logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Richting Huiswaarts

Tot zover

Geschreven door

Geen mens die het ooit voor mogelijk hield maar in tijden dat alles digitaal lijkt te worden en op piepkleine mp3-spelers opgeslagen wordt, is er ook een muzikale stroming die besloot om terug de cassettes leven in te blazen.
Wie zich in de jaren '80 bezig hield met de underground moeten we wellicht niet overtuigen welke pareltjes destijds via tapelabels werden uitgebracht. Gevoed door nostalgie en de nodige anarchie brengen groepen terug tapes uit en Onderstroom Records is één van de labels die aan deze revival meewerkt.

Richting Huiswaarts is een groep rondom Gerard Herman die wel van een kort leven voorzien was want nog voor deze groep ooit een podium gezien had, waren zij al lang van deze aardbol verdwenen.
Om het nageslacht (en u) echter te dienen bracht Onderstroom een tape uit die gelimiteerd is op 100 exemplaren.
Deze Nederlandse postpunkwave geluiden zal éénieder associëren met het werk van Aroma Di Amore, ook al is er hier wat meer experiment aanwezig.
De teksten mogen dan wel in het Nederlands zijn, toch moet je veel moeite doen om door het post-punkkabaal er ook maar één woord van te verstaan.
Hetgeen we toch verstonden klonk even zwart als wat we in de eighties hoorden, en dat is geen verrassing want zelfs de journaalbeelden lijken ons terug te brengen naar die zwarte jaren ’80.
Tapes hadden steeds een bedenkelijke geluidskwaliteit en dat is hier niets anders maar het geeft je wel tenminste dat gevoel terug alsof je ergens in 1981 aan je tapedeck gekluisterd zit.
Voer voor echte liefhebbers van het spul dus, en tja...wat voor spul! Overheerlijk!

Defeater

Empty Days, Sleepless Nights

Geschreven door

Defeater is een band die niet stilzit.  In 2008 brachten ze hun eerste plaat ‘Travels’ uit, waarna eind 2009  het mini-album  ‘Lost Ground’ volgde.  Was hun eerste full cd een zeer gelaagde en  stevige hardcoreplaat die zijn schoonheid pas na vele luisterbeurten helemaal prijsgaf, dan was ‘Lost Ground’ een stuk melodieuzer en iets toegankelijker.  Het was meteen duidelijk dat de band met ‘Lost Ground’  goud in de handen had en het bracht Defeater dan ook geen windeieren.  Het aantal fans steeg zienderogen en de sfeer  op de eindeloze reeks shows in de States en Europa was overweldigend (check  eens de ontelbare you tube-filmpjes gepost door de fans).
We zijn begin 2011 en daar is Defeater al opnieuw met een tweede full album ‘Empty Days, Sleepless Nights’.  Veel bands zouden ongetwijfeld pogen een doorslagje te maken van ‘Lost Ground’  en een plaat te componeren waarvan  ze denken dat de fans die verwachten .   Dat is echter buiten Defeater gerekend want met dit derde album kiest het vijftal resoluut voor hun eigen koers!
Opvallend is dat de plaat eigenlijk uit twee delen bestaat:  ‘Empty Days’ bevat 10 stevige (en je zou kunnen zeggen typische ) Defeater-songs, ‘Sleepless Nights’   is daarentegen een combinatie van  vier akoestische (!) nummers .
Over het eerste deel van de plaat zijn wij alvast lyrisch!  Opener “Warm Blood Rush” is een van de beste songs die Defeater al gemaakt heeft. Zanger Derek start met de woorden “Dear God, what have you done?” waarna de overstuurde gitaren en de roffelende drums hun verpletterende  intrede maken en de toon zetten voor het eerste, waanzinnige  deel van deze plaat. Daarna volgt “Dear Father”, het nummer dat misschien wel het meest in de stijl van ‘Lost Ground’ ligt. In deze song hoor je de bijzondere wisselwerking tussen enerzijds de emotionele stem van zanger Derek en de al even intense achtergrondvocalen van gitarist Jay! Het derde nummer “Waves Crash, Clouds Roll” houdt er onder aanvoering van topdrummer Andy een hels tempo op na waarna het wondermooie “Empty Glass” volgt.  Cleane gitaren, machtig drumwerk, verschillende tempowisselingen, emotionele  vocalen en indrukwekkende teksten: het is duidelijk dat Defeater een patent heeft op songs met  deze  ingrediënten...
Ook de andere  nummers op het eerste deel van de plaat weten te bekoren: twee absolute uitschieters zijn nog “White Knuckles” (luister naar die gitaren van virtuoos Jay Maas) en het ongelooflijke “White Oak Doors”.  Dit laatste nummer bevat een zeer repetitieve opbouw waarbij zang en stevige drums mekaar aanvankelijk afwisselen tot het moment dat  de gitaren van Jay overnemen en zorgen voor een ongelooflijke finale...
 Na ongeveer zes minuten horen we plots complete stilte en dat is niet toevallig... Net als ‘Lost Ground’ en ‘Travels’  is ook dit tekstueel een conceptalbum en symboliseert de plotse stilte op “White Oak Doors” het moment dat het hoofdpersonage zich voor een razende trein gooit...

Vervolgens is het tijd voor ‘Sleepless Nights’, vier akoestische songs in het verlengde van een band als Bright Eyes.  Het is eigenlijk moeilijk te vatten dat dit allen Defeatersongs zijn die door dezelfde zanger ingezongen werden.  Het was trouwens  Derek Archambault die dit tweede deel van de plaat volledig componeerde! Wij gokken er in ieder geval op dat heel wat van z’n  songs gretig gedownload zullen worden via iTunes.

Onze slotconclusie is dat we in 2011 nog geen beter album hebben gehoord dan  ‘Empty Days, Sleepless Nights’ en het zal wel eens heel moeilijk kunnen worden om er nog eentje te vinden die beter is dan deze...

Panic! at the Disco

Vices & Virtues

Geschreven door

De lente is volop in het land en dat zorgt er voor dat de doorsnee-burger een stuk opgewekter door het leven gaat… Extra fijn is het als je dat lentegevoel kan combineren met de complexloze, lekker rechttoe rechtaan muziek van een band als Panic! At The Disco...  Deze jongens hebben nochtans een verschrikkelijke periode achter de rug want van het oorspronkelijke viertal verlieten Ryan Ross en Jon Walker de band en zo bleven alleen nog zanger Brendon Urie en drummer Spencer Smith over.
Ondanks deze halvering koos men ervoor een nieuw album te maken en daarbij terug te keren naar de succesformule van hun eerste plaat. Dit betekent in concreto snelle gitaarrock met een wat theatrale en dramatische ondertoon. De meeste songs op dit album werden dan nog eens flink aangekleed met diverse instrumenten (xylophonen, piano, synths, strijkers) en met een aantal kinderkoortjes.
Op ‘Vices & Virtues’ horen we in totaal  tien fijne popsongs  met zeer catchy refreinen die in een rotvaart passeren.  De beste nummers zijn wat ons betreft opener en eerste single “The Ballad Of Mona Lisa” en  het meezingbare “Let’s Kill Tonight’ dat een duidelijk   gothic- en industrialrandje heeft.  Of Panic! At The Disco  met ‘Vices & Virtues’ het succes van hun eerste album gaan evenaren is twijfelachtig maar dat betekent niet dat dit geen fijn plaatje is dat perfect past bij de tijd van het jaar!

The Crookes

Chasing after ghosts

Geschreven door

The Crookes - Veelbelovend Brits bandje die melodieus toegankelijke, frisse, sprankelende en dromerige popsongs brengt in de beste Britse traditie, ergens tussen The Smiths, The Housemartins, The LA’s en Aztec Camzera.
We houden er wel van deze onthaastingsmuziek, die uiterst genietbaar, melig, sfeervol is en kan rocken. Ze zijn niet onweerstaanbaar hoor, maar het zijn gitaarliedjes pur sang, met een rinkelfactor. Drie minuten songs met een handvol singles “Godless girl”, “Bright young things”, “I remember moonlight” en “Bloodshot days”, die prima zijn; “Youth” en “City of lights” zijn moedig. Deze songs allemaal moeten de luisteraar over de streep krijgen en ervoor zorgen dat de band een doorbraak kan forceren. Lekker debuut dus!

