logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Ed & The Gators

Ed & The Gators – voortreffelijk doorleefde bluesrock

Geschreven door

 

Als je als muziekliefhebber eens uitgebreid wil genieten van voortreffelijke Amerikaanse kost, dan is een optreden van Ed & The Gators een aanrader. Hun setlist is opgebouwd als een radioprogramma dat een overzicht biedt van de stijlen van traditionele songs van over de Atlantische Oceaan.
Daar in Aalter, bij Tania in een café genaamd ’t Kafé,  zaten we dus vooral midden in de blues. De meeste nummers, gekoesterd in de  wieg van de slaventijd, kwamen tot rijping in de jaren vijftig en zestig, toen de blues het volledige continent veroverde.

Ed is echter van bij ons en hij zingt al vele jaren zijn voorkeursliedjes op een heel eerlijke manier. Hij voelt de muziek perfect aan en klinkt altijd even fris.  Eddy De Smul is immers dezelfde Ed die meespeelde met de Hot Burritos en een aantal andere groepen. Vandaag is hij apetrots op zijn jeugdige begeleiders, The Gators.  Johan Guidee  (van Hideaway ) drumt in een stijl eigen aan de beste selfmademan in de juiste betekenis van het woord. Hij levert heel kordaat en adequaat de ritmes over aan Stefan Boret (de in het bluesmilieu bekende bassist), die glunderend staat te demonstreren dat het leven zo simpel is als zijn frettenschaal. Hun inventieve samenspel  was zo interessant om volgen dat ik vaak gefascineerd raakte en afgeleid werd van de kern van de songs.  Arne Demets tenslotte, is de zeventienjarige gitarist, begenadigd met een grote aanleg voor 'het elektrieken beest' dat hij om zijn schouders heeft hangen. Velen onder ons droomden van zo’n belangrijke rol in een band, maar hij staat er middenin. Hij wil nog bijleren en zijn vingers jeuken en ze wringen zich alle kanten uit teneinde de klanken op te roepen die zich in zijn geest gevormd hebben.
Ik kon de setlist losweken van de groepsleden  en hieronder geef ik gewoon een overzicht van het gebrachte materiaal.  De blueskenner leest hier  verder en moet mij desnoods maar attent maken op vergissingen van mijn kant. Als u minder tijd hebt gaat u gewoon verder onderaan.
“I hate to love you” is een eigen nummer van Ed. Het wordt zeer ‘soulful’ gebracht en bij zijn eerste harmonicasolo smijt Ed zich al volledig:  we weten direct dat er nog veel moois zal volgen. "Messin' with the Kid" is een bluessong uit 1960 die origineel opgenomen werd in Chicago door Junior Wells en later zijn handelsmerk werd. “The Kid” is slang-taal die naar de zanger zelf verwijst. De song werd vaak gecoverd, o.a. op de eerste plaat van The Blues Brothers. Met zo’n titel hoor je al dat het eerder gaat om een kwade dan om een trieste blues.
“Taxi” is een nummer van Guy Forsyth. Eds stem is trouwens heel verwant met die van Forsyth: tegelijk aangenaam en gespierd. De song krijgt een gitaarsolo mee met een bevreemdend veraf - effect, alsof de klank uit de kelder de ruimte binnensluipt. Volgt: “High heeled sneakers”, een erg goed nummer dat ik niet direct kan plaatsen.
 “Get out of my life woman” (van New Orleans - icoon Allen Toussaint) is een song die ik toevallig ook kende van een onlangs opgedoken cover door The Doors. Het is een grootstedelijke funky blues die ons onderdompelt in een heel andere sfeer. Leuk is hier de tegentijdse drumpartij van Johan Guidee en de doorgedreven gitaarsolo van Arne Demets.  Allerlei effecten vormen de basis van een tussenspel waarin gitaar en bas met elkaar duelleren.  “Congo Square” is een open ruimte in New Orleans, ten noorden van ‘the French Quarter’. De plaats is bekend door de geschiedenis van de Afrikaans-Amerikaanse muziek: de slaven hielden er markt en zongen, dansten en speelden er hun muziek. Johan Guidee valt hier opnieuw op met een heel speciaal ritme.
“Can’t you see”  is een ‘walking blues’, geschreven door Ed zelf,  met veel klasse door hem gezongen. “Keep your Hands to Yourself”bestrijkt met zo’n titel spijtig genoeg een zeer actueel thema en blijkt  een stevige stamper te zijn. “Down to the Border” is dan weer een swampy blues (door Ed geschreven),  waarvoor hij zijn gitaar bovenhaalt om wat slidewerk af te leveren “Blues before Sunrise” begint erg braaf maar is door een opzwepende gitaarsolo geschikt om het gedeelte voor de pauze af te sluiten.
 “Burn down your bridge” straalt een dreigende nightclubsfeer uit en de solo van Arne is al een voorsmaakje van de Jimi Hendrix - stijl die hij ons als bisnummer zal brengen. “Texas Flood” is bekend geworden van het eerste album van Steve Ray Vaughan. Hier wordt een conversatie opgezet tussen zang en gitaar en dat in een doorgedreven tempo. “Got my Mojo working” … but it don’t work on you. Onverslijtbaar. ’Mojo’ staat voor een soort subtiele betovering  of charme (wat is het verschil eigenlijk?). Deze overbekende klassieker krijgt alle respect die hij verdient, met natuurlijk de obligate interactie met het publiek.
In één adem vermeld ik voor de volledigheid nog “MA City”,“T-bone Boogie” ,“Mary had a Little Lamb” (de bekende traditional van Buddy Guy),“Jambalaya” (de ambiance stijgt ten top met deze bekende hit uit onze jeugd),“Junco Partner” ,“Marie Marie” ( goede, oude rock’n’roll) en “Automatic”. “Mess of Blues” is de titeltrack van de CD van Ed & The Gators, die we vroeg in het voorjaar kunnen verwachten.  “Five Times”, opnieuw een nummer van Ed krijgt een subtiel Tootsiaans harmonicaspel mee. “Voodoo Chile/Hey Joe” van Jimi Hendrix komt als eerste bisnummer. Het geeft Arne Demets de gelegenheid om te tonen dat legenden kùnnen nagevolgd worden. Hij doet dat op een erg geslaagde manier en het leverde hem een daverend applaus op.

Samengevat: Ed & The Gators verzorgden in Aalter een heel interessante muzikale zondagnamiddag, zoals de legendarische Johnny Rivers dat destijds ook klaarspeelde. Een krachtige volle stem, virtuoos harmonicaspel en een stel uitstekende muzikanten staan garant voor al dit moois. Ga naar hun site en kijk wanneer ze eens in uw buurt komen, of nog beter: boek ze zelf!

Organisatie: ’t Kafé (bij Tania)  - Aalter

 

The Next Big Thing Deluxe – 10 jarig bestaan van Keremos

Geschreven door

The Next Big Thing Deluxe
Naar aanleiding van het 10 jarig bestaan van Keremos, het managementbureau achter bands als: Absynthe Minded, School is Cool, Team William, The Galacticos, Roadburg en Arquettes bouwden ze een feestje in de Vooruit te Gent. Op dit feestje dat The Next Big Thing gedoopt werd stonden 8 bands waarvan 7 ooit de finale van Humo’s Rock Rally bereikten. Alle bands mochten een korte set van zo een 20 minuten spelen behalve Absynthe Minded die als headliner wat langer mochten spelen en ons bovendien trakteerden op nieuw werk.

Door het wat later aankomen dan voorzien hoorden we nog net de laatste tonen van “New Kids In Town” het radiohitje van Humo’s Rock Rally winnaar 2010 School Is Cool.

Na het gemis van School Is Cool waren we helemaal klaar voor Maya’s Moving Castle.
Tot onze grote verbazing stond er geen band op het podium maar moesten we het doen met zangeres Ann-Sophie Claeys, die naast de zang nu ook de gitaar en cello/keyboard voor haar rekening nam. Het feit dat deze helemaal alleen op het podium stond deed afbreuk aan de anders zo donkere krachtige mysterieuze sound die weergalmt van de echo’s. Het werd zo een iets meer ingetogen set dan we van Maya’s Moving Castle gewoon zijn; gekende nummers passeerden de revue met als uitschieter “Feed Me”.

Met Steak Number Eight stond er een postrock-/noiseband uit het West – Vlaamse Wevelgem op het podium; deze jonge snaken die in 2008 nog de winnaars waren van Humo’s Rock Rally zijn momenteel bezig aan een nieuwe plaat samen met Mario Goossens (Triggerfinger). Hun intense en heel diep gaande gitaarriffs grepen ons bij de keel om ons 20 minuten later pas los te laten met lichte oorsuizingen. Met hun harde stomende set dwongen ze ondanks hun jonge leeftijd meer dan respect af!

Nog een topper van Humo’s Rock Rally 2008 was Roadburg. Deze Limburgse indie/rockband kon ons bekoren met nummers uit hun debuutplaat die eerder dit jaar uitkwam en ‘Raise Cain’ als naam meekreeg. Met “Instant Flowers” hebben ze een super single die ook enkele weken in de bovenste regionen van de Afrekening mocht vertoeven. Dit Limburgs 5-tal die in 2007 nog met de publieksprijs van Limbomania aan de haal gingen, brachten ons deze avond helemaal in beroering met hun donkere uitgesponnen nummers die na een rustige opbouw helemaal ontploffen. Wij zijn heel benieuwd naar wat we de komende jaren nog van deze jongens mogen verwachten!

