logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Long

American Primitive

Geschreven door

LONG is het nieuwe groepje van Rubert Huber (Tosca) en Chris Eckman (The Walkabouts).  Beide bands worden gekenmerkt door een atmosferisch geluid. Tosca heeft het meer voor een zomerse lounge cocktail met lichte dance invloeden terwijl The Walkabouts altijd garant hebben gestaan voor sfeervolle Americana.
Fijn om te horen dat de combinatie op zich wel degelijk werkt. Het is niet zo dat een Tosca achtige song afgewisseld wordt met een Walkabouts track, hier is echt een nieuwe groep uit ontsproten met een eigen sound, en dat is een knappe prestatie. Sfeer is het codewoord en de elektronica vloeit mooi samen met de epische gitaren en piano’s. Vooral de instrumentale nummers “Stockerau” en “Longitude Zero” zijn fijne sfeerscheppers.
Verzachte en vaak zwoele vocals van Chris Eckman en de dames Anda Eckman en Chantal Acda stralen een gloed van warmte uit in subtiele songs als “Dust” en het adembenemend mooie “Night Fisherman”.
Zo bezorgt dit hele album ons een lekker humeurtje zonder uitspattingen, het klinkt met name steeds zomers zonder in een echte fiësta uit te barsten.
Het duo heeft tot slot nog een dromerige zonsondergang in petto met een ijl en wegdeemsterend “Run of days”, een knap einde van een mijmerend plaatje.

The Blue Van

Love Shot

Geschreven door

Wat bezielt een bende jonge rockers om het roer volledig om te gooien en van potige garage rock met een sixties touch om te schakelen naar een soort verwerpelijke bombastische rock ? Lonkt de hitparade ? Zijn er vreemde hersenkronkels aan voorafgegaan ? Slecht spul gesnoven ?
Wij snappen er eerlijk gezegd niets van, maar wij menen ons The Blue Van te herinneren als stevige Deense rockers met een gezonde voorliefde voor The Who, The Kinks en The Nomads. Zo zagen wij hen in 2005 ergens op een zijpodium van Pukkelpop serieus van jetje geven, staat in ons rock’n’roll geheugen nog geboekstaafd als een stomend concertje. Maar de tijden veranderen blijkbaar.
‘Love Shot’ is reeds hun vierde album en ’t is een ongelooflijke stinker. De plaat staat vol met flauwe en melige FM rock, hersenloze glam-rock en werkelijk tenenkrullende slijmerige ballads die kunnen concurreren met het slechtste van Aerosmith en Journey.
Volgens de groep zelf is het een bewuste koerswijziging, volgens ons is het een ernstige dwaling waar ze hopelijk veel spijt zullen van krijgen.
Welgeteld één song (“Hole in the ground”) hebben wij ontdekt die de moeite waard is, doet ons trouwens sterk denken aan The Sore Losers. Die song hebben we op onze i-pod geslingerd, het plaatje zelf hebben we meteen de vuilbak ingekieperd en daarna grondig onze handen ontsmet.
Wat een draak van een plaat. Dit is erger dan nucleair afval. Laat ons hopen dat ze tot inkeer komen en terug richting vuile rock trekken, want dit is echt niet te harden.

Taifun

Trondheim

Geschreven door

Een drietal maanden geleden schreven we op deze website een lovende recensie van  ‘Archipelagos’, een fijne verzamelaar  met daarop alle bands van het Luikse Honest House-label.
Taifun, een van die groepen komt nu met een eerste full album ‘Trondheim’.  Deze band is genoemd naar een song van Motorpsycho, een formatie die afkomstig is van ... Trondheim.  Opvallend is dat Taifun er duidelijk in slaagt een eigen smoel te etaleren, de muziek houdt ergens het midden tussen indierock, postrock en emocore. Slechts negen songs (waarvan sommige lang uitgesponnen zijn) die heel afwisselend zijn (soms snel, nerveus en hevig; op andere momenten heel rustig en ingetogen) en zeker weten te overtuigen.  Taifun refereert hierbij aan verschillende bands zoals (uiteraard) Motorpsycho, Modest Mouse, Sonic Youth, Reiziger  en Hitch en de vocalen doen ons bij momenten aan de jonge Tom Barman.  ‘Trondheim’ is zo een meer dan behoorlijke debuutplaat geworden die de status van Taifun duidelijk in de verf zet.

tUnE-yArDs

Kleurrijk en begeesterende tUnE-yArDs

Geschreven door

Ferm gerespecteerd en warm onthaald werden ze, de uit Oakland afkomstige zangeres/multi-instrumentaliste Merrill Garbus en bassist Nate Brenner. Ze houdt er betreffende haar project tUnE-yArDs een speciale schrijfwijze op na. De sympathieke Garbus is toe aan haar tweede album, die het twee jaar geleden ‘BiRd BrAiNs’ opvolgt. Ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin we folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en aanstekelijke drumloops horen. Het lijkt allemaal een beetje rommelig, een soort bizarre knutselpop met hiphopachtige beats, kleurrijk en ritmisch en die tot de verbeelding spreekt. De songs werden in een mooi lofi world concept gegoten.

Het duo schilderde enkele indianenstrepen over de kaken en op haar shirt waren enkele roze veren geprikt. Muzikaal stonden twee blazers het duo bij. Afwisselend materiaal van de twee cd’s hoorden we, met de smachtende “Gangsta” (single!), “Bizness”, “Real life flesh” en “My country” die het publiek in de AB Club ophitsten. In die broeierige, groovy songs ademde een kleurrijk Couleur Café door, doordacht en dansbaar, met verrassende wendingen.
Er was sprake van een gretig afwisselende aanpak. “Hatari” in de beginfase, solo ingezet op ukelele van Garbus, die even verderop breder en forser klonk door de ritmebox, afrobeats, gitaarloopjes en de vooraf opgenomen voicesamples, gedragen door haar bedwelmende, variërende zangpartijen. Ze beet fel van zich af. Met beperkte middelen een doeltreffend geluid produceren … “Powa”, “Fiya” en “Riotriot” volgden  … Doe het haar maar na … al of niet met meer world, percussie en blazers. De psychedelica drong meer door in songs als “Es-so”, ergens Stereolab en Laetitia Sadier.
tUnE-yArDs maakt een som van Soul Coughing, Zap Mama, Animal Collective, Stereolab en G Love en dompelt het onder in lofi.