Adele

21

Geschreven door

De jonge Britse Adele bracht ons twee jaar terug in vervoering met het debuut ‘19’. ’21‘, de opvolger, gaat mee met de leeftijd van het talent en brengt opnieuw een plaat van elf indringende, bezwerende, opzwepende songs en majestueuze ballads, doorleefd en emotioneel geladen, opgebouwd rond de piano. Ze integreert het met soul, blues en gospel. Ze is een zangeres uit de duizenden die met haar vocale klasse (standvastige, welluidende stem), charme en extravertie het materiaal elan geeft. Straffe nummers, groots en meeslepend; ideale onthaastingsmuziek! Dromers en romantici zijn in hun sas op die sound.
Stem, piano en toetsen vormen de rode draad en daarop bouwt ze verder naar een volle, brede sound. “Rolling into deep”, “Rumour has it” en “Set fire to the rain” zijn opbouwende nummers en overtuigen enorm. Ook de ingehouden songs raken en zorgen voor kippenvel, o.m. de elegant sobere gespeelde “Turning tables”, “Take it all” en “Don’t you remember”; het afsluitende “Someone like you” is hartverscheurend. Doorleefde soulpop met een warme intensiteit is te horen op “I’ll be waiting”, “One & only” en “Love song”, de origineel aangepakte cover van The Cure.
Adele brengt veelzijdige treffende en gevoelige pop … songs met een knuffelgehalte en een eeuwigheidswaarde …

tUnE-yArDs

Whokill

Geschreven door

De uit Oakland afkomstige zangeres Merrill Garbus houdt er betreffende haar project tUnE-yArDs een speciale schrijfwijze op na. Ze is toe aan haar tweede album, die het twee jaar geleden ‘BiRd BrAiNs’ opvolgt. Ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin we folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en aanstekelijke drumloops horen. Het lijkt allemaal een beetje rommelig, een soort bizarre knutselpop met hiphopachtige beats, maar die tot de verbeelding spreekt, kleurrijk en ritmisch is. Ze zijn in een mooi lofi world concept gegoten.
De songs zitten ingenieus in elkaar, zijn intens broeierig, hebben een diepe basstune, ondergaan verrassende en avontuurlijke wendingen en worden gedragen door bedwelmende en variërende zangpartijen en percussie.
Eigenwijs, doordacht en treffend hoe de songs zijn. “Riotriot” en “Bizness”  hebben een voller en breder geluid; de world inslag is dan groter bij “Gangsta”; de andere, waaronder “My country”, “Doorstep” en “Woolywollygong”, moeten in hun sobere en wisselende aanpak in finesse niet onderdoen.
Excentrieke muziek, excentrieke plaat van een talentrijke dame

Yael Naïm

She was a boy

Geschreven door

De sing/songschrijfster Yael Naïm is een laatbloeier. Ze kwam in 2008 in de belangstelling met het nummer “New soul”, die meteen in de hitparades kwam en als track voor een reclamesport werd gebruikt. Het zorgde ervoor dat de beloftevolle songschrijfster niet in de vergetelheid geraakte.
Na haar titelloos debuut zijn we drie jaar later toe aan de opvolger, ‘She was a boy’. Haar rechterhand is multi-instrumentalist David Donatien. Hij helpt mee aan het variërende songmateriaal van de multi –culturele artieste die Naïm wel is .
Haar Frans-Israëlische achtergrond en de afkomst van Sefardisch Joodse ouders horen we steevast in het materiaal, luister maar eens naar “Man of another woman” op de nieuwe plaat. Dertien uiteenlopende (speelse) songs die gedragen worden door haar charmante accent. Sober, ingehouden (op akoestische gitaar/cello/piano) of breder met een grabbelton aan stijlen en instrumentarium als keys/blazers/strijkers; backing vocalistes ondersteunen soms … Souljazzy pop, rock en intieme pracht ... op die manier kan je van de licht huppelende ritmes van “Come home”, “Stupid goal”, naar de sfeervolle, dromerige “My dreams”, “I try hard” en “Puppet”; of van het cabareske “Go to the river” en de titelsong naar een ingetogen “Today” en de afsluitende reeks “If I lost the best thing” en “Game is over”.
Herkenbaar allemaal, melodieus en emotievol. Pop met de grote R van Romantiek !

James Blake

James Blake verrast positief

Geschreven door

In het danswereldje worden artiesten vaak op basis van een of twee nummers een godenstatus toegemeten. Trendwatchers en journalisten springen allen samen op dezelfde kar op zoek naar de nieuwste style en mode trends en de hypemachine schakelt automatisch in een hogere versnelling omdat iedereen mee wil zijn. Zo had enkele jaren geleden Tiga volgens sommigen het album van het millennium gemaakt. Een objectieve beluistering van de muziek, leidt dan heel dikwijls tot een serieuze bijstelling.
Bij James Blake zijn alle elementen voor zo een hype aanwezig: hij komt uit de juiste scene die iedereen hip moet vinden, hij is nog maar 23, en zijn cover van Feist “Limit to your love”, hapt zo gemakkelijk weg, dat ie zelfs voor oppervlakkige trendwatchers gesmaakt kan worden, wat al heel wat minder evident is voor de typische dubstep die hij als DJ draait, die vaak een stuk weerbastiger is.


Het debuut van Blake kon ons niet over de hele lijn overtuigen, een nummer of drie is ok, terwijl de rest van de plaat wat lijdt onder een teveel aan experimenteerdrift. We waren dus voorzichtig benieuwd wat Blake er live van terecht zou brengen.  Het hippe volkje had de Orangerie tot barsten toe gevuld vanavond, dit was duidelijk een van de events van het concertvoorjaar.
Blake had een gitarist en drummer meegebracht, maar de hoofdrol zou toch naar de man zijn stem en analoge synthesizer gaan: drums en gitaar kregen een volledige ondersteunende rol in de set en zouden heel beperkt hier en daar wat accentjes mogen toevoegen. Vanaf het eerste nummer, “Unluck”, werd het duidelijk dat Blake zijn stem als een instrument beschouwd: hij stuurt een zanglijn door zijn analoge synthesizer, en loopt en vervormt die zanglijn, terwijl hij er dan nog eens bovenop zingt. Zo kreeg je meteen een heel vervreemdend en spookachtig geluid, en zag je als het ware live de composities vorm nemen.
In sommige nummers gaat die instrumentale aanpak van zijn stem wellicht nog iets te ver, soms wou je dat hij het gewoon bij simpele goede songs zou houden, maar op zich kan je het een drieëntwintig jarige niet kwalijk nemen dat hij zijn composities nog alle kanten uitstuurt. James Blake zelf haat de vergelijking, maar qua aanpak heeft hij veel gemeen met de vroege experimentele Jamie Lidell, voor die neo-soul maakte.
Blake’s stem is goed, bijwijlen lijkt ze heel erg op die van Antony Hegarty, waardoor de tekstfragmenten haast automatisch een onvermoede diepgang krijgen, die ze eigenlijk objectief niet hebben. In “I never learnt to share” start Blake vanuit een tekstflard (“my brother and my sister they don’t speak to me, but I don’t blame them”, die hij dan als een mantra herhaalt en vervormt, waardoor een song over een kakkenestje onvermoede en onuitgesproken  extra betekenissen krijgt. Vanaf dit nummer begreep je plots veel beter hoe Blake zijn nummers opbouwt, en hoe zijn akoestische en beatloze nummers eigenlijk veel gemeen hebben met de dubstep composities die hij als producer en DJ uitbrengt.
De drummer en gitarist kregen een iets grotere rol in de volgende nummers, en schurkten aan tegen de akoestische dubstep van Mount Kimbie , dus zonder de loodzware bassen. Die bassen kregen we dan wel bij “Limit to your love”: broekspijpen begonnen te wapperen door de luchtverplaatsing, en de wanden van de Orangerie trilden en daverden: deze versie van Leslie Feist’s nummer transformeerde tot een echte dubreggae, met veel echos en effecten. The “Wilhelm Scream” sloot het optreden af in dezelfde lijn, zodat het publiek zich voor de eerste keer vanavond echt liet gaan.

Wij hadden vanavond een heel talentvolle artiest gezien, die nog volop aan het zoeken is en waarvan we in de komende jaren nog veel mogen verwachten. Een positieve verrassing dus, ondanks de hype die Blake op een voetstuk plaatst waar hij niet opgezet moet worden. Waarom ze de man deze zomer op de wei van Werchter geprogrammeerd hebben, is mij echter wel een compleet raadsel: hij zal er al even miscast staan als The Mars Volta of Mastodon een paar jaar geleden, een DJ set van Blake is wellicht nog de beste oplossing om de Marquee niet leeg te laten lopen.

Setlist:
Unluck, To care (like you), Give me my month, Tep and da logic, I never learnt to share, Lindisfarne, Klavierwerke, Limit to your love, The Wilhelm scream

Binnenkort in GrandMix, Tourcoing (26 april 2011)

Organisatie: Botanique, Brussel

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen

Geschreven door

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen
Domino 2011 - José González & The Göteborg String Theory

In februari van dit jaar bleven onze muziekgevoelige oren noodgedwongen verstoken van een gepland concert van het Zweedse Junip in De Kreun, Kortrijk. Deze groep bestaande uit het trio Tobias Winterkorn (keyboards), Elias Araya (drums) en José González (zang en gitaar) diende namelijk verstek te laten gaan voor haar Europese tour ingevolge oververmoeidheid bij González.

