logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Neil Young

Le Noise

Geschreven door

Neil Young maakt nieuwe plaat getiteld ‘Le Noise’ met Daniel Lanois achter de knoppen. Op papier klinkt het om duimen en vingers bij af te likken. Helaas, helaas.
Young heeft deze keer geen groep nodig, enkel zijn elektrische gitaar en voor een tweetal songs ook zijn akoestische. Op zich geen probleem, want iemand van dit kaliber zou ook in zijn eentje moeiteloos overeind moeten blijven. Niet dus.
Grootste euvel is dat er in zijn valies blijkbaar geen songs zaten, enkel een paar flarden of probeersels, en tonnen echo en distortion. En daar kan Lanois in het beste geval misschien wel wat sfeer mee scheppen, maar de man kan nu ook geen wonderen doen. Het resultaat valt, ondanks de verwoede pogingen van Lanois, dan ook te mager uit.
Neil Young zit maar wat aan te modderen met zijn gitaar, verschroeiende riffs haalt hij er niet uit, hoogstens hier en daar een paar vette akkoorden die neigen naar een Young in betere tijden.
Ook Neil’s stem slaat geregeld eens over. Nu zijn we qua vocale afwijkingen veel gewoon van de brave man, maar soms is het toch echt pijnlijk. De ekster die geregeld in onze achtertuin de wormen komt opvreten, kraait nog helderder dan Neil Young op “Angry world” of “Someone’s gonna rescue you”.
De ouwe rocker laat zich toch nog eens van zijn beste kant zien op het fraaie “Hitchhiker”, waarin de formule ‘man plus splijtende elektrische gitaar’ een zeldzame keer werkt, en op de twee akoestische tracks “Love and war” en “Peaceful valley boulevard”, dingen die wel als volwaardige Neil Young songs door het leven kunnen gaan.
De fans zullen hier wel tevreden mee zijn maar wij verwachten van zo een rockgrootheid veel meer.

Beste Neil, een klasse producer als Daniel Lanois haal je niet binnen om de meubelen te redden maar om een meerwaarde te geven aan materiaal dat op zich al goed genoeg moet zijn, snappie? En waar zit Crazy Horse trouwens ?

Arcade Fire

The Suburbs

Geschreven door

Het uitgebreide Canadese collectief Arcade Fire, rond Win Butler & Régine Chassagne, heeft opnieuw een sterke plaat afgeleverd … de derde in rij trouwens na ‘The funeral’ in 2004, die verwees naar de negen overleden familielieden van de Canadese band in de afgelopen jaren, en ondanks de weinig vrolijke noot, speelsheid en uitbundigheid combineren met ingetogenheid en dramatiek. Die dramatiek kende een bombastische, orkestrale inslag op de in 2007 verschenen ‘Neon Bible’, die net als het debuut klasse songs bevatte. Het rijkelijke instrumentarium gaf kleur aan het theatrale album.
’The Suburbs’ is een meer directe plaat, die als rode draad het leven van een dertigjarige componist reflecteert, die een voorzichtige blik over de schouder werpt naar de weg die je hebt afgelegd en de doelen die je hebt vooropgesteld.
We horen een rijk, divers en uitgebalanceerd geluid die de zwaarmoedigheid en dramatiek van weleer goed heeft opgevangen.
Zestien nummers vinden we terug op het magnus opus van Arcade Fire, die net als op het debuut werkt met deelstukken. Broeierige songs die intrigeren door de puike, spannende opbouw hebben ( o.m. “Ready to start”, “We used to wait”, “Modern man”, “Rococo” en “Half light”), of krachtige rock kunnen bevatten (“Empty room” en “Month of May”). Af en toe gaat het collectief sfeervoller te werk en laten ze de toetsen wat meer doorklinken (“Half light I”, “Wasted hours”, “The Suburbs I & de outtro”).
De plaat is uiterst boeiend om in z’n geheel te beluisteren. Was de band voorheen met hun aparte sound eerder uitnodigend voor de kerkdienst, dan kunnen ze nu concertzalen, festivalweides en pleinen overrompelen met dit standvastig, consistent, evenwichtig poprockend album.

M.I.A.

Maya

Geschreven door

M.I.A. is het verhaal van Maya Arularpragasam, dochter van ‘een Tamil Tijger’, die haar vader praktisch nooit heeft gekend. Ze heeft moeten vluchten met haar familie uit Sri Lanka en India en is uiteindelijk in Engeland beland. M.I.A. werd gedoopt, ‘Missing In Action’.
Onze M.I.A. debuteerde in 2005 met ‘Arular’, vernoemd naar haar pa, en muzikaal een behoorlijk boze, creatieve, avontuurlijke plaat, een geheel van hiphop, r&b, electro, dance en rauw grimmige breakbeats, Oosterse sounds en Jamaica invloeden.
En dat het een vrouw met ballen was, bewees ze nog eens te meer op de opvolger ‘Kala’ (2007), een knipoog naar haar moeder waarin ze fungeerde als de spreekbuis van een generatie jongeren. Een amalgaan aan stijlen, met het nodige knip - en plakwerk, een soort hippe opzwepende, hyperkinetische ‘allstyle’ dancemusic.
Nu drie jaar later is er de opvolger die haar eigen naam draagt, ‘Maya’, en een resem tekens draagt, die voor de nodige verwarring zorgen en talrijke vraagtekens oproepen. Onze dame is intussen zelf moeder geworden, maar dat belette haar niet een uiterst weirde plaat af te leveren door een stortvloed aan geluiden. Een ‘pfff’ plaat die fascinerend, overdonderend, overweldigend en onbegrijpelijk klinkt.
Een electroclash van elektronicasalvo’s, industrial (digital hardcore) van Atari Teenage Riot, de paranoïde wave/noise waanstructuur van Suicide, drum’n’bass, hiphop, reggae en Caribische elementen, verweven in een pop -/rockstructuur en harde, pompende knockouts en groovy zalvende beats.
Twaalf gevarieerde songs die geweldig, energiek, onrustig, compromisloos als aangenaam sfeervol zijn. De bezwerende pop van “XXXO”, “Story to be told”, “It takes a muscle”, “It iz what it iz” en “Tell me why” staan lijnrecht tegenover de geschifte killers & tornados van “Steppin up”, “Teqkilla”, “Born free” en “Meds & feds”. De verschillende kanten van M.I.A. zijn dus hier samengevat op de overtuigende derde cd.