Vol lof was het publiek voor de excentrieke, ritmische, kleurrijke sounds van het talentrijke tUnE-yArDs, die zelfs twee keer terugkwamen en met “Killa”, “Doorstep” en een lofi Seasick Steve song begeesterend klonken. Straf spul subliem gebracht. Chapeau!

Thousands, Kristian Gerrard en Luke Bergman, een duo uit Seattle, stelde als support hun debuut ‘The sound of everything’ voor, new acoustic movement en sing/songwriterpop in de voetsporen van Elliott Smith en Nick Drake … Sober ingehouden, breekbare pop en een integer, emotievol stemgeluid. ‘Skyhigh music’ omschreven ze het zelf. Mooi gevonden alvast!
 
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Moby

Moby - Niet het verhoopte dansfeestje, wel aardig concertje

Geschreven door

Dat het sympathieke kleine mannetje in een snel veranderende muziek- en dancewereld op vandaag niet meer ‘hot’ is, is een understatement. Sedert ‘Play’ uit 1999 heeft hij geen deftige plaat meer uitgebracht (opvolger ‘18’ was nog een commercieel succes, maar het was niet meer dan een lauw doorslagje van ‘Play’ en de platen die er op volgden waren zowaar nog zwakker, met als absolute dieptepunt het vehikel ‘Hotel’).
In de Botanique kwam Moby zijn nieuwste album ‘Destroyed’ voorstellen, een plaat die laat ons zeggen wel zijn momenten heeft, maar die alweer mijlenver staat van de klasseplaatjes als ‘Everything is wrong’ en ‘Play’.

Wetende dat de ukkepuk ondertussen een mega status verworven heeft -gewoonlijk speelt hij in immense zalen of op grote festivals voor duizenden toeschouwers- leek het ons toch wel bijzonder om hem te gaan bekijken in de gezellige Orangerie van de Botanique voor amper zeshonderd trouwe fans.
Een paar zaken werden ons meteen duidelijk : vernieuwend is de muziek van Moby al lang niet meer en de nieuwe songs zullen het niet tot klassiekers brengen. We troffen wel een uiterst enthousiaste Moby aan die genoot van elke minuut die hij op dat podium van die kleine zaal mocht staan. Speciaal voor het Belgisch volkje speelde hij de rocker “That’s when I reach for my revolver” die niet in de reguliere setlist was opgenomen en die voor ons meteen als één van de hoogtepunten van de avond kon doorgaan. Ook had hij er geen erg in om één song (“Natural blues”) in verschillende toonaarden twee keer na elkaar te spelen, en dit vooral om zijn zangeres een plezier te doen. En dit bracht ons meteen naar het volgende probleempje. De donkere dame was gezegend met een prachtstem, wat zowel haar sterkte als haar zwakte bleek te zijn. Ze overdreef nog geen klein beetje met het etaleren van haar vocale bereik, en dat was soms een zegen maar elders stond het dan weer de songs serieus in de weg. Moby zou het mens een beetje meer moeten intomen.
Voor het overige was de haarloze lilliputter zelf verduiveld goed op dreef en bleek hij ook een verbluffend gitarist te zijn die naast een paar hete funky riffs ook knappe solo’s uit zijn instrument toverde (heel even dachten we aan Prince). Ergens schuilt er een hevige rocker onder dat kale kopje, wat we nog meer moesten beamen nadat hij zich waagde aan een splijtende versie van “Whole lotta love”.
Moby had vanavond nogal wat het geduld van het publiek op de proef gesteld, hij was met aardig wat zwier aan zijn set begonnen, met ondermeer een hitsig “Go”, maar schakelde dan een versnelling terug waardoor het danslustige publiek een beetje op zijn honger bleef zitten. Maar het verhoopte dansfeestje kwam er op het einde dan toch met opzwepende dance tracks als “Disco lies”, “The stars” en als finale eindspurt het uitbundige feestje “Feeling so real”.

Eén en ander deed ons na dat bescheiden fuifje van twee uurtjes concluderen dat Moby ergens tussen dance, elektronica en rock zweeft (wij zijn benieuwd naar de dag dat hij eens een echte rockplaat zal maken), dat hij bijzonder sterke songs op zijn kerfstok heeft (“Why does my heart”, “Porcelain”, “In this world”, “Honey”, “Bodyrock” waren om van te snoepen) maar helaas ook enkele hele zwakke (“Lift me up” en “We are all made of stars” waren ook vanavond niet te pruimen) en dat hij op alle gebied en in elk genre zijn (kleine) mannetje kan staan. Chapeau !

Organisatie: Botanique, Brussel

Katy B

Katy B wordt een grote Lady !

Geschreven door

Velen hebben wel zo’n verhaal. Een megagroep die je ooit nog zag in een of ander donker zaaltje. Wel, Katy B passeerde even in de Botanique. De Rotonde was te klein, dus verhuisde de organisatie haar performance maar naar de Orangerie. Wij waren erbij. En achteraf wisten we: dit meisje wordt een grote madame !

