logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Gavin Friday - ...
CD Reviews

Buffalo Killers

Dig.Sow.Love.Grow

Geschreven door

Niet nodig om zelf het warm water uit te vinden als je rijkelijk kan vissen in de retro poel van de Amerikaanse muziek. Buffalo Killers keren op hun smerigste momenten terug naar de seventies rock van Blue Cheer (in de bijtende opener “Get it”), gaan elders de southern rock toer (“Graffiti Eggplant”), doen een ommetje via Big Star (“Those days”, “Hey girl”) en halen bij momenten ook hun zonnige Byrds gitaartjes boven. Tevens gaat de zang soms wel heel erg naar Joe Walsh neigen, maar gelukkig gaat de daarbij horende sound meer aanleunen bij The James Gang dan bij de meligheid van The Eagles.
Buffalo Killers zwemmen hier een beetje in hetzelfde vijvertje waarin Chris Robinson (u weet wel, die zingende joint van wijlen The Black Crowes) momenteel rond peddelt met zijn nieuwe psychedelische hippieband Chris Robinson Brotherhood, maar de songs zijn bijlange niet zo uitgesponnen. Bij Chris Robinson kan u gerust 2 jointjes ophebben in één song, bij Buffalo Killers moet u zich haasten om er eentje te smoren in drie songs. Doch, bij allebei zal het effect prachtig samengaan met de muziek. Ga gerust uw gang.
Knap retro plaatje.

Future Of The Left

The plot against common sense

Geschreven door

Wie zou durven denken dat de ongebreidelde explosiviteit van Mclusky, de vorige band van frontman Andres Falkous en drummer Jack Egglestone, zou zijn afgenomen op de nieuwe Future Of The Left, die is er glad naast. Wij hadden de heren al verwoestend aan het werk gezien op de laatste editie van Leffingeleuren en ze creëerden daar een ongekende energie.
Dat is op ‘The plot against common sense’ niet anders, het is alweer een bloedhete schijf die ontploft in uw gezicht, met hondsdolle songs die razen, blaffen en bijten.
Tussen de razernij weet Future Of The Left  toch altijd de melodie te behouden, ook al wordt die geserveerd op een bedje van roestige en knetterende klinknagels. Future Of The Left fluctueert van indie naar bloedende punk, met steeds een brute kracht en rauwe energie verpakt in gevaarlijke beestjes van songs. Op de vlammende punkers “Goals in slow motion” en “I am the least of your problems” klinkt de band als een jonge en woeste Husker Du en in “Polymers are forever” zou je gaan denken dat een geschifte Mike Patton weer in één van zijn furies is geschoten.
Nog wat van onze favorieten : de dreigende basgitaar die wordt ingezet op “Beneath the waves an ocean” maakt de song bijna ondraaglijk fantastisch en “Sorry dad, I was late for the riots” (heerlijke titel) klinkt als Captain Beefheart die door de Sex Pistols is ingehuurd.
Ook als de heren zich inhouden klinken ze dreigend, de snijdende synths op “Guide to men” geven constant de indruk dat de song gaat ontploffen, wat ie uiteindelijk niet doet.
De spanning houdt aan tot de laatste snik, afsluiter “Notes on achieving orbit” is een geweldig anthem van quasi 6 minuten om er in volle furie een knoert van een punt achter te zetten. Moordplaat.  

Alt-J

An awesome wave

Geschreven door

Nieuwe hype ? Kust ons ballen … Het alom bejubelde Alt-J heeft een onbenullig plaatje gemaakt. In bepaalde kunstzinnige kringen noemt men dit minimalistisch, wij houden het op mager en inspiratieloos. Ofwel hebben we het weer niet begrepen. Wel, eerlijk gezegd, dat willen we dan ook niet. Dit is The XX zonder branie, Django Django zonder ritme of Wu-Lyf zonder ideëen. Compleet over het paard getild door alweer de Britse pers en erekandidaat voor de titel meest overschatte hype van het jaar.
Welgeteld twee songs hebben we ontdekt die een beetje de moeite waard zijn, “Something good” en “Fitzpleasure”. Twee.