Stereo Grand

I’m coming home

Geschreven door

Stereo Grand is een groep die kan prat gaan op een dubbele nationaliteit want je vindt hier zowel roots vanuit Glasgow als Brussel. Het begon eigenlijk meer als een grap toen Jean-Philippe Rise werkachtig was in Glasgow en daar een muzikale advertentie plaatste omdat hij nood had aan wat muzikaal vertier. Hij kreeg meteen respons van Roger Hughes en de rest is zoals men zegt geschiedenis.
Nu ja, geschiedenis zullen ze waarschijnlijk niet echt gaan maken want op deze mini-cd krijg je 5 nummers te horen die niet meer zijn dan afgelikte rock waar The Beatles de enige referentie zijn. Met een beetje goede wil kan je daar nog het melancholische van The Posies of The Triffids gaan op plakken maar hun rock is veel te oppervlakkig om ook maar enige indruk te kunnen maken. Misschien is dit wel gegarandeerd plezier in één of andere pub, maar in de huiskamer heb je al gauw de afstandsbediening in de hand.

Info www.myspace.com/stereogrand

The Young Veins

Take a vacation!

Geschreven door

Ooit al de namen gehoord van Ryan Ross of John Walker? Indien het antwoord “ja” is dan hebt u of een zeer goed geheugen ofwel bent u een fan van Panic At The Disco want deze twee heren maakten ooit deel uit van deze groep tot wanneer die letterlijk omwille van artistieke strubbelingen uit elkaar spatte.
Het antwoord op de vraag “waarom” kwam al gauw toen deze twee met The Young Veins op de proppen kwamen want op dit debuut hoor je prachtige indiepopsongs die hun roots vinden in de jaren ’60.
Op deze cd gaan The Young Veins net als Last Shadow Puppets op zoek naar wat ooit de Beach Boys of The Byrds deden.
’Take a vacation!’ is dan ook een zeemzoete indiepopplaat geworden waarop het lijkt dat er niks mis is met deze wereld en dat alles lijkt te draaien  rondom drie minuten durende popnummertjes die fleur geven aan je leven.
Kan je zonder deze cd? Zeker, en je hebt het zelfs al beter gehoord maar dat neemt niet weg dat deze cd je eventjes doet ontvluchten van het onheil dezer aarde en met zulks een gedachte kunnen we deze ‘Take a vacation!’ alleen maar aanraden.

Pendulum

Pendulum - AB in lichterlaaie

Geschreven door

In de Brusselse AB hebben we nu al een hoop artiesten aan het werk gezien maar nog nooit hebben we de zaal zo zien overkoken als bij de doortocht van het Australische Pendulum. Zelfs de meest hyperkinetische kangoeroes in hun thuisland zijn nog zo hitsig niet als die gasten.

Met hun uiterst opzwepende cocktail van drum’n’bass en dance-rock wisten zij het overwegend jonge publiek danig op te hitsen dat de AB vanaf de eerste tot de laatste noot onafgebroken in lichtelaaie stond. Zelden of nooit gezien.
Hun songs waren pompende adrenalinestoten die de kolkende menigte constant opzweepte en geen enkel moment van rust gunde. Maar goed ook, want op rustpuntjes zat het alsmaar heter wordende volkje nu ook niet bepaald te wachten. Dansen en uitfreaken, dat was de boodschap. En gefuifd werd er, en hoe !? Het zweet droop met liters van de muren.
De band kwam vanavond vooral het nieuwe en op zijn zachtst gezegd nogal explosieve album ‘Immersion’ promoten, enkel de rustige tracks werden achterwege gelaten. En er staan er haast geen op !
Wat ook niet onbelangrijk was en ons behoorlijk aangenaam verraste, het ganse zootje werd volledig live gespeeld, iets wat soms wel eens anders kan uitdraaien bij dance of techno bands.

Hoewel we hoegenaamd geen liefhebber zijn van het genre (we zijn ooit eens op Pukkelpop weggelopen bij The Prodigy omdat het echt niet te harden was) moeten we bekennen dat dit echt wel een fenomenaal en spetterend concertje was. Zo zijn we, dankzij deze sensationele live act van Pendulum, alweer een ervaring rijker.
Met dank aan onze 15 jarige dochter die ons naar dit concert meezeulde. De oogkleppen zijn voorgoed af. Alhoewel, nobody’s perfect, diezelfde dochter houdt ook van Britney Spears, maar vooral niet voortvertellen, hé.

Organisatie: Live Nation

The Black Angels

The Black Angels: minder onheilspellend dan naam laat vermoeden

Geschreven door


Het moet, met uitzondering van Pink Floyd, van de jaren ’60 geleden zijn dat de psychedelische rock nog zo in trek geweest is. Geestesverwanten Black Mountain, of recenter nog, Tame Impala, doen de zalen dezer dagen vlotjes vollopen. En ook het Texaanse The Black Angels mochten hun nieuwe plaat ’Phosphene Dream’ komen presenteren  in een uitverkochte Botanique  voor een publiek  dat door de presentator van dienst als ‘one big psychedelic family’ werd voorgesteld. Helaas reageerde deze familie, waarvan meerderen uitgedost in zwarte lederen jekkers en voorzien van een stevige Deep Purple snor, aanvankelijk eerder lauwtjes op wat er op het podium gebeurde. Het kon aan de kwaliteit van de drugs gelegen zijn, al lijkt een gebrek aan opbouw in de set ons toch een meer plausibele verklaring.
Op ‘Phosphene Dream’ hebben The Black Angels immers hun karakteriserend mid tempo drone geluid aangevuld met frivolere sixties popinvloeden waar groepen als pakweg Black Rebel Motorcycle Club en The Raveonettes ook niet vies van zijn.  Zo mocht de nieuwe en zwaar aan The Doors schatplichtige (inclusief orgeltje) single “Telephone” dan wel voor variatie zorgen in de set, tegelijkertijd zakte die ook als een pudding in elkaar. En laat nu net die zwaar repetitieve, meeslepende sound uitgerekend hét handelsmerk zijn van The Black Angels. “More reverb!”, werd er vanuit de zaal geroepen.
Frontman Alex Mass, die er met zijn gitzwarte moslimbaard niet meteen als een doorsnee redneck uitzag, deed nochtans aardig zijn best om met zijn nasale, bezwerende stem een zwarte hoogmis te maken van “Bad Vibrations” en “Doves”. Toch joeg pas het eerste bisnummer “Young Man Dead” uit de ‘Passover’ debuutplaat de eerste echte zindering door het publiek. 

