logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Viagra Boys
Biohazard 8/8/2...
CD Reviews

Jef Neve Trio

Imaginary Road

Geschreven door

Vooraf … eventjes een korte schets van Jef Neve … Hij droomde al van kleinsaf om componist te worden. Hij volgde pianoles aan de stedelijke academie van Geel. Verder studeerde hij aan het Lemmensinstituut in Leuven, en volgde hij bijscholingen bij o.m. Jozef de Beenhouwer en Toots Thielemans. Naast zijn opleiding in klassieke muziek en jazz is hij ook geïnteresseerd in pop- en rockmuziek. Al vroeg was hij actief muzikant in plaatselijke bandjes waardoor hij ook in contact kwam met jazz en bluesmuziek.
Veelzijdig is hij in ieder geval, hij maakte deel uit van jazzbezettingen, klassieke formaties, showorkesten, popbandjes, theaterproducties en studiosessies. Buiten het musiceren zelf, componeerde hij ook voor klassieke bezettingen. Hij schreef tevens de soundtrack voor ‘Dagen zonder lief’ en ‘De helaasheid der dingen’. En er is ook de favoriete filmscore ‘Babel’ van Gustavo Santaolalla. Op Klara heeft hij een radioprogramma.
Begin 2009 toerde hij met het acteursechtpaar Antje de Boeck en Rony Verbiest voor ‘Tom Waits until Spring’, waarbij ze covers brachten uit het oeuvre van Tom Waits en wat later met Gabriel Rios. Tot slot toert hij tegenwoordig rond als het Jef Neve Trio.
’Imaginary Road’ is een album waarmee hij zijn trouwe aanhangers veel plezier doet. Mierzoete ballades zoals "SayingGoobye on a Small Old Ugly White Piano" en "Sofia" wisselen af met stukken als "Colours and shades" waarin hij zijn klassieke scholing verraadt.
De soundscapes van de Zweedse componist Esbjorn Svensson is merkbaar in de korte nummers, waaronder "Atlas" en ""She came from the east". Luister ook eens naar het einde van "Endless DC".
Puristen zullen misnoegd zijn met de crossover van Neve, maar voor de fans is het weer genieten geblazen.

Disturbed

Asylum

Geschreven door

‘Never change a winning team ‘ moeten de heren van Disturbed gedacht hebben. Op hun vijfde studio-album vind je namelijk weer alle typische ingrediënten terug die je ook op de vorige platen van deze Amerikanen aantrof: staccato rifs en dito zanglijnen, energieke drums en de prima stem van David Draiman. De band start met de instrumentale en langzame openingstrack “Remnants” waarna het titelnummer lekker in de boxen knalt. Op deze dik vijftig minuten tellende plaat vinden we nog een aantal andere knallers zoals “Innocence”, “Warrior” en “The Infection”. Ook het wat tegendraadse “Another way to die” weet ons in positieve zin te bekoren. Jammer genoeg is niet het hele album van dezelfde kwaliteit en dat geldt vooral voor de bonustrack. Net als op vorige albums koos Disturbed voor een cover en dit keer is dit U2’s “I Still Haven’t Found What I’m Looking For’.... Het nummer past jammer genoeg totaal niet bij de band en vlug skippen is dan ook de boodschap.
‘Asylum’ is zeker geen slecht album geworden maar wel een zeer voorspelbaar. Eens flink de batterijen opladen en creatief herbronnen na de huidige tournee lijkt me aangewezen voor de mannen van Disturbed ...

