logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_16
avatar_ab_20
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 28 oktober 2010 02:00

Diary of a soul fiend

Saint Jude uit London zijn een beetje de poulains van Ron Wood die overal van de daken gaat roepen dat dit ‘the new revelation of rock’  is. Voor één keertje heeft de Rolling Stone meer aandacht voor de zangeres haar stem dan voor haar tieten en de ontdekking van een nieuw talent is dan ook een feit. De stem is duidelijk de grootste troef van Saint Jude (de tieten hebben we nog niet van dicht mogen aanschouwen). Lynne Jackaman is inderdaad gezegend met een volbloed stem die barst van de soul en doet denken aan BJ Scott, Janis Joplin of aan een jonge Tina Turner toen zij nog regelmatig troef kreeg van Ike en zo wakker genoeg gehouden werd om uit frustratie een portie kwaaie soulsongs uit haar strot te rammen (dus niet die plastieken Tina die op vandaag met slappe tupperware soul overal ter wereld sportpaleizen doet vollopen).
Qua sound mogen we het gaan zoeken bij The Faces (en hun volgelingen Black Crowes), Janis Joplin en The Rolling Stones. Qua kwaliteit van de songs zitten we toch een trapje lager, op deze ‘Diary of a soul fiend’ staan nogal veel middelmatige songs die echter wel naar een hoger niveau getild worden door de krachtige vocals van Jackaman. In combinatie met wat steviger gitaarwerk geeft dit soms vonken (“Soul on fire”, “Southern belle”, “Parallel live”, “Sweet melody”), maar er mag van ons over heel de lijn toch nog wat meer vet en hete lava aan toegevoegd worden om tot een echt stomende plaat te komen. Vooral de ballads zitten een beetje in een cliché keurslijf gewrongen en geven ons de indruk dat hier niet alles is uitgepuurd wat er wel degelijk in zit. Een portie Kick Out The Jams van MC5 zou hen goed doen.
Niettemin, verdienstelijke plaat van een band en vooral een zangeres met potentieel (en misschien ook tetten, we houden u op de hoogte).

Zoals Obelix bij zijn geboorte in een vat toverdrank is gevallen, zo is Jim Jones volgens ons in een ton kolkende rock’n’roll getuimeld. De man heeft rock’n’roll in zijn  tenen, zijn bloed en in al zijn aderen, en dat zullen we geweten hebben. Live is dit dan ook een wervelwind, denk hierbij gerust aan Jon Spencer, diezelfde gretigheid, diezelfde super-coole présence en attitude, de rock’n’roll die uit alle lichaamsgaten tegelijkertijd spat. Zet daarbij een band die speelt alsof een dolgedraaide stier hen constant op de hielen zit, en je hebt de perfecte rockshow.

Van de twee platen die The Jim Jones Revue nog maar op hun conto hebben, weten we dat alle wijzers geregeld in het rood gaan. Live is het niet anders. Dit is de meest gruizige, harde, explosieve en opgejaagde rock’n’roll die je dezer dagen op een podium kan horen. Smerig, snel, ranzig en uitermate fantastisch. Een gloeiende song als “Rock’n’roll psychosis” dekt volledig de lading, een betere omschrijving van hun sound kunnen we zelf niet bedenken.
Dit is de gekte van Jerry Lee Lewis, de punk attitude van Johnny Thunders, de onstuimigheid van The Gun Club, de vulkaankracht van MC 5 en de ranzigheid van The Stooges.
Jim Jones  richt zijn pijlen rechtstreeks naar onze onderbuik en naar onze trommelvliezen, want het is loud as hell.
The Jim Jones Revue vlammen en razen doorheen splijtende rockers als “Hey hey hey hey”, “Princess and the frog” , “Dishonest John” en gortige bluesbeesten als “Cement mixer”, “Big Len” en “Burning your house down”. De gitaren gaan over de rooie, de drums roffelen als bezeten, de piano gaat door het lint. Subtiel is het niet, subliem wel.

