logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

The Brian Jonestown Massacre

Who killed Sgt Pepper?

Geschreven door

The Brian Jonestown Massacre is een band apart, die al van 1990 bezig is en een handvol intrigerende werkstukjes uit heeft. De naam verwijst naar de eerste gitarist van The Rolling Stones als naar de collectieve zelfmoord van de sekte Jim Jones in Jonestown.
Spil is Anton Newcombe, die met Europese muzikanten van o.m. Spiritualised en Spacemen 3 een soort eerbetoon maakte aan The Beatles. Eerder al deed hij het al voor My Bloody Valentine, The VU en natuurlijk de Stones. Muzikaal kun je het amper horen. Aan sommige titelsongs hoor je dat de plaat deels in IJsland is opgenomen.
Hij fascineert met opbouwende en repeterende ritmes en duikt in neopsychedelica, shoegaze, wave, krautrock met bangra beats en sampling. Bezwerende en geflipte trips van Joy Division, Suicide en PIL horen we. “Bungur Hnifur”, “This is the first …”; “This is the one …” en “Someplace else unknown” zijn maar een paar voorbeelden.

Deerhunter

Halcyon Digest

Geschreven door

Het Amerikaanse Deerhunter werd vorig jaar ruimschoots beloond met de cd ‘Microcastle’. De snedige, meeslepende en dromerige indierock leverde de band onder de graatmagere zanger/gitarist Bradford Cox de definitieve doorbraak op. De sound omschrijven ze zelf als ‘ambient punk’, een aanstekelijke, broeierige en intense sound, mooi gedoseerd in ritme, structuur en instrumentatie. Bezwerende, dromerige, licht zwevende rocksongs die een brede waaier aan invloeden en sferen hebben.
En ze kozen voor een duidelijke variatie op de opvolger, die gemoedelijk klinkt en écht intrigeert door de spannende opbouw en repeterende ritmes. Er staan een pak aardige en fijne songs op, die per beluistering je weten in te palmen, waaronder “Earthquake”, “Memory boy”; “Desire lines”, “Helicopter” en de reeks afsluitende songs, gedragen door een bedwelmende licht neuriënde zangpartij. Emotievolle indiepop pur sang, die raakt en overtuigt!

!!!

Strange weather, isn’t it?

Geschreven door

!!! bracht al een paar langspeelplaten broeierige, aanstekelijke en dansbare punkfunk uit. De songs hebben een bezwerende opbouw door de diepe bassgroove, de fijne gitaartokkels, de intrigerende synths en de opzwepende drums, bepaald door die half neuzelende praatzang van Nic Offer. Op de vorige, derde cd, verkenden ze nieuwe horizonten, met wisselend succes; ze verloren ook twee belangvolle leden van het eerste uur, die de uitroeptekens wat deden verbleken.
De punkfunk op de recente plaat is directer en/of breder en laat ruimte om de kracht en energie van techno en psychedelica toe te voegen. De eerste songs “AM./FM” en “Most certain sure” kenmerken grotendeels de rest van de cd. “Wannagain wannagain” laat wat meer galm en dubeffects horen, “Jamie ..” rockt nogal en ergens middenin de plaat, “Jump back” klinken ze lichtvoetiger. Dansnummer bij uitstek is het afsluitende “Hammer” die al de !!! ingrediënten samenbrengt tot een leuke swingende cocktail. De band wordt vocaal bijgestaan door een zangeres …
Potten zal !!! niet meer breken, daarvoor zitten ze wat gebed in hun eigen genre, maar de lichte variaties zorgen voor overtuigend werk. Op die manier kan men na vier platen eens denken aan een !!! ‘Best of’ … voor onder de kerstboom …?!

My Little Cheap Dictaphone (MLCD)

The tragic tale of a genius

Geschreven door

Er is veel leuks te beleven aan de andere kant van de taalgrens. Girls In Hawaii en Ghinzu hadden al veel Vlaamse zieltjes gewonnen. Of MLCD dat zal kunnen is niet meteen gezegd, maar ze hebben een conceptplaat afgeleverd om >U tegen te zeggen. ‘The tragic tale of a genius’ draait rond de op – en ondergang  van een getalenteerd muzikant, onmiskenbaar verbonden op het leven van Beach Boy legende Brian Wilson.
Zanger/gitarist Redboy en bassist Xa zijn de spil van de band, die een filmisch broeierige plaat uithebben; een soort rockopera tussen droom en werkelijkheid, vertaald in een resem samenhangende songs. De sfeervolle songs zijn subtiel uitgewerkt en zijn rijkelijk ondersteund van orkestraties en strijkersarrangement.
Ze werkten samen met goed en bekend buitenlands volk, waaronder Pal Jenkens (Black Heart Procession) en Jonathan Donahue van Mercury Rev.
‘The tragic tale of a genius’ is een groots, symfonisch en dromerige plaat van de heren, waarvan “He’s not there”, “Shrine on” en “What the devil says” alvast heel sterk en opbouwend zijn.
David Lynch en Alfred Hitchkock behoren tot hun favorieten en ze dromen om wel eens een soundtrack te schrijven. Live integreren ze de muziek met artwork en projecties. Er valt dus wel degelijk iets te beleven over de taalgrens. Zoals Elio DR zou willen zeggen “Bart DW, noteer je”?!

Broken Social Scene

Forgiveness Rock Record

Geschreven door

De leden van het Canadese BSC, onder de motor Canning – Drew, hebben al drukke tijden achter de rug. Toen ze in 2002 werden gelanceerd als de nieuwe invloedrijkste indierockband’, was het tevens ook de aanzet om de eigen carrières elan te geven. Naast de twee spilfiguren bouwden o.m. James Shaw, Apostle Of Hustle en Leslie Feist fijne projecten uit.
De muzikale ingrediënten van hun warme sound zijn sfeervolle, dromerige gitaarmuziek, rock, psychedelica, jazz en americana, die lange instrumentale passages, inventieve ritmes bevat en verrassende, boeiende wendingen ondergaat.
Inderdaad, ‘You forgot it in people’ was op dat gebied een meesterwerk. Sinds 2005 brachten ze onder BSC geen nieuw werk meer uit. Met andere woorden, naar dit collectief, deze beweging en dit cultureel fenomeen was het even uitkijken wat ze in 2010 nog konden samen. De meesterlijke ideeën van vroeger kunnen ze niet meer evenaren, maar ze bieden een aangename muzikale leefwereld van songs als “World sick”, “Texico bitches”, “Sentimental x’s” en “The sweetest kill”. Het zijn juweeltjes door de instrumentaties, de meeslepende opbouw, de diverse wisselingen en de verrukkelijke loops.
Minder intrigerend dan vroeger weliswaar, maar nog steeds even onderhouden!