Heel benieuwd waren wij naar de Arquettes; deze Gentse band kenden we alleen van hun single “Gutters” waarvan de videoclip met politici in de Charlatan opgenomen werd. Voor hun optreden speelden ze nummers uit hun in oktober verschenen debuut album, een album waar de donkere rock en zware bassen er van af druipen, doen vooral aan de grunge van de jaren 90 denken. Ergens halverwege hun set kwamen Floris De Decker en Arne Sunaert (zanger/gitarist en keyboards) bekend van bij Team William de boel een beetje opfleuren en gaven zo een soort gastoptreden weg. De mannen van Arquettes bewezen dat hun single “Gutters” een ijzersterk nummer is, dat niet voor niks zo hoog genoteerd staat in de Afrekening. Met “Wave On” wat tevens de titeltrack is van hun debuutalbum, maakten ze een einde aan hun gesmaakte set.

Wij hadden het duidelijk mis toen we dachten dat alleen Steak Number Eight ons van onze sokken zou blazen … The Galacticos starten heel furieus, sterk en snedig. Ze zorgden ondanks het niet spelen van hun hit “Humble Crumble” voor een waar feest op de voorste rijen. Het putten uit nieuw werk was een risico maar kon de meeste mensen wel boeien, voor ons persoonlijk was het wel even wennen aan de sound die we van hen niet gewoon zijn. Het is zeker en vast uitkijken naar hun debuutalbum dat ze momenteel samen met Pascal Deweze (Sukilove, Broken Glass Heroes) aan het opnemen zijn. De eerste single uit die plaat is voorzien begin januari, de plaat zelf zou voor in februari zijn, uitkijken dus!

Na al dat jong geweld was het aan de gevestigde waarde Absynthe Minded, Bert Ostyn en de zijnen trakteerden ons op een soort semi- akoestische set waarbij hun grootse hits op ons afgevuurd werden. “My Heroics, Part On” en “Plane Song” werden in een ander jasje gegoten en violist Renaud Ghilbert toverde geluiden uit zijn viool waarvan wij niet eens wisten dat je die met een viool kon maken. Het werd een heel zweverige set waarbij ze vooral herwerkte versies van nummers uit hun eerste 4 albums brachten. Met “Moodswing Baby” en “Envoi” bereikten ze de climax van een meer dan geslaagd optreden weer ze weer maar eens toonden hoe veelzijdig ze zijn.

Met The Next Big Thing Deluxe toonde Keremos ons nog maar eens dat er heel wat kwaliteit in ons Belgenlandje te vinden is, kwaliteit waar we meer dan trots op mogen zijn!

Organisatie: Keremos ism Democrazy, Gent

The Golden Years 2010 – oldiesmarathon

Geschreven door

The Golden Years 2010
Het Antwerpse Sportpaleis was weer heel goed gevuld voor de jaarlijkse oldiesmarathon, die The Golden Years eigenlijk is. Meer dan vier uur tophits van topgroepen, niet één onbekend nummer passeert de revue.
Het wordt steeds moeilijker een concert met oldies uit de sixties en de seventies te organiseren. De muzikanten worden steeds ouder, de gezondheid wordt er niet beter op, sommigen zijn ondertussen reeds overleden…
Maar het spreekt vanzelf dat zij de kans niet onbenut laten om nog eens op te treden voor meer dan 10000 toeschouwers: een leuke schnabbel en een serieuze kick. Ook het dankbare publiek mogen we niet vergeten: zij klappen mee, zingen mee telkens als dat van hen gevraagd wordt. En waarom niet? Want The Golden Years zijn één groot feest.

Natuurlijk slagen niet alle groepen er in een even goede prestatie te leveren. Maar het is opvallend hoe de organisatoren er telkens weer in slagen de volgorde van de groepen zo te programmeren dat de kwaliteit de ganse avond in stijgende lijn gaat.
Carl Huybrechts praat de acts vlot aan elkaar en de videoclips op groot scherm houden de sfeer er in tijdens de setwisselingen. Nochtans moet ik vermelden dat de overgangen helemaal niet zo vlot verliepen als vorige jaren: soms vielen er stiltes, de geluidskwaliteit van de clips was soms zeer slecht.
Ik heb heel veel respect voor de muzikanten, maar een grote naam en goede referenties, die dertig jaar oud zijn, zijn voor mij niet voldoende. Sommige balorkesten produceren een betere klank dan wat hier soms neergezet werd.

Dave Dee kon twee jaar geleden al niet optreden met zijn makkers ‘Dozy, Beaky, Mick & Tich’ omdat hij vlak ervoor ziek werd. Hij zou enkele weken daarop ook overlijden. Bij gebrek aan hun originele zanger maakten de anderen er het beste van. Een goede opener.
‘The Tremeloes’ waren gehandicapt door de ziekte van hun bassist. Die werd dan maar vervangen door de sologitarist van Gerry & The Pacemakers. Zij brachten de meeste nummers iets te traag. Een slordig optreden dat ons toch nog kon bekoren met een leuke versie van “Silence is Golden”.
‘Gerry & The Pacemakers’ waren niet zo veel beter. De typische klank van Gerry’s stem geeft iets uniek aan hun songs, maar die ontbrak grotendeels. Spijtig. Alleen afsluiter “You Never Walk Alone” bracht ons even in stadionsfeer.
Tot op dat moment waren de beste zangprestaties geleverd door het publiek en dat bleef zeker zo tijdens het optreden van ‘The Searchers’. Tijdens een aantal nummers was de balans volledig zoek, de zang klonk vals, de drummer klonk als een volleerde houthakker die maar enkele ritmes beheerst.
Zouden ‘The Hollies’ dit snel doen vergeten? Gedeeltelijk wel, hoewel de zang, vooral in het begin, nogal wisselvallig was.
Maar ze eindigden sterk met hun ballads “He Ain’t Heavy, He’s My Brother” en “The Air That I Breathe”.
De overgang naar ‘Smokie’ was groot, maar ze slaagden er in met een behoorlijk heavy set het publiek voor te bereiden voor ‘The Sweet’. Die startten met loeiende sirenes en zwaaiende zoeklichten hun “Blockbuster” op. Even werd het wat rustiger met medleys van hun zachtere werk, maar “Fox On The Run” en “Ballroom Blitz” klonken dan weer keihard door de boxen. The Sweet werken duidelijk aan de kwaliteit. Ze teren niet louter op nostalgie, maar ze staan er nog steeds.
De grote vraag was hoe ‘Steve Harley & Cockney Rebel’ dit geweld zouden counteren. Vooral omdat Steve Harley bekend staat als tegenstander van elektrische gitaren en het liever akoestisch doet. Maar hij wou de Belgen bedanken voor het feit dat “Sebastian” hier een reuzenhit werd en zijn carrière lanceerde. En dat was te horen.
Met 8 muzikanten, waaronder zelfs een violist en een dwarsfluitiste, produceerde hij een overrompelende klank. Ik werd helemaal weggeblazen door een schitterende versie van “Sebastian”. Hierdoor alleen al zou mijn avond goed geweest zijn. Dat het geplande slotnummer, met iedereen samen op het podium, niet doorging (waarschijnlijk door tijdsgebrek), was daarom niet zo erg. De meeste vijftigers verlangden toen reeds duidelijk naar hun bed…

Setlists
Dozy, Beaky, Mick and Tich
: Hold tight, Zabadak, Legend of Xanadu, Bend it

The Tremeloes: Suddenly you love me, Here comes my baby, My little lady, Silence is golden, Even the bad times are good
Gerry and the Pacemakers: How do you do it, Don’t let the sun catch you crying, I like it, Ferry Cross The Mersey, You’ll never walk alone
The Searchers: Sweets for my sweet, Don’t throw your love away, Love potion Nr. 9, Needles and pins, When you walk in the room
The Hollies: Here I go again, Jennifer Eccles, Bus stop, Sorry Suzanne, Carrie Anne, He ain’t heavy, he is my brother, The air that I breathe
Smokie: Lay back in the arms of someone, Don’t play your rock and roll to me, Oh Carol, Living next door to Alice
The Sweet: Blockbuster, Coco - Funny Funny - Poppa Joe, Wigwam Bam - Little Willy, Fox on the run, Ballroom Blitz
Steve Harley and Cockney Rebel: Here comes the sun, Mr Soft, A Friend for Life, Sebastian, Make me smile

Organisatie: The Musical Box - Sportpaleis – The Golden Years - Antwerpen

Roky Erickson

Roky Erickson - Onwaarschijnlijke comeback

Geschreven door

Roky Erickson schreef in 1966 muziekgeschiedenis met de onsterfelijke klassieker "You're gonna miss me". Met zijn garagebandje The 13th Floor Elevators introduceerde deze Texaan voor het eerst psychedelica in de rock. De rest van het verhaal oogt net iets minder fraai. In '69 wordt hij gearresteerd voor het bezit van één joint en om een gevangenisstraf te ontlopen laat hij zich opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis waar hij drie en een half jaar verblijft. Hij ondergaat er o.a. een elektroshocktherapie om zijn schizofrenie te behandelen. Eenmaal terug in de maatschappij blijkt Roky niet meer dezelfde te zijn en volgt een chaotisch leven met meer vallen dan opstaan. Groot was dan ook de verrassing toen plots werd aangekondigd dat de man naar België kwam en wist niemand wat hier verwacht van kon worden. Maar de voortekens waren gunstig.