Willemsson

Blind

Geschreven door

Het is ondertussen al meer dan bekend dat achter Willemsson Augustijn Vermandere schuilgaat die inderdaad de zoon is van. Zou het nu eigenlijk een voordeel zijn om diens zoon te zijn of niet als je het wil maken in de muziekwereld?
Iedereen die een beetje eerlijk is met zichzelf zal moeten toegeven dat je hier willens of niet onmiddellijk alle spotlights naar je toe krijgt maar als je het wil maken in de indiepopwereld is het natuurlijk een ander paar mouwen.
En Willem mag nu nog zo veel over zijn West-Vlaamse patatten zingen, deze kerel heeft steevast voor de Engelse taal gekozen en nog minder voor kleinkunst.
Ook al is het een vooroordeel hield ik mijn hart vast toen ik deze cd in de lade schoof maar het resultaat is meer dan verdienstelijk, is het meer dan duidelijk dat het voorbeeld ergens tussen Tom Helsen en Elliot Smith ligt.
Het enige waar aan moet gesleuteld worden zijn de soms banale teksten, maar dat kan met een vader als Willem geen probleem zijn!

Nona Mez

Radio Rain & Hard Luck Stories

Geschreven door

Nona Mez is het alter ego van de Leuvenaar Geert Maris. Hij komt sterk voor de dag met de 2CD ‘Radio Rain & Hard Luck Stories’, dat op het label van Milow, Jonathan Vandenbroeck is verschenen. Sober ingehouden semi-akoestische songs gedragen door een fluwelen stemgeluid, af en toe ondersteund van bas, piano, toetsen, en drums. Het zijn eenvoudige, pakkende, ingetogen songs, die weten te raken. CD I klinkt misschien iets krachtiger dan CD 2. Ook de tweede stem van Milow op “Hard luck stories” of de emotievolle backing vocals van Juliet Coy op “Best out of three” en “Happy thoughts” bieden een meerwaarde aan het doeltreffende materiaal van Maris … grootse songs van de kleine dingen des levens. Subtiel uitgewerkte songs die ervoor zorgen dat de dubbelplaat erg overtuigend klinkt …

Rox

Memoirs

Geschreven door

Binnen de soulpop beweegt het met de 21 jarige Roxannne Tataei, zangeres/gitariste van Jamaicaanse/Iraanse origine, die debuteert met ‘Memoirs’. We horen vaardige, frisse en lichtvoetige songs, die bezield en met een popappeal zijn. De composities zijn bruisend, springerig, dromerig, sfeervol, en soms fraai georkestreerd, rijk en volgroeid, waarin haar roots verweven zijn.
Vergelijkingen met Lauryn Hill, Amy Winehouse en Joss Stone duiken op. Met “My baby left me” heeft ze alvast een grote hit op zak, maar “I don’t believe” en “Precoious moments” moeten niet onderdoen. Leuk allemaal van deze aangename belofte!

Grinderman

Grinderman 2

Geschreven door

Grinderman is een waardige band geworden naast Nick Cave & The Bad Seeds. Drie leden van The Bad Seeds stal maken er deel uit van uit, violist/gitarist Warren Ellis, bassist Martyn Casey en drummer Jim Sclavunos, naast Cave, die gitaar en toetsen bedient. Linken met The Birthday Party zijn op hun plaats. Beiden zijn stevige bands die houden van potige, zompige, rauwe, wilde en intens slepende, ronkende rockende bluestrash/rock’n’roll. Wild, impulsief, maniakaal, chaotisch, messcherp en doorleefd …, lief, fijnzinnig, zalvend en sfeervol. Grinderman zorgt dat elke Cave-vijftiger meteen 30 jaar jonger wordt. Een verjongingskuur ‘pur sang’ van mensen van middelbare leeftijd.
Na het indrukwekkende debuut in 2007 gaat ‘Grinderman 2’ evenzeer van een ingehouden, broeierige spanning tot opzwepende, dynamische, felle uitbarstingen. Muzikaal wordt het omschreven als een ‘rollarcoaster ride’. Aanstekelijk en beklijvend werkt de tweede plaat opnieuw in.
Ook tekstueel laat Cave zich volledig gaan. Een world freakshow van geperverteerde kerels, losgeslagen, goddeloze vrouwen enz . Als giftig venijn sluipen de nummers als “Mickey Mouse and the goodbye man”, “Heathen child”, “Evil” en “Kitchenette” in de aderen. Het afsluitende “Bellringer blues” laat net als de song “Grinderman” van het debuut je verdwaasd achter in een donkere, slechtruikende en slecht verlichtende steeg. Enkel het sfeervolle “What I know” zorgt voor verademing binnen het Grinderman concept. Wereldplaat!

