logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Couleur Café 2011: vrijdag 24 juni 2011

Couleur Café 2011: vrijdag 24 juni 2011

Meer dan 75000 bezoekers genoten de voorbije drie dagen van meer dan 40 concerten.
De 22ste editie van het wereldmuziekfestival Couleur Café was terug een groot succes, en naast muziek was er sfeer, tonnen sfeer  …
de animatie, de solidariteitsprojecten (o.m. de Solidarity Village), de workshops, de tentoonstellingen, de pak faciliteiten aan dranken en cocktails, de vele exotische eetstandjes en de randanimatie. Prachtig allemaal! En het was feest … partytime … én muziek  . meer dan vermeldenswaard was het ‘Wanted!’ initiatief, groepen en dj’s , jonge talenten die hun kans konden grijpen op het podium …

dag 1: vrijdag 24 juni 2011
Vrijdag was het festival op voorhand uitverkocht en waren er meer dan 25.000 bezoekers
. Onder een gematigd Belgische zomerweertje fleurde het Tour & Taxis terrein helemaal op. Veel vrolijke jongens en frivole meisjes sierden het terrein. En de muziek?

De heren van Absynthe Minded uit Gent zetten als één van de eersten in de Univers tent de zomervakantie in. Het gros aan nummers van hun ruime collectie zorgde daarvoor. Onder meer “Dead on my Feet”, “Mercury” en natuurlijk “Envoy”,  naar het gedicht van Hugo Claus. Het recente werk en de nieuwe radiohit werden gretig ontvangen door het publiek. En Absynthe Minded zijn bezige bijen, want ze stelden al een gloed nieuw nummer voor.
Kortom, Absynthe Minded was een sterke troef, en kan de meest uiteenlopende festivals aan.

Zomerse kleurrijke en dansbare tunes hoorden we van het beloftevolle Antwerps Gipsy-Ska Orkestra. Verschillende culturen en stijlen versmelten probleemloos bij het uitgebreide ensemble. Ze integreren world, ska, pop, reggae, hiphop, Balkan, gyspy, hoempapa en punk. Mano Negra en Gogol Bordello deden het deels ook op die manier, maar de Roma ‘zigeuner’ melodieën druipen hier toch van af. De ritmes en grooves zijn puur, eerlijk, rauw, opzwepend en ophitsend. Ze hebben iets mee van Think Of One , Wawadadakwa en in de synths zweeft ergens de etherische soundscapes van Senser.
Muziek uit alle windstreken, waarbij de ska z’n grenzen verlegt met dit amicale ensemble, die de Fiesta tent deden stomen. Party time dus!

Feest en party time was de kaart die deze avond door de organisatie sterk werd getrokken. De afgetrainde rappers van IAM – als 21 jaar bezig btw! - zorgden edaarvoor op de Titan stage … Zelf hoorden we van het eerst van de uit Marseille afkomstige IAM, in ’93, met het doorbraakalbum ‘Ombre est Lumiere’ en de single “Je danse le Mia”. De sympathieke en enthousiaste MC’s die er opmerkelijke namen op nahouden, beklemtoonden het Couleur Café statement met Zuiderse ‘Les Miserables’ sounds. In de tunes konden ze hun afkomst niet verloochenen. De raps rolden over elkaar en waren zalvend in de aanstekelijke, frisse songs en beats. Allerlei samples knalden uit de boxen, die het geheel nog breder maakten. Een maatschappijkritische noot schuilt in de teksten. IAM gaf net als Public Enemy de ‘oldskool’ hiphop een bepalende push, met het hart op de juiste plaats!

In de zelfde broeierige Afrikaanse sfeer en met éénzelfde politiek engagement als zijn vader Fela Kuti, bracht Seun Kuti (Sean Anihulapo Kuti) (Univers tent), een mengeling van yoruba, jazz, funk en pop. Er werden onder andere songs van zijn nieuwe album gebracht, “From Africa with Fury” in samenspraak met Brian Eno, “Rise” en “The Good Leaf” (waarin hij de lof preekt over marihuana!). De vijftienkoppige band van zijn vader waar hij sinds zijn 8ste deel van uit maakt bracht Afrika zomaar naar Brussel. De Nigeriaan deed zijn vader alle eer aan en bracht eenvoudigweg een Afrikaans feest met een politieke boodschap!

We kunnen niet meer omheen het Belgisch talent Sanne Putseys aka Selah Sue, die al het hart van Prince deed smelten. Niet moeilijk eigenlijk met haar doorleefde soulstem;
ze steekt souldames Joss Stone, Amy Winehouse, Lauren Hill en Erykah Badu naar de kroon, ze maakt huidige talenten Duffy en Adele jaloers en ze zorgt dan nog eens voor onnavolgbare raps. Zowel solo als met band slaagt ze erin het publiek aan haar lippen te krijgen (Titan stage).
Haar sound is een fusion en bezwerende groove van pop, soul, jazz, funk, r&b, reggae, ragga, dubstep en trippop. “Raggamuffin’” en “Crazy vibes” worden festivalklassiekers en als ze met het nummer “Please” (origineel met Cee-Lo Green) telkens met een andere mannelijke collega zal aantreden, dan wordt dit een nieuw onverhoopt succes … Op Couleur Café klinkt ze de partycocktail met Patrice. Groots en Overtuigend! Pur sang en daar bestaat maar één woord voor: Klasse! Selah Su(€)per!

Bijzonder knap live was Janelle Monae, een 24 jarige Amerikaanse die zingt, rapt, danst en springt.
Ze biedt een prachtig uitgewerkt vindingrijk concept van muziek, spektakel en theater, dat aanstekelijk werkt op de dansspieren … een sprankelende cocktail van soul, r&b, pop, rock, hiphop, jazz en p-funk, rijk geschakeerd en op plaat aangevuld met klassieke orkestratie, gospel en koormuziek.
Ze overtuigde al in de Botanique begin het jaar. Op Couleur Café leverde ze een groots dampend feestje af. Ze hield het muzikaal uitermate leuk en creatief, incluis de kostuumwissels, denk hier maar even aan de Wiz Stars.
De hits “Cold war” en “Tightrope” ontbraken niet. Monae stak met haar band het vuur aan de lont. Wat een opbouw, intensiteit en groove gaf ze! Interactief spektakel dus. De ‘MC ceremoniemeester’ warmde en hitste het publiek op, en dans en muziek gingen hand in hand. Muzikale gekte, maar beheerst. Deze dame bewees nogmaals grote klasse te zijn. 

Ontdekkingen intussen voor de modale Vlaming … We genoten van de zonnige mundiale sound van Suarez (Fiesta), die hun afropop in aanstekelijke en semi-akoestische melodieën verpakten. Dit Waalse gezelschap uit Bergen verdient erkenning. Bij onze Franstalige vrienden werd ook Patrice (Babatunde Bart-Willialms) uit Duitsland (Titan) op handen gedragen. Eerder deed hij nog een duet met Selah Sue. Ambiance troef en warmte alom door de smeltkroes aan stijlen van pop, afro, reggae, soul, funk en dancehall, die een feestroes veroorzaakten door de sprankelende ritmes, gezegend door de emotievolle stem van Patrice himself. De afro Duitser palmde probleemloos het publiek in en deed menig meisjeshart sneller slaan. Een verbroederingfeestje met Seun Kuti was er nog te kort aan …

Dertig jaar na de dood van zijn vader brengt zijn zoon Ziggy Marley (Titan) in de beste traditie van zijn vader, de meest overtuigende reggae van Jamaica. Het stem geluid en zijn fysiek zijn bijna identiek aan Bob, maar het eigen werk intrigeerde. Uit zijn nieuwe album bracht hij “Wild and free”, “Peronal revolution”, “Reggae in My head” en “ Love is my religion”. Uiteraard kon de sfeer niet op toen “Stir it Up”, “Lively up Yourself” en “Is this Love?” werden gespeeld.
Ziggy Marley was alvast een topper en waardige afsluiter op de eerste festivaldag.

