logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
dEUS - 19/03/20...
CD Reviews

The 11 th Hour

Burden Of Grief

Geschreven door

Na het passende opzoekingswerk kwam ik te weten dat de 11th Hour het soloproject is van Ed Warby, een Nederlander die we kennen van bands als Gorefest en Hail Of Bullets. Deze heer heeft het debuutalbum van dit project de naam ‘Burden Of Grief’ meegegeven.
Ja, deze Ed Warby heeft duidelijk genoeg werk gestoken in zijn album. Enerzijds heeft hij zo’n beetje alle instrumenten ingespeeld, behalve de grunts die soms eens passeren. Deze zijn verzorgd door een zekere Rogga Johnnson (bekend van o.a. Edge Of Sanity, Paganizer, Demiurg). Anderszijds is hij er in geslaagd om zes pakkende Doom songs af te leveren.
Er is gekozen voor een zwaar en donker geluid, wat toch wel een must is bij dit soort muziek.
De cleane zang van Ed Warby wordt op passende wijze afgewisseld door de grunts van Rogga Johnnson, al heb ik toch de voorkeur voor deze laatste. Ik vind de zang van Warby nu niet bepaald super, maar dit kan in smaken liggen.
Over de muziek zelf heb ik niet zo veel te zeggen. Het zijn stuk voor stuk prima Doom Metalnummers die zeker in de smaak zullen vallen bij de gemiddelde liefhebber van dit genre. Verwacht niets baanbrekends, maar verwacht ook geen slechte ‘Wannabe’ Doom Metalplaat. Voor mij is dit een meer dan geslaagd album waar ik met genoegen naar geluisterd heb, ik verwacht van andere Doom Metalliefhebbers hetzelfde.

Solex

Amsterdam Throw Down King Street Showdown: nieuwe dimensie

Geschreven door

Amsterdam Throw Down King Street Showdown: nieuwe dimensie
Solex vs Cristina Martinez + Jon Spencer
Dat Jon Spencer een bezige bij is wisten we al langer dan vandaag. De man heeft nog maar net een Europese toer met Heavy Trash achter de rug en hij komt al op de proppen met nieuw werk. De inspirator van dienst was deze keer Solex aka Elisabeth Esselink.
Het indiesprookje van het meisje uit Delft dat in haar platenwinkel oude verloren geluiden via een 8 track-recorder omtoverde in geniale electropopdeuntjes met een experimentele inslag is je ondertussen misschien al bekend. Jon Spencer (Pussy Galore, The Jon Spencer Blues Explosion, recent Heavy Trash) hoeven we niemand meer voor te stellen. De wondermooie Cristina Martinez is niet alleen in het dagelijkse leven mevrouw Jon Spencer, maar ze is ook de frontvrouw van die andere indierocklegende Boss Hog.
Op dezelfde manier zoals ze zelf haar eigen muziekjes samenstelde, realiseerde Solex in een aanzienlijke periode van een paar jaar dit klein meesterwerkje. Het is natuurlijk niet de eerste keer dat artiesten die blijkbaar niks met elkaar te maken hebben besluiten om samen te werken. Het verrassende aan dit samenwerkingsverband is dat deze CD geen verzameling geworden is van oersaaie overbodige remixes. Integendeel. Jon Spencer is een artiest die van veel markten thuis is, maar door de innoverende inbreng van Solex blijkt er alweer een nieuwe dimensie in de rijke carrière van de man te zijn aangebroken.
De luisteraar hoeft niet te vrezen dat de bezieler van de ‘Bloo-ze Explosion’ verloren dreigt te lopen in een verzameling van elektronische beats, want eigenlijk kun je deze CD het best linken aan de sfeer van B-films uit de jaren ‘50. Soms zou je verwachten dat er elk moment een weerwolfgedrocht uit je speakers kan kruipen, maar de luisteraar kan gerust zijn: het is Jon Spencer maar, al lijkt het erop dat hij al zijn innerlijke duivels loslaat. Het vrouwelijke gezelschap van Elizabeth en Cristina staat Jon geenszins slecht want terwijl de bluesrocklegende klinkt als een monsterachtige bariton, is het net alsof de vrouwtjes de opdracht hebben gekregen om de engeltjes van dienst te zijn.
’Amsterdam Throw Down King Street Showdown’ (leer dat van buiten!) is een zeer gevarieerde CD geworden. Ook al klinkt opener “Bon Bon” als een rommelig nummertje dat verdomd veel lijkt op een verloren gewaand Blues Explosion-nummertje, dan wordt de luisteraar al vlug verwend met een nummer als “Galaxy Man” dat zowaar de sfeer bezit van een psychedelisch Hawkwind-nummer. “R is for R-ding” zou kunnen doorgaan als een Air-bewerking, terwijl een song als “The Uppercut” lekker ouderwets klinkt omwille van de Moog. Dan heb je nog zoiets als “Appie” waarop Jon verduiveld veel lijkt op het evenbeeld van Mark E. Smith (hopelijk voor hem alleen vocaal) terwijl de meisjes als een reïncarnatie van The Supremes klinken. Het absolute hoogtepunt van deze CD is echter “Don’t hold back” dat niet zou misstaan op de soundtrack van Vampiros Lesbos.
Wie dacht dat het liedje van Jon Spencer reeds lang uitgezongen was, heeft duidelijk geen rekening gehouden met de plannen van Solex! Een tip? Wat dacht je?