“My first gig with a band in Brussels! My first gig with a band outside the UK ! I am ten times more excited than you !” En je merkte het, ze had er ongelooflijk veel zin in. Nog wat zoekend als leading head singer van een band en niet met een dj. Maar ze speelde al breed happend op haar publiek in. Een publiek dat haar eerste album ‘On a mission’ - pas twee maand uit -  al grondig uit het hoofd kende.
Katy B, de 21-jarige Kathleen ‘Katie’ Brien uit Zuid-London, is meer een product van de clubs die ze sinds haar zestiende frequenteerde dan een opgepolijste armatuur van de BRIT School waar ze (af)studeerde. De dansstijlen die ze in de Londense danstempels opsnoof, zaten begin juni allemaal in haar Brusselse passage: R&B, dubstep, funk en zelfs een vleugje Latijnse ragga. Met een stem die – zo omschreef men op StuBru dat de ‘coming star’ vier dagen laten in zijn befaamde Club 69 zou ontvangen -  klinkt als een klontje boter dat in een hete pan gekapt wordt.
Ze opende met “Louder” en zette meteen een youngster-statement: uitgaan voor een tiener is dé verlossende uitlaatklep voor het zich in crisis wentelende Engeland. "As I buy another round with my final twenty pounds … I just want it louder."  De (vooral jonge) crowd absorbeerde en retourneerde: Louder !
Haar recente hit “Broken Record” verschilde van de albumversie die we kennen, want ze liet zich flankeren door een duo blazers (saxofoon en trompet) en die zouden het hele optreden door een rol van betekenis vervullen. Wie inderdaad een avondje pure dance-pop  verwachtte zat er naast, want net door die band opent Katy B zichzelf als een muzikale artieste met open kleppen. En het staat haar.
“Perfect Stranger”, haar hit met Magnetic Man, en haar career-best single “Katy on a Mission” bleven dan weer dichter bij het origineel dubstep and funk. “Katy On A Mission” kondigde ze trouwens aan als het nummer waarmee alles begon en waardoor ze als een komeet naar de vijfde stek in de UK Singles Charts schoot. De song werd  geproduceerd door dubstepfenomeen Benga  2010.
Ze eindigde met “Lights on”, in de albumversie met Ms Dynamite de diva met wie ze twee jaar eerder op het Londense Jazz Festival optrad. Want tot voor een jaar geleden was Katy  een achtergrondzangeres, een backing vocal, iets wat in haar set in Brussel ontbrak. Maar de tape met de achtergrondstemmen, die telkens mee opgestart werd, stoorde allerminst.

"This is about being on the dancefloor, knowing everyone is feeling the same emotion as you …" We keken even rond en zagen dat het goed was. Meer dan goed zelfs ! De Botanique ging uit zijn dak. De Lady wordt groot, een moeilijke voorspelling is dat evenwel niet.

Setlist 1. Louder  2. Broken record 3. Henry 4. Easy please me 5. Disappear 6. Go Away 7. Witches 8. Perfect stranger 9. Why you always 10. Katy on a mission/ Blinded by lights 11. Hard to get 12. Lights on

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel


Yusuf

Yusuf Islam - Intimistisch optreden voor een rustig genietend publiek

Geschreven door

Yusuf, bij het grote publiek nog altijd beter bekend onder zijn vroegere artiestennaam Cat Stevens, werkte donderdag het laatste optreden van zijn Europese tournee af.
35 jaar geleden was het dat hij nog eens in België was, eveneens in Vorst. Dat was in een periode dat zijn hits constant op de radio te horen waren. Niet te verwonderen dus dat het concert vooral bijgewoond werd door mensen die de jaren zeventig nog meegemaakt hebben. Toch waren er ook wat jonge tieners te bespeuren, die met hun ouders meegekomen waren. Ik ontmoette een Australiër die Cat destijds nog live meegemaakt had in Adelaide, en die nu in Leuven woont. In totaal daagde er 4.000 man op om de legendarische singer-songwriter aan het werk te zien.

Na zijn bekering tot de islam in 1977 nam Yusuf volledig afscheid van de muziekbusiness. In 2006 nam hij echter de draad terug op met de nieuwe cd ‘An Other Cup’, gevolgd door ‘Roadsinger’ in 2009. En tot onze vreugde begon hij toen ook terug te touren.
Rond 16 uur maakte hij tijd voor zijn fans in de foyer van de Amigo. Daar signeerde hij mijn cd met “Peace, Yusuf”. Want hij is natuurlijk nog altijd de troubadour van de vrede, en een vredevolle avond zou het worden. Op zijn 63ste ziet hij er nog heel kwiek uit, de dikke zwarte baard is alleen een grijze geworden. En zijn stem verzorgt hij even goed als die baard, want daar viel tijdens het dik twee uur durende optreden niets op aan te merken.
The artist formerly known as Cat kwam alleen op met zijn akoestische gitaar, in een stijlvol decor met twee lantaarnpalen en een videomuur die zijn songs zou ondersteunen met even brave beelden.
Na een vriendelijke begroeting trapte hij af met het prachtige “Lilywhite”, van zijn derde lp ‘Mona Bone Jakon’ uit 1970, waaruit hij wat later ook “Trouble” en “Pop star” putte, maar niet de hit “Lady d’Arbanville”. Dat album betekende een mijlpaal in zijn carrière. Nadat hij met zijn debuut uit 1967 onverwacht tot popster gekatapulteerd werd, en na de geflopte opvolger uit hetzelfde jaar ‘New Masters’, volgde een noodgedwongen stilte wegens tuberculose.
In 1970 ontpopte hij zich tot de folkrocker en singer-songwriter die hij wilde zijn, en hij perfectioneerde zijn stijl in zijn grootste succesplaten ‘Tea For The Tillerman” en ‘Teaser And The Firecat”.
De hits uit die albums kwamen later op de avond; eerst kregen we enkele nummers uit zijn sixtiesperiode. In een medley met debuutsingle “I love My Dog” bracht hij “Here Comes My Baby” en “The First Cut Is The Deepest”, beide originele nummers van hemzelf die grote hits werden in coverversies door respectievelijk The Tremeloes en Rod Stewart of P.P. Arnold.
“Moonshadow”, dat hij zelf zijn favoriete nummer noemt, kon natuurlijk niet ontbreken, en het kalme publiek toonde voor het eerst enig enthousiasme bij de hits “Father And Son” en “Peace Train”, het laatste weliswaar met een andere tekst. De oudere nummers werden afgewisseld met enkele songs van zijn twee albums uit de jaren 2000.
De Brit werd ondersteund door een solide backingband, die hij net voor de pauze voorstelde. Hij had onder andere Alun Davies (die reeds op al zijn seventiesplaten meespeelde) en een percussionist uit Ghana meegebracht. Zelf wisselde hij af tussen zijn gitaren en de piano. In zijn bindteksten weidde hij eventjes uit over zijn afkomst uit de Londense West End, en citeerde hij uit de musical ‘Moonshadow’ die hij aan het maken is.