Neem gerust een kijkje naar de pics


Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel

Tindersticks

Tindersticks - Het horen en zien waard! – Brussels Film Festival

Geschreven door

Het Paleis voor Schone Kunsten gooide de deuren open voor een uniek optreden in het kader van het Brussels Film Festival. Het Britse Tindersticks bracht live de muziek die ze de voorbije jaren componeerden voor maar liefst zes films van de Franse regisseuse Claire Denis. De indrukwekkende Henry Le Boeufzaal was verre van uitverkocht hetgeen eigenlijk zonde is want zowel liefhebbers van de betere hedendaagse muziek (die Tindersticks ontegensprekelijk brengt) als liefhebbers van klassiek en cinefielen kwamen er donderdag uitgebreid aan hun trekken.

De acht muzikanten namen plaats voor een gigantisch scherm waarop de ganse avond een knap gemonteerde selectie getoond werd van de  bewuste films. Er was slechts zelden gelegenheid tot applaus – laat staan gejuich - aangezien men tussen de muzikale stukken door beelden met dialogen liet verderlopen.
Pas na een half uurtje mochten de handen voor een eerste keer op elkaar nadat Stuart A. Staples - tot opluchting van ’s mans fans - eindelijk zijn stem had laten horen. Een tweede applaus-pauze werd ingelast na “Trouble every day”, het pareltje dat als titelnummer prijkt op de soundtrack bij de gelijknamige film.
Meteen erna verdween de gelukzalige glimlach op het gezicht van een groot deel van het publiek want het toen getoonde fragment maakte duidelijk dat de huidige Twilight-franchise in de verste verte niet kan tippen aan de standaard die Claire Denis tien jaar geleden stelde voor de hedendaagse vampierenfilms. Koude rillingen liepen over de rug bij het aanschouwen van de huiveringwekkende beelden ondersteund door de trouwens perfect uitgevoerde muziek.
Na een zoveelste bloedmooi klassiek stuk (waarvan we u helaas de titel schuldig moeten blijven want de onlangs in een 5 CD-box gebundelde soundtracks zijn ons totnogtoe te weinig bekend om op alles een naam te kunnen plakken) bedankte Staples het publiek voor de jarenlange steun en inspiratie alvorens het immer aangrijpende “Tiny tears” aan te heffen. Deze Tindersticks-klassieker prijkt op de tracklist van hun tweede titelloze album vlak na “My sister” en het is net dat laatste nummer dat Claire Denis ertoe bracht om de uitmuntende samenwerking aan te vatten. De cirkel was dus rond en na een laatste instrumentaal nummer viel dan ook het doek over een geslaagde avond.
Af en toe verliet een enkeling vroegtijdig de zaal, waarschijnlijk omdat ze zich aan een regulier Tindersticks-concert (en dan vooral het karakteristieke gebrom van hun frontman) verwacht hadden. Quod non! Niet dat deze groep zich normaliter beperkt tot het voor rockgroepen gebruikelijke instrumentarium (gitaar, bas en drum). Zowel op plaat als live lassen ze steeds sfeervolle intermezzo’s in waardoor hun werk altijd al als filmisch omschreven werd.

Meer dan ooit maakten ze donderdagavond echter duidelijk dat ze vooral om hun merites als componisten en muzikanten gewaardeerd willen worden. Vibrafoon, cello, viool, trompet en saxofoon kregen hierbij een erg prominente rol toebedeeld. Samen met de beklijvende beelden leidden ze tot een optreden waar we nog lang van zullen nagenieten…..of toch minstens tot we binnenkort diep in de modder van één of andere festivalweide gezakt zijn. Het moet immers niet alle dagen een statig decor zijn, nietwaar?

Organisatie: Bozar, Brussel (ikv Brussels Film Festival)

The Kills

Blood Pressures

Geschreven door

Drie jaar na de derde cd ‘Midnight Boom’ verschijnt van het rauwe garagerockabillyblues, vrouw – man duo, Alison ‘VV’ Mosshart en Jamie ‘Hotel’ Hince, de vierde ‘Blood Pressures’. Op de vorige cd klonken ze al toegankelijker en melodieuzer en naast de ritmebox sijpelden elektronicabeats door. Deze lijn wordt verder gezet en het zompige, smerige en rammelende geluid en de gejaagde ritmes zijn op het achterplan geraakt. Minder opwindend , doorleefd, verbeten en beklijvend dus maar nog steeds een broeierige sound. Vooral “Satellite” en “DNA” zijn heel erg sterk en zij vormen het uitgangsbord van de cd. We houden er van als ze songs spelen als “Heart is a beating drum”, “Nail in my coffin’” en “You don’t own the road”. De rest is minder krachtig en kernachtig.
Goede plaat, niks minder, maar ook niks meer …

The Joy Formidable

The big roar

Geschreven door

… Waaaw! … Wat zijn we hier onder de indruk van. Het uit Wales afkomstige The Joy Formidable komt aandraven met een genadeloos en verschroeiend debuut voor wie houdt van hippe, catchy , broeierige fuzzpoprock, een kruising van noiserock en shoegaze. Eerder verscheen de EP ‘A balloon called moaning’. De songs bijten sterk van zich af, hebben snedige hooks, injecterende ritmes en klinken fris, pittig en gedreven. Ze zijn ontdaan van enige franjes en de zweverige, bezwerende ondertoon biedt houvast. Een niet te stuiten samenspel van gitaar, bas, drums en cymbaalwerk, gedragen door een ijzersterke, soms etherische, breekbare, licht onverstaanbare, zang van de blonde Rizzy Bryan, die meteen ‘lookalikes’ oproept met andere blonde zangeressen als Debbie Harry (Blondie), Robyn, Twin Peaks’ Julee Cruise en de Raveonettes vamp Sharin Foo. Ze straalt het lieve, wilde zusje uit van Karen O van de Yeah yeah yeahs en Victoria Legrand van Beach House.
Muzikaal haalt het trio de kracht en extravertie aan van My Bloody Valentine, Lush, Ride, Swervedriver, Pixies, The Breeders, het oude Editors en The pains of being pure at heart.
Op geen enkel moment verliezen ze de melodie uit het oog en hebben we te maken met échte klassesongs. Ook als de nummers eens lekker worden uitgesponnen verveelt het geheel niet. Ze raken door de ingehouden spanning, de tempowisselingen, de opstootjes en de intensiteit. Wat een drive en energie, ophitsend, sprankelend, fris en dromerig. Ze variëren voldoende wat de plaat uitermate boeiend houdt.
The Joy Formidable verbaast, overweldigt en dondert over je heen! Lovende woorden zijn terecht op hun plaats.
De bijna acht minuten durende opener “The everychanging spectrum of a lie” vat alles samen wat we beschreven. En krakers hoor je, die uitmonden in hoogtepunten als “Austere” en “Whirring”. Het tweede deel van de cd klinkt iets gematigder; strakker en subtieler met songs als “Cradle”, “Llaw=wall”, “Chapter 2” en “The greatest light is the greatest shade”.
Kijk, dit is één van de ontdekkingen van 2011. … Waaaw! …

Raphael Saadiq

Stone Rollin’

Geschreven door

Retrosoul op en top. Raphael Saadiq uit Oakland California, is een laatbloeier binnen de retrosoul. De man is al vijfenveertig en weet definitief door te breken met z’n vijfde soloplaat. Aan de grondslag ligt de funkende rockstamper “Radio”, die de dansspieren weet aan te spreken. En songs als “Heart attack”, opener van de plaat en de titelsong moeten niet écht onderdoen.
Saadiq grijpt terug naar de muzikale rijkdom van Motown, zorgt voor een mix van rock, soul funk en blues, en mengt het oude geluid met moderne sounds, geïnjecteerd door dampende grooves en rock.
Lekker wegdromen , genieten en zwetende lijven tegen elkaar, dat voel je met songs als “Go to hell”, “Movin’ down the line”, Just don’t” en “Good man” door de orkestratie, flutes en zalvende vocals.
Inderdaad, binnen die retrosoul weet hij kleine, subtiele, gevatte varianten aan te brengen, wat een boeiende cd oplevert.
Saadiq put uit de stal van Marvin Gaye, Curtis Mayfield, Al Green, Sly & The Family Stone, Stevie Wonder, Chaka Khan, Prince en Lauryn Hill. Hij plaatst zich moeiteloos naast een Cee-Lo Green en Aloe Blacc, maw het levert hem alvast een mooi overtuigend plaatje op!