Hooverphonic

The night before

Geschreven door

Na het tienjarig bestaan van Hooverphonic besloot zangeres Geike Arnaert de tandem Callier – Geerts te verlaten en een eigen wending te geven aan haar muzikale carrière. Hooverphonic besloot toen met ‘The President of the LSD Golfclub’, die het uitgekristalliseerde, fijn  uitgebalanceerde, soms rijkelijk gevulde trippopgeluid eerder een filmisch bevreemdende, dreiging gaf, wat we nog hoorden in het ver verleden van hun debuut.
“… That was then , this is now…” want Hooverphonic is na ruim twee jaar back op de kaart. Een mediacampagne volgde om een nieuwe zangeres te vinden, maar in de laatste selectierondes hield Hooverphonic het stil wie de nieuwe zangeres kon zijn. De jonge Noemie Wolfs is het geworden en ze kan de dochter of de veel jongere zus zijn van de twee andere bandleden; ze is een extraverte dame en heeft een korrelig stemgeluid, minder hemels en breekbaar, maar meer doorleefd en soulfull. Jawel, een muzikaal talent; binnenkort kunnen we de podiumprésence evalueren.
Muzikaal is het een popplaat geworden die de top van ‘The magnificent tree’ en ‘Jackie Cane’ tracht te benaderen. De songs zitten mooi in elkaar gekunsteld, klinken dromerig, krijgen kleur door strijkersarrangementen en kunnen een hoger tempo of opbouwende groove hebben. Sprookjespop en een musicalsfeertje.
Songs als “George’s café”, “Sunday afternoon” en “Danger zone” ademen dan op hun beurt een spaghetti westerns soundtrack of van die Franse Zwart-Wit films van oude Citroens DS. ‘The night before’ is een stijlvolle plaat geworden (wat hadden we anders gedacht van Hooverphonic!) waarvan de titelsong, single van de plaat btw, alvast de parameter is voor de rest van de cd …

The Sights

Most of what follows is true

Geschreven door

Men zal het je zeker reeds verschillende malen verteld hebben dat het goed is om van verschillende markten thuis te zijn maar in de wereld van de muziek kan dit ook op een nefaste wijze uitdraaien, en dat geldt jammer genoeg ook voor deze groep uit Detroit.
Ook al is dat pas hun derde lp, zijn deze 4 Amerikanen reeds 11 jaar bezig en op deze ‘More of what follows is true’ hebben ze blijkbaar besloten om met ieder nummer een andere stijl aan te boren en zoiets levert natuurlijk een zeer onevenwichtige plaat op.
Alle rocknummers zijn in het begin van de cd geplaatst wat je even doet vermoeden dat met dit kwartet  de nieuwe Strokes in huis hebt gehaald maar al gauw blijkt deze groep zich te bezondigen aan platgereden powerpopweggetjes of zelfs zeemzoete FM-ballads met de daarbij geleverde afgrijselijke teksten of zelfs gedateerde slechte country.
Met een zeef kunnen we hier best enkele leuke songs uit de brand slepen maar als geheel lijkt deze plaat nergens op.

Kylesa

Spiral shadow

Geschreven door

Er beweegt iets in de metaalsector. Als het extreme death-, trash- en grindcoremetal betreft, moet u ons niet komen wakker maken, maar voor zware jongens die creatief omspringen met het genre hebben wij altijd al een boontje gehad. Zo houden wij ondermeer van Tool, Helmet, Earthless, Priestess, Mastodon, Baroness, Torche en Isis.
En sedert kort ook van Kylesa. Omdat hun zware stuff overgoten is met een subtiel psychedelica sausje, en omdat zij evenwel met een portie Black Sabbath als met een hap Husker Dü of Janes Addiction durven afkomen.
De ferme brok lawaai die Kylesa voortbrengt wordt veroorzaakt door ondermeer twee drummers en twee gitaristen, kwestie van er een vol geluid uit te persen. Daar wordt dan nog een aardige dosis hardcore punk tussen geworsteld, en zelfs een streep gruizige shoegaze sluipt binnen in de overweldigende en machtige sound. Dat klinkt even gedurfd als geslaagd in “Drop out” en “Dust”.
De groep haalt duidelijk hun invloeden niet uit één en hetzelfde vijvertje, in “Back and forth” toveren ze terloops een overtuigende en smerige SonicYouth uit hun botten.
Tussen de razernij en de loodzware riffs wordt de melodie niet uit het oog verloren en dat mondt uit in een monstersong als “Crowded road” (moet echt wel een stomend moshpitfeestje zijn) en in gevaarlijk bijtende en logge grunge metal op “To forget”.
Een moordende plaat die moeiteloos de grenzen van de metal overstijgt.

Ron Wood

I feel like playing

Geschreven door

Als The Stones pas uit hun kot komen wanneer Jagger vindt dat de tijd er rijp voor is, en dat kan soms jaren duren, dan moeten de anderen toch iets om doen hebben. Een soloplaat is dan de enige juiste uitweg. Wij kunnen ons perfect voorstellen dat het bij Keith Richards en Ron Wood veel sneller kriebelt dan bij Jagger, althans wanneer het op spelen aankomt. Bij Jagger is het vooral zijn portefeuille die bepaalt wanneer er nog eens iets moet gedaan worden.
U merkt het ook al aan de titel, het plezier van het spelen is datgene wat centraal staat op de nieuwe plaat van Wood. Hij heeft misschien niet het songschrijverstalent van zijn kompanen in de Stones, maar hij heeft wel een gitaar en een pak interessante vrienden (Eddie Vedder, Bobby Womack, Billy Gbbons, Slash, Flea, Kris Kristofferson,…). Genoeg om de studio in te gaan en een fijn, doch niet wereldschokkend, plaatje op te nemen.
Een beetje van alles is hier te vinden, reggae, soul, blues, country en rock. Niet alles is echter even geslaagd, maar echte miskleunen vinden we niet terug, al komt de wat slijmerige afsluiter “Forever” gevaarlijk dicht in de buurt.
Wood is op zijn best wanneer er hevig gerockt wordt. In het snedige “Thing about you” is hij samen met Billy Gibbons zeer lustig op dreef en op de Willie Dixon klassieker gaat het er tamelijk vettig en funky aan toe, mede dankzij een geweldige Bobby Womack. Ook in “Fancy pants” en “100 %” borrelt de rock’n’roll naar het kookpunt toe en Wood’s gitaar sneert als een vlijmscherp mes doorheen “I don’t think so”, een song die niet zou misstaan op één van de betere Stones platen.
Niet alleen Ronnie’s gitaar scheurt dat het een lust is, ook zijn vocale prestaties zijn bij momenten verbluffend. Niet dat hij een begenadigd zanger is, verre van, maar zijn rasperige stem zit de songs als gegoten. In “Why you wanna go and do a thing like that for” en “Tell me something” komt hij zelfs aardig in de buurt van Dylan.
Een knap plaatje dus en het is maar zeer de vraag of het volgende Stones album, als dat er ooit nog komt, beter zal zijn.