Na 20 minuten pauze ging de bloemlezing uit zijn recente nummers verder. Meestal trage liedjes. Op de kwaliteit niets aan te merken maar veel opwindends zit er toch niet tussen. Het titelstuk van zijn laatste, “Roadsinger” en “The Rain”, eveneens daaruit, konden mij nog het meest bekoren. Van “Boots And Sand”, dat hij samen met Dolly Parton en Paul McCartney zingt, werd de videoclip afgespeeld, terwijl de man in de coulissen verdween. “Sad Lisa”, een pareltje uit ‘Tea For The Tillerman’ dat op niet veel verzamelaars terug te vinden is, en waarbij hij zichzelf op de piano begeleidde, was het hoogtepunt uit het tweede gedeelte. Ter afsluiting was het tijd voor zijn grote hits “Morning Has Broken”, “Wild World” en “Father And Son”, waarmee hij het publiek uiteindelijk uit de stoeltjes wist te lokken.

Omdat we zo braaf geweest waren, verdienden we twee bisrondes. We kregen onder andere “Bad Brakes”, als enige nummer uit zijn laatste seventies-lp ‘Back To Earth’, en de originele versie van “Peace Train”. “All Kinds Of Roses” uit zijn laatste album was een verrassende afsluiter.

Setlist: Lilywhite, The Wind, Blackness Of The Night, Trouble, Popstar, Where Do The Children Play, I Love My Dog + Here Comes My Baby + The First Cut Is The Deepest, Moonshadow, World Of Darkness, Peace Train (Blues Version), Matthew And Son, But I Might Die Tonight, Remember The Days Of The Old Schoolyard, Doors, On The Road To Find Out, A Bad Night
*Pauze*

Heaven/Where True Love Grows, Miles From Nowhere, Roadsinger, Foreigner Suite, Boots And Sand, Be What You Must + Sitting, Sad Lisa, Midday (Avoid City After Dark), Rubylove, Angelsea, Morning Has Broken, Wild World, Father And Son
*Encore 1*
Changes IV + My People + Bad Brakes, Peace Train
*Encore 2*
If You Want To Sing Out, Sing Out, Don”T Be Shy + Angelica, All Kinds Of Roses

Organisatie: Greenhouse Talent

Emmylou Harris

Emmylou Harris and her Red Dirt Boys – Tijdloze americana

Geschreven door

Emmylou Harris and her Red Dirt Boys
Een onvoorwaardelijk respect hebben we voor Emmylou Harris, de 64 voorbij en nog niks ingeboet van haar heldere, indringende, gouden fluwelen stem. Ze heeft de status van een levende legende, want in haar veertigjarige carrière heeft ze een eigen weg gebaand binnen de country, folk, pop en rock. Haar slepende americana/country klinkt hartverwarmend, broeierig, pakkend en beklijvend! Een paar jaar terug werd ze opgenomen in ‘The Country Music Hall Of Fame’.
Dankzij Daniel Lanois gaf ze in ’95 haar geluid een nieuwe dimensie, door een spannende dreiging, met de plaat ‘Wrecking Ball’. Deze ‘grande’ dame liet op de daaropvolgende platen een traditioneler geluid horen. Na ‘Stumble into grace’ en ‘All I intended to be’ heeft ze de opvolger klaar ‘Hard Bargain’, die welhaast een reünie is van een virtuoze groep oudgedienden, waarmee ze nu al jaren op tournee trekt. De zangeres pakt uit met haar akoestische gitaar en zorgt met de band voor een gestileerde geluid binnen de rootsrock. De sound raakt minder dan de periode van haar comeback.

Ze speelde met haar band een bijna twee uur durende set, stelde nieuw werk voor, groef met een paar songs diep in haar muzikaal verleden en plukte af en toe een song van haar rijkelijk gevulde oeuvre. Ten tijde van ‘Wrecking Ball’ bezorgde ze ons kippenvel, maar ook haar traditionelere aanpak bood intens pakkende momenten.
Ze slaagde erin de covers op de platen een eigen toets te geven, nauwelijks herkenbaar van het originele! En ze eert haar dierbare vrienden/artiesten o.m. Townes Van Zandt, Bob Dylan, Gram Parsons en Kate McGarrigle; live speelde ze met een breder instrumentarium “If I needed you” en “Pancho & lefty” (in de bis), verder een emotievolle “Every grain of sand” (Dylan) en ze voegde er nog een indringende en aangrijpende “The road” en “Darlin’ Kate” aan toe.
Een uitgebreid, afwisselend instrumentarium werd door haar geoliede begeleidingsband gehanteerd: naast drums en akoestische gitaren hoorden we mandoline, dobro, steelpedal, contrabas, viool en toetsen en de typische Nashville/Tennessee - slides ontbraken niet.
Ze was onder de indruk van het prachtige Concertgebouw en ook de Meifoor in Brugge bracht haar soms naar San Francisco.
Gevoeligheid in de luistersongs is en blijft het centrale gegeven in het songmateriaal of het nu innemend, breder of krachtiger klinkt. “Six white Cadillacs” opende de set en samen met “Get up, John”, “Luxury liner” en “Born to run” waren dit de meest snedige uptempo countryrockers. Verhaaltjes en indrukken vertelde ze met veel elan; de ‘on the road’ songs als “Big black dog”, “Home sweet home” sierden en intens pakkende momenten hadden we met “Orphan girl”, “Red dirt girl”, “Making believe”, “My name is Emmett Till”, ”The pearl” en “Going back to Harlam … Beklemmend materiaal en een beetje huiveren … Een Low Anthem profile schemerde soms door als ze met haar Red Dirt Boys netjes op een rij of dicht bij elkaar stond.

