logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Doomshine

The piper at the gates of doom

Geschreven door

Bij sommige groepen moet je niet al te veel fantasie gebruiken om te weten waar het om draait en ja hoor, de Duitsers van Doomshine maken doommetal! Ook al bestaan ze reeds tien jaar zijn ze niet bepaald één van de werklustigste muzikanten op deze aardbol want zo lieten ze hun fans meer dan zes jaar wachten op de opvolger van ‘Thy kingdom come’.
Ondanks het lange wachten is ‘The piper at the gates of doom’ niet echt een wereldplaat geworden want ook al kun je hier rekenen op hondsgetrouwe doommetal in de stijl van Candlemass raakt Doomshine niet echt verder dan de status van ‘best aardig’.
De cd duurt meer dan 70 minuten en als daar tien nummers op staan zegt dat genoeg over het tempo: vaak langgerekte epische doommetal waar plaats is voor gitaarsolo’s.
Liefhebbers van het genre die niet snakken naar vernieuwing zullen dit zeker weten te pruimen, maar er is heel wat beters op de markt te vinden.

Info www.myspace.com/melodicdoomedmetal

The Plastic People Of The Universe

Magical Nights

Geschreven door

The Plastic People Of The Universe mogen voor ons, Westerlingen, misschien een totaal onbekende naam zijn maar in thuisland Tsjechië behoren zij tot één van de meest baanbrekende rockgroepen die daar ooit waren ook al was dat niet altijd even evident in het communistisch regime.
Geïnspireerd door de muziek van Frank Zappa, The Velvet Underground en The Fugs kwamen Milan Hlavsa en Jiri Stevich samen om de boel in Tsjechië op stelten te zetten en dat werd hun geenszins in dank afgenomen want in 1976 besloot de regering zelfs om de muzikanten gewoonweg achter de tralies te steken.
Het zijn inderdaad van die communistische verhaaltjes (voor de personen in kwestie, meer tragedies) waar je al lang niet meer van opkijkt maar dat betekent niet dat we de muziek niet eens nader zouden kunnen onderzoeken.
De groep bestaat tot op heden nog steeds en het vermaarde Munster Records besloot om met deze dubbelcd meteen alles van deze groep samen te bundelen en wie van arty prog-rock met een Oosteuropees tintje houdt zal zeker hiervan snoepen, en andere waarschijnlijk weglopen.
Het was te verwachten dat we met een dergelijke vergelijking gingen afkomen maar het is de waarheid dat The Plastic People Of The Universe net klinken als Frank Zappa die gezien zijn door de ogen van Emir Kusturica want alhoewel de muziek steeds een weg induikt die je niet verwacht, hoor je geregeld die vertrouwde Balkanachtige trekjes.
Doordat hun muziek in het Tsjechisch gezongen is kan twee cd’s misschien voor een overdaad zorgen maar desalnietemin een niet alledaagse, maar doch interessante, kijk op de muziekwereld.

Eat Your Toys

On The Ledge EP

Geschreven door

Eat Your Toys is een trio uit het Franse Rennes dat in 2007 werd opgericht. De band, genoemd naar een nummer van de band Sloy, komt nu op de proppen met zijn eerste EP. Op ‘On the Ledge’ krijgen we vijf fijne nummers in iets minder dan twintig minuten. Het is zeer moeilijk om het trio in een vakje te plaatsen. De rockband haalt invloeden uit de sixties, garage- en punkrock om op andere momenten een zijstap te nemen naar meer pop en dance. Bovendien gebruikt Eat Your Toys heel wat ingrediënten die momenteel zeer populair zijn: stevige, overstuurde gitaren, een stuiterende bas die bij momenten overhelt naar harde disco en een zeer repetitieve stem ... We kunnen spontaan heel wat uiteenlopende bands voor de geest halen bij het beluisteren van de EP: Sonic Youth, Millionaire, Girls Against Boys, het Nirvana ten tijde van ‘In Utero’, maar daarnaast ook meer dansbare acts als Klaxons en Does it Offend you, Yeah?. Toch is geen enkele van al die invloeden dominant en weet Eat Your Toys zich een eigen smoel en een geluid te creëren. De vijf songs zijn bovendien ook gewoonweg sterke nummers, luister maar eens naar de noisy opener “Before the coming Blast”, het van een schitterende baslijn voorziene “Control” en de zeer rustige maar wondermooie afsluiter “Avalanche”. Het is halsstarrig uitkijken naar een full cd van de veelbelovende Fransen.

D.O.A.

Let’s wreck the party

Geschreven door

De Canadezen van D.O.A. zijn niet zomaar de eersten de besten: samen met legendarische bands als Minor Threat, Black Flag en Bad Brains worden ze aanzien als de stichters van de hardcore punk. Deze bands kwamen op het toneel na de eerste golf van punkbands zoals Sex Pistols, The Clash en The Ramones. De muziek van D.O.A. was in vergelijking met deze bands sneller, steviger en een stuk melodieuzer. Het eerste album van D.O.A uit 1981 heette ‘Hardcore 81’ en de hele hardcore en punkbeweging die toen onstond, ontleent dus zijn naam hieraan.
De carrière van de Canadezen duurt al meer dan drie decennia en in die periode veranderde de line up voortdurend. De enige constante was gitarist en zanger Joey ‘Shithead’ Keithley. Nadat D.O.A. dit jaar  al een nieuw studio album uitbracht (‘Talk Minus Action = Zero’) brengt Sudden Death Records, het eigen label van Joey Shithead nu hun derde album ‘Let’s wreck the party’ uit 1985 opnieuw uit. De band opteert in vergelijking met hun eerste platen duidelijk voor een meer hardrock-geluid en hier en daar horen we zelfs keyboards en zeer poppy drums. Tekstueel haalt D.O.A. keihard uit naar het systeem, iets wat ze eigenlijk hun hele carrïere lang blijven doen. In nummers als “General Strike”, “The Warrior ain’t no more”, “Race Riot” en “Trial by Media” fulmineren ze tegen grote en louter naar winstmaximalisatie strevende bedrijven, tegen de benarde toestand van de oorspronkelijke Noord-Amerikaanse bewoners en tegen de eigendomsstructuren van grote mediaconcerns. Andere nummers zoals de de cover “Singin’ in the rain” en “Dance O’Death” zijn een stuk luchtiger en humoristischer.
Na 25 jaar blijft ‘Let’s wreck the party’ een zeer degelijk album maar wie wat centjes overheeft, raden wij een van de eerste twee (hardcore)-albums van D.O.A. aan

Mother-Unit

Brain Massage

Geschreven door

Een zeer opmerkelijk plaat die op de redactie binnenkwam, was ongetwijfeld ‘Brain Massage’ van het Nederlandse Mother-Unit. De band is het nieuwe speeltje van gitarist Bertus Fridael die in de jaren negentig hoge ogen gooide met de stonerrockband 35007. Mensen die de band wisten te pruimen, moeten zeker eens naar ‘Brain Massage’ luisteren. Slechts vier nummers op de plaat maar die wel staan garant voor ongeveer drie kwartier hypnotiserende hardrock- en metalriffs in een psychedelisch jasje. Bands waar wij spontaan aan denken zijn Tool, Monster Magnet en vooral Motorpsycho. De opbouw van de vier instrumentale nummers is steeds dezelfde: eerst is er een vrij lange en rustige aanloop waarna de gitaren, bass en de stevige drums lekker uit de speakers losbarsten. Net als de rustige opening van de nummers duurt het stevige werk zeer lang want Mother-Unit werkt graag met steeds terugkerende ritmes en schema’s. ‘Brain Massage’ is voor ons een van de fijnste platen van 2010!

Another Effort

Another Effort EP

Geschreven door

Uit Leuven komt het viertal Another Effort met hun titelloze debuutEP. De mannen spelen een soort van powerpop en vergelijken zich in hun bio met bands als Foo Fighters, Weezer en Box Car Racer. Dit zijn natuurlijk niet de eerste de besten en de zware vergelijking met deze groepen gaat volgens ons niet helemaal op. Een band waarmee ze zich volgens ondergetekende wel in eenzelfde adem mogen noemen, is The Dildo Warheads, een Vlaamse band die in de jaren negentig best enkele fijne hitjes wist te scoren.
Zeven nummers vinden we op de EP en het valt op dat Another Effort hun best deed om de nummers zo gevarieerd mogelijk te maken.  Niet alle songs weten ons te bekoren maar “Protest Song”, “Running Late” en “Ass a Joke” waar we een duidelijk punkrandje ontdekken, zijn best fijne nummers. We hopen dat de band bij volgende nummers vooral in deze richting doorgaat en opteert voor iets gedurfdere nummers.

Info www.myspace.com/anothereffort

Josiah

Procession

Geschreven door

‘Procession’ is het vierde en tevens laatste album van de stonerrockers van Josiah. Na ongeveer tien jaar besluit dit Britse trio er een punt achter te zetten en dat is best jammer. Dit laatste album bestaat uit twee delen: de eerste vijf nummers zijn nooit uitgebrachte songs die tussen 2006 en 2008 geschreven werden. De laatste vijf nummers zijn live tracks die werden opgenomen tijdens een optreden in Zweden in 2007. Alle nummers houden ergens het midden tussen Black Sabbath, Kyuss en de Queens of The Stone Age. Vooral tijdens de studionummers horen we heerlijke Black Sabbath-riffs, het zijn stuk voor stuk sterke songs die je doen afvragen waarom ze nog nooit gereleased werden. Vooral het nummer “Dead Forever” is Josiah op zijn best: lekker jammen en zanger Matt die volop experimenteert met z’n vocalen.
De vijf live-nummers “Looking at the mountain”, “Time to Kill”, “Maldaso”, “Silas Brainchild” en “I Can’t seem to Find it” zijn een mooie aanvulling bij de studio tracks en tonen dat Josiah een zeer energieke liveband was.
Spijtig dus dat deze mannen ermee stoppen, gelukkig is ‘Procession’ een mooi afscheidsgeschenk.