Gelukkig hebben de curatieve maatregelen hun uitwerking niet gemist en de reeks afgelastingen impliceerde geen afstel doch louter uitstel want intussen werd voor ons land Junip aan de affiche van het komende Brugse Cactusfestival toegevoegd en ook de AB liet zich niet onbetuigd want zij besloten om – de présence van de Japanse noisegod Merzbow in de Club eventjes buiten beschouwing gelaten - José González als afsluiter van de 15de en tevens allerlaatste editie van het Domino festival te laten fungeren. Als kers op de taart zou hij daarbij bijgestaan worden door het ensemble The Göteborg String Theory.

Om de avond passend in te leiden, werd het publiek afgelopen dinsdag getrakteerd op de vertoning van ‘The Extraordinary Life Of José González’, een mooie documentaire in een regie van Mikel Cee Karlsson en Frederik Egerstrand die gebruik makend van videodagboeken, animaties en studio-, thuis- en concertopnames een inkijk biedt in het leven, werk en denken van de mens/artiest González. Treffend was te zien hoe groot en confronterend het contrast is tussen de extase en drukte van optredens tegenover het veelal  eenzame bestaan van een muzikant die twijfelend en vol verwondering op zoek blijft gaan naar de nodige creativiteit.

Ook eenzaam en alleen maar dan op de planken van de AB, verscheen daarna Little Scream of het alter ego van de Canadese zangeres en liedjesschrijfster Laurel Sprengelmeyer. Met een zopas uitgebracht eerste album genaamd ‘The Golden Record’ op haar actief en een gitaar onder de arm bracht ze een korte set die slingerde tussen nerveuze en uitbundige rock (“Cannon”) en intieme luisterliedjes (het folkgetinte “The Heron And The Fox”). Daarbij bleek de muziek van Sprengelmeyer thuis te horen in het lijstje vrouwelijke artiesten als daar zijn Lisa Germano, Joan Wasser, Leslie Feist, St. Vincent en PJ Harvey.
Tijdens de opnames van de plaat kon Sprengelmeyer rekenen op de medewerking van leden van onder meer Thee Silver Mount Zion, Stars, Arcade Fire alsook van The National en in de AB misten we vooral tijdens de zachtere nummers deze omkadering. Tevens ging de vaart er geregeld uit doordat er ter plaatse heel wat gegoocheld en geknutseld (en soms ook gestunteld) werd bij het vinden van de juiste akkoorden, het toevoegen van vocale effecten en het in de maat ritmisch voetstampen.
Veel werd dan weer goedgemaakt door het ontwapende die uitging van de attitude van Sprengelmeyer én van het feit dat zij bleek te beschikken over heel wat zelfrelativerende humor. Zo stelde ze haar metgezel Casio SK1, een polyfonische synthesizer die één luttele sample in het geheugen kan opslaan en die in het jargon ook wel eens als de ‘arme man sampler’ door het leven gaat, voor als ‘the smallest band of the World’. Het al talrijk aanwezige publiek dat duidelijk het zachtgevooisde van de muziek van González doortrok in haar respons kon dit alles wel appreciëren en trakteerde (het optreden van) Little Scream op een uitbundig en ondersteunend applaus.

Een omgekeerde beweging qua podiumbezetting maakte José González. De in Zweden geboren zanger met Argentijnse ouders heeft van eenvoud en soberheid zijn handelsmerk gemaakt. Meer dan een akoestische gitaar, zachte vocalen en sporadisch wat geringe percussie heeft hij niet nodig om zijn nummers te laten schitteren. Getuige zijn albums ‘Veneer’ (2003) en ‘In Our Nature’ (2007), de aanwezigheid op talrijke compilaties, alsook het succes dat hij – mede door een Sony reclamefilmpje - boekte met een totaal uitgeklede akoestische versie van “Heartbeats”, oorspronkelijk uitgebracht door zijn landgenoten The Knife.

Momenteel laat González het solowerk even voor wat het is en doet enkele Europese zalen aan waarbij hij zich laat omringen en begeleiden door The Göteborg String Theory. Dit twintigkoppige ensemble wordt hoofdzakelijk gevormd door muzikanten uit de thuisbasis van González maar telt daarnaast ook nog Berlijners in de rangen.
Het concert in de AB ving met “Hints” wél aan zoals we van González gewoon zijn: solo uitgevoerd in zijn typische introverte houding, deels voorovergebogen over zijn akoestische gitaar. Bij “In Our Nature” kwamen er druppelsgewijs enkele groepsleden hem vervoegen om vervolgens vanaf “Far Away” volledig geruggensteund te worden door het voltallige ensemble.
Meteen vielen enkele kenmerken op die de rest van de avond het concert zouden typeren: lange filmische, opbouwende intro’s (wat zeker het zonet vermeldde “Far Away” een extra cachet gaf omdat dit nummer exclusief werd gemaakt voor het in 2010 uitgebrachte en fel bejubelde western videospel ‘Red Dead Redemption’) werden opgevolgd door subtiele instrumentale inkleuringen die allen vakkundig gedirigeerd werden door een enthousiaste Nackt (die ook samen met Ben Lauber and Nils Tegen instond voor de composities en arrangementen). En wat eigenlijk nog het belangrijkste was: bijna nimmer kwam de zang en het gitarenspel van González in de verdrukking maar versmolten deze mooi en passend als één geheel samen met de laagjes instrumentatie die er over gedrapeerd werden.
Hoe verder de set vorderde hoe meer het deels zittend publiek op het puntje van de stoelen ging plaatsnemen en hoe meer de eerste rijen rechtstaande aanwezigen mee opgezogen werden in de fraaie wisselwerkingen.
Bij ieder nummer vielen er diverse instrumenten te bespeuren die detaillistisch bepalend (xylofoon in combinatie met strijkers in “How Low” en dwarsfluit, klarinet en trompet tijdens de aan Jaga Jazzist en Tortoise aanverwante instrumentale intro tot “Broken Arrows”) of richtinggevend (een streepje electronica bij “Crosses”) waren, dan weer – in positieve zin weliswaar – hun weerbarstige aard boven haalden en het geheel een ietwat scherper randje meegaven (trompet bij “Down The Line”).
Hoogtepunten waren wat ons betreft terug te vinden tijdens uitvoeringen van “Abram” (met een fraaie mix van akoestische gitaar, percussie, cello, violen en bleeps) en “Cycling Trivialities” (waar de stemmen van de twee achtergrondzangeressen crescendo meegingen met de snaarinstrumenten).
De Kylie Minogue cover “Hand On Your Heart”  werd dan weer van een Stock, Aitken en Waterman luchtbelletje uit 1989 getransformeerd tot een sprankelend juweeltje, terwijl omgekeerd het bij Massive Attack uitgeleende “Teardrop” nu net door de toegevoegde extra’s aan impact diende in te boeten.
Als toegift kwam het solo uitgevoerde “Fold” aan bod om uiteindelijk af te sluiten met het onvermijdelijke “Heartbeats” waarbij The Göteborg String Theory voltallig maar qua klank spaarzaam González nog eens kwam vervoegen.
Veel bindteksten of interactieve momenten met het publiek vielen er niet aan te treffen maar dat hoefde ook niet. De muziek sprak voor zich en met heel wat symfonie tussen de oren en een euforie op het gelaat trokken de aanwezigen de deur van de AB en deze van het Dominofestival jaargang 15 achter zich dicht.

Jammer dat het meteen ook de allerlaatste editie ooit was. Eén troost: via deze keurig gestreken muzikale vertoning van José González en The Göteborg String Theory kan de formule in schoonheid definitief opgeborgen worden om later dit jaar plaats te maken voor andere projecten die – als we Kurt Overbergh, artistiek directeur van de AB, mogen citeren – “op hun beurt weer zullen uitgroeien tot iets moois en mogelijk even groots”. Musiczine houdt zich nu al klaar.

Setlist: Hints, In Our Nature, Far Away, How Low, Crosses, The Nest, Abram, Hand On Your Heart, Göteborg String Theory Instrumental, Broken Arrows, Cycling Trivialities, Teardrop, Down The Line
Fold, Heartbeats

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011)


Rupa & The April Fishes

Rupa & The April Fishes - De taboeloze kookles van Rupa

Geschreven door

Rupa & the April Fishes? Elf dagen na 1 april zelve durfden we het erop te wagen. Dus wij naar de Magadalenazaal waar ons een culinair sterk wereldpotje aangeboden werd. Rupa Marya en haar amalgaam groepje muzikanten gooien alles samen wat deze en hun multiculturele wereld te bieden heeft en dit smaakt (naar veel meer).

