en een gillende gitaarpartij was er mooi tussenin verweven. De jonge band bezat voldoende drive en potentie en had het dus wél met nummers als “Under cover Martyn” en “This is the life” …

Uitgekeken werd naar The National (****), die met de huidige cd ‘High Violet’ en de single “Bloodbuzz Ohio” definitief doorbrak. Een paar jaar terug hadden ze reeds onze aandacht met de cd ‘Boxer’ … subtiel uitgewerkte, hartverwarmende songs, die een onderhuidse spanning en donkere dreiging van Joy Division, Interpol en Editors hebben, bepaald door een breed instrumentarium van gitaren, toetsen en viool en kleur gegeven door blazers; live krijgen ze een stevig randje mee, gedragen door de bariton zang van Matt Berninger.
De charismatische band was weldegelijk onder de indruk van de bijval en speelde een verschroeiende set door de slepende, opbouwende, aanzwellende songs in een bezielde overgave. Een glansrol vervulde de band, Berninger nipte telkens aan z’n glas witte wijn en rekende af met z’n demonen om de songs nog meer zeggingskracht en diepte te geven. “Anyone’s ghost” was de aanzet en een intens bezwerend tempo werd aangehouden met “Mistaken for strangers” en hun “Bloodbuzz Ohio”. Zelfs de sfeervolle “Conversation 16” en “England” kregen een krachtig staartje bedeeld en tot slot speelden ze een schitterende spannende finalereeks met “Abel”, “Fake Empire”, “Mr November” en “Terrible love”. Talentvolle band met hun mooi herfstige pop, americana en folk, gestopt in een ‘80’s wavekleedje … Groots ...

Nadat broer Tim zijn optreden afgewerkt had, was het aan Lotte Vanhamel om haar ding te doen en dit met de Vermin Twins (***). De Vermin Twins bestaan uit Micha Volder (die je kan kennen van het ondertussen niet meer bestaande El Guapo Stuntteam) en de hier bovengenoemde Lotte. Het heen en weer rondspringen van Lotte gehuld in een sexy zwart witte spandex, zorgde alvast voor de nodige aandacht van de mannelijke toeschouwers. Het knotsgekke electroduo ging erg wild te keer en brak met nummers als “Prelude” en “Human child voice” binnen de kortste keren de hele Wablief?! tent af. In hun erg opzwepende nummers kon je heel duidelijk invloeden horen van Basement Jaxx en Daft Punk. Mijn persoonlijke favoriet en bommetje van formaat “Suffocate” mocht hun zeer geanimeerde en geslaagde set afsluiten …

Broken Bells (***) (Marquee), het samenwerkingsproject van James Mercer van de wat in verval geraakte Amerikaanse o zo beloftevolle melancholische en dromerige indieband The Shins, én multi-instrumentalist en groots producer Brian Burton aka Danger Mouse, wisten aangenaam te raken. Hun ‘bedroom kamerpopelektronica’ klonk door de begeleiding van vijf muzikanten uiterst genietbaar. Danger Mouse was overal wel te zien op het podium, op drums, gitaar, bas en toetsen. Na de herkenbare tunes van “The ghost inside”, “Mongrel heart” en “October” hadden we een hymne aan de Sparklehorse frontman Mark Linkous met “Citizen” en “The high road”, solo ingezet door de beide heren. Broken Bells verraste en speelde evenwichtig, meer dan op plaat …

Eventjes pikten we het avontuurlijke brouwsel op van de underground elektronica, hiphop en dance van Flying Lotus aka FlyLo alias Steven Ellison (**) (Chateau). Moeilijk uit te maken welke richting hij uitging met z’n weirde elektronica. Hij bouwde alleszins z’n sounds op, van sferische naar eerder gejaagde, dreigende stukken …

Moeiteloos palmden de QOSA van Josh Homme (****) de festivalweide in met een ‘best of’. De band wordt nog steeds op handen gedragen en werkt aan een nieuwe plaat die pas volgend jaar zal verschijnen. Die songs waren vanavond nog opgeborgen, maar wat een knallende, retestrakke, ‘fantasmatische’ set speelden ze: “Feel good hit of the summer”, “Lost art of …”, “Battery acid”, “Little sister”, “Go with the flow”, en uitgesponnen ophitsende prijsbeesten als “No one knows” en “Song for the dead”. Ooit waren ze opener op één van de Pukkelpopdagen met hun stonerrock toen ze voor de eerste keer in Europa toerden, nu waren ze terecht één van de headliners met een kolkende rockset … En Homme wist z’n fans te entertainen met enkele luchtige opmerkingen, anekdotes en grappige interventies.

Het eigenwijze Yeasayer (***) (Club) uit NYC, Brooklyn goochelt met diverse stijlen op de laatste plaat, en voegen er world en Indiase elementen aan toe. De toegankelijkheid en stuwende synths en drums worden sierlijk gestoord door bevreemdende, geflipte melodieën, dreigende, tegendraadse ritmes en experiment. Met momenten bizarre muziek dus op plaat, die live gelukkig homogener klinkt, intrigeert en op de dansspieren werkt. Daar zorgden songs als “Tightrope” en van ‘Odd Blood’ “Madder red”, “O.N.E”, “Mondegreen” en “Ambling Alp” voor. Ook hier het nodige spelplezier, verrassende wendingen, ingenieuze muzikale interventies en wisselende toonhoogtes van de twee zangers. Minder overrompelend misschien dan twee jaar terug, maar nog evenzeer boeiend en ontvankelijk …

Vanwege het bijzonder uitgebreide aanbod op Pukkelpop moeten er af en toe verscheurende keuzes gemaakt worden. Ook op dag 3 was dit het geval toen Yeasayer (in de Club) geprogrammeerd stond tegenover Jónsi (Marquee). Na een snel en kordaat overleg binnen de redactie zond Musiczine zijn redacteurs uit en gelukkig werd niemand er echt ongelukkig door, zeker niet wie opteerde voor Jónsi (****) (Marquee)
De zanger van Sigur Rós bracht dit jaar een soloplaat uit die voor- en tegenstanders kent en we waren benieuwd of hij op het podium even sterk zou presteren als twee jaar terug op Pukkelpop met zijn volledige groep (een concert dat trouwens nog steeds in ons geheugen geboekstaafd als bijzonder straf).
Er hoefde echter geen twijfel te zijn. Vanaf de eerste noten bij “Icicle Sleeves” greep de sprookjesmuziek het publiek bij het nekvel en kon Jónsi bij de aanwezigen niks verkeerd doen. Waar bij overwegend rustige passages als “Kolnidur” of “Sinking Friendships” de beats nog onderhuids aan het gloeien waren, werd bij onder meer “Go Do” overgeschakeld naar een hogere versnelling en was het zelfs dansen geblazen. Op het einde van de set tooide Jónsi zich met indianenveren en ging expressief te werk. “Stick & Stones” en vooral “Grow Till Tall” zorgden voor een geweldige climax.
Tevens willen wij er aan toevoegen dat niet enkel Jónsi maar ook zijn begeleidende muzikanten alsook de ontwerper van de projecties een pluim verdienden. We zagen op knappe wijze bloeddorstige wolven, jagende uilen, lieflijke kolibries en herten, tot volledige seizoenswisselingen de revue passeren. Ons inziens nagenoeg het beste wat we dit jaar op Pukkelpop zagen.

