logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Deadletter-2026...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 10 januari 2013 01:00

Blak and Blu

De nieuwe Hendrix wordt hier en daar beweerd, maar blijft u voorlopig rustig zitten, want met dergelijke overdrijvingen springt een mens best een beetje voorzichtig om. Voor alle duidelijkheid, Hendrix is meer dan veertig jaar na zijn dood nog steeds niet geëvenaard, en dit zal volgens ons ook de komende veertig jaar niet gebeuren.
Gary Clark Jr bewijst wel meteen op zijn eerste full album een begenadigd gitarist te zijn, een veelzijdig songschrijver en een verduiveld soulvolle zanger. De man weet echter nog niet goed welke richting hij uit moet en eet dan maar van verschillende walletjes, met wisselend succes. Zijn uitstapjes richting r & b (“Blak and Blu”, “The life”, “You saved me”) zijn slap en melig (is ook nooit ons favoriete genre geweest), maar als hij zijn voeten stevig in de bluesrock neerpoot (“When my train pulls in”) spat het talent er van af.
Elders refereert hij naar wat vettere blues met Black Keys allures (“Bright Lights”, “Numb”), naar opgejaagde rock’n’roll a la Stevie Ray Vaughan (“Travis County”) en naar de meer stevige rocknummers van Lenny Kravitz (“Glitter ain’t gold”). Hij graaft zelfs even diep in de authentieke blues van Robert Johnson en Son House op “Next Door Neighbor blues”.
Songs als ”Please come home” en “Things are changin’” zijn dan weer onvervalste soulplakkers die teruggrijpen naar de hoogdagen van Otis Redding en Sam Cooke maar anderzijds ook een beetje Prince in zich dragen, al staat Prince nog een voetstukje hoger dan Gary Clark JR.

Als gitarist is Gary Clark JR een natuurtalent, al zorgt de te gladde productie er soms voor dat hij eerder naar Bonamassa neigt dan naar Hendrix, maar dat is gelukkig niet altijd het geval. Die Hendrix verwijzingen zullen ook veel te maken hebben met de manier waarop hij hier de meester zijn “Third stone from the sun” aanpakt, hij verweeft de song met “If you love me like you say” en maakt er zo een vezelrijk brouwsel van.
Onze conclusie : knappe plaat met enkele jammerlijke uitschuivers van een talentvol muzikant die nog een beetje de juiste weg moet vinden.
Te bewonderen in de AB Club op 16/02. Het concert is helaas uitverkocht.

donderdag 10 januari 2013 01:00

King Animal

Veel te lang hebben we gewacht op deze reünie. ‘Down on the upside’ van 1996 was inderdaad geen onvergetelijke plaat, maar toch ook niet echt een reden om er een definitief punt achter te zetten, wat Soundgarden helaas wel deed. Geen goede beslissing zo bleek, het solo werk van Chris Cornell was immers van bedenkelijk allooi en zijn platen met Audioslave gingen soms wel de goede richting uit maar hebben toch ook nooit de eeuwige geschiedenisboeken gehaald.
16 jaar later is Soundgarden herrezen en klinken ze alsof ze nooit zijn weggeweest. Een geslaagde doortocht op Werchter Boutique had er ons al van overtuigd dat deze band nog niets aan kracht had ingeboet, maar toen was er nog geen nieuw materiaal te bespeuren.
Dat is er nu wel met ‘King Animal’, een hechte en robuuste rockplaat en niet zomaar een laatste stuiptrekking van een bende grunge veteranen. Cornell zijn goed ontwikkelde stembanden draaien op volle toeren en Soundgarden weet kwade en stevige rock neer te poten, zoals ze dat deden op hun beste platen ‘Badmotorfinger’ en ‘Superunknown’.
De veelzeggende openingstrack “Been away too long” spreekt voor zich, waarom is Soundgarden zo lang weggebleven als ze nog zoveel potentie in zich hadden ?

donderdag 10 januari 2013 01:00

For the brain and the vein

De band geeft het zelf al aan in de bijgeleverde bio dat ze de mosterd vooral zijn gaan halen bij Queeens Of The Stone Age en Triggerfinger. Wij zijn wij om hen tegen te spreken ? Vanaf de opener “The numbing solace of the light” liggen die invloeden er vingerdik op. Mario Goossens (u weet wel, die kerel die nu al drie jaar aan een stuk de vaart uit elk Triggerfinger optreden haalt met steeds dezelfde overbodige drumsolo) is de ingehuurde producer, en dat is er aan te horen. Triggerfinger is alomtegenwoordig op ondermeer “The numbing solace of the light”, “Stop wasting your time” (lekkere opgejaagde song, dat wel), “The concept of too late”, “Bullied by the bear” en “Merciful Blade”. Met “All you don’t need” zit Box dan weer volledig in Alice in Chains land, waar we verder niks op tegen hebben, wij houden wel van een gezonde streep grunge.
De band is trouwens op zijn sterkst wanneer ze even van onder het juk van de invloeden weg geraken. Zo is een lekker voortdrijvend “No point in saying”, met vocals die naar Paul Banks (Interpol) neigen, een verbluffend sterke song met een eigen smoel.
Stevige rockplaat van een band die nog wat eigen karakter moet aankweken maar die vooral op de goede weg is.