FeestinhetPark 2010: vrijdag 13 augustus 2010

De vijftiende editie van FihP aan de oevers van de Oudenaardse Donkvijvers zal ingaan als de succesvolste van bijna 40000 bezoekers. Het festival dringt zich meer en meer op en eigent zich een uniek plaatsje na de Lokerse Feesten, Festival Dranouter en vóór Pukkelpop.
De organisatie kon terugblikken op een gevarieerde, kleurrijke programmering, een muzikale smeltkroes, de samenwerking met de Gentse scène van de Demo, Boomtown en Charlatan, een prachtig sfeerrijk decor (de opmerkzame indeling van de tenten op het terrein, met als voornaamste troef de aparte Igloo tent, enkel en alleen op FihP!), de partysfeer, de ontspannen vibe en een fantastisch publiek dat de bands warm onthaalde.
Al bij al viel het weer mee, maar eindigde in mineur toen het rotweer op zondagavond voor veel mensen op de camping leed veroorzaakte.
FihP zit er weer eens op dus …

Net als Festival Dranouter was er hier ook sprake van een Prédag. The Opposites, Baloji en Fun Lovin’ Criminals stonden er, en onderstreepten alvast de brede waaier van stijlen. Een ideale warming-up, met als gadget dat je er ook gratis heen kon. 8000 bezoekers waren er, en ondanks de mellow muzikale prestaties, bleek iedereen wel tevreden.

De eerste volwaardige dag was de uitvalsbasis voor de danslustigen, want met kleppers als Paul Kalkbrenner, Orbital, Peaches, Shameboy, Jaydee, Sound Of Stereo en Kevin Saunderson lonkte FihP heel even naar Tomorrowland en Laundry Day …

dag 1: vrijdag 13 augustus 2010

Stijn Vandeputte aka Stijn aka de Belgische funkprins (– lees: funkPrince -)  warmde het publiek op in de Grand Mix aka het hoofdpodium aan de boorden van het Donkmeer. Stijn bedankte het langzaam toestromende publiek voor de vroege aanwezigheid bij aanvang van de set. Traditionele openers “Password” en “Booty”, uit de nieuwe derde plaat, brachten het feest op gang. Zoals steeds speelde de funkmaster met het publiek en toverde hij uit z’n synths en drumcomputers elektronicaspeeltjes en de meeste diverse beats. Even later kreeg hij begeleiding op gitaar en saxofoon wat een surplus betekende.
Het merendeel van de setlist kwam begrijpelijk uit de nieuwe cd ‘Ten danz’, “Jan met de pet” en de huidige single “ Back in Detroit” kwamen goed uit de verf. Ook de oudere klassiekers “Sexjunkie”en “Hot & sweaty” deden (weer) de nodige lijven shaken en hoofden knikken, én uiteraard kon een Prince cover niet ontbreken ...”Little red corvette” werd op onnavolgbare wijze gebracht.

In de Charlatantent begon even later Lucy Love. Het Deense gezelschap viel meteen op door de outfits en de choreografie van de dansers. Met een mix van elektro, dub-beats en energieke raps probeerden ze hun vibe over te brengen naar het publiek, wat in eerste instantie niet direct lukte. Slechts na een halfuur hard werken van de dynamische frontdame op het podium, kwam alles en iedereen pas goed los. Ontdekt op het Eurosonic festival en al vrij snel geprogrammeerd op Roskilde haalde ze de mosterd bij M.I.A. en Dizzee Rascal. Het begin dit jaar uitgekomen album ‘Superbillion’ scoorde goed bij de recensenten, en na een uurtje FihP konden we besluiten dat Lucy Love de komende jaren te volgen is!

De weken vóór het festival werd het bericht rondgestuurd dat Peaches door een gebroken been haar performance in een rolstoel zou moeten afleggen... De Canadese, die eind vorig jaar haar vierde langspeler uitbracht, hield woord en kwam in een karretje het podium opgerold, vergezeld van een hermafrodiet en van andere rare individuen.
De vuile, vunzige electroclash in combinatie met de controversiële show, was in Oudenaarde al snel het gespreksonderwerp. Trouwens, in haar teksten en show vervaagt ze de scheidingslijn tussen mannelijk- en vrouwelijkheid. Met remixes voor Basement Jaxx en Daft Punk en de samenwerking op het nieuwe album met o.a. Digitalism en Soulwax, is ze alvast goed omringd.
In een set die deed denken aan de Lords Of Acid, entertainde Merril Nisker de dansende menigte en ondersteund door de security, kwam ze af en toe uit haar 'rijtuig' om het publiek op te zwepen en om te dansen met haar 'toyboy'... Ondanks het feit dat de nieuwe plaat iets serieuzer werd bestempeld, was het spektakel doorspekt van seks, zompige electro, glam en punk; het was er soms zo over dat het goed werd!

De tent staat tot aan de nok gevuld bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Met mijn één meter zestig is het dus een moeilijke opdracht om iets op te vangen van de gestaltes die het podium betreden. Daar lijkt niets opvallends aan – het enige wat ik opvang, is dat er blijkbaar mensen op het podium slapen. Goed, dan moet ik het maar overlaten aan mijn gehoor, denk ik, maar al snel blijkt dat ik dat op mijn buik kan schrijven. De anders zo stevige, elektronische beats die de basis voor hun muziek vormen, klinken maar flets en van hun teksten valt al helemaal geen woord te verstaan. Ze gebruiken van nature al een zodanige hoeveelheid slang dat het voor niet-Amsterdammers een onbegrijpelijk maar grappig taaltje wordt, maar mompelen hier bovenop nog eens ook! Toch lijkt dat het publiek weinig te deren. En inderdaad, als fan van De Jeugd maakt het niet zo veel uit dat ik geen bal versta van wat ze brengen – er zijn immers maar weinig nummers die zo doordringend in je hoofd blijven hangen als die van hen. Dus wanneer ze een hit als “Shenkie” brengen, lip ik de woorden toch moeiteloos mee. Meestal blijft hun muziek in een elektronisch aandoend hiphopachtig genre hangen, maar dat geldt niet voor hun experimentje gedurende “Watskeburt”. Bij het tweede refrein besluiten ze om alles met een dubbele versnelling af te rammelen. Doet nogal aan core denken, maar rappen op dat tempo is toch een duim waard. Als niet lang daarna de muziek uitvalt, zijn onze noorderburen nog maar net opgewarmd. “Watskeburt?” vraagt mijn partner zich verbaasd af. En ja hoor, het geluid blijft weg. Erg rouwig kunnen we er niet om zijn. (Fay)

Paul Kalkbrenner (Grand Mix) serveerde het hoofdzakelijk jonge volkje een melodieuze, warme en dromerige set met minimal en techno. De populaire, kale Berlijner van het Bpitch Control-label, bewees meer dan een ‘one-hit wonder’ te zijn. Zijn hymne “Sky and sand” passeerde al vroeg de revue en zat mooi geïntegreerd tussen het overige werk. Jammer dat het volume aan de lage kant was, maar daar maalden de danslustigen niet om. Zij genoten met volle teugen.

Het tempo werd iets hoger geschakeld op het Charlatanpodium toen de harde beats van Shameboy werden ingeplugd. Verschillende keren stond het duo garant voor een feestje hier. Ze hebben een belangrijke personeelswissel doorgevoerd, want begin het jaar is bezieler van het éérste uur Jim Dewit vervangen door de Duitser Dominiek Friede, die eerder al meewerkte met de band. Live waren er geen grote verschuivingen want de pulserende, harde beats onder leiding van Luuk Cox stonden nog steeds centraal. Repetitieve herhalingen zijn uit den boze want aan de oude krakers “Strobot”, “Rechoque” en “Splend it” wordt continu gesleuteld waardoor ze vernieuwend en fris blijven. Uit de nieuwe plaat ‘808 State of mind’ kregen we o.a. “Blastermind” en “Vultures”, waarmee het duo moeiteloos de tent plat speelde.

Grootste publiekstrekker van het festival waren de broers Phil and Paul Hartnoll, bij veel muziekliefhebbers beter bekend als
Orbital (Grand Mix). De Engelse electronica-pioniers, al meer dan 2 decennia actief, waren hun streken duidelijk nog niet verleerd. Hun inventieve, speelse en intelligente combinatie van techno, ambient, house en een vleugje jungle misten hun uitwerking niet. De lichtgevende en priemende oogjes, het handelsmerk van de heren, ondersteund door knappe en sfeervolle visuals, zorgden voor een intense en aparte beleving. De concertgangers wisten de leuke, ongedwongen wisselwerking tussen het melancholische, zachte en de agressievere, meer opzwepende sounds te smaken. We herkenden fantastische en energieke vertolkingen van dancefloorfillers “Satan”, “Chime”, “Omen”, “The saint” en “The box”. Wie beweert dat dansmuziek geen ziel heeft, moet dringend deze grootmeesters aan het werk zien. Voor velen een absoluut hoogtepunt.

Jaydee (Igloo) bracht een bescheiden doch aangename DJ-set. De toegankelijke house en techno zetten velen aan tot dansen. Natuurlijk mocht het alom bekende, onverslijtbare “Plastic dreams” niet ontbreken. De kraker van begin jaren '90 bracht de gezellige, kleine tent tot een kookpunt. Het unieke concept van de Igloo-tent en de visuele elementen zetten de muziek extra kracht bij. Beslist nog niet afgeschreven.