Jaga Jazzist (***) besloot het slopende festival in de Chateau. Het uitgebreide Noorse gezelschap, wel 9 man op het podium, had een even uitgebreid instrumentarium mee en dreef ons in een meeslepende jazzy trip door de repeterende, opbouwende ritmes en een klankenspectrum van vibrafoons, toetsen, synths, blazers, gitaar, bas en drums, zoals we horen van een Tortoise. Een filmische sound, live extravert en dynamisch.

De absolute headliner op de Shelterstage was Bad Religion (****). Met hun ‘30 th anniversary tour’ doen ze dit jaar een uitgebreide wereldtournee die hen eerder dit jaar al in ons land bracht op Groezrock. Ook hier zoals een dag eerder een nokvolle tent met zelfs tot ver erbuiten veel nieuwsgierig volk, onder leiding van Greg Graffin. Opener “ Do what you want” duurt welgeteld 59 seconden en in die korte tijdspanne zat alles wat de band voorstelt: melodieuze, catchy meezingbare punkrock.
Met 15 platen op hun actief hebben ze dan ook veel songs waar ze kunnen uit putten, naast onbekende parels werden alle classics zoals “Recipe for hate”, “I want to conquer the world” en “Los Angeles is burning” met volle overgave gespeeld, een zestiende plaat staat eind dit jaar op stapel.
Hier een heel ander verhaal dan die andere veteranen van Nofx, maar liefst 27! songs passeerden de revue op een klein uurtje! Hier weinig gepalaver maar gewoon rechttoe - rechtaan en vol gas. In het slot kregen we 3 absolute klassiekers op een rij, “21th century digital boy”, “Sorrow” en “Punkrock song”.Het beste optreden van Pukkelpop werd bewaard voor het einde maar smaakte daarom niet minder lekker!

Stephen en David Dewaele van 2 Many Djs (***) kregen de eer om de 25ste Pukkelpop in schoonheid af te sluiten met een vet feestje! Dat deden ze met een erg indrukwekkende lichtshow waarbij niet werd gekeken naar een laser meer of minder,ook de enorme plastieken bal die op het publiek losgelaten werd, zorgde voor heel wat leedvermaak.
Natuurlijk was er ook het muzikale aspect van hun optreden, muziek van volgende bands werden vakkundig in de mixer gesmeten: Daft Punk, Boys Noize, Queens of the Stone Age, Justice, MGMT, LCD Soundsystem, Crookers, Prince, ABBA, Pink Floyd, enz...
De feesteditie van Pukkelpop werd afgesloten met een door iedereen meegezongen “Happy Birthday” gevolgd door een spetterend vuurwerk.

…
Op naar volgend jaar! …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2010: vrijdag 20 augustus 2010

Pukkelpop 2010: vrijdag 20 augustus 2010
Ook de tweede Pukkelpoprit was er eentje om U tegen te zeggen. Ondanks de muzikale variaties en puike sets had Pukkelpop ook een zwart randje, het overlijden van de geluidstechnicus van BRMC vrijdagavond en gisteren nog de zanger/keyboardspeler van Ou est le swimming pool, die uit het leven stapte. Spijtig dat het 25jaar Pukkelpopfeest op die manier overschaduwd wordt …

Rond de middag schreeuwde en krijste Kate Nash (**) (Mainstage) er maar op los. Het onschuldige meisje van het debuut is een krolse kat geworden en haar klauwen zorgden voor een strak, rammelend geluid. Een handvol songs van de tweede cd ‘My best friend of you’, “Do wah doo”, “Kiss that girrrl” en “Model behaviour” werden op jachtige, nerveuze wijze er door gedraaid. “Foundations” was het enige herkenningspunt met het debuut. Het afsluitende “I just love you more” was alvast een meerwaarde door de gastbijdrage van de gitarist van The Cribs … meer rock … minder punky … slepend en bedreven. Net als haar concert in de Bota konden we ook hier niet direct spreken van een fijne, subtiele set, maar leek het erop de songs op miserabele wijze af te haspelen … is die tweede plaat nu écht zo flets … ?!

Harvey Quinnt, (Wablief?! tent) (***) - Philippe Fierens, is een singer/songwriter uit Antwerpen die dit jaar een naamloze debuut plaat uitbracht, en is tevens de lieveling van Daan.
Hij werd geruggensteund door een paar muzikanten die we kennen van bij Think of One en Zita Swoon. De stekelige danspasjes, die zanger Phillipe Fierens uit zijn lijf schudde en nummers als “Infinite Street” en “Black Pearl”, werden door het publiek ferm gesmaakt. Volgens mij een artiest om in de gaten te houden!

Optimaal genot toen Speech Debelle (***) (Club) begon … Een onderhouden sound van mellow soul en hiphop, een onnavolgbare zegrap en een ongelofelijk goed op elkaar afgestemde band. ‘Laid back dream poetry’ op de leest van Arrested Development, Lauryn Hill en Leela James. Terecht won ze won eerder al de Mercury Prize.

De Chateau was ondertussen in een sauna omgedoopt, de belangstelling voor het charismatische Fanfarlo (***) was groot. De dromerige indiefolkpop neigt naar Aracade Fire en klonk fris, speels, beheerst en pakkend. Hun arsenaal aan instrumenten (het toevoegen van trompet, viool, xylo) en de fijne geluidjes, gaven elan en kleur aan het uitgekiende songmateriaal. De tempowisselingen bracht hen onderhuids naar Mumford & Sons. Een heerlijk geluid. De lang uitgesponnen “Harold T Wilkins, or how to wait for a very long time” en het eind van “Luna” kregen een prachtige swing en meeklapgehalte … Indiefolk op z’n … en een tip voor Festival Dranouter volgend jaar …

Blood Red Shoes, (***) duo uit Brighton, Groot-Brittannië, deed vanaf het begin tot het einde van hun set de temperatuur in de Marquee enkele graden stijgen. De interactie tussen drummer Steven Ansell en gitariste Lisa -Marie Carter was heel vurig en deed de passie oplaaien; de energie straalde op het publiek, met als gevolg dat echt niemand nog stil kon blijven staan. Nummers als “Don’t Ask” en “You bring me down” gingen als zoete broodjes naar binnen en vroegen naar meer,dit kregen we, zodat het optreden van Blood Red Shoes meer dan af was!