Atlas Losing Grip

State Of Unrest

Geschreven door

Wie houdt van een ouderwetse portie skatepunk (een genre dat in de nineties hoge ogen gooie met topbands als Lagwagen, Strung Out en Venerea) kan zich blindelings ‘State Of Unrest’ aanschaffen, het tweede full album van de Zweden van Atlas Losing Grip.  Ook wie gewoon houdt van melodische hardcore in het verlengde van groepen als Rise Against en H2O komt met dit schijfje flink aan z’n trekken.
Snelle, stevige en stuperstrakke riffs, machtig drumwerk, de nodige zangkoortjes en bovenal de unieke stem van zanger Rodrigo Alfaro (de gewezen frontman van Satanic Surfers van wie de muziek van Atlas Losing Grip duidelijk in het verlengde ligt) zijn de basisingrediënten van ‘State Of The Unrest’.
Veertig minuten lang weet ALG een hoog niveau aan te houden en serveert enkele absolute uitschieters als “Logic”, “Bitter Blood”, “All In A Days Work”, “Hook, Line & Sinker” en het rustige “Black Hole”.  Deze Zweden lijken wat ons betreft op weg op een van de absolute toppers binnen het genre te worden. Prachtplaat!

Eskorbuto

Eskizofrenia

Geschreven door

Eskorbuto zal bij vele jonge punkfans allesbehalve een belletje doen rinkelen.  Toch hebben we hier te maken met een van de belangrijkste bands binnen de Spaanse en Latijns-Amerikaanse punkrockscène van de vorige eeuw.  Aangestoken door de punkgolfbeweging eind jaren zeventig werd Eskorbuto in 1980 opgericht.  De drie groepsleden Ioso, Juanma en Paco kwamen allen uit Spaans Baskenland en werden al vlug getekend door het onafhankelijke label Spansuls Records.
Snel volgden een paar demo’s met nummers met welluidende titels als “Mucha Policia”, “ETA”, “Iros A La Mierda” en “Escupe A La Bandera”... Met andere woorden schuwde Eskorbuto geen enkel onderwerp of taboe, het zorgde er zelfs voor dat ze op een bepaald moment  (tengevolge de strenge toenmalige antiterreurwetgeving in Spanje) in de cel belandden.
De band zou enorm berucht en al even succesvol worden en na een zeer bewogen carrïere (twee van de originele leden legden er zelfs het bijltje bij neer ) werd Eskorbuto midden jaren negentig opgedoekt.

Munster  Records komt nu op de proppen met de heruitgave van ‘Eskizofrenia’, de eerste LP van de band die dateert uit 1984.  Deze schijf telt 18 nummers die werden opgenomen in de periode 1980 – 1984.  Verwacht geen gepolijste muziek maar wel 18 ruwe, directe en keiharde nummers die amper de twee minuten en een half  halen.  Verplichte kost dus voor  diehard-fans van oude, eerlijke punkmuziek!

Thee Oops

Taste Of Zimbabwe

Geschreven door

Vergeet al die Amerikaanse ‘punkrock’-acts genre Rise Against en Against Me die door druk van de commercie de laatste jaren steeds meer richting pop zijn opgeschoven…. Gelukkig zijn er nog andere en nieuwe bands die wel de echte punkspirit uitademen: Thee Oops is een kwintet uit Sardinïe (Italië) dat in een hels tempo garagepunk vermengt met stevige hardcore.  Dit plaatje gaat dus  razendsnel vooruit en verspringt voortdurend van nummer; het is quasi onbegonnen werk om te detecteren waar een song stopt en waar een nieuwe start.
In totaal passeren 18 tracks de revue en die duren allen amper tussen de vijfenveertig  en negentig seconden. De energie en adrenaline spatten van de nummers en doen ons denken aan bands als Circle Jerks en Minor Threat (op ‘Taste Of Zimbabwe’ staat met “Small Man Big Mouth” trouwens een cover van die laatste groep).  Zoek niet naar melodie en catchy refreinen want de mannen van Thee Oops alle spelen werkelijk alle frustratie, wanhoop  en agressie uit zich .
We kunnen ze geen ongelijk geven.want wie dagelijks te maken heeft met een clown en een oude viespeuk als  Silvio Berlusconi en diens alomvasttende greep op het maatschappelijke leven heeft verdomd veel om kwaad over te zijn. Ik durf er dan ook geld op te verwedden dat Silvio de muziek van Thee Oops niet op zijn Ipod heeft staan... ‘Taste Of Zimbabwe’ krijgt bij ons alleszins wel een plaatsje op de  mp3-speler en is nu al een van onze favoriete platen van 2011.

Primus

Primus - Meer virtuositeit dan fun

Geschreven door

Nogal wat mensen bleken ontgoocheld te zijn dat Primus niet gekozen had voor een jukebox formule met een aaneenschakeling van een resem klassiekers. Wij daarentegen houden er van wanneer een band toch voor een creatievere nieuwe oplossing kiest en okselfris nieuw werk (te verschijnen op het nieuwe album in september, het eerste in 13 jaar nota bene) voor een nokvolle AB met klasse uitprobeert tussenin een paar oudere en onverslijtbare songs.

Uiterst knappe nieuwe songs als “The last salmon man”, “The eyes of the squirrel”, “Jilly’s On smack”  en “The green ranger” kregen nogal uitvoerige en virtuoze behandelingen mee, maar klonken ons toch vooral fris in de oren. Zo te horen wordt het nieuwe album meer iets voor fijnproevers dan voor fuifbeesten.
Dat was net de grote vaststelling van deze avond. De drie heren van Primus zijn stuk voor stuk virtuoze muzikanten die graag hun kunde op een podium etaleren. Dit mag dan misschien een beetje ten koste zijn van het overhitte fungehalte van hun jonge dagen (kolkende songs als “Tommy The cat”, “Too many puppies”, “To defy the laws of traditon” en “Mr knowitall” werden vanavond volledig over het hoofd gezien), het toonde ons wel een Primus die op een grandioze manier het grootste deel van het publiek inpalmde (op een paar morrende fans met ‘Frizzle fry’ oogkleppen op na) met uiterst knappe songs en muzikale hoogstandjes.
Les Claypool blijft met straten voorsprong nog steeds de beste bassist die we ooit gezien hebben, gitarist Larry La Londe kronkelde de meest spitse riffs uit zijn instrument en drummer Tim Alexander speelde op eenzame hoogtes waar zelfs die van Battles moeilijk bij geraken.
Dus ja, we geven het toe, soms gingen de heren, en dan vooral Claypool, misschien iets te ver met hun “kijk eens mama zonder handen” -escapades, maar wij hadden er eigenlijk geen problemen mee (vorige maand nog Rush gezien, dus we zijn wel wat gewoon op dat gebied. A propos, die van Primus zullen de eerste zijn om toe te geven dat hun geluid wel degelijk door Rush beïnvloed is).
Helemaal zot waren ze nu ook weer niet, dus beantwoordden ze de hongerige fans tussendoor wel met splijtende versies van ‘all time’ klassiekers als “Here come the bastards”, “American life”,  “My name is Mud” en “Jerry was a race car driver”.
Als bisnummer hadden ze een absoluut wervelend en ophitsend “Pudding time” op hun kookpotje gezet. Met deze enige ‘Frizzle Fry’ song van de avond kregen de morrende fans toch nog het wilde feestje waarvoor ze gekomen waren.

Qua setlist dus niet wat velen hadden verwacht of gehoopt, maar wat ons betreft een schitterend concert. Zeer benieuwd naar dat nieuwe album.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Toto

Toto start Europese tournee in enthousiast Vorst Nationaal

Geschreven door

Toto is een van de bands die ik sinds mijn jeugdjaren vol belangstelling ben blijven volgen. In 2008 besloot gitarist Steve Lukather echter dat Toto definitief tot het verleden behoorde. Een emotionele afscheidsrede in open brief werd al vlug gevolgd door het bericht dat Toto toch opnieuw zou gaan toeren en dit deels ten voordele van bassist Mike Porcaro die gediagnosticeerd werd met de dodelijke neurologische aandoening ALS.
De laatste keer dat ik Toto zag was in 2006, toen nog met o.a. Bobby Kimball in de gelederen. Ditmaal zag de groepssamenstelling er totaal anders uit. Aan het roer vanzelfsprekend nog steeds stergitarist, Steve ‘the man with golden penis’ Lukather en Simon Phillips op drums; alsook de verrassende terugkeer van zowel David Paich en Steve Porcaro op keys en piano en Mister ‘The Seventh One’ Joseph Williams. Verder aangevuld door de getalenteerde bassist Nathan East en de vocale bijstand van Jenny Douglas en Mabvuto Carpenter.