Ook jonge wolven Sound Of Stereo kregen een hoog plaatsje in de line up. Brusselaars Jochen Sablon en Vincent De Boeck zaten de voorbije jaren op een rollercoaster en uit het niets veroverden zij de afgelopen maanden hun plaatsje aan de top van de dancescène. Ze bereikten zoveel ‘kids lately’ waardoor alle grote fests zoals Pukkelpop, Dour, I Love Techno en Tomorrowland hen maar al te graag op de affiche wilden. Zowel hun draaikunsten als eigen singles “Zipper” en “Heads up” worden fel bejubeld. En al snel kregen ze het jonge volkje naar hun hand. De nodige visuals ondersteunden het anderhalf uur durend spektakel, dat bol stond van de floorfillers en aantoonde waarom ze hadden getekend op het N.E.W.S label van Dr Lectroluv.

FihP wist één van de grondleggers van de Detroit techno te strikken, nl.
Kevin Saunderson (Igloo). Samen met Derrick May en Juan Atkins zette deze man in de jaren '80 de techno- muziek op de kaart. De hooggespannen verwachtingen werden moeiteloos ingelost door deze Amerikaanse veteraan, nochtans deden technische problemen bij aanvang van de set ons het ergste vermoeden. Maar hij bewees een echte professional te zijn en serveerde de overvolle tent een solide, strakke en zelfverzekerde performance waarbij stilstaan geen optie was. Uit de bol gaan was dus de boodschap!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2010: zaterdag 14 augustus 2010

 

Ook op de tweede FihP kozen we na de aanstekelijke tunes van das Pop en Just Jack voor een gekruide portie beats’n’pieces …

dag 2: zaterdag 14 augustus 2010

De energieke en catchy tunes van de populaire Gentse band
Das Pop (Charlatan) sloegen behoorlijk aan bij de jonge feestvierders. Bent Van Looy en z’n kompanen trapten de set af met de popgevoelige en opgewekte songs “Underground”, “Saturday night” en het oudje “You”. Door de hoge dosis spelplezier en de nodige vaart in de performance verslapte de aandacht niet. Er werden vooral nieuwe nummers gespeeld van de titelloze, goed ontvangen derde plaat. Met het onweerstaanbare funky “Fool for love”, het ingetogen, subtiele “Girl be a man” en het rustige “Let me in” wisten ze menig festivalganger te bekoren. Wie hield van zwierige en kleurrijke popmuziek vond hier beslist zijn gading!

Het zootje ongeregeld
Disko Drunkards (Charlatan) zette de festiviteiten verder met hun originele en ongedwongen mengeling van funk, rock en elektronica. Uitgedost in grappige, weirde outfits leverde het viertal bestaande uit Stéphane Misseghers (drummer dEUS), Tim Vanhamel (Millionaire) op gitaar en occasionele zang, bassist Ben Brunin (tevens Vive La Fête) en Francois Demeyer op keyboards en lead vocals, vette en groovy ritmes. Floorfillers als “Who you gonna call?”, de fraaie Olivia Newton-John-cover “Physical” en humoristische, nonsense tracks als “Huh?”, “Kookoo” en “Dans le mille” zorgden voor een gezellig en uitgelaten sfeertje. Fun and funk bleek een gouden combinatie te zijn!

Ken Ishii (Igloo), de befaamde Japanse techno-DJ, producer, ooit nog debuterend op het Belgische platenlabel R&S Records, demonstreerde zijn feilloze en hoogstaande mixkwaliteiten. Er werd moeiteloos overgeschakeld van Detroit techno naar tech house en acid techno. Het dansminnende volkje waardeerde de verrichtingen van de grote meneer en ging volledig uit de bol. Meer moet dat (soms) niet zijn!

Na hun weergaloze passage een tijdje geleden in de clubtent op Pukkelpop keken veel mensen uit naar Just Jack. Het Britse gezelschap rond frontman Jack Allsop werd de voorbije jaren opgepikt door StuBru met de sterke singles “Starz in their eyes” en “Writer's block”. Live horen we jazzy, poppy deuntjes die vooral dansbaar zijn en dansen deden ze in Le Grand Mix. Het enthousiasme van Jack en de gevarieerde sound sloegen aan en het publiek kreeg weinig rustpauzes door de swingende set. De laatste cd ‘All night cinema’ is daarom zeker het checken waard.

In de Charlatantent waren vandaag voornamelijk DJ's geprogrammeerd, Brodinski was er één van en stond door de goede recensies in rood aangestipt. De Franse DJ/producer is een veelgevraagde artiest in België en speelde op bijna al de grote festivals en clubs. Naast remixes van o.m. Klaxons en Radioclit zitten z'n eigen tracks “Bad Runner” en “Gold Digger” in de meeste platenbakken van de topDJ's. De laatste plaat werd uitgebracht op het label van Tiga. Met een mix van oldskool classics en hedendaagse knallers toonde hij z'n skills en zuivere techniek … electro van de bovenste plank!

Even later nam Don Romini plaats achter de decks. De landgenoot van Brodinski begon rustig met een mix van dance, electro en een vleugje hip hop. Als hiphopDJ leerde hij op jonge leeftijd de kneepjes van het vak in de Parijse undergroundscene. Die hiphopgeluiden zijn nog frequent terug te horen in z'n sets en onderscheiden hem van een pak andere collega's. Door de concurrentie met Vive La Fête in de grote tent, was maar een halfvolle tent getuige van dit buitenbeentje, wat niet wegnam dat de aanwezigen de welopgebouwde set uitermate apprecieerden.

Vive la Fête hoort niet bij de resem rockbandjes die België al heeft uitgespuwd. Zij hebben een heel andere sound, iets dat me persoonlijk meer aanspreekt en me dwingt om me in een broeierige massa mensen te laten verpletteren. Live komt hun jaren tachtig-achtige elektropop sterk over. Natuurlijk heeft frontvrouw Els Pynoo hier haar aandeel in. Haar stem is absoluut niet van een fantastisch kaliber en houdt zich voornamelijk aan een afwisseling van gekir en jankerig geschreeuw, maar haar outfits laten weinig aan de verbeelding over. Dat lijkt de mannen nog geen klein beetje op te zwepen! Bovendien wordt in deze set vooral oude en gekende nummers gekregen terwijl lichten ons op de achtergrond hevig toe flitsten. Resultaat: een dansende en zwetende menigte. Niemand was bereid tot enige vorm van opgeven en de band speelde prachtig in op deze verwachtingen. Als einde kozen ze voor een eigen versie van popcorn. Elke keer als we overtuigd zijn dat dit het werkelijke einde is, komt er opnieuw een couplet. Sterk, sterk! (Fay)

Rond middernacht verschenen in de veelbesproken Igloo tent de hipste vogels van de zomer, Partyharders Squad. De Luikse partycrashers hadden versterking van Highbloo, een jonge talentvolle Waalse disc jockey die met z'n minimal, fidget en tech house als de ‘coming man’ staat aangeschreven in het dancemilieu.
Aangepord door 'orkestmeester' Mon Colonel, werd een eclectische mix van electro en noise in de kleine tent gepompt. Even later verschenen de ‘partners in crime’ The Subs op het podium … iedereen voelde dat “The pope of dope” eraan zat te komen... en zo geschiedde, net als donderdag bleek dit het 'dance-anthem' van de Belgische zomer te zijn en verschoof de tent met publiek en al enkele meters. De ultieme 'bom' van een uitzinnig feestje!

The Glimmers (Igloo), aka Mo en Benoeli, zijn graag geziene gasten op menige party’s en festivals. Op FihP werd hun eclectische en uiterst genietbare cocktail van electro, house, funk, soul, hip hop, disco en een streepje rock, met open armen ontvangen. Zowel obscure pareltjes als classics en hitsongs werden in de kleine tent geslingerd. Stilstaan was geen optie!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2010: zondag 15 augustus 2010

Op de afsluitende (hoog) dag sloop de poprock van vandaag meer door en stond de Belgische crème van Absynthe Minded en Admiral Freebee geprogrammeerd. Beiden hadden vorig jaar een nieuwe plaat uit om U tegen te zeggen en lokten veel geïnteresseerden.

dag 3: zaterdag 15 augustus 2010

Een ietwat vreemde eend in de bijt was Mad Caddies, na Mintzkov en vóór Absynthe Minded op de Mainstage. Dit Californische zestal onder contract bij het gekende Fat Wreck Records zagen we de voorbije jaren vooral op Groezrock en Pukkelpop mooie dingen doen waarvan frontman Chuck Roberson het uithangbord is. Met de traditionele blazerssectie (trompet/trombone) en de aanstekelijke ska, overgoten met punk en een reggaesausje, slagen ze er keer op keer in het publiek voor zich te winnen.Voor velen was dit de ontdekking van het weekend hoewel ze al een dikke 10 jaar ‘on the road’ zijn. Het gezellige geluid en de gedrevenheid zijn het handelsmerk van de band en aan de reacties te zien had ook Oudenaarde met volle teugen genoten; iedereen feestte mee! Tip: Volgend jaar the Mighty Mighty Bosstones of Voodoo Glow Skulls graag.

De ooit zeer populaire zwarte rockers Living Colour (Charlatan) konden op weinig belangstelling rekenen. Hun excellente en aanstekelijke potpourri van rock, metal, electronica, funk en soul verdiende nochtans meer. De band olv gitaarvirtuoos Vernon Reid was één van de pioniers van de cross-over eind jaren '80 en begin jaren '90, samen met oa. Faith no More, Fishbone, Urban Dance Squad, Primus, Rage against the Machine en the Red Hot Chili Peppers. Op FihP brachten ze vooral materiaal van hun eerste drie langspelers, ‘Vivid’, ‘Time’s up’ en ‘Stain’, nog steeds hun sterkste wapenfeiten. De knappe en tijdloze songs “Cult of personality”, “Love rears its ugly head”, “Pride”, “Funny vibe”, “Middle man” en “Bi” klonken overtuigend maar misten het nodige enthousiasme om de vonk te doen overslaan op het tamme en ongeïnteresseerde publiek. Van hun laatste, niet bepaald denderende album ‘Chair in the doorway’ werd enkel het rockende “Decadence” gespeeld. Een overbodige drumsolo van William Calhoun deed daar ook niet veel goed aan. De gitaarsolo van bassist (!) Doug Wimbish daarentegen werd kort gehouden en was wel te smaken. Deze klasbakken brachten muzikaal een sterke set maar konden de toeschouwers niet bekoren. Spijtig, maar wij geven deze legendes nog een kans.