,It’s like cooking’, zegt zangeres en leading lady Rupa halverwege het concert en dan wijst ze elk van haar vijf muzikanten aan: ‘Je neemt wat Nicaragua, wat Pakistan, wat San Francisco, wat India en je mixt het.’ En dan krijg je Rupa & the April Fishes.
Grappig, dat is niet enkel de naam, maar ook het hele concept. ‘Te veel stijlen door elkaar die te ver van elkaar liggen’, hoorden we iemand achteraf opperen. En net dat maakte het voor ons zo’n aantrekkelijk stoofpotje. Ja, de invloeden zijn heel divers, maar blijkbaar het natuurlijke resultaat van een groeiproces van zes mensen die elkaar vonden in San Francisco.
Hun wereld- en levenswandel(ing) voordien hielpen mee het project tekenen. Rupa is een kleine grappige dame, met Indische roots, maar ze groeide evenzeer op in Frankrijk en Noord-Amerika en heeft in haar koffer ook een artsendiploma steken. Niet zomaar Mieke van Janneke dus en al snel blijkt dat zij de lijnen van hun muzikale ontdekking uitzet(te).

Die lijnen liepen vorig jaar al door Cactus en ze houden de beste herinneringen aan ‘Brugge/Bruhhe’ (ze probeerde het enkele keren uit te spreken maar gaf het op). En omgekeerd. Niet dat de opkomst overweldigend was. En ook de beleving was rustig. ‘Waarom danst men in België niet’, zuchtte Rupa achteraf met gefronste en opgetrokken wenkbrauwen.
Het repertoire heeft nochtans veel bewegingsstimulansen in zich. Aangezien elke vergelijking mank loopt, wagen we ons daar niet aan, maar toch geven we een rijtje invloeden die we zeer herkenbaar ontdekten: Franse chanson en zelfs musette, zigeunernoten, folkrock, rock’n’roll van de sixties, Indiase deuntjes, Latino grooves, energetisch Balkan-ritmes, dromerige ballads, raga en reggae en zelfs ska, in een mix van Frans, Engels en Spaans. Overloop het lijstje nog eens ! Ja, het kan !
Het eigenaardige is dat het sextet dit alles in een modern, hedendaags popmuziekje giet met heel ontraditionele instrumenten als daar zijn: één cello, één contrabas, één accordeon, één trompet en dan een drum en een (zingende) gitaar(madam).
Taboedoorbrekende wereldmuziek dus, maar dan een muziek van hun eigen wereld en ze amuseren zich duidelijk in die globe, al moet gezegd dat het aanstekelijke er on stage net niet uitkomt wegens te statisch. Een voorprogramma voor Manu Chao zou hen perfect staan. Mocht je toevallig hun cd’s 'Extraordinary Rendition' (debuut) of ‘Es
te Mundo’ (tweede album) in handen krijgen, vergewis jezelf. Dat dit laatste album opgedragen is aan Mexicaanse gelukszoekers die de tocht naar de VS niet overleefden, legt de link naar Manu Chao helemaal open.

We zagen een dame (en een band) met een boodschap ook. In Brugge/Bruhhe verwees ze duidelijk (en net iets te lang en te schoolmeesterachtig naar ons gevoel) naar de erbarmelijke behandeling van de Roma-zigeuners vorig jaar in ons land. Tussendoor duwde ze er ook nog in dat de hoop op een ommekeer  met Obama intussen ook al omgekeerd is: ‘shame shit’.
Maar achter alles bleef het gewoon een onschuldig potverteren met leuke deuntjes, grappige
melodietjes en zelfs improvisatiemomenten. Authentiek, opgewekt en kleurrijk: een lekkere werelddrank. Gezondheid!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Setlist
1. Les Abeilles 2. La Rose 3. C’est moi 4. Poder 5. La Peinture 6. (La Frontera) 7. Guns of Brixton 8. A Cochabamba me voy 9. La Linea 10. Culpa de Luna 11. A Rose is a Rose 12. Build 13. Inhéritance 14. Eena Meena Veeka 15. Soledad 16.No Olvidado 17. Maintenant 18. Por la Frontera 19. Espero La Luna 20. Soy Payaso 21. Une Américaine en Paris

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Battles

Battles - Interessant nieuw materiaal

Geschreven door

Je moet het maar durven, welgeteld al één plaat hebben uitgebracht, het schitterende ‘Mirrored’ uit 2007, en daar dan geen noot van spelen.
Battles is zo een bandje die alle wetten met de voeten treedt, hun volledig instrumentale set is helemaal opgebouwd uit songs van de nog te verschijnen nieuwe plaat. Geen herkenningspunten dus, we moeten het doen met nagelnieuw materiaal.
Uiteraard zijn ook de nieuwe songs binnen het gekende geluidsconcept van Battles vervaardigd. Een hoop elektronica, iets meer dan vroeger misschien, vermengd met frisse gitaren en natuurlijk een opzwepende en pompende drum, nog steeds overduidelijk het handelsmerk van Battles.

Het trio heeft zo te merken de nodige tijd in de songs gestoken, en deze moeten ook nog wat groeien. Een Battles song zit namelijk vol met verborgen verleiders, het duurt een tijdje vooraleer we die allemaal ontdekken. In ieder geval speelt de band met volle overgave en laten ze hun nieuwe songs ruim open bloeien. Het trance gevoel die ze wel eens kunnen veroorzaken is niet verloren gegaan, zeker wanner hun songs een eigen weg mogen gaan naar een gloeiende climax toe, met de indrukwekkende afsluiter “Sundome” daarin als treffend bewijs.
Het wordt afwachten of de nieuwe plaat dezelfde begeestering zal teweegbrengen dan ‘Mirrored’, de tijd zal het uitwijzen. De live uitvoering bewijst in alle geval dat er weer een pak potentie en creativiteit in de songs vervat zit.
Battles is en blijft iets apart, en zeker op een podium.

Valse noot van de avond is het Amerikaanse voorprogramma Mi Ami, een elektro duo die we ons als één van de ergste verschrikkingen van het jaar zullen herinneren. Het duo prutst klungelig aan wat knoppen met de bedoeling een dansbare sound te bekomen, helaas komt er een hels irritant gebral uit. En als één van de twee begint te zingen is het helemaal naar de duvel, de man krijst als een Chinees dwergkonijn dat brutaal in de kont wordt genomen door een hitsige baviaan die met zijn op hol geslagen hormonen geen blijf meer weet. Het is echt niet om aan te horen en het publiek druipt dan ook massaal af. Ook de niet rokers gaan met plezier een half uurtje in de kille wind staan om verlost te zijn van dit ellendige gejengel.

Organisatie: Aéronef, Lille

Domino 2011 – Battles - Battles kan vertrek charismatische frontman live niet opvangen

Geschreven door

Domino 2011 – Battles - Battles kan vertrek charismatische frontman live niet opvangen
De zesde dag van het Domino festival koos volop voor het experiment en zette vanavond drie totaal verschillende artiesten op hetzelfde podium, waarbij de enige constante was dat alle drie een totaal uniek geluid ontwikkelen, dat met vrijwel geen enkele andere artiest te vergelijken valt.

Oneohtrix Point Never, aka Daniel Lopatin, is een laptop artiest, die naast video projecties, grossierde in drones, eclectische electronica and soundscapes, maar we zagen dit eerlijk gezegd al veel beter uitgevoerd door mannen zoals Pantha Du Prince of Four Tet.

Dan Deacon, een nerd met een veel te grote bril, speelt liever tussen de mensen dan op het podium, dus had hij zijn draaitafel maar op de vloer gezet, net voor het podium, zodat behalve de eerste twintig mensen, niemand meer zag dan de fluogroene schedel met discolampen die boven die tafel uitkwam. Dan Deacon speelde met het publiek, liet het aftellen van tien tot een, en wou dan meteen een feestje opstarten, wat gezien het vroege uur (acht uur ’s avonds), niet evident was. De man heeft een heel eigen soort dansgenre ontwikkeld, wat je nog het best kan omschrijven als volgt: geef Daniel Johnston de opdracht aan de slag te gaan  met “Go” van Moby, en programmeer enkel breakcore beats in de keyboards: we kregen kinderlijke, naieve stemmetjes, Oosterse gamelans en breakcore beats, qua attitude wel te vergelijken met Justice, maar dan zonder één enkel element van de vuile electro sound die we ondertussen meer dan beu gehoord zijn.
Dan Deacon liet de zaal een danswedstrijd houden, en tot onze grote verbazing, werd er rond halfnegen zowaar gecrowdsurfd in de AB Box. Het kwam echter niet tot een volledig dansfeestje, omdat de set er om negen uur al op zat, en we per slot van rekening ook nog maar maandagavond waren.