De eerder magere opkomst in de 4AD is helemaal geen domper op het feestje. Het kot bruist en kolkt  vanavond, de rock’n’roll duivel kotst zijn ziel eruit. Een betere Halloween kunnen wij ons niet voorstellen.
Muzikanten mogen technisch begaafd zijn al wat ze willen, niets is beter op een podium dan een portie vuile rock’n’roll die uit al zijn voegen barst, vooral dat is ons weer iets duidelijker  geworden vanavond.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Heretofore EP

Met de overdaad aan folk-rock groepjes kan je tegenwoordig een weg plaveien van hier tot in Vladivostok, dus wordt het voor vele bandjes al wat moeilijker om zich in dat genre van de middelmaat te onderscheiden. Megafaun probeert het op dit mini cd’tje (zes tracks maar) door een wat experimentele toets te geven aan hun liedjes, wat aardig lukt in “Eagle”, een eerder luie song met relaxe jazz tintjes.
Met “Comprovisation for Connor Pass”, een extreem lang mokkel van 12 minuten, slaat de experimenteerdrift pas echt op hol, jazz gaat met kamermuziek op stap, Zappa komt even goeiedag zeggen bij Lift To Experience, The Dirty Three duikt het bed in met A Silver Mt. Zion.
Op de overige songs horen we een overwegend rustige en folky sound, beetje Neil Young, beetje Byrds. Allemaal vrij aardig doch niet wereldschokkend.
Middelmaat is dus niet echt overstegen, maar toch een onderhoudend plaatje.

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Gunshot Lullaby

Voor bluesrock van dertien in een dozijn, moet je bij P-A-U-L zijn. Flauwe woordspeling voor flauw plaatje.
‘Gunshot Lullaby’ van deze bluesrocker (volledige naam Paul Lamb) loopt over van de clichés en macho gitaren. Naar boeiende songs is het echter vergeefs zoeken.
Hier is een publiek voor, een artiest als Joe Bonamassa bijvoorbeeld verkoopt ook massa’s platen en trekt volle zalen. Dus als u houdt van dit soort voorspelbare rock en zich echt geroepen voelt mag u hier van ons best naar luisteren, u zal zelfs niet ontgoocheld zijn want dit werkt niet eens op de zenuwen. Probleem is dat het gewoon aan ons passeert zonder dat we enige zweem van opwinding voelen (of toch misschien een klein beetje, want net op het moment dat we het plaatje willen klasseren op een plaatsje waar we het nooit meer zullen bovenhalen, stoten we op een vrij funky en aangename slotsong “Behind the Brothel”, zowaar een lichtpuntje maar veel te laat om een buis te vermijden.

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Clearing Air

De sterkte van de in Nederland gevestigde Ier John Carrie zit duidelijk in zijn knappe stem die wel eens in de buurt van The Veils en Starsailor rond hangt. Op “Heal the scrapes” zou je zo zweren Eddie Vedder te horen, deze heerlijke song lijkt te zijn weggelopen uit de ‘Into The Wild’ soundtrack. De muziek van Carrie en zijn begeleidingsband Moor Green leunt verder aan tegen I Am Kloot, Tom Mc Rae en Damien Rice. Zalvende folk dus, met een indie randje, die bij momenten wonderlijk mooi klinkt.
Heel knappe dingen staan er op dit album, zoals opener “Clearing air” en “Leaving now” of het lekkere up tempo nummer “Past the point’.
Het is overwegend akoestische en dromerige muziek die rustig en op een aangenaam drafje voorbij peddelt. Het moet niet altijd zwaar op de maag liggen.

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Stu

En wij die dachten dat Italianen zo rock’n’roll waren als palingen op laag water. Kijk eens, er wordt hier een zompig rockend plaatje binnengegooid uit Palermo, een stadje die we niet meteen associëren met een bruisende rock scene, eerder met een paar louche maffia figuren in dure boss kostuums die elkaar voortdurend de kop afschieten.
Waines is een basloos trio en houdt het liever strak en niet al te veel opgekuist. Een vette blues ondertoon en vooral een onstuimige slide gitaar houden het spannend en fel. Dezelfde opwinding van Blackbox Revelation wordt veroorzaakt. Ook vuile Stones, White Stripes en Band Of Skulls gluren mee van achter het hoekje. Maar deze gretige Italianen hebben niet zomaar afgekeken van hun buitenlandse voorbeelden. Ze hebben wel degelijk een eigen rauwe sound gecreëerd en een album met poten en oren gemaakt, met genoeg spitse songs en de nodige variatie om ons bij de les te houden.
Heel leuke en smerige bewerking trouwens van Soulwax hun “NY Excuse”.

donderdag 14 oktober 2010 02:00

Burning your house down

In wezen verschilt deze ‘Burning your house down’ niet veel van zijn voorganger ‘The Jim Jones Revue’ uit 2008, waarmee we bedoelen dat de extreem hoge graad van intensiteit en energie gelukkig gebleven is. Wilde en smerige rock’n’roll dus, met een op hol geslagen piano, verwoestende gitaaruithalen en ontspoorde vocals, alsof Little Richard bij MC 5 aan het uitfreaken gaat.
The Jim Jones Revue serveren een kolkende pot driftige en hoogst ontvlambare rock’n’roll verpakt in elf genadeloze lappen van songs die keer voor keer uit hun voegen barsten.
Echte rock’n’roll moet zo heet mogelijk geserveerd worden, The Jim Jones Revue doet dat.
Ober, meer van dat !
Op 31/10 in de 4 AD te Diksmuide bijvoorbeeld.

