logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

White Wires

WWII

Geschreven door

Als u vindt dat The Thermals een pak van hun pluimen verloren zijn en veel te braaf zijn geworden, dan moet u beslist eens dit plaatje proberen.
De simpele maar zeer doeltreffende rechttoe rechtaan rock van White Wires is volledig bereid volgens het ongeschreven recept van de eerste twee Thermals platen. Garage rock met een flinke scheut punk, een rauw geluid zonder veel franjes, een lo-fi productie, gure riffs en korte sprankelende catchy songs voorzien van de nodige dosis vuur en woede. Het plaatje duurt amper 27 minuutjes en bevat 12 killers van songs die met zijn allen richting onderbuik razen. Hoe heerlijk simpel rockmuziek kan zijn.

New York Dolls

Dancing backwards in high heels

Geschreven door

Voor old school NYD fans is deze ‘Dancing backward in high heels’ wel even slikken, en dit omdat The Dolls (of wat er van over blijft, met enkel nog Sylvain Sylvain en David Johansen als originele leden in de rangen) nu helemaal zijn afgestapt van het oorspronkelijke geluid. Enkel de fijne hoes roept nog herinneringen op aan het woelige verleden.
Het zat er al aan te komen met de vorige plaat ‘Cause I sez so’ waarop ze ook al gretig dweepten met sixties en doowop geluiden. Toch waren er op die plaat nog duidelijke raakpunten met de oorspronkelijke proto punk van begin jaren zeventig. Die zijn nu helemaal verdwenen.
Eén en ander kan ook te maken hebben met het vertrek van Steve Conte, een gitarist die steeds trachtte om de geest van Johnny Thunders bij The Dolls in leven te houden.
Met de exit van Conte zijn de gitaren naar de achtergrond geschoven ten gunste van een opzwepende sax en een zinderend orgeltje, wat resulteert in een handvol aanstekelijke songs waarmee we ons in het hartje van de sixties wanen. Dingen als “Round & round” en “I sold my heart to the junkman” konden volgens ons meer dan veertig dertig jaar geleden makkelijk in de hitparade belanden ergens tussen Smokey Robinson, The Beach Boys en The Supremes.
Het fungehalte is alweer belangrijker geworden en de stempel van David Johansen is nog nadrukkelijker aanwezig.
‘Dancing backwards in high heels’ ligt dichter bij diens alter ego Buster Poindexter dan bij de originele Dolls. Johansen, wiens zangcapaciteiten onaangetast blijven, herneemt hier trouwens “Funky but chic” uit zijn eigen solo carrière, zij het daarom niet echt beter.
De plaat is onmiskenbaar meer soul dan rock, laat staan punkrock. We kunnen de Dolls dus niet verwijten dat ze krampachtig blijven vasthouden aan de sound die ze zelf gecreëerd hebben begin jaren zeventig. Misschien is dit ook wel verstandig, want wat ze toen voor mekaar gekregen hebben zouden ze op vandaag toch niet meer kunnen evenaren. Eigenlijk grijpen ze nu zelfs terug naar dezelfde prille sixties invloeden en voorbeelden, er komen alleen heel andere dingen uit.
‘Dancing backwards in high heels’ is dus een gedurfde onderneming waarmee The Dolls hoegenaamd niet op hun bek gaan, maar wij zullen als fan van het eerste uur toch eerder teruggrijpen naar onze exemplaren van ‘ New York Dolls’ (1973) en ‘Too much too soon’ (1974).
Dit hier is gewoon een andere groep.

Road to Consciousness

Road To Consciousness

Geschreven door

Opera met metal gaan mengen is niks nieuws, in het verleden hadden  platen van bands als After Forever en Therion bewezen dat deze combinatie helemaal niet zo gek was alsof ze op het eerste zicht leek.
Dit project is echter iets geheel anders waarbij men een gehele waslijst van muzikanten over verschillende landen samenbracht en waar zelfs mensen zitten die eerder hun verdiensten bij bands als Epica hebben gemaakt.
Bovendien is dit meer dan zomaar een concept en wil men Road To Consciousness ook op scène gaan brengen waarbij we meteen hopen dat deze band een voller kwalitatief geluid krijgt, die ze op basis van de geleverde composities best verdienen.
‘Road to consciousness’ is een eigenzinnige plaat geworden die op wat clichématige teksten en een paar schoonheidsfoutjes na, beslist de liefhebbers van het genre zal weten aan te spreken.

www.myspace.com/roadtoconsciousness

Murder

Gospel of Man

Geschreven door

Integere, broeierige en gemoedelijke kamermuziek horen we van het Deense duo Murder van Jacob Bellens en Anders Mathiasen. Zij putten voor hun ‘murder ballads’ op de nieuwe plaat ‘Gospel of Man’ uit de rijke americanatraditie.
Semi-akoestisch materiaal, vernuftig in elkaar gestoken songs met een sterke melodie en een folky ondertoon, gedragen door indringende vocals, die neigen naar de sound van Midlake; ze voegen er graag geluidjes van piano, cello, flute en orkestraties aan toe, die het geheel uiterst mooi en fleurig maken.
We horen een handvol pareltjes als “Providence”, “Milk & honey”, “No room for mistakes” en “Picker of cotton”; ietwat forser klinkt “Excelsior”.
‘Gospel of Man’ is een uiterst genietbare plaat, die voldoende variaties in het genre tracht te bieden, het duo uit de onvergetelheid moet brengen en de Scandinavische folk americana een grotere, bijzondere rol moet toebedelen, ondanks de beladen groepsnaam.