Cherry Overdrive

Go prime time, honey!

Geschreven door

Bij ons kan je nog niet beweren dat Cherry Overdrive een naam is maar in hun thuisland zijn deze 4 rockmeiden uit Kopenhagen vaak te horen op de Deense radio. Veel heeft te maken dat ze enkele jaren een niet onaardige hit wisten te scoren met “Reptiles” waardoor ze binnenin het garagerockmilieu als helden werden onthaald.
Ook al zit de garagerock hier diep verdoken in de ondergrond is dit genre in de Scandinavische landen meer dan populair.
Het succes van hun eerste cd bracht hun naar alle uithoeken van de wereld en met deze nieuwe cd proberen ze opnieuw hun pijlen op de garagerocksector te richten.
Het resultaat is rauwe vrouwenrock dat naast de rauwheid van een L7 of Seven Year Bitch ook de commercialiteit van een (jawel) Anouk in zich heeft en daardoor heb je als luisteraar meer dan eens het gevoel dat deze release noch mossel noch vis is.
Ze hebben de looks, ongetwijfeld de attitude maar hier bij de redactie van Musiczine vinden we dat ze naast een dosis ballen de volgende keer wel met wat sterker songmateriaal voor de dag mogen komen! ‘Go prime time, honey!’ is een cd met het juiste geluid alleen moet er dringend aan de rest worden gesleuteld!

Info
www.heptownrecords.com

Wolf People

Steeple

Geschreven door

Schaamteloos retro is ‘Steeple’ van Wolf People, jonge gasten die hebben zitten grasduinen in de hippie platen en wietplantages van hun ouders. Er zijn er wel meer die dezelfde bezigheden hebben, dezer dagen, zie ook Tame Impala en Dungen.
Die van Wolf People zijn er zonder veel kleerscheuren in geslaagd om doorheen de lagen psychedelica en de Hendrixiaanse gitaren voor een handvol sterke songs te zorgen. Je moet het maar doen, een song als “Tiny circle” verdacht veel naar Jethro Tull laten ruiken en die toch als een potente rocker laten klinken.
De heren flirten zowel met Cream (“Painted cross”) als met Hendrix (‘Cromtech’), ze bedrijven met evenveel verve de blues (“Castle keep”) als folkrock (“Banks of Sweet Dundee”, parts 1 & 2).
Retro als‘t maar zijn kan, en toch klinkt dit niet als belegen schimmelkaas maar wel als een nieuwe frisse portie hippievoer.
Een mens zou na het horen van zoveel fraais zowaar een ticket naar Woodstock gaan boeken, maar hou het misschien gewoon op de Antwerpse Trix op 13 januari. En vergeet uw gerief niet.

NOFX

The Longest EP

Geschreven door

De discografie van de punkrockende veertigers van NoFX blijft maar aangroeien.  Na hun vorige  album ‘Coaster’ en hun EP ‘Cokie The Clown’ uit 2009, is er nu de verzamelaar  ‘The Longest EP’. Het schijfje heeft zijn naam absoluut niet gestolen want maar liefst dertig nummers passeren de revue. Eigenlijk is deze EP er geen en betreft het hier gewoon een verzameling van songs die dateren uit de periode  van 1987 tot 2009.  
In concreto vinden alle nummers terug van de EP’s ‘The Longest Line’, ‘Cokie The Clown’ en het obscure ‘The P.M.R.C Can Suck on This’. Daarnaast horen we twee outtakes van de ‘Fuck The Kids’ EP. Voeg daarbij nog een aantal bonustracks die we voorheen vonden op  deluxe uitgaves van een NoFX album (zoals het prachtige “I’ve become a Cliché”) en je hebt een zeer uiteenlopend plaatje. Sommige songs zijn qua geluidskwaliteit echt goed, andere (oudere)  nummers zijn vrij  pover. De band deed jammer genoeg niet de moeite om de kwaliteit hiervan wat op te krikken.
Wie bovenstaande uitgaves niet in zijn bezit heeft, mag niet twijfelen om naar de platenboer te hollen. Heel wat songs zijn echt de moeite waard en dat geldt evenzeer voor de prachtige hoes. Die is van de hand van Dan Sites (die ook instond voor de cover van ‘The Longest Line’ EP) en bevat een verzameling van personages die we allemaal ook op een voorgaand album van NoFX terugvinden.

Hitch

Hitch neemt afscheid in grandeur

Geschreven door

Onder de noemer ‘Bloemen noch kransen’ werden we zaterdag uitgenodigd door de Kreun in Kortrijk voor het afscheidsconcert van locale helden Hitch. Ze hadden namelijk besloten om na 15 jaar voortreffelijke indierock hun instrumenten aan de wilgen te hangen.

Hitch laat ons een discografie na om U tegen te zeggen. 7 full albums, een verzamelalbum ter gelegenheid van hun 10-jarig bestaan en meerdere 7 inches (waaronder een split 7” met Haymarket Riot en één met Amenra). Hun DIY-mentaliteit was de rode draad doorheen hun muzikale carrière of zoals Roger, de doe-het-zelver van WTV-Focus altijd zegt: wat je zelf doet, doe je meestal beter. Slechts éénmaal gaven ze de touwtjes uit handen. De mix van hun laatste ‘Clair.Obscur’ uit 2008 werd in handen gegeven van John Congleton (The Paper Chase). Het resultaat was dat dit album het beste uit de reeks werd. Prachtig geluid!
Hitch tourde in de loop van de jaren driemaal door het Zuid-Westen van Amerika. Daar deden ze onder andere de legendarische clubs Fireside Bowl in Chicago en de 7th Street Entry in Minneapolis aan. Die laatste is de club waar de Purple Rain video is opgenomen. Ook waren ze te gast op het South By Southwest Festival in Texas. Zuid-Afrika deden ze ook aan en dit op het legendarische Opikoppi-festival naar aanleiding van het uitwisselingsproject met Pukkelpop. Daar stonden ze op de mainstage terwijl niemand ze kende en ze werden gedurende de ganse tour bediend alsof ze de koningen waren. Met andere woorden hoogtepunten in hun lange muzikale loopbaan.