donderdag 14 oktober 2010 02:00

Phosphene dreams

Dat The Black Angels niet vies zijn van een flinke portie retro, is een understatement van jewelste, maar zo sixties als op “Sunday afternoon” en “Telephone” hebben ze nog nooit geklonken, het zijn songs met een vette knipoog naar Beatles en Kinks. Ook The Doors zijn alom aanwezig in “Yellow Elevator 2” en de geest van The Velvet Underground hangt over zowat de hele plaat.
Een en ander doet ons vaststellen dat dit de meest gevarieerde Black Angels plaat tot op heden is, wat maar goed is ook, want de band dreigde na voorganger ‘Directions to see a ghost’ nogal in dezelfde poel te blijven rondzwemmen. Versta ons niet verkeerd, dat was wel een stomend plaatje, want in die poel zat er nog genoeg gevaarlijk ongedierte om het boeltje spannend te houden, maar toch kwam het spook van de eenzijdigheid een beetje te dicht bij de wal staan.
The Black Angels hebben het begrepen en leggen op ‘Phosphene dreams’ wat meer verscheidenheid voor de dag zonder daarbij hun typische dreigende en onheilspellende sound kwijt te spelen. Het zijn nog steeds een bende rare neo-hippies (de psychedelica vloeit weer aardig in het rond) die al eens iets van Joy Division durven op te zetten onmiddellijk na een Black Sabbath plaat.
Ze schuiven ons een bijtend zuurtje voor de neus met “River of blood”, een gemene motherfucker van een song die alles aan flarden scheurt. Ook machtige uitbarstingen als “Bad vibrations”, “The Sniper” en “Entrance song” dragen een constant sluipend gevaar in zich en zijn dan ook beestig goed. De bezwerende stem van Alex Maas dompelt het goedje nog wat meer de donkere mist in, zodat de atmosfeer op dit album alweer duister, hypnotisch en kosmisch is.
Iets minder donker misschien dan debuutplaat ‘Passover’ en een stuk afwisselender dan ‘Directions to see a ghost’, doch vooral terug een onmisbare schakel in het nog jonge Black Angels repertoire.

dinsdag 19 oktober 2010 02:00

De oerkracht van Grinderman

Ook al kan Nick Cave met zijn wonderlijke Bad Seeds venijnig uit de hoek komen, met Grinderman heeft hij voor nog een extra uitlaatklep gezorgd om zijn diepste demonen op de wereld los te gooien. Zijn metgezellen (en tevens Bad Seeds) Jim Sclavonous (drums), Martin P. Casey (bass) en Warren Ellis (al de rest) volgen hem daarin blindelings en zijn net zo bedrijvig als hun baas als het op intens musiceren aankomt. Vooral Warren Ellis is een extreem geval. Hij ziet eruit als een ongewassen holbewoner, beweegt zich voort alsof er constant een paar kwaadgezinde ratten in zijn broek zitten en hij geselt zijn instrumenten met de bezetenheid van een bloeddorstige hyena die zonet een wild konijn aan flarden heeft gebeten. Kortom, Ellis is geniaal.

Alles was geniaal trouwens vanavond in de AB. De vernietigende passage van Grinderman zullen we nooit vergeten. Het concert staat voor ons geboekstaafd als ronduit fantastisch, rauw, brutaal en meedogenloos.
De band speelde zowat bijna alles uit hun 2 albums, twee rauwe lappen verscheurende rock met prachtsongs die schuilen onder de verschroeiende sound.
Nick Cave schitterde als een briljante entertainer, hij bracht zijn songs met stijl, tonnen bezieling en de nodige portie humor. Voor zowat de helft van de songs had hij zelfs een gitaar om zijn nek hangen. Hij is hoegenaamd geen Hendrix maar de duivelse tonen die hij uit dat ding haalde, pasten perfect binnen de psychotische oerkrachtsound van Grinderman. Hij had ook een keyboard op het podium staan, maar dit was niet de avond van de subtiele pianotoetsen, eerder van een onzachte en brutale aanpak van een toetsenbord dat net niet aan diggelen werd geslagen.