Crystal Fighters

Star of love

Geschreven door

Het Londense vijftal Crystal Fighters steekt z’n roots en z’n voorliefde van de Baskische cultuur niet onder stoelen of banken. Simpel, er zitten twee Engelsen, een Amerikaan en twee (wulpse) Spaanse vrouwen in de band.
Hun aanstekelijke, frisse electropop en dance krijgt elan door traditionele Baskische instrumenten als de txalaparta (een soort xylofoon met dikke balken waar je met korte dikke stokken op slaat) en de txistu (een fluit met drie gaten).
Een multicultureel geluid door bezwerende, broeierige en opzwepende tribal ritmes/- drums en warme zangpartijen.
Op het debuut horen we prima songs. Meteen treken ze de aandacht met “Solar system” en “Xtatic truth”. “I do this everyday”, “I love London” en “Follow”  kunnen regelrecht op de dansvloer. “In the summer” en “With you” durven te raken aan een melodieuze Crystal Castles of een doordeweekse Vive La Fête; ook de bezwerende dromerige pop als “Champion sound”, “Plage” en “At home” zijn de moeite. Af en toe laten ze een steek vallen zoals “Swallow” die overal en nergens heen gaat.
Crystal Fighters neemt de diverse invloedssferen zeker mee en verder kijken Fischerspooner, Hot Chip, MIA en Buraka Som Sistema om de hoek.
Kijk, overal waar ergens ‘Crystal’ in de groepsnaam voorkomt, neigt naar geslaagd en overtuigend!

The Bony King Of Nowhere

Eleonore

Geschreven door

Van de vorige cd ‘Alas my love’, debuut van The Bony King Of Nowhere, schreven we nog het volgende: ‘broeierig spannende groeisongs, waarbij de groepsnaam z’n ‘King’ waardig draagt; hij plaatst zich geruisloos tussen een Bonnie ‘Prince’ Billy, Iron & Wine, Bon Iver, Low en Cowboy Junkies’.
Die opvolger ‘Eleonore’ plaatst de sing/songwriter/arrangeur Bram Vanparys nog meer in de schijnwerpers En terecht, want de plaat bevat negen fraai indringende nummers, gedragen door het melancholische stemgeluid van Bram.
Inderdaad, klaaglijke keelklanken over de prachtig gearrangeerde, overtuigende songs en bepaald door het akoestisch gitaarspel en de sfeervolle omlijsting van toetsen en synths en een ingehouden, beperkt maar treffend instrumentarium en soundscapes. “Sleeping Miners”, “The garden” en de titelsong zijn klassesongs, maar ook het vollere geluid op “Hear them calling” en “The poet” intrigeren en zorgen voor diepgang en variatie. Eindigen doet onze ‘King’ in alle intimiteit met “Some are fearful” en “Mother”.
Wat doet besluiten dat hier een groots talent bezig is, die een grootse toekomst verdient … 

Gang Of Four

Gang Of Four: wie betaalt krijgt waar voor zijn geld

Geschreven door

Wat typeert een invloedrijke band? Dat pers en publiek in de loop van de muziekgeschiedenis steevast met hetzelfde selecte kransje namen dwepen is natuurlijk mooi meegenomen, maar de referenties die er pas echt toe doen zijn toch wel deze van collega’s artiesten. Neem nu het geval van de Engelse postpunk legende Gang Of Four. De liner notes van hun heruitgegeven mijlpalen ‘Entertainment’ (’79) en ‘Solid Gold’ (‘81) liegen er alvast niet om: als we de lyrische getuigenissen van Flea, Michael Stipe, Michael Hutchence en Page Hamilton mogen geloven dan zou een planeet zonder Gang Of Four wellicht ook Red Hot Chili Peppers, R.E.M., INXS en Helmet op de missing species list hebben staan. Of wat te denken van LCD Soundsystem, The Rapture en Radio 4 die na een overdosis Gang Of Four New York terug omtoverden tot de hipste muziektent ter wereld?

De veteranen uit Leeds bleven er al die tijd stoïcijns kalm bij, tot in 2005 een verzamelaar met heropgenomen oudjes verscheen en de groep zich ook live liet opmerken in het betere nostalgie circuit. Zo kon het Vlaamse Gang Of Four fanlegioen reeds op Sinner’s Day ’09 en de Lokerse Feesten ’10 vaststellen dat hun helden geen schrik moeten hebben van het jonge grut dat notabene bij hen de mosterd haalde.
Maar nog waren de fans niet tevreden en klonk het verzoek om een echt nieuw album almaar luider, zo luid zelfs dat bepaalde fans er grof geld veil voor hadden. Het nagelnieuwe ‘Content’ album is dan ook in verschillende opzichten opzienbarend. Het consolideert niet enkel de terugkeer van één van de meest cruciale bands uit de eerste postpunk golf, maar is uniek in zijn soort omdat het voor een groot deel werd gefinancierd met fandonaties. Of de inhoud van ‘Content’ ook werkelijk de verpakking waard is gingen we afgelopen zaterdag zelf ondervinden in de Brusselse Botanique.


Alhoewel groepsleden van het eerste uur Jon King en Andy Gill de middelbare leeftijd reeds geruime tijd hebben bereikt bleek van meet af aan dat de heren niet bepaald naar de overvolle Orangerie waren afgezakt voor een gezondheidswandelingetje. De forse nieuwe single “You’ll Never Pay For The Farm” gevolgd door de dubbele uppercut “Not Great Men” en “Ether” uit het must-have debuut ‘Entertainment!’ konden wat dat betreft wel tellen als openingssalvo. King eiste van meet af aan de rol van angry old man op en spuwde zijn cryptische maatschappijkritiek uit in één van de vele microfoons langs de frontlinie van het podium. De hyperkinetische frontman liet er alvast geen twijfel over bestaan dat hij en de al even opgefokte gitarist Andy Gill anno 2011 nog steeds de creatieve spil en het kloppend hart van de groep vormen. Voor hun jonge ritmesectie Thomas McNeice (bas) en Mark Heany (drums) lijkt het nog wat wennen aan zoveel 50+ geweld, en eigenlijk mochten beide jonkies al blij zijn dat ze vlotjes bij de les konden blijven.
Het publiek moest toch wel wat naar adem happen na een ronduit verschroeiende start. Met de slepende funk van “Paralysed”, met Gill in de rol van spoken word artiest, en het nieuwe verdraaide reggaedeuntje “A Fruitfly In A Beehive” was de groep dan ook meer dan verdiend toe aan een relatieve rustpauze. Het bleek tevens de voorbode van één van de absolute hoogtepunten van de set. Ja, het moet wat geweest zijn toen in ’79 Gang Of Four een nummer als “Anthrax” op het nog prille postpunk publiek los liet. Ingeleid door een dissonante gitaareruptie en drijvend op het weinig verhullend chorus “Love Will Get You Like A Case Of Anthrax” vormt deze dreigende lap postpunk het epische sluitstuk van hun eerste album. Ruim drie decennia later slaagt Gill er wonderwel in om even geloofwaardig als toen dezelfde dreiging uit zijn gitaar te knijpen, al is schoppen wellicht een beter werkwoord om diens kunstjes op het podium te beschrijven. Alsof dat nog niet genoeg was haalde King op zijn beurt een vocoder boven voor “It Was Never Gonna Turn Out Too Good”, met voorsprong het meest experimentele nummer uit ‘Content’. Op dat nieuwe album staan nochthans een pak andere meer hapklare brokken, maar het typeert de eigenzinnigheid van de groep om nu en dan de vaart uit het optreden te halen zonder dat er ook maar iets aan live vibe verloren gaat. Trouwens, van tempo gesproken: de verslavende beat van het punkfunk anthem “To Hell With Poverty” kreeg tegen het einde van de set zelfs het gros van de aanwezige grijze/kale (schrappen wat niet past) vijftigers aan het swingen.