Kortom, The Black Angels hebben met ‘Phosphene Dream’ een verdienstelijke, meer gevarieerde en misschien wel noodzakelijke plaat afgeleverd. Live bleef het echter een moeilijke zoektocht om dit tot een coherent, opwindend geheel te smeden. En daardoor klonken The Black Angels die avond in de Botanique een pak minder onheilspellend dan hun naam laat vermoeden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Lonnie Liston Smith

Indrukwekkende jazzfunk van Lonnie Liston Smith

Geschreven door

 

We hadden een divers publiek op een zondagavond voor een grootheid uit de jazzfunk, met een repertoire dat ondertussen tot bijna zo’n 50 jaar terug gaat. Jazzfunk is zo’n beetje het lelijke neefje van de jazz, volgens wat veel puristen ooit gezegd hebben, maar dat is ondertussen ook al weer erg lang geleden. Veel jazzcats onderhand al op leeftijd maar ook net zo goed een jonger publiek dat nog niet geboren was toen Expansions uitkwam en Lonnie Liston Smiths platen hip waren en tot in de Loft en de Paradise Garage gedraaid werden.

Opwarmer South of the Border bracht instrumentale sfeerstukken, die erg goed gespeeld zonder dat je er eigenlijk een duidelijk genre op kon plakken. Ik weet niet of dat goed is, maar het was best wel een leuke opwarmer, zonder bepaald wereldschokkende dingen te hebben gehoord.

Lonnie Liston Smith had een aantal muzikanten mee die zijn zoons hadden kunnen zijn, maar het waren allemaal klasbakken. Leuk ook om Smith centraal op het podium loos te zien gaan op zijn toetsen met op elkaar geklemde lippen alsof hij een blaasinstrument bespeelde.
Hij begon met een soort space-jam die iedereen meteen in de sfeer bracht. Sommige nummers waren uitgesponnen jams, bij andere ging het in de richting van een ballad met mooie, hoewel tekstueel wat banale lyrics, maar het de sfeer was eigenlijk altijd cool alsof je terug in een donkere kroeg in New York anno 1976 bent. Het hoogtepunt kon bijna niet anders dan ‘Expansions’ worden, maar om die baslijn voor de eerste keer live te horen beginnen, was toch memorabel. Het werd een uitgesponnen versie die voor het podium voor een spontaan feestje zorgde en overliep in een jam waarin de bassist even kwam tonen wat hij kon. Indrukwekkend, … al even indrukwekkend als de percussiesolo die erna volgde. Het was alsof je een voetballer kunstjes zag doen. Rasmuzikanten. Jammer eigenlijk dat dit een nichegenre blijft, maar wie er was zal het echt wel bijblijven. Ik vertrok alvast met zoals men zegt, een voldaan gevoel huiswaarts.

Organisatie: Democrazy, Gent



The Dillinger Escape Plan

Warning!! There is no escape plan with Dillinger!!

Geschreven door

Het Berlijnse vijfkoppige The Ocean, opgericht in '00, opende de avond met een sferische en gevarieerde set. De experimentele metal band bewees met het recente ‘Heliocentric’ en vroegere meesterwerkjes als ‘Precambriam’ en ‘Aeolian’ dat post-metal niet voorspelbaar en clichématig hoeft te zijn. Met invloeden uit diverse genres als metal/hardcore, sludge-metal, klassieke muziek, electronica, progressieve rock en avant-garde was dit meer dan de zoveelste post-metal kloon. Zelf noemen ze hun muziek 'ambient soundtrack doomrock', een hele mondvol, maar belangrijker dan dit 'etiket' was dat ze de meeste aanwezigen geboeid hielden voor 40 minuten.
Ze hadden dit vooral te danken aan de avontuurlijk en epische songs waarin de focus lag op melodie en opbouw. De sterke wisselwerking tussen de bandleden, de flexibele stem van de 'nieuwe' zanger Loïc Rossetti en de uitgesponnen en knap opgebouwde spanningsbogen lieten een positieve indruk na bij de toeschouwers. Alvast een veelbelovend begin ...

Van een heel ander kaliber was het Canadese zooitje ongeregeld Cancer Bats, die met hun straffe en licht ontvlambare cocktail van hardcore, punkrock en (southern)metal weinigen onberoerd lieten. Gooi Black Flag, the Cro-Mags, Refused en Down in de blender en je komt terecht bij Cancer Bats. Meer opgefokte agressie, een hoger volume en een fikse dosis lol, daar draait het om bij dit gezelschap.
Brulboei/frontman Liam Cormier, die uiterlijk wat weghad van Philip Anselmo (Down, ex-Pantera) en Henry Rollins (Rollins Band, Black Flag) en kornuiten serveerden een mooie dwarsdoorsnede van hun drie langspelers, ‘Bears, mayors, scraps and bones’, ‘Hail destroyer’ en ‘Birthing the giant’. In sneltreinvaart passeerden granaatbommen als "Scared to death", "French immersion", "Sleep this away", "Dead wrong", "Pneunomia hawk", en "Deathsmarch" de revue. Hier geen technische hoogstandjes maar intense en enthousiast gebrachte hardcore punk waar het spelplezier van af droop. Enig minpuntje was dat het na drie kwartier alweer afgelopen was, dit had beslist wat langer mogen duren. Een kort, maar krachtig optreden, dat duidelijk naar meer smaakt. Punk's not dead!!