M.I.A.

Maya

Geschreven door

M.I.A. is het verhaal van Maya Arularpragasam, dochter van ‘een Tamil Tijger’, die haar vader praktisch nooit heeft gekend. Ze heeft moeten vluchten met haar familie uit Sri Lanka en India en is uiteindelijk in Engeland beland. M.I.A. werd gedoopt, ‘Missing In Action’.
Onze M.I.A. debuteerde in 2005 met ‘Arular’, vernoemd naar haar pa, en muzikaal een behoorlijk boze, creatieve, avontuurlijke plaat, een geheel van hiphop, r&b, electro, dance en rauw grimmige breakbeats, Oosterse sounds en Jamaica invloeden.
En dat het een vrouw met ballen was, bewees ze nog eens te meer op de opvolger ‘Kala’ (2007), een knipoog naar haar moeder waarin ze fungeerde als de spreekbuis van een generatie jongeren. Een amalgaan aan stijlen, met het nodige knip - en plakwerk, een soort hippe opzwepende, hyperkinetische ‘allstyle’ dancemusic.
Nu drie jaar later is er de opvolger die haar eigen naam draagt, ‘Maya’, en een resem tekens draagt, die voor de nodige verwarring zorgen en talrijke vraagtekens oproepen. Onze dame is intussen zelf moeder geworden, maar dat belette haar niet een uiterst weirde plaat af te leveren door een stortvloed aan geluiden. Een ‘pfff’ plaat die fascinerend, overdonderend, overweldigend en onbegrijpelijk klinkt.
Een electroclash van elektronicasalvo’s, industrial (digital hardcore) van Atari Teenage Riot, de paranoïde wave/noise waanstructuur van Suicide, drum’n’bass, hiphop, reggae en Caribische elementen, verweven in een pop -/rockstructuur en harde, pompende knockouts en groovy zalvende beats.
Twaalf gevarieerde songs die geweldig, energiek, onrustig, compromisloos als aangenaam sfeervol zijn. De bezwerende pop van “XXXO”, “Story to be told”, “It takes a muscle”, “It iz what it iz” en “Tell me why” staan lijnrecht tegenover de geschifte killers & tornados van “Steppin up”, “Teqkilla”, “Born free” en “Meds & feds”. De verschillende kanten van M.I.A. zijn dus hier samengevat op de overtuigende derde cd.

Arcade Fire

The Suburbs

Geschreven door

Het uitgebreide Canadese collectief Arcade Fire, rond Win Butler & Régine Chassagne, heeft opnieuw een sterke plaat afgeleverd … de derde in rij trouwens na ‘The funeral’ in 2004, die verwees naar de negen overleden familielieden van de Canadese band in de afgelopen jaren, en ondanks de weinig vrolijke noot, speelsheid en uitbundigheid combineren met ingetogenheid en dramatiek. Die dramatiek kende een bombastische, orkestrale inslag op de in 2007 verschenen ‘Neon Bible’, die net als het debuut klasse songs bevatte. Het rijkelijke instrumentarium gaf kleur aan het theatrale album.
’The Suburbs’ is een meer directe plaat, die als rode draad het leven van een dertigjarige componist reflecteert, die een voorzichtige blik over de schouder werpt naar de weg die je hebt afgelegd en de doelen die je hebt vooropgesteld.
We horen een rijk, divers en uitgebalanceerd geluid die de zwaarmoedigheid en dramatiek van weleer goed heeft opgevangen.
Zestien nummers vinden we terug op het magnus opus van Arcade Fire, die net als op het debuut werkt met deelstukken. Broeierige songs die intrigeren door de puike, spannende opbouw hebben ( o.m. “Ready to start”, “We used to wait”, “Modern man”, “Rococo” en “Half light”), of krachtige rock kunnen bevatten (“Empty room” en “Month of May”). Af en toe gaat het collectief sfeervoller te werk en laten ze de toetsen wat meer doorklinken (“Half light I”, “Wasted hours”, “The Suburbs I & de outtro”).
De plaat is uiterst boeiend om in z’n geheel te beluisteren. Was de band voorheen met hun aparte sound eerder uitnodigend voor de kerkdienst, dan kunnen ze nu concertzalen, festivalweides en pleinen overrompelen met dit standvastig, consistent, evenwichtig poprockend album.