Tunng

… And then we saw the land

Geschreven door

Als er toch zoiets zou bestaan als een ultiem lenteplaatje dan zou het best kunnen dat deze dit jaar overhandigd wordt aan de Britse band Tunng. Niet dat alles zomaar van een leien dakje liep want toen één van de sleutelfiguren (Sam Genders) besloot om de groep te verlaten, bleef het lang onzeker of deze folktronicahelden dit ooit nog zouden te boven komen.
Niet getreurd echter, want met hun vierde wapenfeit komen ze sterker uit de hoek dan de meeste fans verwacht hadden, ook al zullen sommige zich misschien storen aan het hoog poppy-gehalte van deze plaat.
Tunng was geruime tijd met Tinariwen op toer en zij lieten zich daar dan ook behoorlijk door inspireren, niet dat deze ‘...And then we saw the land’ een plaat met wereldmuziek is geworden maar de term folktronica is niet meer op zijn plaats, dus houden we het maar op indie. Je zou deze aangename plaat het best kunnen omschrijven als een hippieversie van Belle & Sebastian.
Alles is zeemzoet tot op het bot, ook al zitten onze Britse vrienden er niet om verlegen om nogal wat ongewone geluidjes (een voorbij wandelende toerist, een blazersectie die je alleen bij klassieke componisten verwacht, ...) in hun indiefolkriedeltjes op te nemen.
Het resultaat is een meer dan geslaagde plaat die je misschien niet vooraan in je collectie zal plaatsen maar het is wel...tja...een zeer fijn lenteplaatje!

Blood Red Shoes

Fire like this

Geschreven door

Het sympathieke man- meisje duo Blood Red Shoes, Laura-May Carter (zang/gitaar) en Steve Ansell (drum/gitaar) trekken de veters op de tweede cd ‘Fire like this’, opvolger van het schitterende debuut ‘Box of secrets’ (btw op 2 in m’n persoonlijke top in 2008!), nog strakker toe. Ze doen verder waar ze al goed in waren, nl. op speels, ongedwongen wijze uiterst genietbare, onstuimige, opwindende en gecontroleerd, harmonieus beklijvende gitaarsongs toveren. Het is aangenaam luisteren, genieten, dansen en springen op de snedig, gebalde riffs en opzwepende drums. Blood Red Shoes heeft hun nummers de energie, de hooks en power en de ritmes huppelen en dartelen om je heen, bouwen de song op en exploderen, onstuimig, beheerst en doordacht.
De songs klinken wel iets breder en hebben meer diepgang; “When we wake” (glansrol voor Laura-May) en “Count me out” zijn sterke voorbeelden hiervan. We zijn alvast vol lof en bewondering van wat het duo uit de kas haalt met hun aanstekelijke songs; de eerste songs zijn al van een prima klasse, “Don’t ask”, “Light it up” en “It’s happening again”. En ook in het tweede deel van de cd houden ze het tempo hoog met hevige, vaardige en snelle nummers als “Heartsink”. Een full-on rockband heet zoiets. Enkel “Follow the lines” en ten dele “One more empty chair” vallen binnen de BRS dynamiek wat uit de boot. Maar niet getreurd, met het zeven minuten durende “Colours fade” besluiten ze en bieden ze een schitterende ‘closing final’, waarin live nog eens alle duivels worden ontbonden … een heerlijke wind feedbackgeraas waait over.
’Fire like this’ is opnieuw een prima plaatje met tien voltreffers. Jawel bij Blood Red Shoes kunnen gerust The Pretenders, Magnapop en The Breeders aan tafel schuiven voor een leuk rock’n’roll onderonsje …