Eenvoudigweg een prachtprestatie en muzikale levenswijsheid dus, gebundeld in een tijdloos, melancholisch americanageluid!

Organisatie: Brugge Pluw & Concertgebouw (ism Greenhouse Talent)

Yuck

Yuck

Geschreven door

Het Engelse kwartet brengt heerlijke, onstuimige en beheerste noisy (lofi) gitaarpop, die de brug slaat naar charmante, rakende catchy gitaarpop en wat durft af te wijken met shoegaze pedaaleffects. Daniel Blumberg en Max Bloom zijn de spil van de band. Als jonge Thurston Moore’s hebben ze nog een jonge Kim Gordon, bassiste Mariko Doi en een Mars Volta ‘lookalike’ Jonny Rogoof,  in de band.
Yuck intrigeert door jengelende, rauwe, broeierige, intens meeslepende gitaargeluidjes, - golven, - erupties en uitgeklede, verrassende, melodieuze wendingen. Ze nestelen zich ergens tussen Pavement, Buffalo Tom, Dinosaur Jr, Yo La Tengo, Teenage Fanclub, het oude Soul Asylum, Luna en de shoegaze van Swervedriver en Jesus & Mary Chain. Energiek en ingetogen stuiterend materiaal door het korrelige geluid, dat een mooi debuut oplevert met songs als “Get away”, “The wall”, “Operation holling out” en de dromerige aanpak van “Georgia”, “Suck” en “Stutter”. Hoogtepunt is het afsluitende, opbouwende “Rubber”, die de beiden combineert.
Levenslust, plezier en emotie daar draai ‘em om in de jengelgitaaraanpak van de band.

PJ Harvey

Let England Shake

Geschreven door

We zijn altijd benieuwd wat Polly Harvey weet te brengen van platen. Ze deed beroep op ‘usual suspects’ John Parish en voormalig Bad Seed Mick Harvey, die bij talrijke samenwerkingen met haar te horen waren. Als we even terugblikken over het muzikale verleden ging ze hard, zacht, snel, traag, donker, licht en mooi te werk … Grillig, melodieus, subtiel, sfeervol, lieflijk materiaal dat ze zingt, schreeuwt, declameert of kirt.
De nieuwe plaat is een intens broeierige plaat geworden … “This time I’ve been just looking out”, lezen we ergens in de bio en ze heeft het over de heroïsche als de gewelddadige kant van haar ‘country she loves’.
De songs kunnen elementair, groovy als kronkelend zijn, soms zoekend naar toegankelijkheid, met een typische Britfolky ondertoon én gedragen door een etherische zang, die durft over te helen naar Björk kapsones.
Meeslepende, kwaliteitsvolle songs dus met een dampende titelsong, een bezwerende “The glorious land” met hoorngeschal, een intense “On battleship hill”, de opbouwende, eenduidige “In the dark places” en “Bitter branches”, en de sober ingehouden “All & everyone” en “England” die breder durven te klinken.
Kortom doel - treffende contrasten schuilen er in de plaat die Polly Harvey nog steeds op een voetstuk plaatsen, een begenadigde talent met een conceptplaat over haar land …

The Low Anthem

Smart Flesh

Geschreven door

‘Oh My God Charlie Darwin’ werd een adembenemende doorbraak, emotionele schoonheid, breekbare alt.country/folk/americana/lofipop, die af en toe een rauw, ruw randje kreeg. De melancholie, de intimitiet en de rootsrock van hun ‘DIY’- aanpak nam een voorname plaats in. Wat een charme-offensief.
De opvolger biedt ook veel klasse door de variatie en het warme kamergehalte, maar overtreft de voorganger niet.
Maar geen nood … De muzikanten bieden verslavend inwerkende songs en kunnen ontroeren met hun breed arsenaal aan instrumenten zoals onder meer (akoestische) gitaar, klarinet, drums, contrabas, althoorn, xylofoon, viool en een oud, gerestaureerd orgel; ze geven ze hét juiste gevoel en ze wisselen die instrumenten af alsof het niks is; de vaandel qua vocals wordt dan gedragen door de weemoedige, genererende stem van Ben Knox Miller.
De plaat werd opgenomen in een pastasausfabriek en werd geproduced door Mike Mogis (Bright Eyes). Intieme americana, broeierige alt.country en neofolk, , melancho en (ietwat gejaagde) rootsrock , waaronder het dromerige “Ghost woman blues” die de aanzet geeft, verder “Apothecary love” en “Burn”, een rockende “Boeing 737”, een “Hey, all you hippies” met een Green On Red gehalte, ingehouden stemmenpracht op “Love & altar” en “Golden cattle”, een verdwaalde “Matter of time” en “I’ll take out your ashes” en tussenin een prachtig intermettzo van “Wire”.
Een mooie afwisseling horen we, kamermuziek met een pepersausje indien nodig, eenduidiger dan voorheen; ze intrigeren nog steeds door het bedwelmende karakter, de gemoedsrust en de uitbundigheid. Hier komen songwriters Dylan/Cohen, The Band, The Triffids, Green On Red en My Morning Jacket samen. Puik gedaan!