Patti Smith

Banga

Geschreven door

De 65 jarige rockdichteres , godmother of punk , blijft maar verbazen de laatste jaren . Ze telt al een veertigjarige carrière ,  is het toonbeeld van vrede, vrijheid, gelijkheid en solidariteit en ze oppert voor een betere wereld en communicatie (no suffer, no war).
Refererend aan de hippie ‘70’s blijven deze thema’s nog steeds actueel! In haar carrière heeft ze na de plaat ‘Waves’ (’79) gedurende een tien jaar over haar gezin (ze was getrouwd met Fred ‘Sonic’ Smith van MC 5 in’80 die in ’94 overleed) ontfermd, en kwam in ’88 terug met ‘People have the power’.  En het was een fijne comeback ; een ontmoeting opnieuw, om feller als voorheen het lot van de wereld aan te kaarten, Aarde en Moeder Natuur in de spotlights te plaatsen en de mensheid behouden en zegenen.
De nieuwe ‘Banga’ plaat verwijst naar het hondje van Pontius Pilatus die zijn baasje trouw bleef . ‘Banga’ is ook de lijfspreuk van Patti die trouw blijft aan haar poëtische bezweringen, met een rits psychedelische jams; de plaat is een eerbetoon aan dode zielen ( o.m. de Russische auteurs Michall Boelgakov en Nikolai Gogol , Amerigo Vespacci , Seneca , Amy Winehouse, Maria Schneider of een opbeurend woord aan de slachtoffers van de Japanse aardbeving).
We houden nog steeds van die spannende, broeierige, emotievolle songs , onder haar declamerende voordracht, en bepaald door een heerlijk intrigerend samenspel van gitaar, bas, piano/organ en drums.  Een overdadig werkstuk waarbij alles mooi in evenwicht valt.
Uitermate interessante songs en een pakkende cover , “After the gold rush” van Neil Young horen we; een plaat  die naar climax gaat met het ruim 10 min durende “Constantine’s dream”. Pure klasse!

Brad

United we stand

Geschreven door

Voor een nieuwe Brad willen wij altijd wel met plezier even gaan zitten, omdat de gouden stem van Shawn Smith ons nog steeds kan betoveren. U moet weten dat het juweeltje ‘Family’ van zijn andere band Satchell één van onze favoriete platen aller tijden is.
Het niveau van dat Satchell pareltje wordt hier echter nergens gehaald wordt, ook al staan er een pak aangename songs geparkeerd op deze schijf. De knappe vocale prestaties van Smith ten spijt, worden we niet meer in onze onderbuik geraakt, en dat omdat Smith zijn songs net niet meer zo beklijvend zijn, een zeldzaam pareltje als “Trough the day” buiten beschouwing gelaten.
Niet vergeten dat dit eigenlijk de band is van Pearl Jam gitarist Stone Gossard, dus mag er al eens deftig doorgerockt worden, op het gedreven “Tea Pack” bijvoorbeeld en op afsluiter “Waters deep”, twee songs met een gemeen grunge randje.
Niet hun beste plaat, maar toch zeker de moeite om even een kijkje te gaan nemen in de Trix op 13 februari.

The Killers

Battle born

Geschreven door

Dat The Killers het grote gebaar in hun muziek niet schuwen is geen geheim. De heren zijn niet vies van galmende stadionrock en konden hier op hun drie vorige platen bijzonder goed mee overweg zonder overdreven opgeblazen te klinken. Hun nieuwste worp is dan ook geen verrassing, er wordt op dezelfde weg doorgegaan, maar nu zijn ze soms wel een beetje te ver gegaan. De dollars lonken ietwat te veel om de hoek en The Killers flirten hier gestaag met de slijmbalgrens. Daar waar men ze vroeger noch verweet te veel als Springsteen te klinken, lijken ze nu bij momenten wel Elton John, en dat is wat ons betreft niet bepaald goed nieuws. Met de meligheid van “Here with me” en “The way it was” weten wij dan ook niet echt wat aan te vangen en ook met het eighties plastiek dat aan “Deadlines and commitments” kleeft hebben wij wat moeite.
Daarnaast hebben ze weer een handvol pakkende en catchy anthems bij mekaar geschreven als “Flesh and bone”, de single “Runaways”, “A matter of time”, “Rising tide”, “Battle born” en de plakker “Be still”, stuk voor stuk songs die gemaakt zijn voor de stadions en die daar gegarandeerd de massa in vervoering zullen brengen.
Dit is The Killers hun kandidatuur voor de grote festivals van volgend jaar, wees er maar zeker dat ze er zullen staan.

Portico Quartet

Portico Quartet

Geschreven door

Neen, we zijn geen jazzpuristen en de wereld van de jazz zal altijd grotendeels onontgonnen gebied blijven voor ons, maar bandjes die vertrekken vanuit de jazz en er een hedendaags kleurenpallet aan toevoegen van zwevende beats, glooiende soundscapes en duistere elektronica kunnen we best smaken. The Cinematic Orchestra bijvoorbeeld, maar ook zeker deze jonge Engelse band Portico Quartet.
Hun derde titelloze langspeler is immers een pareltje van het zuiverste water. Een pareltje dat zich echter niet onmiddellijk blootgeeft, een mens moet een beetje moeite doen om doorheen de dwarsliggende bomen het bos te zien, maar dat is nu net wat de avontuurlijke muziek van Portico Quartet zo interessant maakt. De songs zijn soms lange sfeervolle tracks die traag ontluiken en dan steevast uitgroeien tot iets heel moois. Hoe meer u er naar luistert, hoe meer wonderlijke geheimpjes ze prijsgeven. Zo zijn de ruwe diamanten “Ruins”, “Spinner” en “Laker Boo” onze favorieten, maar wij vragen u met aandrang om de plaat in haar geheel te beluisteren, alsof het hier een film noir betreft waarin u zich moet laten meeslepen..
Portico Quartet wordt wel eens de Radiohead van de jazz genoemd en daar is wel iets van aan, al was het maar om hun experimenteerdrift en hun eigenzinnigheid aan te duiden, twee eigenschappen die altijd een pluspunt zijn voor boeiende niet alledaagse bandjes als deze.
Dit is een plaat waar het heerlijk wegdromen in is. U gaat best eens kijken en vooral luisteren in de AB Box op 05/12 en u zal begrijpen wat we bedoelen.

