logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

De kans is groot dat u van deze Liverpoolse band nog maar weinig of niet gehoord heeft. Begonnen als doom-metal groep gooide Anathema in 1999 het roer volledig om en richtte zich met het album ‘Judgement’ op een soort gelaagde hedendaagse prog rock ergens tussen Pink Floyd, Archive, Porcupine Three en Dream Theater. Niet bepaald het meeste sexy genre, en zeker niet in Engeland, waar de pers altijd naar de nieuwe Arctic Monkeys zit te zoeken.
Anathema wordt ook nu nog vakkundig doodgezwegen door de Britse pers maar stilaan werd met de jaren een trouw publiek opgebouwd en liepen de concertzalen vol voor wat steevast kanjers van concerten van meer dan twee uren zouden worden.

Ook Frankrijk heeft een zwak voor Anathema, getuige het uiterst enthousiaste publiek. Te enthousiast, zo bleek. Fransen weten immers niet wanneer ze moeten juichen en wanneer ze hun klep moeten houden. Het handgeklap tijdens de meer intieme passages was bij momenten ontzettend irritant en het gejoel midden in de songs was ferm storend. Iemand moet die mensen eens dringend uitleggen wat het verschil is tussen een tempowisseling en het slot van een song. Al moet gezegd worden dat het een beetje de schuld was van de gitarist die het ook op de meest ongepaste momenten nodig achtte het publiek op te jutten.

Hoewel ze al 13 albums op hun rekening hebben, concentreerden ze zich vanavond op hun beste vier werkjes ‘Judgement’, ‘A natural Disaster’, ‘We’re here because we’re here’ en ‘Weather Systems’. Met het openingsduo “Untouchable” (parts 1 en 2) uit  het imposante en prachtige nieuwe album ‘Weather Systems’ was meteen duidelijk dat dit een onvergetelijk concert zou worden. De sound zat perfect, de stemmen van Daniel Cavanagh en Lee Helen Douglas klonken uiterst helder en de muzikale kunde van de band was van een zeldzame pracht. In de intro van het overigens bloedmooie ”Emotional Winter” kwamen de Pink Floyd geesten heel dichtbij, we waanden ons midden in ‘Wish you were here’, en dat is uiteraard als compliment bedoeld.
Dat de band het metal verleden nog niet helemaal van zich heeft afgeschud was te merken met enkele heerlijke stevige uitspattingen, onder meer in “A simple mistake” en “Closer”.
Voor de rest was het genieten van de harmonieuze schoonheid van songs als “Thin Air”, “Everything” en “Wings of God” die stuk voor stuk melodieuze intimiteit en krachtige rock in zich droegen en gespeeld werden met evenveel gevoel als muzikale perfectie.
“The Storm before the Calm”, nog zo een geweldige gelaagde song uit ‘Weather System’, was zonder meer een hoogtepunt, het waren tien magische minuten waarin de Fransen omwille van de verrassende tempowisselingen weer zo een drie songs meenden te herkennen. Hierop haalde Anathema nog zo een parel uit hun mouw, “The Beginning and the End” was van een bovennatuurlijke schoonheid.
De reguliere speeltijd werd afgesloten met publiekslieveling “Flying” waarin een mondje mocht worden meegezongen, de song eindigde met een crème van een gitaarsolo die geleidelijk aan subliem wegdeemsterde tot de band achter de coulissen verdween.
Uiteraard moest zo een spectaculaire prestatie (we waren inmiddels al twee uren verder) vervolgd worden met verlengingen met daarin de nodige hoogstandjes, wat dan ook het geval was. In de bisronde werd nog even dieper in het (metal)verleden gegraven met een krachtig “Empty” en “Fragile Dreams”, dit tussenin alweer knappe symfonische pronkstukken “Internal Landscapes” en “One last goobye”.

Een indrukwekkend concert van maar liefst twee en een half uur met 21 songs om duimen en vingers van af te likken (de setlist om van te likkebaarden vind je terug op http://www.setlist.fm ). Anathema is een groep met pure klasse en een indrukwekkende muzikale bagage.