donderdag 10 januari 2013 01:00

Redding

De EP van deze Antwerpse band rolt wel een lekker stuk door, het is doorleefde rock met een af en toe onstuimige gitaren (“Hate me break me”) en gretige vocals van Hanne Hofmans. De groep zelf probeert u listig om de tuin te leiden door hun muziek te bestempelen als een soort hedendaagse blues rock, maar dat is ons een beetje te veel naast de kwestie gezocht. Toch wel zeer de moeite.

donderdag 03 januari 2013 01:00

Metz

Metz is een uiterst opwindende nieuwe gitaarband uit het Canadese Toronto. Hun debuutplaat is een wilde en zeer energieke bedoening, het is agressieve in your face punkrock die goed zal aarden bij fans van Big Black, Cloud Nothings, Nirvana en A Place To Bury Strangers. Het album duurt ook maar amper 30 minuutjes, zoals het hoort bij dergelijke energieke bands, een half uurtje snoeiharde en vlijmscherpe gitaarrock met een gezonde ‘kus mijn kloten’ attitude’.
De plaat is trouwens uitgebracht op het Sub Pop label, en dat is altijd een goed teken aangezien men daar altijd al een neus heeft gehad voor ongeslepen gitaargeweld.
Metz is een bandje die zich bedient van het betere ram- en sloopwerk, hoe ze die herrie op een podium gaan neerzetten kan je gaan checken in Aeronef op 06/02 en in de AB Club op 11/03.

donderdag 27 december 2012 01:00

1979-1982

De Brassers zijn de ultieme Belgische cultgroep. Een band met een verhaal. Een verhaal van punk, drugs, verderf en rebellie in een oerconservatief Limburgs gehucht.
De muziek dienen we natuurlijk in zijn tijdsgeest te bekijken. De opnames zijn met beperkt budget destijds op plaat geperst, het klinkt soms als een dwangbuis, maar dat is nu net de charme van De Brassers.  De spirit van de punk is duidelijk aanwezig, hoewel dit geen punk is. De Brassers hebben altijd dichter aangeleund bij Joy Division en vroege PIL dan bij pakweg The Clash of The Damned. Dit is pikdonkere, zwartgallige en apocalyptische post punk of coldwave.
Op de compilatie ‘1979-1982’ horen we vooral dat de groep het destijds echt meende, dit waren niet The Sex Pistols die onder het mom van punk sloten geld wilden verdienen, dit was een bende jonge gasten die aan de wereld kwijt wilden dat ze kwaad en wanhopig waren.
De Brassers hebben een paar klassiekers geschreven als “Twijfels” en “Kontrole”, songs die voor eeuwig geprint blijven op de donkerste pagina’s van het boek der geschiedenis van de Belgische rock. En natuurlijk steekt er daar nog eentje meters bovenuit : “En toen was er niets meer” is een mijlpaal, een onheilspellende song die na al die jaren iets mythisch heeft gekregen, een statement, een wanhoopskreet, maar bovenal een wonderlijke song die De Brassers onsterfelijk heeft gemaakt.
Deze compilatie is mede dankzij de schitterende documentaire van Jan Weynants, hier als tweede schijfje bijgeleverd, een onmisbaar document. Eentje om te koesteren, zeker door diegenen als ons die De Brassers indertijd in een vervallen zaaltje nog aan het werk gezien hebben (een affiche die zij deelden met Red Zebra, weten wij ons nog fijn te herinneren).

donderdag 20 december 2012 01:00

Muse - Indrukwekkend totaalspektakel

 

Nu U2 voor onbepaalde tijd zichzelf op non actief heeft gezet, is de baan vrij voor Muse om de grootste stadionact van het moment te worden. De band heeft het na 6 platen voor mekaar gekregen om geliefd te zijn bij een heel ruim publiek en dat met een sound die tegelijkertijd bombastisch, episch, alternatief en toch weer helemaal rock is. Hoewel bombastische muziek nooit echt ons ding geweest is gaan wij nog altijd graag plat voor Muse. De band wordt tot vervelens toe vergeleken met Queen, maar de braakneigingen die we spontaan krijgen bij de meeste Queen platen, zijn nog bij geen enkele Muse plaat naar boven gekomen.