Na een ellenlange reeks Beatles songs als intro doofden de lichten van een goed gevuld Vorst Nationaal en werd er geopend met het bombastische maar nog steeds aanstekelijke “Child’s Anthem. Tijdens “Till The End” mocht Joseph Williams zijn terugkeer inzingen. De tand des tijd heeft duidelijk nog niet veel invloed gehad op Williams’ unieke stem en naderhand moeten we toch stellen dat hij toch de betere Toto zanger is!
Tijdens “Lovers In The Night” mocht David Paich zich in de kijker spelen en zingen. De man ziet er niet echt gezond uit maar zijn pianospel blijft even betoverend en tijdloos. “Somewhere Tonight” ging naadloos over in een wat overbodig “No Woman No Cry”, waarin backgroundvocaliste Jenny Douglas de hoofdrol opeiste. Deze ‘Tina Turner’ maakte met haar buitengewoon stemgeluid enorm veel indruk!
Een vroeg “Rosanna” bracht de nodige herkenning en het Belgische publiek ging een eerste keer uit z’n dak. Het fragiele en dromerige “Lea” haalde jammer genoeg de vaart uit de set waarna “Gift Of Faith” en “Pamela” de band weer op kruissnelheid brachten. Toto is altijd een zeer diverse band geweest die verschillende muziekstijlen weet te combineren. Filmisch en zeer progressieve klanken tijdens het ‘keyboard extravaganza’, een toetsenduel tussen Paich en Porcaro. Pure hitparadepop tijdens ‘wildcardsong’: “Human Nature” van Michael Jackson, een song geschreven door Steve Porcaro en uitstekend gezongen door Williams én funk tijdens het opzwepende “Georgy Porgy” veranderden de klankkleur keer op keer.
Een uitbundig meegezongen: “Stop Loving You” (vooraf gegaan door een indrukwekkende melodieuze solospot van Steve Lukather) en de beste Toto song aller tijden “Home Of The Brave” maakten een einde aan de reguliere speeltijd.
Eenmaal kwam men terug om de eenheid in de linie te behouden en maakte een lang uitgesponnen “Hold The Line” een einde aan een twee uur durende show.

De band mag dan anno 2011 nog enkel op tour zijn omwille van financiële redenen en voor het steunen van hun broeder Mike, toch was dit de beste Toto formatie in lange tijd!
De terugkeer van zanger Joseph Williams was bijzonder sterk. Graag had ik nog meer songs gehoord uit ‘zijn’ periode maar dat had de set nog onsamenhangender gemaakt. Ook de terugkeer van toetsenist Steve Porcaro na 22 jaar zorgde voor een prominente aanwezig van kristalheldere synths, waarbij de sound van jaren ’80 nooit veraf was. Heerlijk!
Dit was ‘The First Night Of The Tour’ van de ‘In The Blink Of An Eye Tour’ dus helemaal zonder fouten werd er niet gespeeld. De ritmesectie ging meermaals uit de bocht en ook vocaal was niet alles altijd even zuiver. Die ene backdrop en de statische, sobere lichtshow kunnen we vlug vergeten.

Geen foutloos parcours, wel een zeer genietbaar en sterk afwisselend rockfeestje! ‘ Toto is dead, long live Toto’!

Setlist: *Child’s Anthem *Till The End *Afraid Of Love *Lovers In The Night *Somewhere Tonight / No Woman No Cry *Rosanna *Lea *Gift Of Faith *Pamela *Keyboard Extravaganza Paich/Porcaro *Africa *Human Nature *Stay Away *Georgy Porgy *Stop Loving You *Home Of The Brave
*Hold The Line

http://www.slide.com/r/Bo3_B8He1z_G5e403Z5cPmTfPBM1Afj6?previous_view=lt_embedded_url

neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhouse Talent

Benny Zen And The Syphilis Madmen

Run back to the safety of the town

Geschreven door

In een ver verleden stond Peter Houben bekend als bezieler van Mitsoobishy Jackson. Ondertussen experimenteerde ex-collega Pawlowski rustig verder en kwam Peter in zijn eigen project, Benny Zen and The Syphilis Madmen terecht.
De naam klinkt even hilarisch als de muziek want onder de noemer dat alles moet kunnen, presenteert Houben en zijn bende (en dit in produktie van muzikale duizendpoot Pascal Deweze) een plaat die ons doet glimlachen.
Nooit is het moeilijk, dit zijn gewoon veertien levensliedjes die de gekte van Weezer en het songtalent van The Beatles (een heel klein beetje toch) in zich hebben. Een nummer als "An aeroplane might knock you out" getuigt van een dosis gezonde humor en jawel, een nummer als "Isabel" is geschapen om mee te fluiten.
Klasse popplaat uit de Kinky star-stal.

William Fitzsimmons

William Fitzsimmons - Imposante baard is zijn geld waard!

Geschreven door

 

In onze bespreking van het vorige optreden dat William Fitzsimmons in de Botanique gaf, maakten we melding van drie studioplaten (‘Until when we are ghosts’, ‘Goodnight’ en ‘The Sparrow and the Crow’). In 2010 liet hij met ‘Derivatives’ een herwerking van een beperkt aantal nummers uit die drieling op de mensheid los alvorens in maart van dit jaar met nieuw werk, getiteld ‘Gold in the shadow’, op de proppen te komen. Wie iets dieper in de buidel tast, kan zich trouwens een deluxe-versie van die laatste cd aanschaffen met daarop - in het verlengde van ‘Derivatives’ - alternatieve versies van verschillende van die nieuwe nummers. Ook live probeert Fitzsimmons zijn muzikaal grootste gebrek, met name het immer sluimerende gevaar van de eentonigheid, te compenseren door qua instrumentatie wat variatie te introduceren. Het grootste gedeelte van het optreden liet hij zich bijstaan door het drietal dat onder de noemer Slow Runner het voorprogramma verzorgd had.

Een voorprogramma dat er trouwens niet in geslaagd was om ons bloed sneller te doen stromen. De groep rond singer-songwriter Michael Flynn putte voornamelijk uit hun twee laatste cd’s (‘Mermaids’ uit 2008 en ‘Damage Points’ uit 2011) waarbij de vaak poppy songs werden afgehaspeld alsof de vooruitziende heren energie wilden sparen voor het werk dat hen later op de avond nog te wachten stond. Zelfs een op zich veelbelovende thematiek als wurgseks werd in het afsluitende nummer zodanig lusteloos behandeld dat de groep ons langzaam aan de keel begon uit te hangen. Geen gemor dus toen bleek dat Slow Runner al vrij snel het hazenpad koos.

Hoewel de algemene verwachting was dat William Fitzsimmons zijn laatste cd kwam promoten, stelden de fans maandagavond tevreden vast dat ook zijn vorige platen uitvoerig heropgerakeld werden. Vooral ‘Goodnight’ (met o.a.  “You broke my heart” en “Everything has changed”, twee expliciet aan zijn vader gerichte songs) en ’The Sparrow and the Crow’ (met o.a. “After Afterall”, “If you would come back home“, “Just not each other” en “I don’t feel it anymore (Song of the Sparrow)”) kwamen ruimschoots aan bod. Vroeg in de set liet hij met “Find it in me” ook de herinnering aan de op zijn debuutplaat geschetste worstelingen met zijn (ondertussen ex-) partner opborrelen.
Qua nieuw werk noteerden we geslaagde versies van “Beautiful girl”, “The tide pulls from the moon”, “Blood and bones” en “Bird of winter prey”. Nog mooier was het beklijvende “Tied to me”, het enige nummer waarin Fitzsimmons zich zonder gitaar (en dus nog naakter dan anders) aan zijn publiek presenteerde.
Voor het overige zullen we ons voornamelijk de eerder geschetste variatie (na bijna elk nummer werd er van instrumenten gewisseld en soms liet hij multi-instrumentalist Josh Kaler zelfs toe om loos te gaan op zijn elektronica) en het goede humeur van de zanger herinneren. Af en toe excuseerde hij zich trouwens voor die opgewekte stemming. Wie de man aan het werk wil zien, gaat er per definitie vanuit zich eens lekker te kunnen onderdompelen in een hoop pure melancholie.
Tijdens de nummers zelf werd die verwachting volledig ingelost maar gedurende de vele lange pauzes ertussen kreeg de grapjas in William Fitzsimmons meer dan eens de bovenhand. Zijn geluk is hem trouwens van harte gegund. Na alle miserie die hij doorstaan heeft, doet het deugd om te zien hoe hij zijn publiek dankbaar en met heel veel humor trakteert op de vruchten van zijn talent. Na 75 minuten werd er met “Goodmorning” een punt gezet achter de show maar niet veel later keerde hij gretig terug om solo “Heartless” van Kanye West te brengen alvorens de volledige groep zich stortte op “Sweet home Alabama” van Lynyrd Skynyrd. Die coverkeuze illustreert nogmaals ‘s mans openheid naar verschillende invloeden.