We hebben trouwens ook nog een pluim over voor het voortreffelijke voorprogramma Astra, een spacerock groep die met de teletijdmachine meer dan 30 jaar terugkeerde naar de oorspronkelijke progrock van bands als Jethro Tull en Yes (en dan bedoelen we niet de plastieken Yes van in de jaren tachtig die u kent van het gedrocht “Owner of a lonely heart”). De seventies dropen er af, niet alleen van hun uiterlijk (check de lange haren en wijde broekspijpen) maar ook van de songs die moeiteloos de 10 minuten grens overschreden en de solo’s die ons rond de oren vlogen. Je moet natuurlijk liefhebber zijn, maar wij konden dit wel smaken.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/anathema-31-10-2012/

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

 

Crime and The City Solution is, net als The Bad Seeds, in de jaren tachtig ontsproten uit de assen van The Birthday Party. De band heeft evenwel niet zo een succesvolle carrière als Nick Cave kunnen uit de grond stampen en is min of meer altijd in de underground gebleven tot ze er in het begin van de jaren negentig de brui aan gaven.
Zanger Simon Bonney vond de tijd rijp om er na meer dan 20 jaar samen met violiste en tevens echtgenote Bronwyn Adams een vervolg achter te zetten. Een nieuwe compilatie cd is pas op de wereld losgelaten (vreemd genoeg werden hierbij de eerste twee fantastische platen over het hoofd gezien) en eind dit jaar zit er een kersvers album ‘American Twilight’ aan te komen.

Naast het koppel en tweede gitarist Alexander Hacke zitten er geen originele groepsleden meer in de band, maar Bonney heeft in de plaats wel heel proper volk meegebracht, onder andere Dave Eugene Edwards (Woven Hand, Sixteen Horsepower) en Jim White (Dirty Three).
Dat een man als Dave Eugene Edwards zich als een visje in het water voelt bij die grillige Australische woestijnrock is niet te verwonderen. De spirit, de bezetenheid en de onderhuidse dreiging van Crime and The City Solution is ook terug te vinden in het werk van Woven Hand, Edwards weet zich bijgevolg gretig in te leven in de grimmige songs van zijn tijdelijke bondgenoten. Naast Edwards laat ook keyboardspeler Matthew Smith de songs sluimeren en nagloeien via enkele orgelpartijen die het meest donkere van The Doors naar boven brengen.
De bezwerende sound van weleer is op vandaag nog steeds de belangrijkste factor in de muziek van Crime & The City Solution, zo blijkt. Ook de nieuwe songs klinken bezeten en creëren een broeierige sfeer.
In tegenstelling tot de pas uitgebrachte compilatie laat men deze keer die eerste twee platen niet links liggen en krijgen we tot onze grote opluchting twee van die knarsende en sublieme oude songs, “Rose Blue” en “Six Bells Chime”, meteen twee absolute hoogtepunten van de avond.
Ook “All must be love “ en vooral een verslavend “One every train” zijn gedreven en spannend. Het uiterst fijne album ‘Paradise Discotheque’ wordt eveneens niet onberoerd gelaten met “The Last Dictator” en een scherp “I have the gun”. De band sluit op een schitterende manier af met het gloednieuwe uitmuntende “American Twilight”, de song werkt zichzelf sluimerend naar een verzengende climax toe en ontpopt zich zo tot een klassieker in wording.

Dit is nog maar eens zo een terechte reünie van een zwaar onderschatte band die veel te vroeg de handdoek in de ring had gesmeten. Na de prestatie van vanavond kijken wij reikhalzend uit naar die nieuwe plaat.
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/crime-the-city-solution-29-10-2012/