Genoeg achtergrond, nu over naar de avond zelf!
De jonge snaken van Rape Blossoms mochten het afscheidsfeest openen en deden dat met verve. Het is een nieuwe groep met leden van Pinguins Know Why en The Germans in de rangen. Het Gentse collectief brengt een soort van bezwerende noisepunk (denk aan Liars, These Arms are Snakes) met een scherp randje. Voorzien van de nodige reverb en galm schreeuwde zanger Dav de microfoon vol, ondertussen  hevig huppelend op het podium. Dissonante gitaarriffs werden vlijmscherp gefileerd de zaal ingeslingerd. Een ritmesectie met een blootvoetse drummer, die indrukwekkende dingen uithaalde op zijn drumstel, waren een perfecte ondersteuning. De ideale opwarmer. We zullen er nog veel van horen.

En dan was het zover: het allerlaatste optreden van het uit ‘Oalbeke’ afkomstige Hitch. We waren klaar voor de typische mengeling van indie, noise en posthardcore van dit drietal
.
Onder luid applaus betraden de drie locale helden het podium: zanger/gitarist Mich Decruyenaere, bassist Paul Lamont en drummer Olivier Wychuyse. Openingsnummer was  het schitterende “Tongues” uit hun ‘Monolith’ album van 2002. Het geluid zat goed en zowel de leden van Hitch als het talrijke publiek hadden er duidelijk zin in.
Daarna werd er vooral geput uit hun meest bejubelde albums ‘Trails Are Ablaze!’ uit 2004 en ‘Clair.Obscur’ uit 2008. Schitterende versies van “Carbon Wheels”, “High Heels”, “Dance Dance Dance” (Shellac op crack), “Art Nouveau” (Fugazi-riffs à volonté) en “Opposites Direct” werden op het publiek losgelaten. De Kreun stond in vuur en vlam.
Na elk nummer werd er razend enthousiast gereageerd. Dit werkte aanstekelijk op het drietal dat alles uit de kast haalde om hun publiek nog eens te tonen hoe goed ze wel zijn/waren. Dat het één voor één rasmuzikanten zijn staat als een paal boven water. Het slot van het 19 (!) songs durende concert werd ingezet met het mantra-esque “Burn This Place” uit het ‘Clair.Obscur’ album, gevolgd door een schitterend gebrachte sleper van formaat: “This is where it ends” uit hetzelfde album.
Een beklijvend “The Paper Beast” was het laatste wapenfeit van deze fantastische groep die – terwijl de song nog nazinderde – terecht in de bloemetjes werd gezet door de trotse moeder van zanger Mich. Ondertussen werd Hitch door het publiek getrakteerd op een oorverdovend applaus.

Hitch slaagde met vlag en wimpel. Een afscheidsconcert zoals we ze graag hebben. Er volgde nog een afterparty en er werd nog tot in de vroege uurtjes gedanst op favoriete plaatjes van de Hitch DJ’s en DJ Logul. Een meer dan geslaagde avond! Hitch is niet meer: we zullen ze missen. Goede wijn behoeft geen krans.

Setlist Hitch: [1] Tongues [2] Simple Mechanics [3] Escape From Squaresville [4] Carbon Wheels [5] Killing The Midnight Choir [6] High Heels [7] Dance Dance Dance [8] Cause and effect [9] Mount Vernon [10] Radiation Winter [11] Choking On Air [12] Code Of 3 [13] Art Nouveau [14] Opposites Direct [15] Nothing To Regret [16] Blinding Light [17] Burn This Place [18] This Is Where It ends [19] The Paper Beast

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

The Scabs

The Scabs - ‘30 years of rock’n roll’

Geschreven door

‘30 years of rock’n roll’ .. The Scabs, één van de iconen van de Belgenrock, startten hun verhaal opnieuw in september 2007 en gaven enkele ‘Rewind’ concerten in de AB en pikten een festivalletje mee, waaronder Werchter Classic, de Lokerse Feesten en Suikerrock!
Hun herfstoffensief gaven ze glans met een boek dat een lijvig en rijk geïllustreerd levensverhaal beschrijft en een compilatie van 30 singles in 30 jaar … nummer 31 “Why”, een nieuwe song, werd afgelopen zomer uitgebracht. Het was de aanzet om de fans nog eens bij elkaar te krijgen voor een toffe reünie, het publiek nog eens lekker dicht te pakken, te voelen en ervan te genieten. Naast dit feestje in de Lotto Arena, zijn er vooralsnog geen plannen. Dus kan het wel de allerlaatste keer zijn. Ze konden dus voor een volle Lotto Arena gaan.
The Scabs zetten de Belgenpop op kaart tussen ’83 en ‘95, met absolute hoogtepunten tussen ’88 en ’93, waarbij iedere pop- en rockliefhebber zijn favoriete artiest in de plaatselijke parochiezaal, CC of festivaltentje kon zien. Inderdaad, de broeierige, intense en opzwepende rockset liet niemand in die tijd onberoerd.