De meeste kids waren natuurlijk gekomen voor The Dillinger Escape Plan, en ze stelden niet teleur. Meteen werd duidelijk dat de pioniers en vaandeldragers van de 'mathcore'  maar één doel voor ogen hadden: verpletteren en iedereen met verstomming slaan. En in deze opdracht slaagden ze met vlag en wimpel. Het vijftal uit New Jersey, USA, is met hun eigenwijze, eclectische en innovatieve mix van metal, hardcore/punk, deathmetal, jazz/fusion en electronica één van de smaakmakers van het laatste decennium voor wie houdt van uitdagende, sonische en technische metal zonder grenzen.
Hun ijzersterke performance was vooral toegespitst op hun alombejubelde en goed ontvangen laatste wapenfeit ‘Option paralysis’. We herkenden waanzinnige composities als "Farewell, Mona Lisa", "Good neighbour", "Gold teeth on a bum (prachtige titel trouwens), "Widower" en "Room full of eyes". Allemaal gebracht alsof hun leven er van af hing.  Ze werden warm onthaald werden door de ‘die hard’ fans die lustig meezongen en zichtbaar genoten van het gebodene.
Zanger Greg Puciato schreeuwde de longen uit zijn lijf maar imponeerde tevens met zijn melodieuze vocalen die vergelijkingen opriepen met Faith no More-frontman Mike Patton. Er zijn slechtere referenties. Gitaartandem Ben Weinman en Greg Tuttle produceerden de meest duizelingwekkende, gedetailleerde en complexe gitaarpartijen. Basmonster Liam Wilson en meesterdrummer Billy Rymer verbaasden ook met hun muzikale kunstjes en brachten dit gestoorde gezelschap op een nog hoger niveau. Dit zijn niet zomaar herriemakers, waarvoor ze nog al eens worden afgeschilderd, maar rasmuzikanten, die hun instrument volledig beheersen en vele collega metalbands nog wat kunnen leren!
Aan ouder songmateriaal was er ook geen gebrek, voorganger ‘Ire works’ werd vertegenwoordigd door oa. "Fix your face", "Lurch", "Milk lizard" en het prachtige, piano-gedreven "Mouth of ghosts". Van doorbraakplaat ‘Miss machine’ werden "Panasonic youth", "Setting fire to sleeping giant" en "Sunshine the werewolf" de zaal ingeslingerd.  Blauwdrukken "Sugar coated sour" en " 43% burnt" van classic en debuutplaat ‘Calculating infinity’ deden velen naar adem happen.

Dillinger deed zijn reputatie alle eer aan en zodoende was het concert zowel een feest voor het oor als het oog. Lui die de band als eens aan het werk hebben gezien, weten hoe wild het er op het podium aan toe kan gaan en vanavond was geen uitzondering.
Mocht het er nog niet gekomen van zijn: ga ze zien, want het is echt een memorabele ervaring!! Je wordt niet teleurgesteld … There's no escaping Dillinger!!!

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

MGMT

MGMT - psychedelische synthpopprockers scoren goed, maar hebben ze nog een ‘final’ touch?!

Geschreven door

Eén van hipste bands bij de jongeren is het uit Brooklyn, NY afkomstige MGMT, die op hun debuut ‘Oracular Spectacular’ een paar meezingbare, -neuriënde, - fluitende psychedelische songs uithadden als “Time to pretend” en “Kids”. Ondanks het feit dat de tweede cd doortastender en gewaagder klinkt, de hitgevoeligheid opgeborgen lijkt, boet de band rond het duo Ben Goldwasser en Andrew VanWyngaerden nog niks aan populariteit in, want het concert in de AB was in een mum van tijd uitverkocht, om dan nog niet te spreken toen ze hun tweede cd ‘Congratulations’ in de Bota, eerder het jaar, voorstelden. De psychedelische synthpopprockers van MGMT scoren dus goed.

We waren op de afspraak, gezien ze de zomerfestivals in ons landje links lieten. We hoorden een creatief retropop/psychedelisch geluid van een standvastige, evenwichtige band die de paddestoelen en ander geestesverruimend goed vaarwel zeiden. De jeugdige onstuimigheid maakte plaats voor volwassenheid en professionalisme. In de songs hoorden we invloedrijke bands als Roky Erickson, Brian Eno, Pierre Henry, Pink Floyd, Pavlov’s Dog , Hawkwind, David Bowie, The Doors en jongere bands als The Flaming Lips, Mercury Rev, Spacemen 3 en Ozric Tentacles.
Een dromerig concept, van verrassende en onverwachtse wendingen, vormde de rode draad, slepende melodieën, fijne hoge (vocoder) stemmertjes, synths, (akoestische) gitaarloops, symfo en orkestraties. Ze wisselden het nieuwe met het oude af en de toegankelijke nummers zaten mooi verdeeld om de aandacht te behouden en niet te verzuipen in de muzikale rijkdom van hun psychedelische (lange) (instrumentale) stukken en de ‘arty’, eenvoudig gehouden, veelkeurige videobeelden en vloeistofdia’s; wat we ook zagen was dat niet iedereen geboeid bleef en tevreden was met de muzikale koers van de band.
”Weekend wars”, “It’s working” en “The youth” waren alvast de aanzet. Daarop volgden de herkenbare tunes, bleeps en psychedelische deuntjes van de singles “Flash deliruim” en “The electric feel” , wat heel warm werd onthaald. Op die manier had MGMT wel iets mee van Faithless die het ook moeten hebben van die ophitsende, opzwepende doel-treffende, efficiënte, mee - neuriënde elektronicatoetsen en zalvende beats.
In het tweede luik had je dan de aparte verteerbaarheid van “Song for Dan Treacy” en “Of moon, birds & monsters” met het aanstekelijke, bezwerende “Congratulations” en “Time to pretend”.
En tot slot konden we niet omheen “Siberian breaks” … wel vijftien minuten werden we ondergedompeld in die bevreemdende, bizarre, soms dreigende psychedelische, psychotisch wereld, …wat aan een Harry Potter film refereerde en  ambiënte soundscapes van Air integreerde. Hier werd aan MGMT’s muzikale rijkdom geraakt. En zelf geraakten we even het noorden kwijt in dat moeras, maar op tijd kwamen de pompende elektrosynthbeats van “Kids” op de proppen, een dancehall/laptophit ‘pur sang’, tot stand gekomen met een minimum aan avontuurlijke wendingen, maar waar het publiek dan eens lekker heupwiegend, springend en dansend uit z’n dak kon gaan. Hier ontplofte de boel, wat nog nazinderde op het poprockende “The handshake”, die in een krachtiger rockkleedje werd gestopt.
De bis van o.m. “Destrokk (?)” en “Brian Eno” bracht de inspirerende bronnen van Eno himself, Spacemen 3 en Pierre Henry bij elkaar, waren directer en intrigeerden door de repetitief opbouwende stukken.

MGMT zal wel altijd gelinkt worden met de klassiekers van hun debuutplaat. Een ‘congratulation’ is op z’n plaats voor de doordachte finesse van de songs, die de rommelige van vroeger opslorpte … Ondanks dat hun meeslepend materiaal behoorlijk live uit de verf kwam, beschikt MGMT niet meer over die ‘final’, gevoelige touch die hun concert groots kunnen maken … Vraagtekens voor de toekomst?!