Na “Fade and then return” liet Fitzsimmons voor het laatst zijn heerlijk warme stem weerklinken tijdens het door de mannen van Slow Runner met een hillbilly-touch opgevrolijkt slotakkoord getiteld “The winter from her leaving”.

Organisatie: Botanique (Brussel)

Hellfest 2011 – een helse editie - dag 3

Geschreven door

Hellfest 2011 - een helse editie - dag 3

Met spierpijn in alle ledematen stonden we zondag tegen de middag op. De Bad Brains zaten duidelijk nog in ons lichaam en bloed. Een extreem enthousiasme in de moshpit lag aan de basis van dit ongemak. Maar geen gezeur in de hel.

We moesten ons reppen naar de Terrorizertent. Daar speelde om 12h30 een groep die we voor geen geld van de wereld wilden missen: het uit Portland afkomstige Red Fang! Ze brengen vettige harde rock en hun videoclips zijn gewoon hilarisch. Check bijvoorbeeld deze eens op YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=WQPfQvLIseA !
Het werd één groot feest met een publiek dat uitzinnig werd. Zeker op songs als “Sharks”, “Prehistoric dog” en het uit hun recent uitgebrachte cd ‘Wires’. Ze mogen in de toekomst onze oren nog eens komen opwarmen. En wat meer was: door het constant geheupwieg was onze spierpijn plots weg.

Waar een subliem concert al niet goed voor kan zijn. We waren benieuwd wat Duff Mc Kagan’s Loaded ervan zou bakken op het hoofdpodium. Dat viel echter tegen. Weinig enthousiasme op het podium en in het publiek. Makke set. We hadden beter verwacht van de voormalig Guns & Roses-bassist en zijn makkers. Het was enkel op het einde van de set dat er wat meer begeestering op het podium en op de wei kwam. En dit natuurlijk bij de Guns & Roses’ songs “Attitude” en “It’s so easy”. Té laat naar onze mening en een gemiste kans.

Waar het wel van het begin tot het einde ‘boenk erop’ was: de loeiharde en retestrakke set van Cavalera Conspiracy. Het samenzweringspact dat de gebroeders Max en Igor Cavalera van het legendarische Sepultura sloten met de duivel. En het werd een helse set waar met een hellevuur in de voorste rijen van het publiek. De Sepultura klassiekers “Refuse/Resist”, “Territory” en uitsmijter “Roots Bloody Roots” zetten de wei in vuur en vlam. Heersers van het eerste uur!
De afwezigen die naar Kylesa waren gaan kijken hadden ontegensprekelijk ongelijk!
Hier de helse set:
Warlord / Inflikted / Sanctuary / Terrorize / Refuse-Resist / Territory / The Doom Of All Fires / Killing Inside / Blunt Force Trauma / Ultra-Violent / Black Ark / Cockroaches / Roots Bloody Roots.

We hadden geen zin in de gay-metal van Mr. Big en gingen naar de Terrorizertent om er Goatsnake aan het werk te zien. Onze oren werden getrakteerd op een vol uur doommetal om U tegen te zeggen. Prachtig geluid en frontman Pete Stahl in goeie doen.
Hier vind je de heavy setlist: Flower of Disease / Innocent / IV / Lord of Los Feliz / Trower / El Coyote / The Dealer / Mower.

Daarna nog vlug een schitterende versie “ Breaking the Law” van Judas Priest meegepikt, gingen we richting Electric Wizard. De Engelse doommetal st(r)oomboot uit Dorset zette letterlijk de Terrorrizertent onder stroom. Ze kunnen zich gerust meten met decibeloverschrijders Sunn O)) wat betreft het stoom uitblazen van de oren. Hamer en aambeeld deden overuren in het middenoor. We werden bijna letterlijk de tent uitgeblazen. Heavyness in het kwadraat! En zéér gesmaakt door ondergetekende.
Hun zware doomsetlijst: Satanic Rites of Drugula / The Nightchild / The Chosen Few / Return Trip / Dopethrone / Funeralopolis / Witchcult Today.


En dan was het zover: afsluiter van het festival Kyuss Lives. De reünie van het legendarische Kyuss minus Joshua Homme maar met onze landgenoot Bruno Fevery! Een reünie waar we al eens getuige van waren geweest op de vorige editie van Hellfest, toen bij het bisnummer “Green Machine” van Garcia Plays Kyuss, Nick Oliveri en Brant Bjork het podium beklommen om samen met John Garcia en Bruno Fevery de kers op te taart te zetten! En dit jaar was het niet anders. Het was nog beter zelfs. Meer nog door het feit dat ze door het missen van de vlucht van John Garcia van Canada naar Kopenhagen, hun gig op Copenhell moesten afgelasten. Garcia nam een volgende vlucht en moest daarna samen met zijn kompanen en de Hollandse crew van zijn persoonlijke manager nog uren in een tourbus vertoeven. Ze waren moe en ‘very pissed’ toen ze Clisson rond de middag bereikten. Daarna was het echter nog meer dan 12 uur tot de start van het optreden. Maar een ‘pissed off’ Garcia zingt nog krachtiger en beter. Geen bindteksten. Rechttoe - rechtaan stonerrock van de bovenste plank, gebracht door de pioniers van het genre. Onze landgenoot mocht gerust naast Joshua Homme gaan staan. Ogen dicht en je hoorde Kyuss zoals ze klonken toen ze starten met hun legendarische desertsessions nabij ‘Sky Valley’. Terug de kers op de taart! Low desert punks laten zich niet ontmoedigen door een tegenslag. Integendeel, ondergetekende vond ze nog sterker dan enkele maanden geleden op het dubbelconcert in de AB in Brussel. Heersers!
En goed nieuws want de heren zijn van plan om een nieuwe plaat uit de brengen. Hier de retestrakke setlist: Gardenia / Asteroid / Freedom Run / Thumb / One Inch Man / Molten Universe / Whitewater / El Rodeo / 100° / Supa Scoopa and Mighty Scoop // Encores: Odyssey / Green Machine.

Het werd terug een helse editie en we kunnen nauwelijks wachten tot volgend jaar. We onthouden ontmoetingen met leuke mensen (de Amerikaanse fotograaf van StayMetal Clothing Jaime Rodriguez en miss Hellfest 2010 Cassandre Lollipop-Ka) waar we het ganse weekend mee optrokken. En natuurlijk de excellente bands die we zagen en de puike organisatie. Op naar de volgende trip naar de hel!

Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2011 – een helse editie – dag 2

Geschreven door

Hellfest 2011 – een helse editie – dag 2
Op zaterdag was de affiche minder indrukwekkend ten opzichte van de vorige dag.

We besloten dan ook na het bekijken van een voortreffelijk optreden van plaatselijke trashmetalband Lyzanxia, de persruimte backstage op te zoeken. Daar konden we contacten leggen met collega’s van over de ganse wereld.

Rond 16h00 trokken we terug de wei op om Municipal Waste te checken. Deze crossover trashband uit Virginia bracht een leuke set met uitschieters “Terror Shark”, “Beer Pressure”, “Unleash the Bastards” en “Born to Party”.