Muse had al één en ander bewezen de afgelopen jaren, dus waren de verwachtingen wel heel hoog gespannen. Geen probleem zo bleek, de heren losten die verwachtingen volledig in. Ze hadden er wel een vierde man voor nodig, die hier een beetje in de schaduw stond keyboards te spelen, maar die ons toch vooral onmisbaar klonk. Waarom moest hij eigenlijk zo nodig naar de achtergrond ?
De nieuwste plaat ‘The 2nd Law’ stond vanavond centraal  (niet hun beste, maar toch wederom een indrukwekkend werkje) en de heren startten met “The 2 nd law : Unsustainable” waarin hun geslaagde live interpretatie van dubstep meteen voor vuurwerk zorgde. “Supremacy”, een andere vette kraker uit die nieuwe plaat, volgde en sloeg om in de heftige klassieker “Bliss” uit ‘Origin of Symmetry’, wat tot op heden nog steeds ons favoriete Muse album is. Wij wisten na drie songs al dat het goed zat, dit was een grote band in topvorm, hier was niets aan het toeval overgelaten en ook de sound zat bijzonder goed, wat in het Sportpaleis al wel eens anders kan uitdraaien.
Met het naar INXS neigende “Panic Station” kwam een indrukwekkende visual wall van uit het plafond neergedaald. Met verbluffende beelden van dansende Shrek-achtige marsmannetjes werd de funky sound van die lekkere song nog wat extra in de verf gezet. De uiterst knappe en vernuftige visuals zorgden van dan af het hele optreden door voor een verbluffend spektakel die de epische en stevige sound van Muse alleen maar kracht bijzette.
Het Sportpaleis ging volledig uit zijn dak met het geweldige “Knights of Cydonia”, misschien wel de allerbeste Muse song ooit, die hier ook weer voorzien was van die hemelse Ennio Morricone intro uit “The Man with the Harmonica”. Niet minder dan overweldigend.
We merkten tussendoor wie Matthew Bellamy’s grote voorbeelden waren. In de pianoballad “Explorers” kwam de Freddie Mercury in hem naar boven en in “Madness” waagde hij zich aan een heuse Bono persiflage, inclusief donkere zonnebril. Wetende dat “Madness” eigenlijk maar een bedenkelijke song is, was dit toch voortreffelijk entertainment (nog zo iets wat Muse bijzonder maakt, zwakkere songs worden live altijd naar een hoger niveau getild, zie ook weer U2). Bellamy schitterde vervolgens in het oudje “Sunburn” (uit hun debuutplaat ‘Showbiz’, u weet wel, die plaat met dat eeuwige Radiohead juk) en haalde fel uit in nog zo een onvermurwbare klassieker “Time is running out”, ondertussen deed hij zijn gitaar in alle richtingen open splijten.
Bassist Chris Wolstenholme mocht in het snedige “Liquid State” de vocals voor zich nemen en hoewel hij bijlange niet het stembereik van Bellamy had was het een aangename afwisseling die de song iets punky meegaf.
Misschien toch wat detailkritiek, het luchtige en melige hitje “Undisclosed desires” zal nooit onze favoriete song worden , het nummertje klonk ondanks alweer knappe beeldprojecties nog altijd als een Lenny Kravitz afleggertje.
Na dit te verwaarlozen minpuntje kwam de machine terug helemaal onder stoom met een spetterend “Plug in Baby” en een compleet uit zijn voegen barstend en keihard “The Stockholm Syndrome”.
Alsof we nog niet helemaal overdonderd waren deden in de finale nog drie onsterfelijke klassiekers (“Uprising”, “Starlight” en “Survival”) het boeltje helemaal ontploffen.

Muse was groots en indrukwekkend op alle gebied. In juni komen ze alles nog eens overdoen in Werchter Boutique. Gaan, zou ik zeggen.

En ook met een knipoog, support en bedankt aan StuBru’s Music for Life, jouw herinnering aan ‘de week van dementie’ via het ‘de Betties’ project , aangekondigd door de heren van Muse , een koor geleid door Stephanie Foquet, die vanavond een ongelofelijke ervaring opdeed.