De postpunk veteranen bleken hun energie netjes te hebben gedoseerd en hadden nog wat lekkers opgespaard voor de twee encore rondes. Na een puntig “At Home He’s A Tourist” stal King opnieuw de show door tijdens “He’d Send In The Army” een zelf ineengeknutselde percussiebox te mishandelen totdat de splinters in het rond vlogen. In schril contrast hiermee stond het verplichte nummer “I Love A Man In A Uniform”, het enige Gang Of Four anthem dat in het collectieve geheugen is blijven hangen maar eigenlijk niet paste in een set die het in de eerste plaats van metalige gitaren, averechtse baslijnen en hakkende drums moest hebben. Maar ach, na een okselfrisse versie van afsluiter “Damaged Goods” waren we die kleine smet op een voor de rest voortreffelijk optreden al lang vergeten.

De vier heren namen beleefd afscheid van de Orangerie met een diepe buiging daar waar ze zelf eigenlijk een staande ovatie verdienden. Want laat er over één ding vooral geen twijfel bestaan: Gang Of Four slaagt er net als generatiegenoten Killing Joke nog steeds in om na dertig jaar het heilige vuur brandend te houden. En ja, ik weet het, het staat wat haaks op de politieke ideologie van de groep, maar de eerlijkheid gebied ons om hier zelfs een dankwoordje richten tot de kapitaalkrachtige fans…

Organisatie: Botanique, Brussel

Gang Of Four

Gang Of Four - Als een bende jonge wolven

Geschreven door

Met de voortreffelijke nieuwe plaat ‘Content’, die aardig in de buurt komt van het niveau van de klassiekers ‘Entertainment’ en ‘Solid Gold’, heeft het legendarische Gang Of Four alle redenen om zich terug op de podia te storten. Dankzij bands als The Rapture, !!!, LCD Soundsystem, Franz Ferdinand en Bloc Party is het oorspronkelijke Gang Of Four geluid terug ‘hot’ geworden en is het volledig terecht dat de groep terug op tournee gaat.

In de Botanique was het maar al te duidelijk dat het hier geen fossielen betreft en dat de band moeiteloos de spanning en intensiteit van hun beste werk in een puntige en zweterige live set weet om te zetten. Wij durven ons zelfs luidop afvragen of de hier voormelde volgelingen op een podium even sterk voor de dag zouden komen als deze huidige versie van Gang Of Four (de laatste keer dat we The Rapture aan het werk zagen voelden we niet half zoveel energie als vanavond, trouwens, waar zitten die gasten eigenlijk op vandaag ?).

Voor we hier met alle superlatieven voor de dag gaan komen, willen we u -muggenzifters als we zijn- eerst wijzen op de minpuntjes van de avond: Gang Of Four heeft een uiterst knappe en vitale nieuwe plaat uit met amper een paar uitschuivers. Toch hadden ze er voor gekozen om althans één van die uitschuivers, het experimentele niemendalletje “It was never gonna turn out too good”, in de set op te nemen. Ook het matige “A fruitly in the beehive” was om onbegrijpelijke redenen in de setlist verzeild geraakt. Een pak goeie songs van die plaat werd achterwege gelaten, een betere keuze was dus welkom geweest. En wat we een beetje gevreesd hadden, ze vonden het ook nodig om het blijkbaar onvermijdelijke maar voor ons overbodige “I love a man in a uniform” te spelen, een song die de ware Gang Of Four fans eigenlijk kunnen missen als kiespijn wegens niet relevant voor zo een schitterend groepje. Als dit voor u het enige Gang Of Four nummer is dat je kent, gelieve dan nu te stoppen met lezen en u met het schaamrood op de wangen terug te begeven naar uw Simple Minds collectie.
Tot zover het mierenneuken, voor de rest : Amai !! Wat een spetterend concertje.
Ze drukten op de startknop met de venijnige punkfunk kopstoot “You’ll never pay form the farm” uit ‘Content’ en begonnen dan met volle overgave aan een reeks weergaloze klassiekers als “Not great man”, “Ether”, “Paralysed” en “Anthrax”. Het ronduit schitterende “What we all want” sneed ons de adem af en van dan af ging het crescendo. De intensiteit die uitging van uppercut “To hell with poverty”, met voorsprong het hoogtepunt van de avond, was buitenaards. Tussen al die geweldige klassiekers door bleef het nieuwe “Do as I say” mooi overeind, de song kreeg de zelfde springerigheid en stootkracht mee van zijn grote broertjes. Kleppers als “At home he’s a tourist” en “Naturals not in it” zetten de eindspurt in om er tenslotte een definitieve lap op te geven met een genadeloos “Damaged goods”.
De twee oudgedienden zanger Jon King, nog steeds prettig gestoord, en vooral gitarist Andy Gil vormen de hoekstenen van het Gang Of Four geluid. Gil bleek gewoon een wervelende gitarist te zijn met een flitsende, scherpe en spitse eigen staccato stijl, wat ons betreft het handelsmerk van die fantastische Gang Of Four live sound. Als aanvulling kon de fenomenaal pompende bas van Thomas Mc Neice wel tellen. Zo was de totaalsound fel, opwindend en uitermate bruisend. De energie die uit dit viertal ontsproot was een stuk indrukwekkender dan hetgeen we soms bij veel jongere bandjes mogen aanschouwen.