Nog voor de band op het podium kwam, wist je wie vanavond de hoofdact was: het iconische cymbaal stak zo een anderhalve meter boven het Tamadrumstel uit, en ook de batterij van keyboards en effectpedalen was zo van de hoes van ‘Mirrored’ naar het podium van de AB verplaatst.Toch waren er net een paar keyboards minder te zien: Tyondai Braxton, de zanger met de woeste haardos en de rare voornaam, besloot in 2010 Battles te verlaten om een solo-album uit te brengen.
Blijkbaar zit er een serieus haar in de boter, want Battles zou vanavond geen enkel nummer uit ‘Mirrored’ spelen, maar zijn volledige set opbouwen rond het nog in juni te verschijnen nieuwe album ‘Gloss Drop’.
Het wegvallen van de zanger, heeft Battles op die nog te verschijnen plaat opgevangen door gastzangers uit te nodigen, zoals Kazu Makino van Blonde Redhead, Matias Aguayo, de Chileense minimal artiest, of zelfs new wave veteraan Gary Numan. Die touren niet mee, dus werden die zangers op twee schermen achter de band geprojecteerd. Dit had natuurlijk als beperking dat de band in die nummers in het keurslijf van de videoprojecties moest spelen.
Nu heeft Battles nog meer dan genoeg instrumentale nummers waar het zich vol overtuiging in kan geven, maar dat was net het probleem vanavond: ok, John Stanier mepte er als vanouds op los, maar gitarist Dave Konopka  stond ofwel met zijn rug naar het publiek, of zat op de knieen bij zijn effectpedalen terwijl Ian Williams voortdurend aan knopjes draaide, waardoor je meer de indruk had dat je in een geluidslaboratorium naar drie gasten stond te kijken die rare geluidjes aan het zoeken waren, dan dat je naar een echte liveshow gekomen was.
Ook met de songs was er iets mis, moeilijke ritmes zaten er zeker in, maar je kon niet zeggen dat de nummers openbloeiden of dat ze subtiel evolueerden, op een of andere manier zaten er niet genoeg ideeen in de individuele nummers.
In het tweede deel van de set werd het beter, toen Ian Williams mee ging drummen, en het nummer naar het einde van de set, met Gary Numan op zang, was veruit het beste van de avond. Het applaus van het publiek was al bij al vrij lauw, en ook de bisronde kon niet echt overtuigen.

Misschien dat Battles zijn nieuwe nummers nog moet laten evolueren, maar toch lijkt het of de leemte die Tyondai Braxton liet, door Battles nog niet ingevuld is. Battles heeft blijkbaar besloten op hetzelfde pad verder te gaan zonder hem, maar dit lijkt een doodlopend straatje. Vers bloed en nieuwe ideeen lijken aangewezen: James Blake zou misschien een goeie match zijn …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011)

Deerhunter

Deerhunter - Verrassend en intrigerend

Geschreven door

Als indie band is Deerhunter al sedert 2004 gestaag bezig wat naambekendheid te verwerven maar de grote doorbraak is er nog niet van gekomen, hoewel hun vierde langspeler ‘Halcyon Digest’ geregeld opdook in de eindejaarslijstjes van 2010. In ieder geval heeft die fijne plaat ons warm gemaakt om de groep live te gaan bewonderen. Het bleek niet helemaal te zijn wat we verwachtten, wat hoegenaamd niet wil zeggen dat we ontgoocheld waren.

Live tapt Deerhunter namelijk uit een ander vaatje dan op het gevarieerde ‘Halcyon Digest’. Wie gekomen is voor de subtiliteit van die plaat is er een beetje aan voor de moeite, maar krijgt er wel een interessant alternatief voor in de plaats. De band kiest resoluut voor een vol elektrische sound gekenmerkt door soms lange nummers met bezwerende en scherpe gitaren. Niet eens een slechte keuze blijkt, de set komst alsmaar beter op dreef en mondt uit in een verslavende trip die doet denken aan Yo La Tengo, The Black Angels of The Velvet Underground. Frontman Bradford Cox drapeert zijn vocals koeltjes bovenop de songs en geeft die een eighties naklank mee die samengaat met een vorm van sixties psychedelica. Hoe dieper in de set, hoe meer ze ons overtuigen en hoe meer we worden meegesleept in die intrigerende sound. Op het eind kunnen we dus best terugkijken op een meer dan geslaagd en vooral verrassend concert.

Deerhunter is duidelijk een band met twee gezichten. Op plaat klinken ze eigenzinnig, subtiel en houden ze het bij korte originele songs. Op een podium zweren ze bij aanzwellende rock gedrenkt in een waas van elektrische gitaren die bij momenten gretig en uitgebreid aan het scheuren gaan. Dit kan zowel zorgen voor ontgoochelde als voor aangenaam verraste fans. Reken onszelf maar bij die laatste categorie.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Domino 2011 – Belle & Sebastian – lachen, dansen genieten

Geschreven door

Domino 2011 – Belle & Sebastian – lachen, dansen, genieten
Belle & Sebastian is een band die je niet al te vaak op een Belgisch podium aantreft. Zo was toch al weer bijna 5 jaar geleden was dat we ‘Glasgow’s finest’ in de AB aan het werk zagen. Niettemin bleek frontman Stuart Murdoch zich nog goed te herinneren dat het die bewuste avond mooi zomerweer was in Brussel. Muzikaal heeft Belle & Sebastian altijd al blijk gegeven van een bijzonder scherp observatievermogen van het alledaagse leven, en het zou ons dus ook niet verwonderen dat ze er stiekem ook een weerdagboekje op nahouden. Het was alleszins slechts één van de vele subtiele anekdotes waarmee ze erin slaagden om het publiek volledig in te pakken. 

Het nieuwe album ‘Write About Love’ mag dan niet echt vernieuwend klinken, tegelijk staat er weer geen enkel nummer op die afbraak doet aan hun schitterende oeuvre aan gevoelige, nostalgische popsongs die ze sinds 1996 verpakt in de mooiste platenhoezen op ons loslaten. 
Gevolg: een in een mum van tijd uitverkochte zaal dat barstte van de sfeer vóór, tijdens én na het concert, en dat voor een groep die nog steeds schandalig over het hoofd gezien op de meeste radiozenders, een occasionele nachtuitzending op Radio 1 niet te na gesproken. Ja, er bestaat dus nog muzikale gerechtigheid!
Van bij het begin deden de zangerige gitaar riedels op “I’m a Cuckoo” de lentekriebels direct opborrelen en tijdens het daar op volgende, aan T. Rex schatplichtige glam rock uitstapje “The Blues Are Still Blue” en “Sukie In The Graveyard” was stilstaan al even min een optie.
Tot groot jolijt van het publiek beloofde de spraakzame Stuart Murdoch niet enkel ‘nieuwe’ (“I Want The World To Stop”, “I Didn’t See It Coming”,…) maar ook ‘iets oudere’ en zelfs ‘oude’ songs te spelen, en het was uit die middencategorie dat het verborgen pareltje “Piazza, New York Catcher”  op het ‘Dear Catastrophy Waitress’ album uitgroeide tot een eerste hoogtepunt.
Bij ontstentenis van het juiste antwoord draaide het hengelen naar een eerste verzoeknummer noodgedwongen uit op een quizvraagje: “welk nummer wordt steevast iedere avond aangevraagd tijdens deze toer, behalve vanavond in Brussel?” Waarop vervolgens “This Is Just A Modern Rock Song” voorzichtig en ingetogen ingezet werd, om vervolgens uit te groeien naar een climax waarop alle muzikale registers (strijkerskwartet, trompet, orgel,…) wijd opengetrokken werden. Verwondering en ontroering alom in de zaal, en reken “Dogs On Wheels” daar ook maar bij.
Er mocht ook gelachen worden, was het niet met Stuart’s klungelachtige maar complexloze manier van dansen, dan wel tijdens het voortijdig afgebroken “Stairway To Heaven”, waarbij hij mijmerde dat dit best wel een aardig nummer is zolang het niet gespeeld wordt door Led Zeppelin.
Wanneer naar het einde toe enkele uitverkoren uit het publiek op “The Boy With The Arab Strap” hun danskunsten mochten komen demonstreren, de ene al wat uitbundiger en ‘in de maat’ dan de andere, was het hek helemaal van de dam. Dat uitgerekend de minst elegante danser achteraf bij de uitreiking van de dansmedailles op het meeste applaus kon rekenen was illustrerend: samen met The Smiths koesteren Belle and Sebastian en hun fans de anti held, die authenticiteit verkiest boven pose, saaie weekends meemaakt in plaats van opwindende en eigenlijk liever thee dan bier drinkt.
Alleen al voor het extatisch onthaalde “The State I Am In” uit de ‘Tigermilk’ debuut LP in de bisronde komen wij over 5 jaar graag terug (als ‘t God belieft), maar het mag deze keer ook iets eerder zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics – rubriek concerts Ancienne Belgique -

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011


Arbouretum

Arbouretum - Grofkorrelige gitaarsolos a volonte

Geschreven door

Oorspronkelijk zou Horse Feathers, het excellente indie-folk quartet uit Portland, Oregan, rond zanger Justin Ringle openen voor Arbouretum, maar die band wijzigde zijn Europese tourplannen, zodat Arbouretum al om kwart voor negen in de Magdelenazaal aantrad.

Wat moet je weten over Arbouretum: de band komt uit Baltimore, en zijn vierde plaat, ‘The Gathering’, (uit op Thrill Jockey), zou een concept album moeten zijn rond een werk van de psycho-analyticus Carl Jung. Zanger Dave Heumann moet een opleiding in de bouw gevolgd hebben, want hij kan een flesje Jupiler opendoen zoals alleen een volleerde metsersgast dat kan, en bassist Corey Allender heeft een baard  die gerust naast de exemplaren van Damiaan Deschrijver (John van bordeel Havana uit ‘De Ronde’), Reinhard Vanbergen van Das Pop of de meesterlijke gezichtsbeharing van de bassist van Creature with the Atom Brain mag staan. Bas en baard gaan blijkbaar goed samen.