Neem alvast een kijkje naar de pics , een samenwerking van Indiestyle.be (http://www.indiestyle.be) en Musiczine.net (http://www.musiczine.net)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/muse-18-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/muse-pt-2-18-12-2012/

Organisatie: Live Nation

John Mayall is één van de pioniers van de Britse bluesrock. Het legendarische album ‘John Mayall’s Bluesbreakers with Eric Clapton’ is een mijlpaal in de wereld van de blues.
Hoewel John Mayall niet de meest begaafde muzikant of zanger is mogen we hem in bluesrangen toch beschouwen als een begrip. Dit omdat hij een onuitwisbare stempel op de blanke blues heeft gedrukt, en vooral door zijn samenwerking met topmuzikanten als Eric Clapton, Peter Green, Mick Taylor, Jack Bruce en nog een handvol anderen. Vooral zijn sixties werk is essentieel. Daarna maakte hij geen onvergetelijke platen meer, enkel eindeloze variaties op steeds dezelfde bluesthema’s.

Mayall is al die jaren het genre trouw gebleven, en zoals het rasechte bluesmuzikanten betaamt, blijft hij optreden tot hij er bij neervalt. De man is ondertussen al 79, maar op het podium ziet hij er nog behoorlijk kwiek uit. Zijn stem is nog steeds bij de pinken (op enkele uitschuivers na), hij speelt een aardig potje keyboard en gitaar, en vooral met de mondharmonica is hij echt in zijn nopjes.
John Mayall wordt omringd door een feilloos spelende band bestaande uit enkele bedreven gasten die allemaal wel ergens hun strepen verdiend hebben. De Texaanse gitarist Rocky Athas, een jeugdvriend van Stevie Ray Vaughan, heeft wel een beetje te veel macho poeder in zijn gitaar gegoten, hij serveert soms van die smoelentrek bluesrock- solo’s die we al iets te veel gehoord hebben. Beetje overdaad, laat ons zeggen, maar goed, hij kan het wel. Wij vinden Athas trouwens beter wanneer hij zich wat meer moet inhouden, dit bij de songs waar Mayall zelf ook de gitaar ter hand neemt. Zo vormen ze een perfecte tandem in het pareltje ‘Dirty Water’. Ook drummer Jay Davenport en bassist Greg Rzab krijgen hun onvermijdelijke solomomentje in de klassieker “Room to Move”, maar ook dat is wat ons betreft niet echt nodig.
Voortreffelijke muzikanten, daar niet van, maar de drum- en bassolo halen eerder de vaart uit het nummer dan dat ze er iets aan toevoegen. Jammer, want het betekent dat een sterke song als “Room to move” hier overdreven uitgemolken wordt, en doet doe je nu eenmaal niet met goeie songs.
Maar goed, verder valt het viertal weinig te verwijten, want dit is oerdegelijke Britse blues gespeeld met tonnen respect, passie en klasse. De heren weten op tijd te rocken, maar raken ook bijtijds de gevoelige snaar met echte bluesslepers. Dit is anderhalf uur aangenaam bluesvertier waar de aanwezige veertigers ,vijftigers en kersverse zestigers met volle teugen van genieten.

Het bisnummer “All your love” uit die legendarische debuutplaat is de winnaar van de avond omdat daar alles nog eens perfect in zijn plooien valt. Niet te veel franjes, gewoon een prachtige blues/boogie song gespeeld met kracht en overgave.

In het begin van de avond weet de 34 jarige Tiny Legs Tim onze aandacht te strikken, en niet alleen die van ons, ook mijnheer John Mayall staat hier geboeid naar te kijken.
De jongeman (naar bluesnormen een regelrechte snotneus) speelt zeer overtuigend in zijn dooie eentje stokoude blues zoals legendes als Robert Johnson, Son House en Lightnin’ Hopkins het hem hebben voorgedaan. Het is alsof hij met zijn voeten in de moerassen van de Mississippi Delta zit te spelen.
Zijn passie voor de blues heeft voor een deel te maken met zijn ellendig ziekenhuisverleden. De kerel zijn leven heeft aan een zijden draadje gehangen, maar bij een levensnoodzakelijke transplantatie werd de blues meteen mee ingeplant, en nu klinkt zijn werk nog authentieker. Tiny Legs Tim heeft dus reden genoeg om de blues te verkondigen en wij varen alleen maar wel met zo een talent.

Organisatie: Trix, Antwerpen

 

The Jim Jones Revue - Rock’n’roll Psychosis !

Laten we beginnen met een boodschap aan onze hoofdredacteur : Beste vriend, het wordt tijd dat je eens wat meer naar gortige rock’n’roll concertjes gaat in plaats van naar al die arty farty indierock bandjes. Je hebt wederom iets gemist, man. We leggen u uit waarom.