Wat we zeker van geen geld van de wereld wilden missen was het Ierse Thin Lizzy. Opgericht in 1969 (!) en waarvan de legendes Gary Moore en natuurlijk boegbeeld Phil Lynott ooit deel van uitmaakten. Jammer dat beide heren al vertrokken zijn naar de eeuwige jachtvelden. De klassiekers “Jailbreak” en “The boys are back in town” bleven mooi overeind en blijven prachtige songs. Het hoogtepunt van de set was natuurlijk meezinger “Whiskey in the jar”. Een geslaagd concert van een legendarische groep.
Daarna trokken we terug persruimte in om onze collega’s te gaan vervoegen.

Het was blijkbaar ‘trashmetal-day’, want om 20h50 stond het legendarische D.R.I. (Dirty Rotten Imbeciles) geprogrammeerd in de Terrorizertent. Wij erheen. De pioniers van de crossover trash uit Houston, opgericht in 1982, mengen hardcore punk met trashmetal invloeden en waren een inspiratiebron voor groepen als Suicidal Tendencies en Corrosion of Conformity. Ze hebben nooit een grootschalig publiek bereikt maar kunnen altijd rekenen op een trouwe schare fans. En dit was vandaag niet anders: in de overvolle tent gaven ze een crossover trashset met een grote C! Uitschieters in hun set waren: “Beneath the Wheel”, “Trashard” en “I don’t need society”.

We bleven in de buurt van de Terrorizertent want een halfuurtje nadien was het de beurt aan Terror, een hardcoreband uit Los Angeles. Ze brachten hun hardcore set zoals die gebracht moet worden: straight in the face! Er was constant commotie in de moshpit en stagediven was schering en inslag. Soms deed de band denken aan Pro-Pain. Het was één en al feest met feestvogel en boegbeeld Scott Vogel in de hoofdrol. Gezien en goedgekeurd!
Hier hun setlist: Stick Tight / One With the Underdogs / Never Alone / Betrayer / You're Caught / Push It Away / Spit My Rage / Overcome / Keep Your Mouth Shut / Keepers of the Faith.

The Scorpions sloegen we over, wegens geen interesse in deze Duitse gay-metal. We keerden terug naar onze vrienden in de backstage om er nog wat verder te keuvelen over muzikale interesses, etc. We zaten vol spanning te wachten wat hoofdact Bad Brains ervan zou bakken rond de klok van 01h00. Alles hing namelijk af van welke hoeveelheid verdovende middelen frontman H.R. tot zich genomen had. Er werden om die reden al tours afgelast of er volgde een abominabel concert. Er was al een slecht voorteken want de heren hadden hun persafspraken blijkbaar al gemist. Maar geheel tegen de verwachtingen in kregen we hét concert van de dag te zien en te horen!
H.R. bleek deze keer nog wel te weten dat hij zich op onze blauwe planeet bevond en niet ergens ver weg in ons universum. Meer nog: hij was verdomd goed bij stem! Jah zij geloofd! Er volgde een magistrale set met uitschieters “I against I”, “Banned in D.C.”, “Sailin’ on” en “Pay to cum”. Telkens onderbroken door H.R. die met zijn lijzige en een lach opwekkende stem kurkdroog het volgende nummer aankondigde. Dit meermaals met de typische buiging en dankgroet. Jah werd natuurlijk ook meermaals geprezen en geloofd en dat kwam volledig tot zijn recht in het meesterwerkje “Give thanks and praises”, waar subliem werd overgeschakeld van ranzige reggae naar hevige hardcore. H.R. had stralende ogen en zag dat het goed was. Het publiek ging volledig uit zijn dak. Dr. Know schraapte de snaren van zijn gitaar en ritmesectie Earl Hudson (drums) en Darryl Jenifer (bass) gaven er een lap op.
Dit was een uniek concert en een meer dan waardige afsluiter van deze tweede festivaldag.

Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2011 – een helse editie – dag 1

Geschreven door

Hellfest 2011 – een helse editie – dag 1

Het driedaagse Hellfest dat jaarlijks plaats vindt in het pittoreske dorpje Clisson nabij Nantes was dit jaar terug een schot in de roos. Dat de weergoden bij momenten van zich lieten horen, kon de pret niet bederven. Het uitverkochte openluchtfestival was terug een grandious feest voor de alternatieve muziekfans. Hieronder een beknopt sfeerverslag.

Op vrijdagochtend om 11h00 konden we al getuige zijn van een puik potje recht-door-zee rock van Valient Thorr. De Amerikanen uit North Carolina kregen maar een half uurtje om zich te bewijzen op het hoofdpodium. Hierdoor was hun set nog intenser. De bebaarde zanger Valient Himself had er duidelijk zin in en dat werkte aanstekelijk op het publiek dat volledig uit de bol ging. Krachtige versies van o.a. catchy opener “Double Crossed”, “Infinite lives”, “Mask of Sanity” en “Sleeper Awakes” deden de eerste rijen heen en weer deinen. We onthouden ook het moment dat Valient Himself een dubbele rij fans aanmaande om op de grond gaan zitten, waarna hij ertussen kwam springen om hen ter plaatse te entertainen. Het hels feestje was ingezet. Maar het bleek van korte duur want de weergoden beslisten om zich een eerste keer te mengen in het feestgedruis. Gevolg: bakken regen uit de lucht en serieuse windstoten.

We besloten wijselijk om ons terug te trekken in de backstage om er ‘in het droge’ de concerten van de legendarische The Dwarves, Dagoba (Franse versie van Fear Factory) en Maximum The Hormone (Japanse mayhem zoals alleen zij het kunnen brengen) op klein scherm mee te volgen. Jammer, want het zag er allemaal schitterend uit en het publiek zag er geen graten in om zich volledig nat te laten worden.

Het was nog lichtjes aan het regenen toen The Cult rond 17h00 het hoofdpodium betrad om er toepasselijk af te trappen met “Rain”. Er volgde een klein uur nostalgie met klassiekers “Sweet Soul Sister”, “Lil’ Devil” en het finale trio “Wild Flower”, “She sells sanctuary” en hoogtepunt en meezinger “Love Removal Machine”. Ian Astbury (duidelijk te kampen met wat overgewicht) was in goeden doen en zijn magistrale stem galmde tot in Nantes. Menig tamboerijn vloog het publiek in en na het laatste nummer vond Astbury het nodig om gehakt te maken van een groot gedeelte van het drumstel. Onder een nog naschreeuwende gitaar van Billy Duffy verlieten de Britten met opgeheven hoofd het podium. Het publiek gaf ze nog een extatisch applaus.

Het was lopen geblazen naar de Terrorizertent om nog een plaatsje te bemachtigen voor het optreden van Karma To Burn. We zagen ze al meermaals aan het werk (de heren houden van touren) en ze ontgoochelden nog nooit. Ook deze keer was het pal in de roos. Gitarist William Mecum, bassist Rich Mullins en drummer Rob Oswald gaven er een lap op. Hun typische stoner metal bracht een uit zijn voegen barstende tent tot een kookpunt. Daar hun songs allemaal getallen zijn, vind je hier de winnende cijfers in volgorde: 20-32-30-28-14.

We verlieten na nummer 14 de tent om de opener van Down niet te missen op het hoofdpodium. De supergroep rond zanger Phil Anselmo (Pantera, Superjoint Ritual), drummer Jimmy Bower (EyeHateGod), gitaristen Pepper Keenan (Corrrosion of Conformity) en Kirk Windstein (Crowbar) lieten er van de start geen twijfel over bestaan: dit werd een uurtje ‘southern sludge metal’ om U tegen te zeggen. Anselmo ging tekeer als een briesende buffel met een overdosis testosteron en de andere leden lieten hun instrumenten donderen over de volgelopen weide. Bulldozersongs “Lysergik Funeral Procession”, “New Orleans is a Dying Whore”, “Hail the leaf” en “Stone the Crow” verpletterden het publiek ‘en masse’. Kippenvelmomenten: het aan de doodgeschoten Pantera-gitarist Dimebag Darrell opgedragen “Lifer” en outro “Bury Me in Smoke” wanneer nog wat leden van EyeHateGod en C.O.C. de helden op het podium vervoegden.