De reünieconcerten waren dan ook pure nostalgie, die z’n orgelpunt besloot op deze barre winteravond. Op het rock’n’roll event waren een resem gastmuzikanten uitgenodigd, zonder veel poeha. De muziek primeerde dus bij Swinnen en C°, die The Clash en Neil Young & The Crazy Horse hoog in het vaandel houden. Naast vaste hand Willy Willy op gitaar, waren verder Jan Hautekiet op toetsen en Frankie Saenen op drums, die z’n strepen al verdiende bij de Kids, van de partij. De Fons, die de ‘early years’ van The Scabs bepaalde op bas, hadden ze er graag bij gehad; ze gaven hem een hart onder de riem. Twee backing vocalistes vulden aan en verwezenlijkten een knappe samenzang.
Twee uur Classic Rock hoorden we. Vuurwerk, want meteen kregen we een paar straffe strakke, broeierige opbouwende songs te horen als “Come on”, “You don’t need a woman”, “Little lady” en “Let’s have a party”. Op nog geen half uur tijd slaagden ze erin de ganse Lotto Arena in te palmen. Die laatste song was een swingende, bruisende klepper, waarbij het publiek luidkeels het refrein kon meezingen en in de handen klappen.
Swinnen staat ook niet in het middelpunt, wat vroeger al te vaak was, maar liet ruimte voor z’n begeleiding en backing vocalistes. Even overtuigend klonken “Crime wave” en “Don’t you know”, die een stukje vaardiger en sneller werd gespeeld. Tjenne Berghmans, die Willy Willy nog verving, sloot aan voor twee songs, “Seven seas” en “She’s jiving”, en kreeg ruimte voor een intense solopartij. Op “Keep on driving” kon Hautekiet dan eens loos gaan op de toetsen. Ontspannend, los, aangenaam en kleurrijk was het wel allemaal wel, hoor. Na de intens spannende rocksongs was er het sfeervol ingetogen “Can’t call me yours”.
Tweede gast was Wimmeke Punk, boezemvriend van de Swinnen, die “Halfway home” meezong en de zaal een tweede keer in lichterlaaie bracht met z’n Wolf Banes klassieker “As the bottle runs dry”. Schitterend gewoonweg hoe de song in het geheugen was gegrift en werd gedragen door een enthousiast publiek.
Drummer Frankie Saenen sloeg na “Crystal eyes” een good time rock’n’rollende “Four aces” en zong een krachtig CCR nummer “Fortunate sun”. Een andere cover hoorden we met Mauro, “Boys keep swimming” van Bowie, die net als op het gedreven gespeelde “Matchbox car” er een stevige draai aan geeft. Mooi alvast! Na “Medicine man” en de huidige single “Why”n die door het publiek nog wat moet gesmaakt worden, was de weg geplaveid naar een finalereeks, “Hard times”, “I need you”, “Time” en “Nothing on my radio”. Songs die geen verdere uitleg meer hoeven, maar pure ‘90s nostalgie uitstralen. Een uitgesponnen slepende “Robbin, the liquor store”, waarin riffjes en refreinen van “The magnificent 7” zaten verweven, besloot de fijne reeks classics.
Het warme onthaal sterkte de band. In de leuke bis hoorden we een snedige “So called friends”, eerste single ooit dertig jaar terug, en een niet te ontbreken “Rockin’ in the free world”, waarbij alle gastmuzikanten op het podium een paar pittige, heerlijke, dravende gitaarpartijen uitsloofden op z’n Crazy Horse. En net als op “Robbin, the liquor store” kon Willy Willy zich eens laten gaan! Terecht, want hij is één van die bepalende figuren, die de Belgische rock kleur en elan gaf. Het was een eerbetoon aan hun Fons en een waardig slot om alle fans te bedanken door al die jaren.

The Scabs speelden een sterke strakke en strijdvaardige set. Jawel, Puur en Onversneden rock’n’roll zonder al te veel blablabah. Ze konden stevig van leer trekken en hadden enkele rustpunten ingeschakeld. Ze beleefden spelplezier en hielden het uitermate boeiend met hun gevarieerde broeierige gitaarrock. In goede doen dus!Dit was een concert dat nazinderde, die menig rockhartje deed versmelten; een bende retrorockers, die hun (wilde?) haren nog niet kwijt zijn …

Support was Intergalactic Lovers, die de laatste twee jaar al meerdere prijzen in de wacht sleepten als beloftevolle band. Ze speelden bij onze aankomst een overwegend intimistische set, rakende nummers die door het publiek al vroeg op de avond op een berenknuffel werden ontvangen!

Organisatie: Live Nation

Clouseau

Clouseau – Overweldigende en Pakkende Laatste Ronde

De elfde  is voorlopig de laatste Sportpaleis concertreeks van Clouseau. De broers Kris en Koen Wauters zullen na deze editie van uitverkochte ‘Laatste Rondes’ een welverdiende adempauze inlassen. Tien jaar lang waren zij in december de vaste waarde op de kalender en zorgden ze ervoor dat de korte winteravonden met de glimlach getroost werden. Tienduizenden liefhebbers van de Nederlandstalige pop gaven al appèl om te genieten van de spectaculaire shows met telkens andere invalshoeken, indrukwekkende podia, catwalks of loopbruggen. Het entertainment en de ambiance maar vooral de goede muziek in dikwijls verrassende bewerkingen en de rits hits die de broers door de jaren hebben geschreven, zitten gegrift in het geheugen.
In’ 87 debuteerden ze en intussen is Clouseau een begrip geworden. Het succesverhaal in het Sportpaleis begon na enkele verrassingsoptredens op de NOTP. En dan is het wel gekend zeker … ‘Vanbinnen’, ‘In ’t lang’, ‘In ‘t dubbel’, ‘20’, ‘10x10’ enz, enz.
In 2010 hebben we nu ‘Het Laatste Rondje’ …, iets wat we als Vlaming evenzeer kennen als begrip …, een traktaat van de allergrootse hits drong zich op; ‘een Best of’ - reeks in een spetterend feestje … Clouseau, klein begonnen, groots uitgegroeid. Een fenomeen voor de BeneLux.

De menigte werd opgejut door de tunes van Q-music , maar een stroompanne gooide eerst roet in het eten. Het Laatste Rondje werd bijna letterlijk afgetroefd … Maar kijk, Clouseau kon van start gaan. '' Hier bij jou'' was de treffende opener van het grootse optreden gevolgd door “Swentibold”; met “Gek op jou” kregen we de kans te beslissen of dit een ware hit was …
Ruim 30 nummers passeerden de revue …, de ideale warming ups van het feestje waren de meezingmedley met Kris aan de piano, de intimiteit van “Afscheid van een vriend”, de aanstekelijke “Dans”  nummers en “Ze zit”, een al ruim 20 jaar oud nummer, in een geweldige a capella uitvoering …
Iedereen was in gang gezet om het feestje compleet te maken, want na de break ging het (nieuwe) dak van het Sportpaleis er volledig van af: “Daar gaat ze”, “Nobelprijs”, “Anne”, “De perfectie”, “Louise”, … “Fiets” klonk wel erg opvallend, door het feit dat ze het in een nieuw kleedje hadden gestopt.
Met het Eilandje dat verschoof van links naar rechts, en de Brug die naar beneden werd gelaten, kon iedereen wel eens uit de bol gaan en was de band met K&K nauw, intens & spannend.
De finalereeks was er eentje om U tegen te zeggen: “Domino”, “Zij aan zij”, “Vanbinnen” en “Vonken & vuur”, songs die geen verdere uitleg meer hoeven …
In de bis kwamen Bart Peeters, Jan Leyers en Natalia ( in paars kleedje, kort gerokt!) de band vervoegen: “Into folk” gaf een explosie en “Like a moutain (met Natalia en Jan Leyers) klonk bruisend en opzwepend. Het fris fonkelende “Geef het op” en het breekbaar gevoelige “Heb ik ooit gezegd” trokken een definitieve streep van de uiterst geslaagde avond …’alles erop en eraan’ heet zoiets!