Organisatie: Live Nation 

Killing Joke

Killing Joke - Aanhoudende strakke spanningsboog

Geschreven door

Met een nagelnieuwe cd ‘Absolute Dissent’ op zak is Killing Joke terug op tournee. Het ding is nog maar net uit en toch bleek het Franse publiek de plaat al door en door te kennen. De fans hadden blijkbaar hun huiswerk gemaakt, ze hadden goed naar dat fameuze album geluisterd en onthaalden de potige nieuwe songs op enthousiast gejuich.

Killing Joke heeft inderdaad weer een almachtig werk afgeleverd en putte er tot onze grote vreugde veelvuldig uit. Tussenin werd er ook flink gegrepen uit dat schitterende debuut ‘Killing Joke’ uit 1980. Wat moest een mens nog meer hebben om van een geweldig concert te spreken? Een waanzinnig “Madness” misschien of een finale stroomstoot “Pandemonium” als finale bijvoorbeeld? Jawel, Killing Joke was vanavond gul met de hoogtepunten.
De heren waren al hard en bezwerend aan hun set begonnen met onder andere killers van songs als ‘Wardance’, “In excelsis”, “European super state” (prachtige nieuweling, en meteen ook publiekslieveling) en “Bloodsport” om dan met een openbarstend en verpletterend “Requiem” in overdrive te schakelen.
Vanaf dan schoot de vlam er zowaar nog meer in met ondermeer een oppermachtig ”The great cull”, een uiterst explosief “Asteroid” en de pompende klassieker “The wait”.

De combinatie van de beste oude songs met de gloeiende nieuwe pronkstukken zorgde voor een knallende set. Killing Joke slaagde er met glans in om het hele optreden lang een stevige spanningsboog aan te houden en de theatrale podiumact van de prettig gestoorde Jaz Coleman was een perfecte aanvulling voor het droge muzikale geweld van zijn uiterst strak spelende band. Coleman was overigens bijzonder goed bij stem. Hij zong, brieste en brulde met volle overgave terwijl hij voortdurend met een dreigende blik de zaal in staarde. Het zou best wel eens kunnen dat die gast op een andere planeet is geboren.
Een kanjer van een optreden.

Organisatie: Aéronef, Lille

Wheels On Fire

Wheels On Fire - Sprankelende sixtiespop

Geschreven door

Bedroevend weinig volk - zelfs vele habitués lieten het afweten - voor Wheels On Fire, een groep die nochtans overal lovend onthaald werd.

Maar eerst hadden we nog The Real Numbers uit Minneapolis, een groep waarvan je je afvraagt wat hen er toe drijft om in Europa te komen toeren. Geen hond die ze kent en hun tandenloze poppunk, die wat verwantschap toonde met Harlem, was zo vluchtig dat je het al vergeten was terwijl ze niet eens het podium hadden verlaten.

Wheels On Fire schitterde in 2007 in de 4AD bij de voorstelling van hun eerste LP, bracht vervolgens ‘Get Famous’ uit op Fat Possum/Legal Mess en dat op aangeven van Jack Oblivian en hun nieuwste plaat ‘Liar, liar’, uit op Alien Snatch, kreeg overal lof toegezwaaid. Maar dat alles volstond niet om veel volk voor deze groep uit Athens, Ohio naar de Pit's te lokken. Nochtans gaven een zeer gedreven Wheels On Fire er het beste van zichzelf. Hun catchy garagepopsongs werden er in recordtempo doorgejaagd en spatten uiteen als rijpe tomaten. Knisperende gitaren, mooie stemmen en niet te vergeten : een ziedende “Farfisa Compact Deluxe” waarop de ravissante Susan Messer ook nog voor de bas zorgde. Eenmaal werd er gas teruggenomen voor "I wanna know" en dat werd meteen één van de hoogtepunten. Mooi concertje maar zorg ervoor dat u ze de volgende keer niet mist!

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Eileen Jewell

Eileen Jewell - Meesterlijke eenvoud

Geschreven door

Het was even schrikken toen ik de Handelsbeurs binnenwandelde: men had er tafeltjes en stoelen in de zaal geplant. Zo krijgt men bij een weliswaar lage opkomst de zaal toch vol maar mijn idee bij optredens is nog steeds dat het publiek zo dicht mogelijk bij de artiesten moet staan wat bij deze uiteraard niet mogelijk was. Maar zelfs dat euvel kon niet beletten dat we een hartverwarmende avond beleefden.

Openers van dienst waren The Cowboy Angels, het project van schrijver-journalist-muzikant (en hier zanger) Yurek Onzia waarin hij hulde brengt aan de onvolprezen Gram Parsons. Met een stel topmuzikanten waaronder drummer Pete De Houwer (Seatsniffers), gitarist Lazy Horse (Filip Kowlier) en pedal steel gitarist Filip Wauters (Admiral Freebee) bracht hij op een vrij overtuigende manier een set Gram Parsons-songs waarbij diens periodes bij The Byrds en The Flying Burrito Brothers niet over het hoofd werden gezien. Met zangeres Iris Smithuis hadden ze zelfs een ‘Emmylou Harris’ in de gelederen waarmee ze met succes enkele van Parsons' legendarische duetten (waaronder het onvermijdelijke "Love hurts") lieten horen. Mooi, niets op aan te merken maar het blijft slechts een ‘tribute’ en echt tippen aan het originele is bijna onmogelijk maar gezien Gram Parsons reeds 37 jaar niet meer onder ons is, kan dit als alternatief wel tellen.