Er zijn zo van die artiesten waar een mens maar niet genoeg kan van krijgen. Vanaf de allereerste keer dat wij de ontketende live show van de zotten van The Jim Jones Revue mochten aanschouwen waren wij verkocht. Die keer in oktober 2010 in de 4AD te Diksmuide beloofden wij plechtig aan onszelf dat we geen enkel van de volgende passages van The Jim Jones Revue in onze contreien zouden missen. Zo geschiedde, vanavond in de Trix was al ons vierde bezoek aan The Jim Jones Church Of Explosive Rock’n’roll.

De band had met ‘The Savage Heart’ een nieuwe plaat te promoten en die was vanavond goed om het vuur aan de lont te steken met vunzige rockers “It’s gotta be about me” en “Never let you go”. Bijna het ganse album werd er hier in extase doorgejaagd en het bleek een vette opwarmer voor een bruisend en wild rock’n’roll feestje, want na een goed uurtje ontplofte het boeltje helemaal met de meest smerige en bijtende rock’n’roll beestjes uit die roodgloeiende eerste twee platen.
Had The Jim Jones Revue de zaal in het eerste deel goed op temperatuur gebracht, dan deden ze die in deel twee danig overkoken. Splinterbommen als “Cement Mixer”, “Shoot First”, “Princess & the Frog”, “Elemental”, “Righteous Wrong”en een bezeten “Rock’n’roll Psychosis” raasden als een hondsdolle door rock’n’roll gebeten bizon doorheen de Trix. Geen mens die nu nog stil kon staan, krukken vlogen in de lucht, bier klutste in het rond, zweet droop van de muren. De zaal op zijn kop, zeg maar, het was rocken, dansen, freaken en ondertussen blijven pinten hijsen (wat op zich een heus huzarenstukje was in die kolkende heksenketel).

Dit was een onstuimig, ruig en stomend rock’n’roll dansfeestje, en dat dankzij de heerlijk vettige razernij van de uiterst explosieve Jim Jones Revue, het perfecte medicijn om compleet uit uw bol te gaan te gaan.

Oh ja, we zouden het bijna vergeten, opwarmer van dienst was het veelbelovende Gentlemen of Verona die hier een kersverse nieuwe plaat kwam voorstellen. Venijnige en hevig stuiterende garagerock met een zot vrouwmens op de voorgrond. Amai, had dat kind présence, en een podiumact, en die benen ! Het slangenmens kronkelde zich in allerlei poses op en naast het podium, hierbij vergeleken is Madonna een watje.
Stevig bandje, sterke sound, songs met pit en een wijf met ballen.

Beste hoofdredacteur, begrijp je nu waarom ?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/gentlemen-of-verona-13-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-jim-jones-revue-13-12-2012/

Organisatie: Trix, Antwerpen

donderdag 06 december 2012 01:00

Celebration Day

Bestaat er zo iets als het perfecte live album ? Dit hier komt alleszins enorm dicht in de buurt. ‘Celebration’ is de schitterende live registratie van het legendarische reünie optreden die Led Zeppelin gaf in 2007. U weet wel, het éénmalige evenement waarvoor miljoenen mensen een ticket trachtten te bemachtigen maar waar uiteindelijk amper 20.000 gelukkigen present konden zijn.
Dit is ongetwijfeld de beste Led Zeppelin live registratie ooit. Live platen als ‘The Song Remains The Same’, ‘How the West was won’ en ‘Live at the BBC’ zijn ook onmisbaar, maar nu zitten we met een tamelijk volledige compilatie (met de nodige aandacht voor het fantastische ‘Physical Graffiti’) waar tenminste geen songs op staan die de twintig minuten grens overschrijden.
De oudjes Page, Plant en Jones, aangevuld met drummer Jason Bonham (papa al een tijdje dood) zijn hier enorm sterk op dreef. Robert Plant haalt misschien niet meer de hoogste noten maar lost dit perfect op door het niet hopeloos te proberen en gewoon de songs hun gang te laten gaan. Jimmy Page toont dat hij, en hij alleen, de beste nog in leven zijnde gitarist is (Hendrix was buiten categorie), John Paul Jones zorgt voor de groove en Jason Bonham haalt het onmetelijk hoge niveau van vader. De onsterfelijke songs staan allemaal in een ultieme en al even onsterfelijke versie op dit album.
Tot onze grote spijt was het concert een eenmalige gebeurtenis (wij droomden luidop van een Europese tour) maar net daarom is dit zo een uniek document. De heren wisten zelf dat dit een unicum zou worden en ze hebben er al hun bloed, overgave en muzikale klasse ingepompt.
De laatste stuiptrekking van Led Zeppelin was misschien wel de meest fenomenale.

Pagina 67 van 111