Geen seconde moesten we denken dat hier eigenlijk een stel gezette vijftigers aan het werk waren, als een bende jonge wolven raasden ze doorheen hun ophitsende songs.
Het was ons een waar genoegen.

Setlist : You’ll never pay for the farm – Not great men – Ether – I parade myself – Paralysed – A fruitly in the beehive – Anthrax – I was never gonna turn out too good – What we all want – It’s her factory – Return the gift – We live as we dream, alone – To hell with poverty – Do as I say – At home he’s a tourist – He’d send in the army – I love a man in a uniform – Naturals not in it - Damaged goods

Organisatie: Botanique, Brussel

Mogwai

Mogwai – een instrumentaal gelaagd klanktapijt

Geschreven door

Mogwai – een instrumentaal gelaagd klanktapijt
Mogwai en RM Hubbert
Aéronef
Lille
2011-03-18
Johan Meurisse

Het Schotse Mogwai wakkerde het postrockvuur terug aan met de vorige cd ‘The hawk is howling’. Op de recente ‘Hardcore will never die, but you will’ (opnieuw een treffende cd titel!), houdt de band het bij een ingehouden spanningsboog en een broeierige intensiteit. Ze brengen een combinatie van een zacht, sfeervol en krachtig geluid, repetitief opbouwend, aanzwellend om net niet te exploderen. Een dromerig filmisch, zwevende aanpak door een gelaagd gitaargordijn en klankkleur via keys en percussie. Op die manier kwam het onlangs verschenen ‘Hardcore will never die …’ voorop; we kregen bijna de ganse plaat te horen in de ruim anderhalf uur durende set. Af en toe toonden ze projecties op het achterplan, gewoon fragmenten van dagdagelijkse gebeurtenissen, gebouwen, landschappen of van een fietser die op z’n tocht kijkt, observeert, geniet en … afziet.

Moeiteloos stortten de heren Mogwai zich in dit boeiend, magnifiek muzikaal avontuur, lieten ze zich meedrijven in die filmische melancholie, ingehouden emoties en sfeerschepping, waaronder een apocalyptische tendens schuilt. De recente “White noise” (een violist vervoegde de band bij deze openingssong), “Rano pano”, “I’m Jim Morrison, I’m dead”, “Death rays” en “San Pedro” zaten dan ook in het eerste luik. De band kon steeds rekenen op een warm onthaald en in een Schots dialect van “Cheers thank you” werden we op onze wenken bediend.
“Haunted by a freak”, - met vocoder vocals -, was de sfeervolle turn-over naar het tweede luik. Mogwai zette zijn tanden in meer tempowisselingen, een zacht – krachtige aanpak en explosies. Geconcentreerd gingen ze te werk in die opbouw en waren net als hun publiek gefocust op de weerkerende ritmes. Mooi. Oudjes als “New paths to the helicon” en “Mogwai fear Satan” konden in dit concept niet ontbreken. Ze werden net als nieuwe(re) songs “How to be a werewolf”, “Lionel Richie” en “George Square Thatcher death party” uitgekristalliseerd en  uitgesponnen. Ook het eerste echte vocal nummer “Mexican GP” ontbrak niet, en refereerde deels aan Bloc Party door de elektronicaritmes. Een beetje een andere muzikale look van Mogwai, die niet écht uit de boot viel.
In de bis behielden ze dit muzikaal uitgangspunt met “Like heroid” en “Batcat”, snedig, scherp en vitaal krachtig, die net als eerder gespeeld materiaal kon overstelpt worden van feedbackgeraas, noise, delays en pedaaleffects, elementen die net die apocalyptische destructieve ondertoon ademen.

Mogwai zorgde voor een boeiend geheel, gaf voldoende variaties aan hun postrockgeluid, putten rijkelijk uit het recente materiaal en lieten enkele oudjes niet onbedeeld. Een totaalconcept, de basis van hun huidig broeierig, uitgewerkt gitaarklanktapijt. ‘Mogwai likes you’ en ‘We like them’ ...See them at Cactusfestival, 10 july in Bruges …

Eerder hadden we een instrumentaal folky akoestisch intermezzo van RM Hubbert. Het publiek lustte wel van het intense, emotievolle gitaargetokkel en mans verhalen. Hier mag Festival Dranouter eens op de schouder getikt worden …

Organisatie: Aéronef, Lille

Woods

Woods – Muzikale rijdom

Geschreven door

Een mooi bewaard muzikaal geheim in de Amerikaanse lofi alternative americanafolk is Woods, uit Brooklyn NY , gecentraliseerd rond Jeremy Earl, die met Jarvis Tavernier sinds 2005 de kern vormt. Ze zijn al toe aan de vierde cd ‘At Echo Lake’ en waren onlangs te vinden op de compilatie ‘Welcome home diggin’’, met eerder niet uitgebrachte nummers.
In een DIY - attitude zijn ze geëvolueerd van lofi trash folk pop tot meer indie/ psychedelische rock; kwalitatief puike pareltjes van songs met een hoge stemmenpracht, vooral die falsetto stem van Earl.
Earl is ook nog beeldend kunstenaar, zorgt voor illustraties en van zijn hand verscheen nog het boek ‘Skull’, met daarin een selectie van zijn tekeningen.