De synthpop van We Have Band (**) klonk leuk, jong, fris en dynamisch. Aanstekelijke discokitsch/elektro/danspop door de springerige ritmes, electrobeats en opzwepende danspasjes. Maar hun ravesound klonk wat te eenduidig en ze tapten wat teveel uit hetzelfde vaatje om de grote Dancehall te bekoren, waardoor ze voorlopig een klein, fijn dansbandje blijken …

De waverock van White Lies (**) zal op de volgende plaat giftiger zijn door de trage, slepende ritmes, opbouw en de repetitief dreunende toetsen. White Lies stelde een handvol nieuwe songs voor, die een luisterbeurt meer nodig zullen hebben dan de melodieuze reeks van “To lose my life”, “Death” en “Farewell to the fairground”. De groep had een schitterend debuut uit en neigden te dingen naar Interpol en Editors, maar de nieuwe nummers beklijfden totnutoe onvoldoende. De dramatiek nam alvast nog meer plaats in, wat een bocht naar de typical ‘80’s van Joy Division betekende.

Onze Belgische trots The Black Box Revelation (****) stond voor de 3de keer op rij op Pukkelpop; sinds hun deelname aan Humo’s Rock Rally in 2006 hebben ze op bijna elk festival in Vlaanderen gestaan, wat niet kon verhinderen dat de Marquee bijna uit haar voegen barstte van het volk. Jan Paternoster en Dries Van Dijck trokken meteen de aandacht met kleppers “Set Your Head On Fire” en “High On A Wire”. Na de stevige openers deden ze ietwat kalmer aan met onder meer “Sleep While Moving”. De fans kregen een echt vette show voorgeschoteld waar zelfs problemen met de versterker de jonge knapen niet kon stoppen.

Het jonge Avi Buffalo (***) scoorde al een aardige hit met “What’s in it for?”. De schoonheid en subtiliteit van de dromerige indiepop werd  af en toe gekruid door gecontroleerde pedaaleffects en distortie, en de hoge zang riep referenties van Grizzly Bear en Band Of Horses op. Als een jonge Ira Kaplan van Yo La Tengo ging zanger/songschrijver Avigdor Zahner-Isenberg tekeer op het lang uitgesponnen “Remember last time”. Een speelse ongedwongenheid hoorden we in de Club, maar live kon het nog niet volledig beklijven …  De aanzet van een grootse muzikale carrière lonkt evenwel …

Het Californische Avi Buffalo (**) is een band die te nemen of te laten is. Niet iedereen is namelijk te vinden voor het hoge stemgeluid van de nog geen twintigjarige zanger/gitarist Avigdor Zahner-Isenberg. Wie dit wél een troef eerder dan een nadeel vindt, zal dit jaar al volop genoten hebben van hun gelijknamige, zomergetinte debuutplaat. Ook binnen onze redactie werd het plaatje erg positief onthaald en we keken reikhalzend uit naar hun passage op Pukkelpop.
Jammer genoeg werd het niet de triomftocht die kon verwacht worden. “What’s in It For” waarbij zowel Band Of Horses, The Shins als Mercury Rev om de hoek komen kijken, bleek opnieuw het prijsbeest van dienst te zijn maar de rest van de set kabbelde wat te rustig voort en klonk te vrijblijvend. Dit had deels ook te maken met de afwezigheid van toetseniste en vocaliste Rebecca Coleman die normaal de nummers wat voller laat klinken. Pas toen er wat meer kracht op de ritmesectie werd gestoken en de gitaar wat meer fuzzeffecten meekreeg zoals bij “Summer Cum”, kon de aandacht wel terug aangescherpt worden.
Maar al bij al waren die momenten te schaars. Ook een lang uitgesponnen “Remember Last Time” kon niet meer verhinderen dat podiumgewijs Avi Buffalo het bordje ‘belofte’ opgeplakt blijft krijgen (dank aan Erwin)


Altijd verrassend uit de hoek komt Eels (****) (Mainstage). Mark E Everett heeft al een rijkelijk gevuld oeuvre, en speelt bij elke wereldtour bijna telkens met een andere begeleidingsband, die vandaag even goed bij ZZ Top kon staan .. Als een bebaarde zeerover serveerde hij het drieluik ‘Hombre Lobo’, ‘End times’, (het komende) ‘Tomorrow morning’ en gaf hij het materiaal een fikse geut garagerock, bluesrock en gospel. Ruimte voor intieme songs waren er met “Spectacular girl” en “The look you give”, naast de bekende “My beloved monster”, “Mr E beautiful blues” en “Souljacker”, die hij van een paar alternatieve tics voorzag. En Mr E houdt van covers waaronder “Summer in the city” en “Summertime” … de donkere wolken zijn (eventjes) verdwenen uit E’s leven … Kijk, dit concert was af, en terecht kreeg hij een gouden plaat in de armen … Wat een zonnige namiddag beleefden we hier ...

Een volgend hoogtepunt was Foals (****) (Marquee), die een potige set speelden. De songs hadden een intrigerende, opzwepende opbouw, hyperkinetische ritmes, een nerveuze melodie, hoekige strakke riffs en ondergingen verrassende wendingen. De elektronica gaf een eigen specifieke toets en de zang
van Yannis Philippakis waaide over de songs heen; gebalde energie en intense explosies. Doeltreffend, pakkend, dartelend en twinkelend waren woorden op hun plaats voor hun op punkfunk geënt materiaal, “Cassius”, “Electric bloom” en “Two steps twice” klonken gewoonweg schitterend.

In 2008 zagen we Foals (****) ijzersterk op Pukkelpop uitpakken. Ze hadden hun debuutplaat ‘Antidotes’ uitgebracht en hun set was hoekig, snedig en scherp. Dit jaar verscheen hun tweede album ‘Total Life Forever’ en het aan Bloc party, !!! en Battles verwante geluid wordt daarop sfeervoller uitgebouwd. Rustige passages komen nadrukkelijker op het voorplan en krijgen epische, aan progrock verwante afmetingen.
Bij hun passage op de 25ste editie van hét alternatieve festival werden uit beide albums nummers geplukt en dit vormde een mooie afwisseling. Zo kon er genoten worden van energetische uitspattingen in de vorm van “Cassius” en “Balloons”, alsook van aanzwellende pracht als tijdens “Spanish Sahara” dat ingetogen aanving maar een stevig einde aangemeten kreeg.
Foals palmde het podium en het publiek van de Marquee in en liet dit niet meer los. In die mate zelfs dat tijdens “Electric Bloom” frontman Yannis Philippakis vergezeld van zijn gitaar een wandeling inzette richting de p.a. Knap concert en we mogen terecht zeggen: Total Foals Forever! (met dank aan Erwin)