Pushking

The World As We Love It

Geschreven door

‘The world As We Love It’ is een plaat die al begin 2011 werd uitgebracht maar die ons toch opmerkelijk genoeg leek om alsnog te recenseren. Pushking is een Russische hardrockband die hoge toppen scheert in eigen land. Om ook buiten de landsgrenzen te scoren hebben ze voor deze ‘The World As We Love It’ alles uit de kast gehaald:  tal  van verschillende hardrockiconen leverden namelijk een bijdrage tot deze plaat.
Houdt u vast want hier volgt een greep  uit de indrukwekkende lijst: Alice Cooper, Paul Stanley (Kiss), Billy Gibbons (ZZ Top), Nuno Bettencourt (Extreme), Udo Dirkschneider, Steve Vai, Graham Bonnet, Joe Lynn Turner, Eric Martin, Steve Lukather, Jorne Lander en dan vergeten we nog een aantal anderen.  Al deze muzikanten horen we terug op een of meerdere van  de in totaal 19 nummers.
De songs op zich spelen allemaal op safe en zijn dus vrij braaf, je zou de plaat als een soort trip naar de jaren tachtig kunnen opvatten, de tijd dus waar glamrock en metalballads schering en inslag waren. Wij waren niet wild van meeste tracks maar  de vertolkingen van de verschillende sterren maken gelukkig veel goed.  Dit zorgt ervoor dat deze schijf verplichte kost is voor fans van genoemde muzikanten en van melodieuze hardrock uit de eighties.
Of Pushking echt de grote sprong naar het buitenland zal maken is een andere kwestie...    

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Een splinterbom

Geschreven door

Na The Fresh And Onlys en een geweldige Ty Segall de avond voordien in Trix stond er met Thee Oh Sees opnieuw een groep uit San Francisco op de planken. Zanger-gitarist John Dwyer bekloeg zich er trouwens over waarom Ty Segall enkele tientallen kilometers verder (La Zone - Luik) aan het spelen was terwijl ze net zo goed hier het podium hadden kunnen delen. Maar daarvoor was de tergende onkunde van de tourmanager te groot. Dit talent slaagde er zelfs in om de groep op 15 mei dubbel te boeken, zodat de Pit's (i.s.m. De Kreun) uiteindelijk hun optreden van Thee Oh Sees aan hun neus zagen voorbijgaan.

John Dwyer verslijt blijkbaar vlugger zijn projecten dan zijn schoenen en was voorheen actief bij The Coachwhips, Pink & Brown, Yikes, Up Its Alive, Swords & Sandals en OCS (waaruit uiteindelijk Thee Oh Sees zouden spruiten), groepjes die jullie wellicht allemaal kennen. Deze keer lijkt de band wat langer te zullen meegaan want met 'Castlemania' zijn ze nu toch al aan een vierde volwaardige plaat toe.
Thee Oh Sees troepten op een kluitje vooraan het podium samen, met het drumstel centraal, en namen een bijzonder verschroeiende start vol korte explosieve songs waarbij ik meermaals wanhopig naar adem moest happen. Dwyer, gehuld in een tot op de draad versleten t-shirt, gaf het commando aan en hanteerde zijn gitaar als was het een oorlogswapen. Meestal koos hij voor een 12-snarig exemplaar die hij oorverdovend liet galmen.
Naast hem de bijzonder strak meppende drummer Mike Shoun, zeker een onmisbare pijler van de groep. Achterin stond Petey Dammit!, voortdurend nors voor zich uitkijkend, te snokken aan de tweede gitaar. Deze fascinerende kerel leek zo weggelopen uit een stripverhaal en dat uitroepteken dat hij occasioneel na zijn naam plaatst staat daar niet voor niets. Ten slotte was er nog Brigid Dawson, pechvogel van de avond, want haar keyboard had het net begeven en ze moest dan maar verder met een stel tamboerijnen. Maar zo erg was dat nu ook weer niet, ik geloof nooit dat er iemand die keys ook maar een seconde gemist heeft. Trouwens, bij hun vorige passage in Trix had ik al mijn bedenkingen bij het nut van dat instrument die je toen nauwelijks hoorde tussen het gitaargeweld. Haar stem daarentegen was wel van essentieel belang en liet de groep soms klinken als een gemuteerde versie van The Mamas & The Papas. Op een ander moment klonken ze dan weer als The Sonics nadat die een portie hallucinerende paddenstoelen tot zich zouden hebben genomen.
Maar meestal was de groep gewoon niet te plaatsen en waren ze zoveel meer dan de psychedelische garagerockgroep waarvoor ze gemakshalve versleten worden.
Na dat alles verpulverende openingskwartier werd wat gas teruggenomen en volgden een reeks lang uitgesponnen nummers zoals "Warm slime". Daarin werd stilaan duidelijk wat voor een begenadigd gitarist John Dwyer wel is. Zichzelf in alle bochten wringend, het plectrum op de tong wanneer hij het niet nodig had, liet hij zijn gitaar, die hij hoog, net onder de kin, bespeelde, zowat het volledige muzieklandschap verkennen, tot aan de progrock toe, zonder dat dit ook maar enigszins geforceerd overkwam.
Verrassend ook hoe goed de groep met de zo gevreesde drumsolo wegkwam. Dat was typerend voor het ganse optreden : alles wat we hoorden zal wel eens eerder gedaan zijn maar Thee Oh Sees wisten het toch telkens een eigen draai te geven door tal van kleine experimentjes en bekwamen zo toch nog een unieke sound.

Thee Oh Sees moeten zowat tot het beste horen wat de rock-'n-roll vandaag te bieden heeft!