Niet te onderschatten dus, dit bandje die een fris geluid bracht met semi-akoestisch materiaal, die door klanken en voices van home tapes en cassettes kleur krijgen. Op een mengpaneel zijn ze een klankbron, en het inspireert hen op het moment zelf. Ze worden in de nummers gemanipuleerd. Ook pedaaleffects en een vervormde, hoge stem in een oude koptelefoon als micro vormt een absolute, toegevoegde waarde.
Woods ademt de sfeer van Guided by Voices, Sebadoh, Fleet Foxes en Local Natives en biedt deels meezingpareltjes. Onderschatte huiskamerpracht waarbij de nummers mooi in elkaar vloeien. Een klein uur lang genoten we van die originele, dromerige aanpak van o.m een “Sufferin’ season” en “Time fading lines”; galm en echo’s vulden aan en er was ruimte voor hun instrumentatie en soundscapes.

In de kleine Maison des Musiques kwam de zelfingenomen band ideaal tot z’n recht. Een breder publiek kan bereikt worden.

Eerder al bracht Sylvester Anfang II een overweldigende, langgerekte, bezwerende trip van postrock, retropsychedelica en donkere folk; hier ook de nadruk op improvisatie. In het handvol nummers dat ze speelden, hoorden we repetitieve ritmes, drones, schemersoundscapes en aanzwellende gitaar - en synthpartijen; een transfusie van klanken. Instrumentale muziek met een grauw, zwart randje.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Interpol

Interpol gaat terug back to basics in hun ‘80s waverock

Geschreven door

Met hun derde album ‘Our love to admire’ lonkte Interpol heel eventjes naar de stadions, maar met de sobere laatste plaat ‘Interpol’ zijn ze terug met beide voetjes op de grond beland. Het album heeft ook niet zoveel commotie losgeweekt en geeft maar mondjesmaat zijn pareltjes vrij (zoals “Lights” bvb, een song die alsmaar beter wordt). De Lotto Arena in Antwerpen was dan ook niet uitverkocht maar de trouwe fans mogen absoluut terugdenken aan een fraai optreden.

Net als op de laatste plaat is ook de live sound teruggebracht tot de essentie, ‘back to basics’ zeg maar. Bovendien heeft Interpol voor deze tour gekozen voor een niet zo voor de hand liggende setlist met minder bekende maar weliswaar knappe songs als “C’mere”, “The new”  en “Lenght of love”. Vooral “Not even jail” werd driftig en puntig geserveerd, een song die er op ‘Antics’ niet echt uitspringt maar die vanavond tot één van de hoogtepunten mocht worden gerekend.
Klassiekers als “Evil”, “Slowhands” en “The Heinrich Maneuver” werden dan weer in een hitsige en ietwat snellere versie gespeeld, de songs werden ontdaan van alle franjes en overtuigden in deze primitieve aanpak. Dat Interpol teruggrijpt naar hun eigen roots bleek ook uit de greep songs die uit de debuutplaat werd genomen, zo was “Say hello to the angels” jachtig en gedreven en klonk “Untitled” ronduit fantastisch.

Eén en ander laat ons concluderen dat Interpol -in tegenstelling tot verwante bands als White Lies en Editors die voorzichtig de weidse geluiden en het bombast opzoeken- vasthoudt aan een pure eighties sound zonder al te veel galm en echo’s (vergelijkingen met The Chameleons en The Sound gaan nog altijd op).
Wat ons betreft hebben zij hiermee de juiste keuze gemaakt en blijven zij onze absolute nummer één van het trio Interpol – Editors – White Lies.

Een aangename opener van de avond was Matthew Dear, een netjes in kostuum en haargel gestoken gentleman die ook al teruggrijpt naar een eighties sound, deze keer meer verwant aan Fad Gadget, Gary Numan en een ferme brok Bowie.
Zijn elektronische muziek werd aangenaam opgefleurd door een attent trompetje en de songs kregen een tamelijk ophitsende dansbare vibe mee. In een kleinere club zou dit echt wel een stomend concertje geweest, maar ook in de Lotto Arena bleef het geluid overeind, al zijn Interpol fans natuurlijk geen uitbundige fuifbeesten en bleef de sfeer dan ook beperkt tot wat voorzichtig heupwiegen.
Maar hetgeen wij hier vanavond hoorden was best wel interessant. Matthew Dear heeft serieus wat in zijn mars en wij voorspellen hem een mooie toekomst binnen de wereld van de elektronische muziek. Wij vinden dit trouwens veel beter klinken dan het overschatte gepingel van de sufgehypete James Blake.
Check even Matthew Dear’s puike laatste plaat ‘Black City’ en u zal begrijpen wat we bedoelen.

Organisatie: .Live Nation

Various Artists

VA - Archipelagos

Geschreven door

Alternatieve rock is gelukkig nog niet dood!  Dat is deels te danken aan labels zoals Honest House. Dit Luikse collectief bestaat al sinds 2005 en gaf in die periode kansen aan diverse Belgische bands. De verschillende  groepen zul je niet vinden in de  hitlijsten of aantreffen op grote podia, maar wel in kleine, zweterige zaaltjes.
Wie de verschillende bands van Honest House wil ontdekken tegen een prikje kan dat nu via deze verzamelaar.  Acht bands (Traffico, Taifun, Volt Voice, Casse Brique, Coyote, Foxes in Boxes, El Dinah en Frank Shinobi ) staan elk in voor twee songs.
De meeste groepen wisten ons meer dan te bekoren en zorgen voor een verzamelplaat die absoluut de moeite waard is.
Traffico is een band met duidelijke verwijzingen naar acts als At The Drive in, Fugazi en Minus The Bear.
Taifun zorgt dan weer voor alternatieve rock die zo uit de nineties komt (denk daarbij aan Sonic Youth en My Bloody Valentine) en levert twee aangename songs vol fijne melodieën . Enig minpunt van zowel Taifun als Traffico is de zang die niet echt wereldschokkend is.