Absynthe Minded (Grand Mix) stonden garant voor een degelijke en puike performance zonder grote verrassingen. De smeuïge en uitgebalanceerde cocktail van rock, pop, indie, jazz, folk en zigeunermuziek liet een positieve indruk na. Bert Ostyn en kornuiten waren in bloedvorm en speelden een frisse en gedreven optreden waarbij een mooie bloemlezing werd gebracht uit de vier langspelers. Op de playlist stond de classic “My heroics, part one”, het rockende “Plane song”, het intieme “Moodswing baby” en het nog steeds overrompelende “I am a fan”. Verder konden we genieten van het jachtige “Weekend in Bombay”, het onstuimige “Dead on my feet”, het poppy “Papillon” en het ingetogen “I like you when you're sad”. Afsluiter was “Envoi” dat door velen luidkeels werd meegezongen en voor de definitieve doorbraak zorgde bij het grote publiek. De warme, rijkgeschakeerde songs gezegend met prachtige melodieën en vaak onverwachte wendingen behielden hun eigen karakter en waren vakwerk. De groep was een goed geoliede machine. Deze jongens hebben het en waren één van uitschieters van deze editie van FihP … Keep the good work up Boys!

Het Deense The Raveonettes verwenden de huidige generatie shoegaze fans en speelden een krachtige set, wat we niet direct hadden verwacht, gezien de laatste cd’s overwegend een rustige sfeer uitstralen. Hun ‘60s rock’n’roll stijl, dito gitaargetokkel en zweverige samenzang van Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), werd pittig gekruid door ‘80s wave, pedaaleffects en fuzz, wat meteen de aandacht trok We hoorden een fijne afwisseling uit de vier cd’s en met “The great love sound” en “Break up, girls” een sterke finale had …

In de Igloo tent was het Antwerpse drum’'n’bass genie Netsky inmiddels aan z'n set begonnen. Het was drummen om binnen te geraken want de tent zat afgeladen vol. Netsky aka Boris Daenen is werldwijd ‘the rising star’ in het milieu en dat vertaalde zich onlangs in een platencontract bij Hospital Records, waar zijn debuutplaat begin deze zomer verscheen. De DJ/producer werd ook genomineerd als 'best upcoming producer' op de Drum'n’bass arena awards. De catchy beats knalden uit de speakers en het jonge volkje ging volledig loos op de knallende bassen; voor de afwezigen volgende week herkansing op Pukkelpop. Ook in hiphopmiddens wordt z'n naam genoemd als producer want het gerucht doet de ronde dat hij met een 'grote' naam bezig is...De jonge knaap etaleerde z'n draaikunsten en deed met z'n eigen sound de Igloo bijna smelten.

Admiral Freebee werd aangekondigd als de afsluiter van FihP 2010. Tom Van Laere en de zijnen hadden er zin in, de 'honger' om hier alles omver te blazen droop er vanaf ...Voor de verandering had hij bij de lancering van z'n nieuwe plaat 'The honey and the knife” ook live weer een blik nieuwe muzikanten opengetrokken.De bekendste ervan was Flip Kowlier, die als een bezetene op z'n basgitaar tokkelde.Ook de andere bandleden stonden op scherp en gingen volop mee in de ‘flow’, en zelfs één van de gitaristen speelde met 2 gebroken ribben. Van Laere was weer z'n eigengereide zelve en hield het tempo hoog en varieerde volop met ingetogen werk “Faithfull to the night” om dan even later terug het gaspedaal in te duwen -“Ever present”... Dylan en Young waren nooit veraf.
De teugels bleven strak gespannen en we kregen sublieme vertolkingen van “Lucky one” en “Allways on the run”. Het publiek genoot en de charismatische Admiraal straalde, slechts af en toe prevelde hij enkel woorden tussen de songs maar al even snel werd de volgende riff ingezet. Krakers als “Einstein brain” en het hevig rockende “Oh darkness” gaven FihP het ultieme orgelpunt!

Organisatie: FihP, Oudenaarde

 

Beirut

Beirut: onderhouden Balkanfeestje

Geschreven door

Beirut, rond de talentvolle singer/songwriter Zach Condon uit Albuquerque, New Mexico, debuteerde in 2007 en bracht op een goed jaar tijd twee belangvolle cd’s uit ‘Gulag Orkestar’ en ‘The flying club cup’. Met een zevenkoppige band slaagt de charismatische Zach erin verschillende culturen samen te brengen van Balkan, zigeunerpop, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop, gedragen door z’n melancholisch zweverige, dwarrelende stem, die nauw durft te leunen aan Jeff Buckley.
Vorig jaar verscheen dan de dubbele EP ‘March of the Zapotec’, die door de blazersectie de zigeunerBalkan richting hoempapa trapte en ‘Realpeople Holland’, die elektronica uitstapjes introduceerde. De plaat prikkelde minder en werd matig ontvangen. De heren werken aan nieuwe songs, voor een groot deel in Mexico opgenomen als inspirerende trigger; In het pittoreske Rivierenhof konden we er al iets van horen.
En Zach heeft alvast iets met Frankrijk, luister maar naar de talrijke verwijzingen aan Franse chansonniers (Charles Aznavour, Françoise Hardy en ons eigen Jacques Brel). Hij loofde alvast onze J. Brel, neuriede “Marieke”en hield met z’n band van ‘the Belgian beers’.

De band moet over een garde hondstrouwe fans beschikken, want het optreden was al vroeg uitverkocht en het bekendste materiaal is al ruim twee jaar oud en. De concerten van Beirut hebben een sympathieke, subtiele rommeligheid en chaos; ook vanavond leek het er niet beter op … het is altijd een oefenronde om alle instrumenten en melodieën op elkaar afgestemd te krijgen. Het onderhouden, beheerste spel klinkt heerlijk, ontspannend, dromerig, fris en uitgelaten. Beirut balanceerde tussen zwier, melancholie en ontroering. Het balorkest met z’n orkestleider had een breed assortiment aan blazers (trompetten, trombone, tuba, …), gitaren (akoestische gitaar, ukelele, mandoline en banjo), accordeon, piano, toetsen, (contra) bas en drums mee, riep beelden op van een tuinfeest en refereerde nauw aan Kaizers Orkestra, Goran Bregovic, de ‘Balkan Banquets’ van Orchestra Vetex en Les Negresses Vertes.
Binnen de noemer van hun Balkan pop trokken ze een wolkendek op in het zalvende “The concubine” en het meeslepende “Elephant gun”, gingen we prat op de aanstekelijke ritmes van “Nantes” en het ingetogen ”The shrew”, waarop zelfs een tapdansje van af kon.
Maar overwegend hoorden we doorsnee evenwichtige Balkanpop met sfeervolle en huppelende ritmes, waaronder  “Scenic world”, “Cherbourg”, “Sunday smile” en nieuwkomers “East Harlem” (gevoelige pianotune!) en de afsluitende “Untitled/closing song”. “Postcards from Italy” sierde door het trompetgeschal. En spaghetti western fragmenten waren niet vreemd op “The akara” en het instrumentale “Cocek”.
In de bis prikkelden en klonken de Sergio Leone tunes enthousiaster. Op een nummer als “Carousels” was de band duidelijk op dreef want ook “Mt. Wroclai” en “Gulag Orkestar” overtuigden sterk door de zwierige aanpak. Onder de indruk waren we tot slot van het broeierige “Penalty”, dat eerst solo werd ingezet op ukelele.

Op het Beirut-feestje ontbraken enkel de zigeuners van ‘la vie & la lumière’ nog om het blazergarnizoen en de hoempapa krachtig door te trekken, wat maakte dat het vanavond wat onderhouden bleef …

Ook de support, het uit Oxford afkomstige Stornoway, was hier op z’n plaats met hun onschuldige neo-romantische folkpop. Het dromerige, pakkende materiaal, gedragen door de heldere vocale pracht van zanger/tekstschrijver Brian Biggs en de meerstemmige backing vocals, waanden ons niet in het Rivierenhof, maar in een verlicht binnenhof van een goed versterkte burcht als in Bouillon: kaarsjes en lampjes zijn de sfeermakers. Tja, niet voor niks klinkt de Britfolk van Fairport Convention en Steeleye Span door, en voelen we de adem van  de fijne, subtiele, beeldschone pop van James en Belle & Sebastian. Stornoway plaveit zich een weg tussen The Decemberists, The Unthanks en Megafaun. En onderhuids is er de sfeervolle country inslag van Fleet Foxes en Mumford & Sons. Hun boeiende, hemelse, lieflijke luistertrip vormde het ideale aperitiefconcert en nodigde uit voor een avondje keuvelen en mijmeren aan het kampvuur. Op die manier waren ze een geslaagde opener, met songs als “The coldharbour road”, “Boats & trains”, “Here comes the blackout”, “Watching bars”, “I saw you blink” en een stevige “On the rocks”; En met “Zoring” speelden ze de meest belangvolle song van de plaat ‘Beachcomber’s windowmill’.