Roky Erickson maakte dit jaar voor het eerst in 14 jaar een nieuwe studio-LP ‘True love cast all evil’. Bovendien mag deze plaat die hij opnam met Okkervil River gerust beschouwd worden als één van de beste uit zijn carrière. Vreemd genoeg kwam hij naar Europa met een andere band en bracht hij slechts één nummer uit die plaat "John Lawnman", precies dat nummer dat in '86 al eens op de compilatie ‘Gremlins have pictures’ stond. We kregen dus geen americana maar een pot stevige psychorock.
De nu reeds 63-jarige Roky kwam wat onzeker het podium op, omringd door drie bezorgde medemuzikanten. Maar vanaf de eerste noten van "It's a cold night for alligators" wist je dat het goed zat. Die door merg en been krassende stem had nog niets aan kracht ingeboet. Er mocht al eens een flard tekst de mist ingaan - een map met songteksten bleef de hele tijd onaangeroerd naast hem liggen - wat kon ons dat deren?
Ook op gitaar leek het eerst niet echt te lukken maar gaandeweg kreeg hij meer vertrouwen en kneep er al eens een solo uit terwijl hij zijn gitarist Kyle Ellison, duidelijk zijn steunpilaar, geen seconde uit het oog verloor. Zijn band met naast Ellison, drummer Kyle Schneider en de stoïcijnse bassist John Michael Dayspring (die laatste leek rechtstreeks uit het hippietijdperk gekatapulteerd), stelde zich volledig ten dienste van Roky en produceerde een machtige grafkeldersound waarin geen plaats was voor persoonlijke uitspattingen.
Het werd een feest van herkenning met songs als "Creature with the atom brain", "Don't shake me Lucifer", "Bloody hammer", "Don't slander me", "Starry eyes", ... Tijdens de logge blues "The beast" zorgde Roky zowaar voor een komische noot wanneer hij "the beats is coming to your world" zong.
Zelf sprak hij geen woord, dat deed gitarist Ellison: "Roky says thank you" en wanneer hij niet zong, toonde hij zijn rug aan het publiek. Het waren kleine tekens die verrieden dat hij nog steeds onstabiel is maar dat kon niet verhinderen dat we een uitstekend concert kregen. Na de massaal meegebralde afsluiter " Red temple player (Two headed dog)" volgde nog één bis: het overweldigende "You're gonna miss me" met een uitzinnige mondharmonicasolo van iemand die plots uit de coulissen opdook.

Daarna drong het nochtans bijzonder talrijk opgekomen publiek niet echt meer aan en bleven we verstoken van "I walked with a zombie", een song die hij enkele dagen voordien in Athene wel nog had gespeeld. Maar het was mooi geweest en we waren blij dat Roky Erickson er ondanks alle doorstane ellende er toch nog (zij het soms wankel) stond! Zou dit de ultieme headliner op Sjock Gierle niet kunnen zijn?

Vooraf bracht Creature With The Atom Brain een wat wisselvallige set. Wat weggestoken op het zijpodium waren ze op hun best tijdens de lange psychedelisch voortdenderende nummers. Maar met zo'n naam waren ze uiteraard het perfecte voorprogramma.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Life Of Agony

Life Of Agony overweldigt met hun ‘River Runs Red’ Tour

Geschreven door

Een dikke pluim voor VZW Strike, de organisatie die al enkele jaren garant staat voor optredens van gerenomeerde metal- en hardcorebands (oa Ignite, Biohazard, Sick Of It All en Agnostic Front passeerden de reveu) in het West-Vlaamse Torhout. Op vrijdag 10 december kwamen de heren van Life Of Agony namelijk  langs om hun debuutalbum ‘River Runs Red’ uit 1993  nog eens integraal te spelen.
Heel wat fans wilden daar absoluut getuige van zijn en dit resulteerde in een propvolle De Mast. Spijtig genoeg was de organisatie niet volledig voorbereid  op zo’n recordopkomst want het bleek voor de toeschouwers een helse opdracht om aan drankbonnen te geraken (slechts 2 kleine kassa’s met ellenlange wachtrijden als gevolg) en het was daarna nog eens flink dringen en duwen om tot aan de bar  te geraken.

De avond zelf werd stipt om 20 uur op gang gebracht door Ostend Powers. Het vijftal uit Oostende wist slechts een drietal dagen op voorhand dat ze in het voorprogramma van LOA mochten spelen en was daar terecht zeer trots op.  In een dikke 35 minuten wist de metalformatie heel wat toeschouwers aangenaam te verrassen en speelden ze zeven nummers uit hun titelloze debuutplaat (een schijf die bol staat van de goeie nummers!). Er werd stevig geopend met “All Rise”, daarna volgden het prachtige “Seat Shagging Industrials” waarna “One Day”, “Step into the Dark”, “Deadstop”en “Touchdown” volgden. Er werd afgesloten met het machtige “Booya”, volgens ondergetekende het abslute topnummer van de Oostendenaren. In ieder geval was het duidelijk dat Ostend Powers deze mooie kans met beide handen greep en heel wat nieuwe zieltjes wist te winnen.  Duidelijk een band om in de gaten te houden …

Over de tweede support act Godsized kunnen we heel wat korter en minder postief zijn. Het Britse viertal zag er enorm metal uit en serveerde ons vooral zeer veel decibels en stevige  riffs die we in het verleden als eens bij (veel betere) bands hoorden. Originaliteit bleek ver te zoeken en ook de verschillende nummers konden ons niet boeien.  Pluspuntje waren dan wel weer de vocalen van zanger Glenn Korner.

Het was duidelijk dat iedereen vol ongeduld wachtte op Keith Caputo en de zijnen, Life Of Agony. De heren beloofden op voorhand hun magistrale debuutalbum ‘River Runs Red’ te brengen. ‘RRR’ is ongetwijfeld 1 van de beste platen uit de geschiedenis van de  New  Yorkse hardcore-scène en toen de band op de stage verscheen en startte met “This Time” stond meteen de hele zaal in lichterlaaie.
De groep was duidelijk in topvorm en het was genieten geblazen van nummers als “Underground”, “River Runs Red”, “Through and Through” en “Respect”.
De aparte stem van zanger Keith (die vandaag duidelijk in vorm was, we hebben het ooit al anders gezien), de rauwe samenzang van bassist Alan Robert en gitarist Joey Z, het ongelooflijke drumwerk van ex-Type O Negative-lid Sal Abruscato: Life Of Agony is nog steeds een topband.
 Na de knallers “Method Of Groove” en “The Stain Remains” verliet de band eventjes het podium om zeer snel terug te keren voor nog eens vijf  nummers uit hun meer recente platen. Eerst was er een stevige versie van  “The Other side of the river” waarna “Love To Let you Down” (het openingsnummer  uit hun laatste full album ‘Broken Valley’) volgde. Daarna passeerde “I Regret” de revue waarna  “Weeds” zeer rommelig werd afgehaspeld.
Afgesloten werd met “Lost at 22” waarbij de hele zaal voor een laatste keer collectief uit zijn dak ging.

Life Of Agony zal dan meer dan waarschijnlijk nooit meer zo’n plaat als ‘River Runs Red’ maken, het viertal bezorgde de vele fans wel een zeer geslaagde avond waarbij enige nostalgie steeds niet ver weg was.

Organisatie: VZW Strike, Torhout

And So I Watch You From Afar

And so I watch you from Afar – Unstoppable!

Geschreven door

Ze kregen al een pak goede recensies op hun full cd en gaven op Pukkelpop een snelvaartoptreden om U tegen te zeggen. Tja, ze mogen die gasten met hun instrumentale post/mathrock gerust eens vragen een soundtrack te spelen, genre ‘Unstoppable’ ( Denzel Washington/ Chris Pine – Tony Scott movie!). Redenen zijn te zoeken dat ze te werk gaan net als in de film …een ‘wall of sound’ die fors en krachtig, donker en dreigend, zwaar en loom kan zijn, kan exploderen, maar door de variatie evenzeer houdt van een intense sfeervolle, broeierige spanning en repetitieve ritmes. Muzikale krachtpatserij, lieflijke zalving en explosieve tics gaan hand in hand en ze zijn zelfs niet vies van wat speelse humor.

Ze hielden ons meer dan een uur in een muzikale wurggreep door hun samenhangend spelplezier en de strakke, rauwe en brede variaties. De snedig, scherpe gitaarloops, de dreunende bastunes en de opzwepende, bezwerende drums zorgden daarvoor. Schitterend gewoon!
De groep balanceert ergens tussen een 65daysofstatic, Drums are for parades, Explosions in the sky en Mogwai, maar ook van de hardere staalwerkers als Mastodon.
Voorafgaand aan de onlangs verschenen fullcd greep de band naar hun EP: “Say S for Salamander” en “ Say D for Django” waren meteen twee intense knallers van stevige, gebalde postrock. Als wilde beesten sprongen ze wild om zich heen om de sound nog meer elan te geven. De single “Straight to the sun” behield ten dele het helse tempo, klonk wat toegankelijker en liet gematigde stukken doorsijpelen.
Ze zetten de broeierige intensiteit met explosieve speldenprikken verder met tracks van de titelloze full cd met o.m. “Theseriots …” en “A little bit of solidarity”; “Start a band” en een uitgesponnen “Voiceless” legden eerst de klemtoon op de finesse en subtiliteit van hun instrumenten om dan in een sneeuwbaleffect opbouwend en forser en te klinken. Postrock ‘pur sang’ heet zoiets. “Eat the city, eat it …” had ook eerst deze voortkabbelende opbouw, maar nestelde zich als een virus, groter, krachtiger en steviger om tot slot overspoeld te worden door wahwah pedaaleffects en zwierende gitaren.
Ze konden alvast rekenen op een puike respons van het talrijk opgekomen publiek, die van die pure kracht hield, niet beheerst door elektronicariedels van een 65daysofstatic en Mogwai.
Ze speelden een bis die nazinderde, alle registers en versterkers werden alvast opengezet … “If it ain’t broke” en “Set guitars to kill” ondergingen diverse tempowisselingen, verrassende wendingen en waren hard, fel en verbeten.