Benieuwd waren we of de 3de passage van Limp Bizkit (***) hier op Pukkelpop er één teveel zou zijn ... Op de scratchtonen van DJ Lethal en onder luid applaus maakte de band in originele bezetting z'n entree op de Mainstage. Opvallende verschijning was Wes Borland, de topgitarist die teruggekeerd is naar het oude nest en zoals steeds een bizarre outfit om de lenden had en een heksenhoed op z'n kop.
Fred – met de pet – Durst, voor de gelegenheid in een Boston Celtics outfit, loofde het publiek voor het hartelijke ontvangst en opende met “Rollin” en “My generation”. Strak en hard werden ze gebracht en overal werden crowdsurfers gespot. “My way on the highway”, “Take a look around” en “Livin it up” zorgden voor enorm veel beweging in de frontstage en ver daarbuiten, en maakten duidelijk dat de nu metalband terug is van 'nooit' weggeweest.
Durst bleef de menigte bespelen en ophitsen en vertelde ook dat we binnenkort een nieuw album mogen verwachten, helaas kregen we hier geen voorsmaakje van te horen. Cover “Behind blue eyes” is eerder een storend rustpunt in een overigens stomende set maar in het slot maakt kraker “Breakstuff” alles goed.
Het optreden eindigt toch nog met een mindere noot wanneer de jarige frontman even later tientallen jonge meisjes het podium oproept zodat het slot in een enorme chaos eindigt met een overbodige versie van “Faith” waar ze toch beter voor de classic “Nookie” hadden gekozen.

Eerder ontgoochelend was Hurts (**) (Chateau). Gekend van de singles “Wonderful life” en “Better than love” en de aan Brandon Flowers ontleende zang van Theo Hutchcraft, hoorden we onderkoelde electropop met een vleugje bombast en kitsch, die nauw leunde aan de Pet Shop Boys. De songs van het debuut ‘Happiness’ konden ons deze avond niet strikken. Vraag is of dit bandje nog meer deugddoende popsongs kan schrijven …

Mumford & Sons (****) lokten de meeste kijklustigen, tot ver buiten de Marquee. Op een goed jaar tijd zijn ze uitgegroeid tot een immens populaire band. Fris tintelende indiefolk/ country en melodieuze liedjes, die stuwende, opzwepende ritmes en aanstekelijke refreinen hebben en ruimte voor gemoedelijkheid bieden. De sympathieke band houdt van ons landje, want het is hier dat ze definitief konden doorbreken met songs als “Winter weeds”, “Little lion man”, “Roll away your stone” en “The cave”. Wat een succesverhaal met hun speelse songs, die een boeiende broeierige opbouw hadden; ze staken voldoende afwisseling en emotie in de songstructuur. Netjes op een rij stonden ze met akoestische gitaren, synths, contrabas, banjo, dobrogitaar en een bassdrum. Een mooie omkadering , gesierd door de stemmenpracht én geleid door de indringende, gepassioneerde, overtuigende stem van Marcus Mumford … Op nog geen jaar tijd één van de ontdekkingen en festivalbands bij uitstek … Noteren voor Rock Werchter én Festival Dranouter!

Even op adem kwamen we met Isbells (***) (Wablief?! tent), de Belgische folkamericana groep rond sing/songwriter Gaëtan Vandewoude. Wij hadden vooraf schrik om door deze rustige muziek zachtjes in slaap gewiegd te worden, maar al snel bleek deze schrik ongegrond te zijn. De hoge, ijle zanglijnen die de 4-kopige band de tent rondstuurden zorgden voor een magisch gevoel. Bij het nummer “As Long As It Takes” mocht het kleine dochtertje van Gaëtan even op het podium komen … wat een vertederend moment! En ”Reunite” was een pareltje … Isbells is zeker en vast voor herhaling vatbaar.

Ook heel populair was de Zweedse troubadour Kristian Matsson, de jonge sing/songwriter The Tallest Man On Earth (***). Een nokvolle Chateau was gekluisterd aan z’n melancholisch dromerige, gevoelige akoestische bluesy, folky gitaarsongs. Hij slaagde in een dosis entertainment. De man werd steeds aangemoedigd verder te spelen door een ganse meute fans … Alsof hij al jaren bezig was. Mooi toch zo’n warm onthaal.

Ook Radical Slave (***) (Wablief?! tent) , een zoveelste project van Pawlowski, nu met Swartenbroeckx – Perotti, bracht ons terug naar ‘90s alternative noiserock. Ergens tussen NoMeansNo, Shellac en het oude Trans Am. Een rauwe, ruwe metaalklinkende gitaar, gortdroge drums, bezwerende synths en een overgemoduleerde zang. Een onvoorwaardelijk respect koesteren we voor Mauro … en de zijnen …

Intussen beukte de Prodigy (***) er maar op los met hun ‘Invaders must die’ en de reeks classic hits als
“Breathe”, “Poison”, “Firestarter” en “Voodoo people”; genoeg materiaal dus om het publiek te entertainen. Al twee jaar staat de Brits rockende rave/danssensatie op scherp en terecht waren zij één van de headliners. Een verschroeiend goed uurtje volksmennerij … ze zorgden ervoor dat iedereen uit hun dak kon gaan op de energieke, opzwepende, krachtige beats … jawel, adrenalineshots waren het door Liam Howlett, Keith Flint en Maxim Reality in de frontline… ze sloten de zeer gesmaakte set met “Smack My Bitch Up” in schoonheid af.

De dromerige, sfeervolle indiepop van het USA afkomstige Beach House (****) (Club) was indrukwekkend. De meeslepende melodieën door de galmende gitaarlijnen, rudimentaire drums en warme synths voerden je naar een droomwereld, die je door de forsere live aanpak terug bracht in de realiteit. De aanstekelijke vibes, ritmes en de repeterende opbouw werkten in op de dansspieren; een hoofdrol was weggelegd voor de intrigerede zanglijnen van Victoria LeGrand, die The Mazzy Star opriep. Klassesongs serveerden ze en met “Norway” en “20 Mile Stereo” noteerden we alvast twee instant klassiekers.