Clouseau zal na tien jaar Sportpaleis het nu ‘even opgeven’ … een break om alles te laten bezinken en even na te denken, om dan met opgeladen batterijen een nieuwe wending te geven aan hun toekomst … een nieuwe cd? … een volle reeks Sportpaleis concerten? …!
Bedankt Koen en Kris voor de voorbije mooie jaren en tot weerziens.

Organisatie: Sportpaleis Antwerpen

Ty Segall

Ty Segall - Op de valreep nog één van de concerten van het jaar

Geschreven door

Er werd geopend met een product uit ‘de bunkers’, de eigen repetitieruimtes van de 4AD. Gurt Goatbuck is ontstaan uit de asse van The Abscenes en grossiert in loodzware, op de seventies geïnspireerde rock met hier en daar een grunge-accentje. Die omschrijving klinkt nogal beangstigend maar deze vier jonge gasten uit de Westhoek kwamen ermee weg. Ik hoorde soms verrassend sterke vondsten op gitaar en de meeste aanzetten waren veelbelovend maar een volledig sterke song, kompleet met poten en oren, leek nog net iets te hoog gegrepen voor deze bende. De zanger deed iets te weinig met zijn niet onaardige stem en uitstraling had hij al helemaal niet. Hier is op zijn minst gezegd nog wat werk aan de winkel : "Blijven proberen, jongens!

Het verschil met Boston Tea Party, ook al een band met roots in de 4AD, was groot. Wat heeft dit duo aan zelfvertrouwen gewonnen! Nooit eerder kon hun rammelende noiserock me zo bij de lurven pakken. Zelden loop ik warm voor een Belgische band maar dit zou toch stilaan de nodige erkenning moeten krijgen. Thomas Werbrouck ramde als een bezetene op zijn gitaar terwijl Elise Adam als vanouds stampend op een houten "stompbox" het ritme aangaf, af en toe een tik gevend op een cimbaal of tamboerijn die voor haar neus gemonteerd stond. Ondanks die minimale middelen zorgde dit koppel voor een enorme energieboost. En om het helemaal mooi te maken brachten ze de bis op de begane grond tussen het volk. Ty Segall ging van goeden huize moeten zijn om dit te overtreffen, maar dat was hij!

Ty Segall uit San Francisco lijkt een bijzonder bezige jongen. Naast zijn solowerk (3 platen in 2 jaar) is hij ook nog zanger van de Epsilons, drumt hij bij een paar, nog obscuurdere, groepjes en speelt hij geregeld mee met geestesgenoten Sic Alps. Begonnen als een one-man-band liet hij zich voor deze tour toch omringen door een extra gitarist, Charles Moothart, bassiste Denee Petracek en zwarte raaf Emily Rose Epstein (die men eerder in een gothic band zou situeren) op drums.
Waar hij op plaat eerder klinkt als een soort lo-fi Beatles koos hij op het podium voor een veel stevigere aanpak wat ook rendeerde. We kregen een dampende set licht psychedelische garagerock met een hoofdrol voor de overstuurde gitaar van Segall, waarop hij regelmatig verzengend uithaalde. Het ging er allemaal redelijk nonchalant aan toe en Ty maakte er een sport van om zijn kompanen op het verkeerde been te zetten.
Toen de basgitaar van Deene Petracek even de geest gaf begon hij plotseling te citeren uit het werk van Black Sabbath en Neil Young. Na die spielereien volgde nog een echte cover : een heerlijk stompende versie van "Dropout boogie" van Captain Beefheart die op dat eigenste moment net overleden was, wat toen nog geen mens wist uiteraard. Qua sound kwam Ty Segall dicht in de buurt van Thee Oh Sees, maar waar die laatsten hun songs soms ellenlang laten voortdenderen, hield hij het veel strakker en klokten zijn songs zelden af boven de twee minuten zodat verveling geen kans kreeg. Anderen zien in hem dan weer een opvolger van Jay Reatard maar ik vond alleszins niets van diens klinische punkrock hierin terug.

Het wat mager opgekomen publiek reageerde uitzinnig en tot zijn eigen verbazing werd Ty Segall tweemaal terug op het podium geschreeuwd. Dit was nog eens één van die optredens die dagenlang zal blijven nazinderen. Tot slot nog een pluim voor dj Chiel die tussen de optredens en achteraf bijzonder fijne plaatjes liet horen, wat de avond er nog mooier op maakte.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Saint Vitus

Zelfs de weergoden zijn fan van doomlegende Saint Vitus

Geschreven door

De avond viel abrupt op donderdag 16 december. Donkere, sombere wolken kwamen vanuit het noorden binnengewaaid en overschaduwden ons kleine landje. Een verkeersverbod voor het rijden van vrachtwagens tussen Brussel en Luik was sinds de late namiddag van kracht. Sneeuwbuien teisterden het zuiden van het land en dreigen ook Vlaanderen te voorzien van een wit, kil wintertapijt. Een doemscenario drong zich op. En uitgerekend op diezelfde avond stond de Amerikaanse doomlegende Saint Vitus geprogrammeerd in de Brusselse Vk*. Toeval of niet?

Heelhuids en zonder kleerscheuren aangekomen konden we juist op tijd de set van supportact The Graviators meepikken. Het was duidelijk dat het grootste deel van het publiek nog vastzat in de verkeersellende die koning winter veroorzaakte. Niet getreurd echter… na een ietwat trage start, begon er na enkele nummers deining te ontstaan in het klein groepje toeschouwers. Het viertal uit Zweden heeft zich duidelijk laten inspireren door de jaren zeventig. Hoewel het te makkelijk is een grote inspirator te noemen maakt The Graviators het wel heel moeilijk door een nummer “Back To The Sabbath” te noemen. Dit was, samen met het knallende uptempo nummer ‘Saturnus 84’, meteen het hoogtepunt van hun set. Niet slecht.

