logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_02
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

vrijdag 15 februari 2013 01:00

Brad - Afwisselend stevig en ingetogen

Brad is geboren in volle grunge periode, maar liet de wildere en onstuimige geruite hemden- rock over aan de collega’s van Soundgarden, Nirvana en Mudhoney. De band koos bewust voor een sound die weliswaar een grunge randje had, maar die vooral trachtte de gevoelige snaar te raken.
In 20 jaar tijd heeft Brad nog maar 4 albums in mekaar geknutseld. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de andere bezigheden van de groepsleden. Zo heeft Stone Gossard een kleine bijverdienste als vaste gitarist in het bescheiden rockgroepje Pearl Jam en is Shawn Smith al actief geweest in Pigeonhed, Satchell en vooral als solo artiest. Tevens is de imposante en baardige verschijning in België ook gekend als gastzanger bij Arsenal.
Niet zo simpel dus om deze indrukwekkende gelegenheidsgroep nog eens samen te krijgen voor een tournee, vandaar dat we deze eenmalige passage op een Belgisch podium ter promotie van hun nieuwste plaat ‘United We Stand’ niet mochten missen. We zullen het ons niet beklagen.

Brad was sterk op dreef en bracht een knappe set van ruim anderhalf uur met de nodige afwisseling, met uiteraard een pak songs uit hun nieuwste plaat (niet hun beste maar toch nog altijd zeer de moeite) en een opvallend flinke greep (maar liefst 7 songs) uit hun 20 jaar oude en nog steeds razend knappe debuut ‘Shame’.
Heerlijk verstilde songs (“The Only Way”, “Screen”) wisselden af met stevige brokken rock (“Secret girl”, “Waters Deep”, “My Fingers”, “Miles Of Rope”) en tussendoor ook nog een prachtvertolking van hun eerste hitje met die fenomenale baslijn “20 th Century”, nog steeds een wereldsong. Het was al vrij snel duidelijk, hier stond geen verzameling van ego’s op het podium, maar wel een hechte groep die straalde van het speelplezier. Stone Gossard mag dan al een aardig CV hebben, de man bleek een gewone sterveling te zijn ontdaan van elke vorm van sterallures, voorzover hij die ooit al gehad zou hebben. Hij liet vooral zijn instrument spreken zonder daarbij in de rol van guitar hero te vervallen, en dat sierde hem. Zijn gitaar stond steeds in dienst van de songs en schitterde ondermeer in pareltjes als “Every Whisper” en “Last Bastion”. Gossard mocht heel even tijdens “Desenfado” achter de microfoon plaatsnemen, en meteen wisten wij waarom dit tot één song beperkt bleef, laten we het beleefdheidshalve houden op een ‘beperkt vocaal bereik’.
Het gezicht (en ook het lijf in zijn geval) van Brad is echter Shawn Smith, een hartige dikkerd met hoog knuffelbeergehalte. Dankzij diens fluwelen stem was Brad vanavond bij momenten briljant, vooral wanneer de harige teddybeer tijdens de uitgebreide bisronde helemaal in zijn eentje achter de piano plaatsnam voor een paar kippenvelmomenten van het zuiverste water. Wij gingen compleet overstag voor de innemende schoonheid van het intieme Satchel diamantje “Suffering”. Al even ontroerend was “Wrapped in my memory”, het eerbetoon aan een oude vriend, de overleden grunge pionier Andrew Wood die met zijn dood het legendarische Mother Love Bone mee het graf in nam (wat meteen ook de geboorte betekende van Pearl Jam). De song vloeide over in een bloedmooie ingetogen versie van de Mother Love Bone klassieker “Chrown Of Thorns”, adembenemend. Als climax volgde dat andere hitje, het wonderlijke “The Day Brings”, waarna het vuur nog eens aan de lont werd gestoken met het potige “Lift” en een ronkende versie van de Stones klassieker “Jumping Jack Flash”.

Een laatste rustig momentje, het uiterst knappe “Buttercup”, was het fijne sluitstuk van een uitmuntend optreden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/brad-13-02-2013/

Organisatie: Trix, Antwerpen

vrijdag 08 februari 2013 01:00

Metz - Onversneden hemels lawaai

 