Volt Voice van zijn kant is een stuk bruter en ruwer dan de eerste twee groepen. VV maakt zeer nerveuze, afwisselende en chaotische muziek met zenuwslopende gitaren en dito drums  en valt verder  op door een geschifte zanger die wel iets weg heeft van Mike Patton. Je zou Volt Voice kunnen bestempelen als een kruisbestuiving van Faith No More en Shellac.
Met Casse Brique maakten we al kennis middels debuutplaat ‘Glumour’, een van onze favorieten van 2010. Het Brusselse duo staat garant voor een kwaliteitsvolle pot post math rock met energieke drums en groovy, ritmische  (bas-)gitaren.
Coyote is een beetje de vreemde eend in de bijt binnen Honest House want ze serveren instrumentale, fragiele folkrock.  Best een fijne afwisseling en rustmoment halfweg deze verzamelaar.
Foxes in Boxes is misschien wel de bekendste act van het label.  Ze spelen experimentele indierock en mixen invloeden van verschillende bands door mekaar:  het noisy geluid van Sonic Youth, het furieuze van At The Drive in en de structurele mathrock van Battles.
El Dinah is onze favoriet op dit album, het trio componeert zeer directe, geschifte en complexe muziek dat ons doet denken aan Hitsch, Shellac en At The Drive In.
Tenslotte is er nog Frank Shinobi met z’n mathrock vol complexe ritmes en dissonante melodieën.  Dit trio doet graag uitschijnen dat ze deel uitmaken van een geheime organisatie en daarbij is de link met de heren van Sedan Vault (en hun laatste fantastische ‘Vanguard’-schijf) is dan niet ver te zoeken.
Chapeau aan Honest House dat zij kansen geven aan deze talentvolle groepen!  Wie de verzamelaar wil aanschaffen kan dit voor een spotprijsje  op www.mandai.be .  

The Black Pacific

The Black Pacific

Geschreven door

Wie op  vrijdag 22 april een bezoeker is van het Groezrock-festival in Meerhout, gaat ‘s namiddags best een kijkje nemen op het hoofdpodium, wanneer The Black Pacific er speelt.  De band is namelijk het nieuwe muzikale speeltje van Jim Lindberg, de gewezen frontman van Pennywise.  The Black Pacific zag midden vorig jaar het levenslicht en bracht eind 2010 deze eerste schijf uit.
Toen Lindberg Pennywise verliet, was het niet echt duidelijk waarom hij dit deed.  Na het beluisteren van dit debuutalbum kan  z’n vertrek onmogelijk omwille van muzikale meningsverschillen zijn.  Deze ‘The Black Pacific’ ligt namelijk perfect in het verlengde van de stijl van Pennywise.  Let wel, stellen dat TBP als twee druppels lijkt op Pennywise zou een brug te ver zijn.  De muziek van The Black Pacific klinkt een stuk frisser en snediger dan het laatste werk van Pennywise en neigt bij momenten naar melodieuze hardcore.  Ook de stem van Lindberg klinkt een stuk beter, afwisselender en experimenteler dan op de platen van z’n vorige band.  “When It’s over”, “Living with Ghosts”,  “Almost Rising” en “Ruinator” zijn stuk voor stuk knallende punksongs  met een zanger die schreeuwt en zingt als in zijn beste dagen.
The Black Pacific heeft met z’n debuut een zeer sterke punkrockplaat gemaakt die blijft boeien tot het einde.  Een beetje voorspelbaar ( maar vergeet misschien gewoon de link met Pennywise) maar toch veel beter dan  verschillende andere bands in het genre!

Have Heart

10.17.09 (CD/DVD)

Geschreven door

Een van de meest invloedrijke straight edge hardcorebands het vorige decennium was ongetwijfeld Have Heart. Opgericht in 2002 werden deze heren uit Massachusetts na een demo en een EP opgepikt door het befaamde Bridge Nine Records.  Ze zouden er debuteren met hun eerste full album ‘The Things We Carry’ in 2006 om twee jaar later  hun tweede, veelgeprezen schijf ‘Sings To Scream At The Sun’ op de wereld los te laten.
In die jaren wist de band een ongelooflijke fanbase op te bouwen over zowat de hele wereld, Have Heart maakte er trouwens  een erezaak van om in alle uithoeken van de planeet op te treden.  Hoewel we het niet altijd zo hebben  voor de straight edge-beweging binnen de hardcore-scène (en dan vooral  het prekerige toontje en de dikwijls intolerante houding tov andere mensen  van veel bands ), vonden we Have Heart altijd een positieve uitzondering.  De band stond dan wel voor verschillende waarden uit de straight edge maar combineerde dat met een veel ruimere  visie en wereldbeeld op verschillende maatschappelijke thema’s.

In 2009 besloot Have Heart er de brui aan te geven, iets waar vele fans nog steeds om rouwen.  Hun laatste show vond plaats in hun thuisstad op 17 oktober 2009.  Tussen de 1500 en 2000 dolgekke fans waren present, braken (figuurlijk) de hele boel af en zorgden voor een onvergetelijke afscheidsfeest.
Het optreden werd opgenomen met zes verschillende camera’s en de muziek werd live opgenomen door Jay Maas (gitarist van Defeater en daarnaast muziekproducer van diverse bands als Verse, Shipwreck AD, The Felix Culpa, Dead Swans...).  Het resultaat van dit alles is deze postume cd en dvd, uitgebracht door Bridge Nine Records.

Hoewel we niet zo’n fan zijn van live albums maken we hier toch graag een uitzondering.  De plaat klinkt lekker vet en stevig en je merkt de ongelooflijke wisselwerking tussen de band en de bijna 2000 toeschouwers.  We horen maar liefst 21 songs (waarbij knallers als “The Machinist, “Bostons”, “Someting More Than Ink” en fenomenale afsluiter “Watch Me Sink” waarbij het publiek na afloop zo’n 20 minuten de bandnaam blijft scanderen) in sneltempo passeren.
Zanger Patrick Flynn maakt er een erezaak van om iedereen die wil de kans te geven om in zijn micro mee te brullen, voor sommigen misschien een minpunt maar aan de andere kant hoor je zo de bijzondere atmosfeer van een Have Heart-show

Voor wie hardcore een warm hart toedraagt, is deze dubbelaar een absoluut hebbeding.  Nog opmerken dat er later dit jaar een DVD en boek verschijnt van Have Heart met als titel ‘We Were Supposed To Stay Young” met daarin een kijk op de hardcore-scène van de 00’s.