Analyse van de avond – meer dan overduidelijk eigent het Nood-Ierse And so I watch you from Afar zich een plaatsje toe binnen het postrockgenre en klinken spannend en overweldigend. Kortom, dit is een band om rekening mee te houden!

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Campbell & Lanegan vermomd als Schotse nachtegaal en Amerikaanse brombeer

Geschreven door

Mooie liedjes horen niet lang te duren, maar ook op deze regel zijn gelukkig een aantal uitzonderingen. Neem nu het geval van Isobel Campbell & Mark Lanegan, het onwaarschijnlijke muzikale koppel dat in 2006 met ‘Ballad Of The Broken Seas’ een parel van een album op wereld zette. Omdat zowel Campbell als Lanegan er bovendien ook een niet onaardige solocarrière op nahouden leek het er echter sterk op dat deze samenwerking de muziekgeschiedenis zou ingaan als een éénmalig wapenfeit. We kregen gelukkig ongelijk, want nu vier jaar verder zijn we inmiddels toe aan het derde album van het Schots-Amerikaanse duo. Het indringende ‘Hawk’ blijkt met voorsprong hun meest veelzijdige album totnogtoe, waarop naast de gekende country noir en pastorale folk ingrediënten ook een flinke portie rhythmn & blues wordt geserveerd. Volgens Campbell zou ‘Hawk’ wel eens de laatste duoplaat met Lanegan kunnen zijn, dus vooraleer het echt over en uit is voor hun mooie liedjes repte ondergetekende zich naar de uitverkochte Gentse Vooruit om het laatste luik van de ‘Hawk’ tour mee te pikken.

 Ruim na half elf slopen Campbell en Lanegan vergezeld van vier muzikanten het podium op en werd het breekbare “We Die And See Beauty Reign” ingezet. Een eenzame folkgitaar en een spaarzame dubbele bas begeleidden de akelig perfecte synchroonzang van het duo die het publiek aanvankelijk monddood maakte. Naarmate het optreden vorderde kwam daar echter verandering in. Een kakafonie aan geroezemoes, rinkelende iPhones en krakende drankbekertjes gooiden tijdens de verstilde momenten meer dan eens roet in het eten, en even stelden we ons zelfs de vraag of de Gentse rocktempel vanavond niet beter was ingeruild voor één of andere schouwburg. Gelukkig staken hier en daar ook wat meer uitbundige nummers in de set die het achtergrondlawaai konden overstemmen, al blijft uitbundigheid in het geval van de statische brombeer Lanegan uiteraard een heel relatief gegeven. Zo kleurde een ongepolijst bluesgitaartje het nieuwe “You Won’t Let Me Down Again”, of weerklonk een fraaie slidegitaar in de broeierige folkversie van Townes Van Zandt’s “Snake Song”.

Op enkele covers na zijn alle nummers van het duo ontsproten in de fantasiewereld van de immer lieflijke Campbell. Maar echt tot leven komen doen ze pas op het podium, temidden het spanningsveld tussen de frèle Schotse schone met de engelachtige stem en de rijzige apatische Amerikaan met de schorre bariton. Tot vervelends toe krijgt het duo hierdoor vergelijkingen met The Beauty and The Beast naar het hoofd geslingerd, maar van enige toenadering tussen de twee fysische uitersten is alvast weinig te merken. Beiden gunden elkaar amper een blik, en van enig contact met het publiek is al helemaal geen sprake.

En dat is eigenlijk maar goed ook, want Campbell & Lanegan brengen het soort muziek waar iedere stilte een betekenis heeft en elk woord er één teveel kan zijn. Wat dat laatste betreft viel Lanegan heel even uit zijn rol toen hij een bijna onverstaanbaar “Thank you” gromde na heel fraaie versies van “Ballad Of The Broken Seas” en “The Circus Is Leaving Town”, beiden geplukt uit het duo’s debuutalbum.

Wanneer hij vervolgens de coulissen indook voor een nicotine, whiskey of andere shot, en Campbell er plots alleen voor stond, werd de sfeer meteen wat minder dreigend. Tijdens “To Hell And Back” en “Saturday’s Gone” refereert haar fluweelzachte stem heel sterk naar Hope Sandoval, maar net voor we zowaar dreigden te verdrinken in Campbell’s zeemzoeterig universum kwam Lanegan haar opnieuw vergezellen voor een broeierig “Back Burner” en het vroege kerstliedje “Time Of The Season”.

Tegen het eind van de set ging het tempo toch één keer de hoogte in met de heerlijke barblues “Get Behind Me”, en begon Lanegan warempel enige neiging tot ritmisch bewegen te vertonen.

Tijdens de enige encore ronde ging het duo met “Revolver”, “(Do You Wanna) Come Walk With Me” en het van Hank Williams geleende “Ramblin’ Man” nog eens uitgebreid grasduinen in hun debuut. Tot grote vreugde van het publiek diepte het duo tenslotte ook Lanegan’s eigen “Wedding Dress” uit diens opus magnum ‘Bubblegum’ op.

 Een ongeslepen ruwe diamant als toetje na anderhalf uur schone liedjes: een mooie climax heet zoiets, en wie weet een memorabel slotakkoord, als de joint venture tussen Campbell en Lanegan binnenkort daadwerkelijk zou eindigen. Of misschien moeten we het gewoon houden op een open einde, want het grimmige sprookje over de Schotse nachtegaal en de Amerikaanse brombeer is veel te mooi om nu al uitverteld te raken.

 Organisatie: Democrazy, Gent

Marnie Stern

Marnie Stern – rauwe, jachtige rock

Geschreven door

De Amerikaanse blonde Marnie Stern geeft een portie stevige, jachtige, dynamische en bruisende rock. Ze valt op door vingervlug tikkend gitaargejengel en haar schelle stem, die over de songs heen waait. Een origineel, rauw, aanstekelijk gitaargeluid, aangevuld door een verbeten dreunende bas en een opzwepende, droge drum. Huppelende en frisse ritmes, die onstuimig, fel en intens klonken.

Een enthousiast trio, die graag grapte en een leuke gesprekspartner was. Op één van de vorige edities van Dour is ze ons ontglipt, maar vanavond smolten we voor die dwarse ruwe en tedere gitaarrock. Songs als “ Nothing left”, “For ash”, “Cinco de Mayo”, “Transformer” en “Shea stadium” volgden snel op elkaar en waren heerlijk. Ze geselde & martelde haar gitaarsnaren ,deelde speldenprikken uit en zorgde voor ferme explosies tussenin. Hier hoorden we invloeden van ‘90s iconen Pixies, Throwing Muses, het oude Polly Harvey, de Kim Deal projecten The Breeders / The Amps en de dames van Sleater-Kinney.

De Witloof Bar had een killrockende lady in huis, die ons een 45 tal minuten in haar klauwen hield met haar ophitsend materiaal.

Organisatie: Botanique, Brussel

Emily Jane White

Intens spannende, broeierige, sentimentele set van Emily Jane White

Geschreven door

Een sing/songschrijfster ‘pur sang’, die haar persoonlijke ervaringen vol overgave in de songs steekt, is de Californische Emily Jane White. Ze is toe aan de derde cd, ‘Ode to Sentinence’, die eerstdaags komt te verschijnen en het debuut ‘Dark Undercoat’ (‘07) en de prachtige doorbraak ‘Victorian America’, opvolgt.

Haar semi-akoestische kamerpop vormde in de pittoreske Rotonde het ideale decor en was rustgevend, na de energieke liveset die we net hadden verteerd van Marnie Stern even verderop in de Witloof Bar.
Ze put voor haar meeslepend, bezwerend materiaal uit de americana/folk – bluestraditie en breit er een gotische kleur aan. Invloedrijk waren Chan Marshall (Cat Power), Nico (VU), Cowboy Junkies (Margo Timmins), Nick Drake en Leonard Cohen. Ze plaatst zich moeiteloos naast Lonely Drifter Karen en Iron & Wine.
De weemoedige, droefgeestige songs nemen ons op sleeptouw zonder etherisch te klinken, gedragen door haar zachte, lichthese, lage stem. Sober, elegant en emotievol. Op de huidige tour wordt ze aangevuld met een celliste (Jen Grady) en Henry Nagle die behoedzaam de elektrische gitaar raakte. Emily Jane wisselde akoestische gitaar met piano af. Ze hield van haar publiek die aandachtig was en meegezogen werd in haar hartverwarmende sound.
Ze bracht een gevarieerde set en speelde vooral materiaal van de twee recente platen, zonder enkele dromerige parels van het debuut te vergeten. We raakten snel vertrouwd met het intens spannende, intieme geluid door oudje “Wild tigers I have know”, “A short range out” en “Frozen heart”. “Oh Katerine”, “The cliff” en “The waltz reqium” kondigden het nieuwe werk aan. Vocaal werd ze ondersteund door de andere twee en de instrumentatie vulde elkaar mooi aan.
Intussen had ze een gezonde dosis nervositeit overwonnen. Het stemmen van de instrumenten nam de vaart wat uit het optreden; een grapje tussenin kon wel wat soelaas bieden, maar Ok, we genoten van de sfeervolle, ingetogen sound die af en toe door de aanzwellende opbouw forser en broeierig klonk; terecht, want anders verviel ze in altijd - iets - meer - van – hetzelfde. “I lay to rest California” en “Hole in the middle” waren charmant middenin de set . Songs als het gevoelige, pakkende “Liza”, “Stairs” en “Victorian American” hadden een spaarzame begeleiding en lieten een donker tintje doorschemeren.