Ondertussen was de opkomst al iets groter en kwam het publiek druppelsgewijze binnenstromen voor de hoofdact van de avond: het legendarische Saint Vitus (genoemd naar het Black Sabbath nummer “St. Vitus dance”). De peetvaders van de doommetal staan namelijk al van in 1979 op de planken. En dit was er donderdag aan te zien: één voor één perfect op elkaar ingespeelde rasmuzikanten! Enkel gitarist Dave Chandler en bassist Mark Adams zijn de originele leden van de band, die de meerdere bezettingswijzigingen en een split hadden getrotseerd. Henry Vasquez vervangt namelijk al een tijdje de ongeneeslijk zieke en op 25 november laatstleden overleden drummer van het eerste uur Armando Acosta. Wino Weinrich verving in de loop van de jaren al enkele malen vocalist Scott Reagers, die bij de originele bezetting zong.
Dave Chandler nam voor de start van het optreden het woord en richtte zich tot het publiek met de melding dat het volledige concert en de volledige tour werd opgedragen aan de onlangs overleden drummer. Wat volgde was een aaneenschakeling van klassiekers die met de intensiteit van de begindagen het publiek werden ingestuurd! Chandler beet zich letterlijk stuk op zijn gitaar, die met een overload aan distortion, geniale riffs de zaal instuurde. Hij kon het namelijk niet laten om nu en dan zijn (hopelijk originele) tanden te flossen met de snaren van zijn gitaar. Wino leek, aan zijn priemende blik te zien, wel bezeten. Met zijn bezwerende stem wist hij keer voor keer het publiek voor zich te winnen. Teksten werden integraal meegezongen door een publiek dat geen seconde stil kon blijven staan bij al dit doommetalgeweld. Mede omdat de ritmesectietandem Vasquez-Adams dit geheel voortreffelijk ondersteunde. Vasquez drumde alsof hij op een te warme stoel zat en de opzwepende bas van Adams was de drijvende kracht achter deze oerband!
De vier levende legendes stonden als een stel jonge wolven de pannen van het dak te spelen.
Aparte hoogtepunten waren er niet daar het concert over de volledige lijn één hoogtepunt was!
De ene klassieker “Look behind you”, volgde de andere op, bvb. meezinger en lijflied “Saint Vitus” uit hun debuutalbum. Andere pareltjes waren: “I bleed black”, “Living backwards”, “Dying inside” en “Clear window pane”. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan.
Tot tweemaal toe werden ze teruggehaald door een razend enthousiast publiek! Orgelpunt van deze indrukwekkende set was het magistrale “Born too late”, waarbij Chandler zich met zijn gitaar tussen de kolkende eerste rijen waagde om daar zijn gitaarkunsten nog eens tentoon te spreiden. Daarna hield Saint Vitus het voor bekeken en konden we met een warm hart en een verheven ziel terug de kille Brusselse nacht in.

Armando Acosta (May he rest in peace!) mag trots zijn. Zijn bloedbroeders konden hem geen mooier eerbetoon geven dan met dit prachtig concert dat je tot in het diepste van je ziel raakte.
Dat ze nog vele jaren mogen meedraaien in de doomscene en we kunnen niet wachten om ze live terug aan het werk te zien. Please come back soon!

Organisatie: Vk*, Sint-HJans Molenbeek (ism Heartbreaktunes)

Selah Sue

Selah Sue - een erg zelfverzekerde dame geworden

Geschreven door

Terwijl een Gentse Vooruit rustig aan het vollopen is voor Headliner Selah Sue maakte Yuko zich op om de aanwezigen alvast op te warmen. Yuko is een Gentse indietronica-band rond frontman Kristof Deneijs. De Gentenaren brachten in 2008 hun debuutalbum ‘For Times When Ears Are Sore’ uit en lieten deze op de zaal los. Aangezien ze de voorbije maanden in de studio zaten om nieuw materiaal op te nemen voor op hun nieuwe plaat, die verwacht wordt voor het voorjaar van 2011 was er ook tijd om paar nieuwe nummers op het publiek los te laten …

Voor de jonge Leuvense Sanne Putseys aka Selah Sue gaat het tegenwoordig erg hard, op haar 15de begon ze met haar eerste gitaarlessen, om 2 jaar later met die andere Leuvense grootheid Milow op tournee te trekken. Afgelopen zomer stond ze nog op het hoofdpodium van Pukkelpop en is ze te horen op de nieuwe plaat van Cee Lo Green, die we kennen van de hit “Fuck You”. Het haar hoogtepunt tot nu toe korte carrière bereikte ze ongetwijfeld enkele weken geleden toen ze het voorprogramma van Prince mocht verzorgen. De 21-jarige singer-songwriter die tot voor kort altijd moederziel alleen op het podium stond, krijgt tegenwoordig versterking van een volwaardige band met Jasper Hautekiet op de bass, Frederik Vandenberghe op de drums en Joris Caluwaerts op de keyboards.
Selah Sue die ik eerder dit jaar al zag op Novarock en Pukkelpop, heb ik zien groeien van een iets wat schuchter en onzeker meisje tot een vrouw met ballen waarvan de zelfzekerheid er af druipt. Van haar stem (die aan Amy Winehouse en Duffy doet denken) waren we nu ook weer ondersteboven, echt fenomenaal welke toonaarden en –hoogtes die allemaal op jonge leeftijd aankan.
Het optreden dat ze in een uitverkochte concertzaal van de Vooruit voor ons bracht was een greep uit de nummers die verzameld staan op haar debuutalbum die in februari 2011 in de winkels zal liggen. Dat album zal een mengelmoes van soul, pop, jazz en reggae worden. Haar set opende ze met “Summertime” gevolgd door “Mommy” een nummer geschreven voor haar moeder, met wie ze een sterke band mee lijkt te hebben. Verder bracht ze nog een hele sterke cover van Lauryn Hills nummer “Lost Ones”.

Na het brengen van hits als “Raggamuffin” en “Crazy Vibes” sloot ze haar zeer gesmaakte set af met een fenomenale versie van “Crazy Sufferin”. Tijdens de bisronde bezorgde ze een jonge kerel de avond van zijn leven door hem op het podium te roepen, om samen nog eens het wonder mooie “Raggamuffin” te zingen. Het laatste wapenfeit van de avond was een soort van reggae medley, zo kwam er na een dik uur een einde aan een set die meer dan af was!