Snow Patrol (****) is dan de festivalband bij uitstek om het samenhorigheidsgevoel te bevorderen. De charismatische band sprak iedereen wel aan en daar zit zanger/gitarist Lightbody met z’n optimisme wel voor iets tussen. Lofbetuigingen werden het festivalterrein rondgestrooid.
De band trok de kast van een resem hits open, “Open your eyes”, “Take back the city”, “Hands open”, “Crack the shutters”, “Spitting games”, “Run”, “Chasing cars” en “Just say yes”. De U2 riffs slingerden om de oren …Meezinger van de avond was “Shut your eyes”. Opvallend waren de orkestrale partijen en het duet “Set the fire” met Eva De Roovere, een prachtige song met Martha Wainwright op plaat maar live nog nooit gespeeld. Als nieuwe song hoorden we het meeslepende “Big broken”, wat ons nieuwsgierig maakt naar de volgend jaar te verschijnen plaat.

Met The XX (***) (Marquee) kwamen de jaren 80 synthwave spontaan weer boven drijven. De Britse indie pop band die in september vorig jaar een sterk debuutplaat afleverde, bracht een donkere,iets wat deprimerende maar boeiende set van minimalistische prachtsongs als “Crystalised”, “Fantasy”, “Shelter en “VCR”, een spel van aantrekken en afstoten, die zonder al te veel show het publiek raakten. Afsluiten deden ze in schoonheid met het wondermooie “Islands” en “Infinity”.

Nofx (**) sloot een overvolle Shelter af. Begin de jaren '80, ontstaan door Michael Burkett aka Fat Mike, die nog steeds de grote man is achter het punkrocklabel Fat Wreck Records. Misschien bij het grote publiek minder bekend dan Offspring en Greenday maar dat was een bewuste keuze want ze hebben zich steeds als undergroundband geprofileerd terwijl ze meerdere keren benaderd werden door majorlabels. De feestband verkocht reeds meer dan 6 miljoen platen wat al kan tellen voor een punkrockband.
Openen deden ze met “Dinosaurs will die” en het snelle “Linoleum”, zoals steeds was er veel interactie met het publiek en zorgden El Hefe en Fat Mike voor de nodige show. Al snel leek het meer op een ‘spoken word’ optreden dan op een concert, de band oogde loom en speelde slechts 11 nummers op een klein uur én dat voor een punkrockoptreden.
De trompetdeuntjes van El Hefe zorgden af en toe nog voor wat ophef maar algemeen konden we ons niet van een onvoldaan gevoel ontdoen. Klassiekers “Kill all the white men” en “Louise” haalden niet het niveau die anders zo eigen zijn aan de livesound van de band. Ligt het aan het feit dat ze ook een dagje ouder worden of dat ze er weinig zin in hadden, wie zal het zeggen, maar de tientallen vorige shows in België indachtig moesten we teleurgesteld terugdenken aan die energieke liveprestaties uit vervlogen tijden …

Vóór slapen gaan konden we niet omheen het Canadese Holy Fuck (****) (Chateau) … Battles achterna met hun postrock elektronica experiment ... Energiek stuwende, explosieve ritmes van elektronica, drums, pedaal effects en dreunende diepe baspartijen … “Latin America”, Lovely Allen”, “Foxy boxing” en “Stilettos” brachten ons in trance en werkten in op de dansspieren. Een ongelofelijk samenspel … Samen met Fxx Buttons en Foals eerder al te zien, waren zij een even dynamische band in een criminele opstelling …

Tot slot dreunden ‘harder & faster’ de beats van The Bloody Beetroots (**) (Mainstage), een staaltje krachtiger dan de Prodigy. Een nieuwe lichting dansliefhebbers lonkt na Underworld en Chemical Brothers!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2010: donderdag 19 augustus 2010

25 jaar Pukkelpop is iets speciaals; in een typisch ongedwongen kader kon je op zoek naar talrijke ontdekkingen op de verschillende podia, comedy, dance acts en dj’s, was er randanimatie, comedy en kermisattracties; de immense diversiteit van eet- en drankstandjes sierden het geheel.
Pukkelpop 2010 was opnieuw geslaagd. En of de formule aansloeg, want voor de eerste keer in z’n geschiedenis was het festival uitverkocht!
Elke dag meer dan 65000 bezoekers onder wie 51 nationaliteiten. Vooral Nederlanders, Britten, Ieren en Zwitsers vonden dit jaar vlot hun weg naar Kiewit. Zelfs Australië was goed vertegenwoordigd!
… Een groots succes met record aantal festivalgangers …
Een ijzersterke affiche van ‘voor elk wat wils’ en ‘voor alle leeftijden’, verspreid over de drie dagen om je ‘alternatieve’ ei kwijt te kunnen … de jonge freaks en de doorwinterde liefhebber konden hun muzikaal hartje ophalen en hielden van de ontdekkingen en van de gevestigde waarden.
Pukkelpop maakte z’n naam van driedaagse airshow meer dan waar: eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek op die unieke locatie in Hasselt-Kiewit, het unieke paradijs voor muziekliefhebbers om het eerst de groepen van morgen te kunnen zien …
Pukkelpop had bijna 200 acts te gast. En blijft zijn Belgische trots uitdragen en had 41 acts van eigen bodem.
We dragen Pukkelpop een warm hart toe voor de komende jaren, ondanks het zwarte randje dat het festival overschaduwde …

Alvast tot volgend jaar op de volgende ontdekkingstocht van Pukkelpop

Een overzicht van het parcours van de redactie

dag 1: donderdag 19 augustus 2010

Het Schotse Frightened rabbit (**) (Club) gaf voor ons het startschot. Ze zijn al toe aan de derde cd en dienden hun charmante indierock diverse stroomstoten toe, zonder aan melodie en subtiliteit in te boeten. Het bandgeluid is breder geworden en muzikaal is het kwintet directer en minder beklemmend .Een toffe aanzet. Noteer alvast de platen ‘The midnight organ fight’ en ‘The winter of mixed drinks’. Gezondheid!

Even genoten we dan van de beats’n’ pieces van het Gentse DJ team van Villa (Boiler Room), pompende ‘beats of love’ tracks knalden door de boxen.

Tame Impala (***) (Club) was al meteen een eerste aangename verrassing van de Pukkelpop feesteditie. Australiërs die een mooie psychedelische sound voortbrengen, knappe songs gedrenkt in de seventies met fijne melodieën en af en toe onstuimige gitaren. De psycherock band balt net als Black Mountain en MGMT de beide stijlen samen. De opkomende band gaf boeiende wendingen aan de songs, dompelde ons onder in een slepende, bezwerende trip en serveerde een criminele cover, “Remember me” van Blue Boy. Een interessante nieuwe naam.

De oersympathieke bluesman Seasick Steve (***) (Mainstage) was op een zonnig podium weer helemaal zichzelf. Zijn fijne en simpele bluessongs, gespeeld op verhakkelde gitaren, blijken ook wonderwel te werken op de grotere festivalpodia, en dus ook voor het jonge Pukkelpop publiek.