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Mystery Jets

Serotonin

Geschreven door

In de jaren ’80 had Rod Stewart een hit met “Some guys have all the luck” en drie decennia later heeft deze oude rocker nog steeds gelijk want deze vijftallige band uit London heeft middelen die andere bands niet echt hebben.
Zo werd hun debuut ‘Making den’ uitgeroepen door de Britse pers als het beste van het beste, konden ze op hun tweede cd Stephen Street (inderdaad van The Smiths) als producer aantrekken en op deze ‘Serotonin’ konden ze ene Chris Thomas achter de knoppen krijgen.
Het is misschien een naam die u niet veel zegt maar deze mensen werkte wel mee aan de witte van The Beatles en ‘Never mind the bollocks’ van Sex Pistols, dit maar om u te zeggen dat er op geen cent gekeken werd om deze Mystery Jets op de hoogste verdieping van de Britpoppodia te krijgen.
Ook al worden ze vaak gezien als de Britse tegenhanger van Arcade Fire (omwille van dat progrocksfeertje) toch hoor je ontegensprekelijk die Britse samenzang die (en daar zal die Thomas wel voor iets tussen zitten) een knipoog maakt naar Lennon en McCartney.
Een mens die graag kritiek spuwt, zal het hebben over een groepje dat over het paard getild is en degene die alles met de mantel der liefde bedekt zal het hebben over een uiterst fijn plaatje, aan u de keus!

Info
www.myspace.com/mysteryjets

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Hawk

Geschreven door

Ook al leek het een onmogelijke samenwerking werd ‘Ballad of the broken seas’ één van de mooiste platen van de afgelopen jaren,  krijgen de twee er blijkbaar maar niet genoeg van want ‘Hawk’ is ondertussen de derde in het rijtje geworden ook al lijkt er stilletjesaan routine in het spel geslopen te zijn.
Niet in het minst door Mark, zuiplap eerste klas, die twee nummers liet inzingen door Willy Mason.
De voormalige celliste van Belle & Sebastian mag dan wel verantwoordelijk zijn voor het schrijven van de nummers toch wordt zij vocaal volledig op de achtergrond geduwd.
Ook al is ‘Hawk’ in zijn geheel een meer dan geslaagde cd te noemen blijft het toch een onsamenhangend zooitje want het lijkt er sterk op dat iedere nummer diende als een soort van  try out. “Come undone” mag dan als twee druppels water lijken op Axelle Red (we zweren het op onze onschuldige zieltjes !) toch is dit wellicht hun Gainsbourg/Birkin-moment, terwijl een nummer als “Got behind me” Lanegan al de mogelijkheden heeft om hier als fervent bluesperformer uit de hoek te komen (op deze cd vindt je trouwens ook een cover van “No place to fall” van Townes Van Zandt). Titelttrack “Hawk” is een kakafonische poging om de soulkwaliteiten van Booker T & The MG’s te evenaren, en eigenlijk zouden we wel iets over elk nummer kunnen neerpennen en hierbij steeds refereren naar iets verschillends.
Of het liedje tussen de twee nog lang zal duren is maar de vraag (het zal wel van de rinkelende kassa afhangen) maar tot dusver werpt de samenwerking nog steeds zijn vruchten af ook al blijft de vinger gevaarlijk dicht in de buurt van de alarmbel.

Cha Cha

We are Cha Cha

Geschreven door
Wat hebben sommige mensen toch een slechte smaak als het op ontwerpen van cdhoezen aankomt want zeg nu zelf, een afgrijselijke parasol zet nu niet meteen aan tot verkoop. En toch beschrijft het ook ergens het zomers gevoel dat deze nieuwe groep uit Londen probeert te veroorzaken met hun zonnige indiepopsongjes die overduidelijk hun oorsprong gevonden hebben in Britpopvoorbeelden als Blur, Spearmint of voor wie het zich nog kan herinneren : The Supernaturals maar desalniettemin de grootste azijnpissers op een dansvloer kunnen krijgen.

Toch vooraleer we volop met bloemen gaan gooien : Cha Cha is een doodsleuke groep waarbij zanger Blain McGuigan perfect het concept van een ideale 3 minuten popsong begrepen heeft ook al doen ze dat met ingrediënten die talrijke bands op hun recept reeds hebben staan. Toch uitchecken, Britpopfans!

Info www.myspace.com/wearechacha

Two Door Cinema Club

Tourist History

Geschreven door

Tien fijne indiepopsongs horen we op het debuut van het Noordierse tienertrio Two door cinema club. Het is een korte, frisse en krachtige plaat van zo’n kleine dertig minuten en dan weet je onderhand wel dat ze vaardig en kernachtig moeten zijn. De springerige gitaarsongs zitten knap in elkaar, hebben opbouwende, aanstekelijke melodielijnen en meezingbare of neuriënde refreinen.
Ze vormen een eenheid, op zich een beetje voorspelbaar, maar lief, ongevaarlijk en dansbaar, gedragen door de jonge, hoge, dromerige stem van zanger Alex Trimble. Synths en beats spreken de dansspieren aan en een gillende gitaarpartij kan er mooi tussenin verweven zijn. Tja, deze jonge band heeft hét wel, en bezit de drive en potentie om net als kompaan Delphic een blijvertje te worden.
Een pak leuke songs passeren de revue, van openers “Come back home”, “Do you want it all”, “This is the life” naar “Something good can work”, “I can talk” tot “Under cover Martyn” en ”You’re not stubborn”.

Bikinians

Rhinocirrhosis EP

Geschreven door

Even aankloppen bij onze Brusselse vrienden? Inderdaad, naast Lucy! Lucy! is er ook de ‘explosive’ rock van Bikinians, een kwartet rond de broers Lontie. Intens broeierige rock die refereert aan de directe stijl van het oude Supergrass. Ze zijn toe aan hun tweede EP ‘Rhinocirrhosis’, waarop vier songs staan die in dezelfde lijn liggen en toch even onze aandacht trekken. Alvast een leuke ontdekking, die het verdient airplay te krijgen in Vlaanderen.

Pony Pony Run Run

You need Pony Pony Run Run

Geschreven door

Het Franse trio Gaëtan en Amaël Réchinkê Ky-Huong en Antonin Pierre hebben voor hun ‘eenvoudige’ electrorock een éénzelfde groepsnaam weggelegd. Zij putten schaamteloos uit de ‘80s electro en geven er een catchy, frisse rocktune aan. Praktisch alle songs klinken hetzelfde, waardoor het wat eenheidsworst wordt, maar het blijft leuk en ontspannend door een opzwepende, zwierige melodie. De heldere, indringende zang overtuigt. “Out of control”, “Hey you” en “Walking on a line” zetten de toon van deze (h)eerlijke, onschuldige electropop. Enkel op “Love veritable” wordt wat gas teruggenomen.
De jonge Franse band uit Nantes ondernam geen risico’s op deze ‘college’ electrorock. Meer variaties had het debuut deugd gedaan … Maar in de remixes horen we alvast enkele toffe bewerkingen, waardoor er live wel iets te rapen valt …

Festival Dranouter 2010: zondag 8 augustus 2010

Geschreven door

De afsluitende familiedag in Dranouter kon opnieuw rekenen op heel wat belangstelling. 27000 mensen konden genieten van een afwisselende, kleurrijke programmering van pop, soul, afro en folk, waarbij Solomon Burke feat. Joss Stone een set buiten categorie speelden …

Maar er viel al een volle Kayam tent te noteren tijdens het vieruutje van het festival, want Daan, één van de meest geboekte Belgische artiesten tijdens de festivalzomer, gaf een wervelende synthpop en rootsrock setje. Sinds de cd ‘Manhay’ verscheen, vernoemd naar het Waalse dorpje, waar hij frisse lucht opsnoof om inspiratie op te doen, is hij met z’n band onophoudelijk ‘on tour’ en kreeg hij terecht 4 awards mee van de MIA’s 2009. Een ‘new face’ en ‘sound’ presenteerde hij. De band was erg goed op elkaar ingespeeld en na kleppers “Exes”, “Crawling from the wreck” en “Icon” van de laatste cd, speelde de James Dean lookalike een reeks aanstekelijke, dansbare instant klassiekers, refererend aan de eighties als “The player”, “Addicted (to love)”, “Eternity”, “Victory”, “Sweet designer drugs” en het obligate “Housewife”; de gitaren, drums en synths klonken fors door en de leden hotsten heen en weer op het podium, wat aanstekelijk werkte op de dansspieren. De hitmachine Daan was op hol geslagen. De tent stond al vroeg in de namiddag op z’n kop … Moest er nog ‘Daan’ zijn?!

Van het intieme Isbells hebben we maar een glimp kunnen zien … én ze hebben er eigenlijk zelf voor gezorgd, want wat hebben we als bezoeker en fan gevloekt op het gezelschap! De overdreven, enerverende soundcheck van ‘iets hoger’, ‘iets lager’ liep ruim 20 minuten uit, waardoor we enkel de breekbare songs “BB Chevelle”, “Without a doubt” en “Reunite” konden horen. De doorbraaksingle “As long as it takes” zal wel iets verderop gezeten hebben. Het project van Gaëtan Vandewoude is een Belgisch unicum binnen de alt.country/americana, folk en sing/songwriting en brengt een ganse ‘wave’ op gang, waaronder we ook Amatorski kunnen rekenen. Naast een instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, mandoline, steelpedal, toetsen en spaarzame jambee-tics, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre van zachte, zalvende, meerstemmige en hemelse vocals, aangevuld met obligate ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Pareltjes van songs in een herfstig decor, dromerig en beklijvend allemaal, maar hun eigen stomme stoorzender soundcheck verbrodde het unieke sfeertje van de intimiteit … Isbells, aub, blijf je leest!