Eilen Jewell was vorig jaar DE revelatie van het ‘Leffingeleuren’ festival en haar indrukwekkende optreden daar stond nog steeds in mijn geheugen gegrift. Maar na haar prestatie in Gent leek haar passage in Leffinge slechts een generale repetitie geweest te zijn. Nochtans kan je haar muziek bezwaarlijk spectaculair noemen: het blijven triestige liedjes in een sobere uitvoering. Maar Eilen Jewell brengt ze zo overtuigend en ontwapenend dat iedereen de ganse avond aan haar lippen bleef hangen. Dat deed ze niet alleen, naast haar stonden drie schitterende muzikanten : Johnny Sciascia bijzonder efficiënt op staande bas, Jason Beek op gortdroge drums en ouderdomsdeken Jerry Miller op heerlijke rock-'n-roll gitaar.
Eilen legde omstandig uit waarom ze die mannen ‘haar’ groep noemde terwijl daar eigenlijk niet veel woorden aan vuil gemaakt hoefden te worden: Eilen Jewell IS een groep. Ze voelden elkaar perfect aan, gebruikten geen setlist en speelden songs op eenvoudig verzoek van het publiek.
De set bestond net als vorig jaar hoofdzakelijk uit nummers van de ‘Sea of tears’ plaat. Daarnaast kregen we nu ook een viertal pittig gebrachte songs (o.a. "Fist City" en "Deep as your pocket") uit haar recente Loretta Lynn-tribute ‘Butcher holler’. Er was ook tijd voor één gloednieuwe song waarvoor ze een mondharmonica bovenhaalde en die het beste laat vermoeden voor een, eind dit jaar nog op te nemen, nieuwe plaat. Niets dan hoogtepunten eigenlijk : "Rich man's world", de sublieme Them-cover "I'm gonna dress in black", het trage "Codeine arms",... Of als ik dan toch moet kiezen : de Johnny Kidd & The Pirates-cover "Shakin' all over" dat stilaan aan het uitgroeien is tot hun anthem en waarin Jerry Miller eens alle registers mocht opentrekken en zijn gitaar op een gegeven moment klonk alsof hij door een hakselaar werd gehaald. Wat een fenomenaal gitarist en wat zou ik toch graag eens weten wat hij vroeger heeft uitgevreten. Voor alle duidelijkheid: dit is niet de Jerry Miller van Moby Grape.

Hier zagen we zonder twijfel één van DE optredens van 2010! Nu Gillian Welch met een jarenlange writer's block worstelt en Lucinda Williams een mindere periode kent, lijkt Eilen Jewell wel de ongekroonde koningin van de americana.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Tame Impala

Innerspeaker (2)

Geschreven door

De jongste Pukkelpopeditie, dag 1, 14.00 hr. In Humo’s Pukkelpop ABC lezen wij onder Tame Impala :‘Psychedelische rock die elke lsd-boer op de wei werkloos zal maken’. Toch maar even gaan kijken, denken wij, en wat blijkt ? We worden helemaal van onze sokken geblazen door deze Australische neo hippies. Meteen is de revelatie van Pukkelpop 2010 gekend.
Zo snel mogelijk de plaat binnen doen is onze eerstvolgende gedachte.
En inderdaad, ‘Innerspeaker’ is psychedelisch, en nog geen klein beetje. Ook de hoes laat er geen twijfels over bestaan, hierop wordt een soort utopia afgebeeld waaruit op elk moment een bende stonede weed-vogels kunnen tevoorschijn komen.
De muziek zweeft in zeven lagen door onze koptelefoon, Midlake en Dungen hangen in de buurt, de keyboards en gitaren zijn overladen met tonnen echo’s, de zang komt ergens van tussen de wolken aangewaaid, sixties en seventies zijn alom tegenwoordig en de groove is constant aanwezig. We menen in de verte ook ergens de Stone Roses te hebben bespeurd, maar dat kan ook aan de kwaliteit van onze spacecake gelegen hebben.
Geen echte uitschieters van songs te melden op deze plaat, wel een kleurrijke totaalsound waar een mens als het ware in verdwaalt en er met de nodige middeltjes op zak kan blijven in rond dwarrelen. U moet het echt eens proberen.
Bedwelmend plaatje.

Killing Joke

Absolute Dissent

Geschreven door

Na het onvolprezen debuutalbum en het daaropvolgend ‘What’s this for’ uit begin jaren tachtig waren wij Killing Joke nagenoeg volledig uit het oog verloren (ook de koerswijziging met ‘Night time’ uit ‘85 met daarop het hitje “Love like blood” kon ons weinig bekoren) tot zij in 2003 terug aan het front kwamen met de splinterbom ‘Killing Joke’ en drie jaar later met het al even machtige ‘Hosannas from the basements of hell’ (die titel alleen al !). Wij waren weer helemaal wakker geschud en lieten die twee albums gewillig keer op keer als een allesvernietigende pletwals over ons heen gaan.
Op vandaag zijn wij dan ook geweldig opgewonden met ‘Absolute Dissent’ die de lijn van de bulldozerrock van zijn twee voorgangers volop doortrekt en hier en daar zelfs nog een tandje bij steekt.
Dichter bij metal zijn ze nooit geweest, maar het blijft onmiskenbaar Killing Joke. De band creëert een zware volumineuze sound, een geluidsmuur van gortige gitaarriffs en mokerslagen van drums. Daarbovenop schreeuwt een razende Jaz Coleman zijn vocals er met ware doodsverachting uit. Het is des duivels, maar de songs blijven telkens overeind en blijven de melodie in zich houden.
Moordsongs, met Coleman als vrijwillige killer van dienst, zijn “Absolute dissent”, “The great cull”, “In excelsis”, “Depthcharge” en “Endgame” (waarin Coleman nogal naar Lemmy neigt). De totale verpulvering komt er met “This world hell”, een uiterst rauwe lap agressie die uw hersenen met volle geweld uit uw hoofd komt rukken.
Toch mogen de vocals al iets melodieuzer en worden ook de synths bovengehaald op het fraaie eighties klinkende “European super state” die het venijn in zich heeft wat “Love like blood” bijvoorbeeld mistte. Ook een pompend “The raven king” werkt zich na een rustige aanvangsfase naar een ware bruisende climax toe.
Afsluiter “Ghost of ladbroke grove” begeeft zich zelfs op dub gebied en ontpopt zich zonder uit te schuiven tot een bijtende knoert van een song.
‘Absolute Dissent’ is een ronduit schitterend en vooral verpletterend weerzien met deze culthelden en een meer dan waardige opvolger voor de twee onvergetelijke klassiekers ‘Killing Joke’ uit 2003 en ‘Hosannas from the basements of hell’ uit 2006.

Caitlin Rose

Own side now

Geschreven door

In thuisbasis Nashville wordt Caitlin Rose zonder meer omschreven als de meest opwindendste act van het moment en dat zal waarschijnlijk wel zijn gedeeltelijke waarheid bevatten, ook al moet je hier bereid zijn om de cowboylaarsjes boven te halen.
Caitlin Rose is het soort meisje die sinds haar vorige EP ‘Dead Flowers’ alle aandacht naar zich wist  toe te trekken en waarvan deze ‘Own Side Now’ het debuut geworden is die al de hoogstaande verwachtingen moet inlossen.
Ondanks de vele inspanningen van diverse hedendaagse alt country-acts bespeelt Caitlin Rose het countrygenre in de meest traditionele zin van het woord waarbij haar materiaal af en toe wel eens in de afgelikte gevarenzone durft te belanden.
Indien je van een fragiele vrouwenstem houdt die gepaard gaan met countryriedeltjes waarin niet al te veel gebeurt (lees Emmylou Harris, Linda Rondstadt of zelfs Dolly Parton) dan is deze femme fatale in countryoutfit uw ding.
De rest van de wereldbevolking hoeft alvast niet te vlug een trip naar Nashville te gaan boeken of voor een goed verstaander: enkel voor liefhebbers van traditionele country.