Het publiek ging nu volledig plat en verpletterd trokken we richting Terrorizertent om nog een kwartiertje The Young Gods mee te pikken. Wat een contrast: van zware sludgemetal naar verfijnde elektronische rock. We konden de setlist te pakken krijgen en daaruit bleek dat voor het overgrote deel van hun set uit hun laatste – iets kalmere – album werd geput. Dit naar analogie met hun doortocht in de Botanique in Brussel enkele maanden geleden. Uitsmijters van dienst waren een verdacht kalme en bizarre versie van “Envoyé” en een magistrale en uit volle borst meegezongen “Skinflowers”.

Om 21h00 was het tijd voor pioniers Iggy & The Stooges om ons nog eens te tonen hoe het echt moet en hoe je – ondanks het feit dat je al in de zestig bent – er nog altijd staat als een huis. Iggy sprong weer alle kanten op, strak geondersteund door ritmesectie Mike Watt en Scott Asheton en geflankeerd door gitarist James Williamson en saxofonist Steve Mackay. De klassiekers vlogen ons letterlijk om de oren. En een optreden van Iggy en the Stooges moet je niet beschrijven: je moet er gewoon bij zijn.
Hier de setlist:
Raw Power / Search and destroy / Gimme Danger / Shake Appeal / 1970 / Fun House / Open Up And Bleed / L.A Blues / Beyond the Law / Penetration / I Got a Right / I Wanna Be Your Dog / No Fun. Van het begin tot het einde een klasse concert; of had je iets anders verwacht.

Toen we dachten dat we alles al meegemaakt hadden, kregen we de verrassing van de avond direct erna voorgeschoteld: Clutch gaf direct na The Stooges een gedenkwaardig optreden. In een volgestouwde tent kregen we een klein uur les in hoe aanstekelijke bluesy stoner rock gebracht moet worden. Dat ze – opgericht in 1990 – meer gerijpt zijn, konden we in levenden lijve ondervinden. Zanger-gitarist en boegbeeld Neil Fallon heeft een stem als een klok en maakte hier dan ook dankbaar gebruik van. Het werd een uitzinnig optreden met een publiek dat volledig uit de bol ging. Vooral tijdens “Electric Worry”. Pure klasse. Dat ze maar vlug eens onze contreien komen opzoeken.
Hier de setlist: The Mob Goes Wild / Profits of Doom / 50,000 Unstoppable Watts / Mice and Gods / Gravel Road / Struck Down / Freakonomics / Cypress Grove / Electric Worry / One Eye $.

Ze bleken de ideale opwarmer voor The Melvins, die de decibelmeter nog meer in het rood joegen. Wie The Melvins niet kent, heeft een serieus gat in zijn cultuur. Het was aanstekelijk om te zien hoe de mannen van Down “totally bezerk” gingen in de volgepakte sidestage van de Terrorizertent. Sinds het toevoegen van de twee leden van Big Business (Jared Warren op bass en Coady Willis op drums) zijn The Melvins er alleen maar hechter en nog sterker uitgekomen. Vooral het gebruik van een tweede drumstel versterkt hun typische oersound. Mooi om zien is het bijna perfect synchroon drummen van zowel Willis als Dale Crover. En dit dan nog in spiegelbeeld (Coady Willis is linkshandig). Het werd terug een memorabel concert met in de hoofdrol zanger-gitarist Buzz Osborne (met zijn typische kapsel, cfr. Sideshow Bob uit The Simpsons). Halverwege de set was er zelfs plaats voor wat covers: “Second Coming” en “Ballad of Dwight Fry”.
Het hoogtepunt van de show was ongetwijfeld “Night Goat”, toen Jimmy Bower van Down zelf plaats mocht nemen achter het drumstel van Crover, die Buzzo’s plaats achter de microfoon innam. Hard en luid was het, met andere woorden: typisch Melvins!
Hier de setlist: Roman Bird Dog / The Water Glass / Evil New War God / It’s Shoved / Anaconda / Queen / Second Coming / Ballad of Dwight Fry / Sacrifice / Hooch / Honey Bucket / With Teeth / Sweet Willy Rollbar / Revolve / Night Goat.

Afsluiter van de avond was Monster Magnet. En ook hier niets te klagen. Dave Wyndorf is dan misschien wel een opgeblazen versie van vroeger (obesitas extremus); dit doet niets af van zijn typische stem. Omgeven door een bende langharige bloeddorstige wolven gaf hij het beste en nog meer van zichzelf.
Wie dacht dat Monster Magnet afgeschreven was, moest op Hellfest toegeven dat ze nog even goed klonken als in de begindagen. Het werd een naar een climax opgebouwde set die uitmondde in de klassiekers “Powertrip” en “Space Lord”. Een set waar niets op aan te merken was.
Hier vind je de setlist: Nod Scene / Tractor / Dopes To Infinity / Hallucination Bomb / Dig That Hole / Medicine / Look to Your Orb for the Warning / Crop Circle / Powertrip / Space Lord.

Een eerste zéér geslaagde dag was ons ten deel en deze zou de volgende twee festivaldagen ruimschoots compenseren.

Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Vetiver

Vetiver voor aangename zomeravonden …

Geschreven door

Altijd wel leuk bands aan het werk te zien als een Vetiver die een neofolky/americana stijl hanteren. De band rond de charismatische zanger/gitarist Andy Cabic, een jonge Tom Waits lookalike met hoed op, biedt de ideale soundtrack voor een midzomeravond als deze. Hij heeft met z’n band al een handvol cd’s uit en plaatste de opvolger van ‘Tight knight’, ‘The Errant Charm’ in de spotlights, rustig voortkabbelende, dromerige songs die sfeerschepping voorop stellen; materiaal die country/blues laat doorsijpelen en af toe iets meer vaart krijgt en krachtiger durft te kinken. Je kunt niet omheen Devandra Banhart, South San Gabriel, Fleet Foxes, Grizzly Bear en Local Natives om Vetiver ergens te plaatsen.

Ook vanavond kregen we een goed uur easy listening pop met een rockend hart op het einde. De songs zitten goed in elkaar, maar beklijven of overdonderen niet echt meer. De lichtvoetige en broeierige pop van sfeervolle songs als “Hard to break”, “Rolling sea”, “You may be blue”, “Sister” en “Worse for wear”, worden bepaald door gitaargetokkel, elektrische gitaar, synths en spaarzame en slepende, schuifelende percussie. De lichthese, gevoelige zangpartijen geven elan. Halfweg de set durfde het ensemble naar een forsere aanpak te gaan, iets dieper en breder, o.m. door een uitgesponnen “Luna sea”, “It’s beyond me” en “Wonder why”. Songs die eerden mochten verdeeld zijn tussen het ingetogen materiaal.
Vetiver was hier voor de derde keer te gast en komt graag naar ons landje omdat het publiek het materiaal apprecieert en de band een warm hart toedraagt. In de bis  trokken ze feller van leer, een rockende band op “Can’t you tell” en “More of this” waarbij Jon Spencer en The Cramps eventjes kwamen lonken.

Vetiver bood een open, warme sound van innemend materiaal en broeierige rockers; het leverde een afwisselende set op en doet ons ‘hunkeren naar’ en ‘mijmeren van’ zomerse avonden aan het strand …

Ook de support was meer dan de moeite waard. De onbekende Marques Toliver kreeg meteen het publiek naar z’n hand in de Rotonde, gezien hij zich bij het publiek plaatste en met een minimale versterking hen moeiteloos inpalmde met z’n heldere, krachtige, indringende stem. De jonge afro ‘Daytone Beach’-er overtuigt met akkoorden autoharp en viool en scherpt de songs aan met te stampen met zijn leren ‘boots’ op de vloer, vingertics en z’n
vriendelijke indrukken en verhaaltjes.
Eenvoudig, doeltreffend en doordacht. ‘Markiés’, zoals we de naam moeten uitspreken, deed het met zijn stem, muziek zonder band en zonder tape. Een sing/songwriting en een neofolky stijl die doordrenkt was van soul en r&b …
(Nog te zien op deep in the woods festival, eerste weekend september - http://www.deepinthewoods.be )

Organisatie: Botanique, Brussel

Papercuts

Bedwelmende indiepop van Papercuts

Geschreven door

Papercuts zijn 4 brave jonge kerels uit de buurt van San Francisco en zo klinken ook hun indie popnummers: verfijnd, sfeervol, een tikkeltje psychedelisch, maar altijd extreem melodieus. Poses waren aan deze heren duidelijk niet besteed en toen ze schuchter op het donkere podium van de Witloof Bar plaatsnamen leek het erop of ze er niet gerust in waren of ze in een concertzaal, dan wel in een darkroom beland waren.  