De perfecte sensuele tongkus kregen we van het Franse Nouvelle Vague die uitpakten met een keuze van bekend en minder bekend werk van ‘80’s (punk) pop en new wave classics. De coversongs hebben een zwoele, groovy ondertoon en krijgen leuke, frisse, knappe en creatieve impulsen. Het geheel klinkt bevreemdend, sensueel en romantisch, bepaald door de vocals van twee charmante zangeressen, die in navolging van de Cocorosie dames een prominente rol innemen. Met hun broeierige, fluisterende sexy stemmen en verleidelijke danspasjes kregen we een de ideale cocktailparty van ‘Was het nu ’70 of ’80’ - catalogus voorgeschoteld, waaronder “Master & servant”, “Ever fallen in love”, “The guns of Brixton”, “Dancing with myself”, “Making plans for Nigel”, “Blister in the sun” en “I just can’t get enough”. Waverocken konden we met de obscure single “Dance with me” (van Lords of the new church) en de afsluitende pakkende en opbouwende “Love will tear us apart” van Joy Division, waarbij iedereen meeklapte en het refrein meezong. Meer dan noemenswaard was de duivelse versie van Bauhaus “Bela Lugosi’s dead” en de Dead Kennedy’s klassieker “Too drunk to(o) fuck”, die veel aan de verbeelding overliet …

Minder vaart liep het bij Hope Sandoval & The Warm Inventions. De intimistische, broeierige, dreunende pop is een stijl apart. We weten onderhand wel dat Hope Sandoval niet de meest ‘happy’ muziek maakt. Na haar werk met de Mazzy Star en het gezinsleven, was ze sporadisch nog te horen als guestvocaliste; ze heeft met de nieuw geformeerde band twee platen uit, die in het verlengde liggen van haar vroegere band. Traag slepende melodieën, repeterende, dreunende tunes hebben een donkere ondertoon en bepalen samen met haar hemels dreigende stem de sfeer. Het sober ingehouden materiaal, spaarzaam begeleid, kreeg warmte door de haar bespeelde toetsen en xylo. Een beklemmend sfeertje, waarvan de dramatiek aan het hart van het publiek sloeg. Daarenboven is ze niet de meest praatlustige lady en was er de koele uitstraling en statische opstelling van de band, waardoor de finesse en subtiliteit van haar songmateriaal wat aan het publiek voorbij ging …

Een totaal ander sfeertje snoven we op bij het Congolese Staff Benda Bilili. Hun muziek zit binnen de afroworld van Congolese rumba, soukous, reggae en funk. We hadden nog niet alles gezien na Amadou & Mariam, Tinariwen en Toumani Diabéke, me dunkt, want de kern van de band, 4 polio-patiënten, zanger-gitaristen, die, alhoewel ze aan hun rolstoel gekluisterd zijn, in een funkende James Brown stijl letterlijk freewheelden op het podium, bijgestaan door een heuse ritmesectie. Intrigerende, opzwepende, dansbare nummers, ongelofelijk knap in elkaar gestoken door de afwisselende en door elkaar lopende stijlen. De vier heren ‘in a wheelchair’ zorgden voor een leuk feestje, dat niks anders dan respect afdwong van.

Peggy Sue uit Brighton … We zagen ze nog als support van Archie Bronson Outfit tijdens Les Nuits Bota 2010; ze spelen dramatiek met een rauw randje en hellen daarmee over naar de vrouwelijke songwriterpop van Feist, Cat Power en Joan as Policewoman, houden van de dromerige folkpop van Indigo Girls en Tegan & Sara en durven wel eens in de richting gaan van de ruwe bolsterrock van Sleater-Kinney en van de begindagen van PJ Harvey …. Zachte strelingen en ruwe partijen dus …

Maar niks op het ganse festivalweekend kon tippen aan de zalige muziek van Solomon Burke – Joss Stone, of beter gezegd Solomon Burke & The Soul Alive Orchestra with Joss Stone. De twee grootheden vonden elkaar en trekken voor een paar concerten op tournee. En wie erbij was keek en luisterde ernaar … Solomon Burke, een man van formaat, letterlijk en figuurlijk, preacher en ‘godfather of soul’, op zijn met goud bezette troon, werd geëscorteerd door enkele bevallige soulzangeressen en een heuse begeleidingsband, grossierde in z’n rijkelijk gevulde oeuvre, entertainde het publiek alsof hij de zondagsmis in de kerk van Dranouter aan het doen was, strooide met complimentjes en deelde roosjes uit, en … had nog een surprise achter de hand … de blanke soulzangeres Joss Stone … en dan voelde je doodgewoon de vonken spatten van een heerlijke, frisse, speelse en beheerste Motown combinatie van pop, (Memphis)soul, blues en gospel. Dit klikte zondermeer! Joss dartelde rond Burke, flirtte met het publiek en zorgde door haar charisma dat een romantische avondzon neerdaalde. De soulprinses kreeg van de Master himself ruimte om een paar eigen nummers te zingen als “Tell me what we’re gonna do now”, een “Don’t give up on me” - duet en een ‘jamming version’ van “Super duper love”. Bloemetjes en bijtjes waren er in overvloed op covers “Wonderful world”, “Rolling on a river” en “Everybody needs somebody to love”. Tot slot was er nog een medley rond “The saints go marching in”. Hier ontbrak enkel die The Wedding Chapel nog … Verbluffende gig!

Het kroonstuk van het festival moesten de folkrockpunkers van het eerste uur, The Pogues feat shane MacGowan zijn. The Pogues waren één van de bepalende bands, die de folk medio de jaren ’80 een vooraanstaande plaats gaven in de poprock. ‘Rum, Sodomy & The Lash’, ‘If I should fall from grace with God’ en ‘Hell’s ditch’ waren drie puike platen van het Londense collectief. Creatieve spil Shane kon met z’n doorleefde, grauwe, melancholische Engelse dialectvocals de songs elan geven. Maar door de overmatige ‘streams of whiskey’ en cocktails slaagde hij er met de jaren onvoldoende in nog een oerdegelijke set af te leveren en te beëindigen. Op die manier ontstonden mythes rond de ladderzatte figuur van … A. komt hij nog af en B. haalt hij de eindmeet in de set. Nu, hij slaagde vanavond in beiden, maar nuchter zullen we hem wel nooit op het podium zien.
Ze speelden een ‘Best of’, waar de klemtoon natuurlijk kwam op de zwierige en speelse folkpop, en waarbij Shane op en van het podium strompelde, als een Lanegan zich vastklampte aan z’n microstatief, af en toe nipte aan een glas (gin), wat brabbelde tot z’n publiek en zo goed mogelijk probeerde de nummers tekstvast te zingen. De toon werd gezet door ”Streams of whiskey”, “If I should fall from grace with God” en “Broad Majestic Shannon”. De banjo, accordeon en tin whistle gaven kleur. De band speelde strak, wat mogelijk maakte dat Shane niet uit z’n rol viel. Verder hoorden we alvast fijne versies van “Kitty”, “Sunnyside of the street”, “Thousands are sailing”, een rockende “Tuesday mornings” (vocaal door Spider Stacey (?)) en een aangrijpende “Rainy night in Soho”. Er zaten een paar mindere momenten in, die Shane ook meesleurden. “Dirty old town”, “Sickbed of Cuchulainn” en de feestelijke afsluiter “Fiesta!” waren goed geprogrammeerd om de zwakkere plekken op te vangen.
De succesvolle Dranoutereditie kon besloten worden door de drinkemansliederen van een matig tot goede de Pogues. Prosit! CU Next Year!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Festival Dranouter 2010: donderdag 5 augustus 2010

Geschreven door

Het lijkt erop dat Dranouter een vierdaags festival is geworden , want op de vooravond was de grote Kayam tent al meteen gevuld om onze Belgische artiesten Absynthe Minded en Gorki aan het werk te zien. 15000 bezoekers noteerde de organisatie. In het festivaltafereel van Dranouter vergeten we de komiek/mentalist Gili (bekend van De Laatste Show) niet. Hij vervangt Friedl’ Lesage, die jaren aan een stuk de optredende groepen aan elkaar praatte. Kort, krachtig, nuchter en ludiek trok hij de aandacht en kondigde hij de artiesten aan, met een vleugje zelfrelativering. De aftrap van het Festival Dranouter is gegeven, die naast de naamsverandering een frisse popwind inslaat, met oog voor (familie) tradities en nieuwigheden (Low Impact Zone, Jesus Miracle Lab, Wedding Chapel, Radio Dranouter live, zweefmolens, theatervoorstellingen, enz …) ,die het festival warmer en aparter maken van de andere grote festivals.

Prédag 5 augustus 2010
James Walsch, spil van Starsailor, mocht na de Australisch sfeervolle indiepop van Expatriate definitief het festival voor geopend verklaren. Hij last een sabbatjaar in en is momenteel op solopad, waarbij hij een duik nam in de vier Starsailor platen, stilstond bij het onovertroffen debuut ‘Love is here’ en een tipje van de sluier liet horen van komend werk. Hij eigende zich een plaatsje toe naast Coldplay, Travis, Elbow, Keane, Air Traffic en het oude Muse. De songs werden bepaald door akoestische gitaar, waarbij de snaren krachtig tokkelden. Alsof Luka Bloom achter de Britse sing/songwriter stond. “Silence is easy” en “Alcoholic” vatten de set aan en werden sober, elegant en emotievol op toetsen gespeeld. Hij wisselde het af met ingetogen, ingehouden songs als “Poor misguided fools”, “Lullaby“ en “The good souls” die middenin en op het eind van het nummer het begeesterende gitaarspel van Walsch benadrukten en zelfs een elektrische swing kregen. “Tell me it’s not over” was directer en toonde de rockkant van Walsch. Het refrein van “4 to the floor” werd luidkeels meegezongen en een paar nieuwe songs hield hij uiterst intiem en innemend. Danig waren we onder de indruk van het duet “In that way”met de Vlaamse artiest van Andes, die het Nederlands perfect op de Engelse vocals van Walsch inpaste. Chique! Meteen het hoogte punt van de set …
Walsch bevestigde als rasecht muzikant en performer; moeiteloos palmde hij z’n publiek in; hij boeide solo enorm en de sober gehouden songs overtuigden!