Organisatie: Democrazy, Gent

Grand Mix concerts

Geschreven door

Grand Mix concerts
Nieuw
30.09.11 - Mulatu Astatke ‘ Steps Ahead Tour’ (Eth)
04.11.11 – Chokebore (Hawai)

Concerten
24.05.11 – Thomas Dybdahl (Nor), The Cave Singers (usa), Susanne Sundfor (Nor)
25.05.11 – Metronomy (Uk), Django Django (Uk) (uitverkocht!)
28.05.11 – Play@Home: Soma Bogota, Softly Spoken Magic Spells, Radial Sequence, Chorale Pop Rock Séniors
01.06.11 – TPutsch @Garage: Ty Segall, Thee Vicars, Yussuf Jerusalem
10.06.11 – The Raveonettes, Cotton Club
18.06.11 – La Voix du Rock – Cocoon, Aaron, Yael Naïm, Skip the use, Roken is dodelijk, Somabogota

Info http://www.legrandmix.com

Papaye

La Chaleur

Geschreven door

Ook in Frankrijk wordt er heel wat gitaarherrie geproduceerd! Heel wat van die gitaarbands vinden we terug op het Africantape-label en Papaye is daar ongetwijfeld een van de meest eigenzinnige van... De drie bandleden luisteren naar de namen JB, Mric en Franck, komen uit Nantes en Tours  en verdienden hun sporen in illustere  bands als Pneu, Room 204 en Kommandant Cobra. 
Het is niet duidelijk of Papaye voor dit trio een soort van zijproject is, maar het is wel zo  dat ‘La Chaleur’ een zeer knap plaatje is.  Wie vluchtig naar deze schrijf luistert, hoort op het eerste gezicht een doorsnee portie mathrock . Wie echter meer aandacht besteedt aan ‘La Chaleur’  hoort  12 afwisselende nummers vol instrumentale, inventieve  rock die varieert van zeer poppy tot stevige noise en waarbij er regelmatig plaats is voor jazzy geëperimenteer.  De energieke nummers zijn vrij kort (dit plaatje klokt op  26 minuten) maar doen vooral verlangen naar meer... wij kijken uit naar toekomstig werk van dit Franse trio!

Susanne Sundfor

The Brothel

Geschreven door

De Noorse Susanne Sundfor mag dan wel veel aan haar landgenoten van A-Ha te danken hebben, toch klinkt de muziek enigzins anders. Susanne is het soort meisje dat steevast in haar eigen dromen gelooft en met de hulp van haar pianoleraar slaagde zij erin om een geluid uit te bouwen dat op zijn minst indruk nalaat.
Ook Morten Harket, zanger van A-Ha, was ervan overtuigd en bezorgde deze vrouw zo’n dikke 126.000 Euro om haar nieuwste plaat ‘The Brothel’ buiten de Noorse grenzen te kunnen uitbrengen.
Meerdere muziekfans zullen haar muziek wel vergelijken met die van Stina Nordenstamm (wat ons dus bij Bjork brengt) want het gaat hier inderdaad over het soort artieste die op lo-fi achtige wijze en gewapend met een hemelse stem haar melancholische dagdromerij in muzikale noten weet om te zetten.


The Twilight Singers

Dynamite steps

Geschreven door

Na het avontuur  met The Afghan Whigs konden we toch al aardig genieten van de projecten van Greg Dulli, waaronder The Gutter Twins en Twilight Singers die na ruim vier jaar terug de draad opnemen. En het werk is en blijft nauw verbonden aan The Afghan Whigs. Gevoelige, groovende, broeierige popsoulrock, die  integer en intens opbouwend kan zijn.  Dulli kreeg de hulp van Mark Lanegan, Nic McCabe, Joseph Arthur en Ani Difranco.
We horen gevarieerd materiaal, beheerst, subtiel en emotievol van een zanger/dichter die z’n talrijke worstelingen en ontboezemingen vertelt; “Waves” en “Blackbird and the fox” zijn de meest rockende songs binnen het overwegend sfeervol concept met een donker destructief randje .

Mogwai

Hardcore will never die but you will

Geschreven door

Het Schotse Mogwai wakkerde het postrockvuur terug aan met de vorige cd ‘The hawk is howling’. Op de recente ‘Hardcore will never die, but you will’ (opnieuw een treffende cd titel!), houdt de band het bij een ingehouden spanningsboog en een broeierige intensiteit. Ze brengen een combinatie van een zacht, sfeervol en krachtig geluid, repetitief opbouwend, aanzwellend om net niet te exploderen. Een dromerig filmisch, zwevende aanpak door een gelaagd gitaargordijn en klankkleur via keys en percussie. Dat hoor je ongetwijfeld  in songs als “White noise”, “Rano piano”, “San Pedro” en “How to be a werewolf” . Het afsluitende “You’re Lionel Ritchie” gaat hierin nog een stapje verder en durft zachtjes te exploderen zoals we het vanouds kennen. Ook het eerste echte vocal nummer “Mexican GP”, een beetje een andere muzikale look van Mogwai, viel niet écht uit de boot, en refereerde live deels aan Bloc Party door de elektronicaritmes.
Moeiteloos stortten de heren Mogwai zich in dit boeiend, magnifiek muzikaal avontuur en lieten ze zich meedrijven in die filmische melancholie, ingehouden emoties en sfeerschepping, waarin een apocalyptische tendens schuilt.
Mogwai zorgt nog steeds voor voldoende varianten aan de postrock en een broeierig uitgewerkt klanktapijt; weliswaar is het gehalte feedbackgeraas, noise, delays en pedaaleffects gematigd, but ‘they like you, so why don’t we …’.

The Boxer Rebellion

The cold still

Geschreven door

Het vanuit Londen opererende The Boxer Rebellion maakt grote kans door te breken met de derde cd ‘The cold still’ . Het kwartet (1 Usa, 1 Aus en twee Britten) heeft de juiste balans gevonden om schitterende sfeervolle, broeierige rocksongs te schrijven. De sound is netjes afgemeten, bevat afgepaste gitaararrangementen en subtiel slagwerk gedragen door een warme, zalvende zang. Ze gaan beetje in de richting van een ‘allstyle’ British Sea Power en de donkere, onheilzwangere wavekant van Interpol, The Bravery en BRMC.
Een episch werkstuk en een toegankelijk en radiovriendelijk rockgeluid van tien intense, puike, emotievolle songs. Een evenwichtig album dus!