Organisatie: Democrazy, Gent

 

donderdag 18 oktober 2012 02:00

Jake Bugg

De wereld heeft nood aan een nieuwe Dylan, zeker nu de ouwe met het bedenkelijke ‘Tempest’ een laatste weinig hoopgevende stuiptrekking heeft gelost.
Er staat er hier eentje aan de deur te kloppen. De piepjonge Britse singer/songwriter Jake Bugg heeft met zijn veelbelovende titelloze debuutplaat een sterk visitekaartje afgeleverd. In eigen land heeft hij een duwtje in de rug gekregen van NME en van Noel Gallagher, wat hem uiteraard geen windeieren heeft gelegd. Hij was er zonder die omhooggevallen referenties ook wel gekomen, want er schuilt een berg talent in deze jonge snaak.
Het is haast niet te geloven dat zo een snotneus kan teruggraven naar een akoestisch en primitief geluid via poedelnaakte songs die op een ambachtelijke manier zijn gesmeed.
De uiterste fris klinkende uptempo songs (“Lightning bolt”, “Two Fingers” en “Taste It”) zitten vooraan en verraden een gezonde liefde voor Britpop, Jake Bugg zijn vocale prestaties neigen soms naar Alex Turner (Arctic Monkeys) en dat zit die nummers als gegoten.
Het is pas na een vijftal songs dat de Dylan in Bugg naar boven komt, en die doet dat heel overtuigend. Het bloedmooie “Broken” is om stil van te worden, het is een wonder dat zo een parel uit de mouw van een achttienjarige wordt geschud. In de folkblues van “Trouble town” en het krakende “Fire” (waarin de geest van Robert Johnson rondhangt) graaft hij nog dieper in het verleden, naar de tijd dat zelfs zijn grootvader nog in korte broek rondliep. Melancholische en uiterst knappe ballads als “Ballad of Mr Jones” en “Slide”, waarin Bugg’s stem hemels klinkt, doen ons denken aan het uiterst prachtige en helaas ook zwaar onderschatte I Am Kloot, ook zo een groepje die niet hoog oploopt met de nieuwste trends en het begrip song hoog in het vaandel draagt.
Enkele uitschuivers niet te na gelaten (een matig “Seen it all” en een melig “Simple as this”)  is dit een waarlijk knap debuut waarin Jake Bugg zichzelf in één ruk promoveert tot één van de meest beloftevolle singer/songwriters van zijn generatie.
U kan er getuige van zijn tijdens een intiem concertje op 3 maart in de Botanique. Maar eerst het plaatje aanschaffen (en laat die laatste van Dylan maar in de bakken zitten, hij is uw zuurverdiende centen niet waard).

donderdag 11 oktober 2012 02:00

The Seer

 

Al jaren maken Swans zwartgallige, tegendraadse, zwaarmoedige, onheilspellende en apocalyptische muziek, dit al vanaf begin jaren tachtig. De kans is zeer klein, zoniet onbestaande, dat u deze groep al eens op de radio gehoord heeft, laat staan dat ze een hit zouden gemaakt hebben. De band, die het geesteskind is van songwriter Michael Gira, grossierde steeds in donkere genres als no wave, industrial, noise, pikzwarte ambient en al wat daar nog onder ligt.

Met het in 2010 uitgebrachte ‘My father will guide me up a rope to the sky’ kwamen ze terug na een stilte van meer dan 10 jaar en meteen bleek dat ze nog niets van hun duistere krachten hadden ingeboet.
Met ‘The Seer’ hebben ze ook nu weer een hoogst indrukwekkend epos gesmeed, het is een weinig hapklare brok geworden die maar liefst 120 minuten uw brein teistert. Neem er uw tijd voor, dit is niet bepaald easy listening. Als u gewoon bent om naar plaatjes van Coldplay, Kings Of Leon of Linkin Park te luisteren, haak dan maar meteen af.
Zo draaft de titeltrack maar liefst 32 angstaanjagende minuten door en blijven de onweerswolken de ganse tijd als gieren boven de song hangen. Of wat te denken van ‘A piece of the sky’ dat begint met twee minuten regengekletter gevolgd door nog eens een tergend lange aanhoudende dreiging van bloedende instrumenten die elke vorm van ritme schuwen om pas na 10 minuten om te schakelen naar wat we voorzichtigheidshalve een song zouden durven noemen.
 “93 Ave. B Blues” is niets minder dan een wandeling door een spookhuis en “Avatar” is een bezwerende brok onheil. Om toch nog eens wat beter te kunnen ademhalen wordt bij wijze van verpozing een iets rustiger weiland betreden met de mijmeringen “The daughter brings the water” en “Song for a warrior” (met een prachtige Karen O als vertolker van de zwanenzang).
Wie de 120 minuten van ‘The Seer’ in één ruk kan uitzitten zal er verward, begeesterd en verweesd uitkomen, doch alweer een ervaring rijker, één die nergens thuis te brengen is.