Abstynthe Minded is ‘hot’ en vanavond was hier het meeste volk voor gekomen. De band rond Bert Ostyn heeft al vier platen uit en is nimmer zo populair als nu. Dik verdiend, want ze leverden één van de beste platen af vorig jaar; de warme, sfeervolle en speelse sound en de gevarieerde aanpak van gevoelige, frisse pop en rootsrock met jazzy-, blues-, swing en Balkan capriolen, gedragen door Ostyns emotievolle melancholische stem, slaan aan.
De band was in topvorm. Begrijpelijk want na de talrijke clubconcerten en hun programmaring op bijna elk festival zorgden voor een goed (af)getrainde, ge-oliede band die hun songs een stevig rockkleedje toestopte, zonder aan emotionaliteit, muzikale subtiliteit, veelzijdigheid en grilligheid in te boeten. Ze grossierden in hun oeuvre. Schitterend hoe de (huidige) singles als “Moodswing baby”, “Papillon”, “Envoi” en “Plane song”de stevige scheut verdroegen en sterk onthaald werden. Of hoe het bezwerende geluid, de Oost-Europese invloeden, de contrabas, viool- en toetsenpartijen en de verrassende wendingen intrigeerden van een “There is nothing”, “People of the pavement”, “Stuck in reverse”, “Dead on my feet” en “I am a fan”. Stevig rockten “Mercury”, Weekend in Bombay” en “Substitute” en op het eind konden we niet omheen de classic “My heroics, part one”. Duidelijk is dat ze nog meer zieltjes hebben gewonnen. Wie nu nog twijfelt omtrent de muzikale kwaliteit van de band …

Tot slot gaf Luc de Vos met Gorki in Dranouter het enige optreden van het jaar. Ook hij kan al terugblikken op een lange carrière en spreekt de kleine, de tiener, de rijpere jeugd en de ouderdomsdekens aan met z’n eenvoudige, mooie meeslepende, broeierige Vlaamstalige gitaarpoprock. Ook hij wist handig in te spelen op het nieuwe Dranouter concept en wou de folktraditie niet aan zich voorbij laten gaan .. .Samen met 2 volleerde accordeonisten, Wim en Didier, kreeg “Billy lag te slapen” en “Beste Bill” de juiste folky injectie, swing en emotie. Eén voor één kwamen de eigen bandleden op het podium om “Beste Bill” verder te zetten in de gekende Gorkipop vs hoempapa. Het gaf de song nogal wat identiteit! Ook middenin de set op “Hij leeft” en “Monstertje”, werkte deze formule aanstekelijk. Voor de rest hoorden we het broeierige, meeslepende materiaal zoals we van Gorki gewend zijn de laatste jaren met “Schaduw in de schemering”, “Joeri”, “Ik doe mee”, “Xtc” en “Stotteraars aller landen” onder de luchtige, vrolijke, melancholische tonen en Devos’stokpaardjes “Sexy bitches” en “Yeah baby”. Het laatste half uur kon de tent volledig uit z’n dak gaan met meezingers van het eerste uur “Anja”, “Lieve kleine piranha”, “Soms vraagt een mens zich af” en het leuke “Veronica komt naar je toe”. Een uitgesponnen, uit volle borst meegezongen, intieme “Mia” (na al die jaren nog steeds beklemmend door het pakkende pianospel) mocht de succesvolle, officiële eerste festivalavond besluiten. ‘Rock’n’roll rules’ volgens de regels en de kunst van Devos … Nog tem in het voorjaar van 2011 zien we hem op solopad …

Ondertussen konden we nog lekker uitwaaien op de de beats’n’pieces van de DJ’s Desperado en Buscemi die de Palace omtoverden in een danstent en de Biertent van de vroegere dagen deed herleven …

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Festival Dranouter 2010: vrijdag 6 augustus 2010

Geschreven door

De 36 ste editie van het Festival Dranouter was een schot in de roos .. In totaal waren er tijdens de vier dagen 100000 bezoekers. De naamverandering en de bredere muziekprogrammatie binnen het pad van de poprock, waarbij voor het eerst de ‘folk’ werd geschrapt, zal daar wel voor iets tussen hebben gezeten. De nieuwe muzikale koers blijft wel oog hebben voor (familie) tradities en nieuwigheden (Low Impact Zone, Jesus Miracle Lab, Wedding Chapel, Radio Dranouter live). En verder natuurlijk nog de theatervoorstellingen, de kermisattracties van zweefmolens, de kraampjes en de pleintjes in de boerenbuiten van de Westhoek, de nachtelijke taferelen die zich afschilderen tijdens het wandelen tussen het festivalterrein en de parking enz …, maken het festival warmer en aparter van de andere grote festivals. Een prachtig decor en een uiterst genietbaar festival dus met een leuke, ontspannende sfeer en gezelligheid. En niet te vergeten Festival Dranouter is een Green Festival op en top.
Sfeerschepping, gemoedelijkheid en muziek slaan de handen in elkaar; na het startschot op donderdag konden we terecht voor een heuse boeiende afwisseling van acts als Vaya Con Dios, Paolo Conté, Anouk, Tom McRae, Tindersticks, Staff Benda Bilili, Solomon Burke feat. Joss Stone, The Pogues en het éénmalig concert van dEUS, die zorgde dat Dranouter voor het eerst in z’n geschiedenis uitverkocht geraakte met 30000 bezoekers.
En het weer? … afgezien van enkele onweersbuitjes bleef het droog en was het warm.

dag 1: vrijdag 6 augustus 2010
Op de eerste echte festivaldag kwamen ongeveer 28000 bezoekers, die genoten van de zomers zuiderse en feestelijke sounds en van de ‘la douce’ France en Italy van Vaya Con Dios, Paolo Conté en de onderhouden vrouwenpop van Anouk. Een geslaagde combinatie.

De ‘Balkan Banquets’ van het Belgisch/Franse Orchestre International du Vetex zit in de lift. De feestfanfare brengt muzikanten uit Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk van diverse sociale achtergrond samen en biedt een prachtige collecte van trompetten, saxofoon, trombone, klarinet, bugel en sousafoon, en verder accordeon, flute, drums en percussies. Een zwierig geluid geënt op de Oost-Europese traditionele muziek, gypsy, klezmer en polka zorgde voor de juiste toon en sfeer op het festival in Dranouter. Eigen nummers werden afgewisseld met traditionals uit de Balkan. (H)Eerlijk feestelijke muziek hoorden we, af en toe ondersteund door een gemoedelijke Portugees leunende zang. De Balkan pop is en blijft alvast hip door hun inbreng …

Club!in Residence was het Zuiderpershuis in Antwerpen. Ze brachten op vrijdag wereldculturen samen in de Clubstage en konden alvast enkele beloftevolle artiesten strikken waaronder Terrakota en Hindi Zahra die avond.
Terrakota hielden het even feestelijk en zomers met hun Zuiderse geluiden, Afroritmes, opzwepende percussie, dans en de puike man/vrouw samenzang. Hindi Zahra ontpopte zich als een beloftevolle jonge klassemadam. Ze is afkomstig van het Berbervolk in Marokko, heeft Touareg-roots en opereert vanuit Parijs. Ze stelde haar debuut ‘Handmade’ voor, een soort fusion van pop, folk, soul, blues, jazz en flamenco met Oosterse, Marokkaanse rootsmuziek, zonder echt wereldmuziek te zijn. In sommige nummers is er de link met de hypnotiserende retro/world/woestijnblues van Tinariwen, ook Toeareg nomaden, maar dan van Mali. Ze wisselde haar meeslepende, aanstekelijke heupwiegende poplounge af met enkele aanstekelijke knallers als “Stand-up”, die alle stijlen samenbracht en, ondanks haar ziekjes-voelen, een schitterend staartje gaf aan haar gevarieerde set. Ook Baloji was hier vanavond te zien die op z’n soloplaten een zoektocht maakt naar de Afro-Europese identiteit en op de recentste plaat ‘Kinshasa Succersale’ een cru en klaar beeld schept over z’n roots in Congo.

De muzikale smeltkroes van het uit LA opererende Fool’s Gold is nog maar bitter weinig gekend en wie ze zag, was toch onder de indruk van de verwevenheid Westerse pop, intrigerende, tintelende gitaarakkoorden vs Afrikaanse, Oosterse, Indiase aanstekelijke ritmes en melodieën. Hun world beat pop werd af en toe zelfs in het Hebreeuws gezongen door de Israeli roots. De muzikale veelkeurigheid werd opgezweept en gedragen door de drums, percussie, synths, blazers, de gitaarpedaaleffects en de indringende zang. Middenin zakte het tempo evenwel, wat de dromerige kant van de band beklemtoonde. Een bezwerende trance danstrip zoals bij Hindi Zahra, met een knipoog naar Tinariwen …

Het Belgische The Antler King in de Kring hield het publiek in z’n greep met hun gevarieerde sound van ingehouden laidback en poprock. Broeierige pop waarbij het kwintet af en toe enkele akoestische momenten inschakelde. ... ‘a cold summerbreeze wraps itself around your shoulders‘… Mooi toch voor zo’n band op het festival ...