Fijn dat er nog jonge gitaargroepjes zijn die het (punk) hart op de juiste plaats dragen. Het Canadese Metz is er zo eentje. Wild, onstuimig en uiterst gretig gaan ze tekeer in het achterzaaltje van de Aeronef. Met de spirit van Nirvana, Big Black en Mudhoney in hun jonge dagen spuwt het trio er een rits lellen van songs uit, welgemikte mokerslagen als “Get off”, “Knife in the water”, “Headache” en “Wasted”.  Het is punk, opwindende noise en overstuurde grunge die bulkt van de energie en barst van de goesting.
Hun pas op het Sub Pop label (waar anders ?) verschenen debuutplaat is een onversneden brok hemels lawaai die amper een half uurtje duurt. Geen wonder dus dat de live set er al na een kleine drie kwartier op zit, de ganse plaat is er dan al met een ongeremde gedrevenheid doorgejaagd. Maar dat is net wat dergelijke bandjes zo boeiend maakt.
Kort, bondig, to the point en rechtstreeks naar de ballen gemikt. Meer moet dat niet zijn.
Geweldig concertje.
Op 11/03 ook nog te zien in de AB Club. Haast u !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/metz-06-02-2013/

Organisatie: Aéronef, Lille

 

In 2010 waren wij sterk onder de indruk van de titelloze tweede plaat van dit veelbelovende gitaargroepje uit San Diego. Met de kersverse nieuwe plaat ‘Strapped ‘ was ons enthousiasme echter een beetje geluwd. Niet dat het daarom een slecht album zou zijn, verre van, maar omdat The Soft Pack hierop een beetje te veel naar pop neigde, en dat ten koste van de venijnige gitaarrock.

Ook op het podium wist The Soft Pack ons niet zo bij het nekvel te grijpen als wij stiekem hadden gehoopt. Enerzijds hoorden we wel een fris en aanstekelijk geluid met beduidend knappe songs, anderzijds misten we een beetje de uitspattingen die we bijvoorbeeld bij een verwant groepje als  Cloud Nothings wel kregen enkele maanden geleden in De Kreun .
The Soft Pack is het iets breder gaan zoeken met luchtige en hitgevoelige songs als “Tall Boy” en “Bobby Brown”, waarin keyboards en alt sax een knappe rol speelden, maar we genoten vanavond toch nog altijd meer van door wilde en prikkelende gitaren aangestoken songs als “Parasites” en “Come On”, niet toevallig twee tracks uit de vorige plaat. Op hun beste momenten kwam The Soft Pack in de buurt van The Feelies en The Pixies, en dat is iets wat kan tellen. Elders misten ze dan weer een beetje de drive om constant te blijven boeien en leken ze een beetje onwennig, alsof ze bang waren te veel uit de bol te moeten gaan.

The Soft Pack is ook zo een typisch Amerikaans college bandje. Een uitgesproken rock’n’roll imago is hen totaal vreemd (zie ook weer The Feelies), ze menen het echt met hun muziek maar het ontbreekt hen nog  een beetje aan het nodige vuur, hoewel ze in de Trix een paar verdomd goeie songs lieten horen.
We hebben er dus het volle vertrouwen in dat het wel goed komt, want die jongens hebben nog zeker niet alles laten zien en horen.
Beloftevol groepje, noemen ze dat dan. Wordt vervolgd.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-soft-pack-31-01-2013/

Organisatie: Trix , Antwerpen

donderdag 24 januari 2013 01:00

Strapped

Laten we het maar meteen toegeven, ‘Strapped’ is niet zo goed, niet zo prikkelend en ook niet zo opwindend als zijn spetterende voorganger ‘The Soft Pack’ uit 2010. Wat helemaal niet wil zeggen dat dit een zwak plaatje zou zijn, integendeel. The Soft Pack is het namelijk allemaal wat cleaner en wat breder gaan zoeken. Op ‘Strapped’ verbreden ze, ondermeer door toevoeging van een saxofoon, hun horizonten. Dit uit zich soms in een ietwat meer poppy sound met luchtige liedjes als “Tallboy” en “Bobby Brown” die een gans andere Softpack tonen dan deze die we tot op heden gewend waren. De songs lijken wel naar de hitparade te lonken, zonder daarbij gezichtsverlies te lijden. Op zijn minst dus een interessante nieuwe wending.
Toch zijn er nog genoeg van die frisse aanstekelijke gitaarrocksongs (beetje Feelies, Pixies en Strokes door mekaar gemengd) die we kennen van de vorige plaat. Venijnige beestjes als “Saratoga”, “Chinatown”, “Ray’s Mistake” en “Head on Ice” mogen ons altijd komen wakker maken en ook het prettig gestoorde instrumentaaltje “Oxford Ave.” kan ons bekoren. “Bound to fall” doet ons dromen van The Feelies en afsluiter “Captain Ace” is een pareltje die ons dankzij tintelende gitaren en een speelse sax meer dan zes minuten lang aangenaam blijft kietelen.
Een stuk meer variatie dus dan de voorganger, doch iets minder ballen. Toch weer een fijn werkje, en zeker de moeite waard om op 31/01 naar de Trix af te zakken.