Onze tip : Ga ergens in een godvergeten gat, kilometers weg van de bewoonde wereld, een ouwe vervallen Middeleeuwse burcht opzoeken, begeef u naar de diepste kerkers van het lugubere gebouw, ga daar in je eentje op de kille grond zitten en jaag ‘The Seer’ loeihard door uw koptelefoon. De tijd van uw leven. En als je daar Michael Gira tegenkomt, doe hem de groeten.
Huiveringwekkende plaat.

donderdag 11 oktober 2012 02:00

Circles

Moon Duo is het groepje van keyboardspeler Sanae Yamada  en songwriter/gitarist Ripley Johnson, tevens frontman van Wooden Shjips. Derde groepslid is een drumcomputer die, gezien het repetitieve karakter van de songs, regelmatig in de repeat stand mag staan.
De muziek van Moon Duo ligt ook niet echt mijlen ver weg van Wooden Shjips, iets meer krautrock misschien en iets minder psychedelica. Voor ons heeft het quasi dezelfde verslavende werking, en dat dankzij de immer voortdrijvende ritmische onderbouw van orgel en synths met daarbovenop die borrelende gitaren en de ingehouden vocals van Johnson.
Praktisch elke song drijft verder op twee of drie akkoorden, maar het stoort niet, dit is nu eenmaal het soort bezwerende muziek die Moon Duo produceert. Alan Vega en Suicide hangen wederom constant in de lucht maar ook het zwaar onderschatte en inmiddels al lang vergeten Wipers, die fantastische band van Greg Sage, dwarrelt in deze plaat rond.
‘Circles’ van Moon Duo is het bewijs dat repetitieve muziek immer boeiend kan zijn. Dat heeft The Velvet Underground destijds aan de wereld geleerd. De volgelingen zijn ontelbaar.

donderdag 11 oktober 2012 02:00

The Sheepdogs

Toen wij de Canadese band The Sheepdogs in de AB aan het werk zagen als support act van Band Of Skulls, hadden wij al door dat het hier een bandje met aardig wat potentieel betrof. Doorgaans weten voorprogramma’s niet bepaald onze aandacht vast te houden, maar dit hier was een welgekomen uitzondering.
The Sheepdogs zweren op deze titelloze plaat (toch ook al hun vierde werkje) bij de flow van de seventies en bij de southern rock van bands als Lynyrd Skynyrd, maar anderzijds weten ze hun songs kort en bondig te houden, wat hen dan ook weer positief onderscheidt van de dinosaurussen uit de seventies. Op vinnige tracks als “The Way it is” en “Feeling Good” neigt de barometer sterk naar The Black Keys, maar elders zit het geluid van the Sheepdogs diep geworteld in de Amerikaanse voornamelijk zuiderse grond, denk aan Allman Brothers, Little Feat en North Mississippi Allstars.
De songs zijn fris en hebben een fijn roots gevoel met respect voor de grote voorbeelden zonder hierbij als lauwe kopieën te klinken. The Sheepdogs weten hier een eigenheid uit te bouwen die hen wel eens op de wereldkaart zou kunnen zetten. Laat ons hopen.

De koerswijziging die Richard Hawley heeft doorgevoerd op zijn schitterende nieuwe plaat ‘Standing At the Sky’s Edge’, waarin de gitaar en prominente hoofdrol in beslag neemt, heeft duidelijk zijn weerslag op diens live set. De man bewees in de AB meer dan ooit een begenadigd gitarist te zijn en bouwde bij momenten een stevige geluidsmuur op. De sterkte van zijn huidige live act is echter dat hij de perfecte harmonie wist te vinden tussen de hartverwarmende schoonheid van zijn vorige werk en de stevige psychedelische gitaarinslag van de nieuwe plaat. Gevolg, op het podium spetterde het en mochten we spreken van een 18 karaats optreden.  