White Rabbits

It’s frightening

Geschreven door

Het NYse White Rabbits verrast aangenaam met de tweede cd ‘It’s frightening’, opvolger van ‘Fort Nightly’. We zijn onder de indruk van de geraffineerde, fijne en frisse indierock van het sextet; de songs hebben stuwende, smaakvolle en dromerig relaxte ritmes. De cd bevat tien evenwichtige songs die leuke wendingen ondergaan en op die manier telkens boeiend en inspirerend klinken. De songs winnen per beluistering aan zeggingskracht. ‘It’s frightening’ werd trouwens geproduceerd door Spoonlid Britt Daniel.
Ze overtuigen meteen met “Percussion gun” en “Rudie fails”. Eigenlijk vinden we geen enkel zwak nummer terug, want één voor één zijn het broeierige composities, die soms wat krachtiger zijn en een fris tintelende indruk nalaten, waaronder “They done wrong/we done wrong”, “Right where they left” en “The lady vanishes”. “Company I keep”, “The salesman tramp life” en “Midnight and I” klinken intenser. “Leave it at the door” besluit op erg intieme wijze de leuke plaat. Tav geestesgenoten Yeasayer en Vampire Weekend hebben ze nog geen cultstatus ontwikkeld; ze laten het multiculturele achterwege en streven een eenvoudig verrassend popgevoel na.

Second Base

Manifesto

Geschreven door

Voor wie houdt  van een flinke dosis melodieuze punkrock zit met Second Base meer dan gebeiteld. Dit trio uit Aarschot komt  op de proppen met ‘Manifesto’, na ‘The Risk to Lose it All’ uit 2006 hun tweede full album. Deze mannen timmeren al bijna een decennium aan de weg en stonden in die tijd bijna 300 keer op de planken.  Ze tourden in zowat alle uithoeken van Europa met punkgrootheden als Ignite, Strike Anywhere, Satanic Surfers, Less Than Jake en Guttermouth. Second Base is op ‘Manifesto’ niet over een nacht ijs gegaan want meer dan anderhalf jaar staken ze in de voorbereiding van de cd. De plaat werd opgenomen in Dé Studio en het waren Dirk Miers (bekend voor z’n werk met PN en Janez Detd) en Filip De Bot (Exit on the Lift, Xink!) die achter de knoppen zaten. Second Base had voor het opnemen van de plaat contact met het prestigieuze punk label Fond Of Life. De baas van dit label maakte de groep heel wat beloftes die hij nadien allemaal vakkundig in de vuilbak kieperde. Second Base nam daardoor maar zelf het heft in handen en richtte het label Thanks but no Thanks records op en bracht meteen ‘Manifesto’ uit.
Over naar de muziek zelf en die is meer dan de moeite waard: de band start akoestisch met “It’s been the Worst months” waarin zanger Stijn Debondtridder duidelijk laat uitschijnen niet meteen de leukste tijd in zijn leven achter de rug te hebben. Het akoestische gedeelte is niet echt overtuigend, maar gelukkig schiet het nummer na ongeveer twee minuten echt uit de startblokken en horen we de band op volle snelheid. Het openingsnummer wordt meteen gevolgd door “Alive and Well”, misschien wel het beste nummer op deze schijf: een catchy up tempo nummer met heerlijke, schreeuwerige vocalen, energiek drumwerk en vooral een prachtige outro. Na “Anchor”, een dijk van een punksong volgt “Talk! Talk! Jump!, een nummer met een zeer meezingbaar refrein dat live ongetwijfeld hoge ogen zal gooien en dat qua opbouw en  zang sterk refereert naar The Sedan Vault. Niet alleen vocaal doet Second Base bij momenten aan hun collega’s uit Sterrebeek denken want ook aan hun sound worden door het gebruik van een oude Korg speciale geluidjes toegevoegd : luister maar naar nummers als “Ghosts” en “Everybody knows”.
Het is duidelijk dat Second Base bestaat uit drie rasmuzikanten. Bovendien wordt het hoge niveau zowat de hele plaat aangehouden : het volledig akoestische “Confused Eyes” kan  mits de nodige airplay  zeker tot een hit uitgroeien, bij “Deathrap” kun je na een paar keer beluisteren  niet anders dan luid meezingen en “Hang in There” behoort nu al tot een van ondergetekendes favoriete punksongs. Ook een opvallend nummer is “Brick Wall Views”, een cover van The Lawrence Arms, volgens Second Base zelf een van hun grootste invloeden op deze plaat. Het is duidelijk: Second Base heeft met ‘Manifesto’ alles om definitief door te stoten tot de hoogste punkregionen!