Genoeg over de uiterlijkheden, over naar de muziek: Arbouretum klutst op heel eigen wijze country folk en fuzz-rock samen in lang uitgesponnen nummers die dikwijls boven de zeven minuten gaan. De band begon in een volledig duistere zaal aan het laatste optreden uit zijn Europese tournee, met een drone-achtig, ambient nummer, toepasselijk “Ambient beginning’ geheten. “The White Bird” was het echte begin van de set, en katapulteerde iedereen terug naar 1970, met zijn Black Sabbath orgeltje en dito fuzzy gitaren.
In de rustige nummers, zoals de Jimmy Webb-cover “Highwayman” of “Down by the fall line” deed de overslaande stem van Heumann bijwijlen aan Bonnie Prince Billy denken en soms zat er ook een vreemde Keltische klankkleur in die tragere nummers. Maar zelfs in die trage nummers, was er altijd een onderliggende, gruizelige gitaarklank, alsof de band beslist had dat ook die nummers ruw en onaf moesten klinken.

De echte sterkte van Arbouretum kwam echter naar voor in de hardere nummers: het epische “Song of the Nile” met een structuur die veel weg had van “Three Days” van Jane’s Addiction, klokte af boven de tien minuten, en ook in “Fall line of Mohammed’s Hex” soleerde Dave Heumann er op los, in zijn heel eigen unieke stijl. De twee metalheads vooraan vonden het fantastisch, en headbangden er op los, wij twijfelden toch een beetje, omdat Arbouretum vanavond net niet genoeg zijn best deed om het publiek in zijn space-trip te betrekken. Voor een afsluitende show van een Europese tournee had het net dat ietsje meer mogen zijn.

Setlist Ambient beginning,
The white bird, Song of the pearl, Waxing crescents, Empty shell, Highwayman, Fall line, False spring, Song of the nile, Mohammed’s hex, Pale rider

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Frankie & The Heartstrings

Frankie & The Heartstrings - De sterke eenvoud van het lied

Geschreven door

We zijn het ondertussen al gewoon maar een avondje Next Big Thing betekent naar Democrazy-normen eerst wat aankomend Belgisch talent en daarna een band die meestal de nodige superlatieven ontving van de buitenlandse (meestal Britse) pers.

Deze avond waren het The Future Dead die de Belgische vlag mochten verdedigen, een groep die een vijftal jaren geleden de gebruikelijke concoursen  won en nu op de proppen komt met hun door Pascal Deweze geproduceerde debuut. Vanzelfsprekend hoorden we gisteren een mooie selectie uit
‘Ways of new amusement’ waarbij het duidelijk werd dat deze vijf jongens die tegenwoordig in Gent resideren vooral zichzelf zijn gebleven en dit ondanks de vele lovende woorden. Iets wat je ook eigenlijk van hun set kan zeggen: eerlijk, zonder omzien en vooral veel talent.
U wil vergelijkingen? U krijgt ze niet want The Future Dead weten wel waar de klepel hangt maar ze hebben met die ingrediënten er wel mooi hun eigen ding weten met te maken en dat maakte hun optreden gisteren tot een heerlijk rockconcertje waarbij we nu al verlangen zijn naar wat de zomerfestivals ons zullen brengen.


Frankie And The Heartstrings zullen ook ongetwijfeld de Britse festivalpodia halen want sinds kort mogen ze zich de lievelingen van de pers gaan noemen. Met de kennis dat diezelfde journalisten nog niet van hun eerste overdrijving gestorven zijn, gingen wij dan ook met de gebruikelijke argusogen naar de Charlatan.
Geen nood echter, want wat zich liet onthullen op hun aardig debuut ‘Hunger’ was bleek ook gisteren: Frankie & The Heartstrings hebben niet alleen met frontman Frankie Francis een showman eerste klas in hun rangen, hij kan blijkbaar nog songs schrijven ook! Luister maar eens naar “Postcard”, “Photograph” of “Don’t look surprised” en je weet meteen waar we het over hebben!
Nu ja, blijkbaar is het Belgisch publiek er nog niet helemaal van overtuigd. Misschien had het ontluikend terrasjesweer er wel iets met te maken, maar toch was er van een overrompeling niet echt sprake gisteren en dat is deels jammer want deze band uit het Sunderland verdiende beslist beter voor hun debuut op Belgische bodem., Je kon de koppen dan wel (bijna) tellen, toch  zag je ze ook allen swingen en zoiets is  meer dan een goed teken! Op naar de volgende Next Big Thing dus!

TRACKLIST
POSSIBILITIES, POSTCARD, TENDER, WANT YOU BACK, IT’S OBVIOUS, PHOTOGRAPH, UNGRATEFUL, YOUNG AGAIN, DON’T LOOK SURPRISED, HUNGER, FRAGILE

Organisatie: Democrazy, Gent

Hooverphonic

Warm klinkende Hooverphonic

Geschreven door

Hooverphonic is goed op dreef … na enkele tryouts waaronder in het Muziekcentrum Dranouter en twee uitverkochte concerten in de AB is de clubtour definitief op gang getrokken. Hooverphonic met de nieuwe jonge zangeres Noémie Wolfs kan opnieuw de grote zalen bereiken, maar de tandem Callier – Geerts willen dichter bij hun publiek staan en houden dus van het clubcircuit. Ze willen in interactie treden met hun fans, zijn aangenaam en leuk in omgang en maken enkele zinspelingen. Ze klinken en zijn warmer. Vroeger zagen we een onderkoelde, afstandelijke band op het podium.
De uitgebalanceerde, uitgekristalliseerde trippoppende sound, soms rijkelijk ondersteund van bombast en orkestraties vormen nog steeds het handelsmerk van de band, met een ’60 s rock’n’roll tint, spaghetti western en dreigende, bevreemdende sounds. Minder hemels en breekbaar dan bij Geike, maar met de komst van Noémie korrelig, doorleefd en ietwat meer soul.
De return van Hooverphonic op ‘The night before’ bevat meeslepend, dromerig, gevoelig materiaal en varieert met een opbouwende groove.

Het zeskoppige Hooverphonic gaf de nummers een gepast gevoelig, snedig en subtiel gitaarspel en een diepe bastune; toetsen en synths zorgden voor het juiste tegenwicht. De band met hun nieuwe zangeres blijkt goed op elkaar ingespeeld. Zelfverzekerd, ontspannen en relaxt.
Noémie was gekleed in een rood-zwart gestreepte trui, de schouders (lichtjes) ontbloot, felrode lippen en een indringende blik, net als op de plaat … Ze benadrukte nog wel eventjes de statische, coole opstelling van Geike aan de microfoon, in het midden van de band, maar had voldoende lef om het publiek in te nemen. Ze is duidelijk extraverter en grapte mee met Callier.
Qua songopbouw en setlist is er niet echt een verschil met de vorige concerten die ik zag van ‘The night before’ - tour, maar het zit ‘em in de amicale opstelling, attitude en spontaniteit. Mooi meegenomen dus om door te stoten als een gezelschap die een warme, losse band slaat met z’n publiek.
Het nieuwe materiaal kwam meteen in de spotlights waarbij al vroeg de puike single en titelsong van de cd ‘The night before’ werd gespeeld, die het vertrouwen wonnen. “Club Montepulciano” en “2 wicky” waren de eerste oudjes, klonken ietwat anders met de jaren en Noémie zong ze met een diepere, vollere stem, minder hoog, indringend en dreigend. Iets anders inderdaad, maar bleven duidelijk overeind.
Na het poppy “Anger never dies”, ademde de combinatie “Identical twin” (intens, broeierig, spannend, bezwerend en gedragen door piano- stem), “Expedition impossible” (repetitief opbouwend) en “George’s café” (bepaald door het akoestische gitaargetokkel en viool), de sfeer van een bruine kroeg. Ook een soundtrackgevoel en beelden van spaghetti westerns borrelden op.
Wat volgde, was een ‘Best of’ in een ietwat gewijzigde versie. Op “The world is mine”, met het herkenbare, bepalende baslijntje  mocht een jarige jonge dame meeklappen en het refrein meezingen en “Jackie cane” onderscheidde zich door een fors tokkelende gitaarpartij. Het podium kreeg een rode gloed op de classics “Mad about you” en “Sometimes”, vocaal meer doorleefd, maar minder diepgevoelig; ze kunnen eigenlijk achterna gezien enkel door Geike maar huiveren en kippenvel bezorgen. Noémie was vindingrijk genoeg om het refrein van “Sometimes” zachtjes te laten meezingen en - neuriën door het publiek. Iets wat steevast gebeurt als je hen al aan het werk zag.
Na iets meer dan een uur werd de set besloten. Er was ruimte, veel ruimte om nog een resem songs voor te stellen. Ze wisselden de bekende “Eden” en “Vinegar & Salt” af met het avontuurlijke “Renaissance affair” van ‘Blue wonder power milk’, een schitterende donker onheilspellende sfeermaker door de repetitieve opbouw, die mooi uitgesponnen werd. Op deze nummers namen de vioolpartijen het voortouw. 
Tot slot speelden ze nog enkele ingetogen broeierige songs van ‘The night before’, “More” en “Danger zone”. “How can you sleep” stond eerst voor de ideale nachtzoen van Noémie, maar door de poppy en de krachtiger wordende aanpak van zich afbijtende gitaren, schudde ze ons wakker. Angus Young gitaarpasjes vulden aan ... Een overtuigende afsluiter …