Wij hadden het al door van bij de eerste stuiptrekkingen van de allesverslindende opener “Mickey Mouse and the goodbye man”, dit zou een memorabel concert worden. Hard en genadeloos klonk het in “Get it on”, “Worm tamer”, “Heathen child” en vooral “Evil” waarbij halve zot Ellis op de grond ging liggen om er het refrein “Evil ! Evil! Evil!” met doodsverachting uit te schreeuwen. Alle remmen werden losgegooid (voorzover er al een rem op zat vanavond) in gloeiend hete versies van “Love bomb”, “Honey bee” en een verpulverend “No Pussy blues”.
De rauwe sound van Grinderman was een welgekomen bron voor het wilde experiment en buitenzinnige karakter van songs als “When my baby comes”, “Bellringer blues”, “Go tell the women” (“The first song I wrote on guitar”, dixit Cave, beetje stuntelig maar meesterlijk) en “Man in the moon” (nochtans zeer rustig op plaat, maar hier met een extra scheurende en sublieme gitaar-outtro van Ellis). De diepe bas van Martin Casey was de broeiende aanloop voor afsluiter en totale apotheose “Grinderman”, een moordlustig en sluimerend beest van een song die uitgroeide tot een laatste machtige agressor van onze trommelvliezen.

Grinderman was even gewelddadig als fenomenaal. Lang geleden dat we nog eens zo ondersteboven waren van een concert. Dit gaat nog lang blijven nazinderen.

Een aangenaam voorprogramma ook met Anna Calvi, een talentrijke dame met een aparte en fijne, soms bluesy gitaarstijl en met een puike begeleidingsband die nogal percussie gericht was. Gevolg, een vreemd en interessant eigen geluid, duister en begeesterend. De madam heeft met “Jezebel” een eerste knappe single op zak. Het deed een beetje denken aan Siouxsie in betere tijden (nog voor er schimmel op stond) en ook wel aan PJ Harvey of zelfs de eerste plaat van Goldfrapp. Iets om in het oog te houden.

Organisatie: Live Nation

zaterdag 25 september 2010 02:00

U2 - Groot, groter, grootst

Een hoogst indrukwekkende mega show, een oogverblindend totaalspektakel. OK, goed, maar hoe zit het met de muziek ?

Gelukkig maar, met die muziek zat het goed. Ook met de sound trouwens, want daar vreesden we nog het meest voor met die vreselijke akoestiek van dat kille Koning Boudewijn stadion.
Let’s face it, het is eigenlijk al geleden van ‘Achtung Baby’ dat U2 nog eens een echt goede plaat gemaakt heeft, maar op elke plaat die na dat niet te overtreffen album kwam stonden telkens een paar volbloed krakers van songs. Het zijn natuurlijk deze songs die U2, professioneel als ze zijn, uitgekozen heeft om er steevast splijtende versies van te spelen tijdens hun imposante live show. Onverslijtbare en uiterst potente klassiekers als “Beautiful day”, “Elevation”, “Magnificent” en het geweldige “Vertigo” bijvoorbeeld, maar ook mindere dingen als “Walk on”, “In a little while”, “City of blinding lights” en “I’ll go crazy if I don’t go crazy tonight” stegen in de live versie moeiteloos boven zichzelf uit. Vooral die laatste song werd omgedoopt tot een meer dan geslaagde dance-achtige jungle trip.
Leuk om te horen dat U2 creatief weet om te springen met hun eigen songs en zo zichzelf blijft heruitvinden.
Ook “Miss Sarajevo” (waarin Bono met glans de partij van Pavarotti voor zich nam) en “Hold me, kiss me, thrill me” (één van onze favorieten van de avond), songs die eigenlijk nooit een reguliere U2 plaat hebben gehaald, werden gebracht alsof ze reeds jaren tot het beste van hun repertoire behoren.
Als absolute hoogtepunt zouden wij het oudje “Bad” willen aanstippen, en uiteraard waren ook “One” en “Where the streets have no name” kippenvelmomenten. Het zijn wereldsongs die nooit op een U2 gig mogen ontbreken, maar dat weet de band zelf ook wel.

Kortom, U2 bewees nog maar eens de ultieme stadiongroep te zijn. Ook al zijn hun platen van de laatste jaren al lang niet meer wereldschokkend, op een podium schitteren ze als geen ander en dat is wat hen aan de absolute top houdt. De enige band die volgens onze dezelfde energie kan opwekken in stadions van dit kaliber is Muse, voorlopig de enige kandidaat om U2 als stadionrockers op het hoogste schavotje te gaan belagen. We zijn benieuwd.

Organisatie: Live Nation

Pagina 88 van 112