Solaram

Love & The Sweet Divine

Geschreven door

Wanneer een groep aangekondigd wordt als een kruising tussen The Stone Roses en War zal een normaal muziekliefhebber wel eens de wenkbrauwen fronsen maar in het geval van Solaram blijkt het zelfs geen leugen te zijn.
Als je trouwens ziet dat deze cd verschenen is op het kwaliteitslabel Rainbow Quartz dat met de regelmaat van de klok ons om de oren slaat met poppy psychedelica-releases weet je meteen dat je in goede handen verkeert.
Solaram is eigenlijk een project van Joe Tagg die in vroegere dagen actief was in vrij onbekende bands als Three 4 Tens of Himalaya.
Op ‘Love & The sweet divine’ wordt echt niet op een druppeltje zweet gekeken want deze cd is vanaf het prille begin tot het bittere eind een psychedelisch popfestijn.
Weliswaar komen alle grote namen uit de popencyclopedie (Beatles, Led Zeppelin, Pink Floyd) om de hoek loeren maar Joe Tagg heeft dit mooi weten te verpakken in frivole beatpopnummertjes die bij momenten even vet klinken als The La’s.
Weer zo’n klein groepje dus om absoluut te ontdekken!

Wavves

King of the beach

Geschreven door

Vorig jaar werden we naast de ‘vv’s’ van de uit San Diego opererende trio Wavves, onder zanger/gitarist Nathan Williams bestookt met twee cd’s van elk een goede 35 minuten. Het potje ongeregeld bracht rauwe, weinig gestructureerde, ontregelde sounds, waaronder pakkende popliedjes verborgen zaten. Ze werden omschreven als nofi, wat staat voor ‘alternative’ punk/noise/surf/shoegaze/indie/lofi psycherock; de op zich eenvoudige songs werden bedekt door een dikke laag gierende gitaar, ruis, pedaaleffects en Williams’ galmende zangkoortjes. Een pak invloedrijke bands werden door de mallemolen gehaald, gaande van The Ramones, Nirvana, Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, The Black Angels en de ‘60s pop van Beach Boys.
De charismatische band, die naast Williams uit bandleden van Jay Reatard bestaat (bassist Stephen Pope en drummer Billy Hayes) brengen op de eerste volwaardige studioplaat aanstekelijke indie/surfpunkpop. Een duidelijk toegankelijker en helder geluid, dat knipoogt naar het speelse en avontuurlijke van voor heen, wat ervoor zorgt dat het nonchalante rinkelende en rammelende behouden blijft, fel, scherp, snedig, leuk en ontspannend. “Super soaker”, “Baseball Cards”, “Concertable balloon” en de titelsong passen ideaal in dit concept. Het afsluitende “Baby say goodbye”, “Post acid”, “Mickey mouse” en “Idiot” klinken meeslepend, broeierig, dromerig en bezwerend, en tonen de bredere invalshoek van de band. Er is ruimte voor lieflijk materiaal dat blij of verdrietig is, waaronder “When will you come” en “Green eyes”. En tot slot putten ze uit de Ween-stal met het verrassende “Linus spacehead”, dat onverwachtse wendingen ondergaat. De fijne galmende zang geeft elan.
De belofte is eindelijk ingelost, en het moet gezegd worden, het is een plaat die per beluistering verslavend werkt  … Onthouden dus die wave van Wavves …

Karen Elson

The ghost who walks

Geschreven door

De roodharige Engelse Karen Elson, echtgenote van Jack White (The White Stripes/ The Raconteurs / Dead Weather / …), heeft al een succesvolle carrière als topmodel, en muzikaal brengt ze zachtaardige, gevoelige rootrock. Haar debuut ‘The ghost who walks’ is volwassen en klinkt overtuigend.
Invloedrijk was de cabaret van The Citizens band, waarin ze vroeger zong, en de uitstapjes richting traditionele country, folk en gothic. Er valt voldoende afwisseling te noteren in haar sfeervol onderhouden songs, die bezwerend zijn door een instrumentarium van saloonpiano, intrigerende toetsen, steel pedal, akoestische en elektrische gitaar, accordeon en droge drums. Het zijn fijnzinnige, dromerige en emotievolle composities, die een ongepolijst, helder geluid kennen en bepaald worden door haar indringend en zuiver stemgeluid. Luister maar eens naar die variatie in pakkende songs als “The truth is in the dirt”, “Lunasa”, “100 years from now”, “Stolen roses” en de titelsong, de broeierige aanpak van “Pretty babies”, “Cruel summer”, “The birds they circle” of de directe aanpak van “Garden”, “The last laugh” en “Mouths to feel”. Fascinerend debuut!

Killing Joke

Samen aftellen tot Armageddon met Killing Joke

Geschreven door

Het gaat (nog steeds) slecht met de wereld, dus gaat het (nog steeds) goed met Killing Joke. Reeds drie decennia lang voorspellen Jaz Coleman & co de definitieve ondergang van de beschaving, maar wie het ietwat occulte imago van de groep weet te doorgronden zal er evenzeer een goed verscholen dosis zwartgallige humor aantreffen. Toegegeven, de Engelse postpunk groep heeft lang geteerd op het cult succes verworven met hun eerste twee albums, maar na een trits ronduit inspiratieloze platen is Killing Joke de jongste jaren toe aan een onwaarschijnlijke comeback. Sinds ‘Killing Joke’ (2003) en vooral met de brutale mokerslag ‘Hosannas From The Basements Of Hell’ (2006) vinden Coleman en de zijnen moeiteloos aansluiting bij hun legendarische beginjaren en wordt hun unieke symbiose van postpunk, metal and industrial openlijk geprezen door beroemde collega’s als Dave Grohl, Billy Corgan en Jimmy Page. De plotse teraardebestelling van brother Paul Raven, naast meesterbassist tevens Coleman’s boezemvriend, leek heel even het einde van deze heropstanding te betekenen. In werkelijkheid bleek echter het tegendeel: de vier originele groepsleden bezworen hun jarenlange vetes, trokken samen de studio in en kwamen daar onlangs terug buiten met ‘Absolute Dissent’ onder de arm. Bijna dag op dag twee jaar na hun vorige doortocht in de AB gaven de heren van Killing Joke opnieuw acte de présence in Brussel om deze nieuwe splinterbom live uit te testen.

