logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
The Cure
CD Reviews

Archive

Controlling Crowds

Geschreven door

Het uit Londen afkomstige Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, is toe aan de zesde langspeelplaat. De cd ‘Lights’ met o.a. de single “Veins”, van twee jaar terug, gaf de uiteindelijke erkenning die de band verdiende. Archive heeft een geheel unieke sound van ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats en indierock; een aangrijpend, intrigerend concept en een spannend broeierig geluid. Radiohead, Jesus & Mary Chain, The God Machine, BRMC, Spacemen 3, Massive Attack, Portishead en Pink Floyd waren bands die ons voor de ogen flitsten toen we hun nieuw episch, avontuurlijk werkstuk ‘Controlling Crowds’ beluisterden, dat in drie stukken is onderverdeeld en ruim 78 minuten duurt.
Elke song grijpt bij het nekvel, luister maar eens naar de opener “Controlling Crowds” of de single “Bullets”. Nummers als “Razed to the ground” en “Funeral” lijken wel de ideale soundtrack voor een film noir. Kosten noch moeite werden gespaard, want we horen een klassiek orkest en een koor op “Whore” en “Chaos”. Ook in de zang durft men heen en weer te slingeren: van een hemels bezwerende zang op de meeste songs naar een rapzang op “Bastarddised ink”.
De band bezorgt ons nogal wat kippenvel en weet op elke song te boeien; we zijn danig onder de indruk, dat dit wel één van de platen van 2009 kan worden …

Deerhunter

Microcastle

Geschreven door

Het Amerikaanse kwintet uit Georgia, Atlanta, Deerhunter, wordt met deze nieuwe cd beloond voor het intense werk van de voorbije jaren. Hun snedige en meeslepende indierock (knipoog naar The Feelies van de jaren ’80), door de graatmagere zanger/gitarist Bradford Cox omschreven als ambient punk, klinkt aanstekelijk, broeierig, intens en door de toegevoegde synths kleurrijk en spannend. Alles is mooi gedoseerd in ritme, structuur en instrumentatie. Elf homogene, bezwerende en dromerige composities (de op soundscapes geënte korte opener “Cover me slowly”, niet meegerekend) gaan van zacht, ingetogen moeiteloos over in een steviger aanpak; in het eerste deel van de cd zijn dit “Never stops”, “Little kids” en de titelsong.
Na enkele sferische soms avontuurlijke tracks, start de band opnieuw met hun bezwerende, puike rocksongs, met het lange “Nothing ever happened” als hoogtepunt. Op de afsluiter “Twilight at Carbon Lake” durft men de pedaaleffects eens stevig indrukken. Op “Agoraphobia” komen zelfs blazers aan te pas.
Op ‘Microcastle’ is er voldoende variatie te horen; stof om te zeggen dat dit een erg consistente, overtuigende plaat is geworden. Mag de band terecht op meer belangstelling rekenen …

Razorlight

Slipway fires

Geschreven door

Het Britse Razorlight gaat van big naar bigger met de derde plaat ‘Slipway fires’. Muzikale noemer: toegankelijk gevarieerde poprock, soms aangevuld met piano, toetsen en strijkers. Het zijn songs die het moeten hebben van sentiment, melodieus, spannend, opbouwend en ingetogen. De commerciële potentie is groot , net als het ego van zanger Johnny Borrell. “Tabloid lover” en “You & the rest” zijn doorsnee popsongs, “Burberry blue eyes” heeft een sfeervolle opbouw en afsluiter “The house” is een snedige rocksong . Breder van opzet zijn “North London trash” en “Stinger” door piano en toetsen; “Nostage of love” is omfloerst door strijkers en met de ballad “Wire to wire” heeft de band een wereldhit op zak.Borrell mag nog spelen met z’n pose en imago, de groep heeft bereikt wat ze wou: bekender worden en een ruimer publiek aanspreken …

Barzin

Grace/Wastelands

Geschreven door

The Libertines worden vervangen door The geniale Babyshambles, Pete wordt Peter en gaat nu solo. Hij ruilt London in voor Parijs, waar hij niet gestoord door paparazzi en in alle ‘rust’ kan werken aan het meesterlijke Grace/Wastelands.
Ik ga er heel kort over zijn: met verbazend gemak en met de genialiteit van de eenvoud gaat onze voormalige junk en wandelend laboratorium zich naast de groten der aarde plaatsen: Lou Reed, Neil Young en Bob Dylan. Neen, ik overdrijf niet. Binnen veertig jaar zal met dezelfde gevleugelde woorden over Doherty worden gepraat. Punt.
Op Grace hoor je dus alleen maar uitschieters.
“Sweet By and By” is zijn ‘Goodnight ladies’, “Broken Love Song” laat E van Eels een deftig poepje ruiken, “Arcady” is nu al een sixties klassieker, en ga zo maar door.. Waanzin maakt plaats voor genialiteit.
Moet je dan Grace/Wastelands kopen? Drinkt een koe water?