Omdat Kelis (**) (Dance) sneller dan verwacht terug moest naar de States, stond ze twee uur eerder dan voorzien in de Dancehall. Iedereen was op de afspraak om de grootse dance diva aan het werk te zien. Tja, zij was op vroeger platenwerk een souldiva en gaf vandaag oudjes als “Trick me” en “Milkshake” een aardige Madonna outfit door de dansbeats. Ze werd bijgestaan door twee DJ’s/knoppendraaiers en een livedrummer. Fragmenten van andermans tracks waren aardig verwerkt in haar eigen nummers; dancefloorkillers werden het, waaronder “4th of July” en “Acapella”, die de Dancehall deden ontploffen. Haar heldere vocals en de muzikale gedaantewisseling zorgden voor de nieuwe wending …

De mooi ogende Britse Ellie Goulding (**) (Marquee) pikte al een paar prijzen in de wacht als debutante, maar live is het toch nog een ander paar mouwen. De Marquee was iets te groot om optimaal te kunnen boeien. De ‘lichtvoetige’ elektropop viel letterlijk iets ‘te licht’ uit; ze overtuigde wel naar het eind met de puike dromerige songs “Under the sheets” en “Starry eyed”, die een flinke scheut percussie kregen.

Het setje van Darwin Deez (**) in de Club zullen we ons vooral herinneren omwille van de leuke danspasjes die de bandleden tussen elke song opvoerden op een tape van kitscherige disco muziek. De muziek die ze zelf speelden was soms wel frivool en geestig, maar helaas ook te licht om in onze hersenpan te blijven hangen.

De intieme, sobere pop van fietser Nils Verresen, The bear that wasn’t (**) werd spaarzaam ondersteund van strijkers en percussie en ook de backing vocaliste bezorgde die een hemels kleurtje. Het afsluitende “Headphones” klonk gewoonweg prachtig. De aangenaam weemoedige muziek van een zelf gecreëerde sprookjeswereld, gedragen door z’n zachte breekbare stem, kwamen tot hun recht. Wat een lieve sing/songwriterpop.
 
The Kooks
(*) was de eerste grote band die de aftrap gaf op de Mainstage. De Engelse pop/rockband rond zanger Luke Pritchard kwam maar traag op gang en kreeg het publiek maar moeilijk mee. Naarmate de set vorderde ging dit beter met behulp van songs als “Ooh La” en “She Moves On Her Own Way”. Een hoogtepuntje bereikten ze met hun nog steeds goed werkende “Naive”. Een matig optreden  en een goede aperitief op het stevigere werk dat nog moest komen.

Eerste ferme kopstoot van de dag was de strakke wall of sound van de Black Rebel Motorcycle Club (****) in de Marquee. Geen rustige intermezzo’s deze keer in hun set zoals eerder dit jaar in de Botanique, maar een furieuze en krachtige set die ons bij de keel pakte. Ondanks het feit dat de band de laatste jaren van de radio geweerd lijkt, hebben ze nog steeds sterke songs, een geweldige bundeling van typische shoegaze songs afgewisseld met punkrockers als “Mama”, “Stop” en “Bad blood”, die naast kleppers van het eerste uur staan, “Love burns”, “Ain’t no easy way”, “Spread that love” en “Whatever happened to my rock’n’roll”, een kanjer van een song, die hier alweer een hoogtepunt was. Enkele uren na dit bijzonder sterke optreden sloeg het noodlot toe voor BRMC. Geluidstechnicus Michael Been, vader van Robert Levon Been, kreeg een hartstilstand en overleed ter plekke. Een flinke domper voor de jubileum editie van deze Pukkelpop.

De Club tent bleek veel te klein voor de stevige ‘straight in your face’ rock van het Britse Band Of Skulls (***). Fel en verbeten torpedeerden ze hun hitsende, alternatieve, powervolle rock, die flink in de zakken van The White Stripes heeft gezeten, de enthousiaste Club in. Met potige songs als “I know what I am” en “Death by diamonds and pearls”, die op wild gejuich werden onthaald, hadden ze een gewonnen match. En verdiend! Dit trio zien we hier zeker nog terug, en dan wel op een groter podium. De fanbase kan maar blijven groeien …

Dan was het de beurt aan Blink-182 (**) op de Mainstage. Na hun split deden verschillende bandleden hun ding bij Angels & Airwaves, The Transplants en +44. Nu 4 jaar later kwam de alternatieve punk/rock band weer samen om op Pukkelpop hopelijk een zeer strakke set neer te zetten. Ondanks het feit dat ze een tijdje afwezig waren in het muzieklandschap, konden ze op aardig wat nieuwsgierigen rekenen. Ze werden op hun wenken bediend met nummers als “What’s My Name Again”, ”Down”, ”I Miss You” en “Adam’s Song”. Toen ze “All The Small Things” los lieten, werd duidelijk dat de hele wei daar zat op te wachten, deze hit werd dan ook door bijna iedereen mee gezongen.
Buiten de soms echt barslechte geluidskwaliteit kunnen we zeggen dat het optreden van Blink-182 een ‘fun the hits’ werd, waar nieuwe nummers jammer genoeg uitbleven, maar die ons dan wel doen uitkijken wat het nieuwe werk zal zijn …

Een ander hoogtepunt van de donderdag was te beleven in de Marquee met Band Of Horses (****). Boeiende en emotievolle Americana met prachtige bijpassende visuals op de achtergrond. Deze bende heeft inmiddels al een hoop onsterfelijke songs geschreven en hadden deze allemaal in hun ontzettend mooie set opgenomen. Een knappe sound, bij momenten schatplichtig aan Neil Young en The Jayhawks, gebouwd op vloeiende en soms stormachtige gitaren, en met heerlijke vocals van frontman Ben Bridwell. Wondermooi klonken “Factory”, “Is there a ghost”, “Ode to LRC”, “No one ’s gonna love you” en de emotioneel geladen prachtsong “The Funeral” als afsluiter. Kippenvel.

Een groepje waar we warm noch koud van werden was Minus The Bear (**). Hun indierock uit Seattle, verbleekte na de Band Of Skulls, die net voor hen geprogrammeerd stonden, met songs die we al vergeten waren van voor dat ze waren afgelopen. Het dertien in een dozijn- gevoel was ons deel.

School is cool (***) (Wablief?! tent), terecht winnaar van Humo’s Rock Rally, palmt al aardig wat (chiro) rockhartjes in, want de kleine tent kon je niet meer in … Een tweede grootse verovering na Festival Dranouter … Het sympathieke gezelschap was uiterst gemotiveerd, bewezen veel meer in huis te hebben dan het aanstekelijke “New kids in town”, en leverde een fijne set af van speelse, springerige songs. Confetti en slingers werden de eerste rijen in gegooid.