De uiterst genietbare, knusse set en het warme onthaal zorgden nog voor een uitgebreide bis, eerst solo ingezet en dan ingehouden met “Clipped wings” en het oudje “Dagger”, die de slotsom maakten van een overtuigend concert van een talentrijke sing/songschrijfster! Volgende week in Brugge, Cactus@MaZ!

Organisatie: Botanique, Brussel

Tera Melos

Patagonian Rats

Geschreven door
In de boeken van de underground kan je lezen dat dit trio uit Roseville, Californië bekend staat als een zooitje herriemakers die maar al te graag rock, jazz en experimentele ambient willen vermengen. Na jaren te hebben geploeterd op diverse piepkleine labeltjes waar talloze EP’s op uitgebracht werden, mochten ze onlangs op Sargent House hun debuut uitbrengen.

Meteen bij opener “So occult” dat welgeteld 35 seconden duurt hoor je meteen dat je hier te maken hebt met wat we op zijn minst zouden kunnen omschrijven als een niet alledaagse groep.
Ook al zijn de eerste nummers noisenummertjes met een psychedelische inslag wordt deze cd gaandeweg het midden een ware kakafonie waar fans van pakweg No Means No nog zoet met zullen blijven  maar waarbij andere muziekliefhebbers reeds lang zullen afgehaakt hebben.
Inderdaad, ‘Patagonian Rats’ is wat men in de wandelgangen wel eens een moeilijk plaatje durft te noemen maar moest Zappa ooit een noiseplaat uitgebracht hebben dan zou het waarschijnlijk als deze ‘Patagonian Rats’ geklonken hebben, en zoiets noemt men een compliment.

Kabanjak

Three of mystery

Geschreven door

Sinds de komst van de net is er op het dansfront wel een vrijheid ontstaan waarbij iedereen die gewapend is met een homecomputer overtuigd is dat hij dancenummers kan maken, maar dit heeft er ook voor gezorgd dat we in het genre met een oververzadigde stapel zitten waar geen mens nog de bomen van het bos kan onderscheiden.
Gelukkig drijft er af en toe zo’n cdtje naar boven die de grijze massa weet te ontvluchten en in het geval van deze Kabanjak hebben we meer dan beet.
Het hoesje mag dan wel lijken op één of andere folkcd maar toch is deze Kabanjak de maker van rustgevende dancemuziek wiens invloeden uit alle hoeken lijken te komen, inclusief zijn bewondering voor Jimi Hendrix.
Deze Kabanjak hoeft in het Duitse alternatieve milieu helemaal niet meer te bewijzen wat hij waard is want in het land van de Teutonen was hij eerder de helft van het DJ duo Ancient Astronauts en dat is een naam die ginder veel zegt.
’Three of mystery’ is een aangename luisterervaring geworden waar je van old school hip hop naar break beat en zelfs richting dub reggae geslingerd wordt en dan hebben we nog niet eens de helft van deze plaat belicht.

Thunderball

12 Mile High

Geschreven door

Sinds 1996 staat ESL in het alternatieve dansmilieu bekend als het label van Thievery Corporation en één van de eerste acts die je op dat label kon vinden was dit trio uit Washington. Ondertussen hebben zij door hun mix van Afro-dub, trip hop en loungemuziek hun eigen wereld gecreëerd waarbij ze zelfs voor hun in 2006 verschenen cd ‘Cinescope’ de hulp mochten inroepen van de legendarische Afrika Bambaataa.
Ook voor de nieuwste cd werden alle ingrediënten van de 70’s funk naar boven gehaald.
Langs de ene kant is het resultaat een weinig originele plaat geworden want alles werd ooit al eens eerder gedaan door funkgoden als Parliament of Funkadelic maar anderzijds is er geen mens die zich zal storen aan deze déjà-vu want deze cd swingt echt alle kanten uit.
Nu nog het geschikte afrokapsel bovenhalen en we kunnen ons terug inbeelden dat we ergens in 1974 aanbeland zijn.

John Grant

Queen of Denmark

Geschreven door

De eindejaarslijstjes zitten er aan te komen en bij het Britse blad Mojo zijn ze wel heel voorbarig geweest. Hun januarinummer verschijnt al op 1 december en daarin staat natuurlijk de obligate album top 50 van het afgelopen jaar, kwestie van de anderen toch maar voor te zijn. Dat ze daarmee de platen die in december nog zullen verschijnen over het hoofd zien, is hoegenaamd geen bezwaar. Op nummer één van hun geforceerd lijstje zien we ene John Grant met ‘Queen of Denmark’. Weinig of nooit gehoord van deze songwriter, maar we zouden het niet op ons geweten willen hebben dat we een nieuw supertalent mislopen zijn, dus toch maar even met de nodige aandacht beluisteren, denken wij dan.
Hebben we gedaan, echt waar, maar we vinden er geen zak aan. Wij kunnen alleen maar vaststellen dat ze het bij Mojo niet allemaal meer op een rijtje hebben. Vreemd, want het is nochtans ons favoriete blad, laten we deze flater dus maar als een éénmalige dwaling beschouwen. Wat zij zo briljant vinden aan dit album ervaren wij als stoffige seventies soft pop zoals die terug te vinden is op mindere platen van pakweg Elton John of Neil Diamond. Met de beste moeite van de wereld hebben wij geen enkele song teruggevonden die ook maar een beetje blijft hangen.
John Grant, in een vorig leven frontman van het ook al weinig beduidend groepje The Czars, laat zich op ‘Queen of Denmark’ begeleiden door Midlake. Neem gerust van ons aan, als u Midlake in betere doen wil horen, wend u dan tot hun laatste werkstukje ‘The courage of others’ en vooral tot diens nog mooiere voorganger ‘The trials of Van Occupanther’. Wat de groep hier staat aan te modderen als begeleidingsbandje van dit halve songschrijverstalent is ons ook een raadsel.
En wat die gasten van Mojo bezielde om dit stuk verveling op nummer één te zetten, daar hebben we nog meer het gissen naar.

Gorillaz

Plastic Beach

Geschreven door

Wat Damon Albarn (Blur/ The Good, The Bad & The Queen) en z’n bemanning hebben afgeleverd met Gorillaz is om U tegen te zeggen. ‘Platic Beach’ is de derde plaat, die is uitgegroeid van een ambitieus nevenproject naar een fameus en majestueus totaalconcept. Albarn is de kapitein van dienst, heeft de heren Mick Jones en Paul Simenon (Good, Bad & Queen en Clashleden) als voorhoede en hij hoeft maar een seintje te geven en hij kan beroep doen op een bijzonder legertje gastmuzikanten. Hier werkten o.m. Snoop Dogg, Bobby Womack, Mos Def, Lou Reed, De La Soul, Mark E Smith, Little dragon en Rosie Wilson mee. De vorige cd’s ‘Gorillaz’ (2001) en ‘Demon days’ (2005) waren al goed voor 12 miljoen exemplaren.
De virtuele wereld van Gorillaz wordt enorm geapprecieerd door en breed publiek. Jong en oud is te vinden voor wat Damon Albarn en z’n striptekenende compagnon Jamie Hewlett verwezenlijken van strips, visuals, animaties en de muzikale omlijsting, een breed palet aan stijlen van rock, hiphop, soul, psychedelica, trippop, electro en Arabische sounds.
Het is een luisteralbum vol creativiteit en verrassende wendingen, zonder echt hitpotent en radiovriendelijk te zijn.
Het eerste deel van de cd is van een ongelofelijke sterke kwaliteit: de ontvankelijke opener “Welcome to the world …”, de Indiase swing op “White flag”, de retropsychedelica van “Rhinestone eyes” en het groovende “Stylo”. We zijn onder de indruk van de variëteit, de fijne geluidjes en van de doordachte subtiliteit die het album rijk is. Na de dromerige en sfeervolle “On melancholy hill”, “Broken” en een op de Streets gelinkte “Sweeptakes” zakt de cd wat in elkaar .
Oh ja, op het imaginaire eiland van ‘Plastic Beach’ wordt  een maatschappijkritisch statement aangehaald, een ‘making off’ documentaire die muziek en strips inhoudelijk vormt geeft. Puik werk!