donderdag 17 januari 2013 01:00

The Glorious Dead

Het derde album van The Heavy is wederom een boeiend mengpapje van retro 70’s rock, strakke soul en filmische muziek. Een kruisbestuiving tussen Barry Adamson, Black Keys, Gnarls Barkley en Frank Zappa.
Een horror soundtrack mondt uit in stevige rock in “Can’t play dead”, strijkers verzoenen met heavy gitaren in “Same Ol’” en een punkwind komt opsteken in “Just My Luck”. Er hangt een vette rand Tom Waits aan “The Lonesome Road” en er schuilt stokoude authentieke soul in “Blood dirt love stop”. U merkt het, The Heavy voelt zich thuis in verschillende vijvertjes.
‘The Glorious Dead’ is een boeiende en zeer gevarieerde plaat van een hoogst interessante band die met drie knappe albums een uniek geluid heeft weten uit te bouwen.

donderdag 17 januari 2013 01:00

Into The Future

Voor de glorieperiode van deze reggaepunkers moeten we 30 jaar terug de tijd in, naar knallende hardcore platen als ‘Bad Brains’, ‘Rock for light’ en ‘I against I’.
In 2007 kwam Bad Brains al eens terug met ‘Build A Nation’ waarin de band met succes de draad van die drie kanjers terug opnam. Nu gaan de heren onverstoorbaar op hetzelfde elan door met het verduiveld pittige ‘Into the Future’, een voltreffer van punkrockers op leeftijd, zeg maar.
Snerende rocksongs met metal gitaren (waarop ook Living Colour destijds een patent had) als “Into the Future” “Popcorn” en “Earnest Love” wisselen af met supersnelle roodgloeiende hardcore knokkels à la Black Flag en Circle Jerks (“We belong together”, “Yes I”,  “Suck Sess” en “Come Down”). Als welgekomen rustpunten krijgen we, naar aloude Bad Brains traditie, smeuïge (dub-) reggae songs als “Rub a dub love”, “Jah Love”, “Maybe a joyfull noise” en “Mca Dub”. Eén van onze favorieten is “Youth of Today”, dat begint met vlammende rockgitaren om dan over te slaan in een knappe reggae track, Bad Brains op zijn best.
Nog geen greintje venijn zijn ze verloren, hier zit evenveel vuur in als in de prille jaren 80.

donderdag 10 januari 2013 01:00

Allah-Las

Allah-Las, een nieuw bandje uit L.A., draait de klok terug naar de Amerikaanse West Coast garage rock van eind jaren 60, alsof de tijd al die jaren heeft stil gestaan. Het doet denken aan cultbandjes van toen als The Seeds, 13 th Floor Elevators en Count Five. Haal vooral nog even die wonderlijke Nuggets verzamelaar boven en u komt al een eind in de buurt.
Ondanks -of misschien net dankzij- die regelrechte retro touch, is dit springlevende en frisse muziek met een psychedelisch tintje, omgezet in sprankelende songs met prikkelende gitaartjes en heerlijke melodieën.
Zo klonk ook REM toen die nog niet door de wereld waren opgepikt, of The Rain Parade die voor eeuwig en altijd een miskend groepje gebleven zijn. Het is garage rock maar dan niet in zijn rauwe vorm, dus zonder de fuzzy en overstuurde gitaren van pakweg The Gun Club, The Nomads en The Cramps.
Het is allemaal wat zonniger en luchtiger, je hoort het dat die jongens uit het met zon overgoten California komen. Een mens zou spontaan zijn surfplank bovenhalen bij tintelende songs als “Don’t you forget it”, “Vis-a-Vis”, “Long Journey” en de zomerse instrumentaaltjes “Sacred Sands” en “Ela Navega”.
Van een zonnig retroplaatje gesproken.