Setlist: 1. summertime 2. Mommy 3. Just Because I Do 4. Famous 5. Black Part 6. Lauryn Hills One 7. Fyah Fyah 8. Break 9. This World 10. Raggamuffin 11. Peace Of Mind 12. Crazy Vibes 13. Crazy Sufferin

Organisatie: Democrazy, Gent

Helmet

Een waanzinnige, onverslijtbare en charismatische Helmet

Geschreven door

Het NYse Helmet was één van die bands die beginjaren ’90 hardcore, grunge, alternative rock en metal integreerden. Page Hamilton, zanger/gitarist en spil van de band, en zijn kompanen waren gewone gasten die een potpourri maakten van invloedrijke bands als Stooges, Melvins, Killing Joke, Husker Du, Big Black, Butthole Surfers, Smashing Pumpkins, Sonic Youth, Metallica, Fugazi, Soundgarden, Nirvana, Alice In Chains en Mudhoney. Samen met Therapy?, Quiksand, Prong en Unsane speelden ze posthardcore/metalcore en gecontroleerde intelligente noisepop, een verfrissende wind voor een strakke, cleane en recht-door-zee gitaarsound. Ze brachten een paar opzienbarende platen uit als ‘Strap it on’ (20 jaar geleden btw!), ‘Meantime’ en ‘Betty’.
In 1998 hield Hamilton het voor bekeken. Op het afsluitende optreden in de Bota klonk de band uitermate vermoeid en was maar een schim meer van hun succesperiode; met een zucht van … bereikten ze de eindstreep.
Maar in 2004 kreeg Hamilton er opnieuw zin in, was hij één brok energie en dynamiek en trad hij aan met een jongere begeleidingsband. Sindsdien verschenen drie platen en draait de band op volle toeren, o.m. met de onlangs ‘Seeing eye dog’; ze zijn gerespecteerd door een legertje nineties gitaarfreaks, metalheads en ze krijgen er nu ook een pak jongeren bij. Helmet beleeft een tweede jeugd, wat handig meegenomen is.

Vorig jaar was er al een afspraak in een op voorhand uitverkochte Minnemeers. Opnieuw was de belangstelling groot en speelden ze in Gent een duidelijke thuismatch. Hamilton werd op handen gedragen en we hoorden een verkwikkende, bruisende, gebalde set, die de onderhuidse spanning, dreiging en rauwheid van vroeger behield. De band was goed op elkaar ingespeeld en er was ruimte voor compacte solo partijen, die dan weer verzwolgen geraakten door het krachtige ritme. Toegegeven, het nieuwe materiaal klinkt meer gepolijst en afgemeten en is een tic minder, net als de onderkoelde zang van Hamilton, die met de jaren minder angry klinkt.
Ze warmden het publiek op met de broeierige “Renovation” en “So long”, en prikkelende, verbeten versies van “I know”, “Harmless” en “Birth defect” volgden. Hamilton mag dan nog de spil van de band zijn, hij laat ruimte aan de anderen. Tussen sommige nummers door was Hamilton een verteller en entertainer. Met een grijns en een glimlach gingen de heren te werk, wat hen uiterst sympathiek maakte. Het liep allemaal gesmeerd. Songs als “White city” en “Enemies” waren eenduidiger, toegankelijker en meer afgelijnd.
Ze gaven een tandje bij op een rauw en intens gespeelde “Just another victim”, de bijdrage op ‘Judgement Night’, die de band naar ongekende hoogtes bracht. Het was de aanzet van hun golden classics als “Unsung”, “Wilma’s rainbow”, “In the meantime”, “Fbla II” en “Fbla”. Op deze songs waren de eerste rijen niet te houden en sky- en stagediveden ze als in de oude dagen. Het stuwde het materiaal en gaf elan aan de set. De rockliefhebber boog voor het moordende, scheurende tempo.

Helmet levert niet meer de prachtsongs van vroeger, maar overtuigden als een waanzinnige, charismatische live band. Onverslijtbaar, daar was iedereen het volmondig over eens …

Ook het uit Belfast afkomstige Lafaro kwam uitermate sympathiek over. Het postpunkkwartet speelde een stevige, strakke set, met noisy uitstapjes en maakte een broeierige spanningsboog van ‘70s hardrock, grunge en stoner. Een donker randje had de zang, die daarmee refereerde aan het adres van ex Girls Against Boys frontman Scott McCloud.

Organisatie: Democrazy, Gent

Shearwater

The Golden Archipelago

Geschreven door

De nieuwe plaat van Jonathan Meiburg en zijn Shearwater completeert het drieluik van het in 2006 verschenen ‘Palo Santo’ (vierde cd al)  en ‘Rook’. Voorheen combineerde hij het werk van Shearwater met zijn vriend Will Sheff , de spil van de americana band Okkervil River. Als afgestudeerd ornitholoog (bandnaam is afgeleid van een zeevogel) kunnen we niet omheen thema’s als vogels, zee en bossen. De songs ademen ook die sfeer uit. Ze waren de inspiratie van onderzoekende kampeertrips  langs eilanden als de Falklands, Madagascar, Tiera del fuego en aantal Chatham – eilanden van Nieuw-Zeeland.
Pure indiefolkende songs, broeierig, intens spannend, opbouwend en organisch, die subtiel gearrangeerd zijn met de gepaste bombast en een zuiver pakkende zang. Het luisterend materiaal steekt goed in elkaar, is harmonieus en klinkt uitermate boeiend. Een sterke plaat op zijn geheel dus!

Gonjasufi

A sufi & a killer

Geschreven door

Een heel apart debuut is afkomstig van de uit LA opererende Gonjasufi, aka Sumach Ecks . Een elektronica wizzard, die de producers The Gaslamp Killer, Mainframe en Flying Lotus achter de hand had, die puurt uit de trippop van Portishead en Tricky en die er een muzikale potpourri van neopsychedelica, ‘70s retro , freejazz, reggae en funk met Arabische invloeden en elektronica vertier aan toevoegt;  inhoudelijk kan het materiaal vorm krijgen, maar het kan even structuurloos klinken. Z’n gruizelige, krakende stem heeft iets van Mark E Smith, David Thomas en John Lydon .
Hij doet ons terugdenken aan Lee Scratch Perry, George Clinton, Captain Beefheart en de Residents door de rauwe lofi ritmes, de repetitieve, neuzelige synths, de samples en de weirde, onverwachtse wendingen. Hallucinant en smerig. Voor de avontuurlijke muziekliefhebber.
De leer van ‘soefisme’ (een filosofie over de realiteit van het menselijk bestaan, zelfkennis,  het harmonieus samenleven, wederzijds begrip hebben en vorming bieden) en andere godsdiensten laten we in het midden . Zoals ‘de killer’ in de titel van de cd omschrijft, is hij één brok energie. Retropsychedelica geïnjecteerd door ganja, topkwaliteit marihuana, met een pijpje. Geestesverruimend.
Deze kleine blok van ne vent, met z’n enorme baard, pikzwarte ogen en samengeklonterde dreadlocks zingt en predikt in twee overgemoduleerde microfoons, bouwt een broeierige spanning op, speelt met geluidjes of laat zich volledig verglijden, wat songs brengt zonder begin en einde.
De cd is een concept en best in één ruk te beluisteren . “Sheep”, “She gone”, Suzie q (knipoog naar Iggy) ”, “Kowboyz & Indians” , “Duet”, “Ancestors” en “Candylane” zijn  in de mengelmoes best aardig te pruimen!

Pagina 421 van 500