Hurts

Happiness

Geschreven door

Eén van de opkomende bandjes is het Engelse duo Hurts, die de sfeer van synthpop en onderkoelde electropop ademen met een vleugje bombast en kitsch. Op die manier zijn ze onmiskenbaar verbonden aan de ‘new romantics’, ‘the youngsters’ na de eerste wavegolf begin jaren ‘80. Invloeden van The Human League, Spandau Ballet, A flock of seagulls, Haircut 100 en Heaven 17, maar vooral ABC en de Pet Shop Boys halen we voor de geest. Stijlvol en – vast klinkt de muziek op hun debuut ‘Happiness’, die eigenlijk bol staat van weemoedige, donkere muziek, en af en toe een lichtpuntje biedt in een hoopvolle tunnel …
De zwaar georkestreerde partijen en de melodramatiek neigt naar een musicalfestijn ten tijde van Ultravox, Murry Head, Gazebo en Army of lovers, want beelden van getormenteerde ballerina’s flitsen ons voorbij.  … Typische eighties en lagen bombast ...
De diep, indringende zang van Theo Hutchcraft kan niet omheen Pet Shop Boy Neil Tennant, Brandon Flowers (The Killers) en (ex) Take That-er Robbie Williams.
Het duo slaagde er al in twee venijnige pakkende popsongs te schrijven, het sfeervol innemende “Wonderful life” en het emotievol dansbare “Better than love”. Centraal staat hun onderkoeld materiaal door de logge, slepende, soms diep dreunende elektronicabeats, de opbouwende gevoelige pianopartijen en pittige ‘discotheka’ muziek. Er valt nog goeds te rapen als “Silver lining, “Blood & tears” en “Devotion (confide in me)” met Kylie.
De cd in één1 stuk beluisteren kom je al gauw met woorden als melig, glamour en glitter, jawel, maar eentje met finesse, subtiliteit, schoonheid, uitermate gedistingeerd, en met een donker, elegant randje; het zorgt ervoor dat het soms ietwat teveel van hetzelfde wordt!
De ‘Hurts’ songs zijn de groepsnaam niet vreemd en zijn voor de enen heerlijk wegdromende muziek, voor de anderen gaat het over het randje van de goede smaak. 

Edwyn Collins

Edwyn Collins – Comeback buiten alle verwachting

Geschreven door

De naam van de Schotse muzikant en producer Edwyn Collins zal wellicht voor altijd verbonden blijven aan zijn ene wereldhit “A Girl Like You” uit 1994. Sindsdien heeft hij nog enkele soloalbums uitgebracht maar hij slaagde er niet in enig vervolg aan dat succes te breien. Aldus stond Collins zelf niet meer zo nadrukkelijk in de schijnwerpers en waren zijn nummers evenmin in de hitlijsten terug te vinden. Niet dat Collins dit nadrukkelijk opzocht maar enkele cruciale gezondheidsfactoren werkten een verdere muzikale opmars zeker niet in de hand.
In 2005 werd Collins namelijk - met een verschil van amper enkele dagen - het slachtoffer van een dubbele hersenbloeding. Hij overleefde een riskante operatie maar kreeg ook nog eens af te rekenen met de ziekenhuisbacterie zodat een nieuwe operatie zich opdrong. Het verdict na deze zware aanslag op zijn lichaam was keihard: het vermogen om te praten, lachen of staan was compleet weg. Een intensieve revalidatie drong zich op. Maar door een enorme wilskracht en doorzettingsvermogen in combinatie met de niet aflatende, liefdevolle steun van zijn vrouw/manager Grace Maxwell werd - gezien de omstandigheden - een grote progressie geboekt. In die mate zelfs dat hij in 2007 het album ‘Home Again’ uitbracht met songs weliswaar opgenomen voor zijn ziekte, maar nadien afgewerkt en gemixt. Collins vond zelfs nog de energie er een tournee aan te verbinden.
En dit jaar konden we zelfs getuige zijn van een nieuw huzarenstukje. Enigszins onverwacht bracht de inmiddels 51-jarige Collins enkele maanden terug het album ‘Losing Sleep’ met louter nieuwe songs uit. Door een verlamming aan de rechterkant behoort gitaarspelen voor Collins niet meer tot de mogelijkheden maar op zijn intussen zevende studioplaat was er aan hulp geen gebrek.

Collins heeft namelijk een niet onbelangrijk verleden als frontman van de eind jaren ’70 opgerichte post-punk formatie Orange Juice. Deze indiegroep avant la lettre kende slechts een korte levensduur en er werd met het fantastische ‘Rip It Up’ (1983) maar één enkel hitje gescoord, maar door het na verloop van tijd toevoegen van diverse muziekgenres als soul, funk en dub oefenden ze ook na hun bestaan heel wat invloed uit op andere artiesten. Het eerste werk van The Smiths is nauw verwant met het oeuvre van Orange Juice en ook jongere formaties als Belle And Sebastian, Franz Ferdinand en The Drums halen de groep meermaals als belangrijke inspiratiebron aan.
Het is dan ook treffend en mooi om te zien dat heel wat van die intussen bevriende artiesten niet te beroerd waren om wat span- en vriendendiensten te leveren op de nieuwe plaat van Collins. Het rijtje is niet min: The Drums, Ryan Jarman (The Cribs), Johnny Marr (ex-The Smiths), Romeo Stodart (Magic Numbers), Alex Kapranos en Nick McCarthy (Franz Ferdinand) en Roddy Frame (Aztec Camera). Allen hebben hun medewerking verleend.

Afgelopen maandagavond stond Collins op de planken van de AB Club ter promotie van ‘Losing Sleep’ én van ‘Coals From Newcastle’, een prachtige overzichtsbox van Orange Juice met op 6 cd’s en één dvd alles wat de groep ooit heeft uitgebracht, inclusief b-kantjes en radiosessies.
Vanzelfsprekend waren voormelde artiesten niet op het appèl maar Collins had toch een mooie begeleidingsband om zich heen verzameld: Tom Edwards (gitaar), Andy Hackett (ex-The Rockingbirds, gitaar), Carwyn Ellis (frontman van de psychfolkgroep Colorama, basgitaar), Boz Boorer (o.m. medeauteur van diverse nummers van Morrissey, keyboards en saxofoon,) en niet in het minst ook Paul Cook (ex-Sex Pistols, drums).
Ze omringden Collins op het podium niet alleen lichamelijk maar ook muzikaal op een gepaste en aanvullende manier.
Rechterarm verkrampt, wandelde Collins zelf het podium op en af met behulp van een wandelstok en nam nagenoeg het volledige concert plaats op een versterker, tekstenboek naast hem en een flesje water binnen handbereik.
Spreken bleek nog steeds erg moeilijk en langzaam te gaan. Dit kwam tot uiting bij het aankondigen van de nummers. Ook vergat hij af en toe heel even zijn teksten (bij “Consolation Prize”) en sommige rustige passages (zoals “Home Again” of “One Track Mind”) waren iets te hoog gegrepen omdat de spaarzame instrumentatie nog meer de aantasting van zijn stem blootlegde.
Maar voor het overige bleek mede door de passende instrumentatie dat zijn stem nog steeds even broos als energiek kan klinken, zij het dat het Collins de nodige moeite kostte.
Hoogtepunten waren “What’s My Role?” (waarin duidelijk de strakke invloed van The Cribs doorklonk), “Humble” (ondanks de problemen met de effectenpedalen bij Edwards), “Rip It Up” (voorzien van een mooi wahwahgitaartje en andere aanvullende effecten), het bluesrockgetinte “Do It Again” (met Edwards in de rol van Kaprano) en bovenal “Don’t Shilly Shally” (een eenzaam singeltje uit 1987). Vanzelfsprekend ontbrak ook het onvermijdelijke “A Girl Like You” (door Collins overigens rechtstaand vertolkt) niet.
Bij de toegiften verschenen aanvankelijk enkel Collins en Ellis (vergezeld van een akoestische gitaar) op het podium om sober en intiem onder meer “Searching For The Tuth” te vertolken. Collins voorzag dit nummer van extra inkleuring via mondharmonica. Uiteindelijk werd in voltallige bezetting afgesloten met een snedig “Blue Boy”. Daarbij getuigde Collins nog steeds over een grote dosis humor te beschikken want toen Hackett vooraf wat aan het worstelen was met (het stemmen van) zijn gitaar en dito pedalen, moest Collins er om lachen en voegde er zelfrelativerend aan toe dat dit blijkbaar de manier is hoe met een classic binnen het Orange Juice repertorium wordt omgesprongen.

Anderhalf uur zijn we getuige geweest van een muzikant die heeft leren leven met zijn beperkingen. Het concert betrof geen zielige vertoning noch een bikkelharde confrontatie met menselijk leed. Eerder straalde het positivisme en blijdschap uit en had het iets weg van een hartverwarmende vertoning binnen familiale sfeer. Getuige ook het feit dat achter de schermen de nauwlettende entourage – met Grace Maxwell op kop – bekommerd maar vooral trots en ontroerd toekeek naar het verloop en de manier waarop de aanwezigen enthousiast de nummers onthaalden.
Wat het publiek voorgeschoteld kreeg, was geen weergaloos concert maar wel een goede vertoning. Met een mix van nagelnieuwe nummers en een terugblik op het verleden was er voor elk wat wils. En niet te vergeten: we waren niet de enigen die stilletjes hoopten maar eigenlijk niet meer verwachtten om Collins ooit nog op een dusdanig waardige manier de schatkist van Orange Juice live te zien (en vooral horen) openen. De fans trakteerden op een groot applaus en respect.

En dit vormt zeker geen eindpunt. Collins heeft een nieuw platenlabel, ‘The Artisans’ (tevens een nummer van Orange Juice), opgericht en neemt daarbij ook productioneel enkele jongere groepen onder de arm. Een voorbeeld daarvan zijn de van origine Duits maar in Londen residerende The Kinbeats. Zij mochten trouwens in de AB Club het voorprogramma van Collins doen. Met hun samenzang en zeemzoete muziek brachten de drie broers Arthur, Patrick en Paul samen met hun neefje Bart een niet onaardige set maar nummers als “Luh Luh Love” (heel goed geluisterd naar de outro van “Hey Jude” van The Beatles), “You’re My Religion” (volgend jaar de eerste single), of “Sail Away” (zomers en refererend aan de indiepop van het gewezen groepje Dodgy) klonken zo vederlicht dat ze voorbij waaiden zonder de kans te krijgen om in het gehoor te blijven liggen. Enkel “We Don’t Wanna Wake Up” vertoonde wat eigenheid en was voorzien van weerhaakjes door de snedige gitaren.