donderdag 10 januari 2013 01:00

Blak and Blu

De nieuwe Hendrix wordt hier en daar beweerd, maar blijft u voorlopig rustig zitten, want met dergelijke overdrijvingen springt een mens best een beetje voorzichtig om. Voor alle duidelijkheid, Hendrix is meer dan veertig jaar na zijn dood nog steeds niet geëvenaard, en dit zal volgens ons ook de komende veertig jaar niet gebeuren.
Gary Clark Jr bewijst wel meteen op zijn eerste full album een begenadigd gitarist te zijn, een veelzijdig songschrijver en een verduiveld soulvolle zanger. De man weet echter nog niet goed welke richting hij uit moet en eet dan maar van verschillende walletjes, met wisselend succes. Zijn uitstapjes richting r & b (“Blak and Blu”, “The life”, “You saved me”) zijn slap en melig (is ook nooit ons favoriete genre geweest), maar als hij zijn voeten stevig in de bluesrock neerpoot (“When my train pulls in”) spat het talent er van af.
Elders refereert hij naar wat vettere blues met Black Keys allures (“Bright Lights”, “Numb”), naar opgejaagde rock’n’roll a la Stevie Ray Vaughan (“Travis County”) en naar de meer stevige rocknummers van Lenny Kravitz (“Glitter ain’t gold”). Hij graaft zelfs even diep in de authentieke blues van Robert Johnson en Son House op “Next Door Neighbor blues”.
Songs als ”Please come home” en “Things are changin’” zijn dan weer onvervalste soulplakkers die teruggrijpen naar de hoogdagen van Otis Redding en Sam Cooke maar anderzijds ook een beetje Prince in zich dragen, al staat Prince nog een voetstukje hoger dan Gary Clark JR.

Als gitarist is Gary Clark JR een natuurtalent, al zorgt de te gladde productie er soms voor dat hij eerder naar Bonamassa neigt dan naar Hendrix, maar dat is gelukkig niet altijd het geval. Die Hendrix verwijzingen zullen ook veel te maken hebben met de manier waarop hij hier de meester zijn “Third stone from the sun” aanpakt, hij verweeft de song met “If you love me like you say” en maakt er zo een vezelrijk brouwsel van.
Onze conclusie : knappe plaat met enkele jammerlijke uitschuivers van een talentvol muzikant die nog een beetje de juiste weg moet vinden.
Te bewonderen in de AB Club op 16/02. Het concert is helaas uitverkocht.

donderdag 10 januari 2013 01:00

King Animal

Veel te lang hebben we gewacht op deze reünie. ‘Down on the upside’ van 1996 was inderdaad geen onvergetelijke plaat, maar toch ook niet echt een reden om er een definitief punt achter te zetten, wat Soundgarden helaas wel deed. Geen goede beslissing zo bleek, het solo werk van Chris Cornell was immers van bedenkelijk allooi en zijn platen met Audioslave gingen soms wel de goede richting uit maar hebben toch ook nooit de eeuwige geschiedenisboeken gehaald.
16 jaar later is Soundgarden herrezen en klinken ze alsof ze nooit zijn weggeweest. Een geslaagde doortocht op Werchter Boutique had er ons al van overtuigd dat deze band nog niets aan kracht had ingeboet, maar toen was er nog geen nieuw materiaal te bespeuren.
Dat is er nu wel met ‘King Animal’, een hechte en robuuste rockplaat en niet zomaar een laatste stuiptrekking van een bende grunge veteranen. Cornell zijn goed ontwikkelde stembanden draaien op volle toeren en Soundgarden weet kwade en stevige rock neer te poten, zoals ze dat deden op hun beste platen ‘Badmotorfinger’ en ‘Superunknown’.
De veelzeggende openingstrack “Been away too long” spreekt voor zich, waarom is Soundgarden zo lang weggebleven als ze nog zoveel potentie in zich hadden ?

donderdag 10 januari 2013 01:00

For the brain and the vein

De band geeft het zelf al aan in de bijgeleverde bio dat ze de mosterd vooral zijn gaan halen bij Queeens Of The Stone Age en Triggerfinger. Wij zijn wij om hen tegen te spreken ? Vanaf de opener “The numbing solace of the light” liggen die invloeden er vingerdik op. Mario Goossens (u weet wel, die kerel die nu al drie jaar aan een stuk de vaart uit elk Triggerfinger optreden haalt met steeds dezelfde overbodige drumsolo) is de ingehuurde producer, en dat is er aan te horen. Triggerfinger is alomtegenwoordig op ondermeer “The numbing solace of the light”, “Stop wasting your time” (lekkere opgejaagde song, dat wel), “The concept of too late”, “Bullied by the bear” en “Merciful Blade”. Met “All you don’t need” zit Box dan weer volledig in Alice in Chains land, waar we verder niks op tegen hebben, wij houden wel van een gezonde streep grunge.
De band is trouwens op zijn sterkst wanneer ze even van onder het juk van de invloeden weg geraken. Zo is een lekker voortdrijvend “No point in saying”, met vocals die naar Paul Banks (Interpol) neigen, een verbluffend sterke song met een eigen smoel.
Stevige rockplaat van een band die nog wat eigen karakter moet aankweken maar die vooral op de goede weg is.

Pagina 67 van 112