Air

Love 2

Geschreven door

De Franse elektronica freaks Air, Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin, grijpen terug naar de sferen van hun debuut, ‘Moon safari’ van 12 jaar terug. De lichte koerswijziging die op de vorige cd ‘Pocket Symphony’ te horen was met Indiase invloeden en guestvocals, werd dus niet doorgezet. Ze zoeken niet echt meer naar vernieuwing, maar borduren op hun eigen unieke manier voort in hun ambiente popelektronica van dromerige soundtracksferen en mijmerende midnight summerdreams.
We horen een betoverend, elegant en stijlvol geluid van een pak synths/toetsen, vervlogen gitaar- en basakkoorden en sober gehouden drums. Af en toe klinkt het duo iets krachtiger door de grooves & beats, waaronder “Night hunter” en “Eat my beat”. Naast het lekker chillende, loungy gevoel van de al of niet instrumentale songs, zijn er een paar songs (“So light is her football” en “Heaven’s light”) die meer richting pop zijn ingeslagen.
Air zijn meesters die de nummers aan de verbeelding overlaten; het zwoele, sensuele en sfeervolle geluid, de aanstekelijke deuntjes, de zalvende en dreunende beats en de fluister-/vocoderzang schudden ons even wakker en helpen om de dagdagelijkse realiteit onder ogen te zien. In dit rijtje is “Tropical disease” de meest filmische song en door z’n uitgesponnen karakter klinkt het nummer dromerig als luchtig. En ook “Sing sang sung” kon op een plaat van Lambchop terechtkomen. De lichte variaties die Air in hun popelektronica aanbrengt, zorgt er opnieuw voor dat we een goed gevoel overhouden van hun lovedream recept!
Een droomwereld en een oase van rust creëren ze. ‘Enjoy’ is hun muzikale credo en na het beluisteren van de zesde cd kunnen we dit enkel en alleen maar beamen … de songs zijn de perfecte onthaasting!

Los Campesinos!