JJ Cale

Roll On

Geschreven door

JJ Cale, speciaal voor hem is de term laid-back uitgevonden. De man was een inspiratiebron voor Eric Clapton (die “After midnight” en “Cocaine” coverde en die songs op slag wereldberoemd maakte) en vooral Mark Knopfler (het debuutalbum van Dire Straits is over gans de lijn schatplichtig aan JJ Cale, en laat dit ook nou net toevallig hun allerbeste album zijn). In 1971 kwam Cale met zijn eerste plaat uit. Deze nieuwe ‘Roll on’ is pas zijn zestiende, en dat op de gezegende leeftijd van 71. Alles is op ’t gemak bij JJ Cale. Relax, baby, relax. En zo klinkt het ook, alsof Cale af en toe eens vanuit zijn hangmat komt om zich naar de studio te begeven  -biertje tussendoor-  en daar vanop zijn barkruk alweer een knappe song op tape te zetten.
Nieuwe fans zullen er niet bijkomen met deze plaat maar de bestaande fans (waaronder ene Tom Barman die zelfs zijn debuutfilm naar de JJ Cale song “Anyway the wind blows” noemde) zullen opgetogen zijn.
‘Roll On’ is zo’n typisch JJ Cale album geworden : gezapig, relaxed, bluesy en met lekker voortkabbelende ritmes. De sterke songs zorgen er voor dat dit zelfs een van zijn betere werkstukjes is geworden. In zijn geheel eigen stijl stoeit JJ Cale met country, blues, jazz, rock’n’roll en americana, zijn gitaar laat hij heerlijk drijven op de golven van de zomerse songs, zijn stem volgt gewoon steeds in dezelfde toonaard. De man weet als geen ander zijn vocale beperkingen in te passen in de muziek.
Zoals gewoonlijk laat Cale zich omringen met rasmuzikanten die zich volledig onderdanig maken aan de sound en de sfeer van zijn songs. Op de titelsong mag zelfs Mijnheer Clapton nog eens meedoen, het nummer is een opgewekte rocker, een meer dan geslaagde samenwerking van twee ouwe rotten. Al even vrolijk is het Zuiders klinkende” Fonda-Lina” en ook bij “Oh Mary” beginnen onze beentjes gewillig mee te schudden. Het akoestische “Leavin in the morning” gaat dan weer volop de Dylan toer op.
Zowat alles wat Cale op ‘Roll on’ doet stemt ons welgezind en roept onze goesting op om lekker te kuieren met een biertje bij de hand. Waar is mijn hangmat ?

Noah & The Whale

Peaceful, the world lays me down

Geschreven door

Het Britse Noah & The Whale verrast aangenaam met hun debuut ‘Peaceful, the world lays me down’. Ondanks de pessimistische ondertoon die we in de teksten horen van songschrijver Charlie Fink hebben we te maken met een gevarieerd klinkende poprockplaat met een foklkrandje. Broeierige, fijne pop met dromerige, frisse, speelse en vrolijke melodieën, waarbij de band zich ergens profileert tussen The Saw Doctors, The Waterboys, The Decemberists, Belle & Sebastian, het ouder werk van The Go-Betweens, The Pogues en een ‘60’s Beatles aanpak, door de aanstekelijke opbouw. Het instrumentarium als viool, harmonium en blaasinstrumenten als de backing vocals van Laura Marling zorgen voor een kleurrijk geheel. Er zijn groovy songs: “5 years time”, “Rocks & daggers” en de titelsong, afgewisseld met de sfeervolle “2 atoms in a molecule”, “Give a little love”, “Second lover” en de ingetogen afsluiters “Mary” en “Hold my hand as I’m lowered”. In “Jocasta” kun je het refrein zo meezingen en tot slot op “Shape of my heart” hoor je Balkaninvloeden.
Met deze is ‘Peaceful, the world lays me down’ een tof, afwisselend en een prettig in het gehoor liggende plaat geworden.

Cut Copy

In ghost colours

Geschreven door

Het uit Melbourne afkomstige trio Cut Copy komt aandraven met een pak zweverige, aanstekelijke, zomerse electropopnummers, die ze op sterke wijze combineren met een vleugje disco en house. Een paar tracks krijgen zelfs een krachtiger rockgroove mee en/of worden de pedaaleffects eens stevig ingedrukt (zoals op “Unforgettable season” en “So haunted”).
Het trio zweert aan de ‘80’s electro, verwerken LCD Soundsystem, Daft Punk en Air en doen vocaal als qua sound soms ook denken aan Daan. Een paar instrumentaaltjes zetten steeds aan tot overtuigende songs. Luister maar eens naar “Lights & music”, “Hearts on fire”, “Strangers in the wind” en “Nobody lost, nobody found”.
Cut Copy klinkt misschien gerecycleerd, maar ze slaagden in een overtuigende plaat door aan de songs een handige hedendaagse draai aan te geven.