Human Flesh

Second-hand emotions and half-forgotten feelings

Geschreven door

Je kan veel over dit land zeggen, maar hoe jammer het ook is dat vele landgenoten België als ten dode opgeschreven beschouwen, blijft het Belgisch muziekarchief er één om te koesteren.
Zoals het wel vaker gebeurd is het pas decennia later dat bepaalde groepen de erkenning krijgen die zij verdienen. Dit heeft natuurlijk tot gevolg dat deze releases zo goed als onvindbaar zijn geworden, tenzij je er op E-Bay een klein fortuin voor over hebt.
Geen nood echter want momenteel zijn er verschillende labels op deze aardbol die deze releases heruitbrengen, vaak op vinyl en met een perfecte replica van de artwork.
In België vind je naast Walhalla Records ook Onderstroom Records die op korte tijd een indrukwekkende lijst van heruitgaves heeft uitgebracht.
Kuruki, Aroma Di Amore of Siglo XX zijn maar enkele voorbeelden hiervan en daar mag je sinds kort ook ‘Second-hand emotions and half-forgotten feelings’ van Human Flesh aan toevoegen.
Wanneer u denkt dat u ergens in de jaren ’80 in slaap bent gesukkeld, hoef je niks te vrezen want dit project rondom Alain Neffe was destijds even ‘bekend’ als het nu is.
Enkel geliefd door mensen die zich specialiseren in het minimal/experimental-genre dus. Alleen is men er vandaag achter gekomen dat dit genre meer invloed heeft dan men ooit vermoed zou kunnen hebben!
Al de opnames die op deze plaat staan, dateren ergens uit het midden van de jaren ’80 en hier hoor je vooral het experimenteel karakter van Alain Neffe’s geluiden waarbij hij bovendien ook de meest unconventionele instrumenten wist uit te pikken.
Wie zich verwacht aan lekker in het gehoor liggende wavenummers moeten we teleurstellen want Human Flesh was een groep die het vooral het ongewone wilde benaderen en  waarbij geluiden die op het eerste gehoor onverenigbaar lijken, toch aanleiding geven tot overheerlijke indusexperimenten.
Dit is Belgische geschiedenis om te koesteren!

Arid

Under The Cold Street Lights Deluxe Edtion (CD+ DVD)

Geschreven door

Vorig jaar kwam Arid op de proppen met hun vierde album: ‘Under The Cold Street Lights’.   Voor het verschijnen van deze plaat  deden allerlei geruchten de ronde: De band rond zanger Jasper Steverlinck  zou zijn sound grondig veranderen en zou zichzelf heruitvinden,  er zou volop geëxperimenteerd worden ... Kortom, we zouden een nieuwe Arid horen
Wie ‘Under The Cold Street Lights’ ondertussen aanschafte, hoorde een leuke, afwisselende plaat waarbij de band het experiment zeker niet schuwde en waar we iets meer bombast en gitaarkracht hoorden. Arid evolueerde  duidelijk naar een rockband met stadionneigingen in het verlengde van acts als U2, Coldplay en Snow Patrol. Toch bleef Arid op deze plaat gewoon Arid en dat was volgens ons in grote te mate te danken aan de gepolijste, brave stem van Steverlinck.  Van een stijlbreuk was dus zeker geen sprake: wie houdt van deze band, zal dat blijven doen. Wie Arid niet kon smaken, zal na ‘Under The Cold....’ niet van mening veranderen.

Een jaartje na release komt PIAS op de proppen met deze Deluxe-editon.  Aan het album werd  één nummer “Shine” toegevoegd  (tot voor kort enkel via iTunes te downloaden).  Op de dvd vinden we opnames van hun uitverkochte shows in de AB in Brussel op 27 en 28 februari 2010. Naast verschillende nieuwe nummers passeren alle hits de revue (“You Are”, “Life”, “Believer”, “Me & My Melody”, “Words”...).
Over de relevantie van deze extra uitgave kan zeker gediscussieerd worden.  Wie zich dit plaatje alsnog wilde aanschaffen, krijgt er nu een leuke dvd bij.  Echte fans die het album al kochten, zullen eens luid vloeken...

Geoff Berner

Victory Party

Geschreven door

Facebookgebruikers zullen zeker reeds de advertentie van deze cd gezien hebben en dat heeft wellicht te maken met de hoge hoop die men heeft voor deze release. Ook al is deze cd geen hoogvlieger, kan deze ‘Victory Party’ wel gerust wedijveren voor de prijs van vreemdste cd van het jaar.£
Wereldmuziek met pop vermengen is niks nieuws, daarvoor moeten we gewoon aan Beirut denken. Wat deze Geoff Berner hier echter uitspookt, is allesbehalve alledaags voer voor onze Westerse oortjes want het betreft hier de zogezegde Klezmer-muziek wat Joodse traditionele muziek is.
Apart maakt nog niet briljant,en  hoe mooi de verpakking van deze ‘Victory Party’ wel mag ogen blijft het allemaal platjes en geeft je achteraf niet meer dan een leuk gevoel.
Toch blijft deze cd uiterst deskundig gemaakt, maar het is allemaal wat platjes en het laat je bij momenten gewoon Siberisch koud. Niet dat er geen lichtpuntjes zijn, zo zal
“Mayn Rue Platz “wellicht de Kurt Weill-fans weten te bekoren en is iets als “I am going to jail” voor muziekfans die niet vies zijn van musicals, maar ondanks de diversiteit lijkt allemaal net iets te gelikt. Bovendien haalt deze cd net geen dertig minuten en dat is in tijden van crisis net iets te weinig.