Hooverphonic heeft het verlies van Geike verteerd en komt zelf spontaner en losser voor de dag. Een nieuw hoofdstuk is aangesneden.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Dum Dum Girls

Dum Dum Girls - op de juiste manier gejat

Geschreven door

 Toen bleek dat Mon-O-Phone werd toegevoegd aan een avondje Dum Dum Girls was het even de wenkbrauwen fronsen. Wat had lo-fi rock nu te maken met vier Amerikaanse rockmeiden die boven hun bed een poster van The Ramones hebben hangen? Nochtans bleek de combinatie achteraf meer dan gerechtvaardigd te zijn. Dat is voornamelijk te danken aan de kracht die deze twee Limburgers live bezitten.

Eerder werden de klanken van Ciska Vanhoyland en Koen Brouwers (om begrijpelijke redenen omgedoopt tot Mr. & Mrs Phono al de hemel ingeprezen. Hun donkere debuut is misschien niet bepaald de ideale lenteplaat, toch is het er eentje dat op een podium en ook daarbuiten indruk maakt. Daar zal de vitale energie van Mrs. Phono wel voor veel tussen zitten. Het is natuurlijk reeds eerder gezegd, maar het blijft een waarheid als een koe dat dit Limburgse duo het best omschreven kan worden als een kruising tussen het vettige van The Kills en de schizofrenie van PJ Harvey. O ja, het is waar ook: ze houden niet echt van die PJ Harvey-vergelijking. Met wat geluk zal er in de toekomst geen kat nog naar teruggrijpen want wat we al een tijdje vermoeden, werd gisteren met de dikke fluopen nog maar eens onderstreept: Mon-O-Phone is één van de fijnste nieuwe Belgische groepjes van dit moment en dat hebben ze vooral aan durf en talent te danken.

Van Limburg naar het mooie Californië bleek maar een kleine stap te zijn in de (jammer genoeg) matig gevulde Balzaal.
Terwijl manlief Brandon Welchez net met Crocodiles een intense wereldtoer beëindigde, is moeder de vrouw Kristin Gundred, buiten de keuken bekend als Dee Dee, alweer weg met haar Dum Dum Girls. Leuk hoe een groep kan evolueren. Stonden we er verleden jaar nog wat verbouwereerd bij toen deze vier rockmeiden ons na een halfuurtje wat verweesd achter lieten, twaalf maanden zijn ze omgetoverd in een stomende rockmachine waarbij ze heel hoe goed weten wat de trucjes van het podium zijn. Al zijn er natuurlijk ook de verdiensten van het sexy ondergoed.

De set werd meteen geopend met “He Gets Me High”, één van de nummers die hun meest recente EP sieren. Naast betoverende versies van “Wrong Feels Right” en “Taking Care of My Baby” was er uiteraard nog een mooie bloemlezing voorzien uit 'I Will Be', de cd waarop Dee Dee’s mama prijkt. Doet dit rock ’n rollkwartet iets nieuws ? Zeker en vast niet, alles is gegapt uit de platen van The Shangri La’s, Girlschool of zelfs The Jesus & Mary Chain. Alleen is het op de juiste manier gejat, waarbij het wel lijkt alsof je in een set van een Tarantino-film beland bent, waar ook nog eens een mysterieus Lynch-sfeertje hangt. De meiden zorgden voor een uur rockplezier van de bovenste plank waarbij we op het einde zelfs aan hun zijde wilden sterven in een dubbeldekkerbus, want die versie van “There is a Light That Never Goes Out” was ronduit adembenemend.

De hype rondom Dum Dum Girls is misschien iets te vroeg gekomen. Wat ze nu tentoonspreiden, maakt van al die lovende woorden van weleer een waarheid die kan tellen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Democrazy, Gent

Grant Hart

Grant Hart - Underground icoon Grant Hart en de deugd der zelfrelativering

Geschreven door

In de reeks “Hoe zou het nog zijn met…30 jaar later” werden de spotlights afgelopen donderdag gericht op Grant Hart. Als mede-oprichter van het invloedrijke 80ies undergroundtrio Hüsker Dü en met een reputatie van voormalig junkie heeft deze innemende Amerikaan alles in huis om zich een cult figuur pur sang te noemen. Na zijn gedwongen ontslag uit Hüsker Dü ruilde Hart de drumkit in voor een elektrische gitaar en stortte zich in een aanvankelijk niet onaardig solo avontuur. Op zijn debuut ‘Intolerance’ (‘89) verrijkte hij de muziekgeschiedenis en passant met het tijdloze “All Of My Senses”, en daaropvolgend blikte hij met het nieuwe powertrio Nova Mob begin jaren ’90 twee fraaie albums vol doorleefde gitaarrock in.

Het jongste decennium leidde Grant een schijnbaar wat teruggetrokken bestaan en liet hij zich maar sporadisch opmerken, o.a. tijdens een eenmalig benefietoptreden met zijn oude Hüsker Dü ‘maatje’ Bob Mould, of als gastvocalist op het derde Arsenal album ‘Lotuk’. Toen na tien jaar radiostilte met ‘Hot Wax’ (‘09) dan toch weer een nieuw album verscheen leek niemand daar echt wakker van te liggen. Met de release van de puike rarities collectie ‘Oeuvrevue’ en een aantal reissues kwam Hart eind vorig jaar plots terug wat aan de oppervlakte. De hernieuwde aandacht leverde hem een ticket op richting Europa waar hij momenteel in zijn dooie eentje een clubtour afwerkt. De immer sympathieke patron van de 4AB club Patrick Smagghe moest dan ook geen twee keer nadenken toen de iconische Amerikaan op zoek ging naar een Westvlaams podium om de versheidsdatum van zijn back catalogue te testen.

Met Grant’s muzikale staat van dienst laat een beetje fan zich al vlug verleiden tot al te hoge verwachtingen, maar met cultfiguren weet je maar nooit. Zouden we een overjaarse troubadour op akoestische gitaar te zien krijgen, of dan toch een glimp kunnen opvangen van het strijdvaardige alt.rock icoon van weleer? Het bleek gelukkig het laatste. Met een zelden geziene rauwheid gooide Hart zich in een mistig strijdtoneel, nonchalant heen en weer strompelend tussen de microfoon en zijn gitaar amp waaruit hij voor elk nummer de juiste distortiongolf wist te knijpen. Een hoogbegaafd gitarist is ex-drummer Hart echter niet, een begenadigd zanger des te meer. Na een ronduit verschroeiende start kwam zijn doorleefde stem pas echt goed tot zijn recht tijdens het psychedelisch getinte “You're The Reflection Of The Moon On The Water”.
Hart had in het eerste concertkwartier nog maar weinig woorden gewisseld met het publiek, maar daar kwam geleidelijk aan verandering in. Los van alle sagen en legenden rond zijn muzikaal verleden is de Amerikaan immers de eerste om de iconische beelden rond zijn persoon te doorprikken. Tussen de nummers door ontpopte hij zich gaandeweg tot een alerte meestercynicus die dolde met de eerste rijen van het publiek en grapjes over zijn typische vibrato stem demonstratief in het rond strooide. De sfeer in de dun bevolkte doch intieme 4AD werd hierdoor heel relaxed en spontaan, zo spontaan zelfs dat we er wat aan twijfelen of Hart zich aan een vooraf ingestudeerde setlist hield.
In ieder geval kreeg het publiek de vooraf aangekondigde bloemlezing uit ’s mans beste werk. Maar zoals de recente ‘Oeuvrevue’ verzamelaar duidelijk aangeeft dateren de echt klassieke Hart songs toch wel van twee decennia terug. Het hemelse gitaarpopjuweeltje “2541” uit zijn solodebuut en de Nova Mob classics “Admiral Of The Sea” en “Little Miss Information” horen daar wat ons betreft zeker bij.
Hart zette het publiek heel even op het verkeerde been door op een bepaald moment zijn gitaar te stemmen op de tonen van een Hüsker Dü intro, maar even later werd het 4AD publiek dan toch naar de 80ies gecatapulteerd met de underground evergreen “Don’t Want To Know If You Are Lonely” en een doorleefd “Sorry Somehow”; beide Hart composities zijn afkomstig van het iconische ‘Candy Apple Grey’ album waarmee Hüsker Dü in ’86 de deur wagenwijd openzette voor Dinosaur Jr., The Pixies, The Lemonheads, Buffalo Tom en ander melodieus gitaargeweld die de 90ies zouden kleuren.