Setlist Edwyn Collins
Loosing Sleep, Dying Day, What Presence, Make Me Feel Again, Wheels Of Love,, Consolation Prize, What Is My Role?, It Dawns On Me, Home Again, Humble, Falling And Laughing, Rip It Up, Do It Again, Don’t Shilly Shally, A Girl Like Yoo
Bis: Searching For The Truth, One Track Mind, In Your Eyes, Blue Boy

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Simply Red

Simply Red: een stijlvol en waardig ‘Farewell’ afscheid

Geschreven door

Simply Red zet er nu definitief een punt achter … Vorig jaar werd het al eens aangekondigd met twee afscheidsconcerten, maar de succesvolle tour breidde er nog een jaartje aan. Mick Hucknall gaat zich ten volle concentreren op een solocarrière. Met een ‘Farewell’ tournee die hen de wereld rond brengt, wuift men de fans uit in stijl. Mick Hucknall moet zowat de bekendste roodharige zanger ter wereld zijn. Alom geprezen voor zijn unieke stemkwaliteit, had hij grote successen onder de naam Simply Red. Met goed gekozen bewerkingen van relatief onbekende nummers als “Money’s Too Tight (To mention)” (oorspronkelijk van The Valentine Brothers) en “If You Don’t Know Me By Now” (van Harold Melvin & The Blue Notes) manifesteerde hij zich binnen de kortste keren als een blijver. Het album ’Stars’ (91) was een schot in de roos. Het was gedurende zowat 2 jaar het best verkopende album in Groot Brittannië. Een prestatie die kan tellen.

De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen voor dit unieke laatste afscheidsconcert. Als opwarmertje kregen we op de videowalls de gebeurtenissen van de laatste 25 jaar in clipvorm met daarbij horende Simply Red nummers. Er is heel wat gebeurd in die tijd van nieuwsfeiten en muzikale topics, maar de stem van de zanger klonk van bij het eerste nummer nog even indringend, helder en emotievol. De lantaarns met het rode licht op het podium gaven het juiste late-evening gevoel en brachten ons in de sfeer van een nachtclub. Andere showattributen heeft deze groep niet nodig.
Een uitstekende stem en dito band waren voldoende voor een heerlijke mengeling van pop, soul, jazz en reggae. Na een rustig begin kwam de hitmachine op gang. “For your babies”, “Holding back the years” en “Stars” waren de aanzet om het publiek voor de rest van het optreden recht te laten staan. Onverstoorbaar en steevast met zonnebril op zong Mick de ene hit na de andere, “It’s Only Love”, “Sunrise” en“The Right Thing”; het was duidelijk, hiervoor was het publiek gekomen. De band pakte het publiek moeiteloos in.

De onvermijdelijke bisnummers kwamen er vlugger aan dan gedacht. “
Money’s to Tight (To Mention )”, “Something got me Started” en met “If You Don’t Know Me By Know” besloten in schoonheid de ‘Farewell’ tour. Mick bedankte zichtbaar ontroerd het enthousiaste publiek voor deze avond en de voorbije 25 jaar.

Setlist
1 You Mirror 2 Thrill me 3 So Not Over you 4 Night Nurse 5 Enough 6 Say You Love me 7 For Your Babies 8 Holding Back The Years 9 Stars 10 It’s Only love 11 Sunrise 12 Fake 13 Come To My Aid 14 The Right Thing 15 Ain’t That A lot of Love 16 Fairground
Bis 17 Money’s to Tight (To Mention) 18 Something Got Me Started 19 If You Don’t Know Me By Know

Organisatie: Live Nation

Little Annie & Baby Dee

Little Annie and Baby Dee - Cabaret met een lach en een traan

Geschreven door

Dat het leven niet altijd een rechtvaardig gegeven is, weten we al langer dan vandaag maar deze levensfilosofie etaleert zich bij de ene mens al wat beter dan bij de andere. Neem nu, Baby Dee bijvoorbeeld, die te gast was in de Gentse Charlatan.
Deze 57-jarige transseksueel mag tot haar vriendenkring mensen als Antony Hegarty, Dave Tibet of Marc Almond rekenen maar ondanks de vele superlatieven die de pers reeds jaren naar haar hoofd kegelt, ziet het er naar uit dat zij nooit tot dat groepje gelukkigen zal behoren die voor overvolle zalen haar levenslied mag verkondigen.
Was Baby Dee een viertal jaar geleden nog te gast bij Current 93 in het Antwerpse Luchtbaltheater of kon zij twee jaar geleden nog een AB-club doen vollopen dan moet zij anno 2010 genoegen nemen met een Charlatan die al gauw voor de helft leeg bleek te zijn. Misschien waren het wel de gevaarlijke wegen die verhinderden dat het een massatoeloop werd, maar aan Baby Dee zelf, zal het niet gelegen hebben ook al spraken haar eerste woorden als de legendarische boekdelen.
Zeg zelf, een introductie als “Hi I’m Dee and I’m an alcoholic” zegt meer dan genoeg.
Baby Dee is een transseksueel die alle glam uit haar leven gemist heeft, zowel letterlijk als figuurlijk want eigenlijk kan je deze travestiet nog het best vergelijken met een gezellige oma maar wel één die weet wat de precieze betekenis is van de heilige drievuldigheid: sex, drugs en rock ’n roll.
Deze multi-artiest die als geen ander de harp kan bespelen en daardoor in bepaalde kringen beroemd werd, verkoos voor deze avond echter het gezelschap van een eenzame piano waarbij een prentkaartje van een koe en een interactief publiek haar enige metgezellen in dit cynische tranendal waren.
Ook al werkten haar ervaringen uit haar New Yorkse nachtleven soms op de lachspieren, bezat het ook een hoge dosis tragiek waarbij je niet wist of je het nu moest uitschateren of de zakdoek moest gaan bovenhalen.
Ook al lijkt deze dame een geboren atheïst, kunnen we er toch niet omheen om te denken dat indien God ooit een mens zou geschapen hebben die het midden houdt tussen Marlene Dietrich en Tom Waits haar naam wel eens Baby Dee zou kunnen zijn.
Na een tiental cabaretachtige nummertjes kondigde Baby Dee die andere vreemde creatuur, Little Annie aan.

Little Annie is allesbehalve een nieuweling in de muziekscène want deze extravagante dame stond reeds drie decennia terug onder de naam van Annie Anxiety aan de wieg van wat ooit Crass was. Later ging ze met de noise-indus pioniers Coil in zee om zo nog later aan de zijde van Marc Almond in uitverkochte zalen te staan. Een carrière die gepaard ging met overdadig drankgebruik laat ook zijn sporen na en dat merkte je ook tijdens dit dronkemansonderonsje dat weliswaar grootse kippenvelmomenten kende.
Zoals het cliché het zegt, hadden de afwezigen terug ongelijk want meteen bracht je Annie’s doorrookte stem onder in de categorie van Marianne Faithfull, Edith Piaf en Nico en als je dit nog eens in een cabaretachtige sfeer weet om te kleden, heb je al gauw iets magisch.
Naast eigen nummers mochten we ook genieten van eigenzinnige maar bloedstollende versies van Tina Turner’s “Private Dancer” of Jacques Brel’s “Ne me quitte pas”.

Little Annie en Baby Dee slaagden er gisteren in om de kille Charlatan om te transformeren in een bruisende New Yorkse nachtclub waar het meer dan aangenaam vertoeven was. We konden twee uitzonderlijke talenten gadeslaan die ontheven zijn van veel aards geluk maar wiens soelaas de whiskyfles geworden is en daar een prachtige soundtrack voor hebben neergepend.