Info 
www.geoffberner.com

Hans Joachim Roedelius

Geschenk des Augenblicks/Gift Of The Moment

Geschreven door

Wie regelmatig de cdrubriek van de site leest, zal ondertussen ook wel weet hebben van Bureau B, het Duitse label dat stelselmatig allerlei obscure releases van Krautrockartiesten terug op de markt weet te brengen. Hans-Joachim Roedelius is ondertussen 77 jaar geworden en deze man speelde een cruciale rol in de Krautrockgeschiedenis, en dus ook in het verdere verloop van de elektronische muziek.
Samen met Dieter Moebius vormde hij de legendarische band Cluster, en was hij ook natuurlijk de man achter Harmonia. Het zijn allemaal groepen die één voor één het pad gekruist hebben met die van Brian Eno en dus mede aan de wieg stonden van wat later zou bekend staan als zijnde de ambientbeweging.
‘Gift of the moment’ (of om de originele titel trouw te blijven ‘Geschenk des Augenblicks’) was de tiende plaat in Hans-Joachim’s carrière en meteen ook zijn meest succesvolle.
Op zich een best bizar feit aangezien Hans-Joachim op deze plaat de elektrosfeer liet voor wat het was en eigenlijk een neoklassieke plaat maakte.
Muziekjournalisten bestempelden dit al gauw als ‘Proto New Age’ en hoe vaak we journalistentermen met argusogen moeten bekijken, hadden ze het dit keer wel bij het rechte eind want met piano en cello creëerde Hans-Joachim Roedelius een klanktapijt vol minimalistische klassieke klanken die je een andere (dromerige) wereld doen zien.
Het is trouwens opmerkelijk hoe dicht dit soort muziek stond bij wat hier in België gelijktijdig werd gedaan met Soft Verdict (de groep rondom Wim Mertens).
Mensen die van avontuurlijke muziek houden moeten zich hier beslist eens aan wagen!

My Bee’s Garden

Hunt the sleeper

Geschreven door

De naam My Bee’s Garden is misschien nog niet wat je zou zeggen doorgedrongen tot de Vlaamse hersenpannen maar tot dusver mag deze Melody Prochet, om wie het allemaal draait, zeggen dat één van haar beroemdste fans Charlotte Gainsbourg is.
En dat is zeker niet zo’n verrassing want wat deze 23 jarige Française presteert op haar debuutalbum zou enkel maar de goedkeuring van papa Serge tot gevolg hebben.
Mevrouw Melody (herinner u Nelson) hijgt zich door een tiental nummers die volgens haar onder te brengen zijn onder de noemer shoegaze.
Eigenlijk is dat nog zo’n slechte benaming niet want naast de latere Cocteau Twins horen wij ook invloeden van Broadcast en Pram. Daarnaast hoor je door heel wat nummers de psychedelische invloeden van ‘L’homme à tête de chou’.
De aanstormende lente kon geen betere aankondiging kennen dan deze plaat die verplichte kost is voor alle indiepopfans, en natuurlijk ook de liefhebbers van het schoon vrouwvolk.

Info www.myspace.com/mybeesgarden

Selah Sue

Selah Sue

Geschreven door

Eindelijk is het er  van gekomen dat Sanne Putseys aka Selah Sue een debuutplaat uit heeft. Ze presenteert zich als een klassedame, bulkend talent die over een doorleefde soulstem beschikt, helder, indringend, intrigerend en emotievol klinkt en zorgt voor onnavolgbare raps. Ze steekt souldames Joss Stone, Amy Winehouse, Lauren Hill en Erykah Badu naar de kroon en ze maakt huidige talenten Duffy en Adele jaloers.
Iedereen houdt wel van haar  … Ze is een Belgisch talent die een wereldwijde doorbraak verdient. De Leuvense is er met de jaren maar op vooruit gegaan. Ontdekt in 2007 door Milow en door de  talrijke optredens solo en met haar band, heeft ze een erg evenwichtige , gevarieerde, overtuigende, sterke plaat uit, een swampende fusie van pop, soul, r&b, jazz, reggae, ragga en dubstep; ze brengt vette, ingetogen en gevoelige tracks die uiterst genietbaar, bezwerend en groovy kunnen zijn, “Peace”, “Crazy vibes”, “Black part love”, “Raggamuffin”, “Fyah fyah fyah” en “Crazy sufferin style” om maar een paar op te noemen.
Solo en ingehouden op haar gitaar refereert ze nauw aan Luka Bloom, een vleugje trippopritmes en lome basslines op “Just because I do” sluipen om de hoek.
Eerder al smolten Prince en Cee-Lo Green voor haar, - luister maar naar “Please” die Joss Stone en Solomon Burke verenigt.
De cover “Valerie” staat niet op het debuut, maar wat we horen doet een groots Belgisch Talent besluiten, eigentijds en pur sang. Een Top Selah Sue!

The Black Eyed Peas

The Beginning

Geschreven door

Het succesverhaal van het Amerikaanse Black Eyed Peas begint met ‘Elephunk’ in 2003. De heren hiphop rappers Will.I.Am, Taboo, Apl.De.Ap krijgen de bevallige zangeres Fergie in de band en maken een plotse muzikale shub en scoren meteen een paar grootse danshits als “Let’s get retarded”, “Shut up” en “Where is the love”. Intussen zijn we drie cd’s verder en is BEP  na ‘Monkey Business’ van 2005 muzikaal fors achteruit gegaan, ondanks dat ze steeds een handvol megahits klaarhebben.
Een supergroep is het geworden, aangenaam vertier, die de festivals kleurt en z’n publiek weet op te zwepen met songs als “Don’t phunk with my heart”, “Pump it” en “Don’t lie” van ‘Monkey Business’, en uit ‘The E.N.D.’ “Boom boom pow”, “Rock that body”, “ Meet me halfway” en “I gotta feeling”.
De nieuwe ‘The Beginning’ is een ware recyclageplaat geworden … de helft bewerkt met bekende jaren ‘80 hits, gedateerd, die een Eurodancehouse sausje krijgen. “The time”, “Love you long time” en “Fashion beats” scoren het hoogst in plagiaat, maar worden nu net de grootste hits. Die stukken geven ze twa trance trucjes, verkapte raps en een opwindende groove. Zonder al te veel moeite hapklaar dus. De overige songs, buiten de laatste twee “Just can’t get enough” (nee geen Depeche Mode) en “Play it loud”, zijn allesbehalve goed . Maar ok, ze hebben opnieuw een kleine helft hits, die hen als één van de grootste bands van de laatste tien jaar maken en zij malen er niet om … so do we?!

Pagina 415 van 500