Hawley is een volbloed entertainer. Strak in de leren jekker gestoken en de vetkuif proper in de lijn gelegd zorgde hij voor het nodige rock’n’roll gehalte. Met zijn droge humor en gevatte tussenkomsten kreeg hij het publiek aan het lachen en met die warme stem en een pak te koesteren intieme momenten creëerde hij een adembenemende stilte in de zaal. Faut le faire.
De intieme pracht van “Soldier On” was een eerste kippenvelmoment maar zeker niet het enige. Zelden de AB zo stil geweten. Ook het wondermooie “Open up your door” kroop diep onder de huid en het in krachtige gitaaruithalen openbarstende “Before” was een pareltje. Qua gitaarlessen konden we nog wat leren van het waarlijk schitterende “Remorse Code” waarin Hawley een uiterst fenomenale ingetogen solo uit zijn mouw toverde. En die gitaar van hem mocht al wat onstuimiger tewerk gaan in een furieus “Time wil bring you winter” gevolgd door een splijtend en krachtig “Down in the woods” waarin wij de rif van “1969” van The Stooges meenden te herkennen (check toch maar even uit).
Richard Hawley eindigde ook vanavond weer met het briljante en bloedmooie “The Ocean”, een betere afsluiter konden we ons echt niet voorstellen.

Er zijn zo van die prachtconcerten waarvoor een mens maar niet genoeg superlatieven uit de kast kan halen, dit was er zo eentje.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/smoke-fairies-12-10-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/richard-hawley-12-10-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Live Nation)

donderdag 04 oktober 2012 02:00

The Bloom and the Blight

Het duo Adam Stephens (vocals en gitaar) en Tyson Vogel (drums) hebben 5 jaar na hun titelloze derde plaat een opvallend rauwe en wilde opvolger gemaakt. Beklijvende en doordringende ballads in de aard van ongeslepen pareltjes als “Fly low carrion crow”, “Linger On”, “Waves of grain” en “Some slender rest” zijn er deze keer niet bij. Een beetje jammer misschien, maar in de plaats daarvan is er een volle en krachtige sound gekomen die de ruwheid en de scherpe kantjes van weleer ook nog steeds in pacht heeft.
Two Gallants neigen hier een beetje naar de potentie van grote broers The Black Keys, en dit vooral op vettige catchy rocksongs als “My love won’t wait”, “Ride away” en “Winter’s youth”. Dankzij de schuurpapieren stem van Stephens snijden de songs alweer tot op het bot, maar eigenaardig genoeg is dat niet het geval met de ruspuntjes “Broken eyes” en “Sunday souvenirs”, twee doordeweekse country songs die ons niet echt koeioneren maar die ook niet blijven hangen.
Two Gallants hebben op ‘The bloom and the blight’ een handvol vitale, gevarieerde en snedige rocksongs uit hun mouw geschud, maar voor de intieme en bloedende ballads die we van hen verwachten moeten we u helaas naar hun vorige plaatjes verwijzen.
Op 27/11 in de Botanique. Je vindt ons op de eerste rij.

Revenge of the rock’n’roll monsters met Peter Pan Speedrock, Karma To Burn en Honky
Revenge of the rock’n’roll monsters 2012

Revenge of the rock’n’ roll Monsters is, en dit al voor de vierde keer, een initiatief van het Nederlandse Peter Pan Speedrock. De heren nemen zo steeds een paar van favoriete bands op sleeptouw om samen als een pletwals over de lage landen te scheuren. Dat ze een fijne neus hebben voor de betere bronstige rock, bleek uit hun keuze voor dit jaar met de Amerikaanse boogierockers Honky en de instrumentale woestijnrockers Karma To Burn.

Dat de heren van Honky een ferme boon hebben voor ZZ Top steken ze niet onder stoelen of banken, check de baarden, de Texas hoeden en de zompige boogie sound. Hun nieuwe album ‘421’, het eerste in zes jaren, werd hier inde Vk* voorgesteld, wat waarschijnlijk hun allereerste ontmoeting was met een Belgisch podium. Stevige testosteron boogie rock met vlijmscherpe solo’s, misschien geen al te origineel geluid, maar wel een dijk van een optreden.