Romance Is Boring

Geschreven door

Het energieke septet Los Campesions uit Wales hebben na intensieve cd releases en livetours wat meer tijd genomen om aan een plaat te werken. Op anderhalf jaar tijd hoesten ze maar liefst twee full cd’s en EP’s op. ‘Romance is Boring’ volgt eigenlijk eerder het prima debuut ‘Hold on now, Youngster’ op, want ‘We are beautiful, We are doomed’, ‘Sticking fingers into sockets’ en ‘Extended’ mogen eerder als EP’s worden gecatalogeerd binnen het Los Campesinos concept.
De groep deed deels afstand van hun korte, kernachtige songs die een bruisende cocktail bevatten van een fris sprankelende sound van zwierige gitaarpop, indiefolk en punk en volgepropt zaten met verrassende en onverwachtse wendingen. Ze hebben handig de voorspelbaarheid kunnen opvangen door de songs meer diepgang te geven en ze gelaagder te doen klinken, wat de cd aangenaam en  afwisselend maakte. Op die manier is er sprake van het gekende patroon van dynamiek en zwier, en durven ze anderzijds meer broeierig, aanstekelijk en opbouwend te zijn. Ze klinken uitermate gevarieerd en geven songstructuur en boeiende wendingen, zonder hun eigen geluid van ‘feel good music’ te verliezen. Jeugdig enthousiasme versus rijpheid en volwassenheid. De twee - zang van Gareth en Harriet biedt kleur en elan.
Geniet van de 13 nummers en de twee tussendoortjes, want ze staan garant voor een fijn avondje luister- en dansplezier. Of hoe je romantiek kan interpreteren op Los Campesinos-wijze …

Retribution Gospel Choir

2

Geschreven door

Retribution Gospel Choir …Voor wie houdt van het rauwe materiaal van Low! Het trio onder het koppel Sparhawk – Parker eerden op hun laatste plaat The Beatles & The Stones en ook op dit project van spil Alan Sparhawk hoor je die invloeden terug, lekker gekruid met soli partijen op z’n Crazy Horse want niet voor niks staan er hier fraai uitgesmeerde gitaarstukken, luister maar naar de intens bezwerende rock van “Poor man’s daughter” en “Electric guitar”, twee hoogtepunten van de tweede plaat van Sparhawks Retribution Gospel Choir.
Het is lekker genieten van de opbouwende, boeiende songs binnen de indie, american rootsrock en ‘70’s retro, die naast Sparhawk bestaat uit Steve Garrington – bas en Eric Pollard – drums.
Het rockende trio is alvast op hun fijne frisse rock heel sterk op elkaar ingespeeld en ook het vleugje elektronica dat al eens bij Low werd gebruikt, horen we hier terug op het trip-poppende “Bless us all” …
dankuwel we gaan in vrede, ‘Urbi et Orbi’ want Retribution Gospel Choir onderscheidt zich duidelijk van het donkere Low en is méér dan zomaar een tussendoortje van Sparhawk. 

Sivert Høyem

Moon landing

Geschreven door

Met Madrugada zal het nu wel echt gedaan zijn. Na het plotse overlijden van gitarist Robert Buras toerde de band nog even met een vervanger om de knappe plaat ‘Madrugada’ van 2008 te promoten, maar daarna viel het doek definitief over de band.
Zanger Sivert Hoyem startte hierop een nieuwe band en zette de teller terug op nul. Hij had eerder al twee solo platen gemaakt, doch deze bleken geen onvergetelijke werkstukjes te zijn, zeer zeker niet in vergelijking met de voortreffelijke albums van Madrugada. De huidige nieuwe plaat komt toch al wat beter voor de dag, het is er eentje waarop Sivert Hoyem duidelijk ander horizonten opzoekt, zodanig dat hij niet eeuwig blijft opgescheept zitten met het Madrugada spook. Van bij de eerste noten van de fraaie opener “Belorado” zou je denken dat je naar The Who aan het luisteren bent, alsof Hoyem er meteen paal en perk wil aan stellen dat hij wel eens wat anders wil. Dingen als “Lost at sea” en “Empty house” neigen naar REM en de geest van Jim Morrison waart rond in ”Shadows high Meseta”, mede dankzij een steeds heter wordende gitaarrif één van de hoogtepunten van deze plaat. Nog een favoriet is de knappe sleper “Sister sonic blue” waarin de duistere sporen van Hoyem’s oorspronkelijke band wel terug opduiken.
De algemene teneur op ‘Moon landing’ is opgewekter, minder donker en de sound gaat meer richting classic poprock. Toch is het nog altijd heel herkenbaar en dat heeft natuurlijk alles te maken met die warme melancholische stem, Hoyem’s belangrijkste troef, zo blijkt ook nu weer.

Pagina 339 van 394