Iglu & Hartly

& Then Boom

Geschreven door

Iglu & Hartley: een niet alledaagse groepsnaam van een vijftal uit het zonnige Californië verbaast met aanstekelijke, vrolijke, ontspannende en een zwoel dromerige sound. Inderdaad, de groep maakt een zonnige cocktail van groovy, funkende en  trippende raprock, waarin we invloeden horen van Beach Boys, Beastie Boys, Eminem, Arsenal en ‘80’s synthpop.
Een consistent album trouwens, misschien een beetje veel van hetzelfde, maar goed in elkaar gestoken poppy songs, waarbij “In this city” en “Out there” zich weten te onderscheiden. De harmonieuze samenzang van de raps van Jarvis Anderson en Sam Martin geven elan. Volmondig ondersteunen we Iglu & Hartly als Surfer Boys met een hippie randje.

Starsailor

All the plans

Geschreven door

Het Britse Starsailor heeft met ‘All the plans’ een plaat uit, die het midden houdt van de vorige drie cd’s. Een verzameling van maar liefst 14 songs die wat uitbundiger, directer kunnen klinken of die bol staan van dramatiek door de semi-akoestische aanpak, toetsen en pianopartijen, gedragen door de gekwelde, emotievolle stem van de immer sympathieke zanger/gitarist/songschrijver James Walsch.
Starsailor doet waar ze goed in zijn. De groep eigent zich een plaatsje binnen de scène van Coldpaly, Elbow, Muse en Keane, draagt bands als het onvolprezen James en Ash diep in het hart en is inspiratievol voor jonge wolven als Air Traffic en Melee.
Starsailor verrast misschien niet echt, maar staat wel garant voor subtiele poprock en fraai gedragen ballads. Uit het rijke luistervoer halen we volgende nummers als vaandeldrager voor hun sfeervolle en goed opbouwende pop: “You never get what you deserve”, “Listen up”, “Darling be home soon”, “Tell me it’s not over” (wat een rockende single!) en de titelsong.

Juno Reactor

Gods and Monsters

Geschreven door

Juno Reactor bestaat onderhand vijftien jaar. Ze begonnen op het toch wel legendarisch Novamute-label, maar zijn nooit de underground ontstegen. Gezien hun psychedelische goa-trance van de eerste platen, nog sterk met het travellers-milieu geassocieerd, is dat ergens ook weinig verwonderlijk. Muziek voor ingewijden, in zekere zin. Mensen worden ouder en dan wordt hun muzikale horizon vaak wel breder. Dat hoor je duidelijk aan hun ondertussen toch alweer zevende plaat, die ‘Gods en Monsters’ heet. Daarop tappen ze uit een heleboel stijlvaatjes, van drum ’n bass over dub tot wat we maar ‘wereldmuziek’ zullen noemen. Ook het lijstje muzikanten dat een muzikale bijdrage tot de plaat levert is behoorlijk indrukwekkend, volgens de persinfo gaat het dus om goed volk als Ghetto Priest, Steve Stevens, Sugizo, Budgie en de Zuid-Afrikaanse Amampondo’s.
Ondertussen zijn ze stilistisch al ver afgedwaald van goa-trance en nog afgezien van een oordeel over dit of welk genre dan ook, dient worden gezegd dat ze daarbij een essentieel element van hun aantrekkingskracht lijken te hebben verloren, met name de opwinding. De songs die je op ‘Gods en Monsters’ te horen krijgt zijn vakkundig gemaakt en eten stilistisch van verschillende walletjes maar deze plaat klinkt nergens gevaarlijk, wat bij een underground-act zou moeten. Monsters ben ik nergens tegengekomen en als er al ergens goden rondwaren is het de gedegenereerde soort. Nochtans zijn er goede songs te horen op de plaat, zoals opener “Inca Steppa”, hoewel ook daar de vocals niet echt overtuigen, of “Las Vegas Future Past”. Soms zitten er te veel ideeën in één song en vaak pakt de mayonaise niet. Uiteindelijk is dit gewoon geen rave meer maar meditatieve muziek, die wat te weinig ballen heeft om echt indruk te maken. De ravers van weleer hebben zich blijkbaar teruggetrokken in de chillout-zaal, hebben de LSD voor een beschaafd gebruik van tetra-hydro-cannabinol ingeruild, zijn aan kinderen toe en onderhand vaak moe. Het besluit moet zijn dat deze plaat niet slecht is, maar dat dat voor een band met een reputatie als die van Juno Reactor wat minnetjes is.

 


 

Pagina 363 van 402