We hadden het al gemerkt aan de talrijke t-shirts op de weide, het overgrote deel van het publiek was ongetwijfeld gekomen voor Iron Maiden (***). Hardrockers op leeftijd (wij zouden toch enkele van hen een bezoek aan de kapper aanraden) die een bijzonder professionele en harde maar ook loepzuivere set speelden. Maar liefst drie leadgitaristen verdeelden de solo’s netjes onder elkaar en, het moet gezegd, zanger Bruce Dickinson was bijzonder goed bij stem en zong de pannen van het dak. De show, niet onbelangrijk bij hardrockers van dit kaliber, had een hoog entertainment gehalte en zorgde voor een volmaakt spektakel. Klassiekers als “The wicker man”, “Number of the beast” en “Hallowed by the name” kregen de wei plat en “Fear of the dark” en het oudje “Running Free” kregen het publiek massaal aan het zingen. De groep speelde een eerbetoon aan Dio en wouden alvast duidelijk maken dat ze er (nog) mogen staan op een PopFestival.
Je moet er voor zijn, maar ook voor wie niet alle Iron Maiden platen in huis heeft, was dit een boeiend optreden. Zeg dat wij het gezegd hebben.

Mint (**) die in de Wablief?! tent hun ding mochten doen, zorgden nog vóór hun optreden al voor een unicum door met hun fiets naar de festivalweide af te zakken. De Limburgers braken door met hun album ‘Magnetism’ en zijn ondertussen al aan hun 3de album toe.
Dat het niet alleen feest is voor Pukkelpop bleek toen ze naar aanleiding van hun 10jarig bestaan nog eens “Glow” van onder het stof haalden. De meeste nummers die ze tijdens hun set speelden kwamen van hun nieuwe plaat ‘Hits From Her Laser’ die in het voorjaar uitkwam. Ondanks het feit dat het geen slechte nummers waren, kwam het publiek niet echt los en deden ze dit pas toen de hits “Your Shopping Lists Are Poetry” en ”The Magnetism Of Pure Gold” werden boven gehaald.

Tot slot hadden we nog het Zweedse Miike Snow (****) in de Club, die de voorbije weken al opvallend veel airplay op StuBru verkregen met de singles “Black & blue” en “Animal”. Als een full band op het podium te zien, gaven ze hun sferische, dromerige en beeldrijke synthpop een bredere laag, die forser en krachtiger klonk, en af en toe explodeerde. En we hadden nog niet alles gehoord …, want ze beschikten over een hoop klassesongs. Fijne ontdekking.

We zagen het voorbije Pukkelpopweekend verschillende bands hun instrumenten tegenover elkaar opstellen. Eén van hen was het uit Bristol afkomstige Fxx Buttons (***), die hun tweede cd uithebben ‘Tarot Sport’, na ‘Street horrrsing’. Ze gingen totaal loos op hun stoorzender geluid, een combinatie van elektronicavertier, noise, herrie, ruis, galm en beats, die nu zelfs wat toegankelijker en kleurijker klonken. Aanstekelijk allemaal, een intrinsieke schoonheid, die hypnotiserende lappen elektronica, ritmes en melodieën die leuke en verrassende wendingen ondergingen. De ‘aliens’ van Fxx Buttons zijn misschien aardser geworden, ze waren één van de overtuigende acts in de kleine Chateau tent.

Veel minder volk voor de Main stage bij Placebo (****), een groep die zichzelf met het prachtige ‘Battle for the sun’ opnieuw heeft herontdekt en veel strakker voor de dag komt dan pakweg enkele jaren geleden. Uit dat laatste prima album werden stomers als “The never ending why”, “ Battle for the sun”, “Ashtray heart” en “Breathe under water” geplukt tussen het heerlijk oude geweld. De band begon verassend met het bijtende “Nancy Boy”, de song waarmee het in 1996 allemaal begon, en ook “Bionic” en het geweldige “Teenage angst” uit diezelfde debuutplaat waren tot ons groot plezier in de set opgenomen. Placebo speelde hard en met evenveel venijn als klasse. Een soort ‘greatest hits’ was het, met als krakers “Infra-red”, “The bitter end”, “Meds”, “Song to say goodbye” en “Taste in Men”. De Nirvana cover “All apologies” was misschien niet nodig geweest vanwege origineeel veel beter, maar voor de rest geen kwaad woord over dit verbluffende Placebo optreden.

Het Antwerpse 5tal van Mintzkov (***) (vroeger Mintzkov Luna) mocht dag 1 in een tot in de nok gevulde Wablief?! tent afsluiten. Het werd een set waarbij ze goed afwisselden tussen nummers uit hun jongste en reeds derde album ‘Rising Sun, Setting Sun’ en het al wat oudere werk. Uniek is de typische samenzang tussen zanger/gitarist Philip Bosschaerts en bassiste Lies Lorquet, een mix, die zorgt voor de herkenbare sound van Mintzkov. Een ode werd gebracht aan Iron Maiden met “Opening Fire” en afsluiten deden ze in schoonheid met “Roadbuilding’, het ideale slaapmutsje om tevreden de eerste zware Pukkelpopdag te besluiten …

Heerlijk geschift waren alweer The Flaming Lips (***) (Marquee) met psychedelische geflipte visuals op de achtergrond, confetti-kannonnen in de aanslag, het nabootsen van dierengeluiden op het podium, ontspoorde keyboards, vreemde gitaren en allerhande tierlantijntjes … songs die rechtstreeks vanuit de ruimte kwamen neergedaald. De avontuurlijke psychedelische opera van ‘Embryonic’ stelden ze voornamelijk voor, met songs als “Worm mountain”, “Silver trembling hands“ en “Sparrow”. Herkenbaarder waren “She don’t use Jelly”, “Yoshimi battles …” en “Do you realize” in dat concept. Een aparte droomwereld met Wayne Coyne als nar.
Door al hun gekdoenerij werd een beetje de vaart uit hun set gehaald, maar dat vergeven we hen, want, hey, dit zijn nu eenmaal The Flaming Lips. Een beetje prettig gestoord zijn kan nooit geen kwaad.