ORKA

Oro

Geschreven door

Geen makkelijke klus om artiesten uit de Faroer Eilanden op te noemen, maar kijk met ORKA hebben we terug een beloftevolle band.
De groep zijn goede maatjes zijn met de beroemde componist Yann Tiersen en staan aan de vooravond van een nieuwe Europese toernee.

Wie ooit viel voor de schoonheid van (pakweg) Sigur Ros zal deze (hoogst experimentele, maar weliswaar toegankelijke) cd weten te appreciëren.
‘Oro’ is vooral het soort plaat dat zich beroept op het creeëren van sferen waarbij het mystieke nooit ver uit de buurt is.

Inderdaad, niet bepaald het soort plaatje dat geschikt is om luchtgitaar op te spelen, maar mooi is het wel.

Les Nuits Botanique 2011 – dEUS - Klaar voor de zomer

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – dEUS - Klaar voor de zomer
Les Nuits Botanique werden met een dagje verlengd voor dEUS, die in de Chapiteau een generale repetitie kwamen spelen voor hun festivaltournee die hen ook naar Pukkelpop brengt. Pas op 20 september komt hun nieuwe album uit,’Keep you close’ …Het was dus afwachten of we veel nieuwe nummers zouden krijgen vanavond.
Het was prachtig zomerweer, dus zat een groot deel van het publiek te genieten van de avondzon op de trappen van de Botanique, en ook de bandleden waren heel relaxt, zo stonden Klaas Janszoons en Mauro een kwartier voor ze op moesten nog gemoedelijk met de fans te praten.

Om negen uur was het showtime in een snikhete Chapiteau. Een groezelige rif en de mantra van Janszoons’ viool en we waren vertrokken met de nachttrein van dEUS. Wel een beetje jammer dat op die manier “Sun Ra” moest dienen om het geluid af te regelen, zodat mijn favoriet nummer minder ontplofte dan het normaal doet. Vanaf “Fell of the floor, man” zat het geluid perfect, maar toch zou het even duren voor het publiek bewoog: “The Architect” knalde wel retestrak uit de boxen, maar ofwel was het de hitte in de tent, ofwel zat iedereen reikhalzend uit te kijken naar de nieuwe nummers, maar in ieder geval was de publieksreactie het eerste halfuur, eerder aandachtig dan dolenthousiast.
In twee talen kondigde Barman het eerste nieuwe nummer aan, “Second Nature” en dat klonk beter dan driekwart van de nummers van ‘Vantage Point’, wat voor mij toch wel het minste geslaagde album van dEUS is.
Vreemd genoeg werken die nummers van ‘Vantage Point’ dan weer wel perfect in een live set, “The Architect” is gemaakt voor de festivals (waarom zou Clement Peerens anders met een parodie gekomen zijn), en de dynamiek en samenzang van “Slow” was vanavond een mooie aanloop naar het eerste rustpunt in de set, “The real sugar”, dat figuurlijk dan toch, een koele bries door de tent liet waaien.
Toen Barman in “Instant Street” zijn akoestische gitaar ruilde voor zijn elektrische exemplaar, schoot de set plots in vijfde versnelling, de outtro van dit nummer is van het beste wat de dEUS live op een podium brengt: sinds de nieuwe bezetting is dit nummer live enorm gegroeid.
Misschien  ligt dat aan de Herman Van Rompuy van de band, Mauro Pawlovski, die in dEUS een voor hem onkarakteristieke dienende rol inneemt, en met een soort rustige vastheid de songs samen houdt zodat Barman en de anderen ruimte krijgen om risico’s te nemen, zonder dat het geheel grandioos op zijn gat valt, zoals vroeger nog eens het geval kon zijn.
“Theme from Turnpike” toonde dan weer aan dat intro’s ook een van de sterktes van ons Tommeke is, het gitaarloopje viel ongenadig in, en Mauro zette op het einde zijn schuur open met de overtuiging zoals je die ook bij black metal zangers ziet: geen bloed op het podium echter, enkel zweet, alhoewel Barman bijna over zijn gitaar struikelde toen hij een snelle rookpauze inlaste tijdens de nummers. Met zijn donderende drumbeat, ietwat op de beat van Faith no More’s “Midlife crisis” lijkend “Dark sets in”, was het derde nieuwe nummer van de avond het meest overtuigende, en heeft het de potentie om uit te groeien tot een anthem als “Roses” dat net daarna volgde en de reguliere set prachtig afsloot.
Een simpel slide-loopje, meer had Mauro niet nodig om de rest van de band aan te vuren in “Bad timing”, het nummer versnelde, werd tot stilstand gebracht door Barman, en laaide dan weer feller dan ooit tevoren op om steeds hoger en hoger te reiken. Naast “Instant Street”, was dit zeker het hoogtepunt van de avond.
We vonden het dan ook niet zo erg toen het aansluitende lounge-niemendalletje “Nothing really ends” na een halve minuut stilgelegd werd door Barman, toen er iets misliep met de synthesizer partij: het liet ons net genoeg tijd om op adem te komen voor “Morticiachair”, waarin Mauro de zanglijnen zo perfect bracht dat het leek of hij dit nummer geschreven had.
Afsluiten met een kers op de taart: een onwerelds afgestemde viool van Janszoons zette “Suds & Soda” in: de tent ging uit zijn dak, Barman bedankte zijn publiek in de twee landstalen, en nodigde iedereen uit aan de bar.

Als generale repetitie was dit zeker een geslaagd concert: het duurde een beetje voor het op gang kwam, en had zeker niet de intensiteit van de dubbele set twee jaar terug op Pukkelpop, maar dEUS is klaar voor de zomer. 

Setlist: Sun Ra, Fell of the floor man, The Architect, Second Nature, Slow, The real sugar, Constant now, Instant street, If you don’t get what you want, Theme from turnpike, Smokers reflect, Dark sets in, Roses
Bad timing, Nothing really ends , Morticiachair, Suds & Soda

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Pagina 409 van 500