Geheel in de traditie van een singer-songwriter optreden nam een nu volledig ontspannen Hart op het einde van de set enkele verzoekjes aan. Ondergetekende viel hier in de prijzen en werd prompt op zijn wenken bediend met een rauwe versie van Hart’s figuurlijke ode aan de Duitse ruimtevaartpionier “Wernher Von Braun”. Met een ander geschiedkundig epos, “The Last Days of Pompeii”, nam de Amerikaan een beetje abrupt afscheid, maar even later zouden we de man onverwacht nog eens tegen het lijf lopen. Aan de gevel van de 4AD bewees Hart met verve dat mannen wel degelijk kunnen multitasken: anekdotes vertellen over ‘the life on the road’ en het gemiddelde IQ van Slayer fans, een versleten Hüsker Dü plaat signeren, gewillig poseren met fans, en tussendoor ook wat CDs aan de man brengen. Dit zijn het soort details die een optreden in een kleine club groots maken, dus Patrick, als er morgen een mailtje van Bob Mould binnen komt dan weet je wat er te doen staat!

Voorafgaand aan Grant Hart konden we nog een handvol nummers meepikken uit de set van publieksopwarmer Pauwel De Meyer. Op het eerste zicht een onbekende figuur in ons muzikaal geheugen, maar na wat speurwerk bleken we deze jongeman uit de regio Sint-Niklaas toch reeds eerder te hebben ontmoet. We herinneren ons immers nog levendig het optreden van Devendra Banhart op Pukkelpop 2007, waar plots een jong kereltje het podium op mocht om samen met Banhart een eigen nummer te brengen; wel, dat bleek bij nader inzien de toen amper 17-jarige De Meyer te zijn. Op de planken van de 4AD deed de ontwapenende jongeman ons eerder denken aan de begindagen van oppermelancholicus Tom McRae. Een talent is De Meyer zeker, want maar weinigen komen weg met “Not Yet” van The Veils zonder het schaamrood op de wangen.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Dø

The Do di dit again!

Geschreven door

Enkele jaren terug intrigeerde het Frans/Finse duo The Do met het verslavende plaatje ‘A mouthful’, hartverwarmende, dromerige en aanstekelijke elfenpop op plaat, live in een pittig, bedreven en breder concept. Naast de overtuigende, dynamische optredens kwam het aspect show, jam en spelplezier en plus.
Een goede drie jaar later heeft de tandem Olivia B Merilahtin (van Finse Origine) en de Franse multi-instrumentalist en drummer Dan Levy een nieuwe plaat uit ‘Both ways open jaws’, prikkelende pop die de woorden geraffineerd, eigenzinnig, pompeus, gevarieerd, catchy, toegankelijk en verrassend verdient. Spannend materiaal dus met avontuurlijke wendingen, bepaald door het kirrende stemmetje van Olivia, die ook in haar stem voldoende variaties biedt. Een soort ballerina pop op z’n Rita Mitsouko, die elan krijgt door talrijke cimbaaltjes, staafjes, tamboerijnen, tierlantijntjes, xylofoon, blazers en een dubbele percussie.

Er viel op het podium nogal wat te beleven dus om het songmateriaal intens broeierig en gemoedelijk te laten klinken. Een heuse band stond op het podium, met enkele verkleedpartijen van de zangeres er bovenop; een gezellige, leuke boel maakten ze er van . Ook de nummers waren alvast de moeite, die boeiend, bezwerend en opzwepend klonken, een handige draai kregen en soms een lang uitgesponnen karakter hadden.  Na overtuigende versies van “Gonna be sick” en “Too insistent”, verbaasden ze met een zwierige carrousel van “Slippery slope”, ietwat verderop in de set gesteund door “The wicked & the blind”.
De band klonk minder onschuldig, gevoelig en dromerig , maar was onderhuids gewaagder, onheilspellender en donkerder. “On my shoulder”, doorbraak van de band, werd eerst akoestisch toongezet om dan breder en voller te klinken. Innemend, emotievol en bruisend.  Verder hadden we subtiele meeslepende en aanstekelijke ritmes van de  sprookjesachtige “Bohemian dances”, “Aha” en “Tightrope” (Janelle Monae song), die durfden te exploderen. Overdonderend! In een feestelijk karakter besloten ze “Playground hustle”, kleurrijk door synths, elektronica en een fris gitaarspel.
Ondanks het feit dat het nieuwe werk nog onvoldoende ingeburgerd is op de radio konden ze rekenen op een sterke respons. Ook in de bis met “Dust it off”, “Moon mermaids” en “The bridge is broken” zorgden ze voor geluidseffectjes , trancegerichte pompende en ontspoorde synths of hielden ze het sfeervol en ingehouden.

The Do staat nog steeds garant voor totaalspektakel van muziek en show, laat talrijke emoties de vrije loop en heeft een ijzersterke live reputatie … The Do did it again!

Organisatie: Botanique, Brussel

Cool Soul Festival 2011 Een avondje rock’n’roll heet van de naald

Geschreven door

Cool Soul Festival 2011 - Een avondje rock’n’roll heet van de naald
Cool Soul Festival 2011 – The Bellrays, The Jim Jones Revue, The Legendary Tiger Man

Aangename kennismaking met de Portugese The Legendary Tiger Man, de one man band van Paulo Furtado, een zeer bedrijvige muzikant die de fijnste bluesakkoorden uit zijn gitaar haalt terwijl hij met zijn voeten het drumstel bedient. Zijn songs zijn gedrenkt in de blues en in de boogie en hebben steeds een aardige drive in zich. De covers die hij speelt zoals “These boots are made oro walking” of “Fever”, waarin hij bijgetreden wordt door de bevallige Portugese chanteuse Rita Redshoes, weet hij op een originele manier naar zijn hand te zetten. In het soulvolle “The saddest thing to say” krijgt hij dan nog eens vocale steun van Lisa Kekaula die eens te meer bewijst dat zij niet alleen hevig kan rocken, maar dat de soul haar ook met het bloed werd meegegeven.

Op naar het kleine podium, waar de twee half geschifte Texanen van Restavrant luide rammelblues uit hun gammele instrumenten halen. Het drumstel (nou ja…, drumstel) is samengesteld uit een olieton, een metalen plaat, een houten kist en twee Amerikaanse nummerplaten. De gitaren hangen met pleisters aaneen en hebben zo te zien al een paar orkanen doorstaan, maar er komt vettige en smerige bluesrock uit. Meer garage dan dit kan het echt niet zijn.

Terug in de grote zaal zorgen The Bellrays voor een ware orkaan. Luid, hard, wild en snel volgen de korte songs elkaar. De ongelooflijke strot van forse frontvrouw Lisa Kekaula jaagt de songs naar uitzinnige hoogtes. Die volle stem barst van de soul, dit wordt nog eens benadrukt in een middenstuk waar heel even wat gas wordt teruggenomen en waar Kekaula een knappe hoofdrol opeist. Nadien wordt de gas weer volop opengedraaid en barsten nieuwe songs als “Black Lightning” (ook de naam van die heerlijke nieuwe cd) , “Hell on earth” en “On top” volledig uit hun voegen. Wervelende show, superhete straight in your face rock.

In de club komt daarna Scott H. Biram in zijn eentje opdraven met een portie onversneden rauwe blues in de trant van T Model Ford. De man, die eruit ziet alsof hij rechtstreeks met zijn tractor naar de set is gekomen, gaat tamelijk fel tekeer op zijn gitaar en mag hierbij op redelijk wat appreciatie van het publiek rekenen. Origineel is het allemaal niet, spontaan des te meer.

Als spetterende finale krijgen we de meest vuile, gortige, smerige, luide en opgejaagde rock’n’roll die u dezer dagen op een podium kan aanschouwen, de geweldige razernij van The Jim Jones Revue.
Jim Jones is met het rock’n’roll virus geboren. Het is een hyperkinetisch rockbeest die raast, vlamt en roept en ondertussen met pure Jon Spencer attitude het publiek entertaint.
De bandleden zijn al even geschift en gedreven, vooral de pianist molesteert met ware vernielingsdrift zijn instrument. The Jim Jones Revue razen als een rock’n’roll sneltrein doorheen loeiende mokerslagen van songs als “Cement mixer”, “High horse”, “Elemental” en “Rock ‘n’ roll psychosis” (een song die volledig de lading dekt).
Een werkelijk gloeiende afsluiter van een geslaagd festivalletje met de nadruk op pure rock’n’roll, heet van de naald.


Enkel een eerder magere opkomst kan de pret wat drukken. Aan de bands zal het zeer zeker niet liggen.

Organisatie: Aéronef, Lille

Pagina 413 van 500