Organisatie: Democrazy, Gent 

Triggerfinger

De rock’n’roll trigger van Triggerfinger

Geschreven door

Ons eigen Triggerfinger weet als geen ander zichzelf uit te vinden, in die zin van dat de vingers letterlijk aan de trekkers (snaren) en de stokken (drumsticks) hangen en kleven. De charismatische band wist in geen tijd de twee AB concerten uit te verkopen. Een verlengd weekendje zat er aan te komen. En terecht, drie concerten op rij, die de pas verschenen derde cd ‘All this dancin’around’ ondersteunen en elan geven. Opgenomen in LA , onder de hand genomen van Greg Gordon, (van o.m. Wolfmother en Slayer ) en naar de studio trekken waar Nirvana al kwam.
Ze blijven gewoon zichzelf, de drie heren in maatpak en das, zonder scrupules, instrumenten inpluggen en ‘let it ride’ … Scherpe rock’n’ roll, retestrak, power, snoeihard, zompig, rauw, ruw, maar met een zacht zalvend randje, dat een broeierige, slepende intensiteit heeft. Triggerfinger vormde in het voorjaar nog een eenheid met de Black Box Revelation en Iggy in de Zénith, Lille, wat een avondje ‘extremely raw power …’ was. En nu staat de band erop voor drie MIA nominaties …

De tijden van optredens rond de kerktoren is definitief voorbij (remember 2005!). Al van de tweede cd lonkte het clubcircuit en met de derde plaat kan het niet anders dan dat de grotere capaciteitszalen lonken … Ruben Block (gitaar/zang), Mario Goossens (drums) en Monsieur Paul van Bruynstegem zijn een goed geoliede machine, hebben een tomeloze inzet en brengen een energieke, dynamische, emotievolle set. Chique! In strak pak en das stonden ze en genoten ze volop van de uitzinnige menigte in een nokvolle AB!
Zinderende garage retrorock’n’roll met stoner/bluesslides, met staaltjes prachtig gitaarwerk dito - soli, krachtige drums en bezwerende bas. De Led Zepps, B Sabbats, ZZ Tops, Masters Of Reality, QOSA en Grinderman’s vlogen om de oren in de anderhalf uur durende gig. De jonge wolven van de Black Box treden in de voetsporen van de afgelikte schoenen van het trio.
Op een Red Devil tune (remember this band!) kregen we meteen enkele knallers van de nieuwe cd, “I’m coming for you” en de titelsong en single van de derde cd. Onder de indruk waren we van het intens beheerste gitaarspel van Block.
Zijn smachtende interacties en droge humor tussenin pasten in een concept van de films van Quentin Tarantino. Een sensuele prikkeling. Goossens leefde zich ook al van in het begin uit en gaf een stampende drumsolo op “Shorttime memory love”.
Uitermate gedoseerd en geconcentreerd ging het trio te werk en hielden met “Lil’ teaser” het tempo hoog, strak en bedreven. Een op Cave- Ellis’ duivelse begeestering spietsten ze tussen de oren met “My baby’s got a gun”, een slepende, spannende opbouw, mooi uitgesponnen, die ging van een sobere naar een explosieve instrumentatie, ondersteund door huiveringwekkende vocals en een zwevende galmzang. Prachtig, heerlijk! “Camaro” leunde het dichtst bij de psychedelica Led Zepp’s van hun tijd en het rusteloze “Hunt you down” kon de pistoolschoten afvuren naar een knallende en slopende “First taste”, “Is it” en “On my knees”. De rock’n’ rollende halfgoden pijnigden hun gitaar, bas en drums en de versterkers stonden onder forse druk. Mokerslagen dus. Gewoonweg schitterend.
In de bis bleef de broeierige spanning maar aanhouden. Een sfeervol, wazig ‘filmische noir’ landschap trokken ze op in “All night long” (Ray Charles cover btw!) en “It hasn’t gone away”, die kippenvelmomenten opleverden en solliciteerden voor de bruine kroeg. Door de drive en de licks vlamden “Let it ride” en “Cherry”. Traditiegetrouw sloten ze af met CCR’s “Commotion” … rijk, hitsig, vinnig, venijnig, intens doorleefd, pakkend en bruisend door de wisselwerkingen en de soli!

Triggerfinger gaf een stomend straf, aangenaam concert … een  ruwe bolster in een blanke pit … moet er hier écht nog (meer) zand zijn?!

Support Poltrock Piano Explosion, het eenmansproject van David Poltrock gidste ons op z’n piano een aaneenrijgen van pop en rockclassics waaronder Survivor, Black Sabbath, Deep Purple, Led Zeppelin, QOSA en Abba. Hard, zacht en halfzacht. Knap en leuk. Herkenningstunes voor muziekquizers onder ons …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Persistence Tour 2010 – Sick Of It All, D.R.I., Blood For Blood, Unearth, …

Geschreven door

Persistence Tour 2010
Na jaren van relatieve leegstand qua muziek was de Brielpoort in Deinze aardig volgelopen voor de aftrap van het Europese luik van de Persistence Tour '10. Hopelijk een nieuwe start van de rocktempel uit vervlogen tijden, én misschien een nieuwe kans voor programmatoren en buitenlandse bands...!?
Een blik Amerikaanse bands werd opengetrokken om de absolute headliner Sick Of It All te supporten op dit rondreizend circus.

Reeds om 17u werd afgetrapt en warmden respectievelijk Vera Cruz, Casey Jones, Cruel Hand en Evergreen Terrace de zaal op en dat was graag meegenomen om de vriestemperatuur buiten op te vangen. Wij pikten in bij de 5de band Unearth. De positieve noot was dat de timings tot hiertoe perfect gerespecteerd bleven … het is ooit anders bij hardcore optredens... Unearth dus, dit vijftal is de laatste jaren aan een opmars bezig in de scène; met hun snelle metalcore doorspekt met melodieuze breaks werden ze ook hier goed onthaald. Momenteel werkend aan hun nieuwe album, dat begin volgend jaar uitkomt bij Metal Blade, gaven ze hier reeds enkele voorproefjes van het nieuw materiaal.De fans lusten het wel en hun halfuur speeltijd was dan ook direct om; kortom, een overtuigende set van dit combo uit Massachusetts.

Een dikke 20 minuten later was het uitkijken naar de comeback van Blood For Blood. Na enkele jaren van stilzwijgen is de band back on track en met schoon volk – Billy Graziadei van Biohazard op gitaar- in de rangen.Een exclusieve voltreffer dus voor de Brielpoort want het was immers het eerste optreden sinds 2004! Brulboei van dienst Eric 'Buddha' Medina trok fel van leer en de zaal kreeg direct een boost door de performance van de band. De agressieve hardcore/streetpunk is intens en uit het hart en deed menige circle- en moshpits ontstaan. Als een brutale wervelwind pakten ze de zaal in en toonden ze terug te zijn van nooit weggeweest. Graag nu ook een volgende plaat.

Normaliter moest nu Sepultura spelen maar door diverse redenen waren ze een tijdje geleden vervangen door D.R.I. Deze veteranen on the road sinds 1982 waren hier misschien de vreemde eend in de bijt maar bewezen zeker hun plaatsje op de line up te hebben. Als trendsetters in de trash en crossoverscene zijn zij ook na een rustpauze back on stage en gedreven zoals nooit tevoren. Boegbeeld en zanger Kurt Brecht is nog steeds dezelfde aimabele frontman die het publiek bespeelt, en in combinatie met de solide band gaven ze een gesmaakte greatest hits set ten berde. De Texanen werden bejubeld en hielden 45 minuten het gaspedaal goed ingedrukt, ook hier is het uitkijken en hopen op een volgende studioalbum.

En dan was het uitkijken naar de NYHC van één van de sympathiekste bands uit het genre Sick Of It All. Rond 23.30u en onder aanvoering van de Koller broers schoten ze zoals steeds furieus en energiek uit de startblokken om dit hoge tempo een vol uur lang door de boxen te jagen. Het lijkt alsof de tijd geen vat heeft op deze band … al jaren op handen gedragen en steeds dezelfde attitude en waarden behouden … de appreciatie van het publiek loog er dan ook niet om. Ontelbare circle- en moshpits ontstonden in alle uithoeken van de zaal, oude krakers en recenter werk werden telkens luidkeels meegebruld. “Uprising nation”, “Built to last”, “Step down”, alle klassiekers passeerden de revue. Wat een drive, wat een overgave … de superlatieven waren niet te tellen … topconcert dus!

Organisatie: Heartbreaktunes

Holy Fuck

Holy Fuck – de kracht van geluid

Geschreven door

Brian Borcherdt en Graham Walsh begonnen met Holy Fuck als een grap, maar het stadium van onbevangenheid zijn ze inmiddels ver voorbij. En een geluk maar, want die gasten zijn goed op weg om het te maken, waar en hoe dan ook…
Als was het uit het niets… Zo komen die gasten het podium op. Nou dan denk je, ze gaan er wat op los improviseren. Niets is echter minder waar… Een goed verstaander en muzikant heeft reeds gauw door dat niet alles toeval is in hun 2 uur durende set. Holy Fuck maakt gestructureerde improvisaties in een 4 koppig tellende band… de aanwezigheid van drums en bas geven extra glans aan de show …

De band maakt naast reguliere muziekinstrumenten zoals basgitaar en drumstel ook gebruik van andere geluidsbronnen, zoals een 35mm filmsynchronizer (tijdens de intro gebruikt – never seen – prachtige effecten!) en speelgoedkeyboards om elektronisch klinkende effecten te creëren zonder gebruik te maken van laptops of geavanceerde digitale hulpmiddelen.
2 draaitafels, nou ja van draaien daar was geen sprake van, en je hebt er als toeschouwer ook het raden naar met welke toestellen die twee constant bezig zijn. Er wordt ook steeds van fiches gewisseld, ingeplugd, van machines gewisseld, etc… en dit aan een tempo om van achterover te vallen.
Holy Fuck creëert hierdoor een vrij uniek geluid, kan ook niet anders met die onorthodoxe instrumentale aanpak.
Het viertal, afkomstig uit Toronto, canada, gebruikte heel wat materiaal uit hun derde langspeler, Latin. Zij schrikken er niet van terug om inderdaad afro- en latin beats als onderbouw te gebruiken. Na verloop van tijd maakt die, ongemerkt, plaats voor allerlei andere klanken, die je eigenlijk niet of nauwelijks kunt definiëren. Kinderspeelgoedpianootjes, fluiten en vooral de stemmen maken een onwaarschijnlijk geluid vrijwel compleet. (met de nodige delay zorgt dit voor een waw-effect)

Holy Fuck zoekt en vindt steeds de vernieuwing in hun zoektocht naar nieuwe klanken, een eigen sound… Een concert dat zeker bij zal blijven … En De Kreun… ze zijn goed bezig.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Pagina 422 van 500