Neil Young

Le Noise

Geschreven door

Neil Young maakt nieuwe plaat getiteld ‘Le Noise’ met Daniel Lanois achter de knoppen. Op papier klinkt het om duimen en vingers bij af te likken. Helaas, helaas.
Young heeft deze keer geen groep nodig, enkel zijn elektrische gitaar en voor een tweetal songs ook zijn akoestische. Op zich geen probleem, want iemand van dit kaliber zou ook in zijn eentje moeiteloos overeind moeten blijven. Niet dus.
Grootste euvel is dat er in zijn valies blijkbaar geen songs zaten, enkel een paar flarden of probeersels, en tonnen echo en distortion. En daar kan Lanois in het beste geval misschien wel wat sfeer mee scheppen, maar de man kan nu ook geen wonderen doen. Het resultaat valt, ondanks de verwoede pogingen van Lanois, dan ook te mager uit.
Neil Young zit maar wat aan te modderen met zijn gitaar, verschroeiende riffs haalt hij er niet uit, hoogstens hier en daar een paar vette akkoorden die neigen naar een Young in betere tijden.
Ook Neil’s stem slaat geregeld eens over. Nu zijn we qua vocale afwijkingen veel gewoon van de brave man, maar soms is het toch echt pijnlijk. De ekster die geregeld in onze achtertuin de wormen komt opvreten, kraait nog helderder dan Neil Young op “Angry world” of “Someone’s gonna rescue you”.
De ouwe rocker laat zich toch nog eens van zijn beste kant zien op het fraaie “Hitchhiker”, waarin de formule ‘man plus splijtende elektrische gitaar’ een zeldzame keer werkt, en op de twee akoestische tracks “Love and war” en “Peaceful valley boulevard”, dingen die wel als volwaardige Neil Young songs door het leven kunnen gaan.
De fans zullen hier wel tevreden mee zijn maar wij verwachten van zo een rockgrootheid veel meer.

Beste Neil, een klasse producer als Daniel Lanois haal je niet binnen om de meubelen te redden maar om een meerwaarde te geven aan materiaal dat op zich al goed genoeg moet zijn, snappie? En waar zit Crazy Horse trouwens ?

The Superbees

Top of the rocks

Geschreven door

Laten we maar beginnen met het slechte nieuws: deze nieuwe cd van The Superbees is een EP’tje geworden waardoor we hier jammer genoeg enkel zes nummers te horen krijgen.
En geloof ons, wie dit hoort zal vlug deze mening bijtreden want deze groep die gebouwd is rondom Dave James (ooit nog bij The Coma-Tones and The Sacred Hearts) speelt de vuilste gitaarrock met de snedigste gitaarriffs die je maar kan inbeelden. Zoek niet naar vernieuwingen wat die vind je hier niet. Wat je hier wel hoort is loeiharde fuzzgitaren, strakke drums en het geluid dat een mens graag weet te associëren met bands als MC5 of New York Dolls.
Deze treinrit duurt zo’n twintigtal minuten en is voorbij zonder dat je ’t weet maar gelukkig heeft de wondere wereld der technologieën daar iets opgevonden: de herhaaltoets!
www.myspace.com/superbees

Pagina 332 van 402