Bob Mould

Silver Age

Geschreven door

Sorry voor Mijnheer Dave Grohl, maar wij hebben op de afgelopen Pukkelpop meer genoten van de legendarische Bob Mould die het twintig jaar oude ‘Copper Blue’ van Sugar integraal kwam voorstellen. Het vonkte op het podium nog even gretig als destijds, alleen zag Mould er een dagje ouder uit (deze grondlegger van de Amerikaanse hardcore punk heeft dezer dagen meer de look van een gezette advocaat dan van het punkicoon die hij wel degelijk is). Na zijn uiterst potige vertolking van die klassieker kwam hij in Pukkelpop met een tweetal nieuwe songs op de proppen die even snedig klonken als ‘Copper Blue’ en die onze verwachtingen naar diens nieuwe plaat meteen de hoogte in stuwden.
Voila, hier is die plaat nu en het is een schot in de roos. De spirit die Mould wist neer te zetten op het podium van Pukkelpop heeft hij nu ook te pakken op deze krachtige ‘Silver Age’, meteen de beste plaat uit zijn reeds goed gevulde solocarrière. Het kan geen toeval zijn dat midden in de periode waarin Mould met het almachtige ‘Copper Blue’ rond de wereld toert, hij op hetzelfde moment een al even energiek nagelnieuw album uit zijn hoed tovert.  
Opener “Star Machine” is het ijzersterke begin en toont meteen waarvoor Mould nog steeds staat, een vurige ‘wall of sound’ met een stevige melodie erachter en een laag snijdende vocals er bovenop. Zonder tussenpauze beukt daarna de titelsong op hetzelfde tempo door. Pas vanaf track 5, de sleper “Steam of Hercules” mag de voet lichtjes van het gaspedaal, maar de decibelmeter blijft wel op koers.
‘Silver age’ stoomt zo lekker 10 songs lang door, het typische harmonieuze lawaai van Bob Mould heeft duidelijk niet aan kracht ingeboet. Als de man snedige punkrockers als “Keep believing” blijft maken, mag hij van ons nog enkele jaren doorgaan.
Copper Blue heeft na 20 jaar zijn waardige opvolger.

Gentlemen Of Verona

Raw

Geschreven door

Die Gentlemen of Verona moeten we goed in het oog houden , hoor . Ze zijn al toe aan hun derde cd, die het titelloze debuut en het in 2010 verschenen ‘Brutally honest’ opvolgt .We hoorden ruwe melodieuze gitaarrock, spannende melodieën en een zangeres, Debby Termonia, die over een emotievolle, heldere stem beschikt en kan hijgen, zuchten en kreunen, wat de songs een meerwaarde bezorgt! Hier zouden  Polly Harvey (plaats haar debuut ‘Dry’ er maar eens naast!), de  rauwe Kills Alison ‘VV’ Mosshart, Karen O  van The Yeah Yeah Yeahs en de  onvolprezen nineties ladybands L7 en Babes In Toyland goedkeurend ja knikken.
Die lijn van de vorige cd’s wordt voortgezet , indiegaragerockend , maar iets subtieler en verfijnder soms dan voorheen; een aanstekelijke, broeierige en bezwerende sound , een intense opbouw die durft te exploderen; stevige, snedige hitsige ritmes door de rauwe melodieuze gitaren, pompende bas, denderende drums  en een zang om U tegen te zeggen . “Oh” en “Beg” zetten deze  toon , en klinken indrukwekkend . Heerlijk . De andere songs moeten echt niet onderdoen en met “Daylight” , “Rachel” , “Get it on”  en “I wanna have” is hun visitekaartje onkreukbaar .
Sterk nieuwe  plaat trouwens, al voor de derde keer, en dat doen weinigen hen na …

Michael Kiwanuka

Home again

Geschreven door

Gezapig , rustig voortkabbelende ‘hangmat’ trippende soulpop horen we van Michael Kiwanuka, die opgroeide in Londen , nadat zijn ouders moesten vluchten voor het regime in Oegande van Idi Amin.
Een handvol sfeervolle hits sieren het debuut, waarbij naast het slepende instrumentarium, hij vocaal emotievol sterk voor de dag komt. “Tell me a tale” , “I’ll get along” en de titelsong zijn de mooiste songs .
Een relaxte nazomerse avond ademen de nummers, en worden stijlvol aangevuld met een country/bluesy tune . Het eerste deel van de cd is alvast bijzonder goed, daarna zakt het wat ineen; je wordt te letterlijk mee- of weggevoerd naar een (droom) wereld van terrasjes bij valavond met een cocktail in de hand .
Aangename, onschuldige soulpop zonder weerhaken horen we, songs  in de sfeer van Bill Withers, Marvin Gaye en Al Green.

Pagina 278 van 394