Hoewel ze al meer dan 10 jaar aan de muzikale weg timmeren blijft Papercuts nog een nobele onbekende, al mag daar op basis van hun optreden in de Botanique toch wel eens verandering in gaan komen. Tijdens “Future Primitive” en “Do What You Will” overbrugde het viertal met veel gemak 40 jaar zalige popmuziek tussen The Byrds en Grizzly Bear. Op “John Brown” zocht de ijle zang van Jason Robert Quever wanhopig naar een uitgang onder de lage gewelven en naar het einde toe van de te korte set bewees “Do You Really Wanna Know” van het nieuwe album ‘Fading Parade’ live alle potentie in huis te hebben om doorbraaksingle te worden. De talrijke muziekliefhebbers die vorig jaar zo verknocht waren aan Avi Buffalo worden bij deze warm aanbevolen om deze zomer ook eens Papercuts in de boomgaard te laten weerklinken.

Organisatie: Botanique, Brussel


Jason And The Scorchers

Jason & The Scorchers - Old School Cowpunk

Geschreven door

Zo een dikke 25 jaar geleden is het dat wij Jason And The Scorchers een geweldig heet concert zagen geven in de Gentse Vooruit. De band profiteerde toen mee van de aandacht voor een hele reeks opwindende gitaargroepjes die uit Amerika kwamen overgewaaid (The Dream Syndicate, The Replacements, Green On Red, The Gun Club, The Long Ryders,…) en kon zonder problemen een uitverkochte Vooruit inpalmen met een stomend concert die in ons geheugen voor eeuwig de term ‘legendarisch’ heeft meegekregen.

Met een voortreffelijke nieuwe plaat ‘Halcyon Times’, die in zijn beste momenten de geest van destijds en dan vooral van de geweldige schijfjes ‘Fervor’ en ‘Lost and found’ nastreeft, kwamen de cowboys naar de Trix te Antwerpen overgevlogen. De publieke belangstelling is niet meer wat het geweest is, wij schatten de aanwezigen op zo een slordige 150 man, maar de intensiteit van de band is intact gebleven. Het mengelpapje van country, rock’n’roll en punkrock is nog steeds het handelsmerk van deze cowpunkers. Een springlevende Jason Ringenberg en zijn band lieten de ietwat mager opkomst niet aan hun hart komen en rolden als een op hol geslagen buffel door hun set.
Er werd al pittig van wal gestoken met de funrock van het nieuwe “Mona Lee” gevolgd door het denderende “Absolutely Sweet Marie”, die wervelende Dylan cover waarmee Jason & The Scorchers zichzelf destijds voorgoed op de wereldkaart hebben gezet.
De punkspirit van de hoogdagen en van de Gentse Vooruit heeft misschien een (klein) beetje aan intensiteit moeten inboeten (is ook niet meer dan normaal voor deze heren op respectabele leeftijd) maar de gretigheid, vinnigheid en levendigheid zaten nog steeds aardig vervat in onverslijtbare klassiekers als “Last time around”, “Harvest Moon”, “Broken whiskey glass”, ”Shop it around” en vooral in de kolkende cowpunkrocker “I can’t help myself”. Ook de typerende onbeschaamde en onvervalste country krakers als “Still tied” en “Pray for me mama, I’m a gypsy now” waren even aangrijpend als weleer.

Met prima songs als “Land of the free”, “Better than this” en “Twang town blues” was het nieuwe ‘Halcyon times’ flink vertegenwoordigd, en de absolute klepper hieruit werd tot op het eind bewaard, een spetterend “Moonshine Guy” (cowpunk in volle glorie) bracht de zaal tot ver boven de kooktemperatuur.
Een aangename verrassing ook in de bisnummers. De gitarist zijn moeder was zomaar eventjes komen overvliegen uit Nashville, de 70 jarige madame mocht van zoonlief een bisnummertje meezingen, en prompt zong de dame op een geweldige manier de Rufus Thomas kraker “Walking the dog”.  Wie zich met haar inbreng aan een melig country nummertje had verwacht, kwam er bekocht van af, want de dame rockte als een vat ongedistilleerde Jack Daniels. Zo zorgde ze zowaar voor een hoogtepunt van de avond, tot grote vreugde en tonnen respect van het publiek en de band. Jason Ringenberg, die zichzelf ook al heel de avond als een uitmuntend entertainer had geuit, was nog geen klein beetje onder de indruk. Het vervolg die Jason en de zijnen op het oudje haar glansprestatie klaar hadden, was ook niet van de poes. De band vloog er nog een laatste keer in met de withete rocker “White Lies” en beëindigde zo een absoluut knallend concertje.

Wij hadden graag nog “I really don’t want to know”, “Blanket of sorrow” en “Lost Highway” gekregen als toetje, maar een mens kan niet alles willen, we waren al lang tevreden.

Hun passage in de Vooruit zal altijd nog wel iets hoger ingeschat worden in het concertarchief dat in onze bovenkamer geprent zit, maar dit hier kon absoluut gelden als een bijzonder prettig weerzien met deze sympathieke gasten.
Met de cowboyhoed fier op onze kop naar huis gereden

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

Young Knives

Ornaments from the silver arcade

Geschreven door

Het Britse Young Knives maakte enkele jaren terug deel uit van de postpunkbeweging met groepen als Futureheads, Maxïmo Park, The Rakes en ga zo maar door, springerig, speels, fris en leuk … Maar al gauw gingen deze bands subtieler klinken en gingen ze de poprichting uit. Ook deze Young Knives gingen in dezelfde richting, waardoor deze derde cd meer is uitgediept door synths en grooves; broeierig, intens materiaal dat soms wat strakker en directer is. “Human again” beantwoordt nog het best aan de oude aanpak. Songs als “Love my name” verdient een hit te worden. Popparels als “Woman”, “Everything falls into place” en “Sister Frideswide” overtuigen. Naar het eind toe verbazen ze met de opbouwende “Glasshouse” en “Storm clouds” die een goed dansbaar gehalte heeft.
Het trio uit Oxford heeft op die manier een fijn poprockplaatje uit !

Disappears

Guider

Geschreven door

Disappears is een vijftal uit Chicago onder Brian Case. Ze passen binnen het plaatje van krautrock- shoegaze en psychedelica. Zes tracks vinden we terug, waarbij de afsluitende track “Revisiting” net zo lang is als de vijf andere tracks samen. Wie houdt van oudjes My Bloody Valentine, Ride en Suicide en het linkt met de huidige rits A place to bury strangers, Black Angels en BRMC zal hier z’n gading vinden.
“Revisting” klinkt uitermate boeiend en aangenaam door de repetitieve, opbouwende ritmes, de sonische draaigolf, de opstootjes en de drive en energie. De vijf andere tracks zijn als het ware een deelaspect van die ene song, waarbij vooral de titelsong in het oog springt.
Het kwintet klinkt op zich niet origineel, maar diept nog eens deze boeiende stijlrichting uit. Disappears verdient het niet zomaar te verdwijnen …

White Noise Sound

White Noise Sound - 2 -

Geschreven door

Het Welsche gezelschap (zes leden welgeteld) van White Noise Sound debuteert met een opmerkzame psychedelische rock en drone plaat, die niet vies is van enige shoegaze uitstapjes. De band grijpt terug naar de psychedelica van Spacemen 3, Spiritualised, Suicide en Velvet Underground en breidt aan z’n songs een sferisch, dromerig, repetitief opbouwend en experimenteel klanktapijt; op die manier hebben sommige nummers een lange tijdsduur en ondergaan ze verrassende wendingen. Een ‘wall of sound’ en soundscapes …, ze omschrijven hun sounds als ‘psychotic, hypnotic & neurotic’, wat goed gevonden is. “Blood”  is een kraker. In die muzikale brij horen we op de afsluitende tracks “Don’t wait for me” en “In both dreams & ecstasies” semi-akoestische gitaarriedels doorklinken .
Voor de liefhebbers van dit unieke genre weet White Noise Sound te verbazen ...

Pagina 408 van 500