De feestelijke stampers maakten plaats voor een ‘du vin – du pain’ avondje met de jazzy crooner ‘douce’ sound van Vaya Con Dios en Paolo Conté in de Kayam tent.
Vaya Con Dios is gecentraliseerd rond Dani Klein, inmiddels 55 geworden. Ze is back en gaf een eerste teken van leven in 2004, maar het is vooral nu dat ze terug in de spotlights staat met de recente cd ‘Comme on est venu’. De plaat, nota bene geproduceerd door haar zoon, koppelt de vroegere Latijns-Amerikaanse sound aan de muzikale leefwereld van Piaf, Brel, Adamo, Gainsbourg en Arno. Een uiterst sfeervolle plaat van het Franse chanson, pop, jazz en soul. Ze slaagde er met haar uitgebreide band in de Kayam tent om te vormen tot een rokerige nachtkroeg. De oude hits “Puerto rico”, “Heading for a fall”, “What’s a woman …” en “Hey nah neh nah” werden in een aangepast kleedje gestopt, kregen een gepaste lichte heupwiegende swing en regen de set aaneen met het nieuwe werk, “Les voiliers sauvages”, “Suffisant d’y croire”, “Le pauvre diable” en de titelsong Comme on est venu”. Ook de andere Engelstalige songs boeiden, “Ain’t no love”, “Lay your hands” en “Get to you” … danspasjes werden op ongedwongen wijze gemaakt. Kijk, na de tournee in de talrijke CC zijn we er nu nog meer van overtuigd dat Dani Klein in één adem op te noemen is met die andere meertalige chansonnière Jo Lemaire; twee perfecte ambassadrices …

Paolo Conté klonk met een glaasje wijn. De ruim 70 jarige nors kijkende, rechtvaardige rechter, zanger/componist en tekstschrijver van liedjes voor andere artiesten en later voor zichzelf, gaf met treurige, melancholische songs en z’n grauwe zegzang en korrelige gebroken stem een aparte charme aan het festival; net als bij Vaya Con Dios kwamen de songs het best tot hun recht in de rokerige nachtkroegen, voor deze gelegenheid de Kayam-tent. De man heeft al een lange carrière achter de rug en brak definitief door met het in ’90 verschenen ‘Parole d’amore scritte a machina’. Samen met een jazzbalorkest van blazers, strijkers en piano hoorden we innemend sfeervol materiaal van “Impermeabli”, “Diavolo roses”, “Max” en “Comédie”, met een zalvende, subtiele, fijne klankkleur, én die af en toe een huppelend ritme kende

Van een andere orde was Anouk, die op de eerste avond een nokvolle Kayam tent lokte. Tja, in het nieuw ingeslagen pad van de organisatie kan de Nederlandse dame worden ingepast, na vroegere concerten op Rock Werchter, T/W Classic, Suikerrock enz … was ze vanavond hier voor het enige zomerconcert in België. De refreinen van haar hitsende en ingetogen emo vrouwenpop als “In this world”, “Modern world”, “Are U kidding me”, “Nobody’s wife” en “Girl Girl” en op het verzoek gevraagde “Michelle” werden luidkeels meegezongen. Onschuldige Poprock die elan had door de blazers en toetsen, de backing vocalistes en de onovertroffen Pamela Anderson uitstraling. “Good God” dachten we, toen ze op het Festival Dranouter kwam, én nét die song besloot (qua opkomst) succesvol de avond …

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Festival Dranouter 2010: zaterdag 7 augustus 2010

Geschreven door

Op dag 3 kwam de klemtoon op het rockluik. Vandaag geraakte het festival uitverkocht voor de eerste keer in z’n 36e editie. 30000 bezoekers … en daar zal het éénmalig optreden van dEUS wel voor iets tussen hebben gezeten.

De scharen waren al vlijmscherp toen Meuris het festival opende in de Kayam. Hij trok de voorbije maanden in het clubcircuit om geselecteerde songs van Noordkaap en Monza het nieuwe decennium in aangepaste, frisse, pittig versies te spelen, wat het album ‘Spectrum’ opleverde. Een ‘director’s cut’ heet dat volgens Meuris. En inderdaad, een goed op elkaar afgestemde band gaf het materiaal een stevige injectie, de toetsen klonken goed door en Meuris beleefde een nieuwe jeugd als zanger en performer. Broeierig en slepend krachtvoer speelden ze met “Panamarenko”, “Gigant”, “Druk in Leuven”, “Een heel klein beetje oorlog”, “Wat een fijne dag/het zou niet mogen zijn”en “Hoopvol”. Op “Satelliet Suzy” kon band als publiek even op adem komen. Tot slot werd Will Tura in de bloemetjes gezet met de versie van “Arme Joe” die een leuke synthtune kreeg op z’n Editors “Papillon”.

De sfeervolle, ingehouden rootsrock van Joan Wasser aka Joan as Policewoman klonk flets in de te hoog gegrepen Kayam tent. Begin volgend jaar verschijnt een nieuwe cd en daarvan kregen we enkele nummers van te horen waaronder het rustig voortkabbelende “Flash” en het heupwiegende “The magic”. Ook Public Enemy’s “She watch Channel Zero” dompelde ze onder in een laidbackversion. De songs worden bepaald door een semi –akoestische gitaar, piano/toetsen en een spaarzame drums, naast haar indringende, emotievolle stem. Maar haar innemende droompop beschikt ook over te weinig ‘jus’ na haar debuut om de aandacht van het publiek te houden. Het waren vooral de aanstekelijke en gevoelige oudjes van ‘Real life’ als “Eternal flame”, “Save me” en de titelsong van haar debuut die konden prikkelen. Het lijkt erop dat JAPW een stille dood tegemoet gaat, ondanks de enthousiaste ingesteldheid. Benieuwd dus wat die nieuwe plaat zal zijn in z’n totaliteit …

Blij dat we dan op zo’n moment Electric Celi konden zien, één van de komende bands binnen de traditionele scène in Ierland. De groep gaf het materiaal een uptempo swing door gitaar,toetsen, flutes en viool. Aangenaam, ontspannend, leuk en kleurrijk!

De Engelse sing/songwriter Tom McRae mag al tien jaar worstelen met droefgeestige songs, steeds weet hij te boeien, door de gevarieerde inbreng en de gigs al of niet met band. Op het recente ‘The alfabet of hurricane’ priemden de zonnestralen door. Eerder overtuigde hij al in het clubcircuit en ook vanavond kon hij veel meer dan JAPW het publiek houden. Hij ontpopte zich als een charismatische zanger, en ontlaadde de spanning door z’n weemoedige muziek enkele bezwerende en opzwepende stroomstoten te geven. Een sterke band ondersteunde hem. “Me and Stenton”, “End of the world news” stonden naast “I still loves you”, “A & B song” en de absolute kraker “Boy with the bubblegum”, die venijn in de staart had. Deprimerende songs die lieflijk, dromerig, aangrijpend als uitgelaten en dynamisch klonken. We kregen het allemaal. Zo zie je maar tot wat dit talent in staat was …

In afwachting dat Tindersticks kon postvatten, dwarrelde troubadour Harper Simon op de Mainstage rond. Vliegtuigproblemen gooide voor beiden roet in het eten: Tindersticks die een deel van hun materiaal miste in Zavemtem en Simon die er in de namiddag niet geraakte. Harper is nog niet zo bekend als z’n papa Paul, maar vuurde toch enkele bedwelmende akoestische gitaarliedjes op ons af. Een half uur lang konden we fijne songs horen van z’n pas verschenen debuut.

Tindersticks luidde hun reünie een paar jaar terug in met ‘The hungry saw’. ‘Falling down a mountain’ is de opvolger en Tindersticks klinkt nog als Tindersticks van in z’n eerste dagen – sfeervolle, romantische, melancholische (k)luisterpop, onder de typische ‘crooner’, raspende, zalvende stem van Stuart Stapels. De Tindersticks nummers blijven gedrenkt in smachtende soul en retro en krijgen diepgang en kleur door de toevoeging van piano, toetsen, blazers, xylo en strijkers.
Soms is de getormenteerde zielenpop wat zwaar om te dragen; we waren dus verheugd dat er zowel op plaat als live oog is voor een Cave-iaans krachtiger aanpak als op “Harmony around my table” en “Black smoke”. Spijtig genoeg hebben ze door de problemen de set moeten verkorten, waardoor de extravertie onvoldoende kon uitgespeeld worden. Een tweede kans is hen zeker gegund …

Een andere exclusiviteit op Dranouter was de programmering van dEUS. In de nieuwe optiek van het festival was het éénmalig concert dat dEUS dit jaar (buiten de ‘last instant’ in OLT Rivierenhof) alvast de kers op de taart voor de organisatie. In afwachting van de nieuwe cd die volgend jaar komt te verschijnen, zijn er een paar muzikale trainingen in Europa. Op Pukkelpop 2009 concerteerden ze nog voor 2 gigs en hoorden we al twee nieuwe nummers. Vandaag werd er 1tje toegevoegd “Second nature”, die middenin de set was en een doorsnee dEUS song was met een broeierig sfeervolle opbouw. Verder speelden ze net als Meuris een messcherpe set. Ontspannen, goedgeluimd maar uiterst beheerst en geconcentreerd ging het kwintet te werk. Sterk op elkaar ingespeeld kon elk wel z’n eigen ding doen, Janzoons op viool/xylo maar vooral op toetsen, die een meer prominente rol innamen en Mauro door z’n prikkelende gitaarwendingen en z’n raspende, schreeuwende backingvocals.
We stonden tegen elkaar gedrumd op openers “Little aritmetics die naar het einde explodeerde, een funky en dansbare “Fell of the floor, man” en een rockende “The architect”. Het gaspedaal werd met o.a. “Real sugar” en “Nothing really ends” niet steeds even fel ingedrukt. De sobere maar strakke lightshow zorgde voor bijkomende sfeerschepping. Na een snedige “Slow” en het meeslepende “Favourite game” konden we ons hartje ophalen op een uitmuntende heftige “Theme from Turnpike”. En ze hielden het tempo strak, na dit nummer met “Bad timing” en “Don’t get what you want”. Tot slot kon een uitgesponnen en afwisselende versie van “Roses” niet ontbreken om iedereen mee te krijgen. En ze hadden er zin in om de bedreven set nog meer elan te geven: een op Mauro’s lijf geschreven “Mortichair”, “Suds & soda” en een intieme “Serpentine” kon de pittige, sierlijke set definitief besluiten. Geen “Hotellounge”, maar dat hoefde ook niet meer na wat dEUS ons had voorgeschoteld. In dat jaartje toonden ze aan dat ze niet hebben stilgezeten in hun ‘Vantage Point studio’s’ …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Pagina 431 van 500