Nadat zijn makkers het oudje “Tomorrow’s World” hadden ingezet sloop mad man Jaz Coleman als laatste de set op.’s Mans karakteristieke podium act oogt na al die jaren nog steeds even fascinerend als grappig: gevangen in een nauwe overal, geschminkt als een apache op oorlogspad en voortbewegend als een zombie achtervolgd door zijn eigen schaduw. Humor lijkt dan weer wat veraf wanneer nummers vanop ‘Absolute Dissent’ worden afgevuurd. Het titelnummer van dit nieuwe album en “In Exelsis” mogen dan al wat gepolijster en minder orkestraal klinken dan op Joke’s vorige album, alle vertrouwde ingrediënten waarmee Killing Joke met de vingers in de neus menig industrial bandje naar huis speelt blijven aanwezig: de schorre grafstem van Coleman, de knetterende gitaarmuur van Kevin ‘Geordie’ Walker, de dwingende bas van Martin ‘Youth’ Glover en de mokerslagen van big Paul Ferguson. Samen met een goed verscholen vijfde groepslid die de wall of sound nog wat verder aandikte met synthpartijen, lijkt deze bezetting de sterkste ooit in het bestaan van de groep.
De passage van Killing Joke in de AB was pas het tweede optreden van hun jongste tour ter promotie van het daags voordien verschenen ‘Absolute Dissent’, dus was het zowel voor groep als publiek wat wennen aan het nieuwe materiaal. Op de nieuwe single “European Super State” viel de tweede stem van Youth nog wat dunnetjes uit naast de rauwe apocalyptische schreeuw van Coleman, maar goed, van een eminente producer en studiorat mag je nu eenmaal geen vocale hoogstandjes verwachten. Bij het brutale “This World Hell” en het atmosferische “The Ghost Of Ladbroke Grove” klopte het plaatje dan weer wel als een bus en kunnen we gerust van twee prille klassiekers spreken.
Het overwegend 40 something publiek kreeg maar weinig tijd om te bekomen van al dat nieuwe geweld, want tussendoor kreeg het ook een pak onverslijtbare 80ies classics geserveerd. We zouden uren kunnen uitwijden over hoe groot het gat in uw platencollectie wel niet is indien ‘Killing Joke’ (1980) en ‘What’s THIS for…!’ (1981) er nog geen stekje hebben bemachtigd, maar dat is voor een andere gelegenheid. Het moet volstaan om te stellen dat “Wardance”, “Requiem”, “Bloodsport”, “The Wait”, “The Fall Of Because” en “Madness” met hun 30 lentes gerust tot het cultureel erfgoed van de eerste postpunk generatie behoren en live nog steeds tot diep in de onderbuik doordringen. Op de tonen van het onweerstaanbare discopunk anthem “Pssyche”, met de immer coole Geordie in rol van prominente spelverdeler, nam de groep een eerste keer afscheid van Brussel.

Een korte bisronde werd ingezet met het opzwepende “Complications”, gevolgd door de traditionele Egyptische intro van het slepende “Pandemonium” dat Killing Joke in de jaren ’90 eindelijk nog eens een one-way ticket richting Apocalyps opleverde. Het betekende helaas ook het slotakkoord van Coleman & co, want tegenwoordig gaan de schuivers van de AB na halfelf onherroepelijk naar beneden. De klok van Armageddon blijft echter onverstoord verder tikken, en als we dan toch moeten kiezen, dan liefst met Killing Joke’s brutale trancemetal als begeleidende soundtrack.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Bedroom Community Label

Bedroom Community Label Night - kamerorkest van de heren Valgeir Sigurdsson, Sam Amidon, Ben Frost en Nico Muhly

Geschreven door

De Balzaal van de Vooruit was nagenoeg volgelopen voor de label night van het veronderstel ik wel hippe IJslandse Bedroom Community. Ze waren zelfs op de naam ‘Whale Watching’ Tour gekomen, wat ik gewoon een leuke naam vond. Ook altijd al me graag ingebeeld hoe walvismuziek zou klinken als de frequenties voor ons hoorbaar zouden zijn. Na een aantal mislukte pogingen waren de IJslanders toch tot in Gent geraakt.

Het voorprogramma werd verzorgd door een zekere Lyenn die wel atmosferische muziek maakte, met een stem die demonen weerspiegelde, maar een goede song hebben we niet ontdekt. Het was een opwarmer, zullen we maar zeggen, maar op dat vlak was de DJ van dienst nog wel eerder in staat om emo-melancholie bij het begin van de herfst op te roepen. Het publiek vond het allemaal wel aardig en zat gezellig op de grond te keuvelen. Opmerkelijk trouwens hoe deze muziek toch weer een heel ander spectrum aantrekt qua publiek, wat ook zelfs vestimentair tot uiting kwam. In de schemer kon je je voorstellen dat de zaal door oude bewoners van IJslandse sagen bevolkt was.

Nu goed, de muziek. We hadden een combinatie van muzikanten die eigenlijk een soort kamerorkest vormden, en het klonk ook als kamermuziek. Volgens de affiche stonden de heren Valgeir Sigurdsson, Sam Amidon, Ben Frost en Nico Muhly op het podium maar wie nu wie was niet altijd duidelijk, ook al omdat er vrouwen in het gezelschap opduiken, vrouwen die spelen en zo.
Heel korte stukjes soms kregen we te horen tot uitgesponnen vocale nummers waar het publiek op aansturen van de zanger het refrein enthousiast meezong. Het zijn geen wereldnummers maar de intimiteit en rust van dit soort muziek is een echte verademing. Hetzelfde kon eigenlijk gezegd worden van de zanger die bepaalde noten gewoon niet haalde, maar dat maakte voor het resultaat niet zo veel uit, net ook omdat hij het publiek mee had, door wel leuke bindtekstjes.
Wel degelijk is het muziek om in slaapkamers te spelen, met het publiek in losse groepjes op de houten vloer. Het is niet het einde van de wereld op muzikaal vlak maar van mij mogen er meer van dergelijke bands naar België komen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Pagina 428 van 500