… Ooggetuige verslag van een 17 jarige 'die hard' Maiden fan …
”Eindelijk, na 2 jaar kwam de legendarische 'New Wave of British Heavy Metal' band Iron Maiden nog eens naar België om te tonen waar zwaar metaal echt om draait. Dit deden ze met hun ‘Final Frontier’ tour, genaamd naar hun zopas verschenen nieuwe album, waar ze verrassend genoeg slechts 1 nummer van speelden, namelijk “El Dorado”. Toen de vele fans die speciaal naar Pukkelpop gekomen waren voor Maiden plotseling “Doctor Doctor” van UFO door speakers hoorden knallen, wisten ze dat het lange wachten binnen enkele ogenblikken beloond zou worden. Vol spanning keken de duizenden fans naar het grote zwarte doek tot Maidens nieuwe 'space' decor onthuld zou worden (dat het vroegere Egyptische thema vervangt). Wanneer na de laatste tonen van de UFO klassieker eindelijk het doek viel, volgde een oorverdovend gejuich van de fans, en kwam drummer Nico McBrain als eerste het podium opgelopen. Hij lachte eens mooi naar het publiek en verdween vervolgens bijna volledig achter zijn gigantische drumkit (enkel op de schermen zou hij nog te zien zijn), waar hij gedurende een bijna 2 uur en 20 minuten durend concert het beste van zichzelf zou geven. Daarna stormde het gitaristen trio Jannick Gers, Dave Murray en Adrian Smith, samen met 'opper Maiden' bassist Steve Harris het podium op en vlogen ze er meteen in met “The Wickerman”. Niet veel later gevolgd door Bruce Dickinson, die als een gek over het podium vloog, en meteen het publiek kon overtuigen. Ondanks dat je met een Maiden classic als “The Wickerman” niet veel steviger kon beginnen, waren er toch enkele problemen met de klank, waardoor de vliegende start minder overtuigend was dan het had kunnen zijn. Maar gelukkig waren de problemen van korte duur.
De rest van de show had Maiden voor alle fans wel wat in huis. De setlist bevatte zowel nummers van hun eerste albums, zoals “Wrathchild”, “Running Free”, de all-time classic “The Number Of The Beast”, en “Iron Maiden”, maar ook verrassend veel nummers van hun laatste 4 albums. Vreemd was wel dat hun grootste hit “Run To The Hills” geen deel uitmaakte van de setlist. Een nummer dat toch ook gekend is bij de grote groep ‘Pukkelpop-pers’ die niet echt vertrouwd zijn met het Maiden oeuvre.
Desondanks heeft Maiden aan Pukkelpop toch maar eens getoond hoe echte metal gespeeld moet worden! Met gierende gitaarsolo’s, perfect gespeeld met opgestoken gitaren en vlammend vingerwerk, stevige gitaar riffs, maar niettemin ten gepaste tijde afgewisseld met een rustige mysterieuze passage. Het hoogtepunt van de show was natuurlijk, en zoals verwacht, “Fear Of The Dark”, dat maar weer eens zorgde voor zeven en een half onvergetelijke minuten Maiden kippenvel. Maar ook “Blood Brothers” was geweldig, het publiek vooraan voelde als één grote familie toen iedereen samen meezong “We’re blood brothers” op de golvende melodie.
De bissen waren eveneens fenomenaal: in gang gezet met het duivelse vers “Woe to You Oh Earth and Sea …”, gevolgd door “666”, het 'nummer van het beest'. Ook “Hallowed Be Thy Name” was een absolute topper, en om er nog een laatste lap op te geven sloot Maiden af met een schitterend “Running Free” - hun eerste single, ondertussen 30 jaar oud (!) - waarna ze vertrokken richting Spanje voor hun laatste optreden van 'The Final Frontier' tour …
Maar hey “ always look at the bright side of life” leert Maiden ons na elk concert …
…
dank aan Thijs DR …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Josiah

Procession

Geschreven door

‘Procession’ is het vierde en tevens laatste album van de stonerrockers van Josiah. Na ongeveer tien jaar besluit dit Britse trio er een punt achter te zetten en dat is best jammer. Dit laatste album bestaat uit twee delen: de eerste vijf nummers zijn nooit uitgebrachte songs die tussen 2006 en 2008 geschreven werden. De laatste vijf nummers zijn live tracks die werden opgenomen tijdens een optreden in Zweden in 2007. Alle nummers houden ergens het midden tussen Black Sabbath, Kyuss en de Queens of The Stone Age. Vooral tijdens de studionummers horen we heerlijke Black Sabbath-riffs, het zijn stuk voor stuk sterke songs die je doen afvragen waarom ze nog nooit gereleased werden. Vooral het nummer “Dead Forever” is Josiah op zijn best: lekker jammen en zanger Matt die volop experimenteert met z’n vocalen.
De vijf live-nummers “Looking at the mountain”, “Time to Kill”, “Maldaso”, “Silas Brainchild” en “I Can’t seem to Find it” zijn een mooie aanvulling bij de studio tracks en tonen dat Josiah een zeer energieke liveband was.
Spijtig dus dat deze mannen ermee stoppen, gelukkig is ‘Procession’ een mooi afscheidsgeschenk.

Another Effort

Another Effort EP

Geschreven door

Uit Leuven komt het viertal Another Effort met hun titelloze debuutEP. De mannen spelen een soort van powerpop en vergelijken zich in hun bio met bands als Foo Fighters, Weezer en Box Car Racer. Dit zijn natuurlijk niet de eerste de besten en de zware vergelijking met deze groepen gaat volgens ons niet helemaal op. Een band waarmee ze zich volgens ondergetekende wel in eenzelfde adem mogen noemen, is The Dildo Warheads, een Vlaamse band die in de jaren negentig best enkele fijne hitjes wist te scoren.
Zeven nummers vinden we op de EP en het valt op dat Another Effort hun best deed om de nummers zo gevarieerd mogelijk te maken.  Niet alle songs weten ons te bekoren maar “Protest Song”, “Running Late” en “Ass a Joke” waar we een duidelijk punkrandje ontdekken, zijn best fijne nummers. We hopen dat de band bij volgende nummers vooral in deze richting doorgaat en opteert voor iets gedurfdere nummers.

Info www.myspace.com/anothereffort

Mother-Unit

Brain Massage

Geschreven door

Een zeer opmerkelijk plaat die op de redactie binnenkwam, was ongetwijfeld ‘Brain Massage’ van het Nederlandse Mother-Unit. De band is het nieuwe speeltje van gitarist Bertus Fridael die in de jaren negentig hoge ogen gooide met de stonerrockband 35007. Mensen die de band wisten te pruimen, moeten zeker eens naar ‘Brain Massage’ luisteren. Slechts vier nummers op de plaat maar die wel staan garant voor ongeveer drie kwartier hypnotiserende hardrock- en metalriffs in een psychedelisch jasje. Bands waar wij spontaan aan denken zijn Tool, Monster Magnet en vooral Motorpsycho. De opbouw van de vier instrumentale nummers is steeds dezelfde: eerst is er een vrij lange en rustige aanloop waarna de gitaren, bass en de stevige drums lekker uit de speakers losbarsten. Net als de rustige opening van de nummers duurt het stevige werk zeer lang want Mother-Unit werkt graag met steeds terugkerende ritmes en schema’s. ‘Brain Massage’ is voor ons een van de fijnste platen van 2010!

Pagina 820 van 971