En dan was het tijd voor een legende. Hoe graag lieten wij ons alweer onderdompelen in de verzwelgende stonerrock van het almachtige Karma To Burn (zie pics), pioniers die niet te evenaren zijn in de wereld van de hardere instrumentale rock. Het trio moest op het nippertje nog voor een andere drummer zorgen wegens familiale omstandigheden, maar de interimdrummer was perfect op dreef om de bronstige groove-rock van Karma To Burn te ondersteunen. Het trio hakte genadeloos door en zoog ons mee in een uiterst potige set van een uur. Wij waren alweer sterk onder de indruk van die modervette sound en de gortige riffs. Deze band is uniek in wat ze doen. Daar waar andere groepen al snel zouden gaan vervelen met een set vol instrumentale tracks, gaat Karma To Burn bij iedere gitaaraanslag nog meer tot de verbeelding spreken. Geweldig.

Headliners waren dus uiteraard de Nederlandse rammelrockers van Peter Pan Speedrock, een band die al jaren garant staat voor wilde en onstuimige hardrock ergens tussen Motorhead, Nashville Pussy en The Hellacopters in. Niet zo vet als Honky en niet zo indrukwekkend als Karma To Burn, maar wel een luide en vuile rock’n’roll set met evenveel tempo als spelplezier. Na al die jaren toeren staan die gasten van Peter Pan Speedrock nog altijd als een bende jonge wolven het beste van zichzelf te geven. Subtilitiet is niet aan hen besteed, passie voor wilde rock’n’roll des te meer.

De doortocht in de Vk* was meteen het sluitstuk van de Revenge tournee, we durven er een bak Duvel op verwedden dat dit zootje ongeregeld er een bruisend afscheidsfeestje zal op gebouwd hebben ergens in de bruinste kroegen van Brussel.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/karma-to-burn-07-10-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/peter-pan-speedrock-07-10-2012/

Organisatie: Vk* Sint-Jans Molenbeek

donderdag 27 september 2012 02:00

Tempest

‘Tempest’ wordt zowat overal op lovende recensies onthaald, maar wij vinden toch dat den ouwe hier een beetje te veel aan het zagen slaat. De plaat bestaat uit overwegend lange songs die weinig van richting veranderen en zo soms echt te lang voortkabbelen, zeker in het geval van de stroperige titelsong (13 minuten lang, het zijn er zeker 10 te veel). Zet daarop die typisch nasale stem van de bejaarde knorpot en het wordt soms een beetje te veel van het goede. Bovendien zit Bob zodanig met de krop in de keel dat je eerder zou denken dat hij meer door de anus dan door de neus zingt.
Dylan doet zoals steeds wel zijn goesting, hij houdt het bij rootsmuziek en bedrijft folk, blues en country op zijn gemak zonder daarbij één enkele keer uit de bocht te vliegen. Op “Narrow way” mag er al eens gerockt worden, maar de song drijft meer dan zeven minuten door op één simpele riff dat het op den duur op de zenuwen begint te werken. Als een song dan eens wat korter is, dan is het slijmbalgehalte weer te hoog (“Long and wasted years” en alleszins “Tempest”). En een man van dat kaliber zou met de blues toch meer moeten aanvangen dan de zoveelste kopie van de eeuwige Muddy Waters ‘Hoochie Coochie’ riff op “Early roman kings”.
Pas op de mooie ballad “Tin Angel” weet Dylan ons echt te raken zoals hij dat vroeger kon, een song die we, en dat is straf, een plaatsje zouden durven geven naast “The man in the long black coat”.
Als opvolger van de laatste vier voortreffelijke studio platen ‘Time out of mind’, ‘Love and theft’, ‘Modern Times’ en ‘Together trough life’ (het kerstmisgedrocht ‘Christmas in the heart’ even buiten beschouwing gelaten) is dit een ware ontgoocheling.
Nooit gedacht dat we dit ooit zouden durven schrijven, maar Bob Dylan anno 2012 klinkt een beetje saai.

Pagina 70 van 112